2023-785 Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2024
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team
: : : : :
Belastingverordeningen 2024 Wethouder Elferink, 2023-785 3-10-2023 DOWR-BEL
Inleiding De belastingverordeningen 2024 voor leges , lijkbezorgingsrechten, toeristenbelasting, havengelden, marktprecariobelasting, precariobelasting, eenmalig rioolaansluitrecht, rioolheffing, afvalstoffenheffing (alsmede de bijdrageregeling medisch afval), parkeerbelastingen (alsmede parkeerverordening), onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen worden in één verzamelnota aangeboden. Om de heffing en invordering van de genoemde belastingsoorten te continueren is het noodzakelijk om jaarlijks nieuwe verordeningen vast te stellen.
Raadsvoorstel De volgende belastingverordeningen 2024 vast te stellen: a. leges b. lijkbezorgingsrechten (Bathmen, Roeterdsweg, Tjoenerhof) c. toeristenbelasting d. havengelden e. marktprecariobelasting f. precariobelasting g. eenmalig rioolaansluitrecht h. rioolheffing i. afvalstoffenheffing (inclusief bijdrageregeling medisch afval) j. parkeerbelastingen en parkeerverordening k. onroerende zaakbelastingen l. roerende zaakbelastingen
Kern raadsvoorstel De belastingverordeningen 2024 voor leges, lijkbezorgingsrechten, toeristenbelasting, havengelden, marktprecariobelasting, precariobelasting, eenmalig rioolaansluitrecht, rioolheffing, afvalstoffenheffing (alsmede de bijdrageregeling medisch afval), parkeerbelastigen (alsmede de parkeerverordening), onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen worden in een verzamelnota aangeboden. Om de heffing en invordering van de genoemde belastingsoorten te continueren is het noodzakelijk om jaarlijks nieuw verordening vast te stellen.
Beoogd resultaat Vaststellen belastingverordening 2024 inclusief bijbehorende tarieventabellen en gebiedsaanduidingen.
Kader Algemeen: Artikel 216, 219 Gemeentewet; Begrotingsrichtlijnen 2023 Leges: Artikel 229 Gemeentewet; Artikel 156 lid 2 aanhef en onderdeel h Gemeentewet; Omgevingswet ; Lijkbezorgingsrechten:Artikel 229, eerste lid, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet Toeristenbelasting: Artikel 224 Gemeentewet Havengelden: Artikel 216, 219 en 229, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet
Marktprecariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet Precariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet Eenmalig rioolaansluitrecht: Artikel 229 Gemeentewet Rioolheffing: Artikel 216 en 228a Gemeentewet Afvalstoffenheffing: artikelen 147 lid 1, 216, 219, 229 eerste lid, onderdeel a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer Parkeerbelastingen: Artikel 149 en 225 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994, Parkeerbeleidsplan vastgesteld in januari 2013 en Meerjaren perspectief parkeren (MPP) 2023 Onroerende zaakbelastingen: Artikel 220 tot en met 220h Gemeentewet Roerende zaakbelastingen: Artikel 221 Gemeentewet
Argumenten ten behoeve van de raad Algemeen Het team belastingen Deventer participeert voor de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) in het samenwerkingsverband DOWR. De belastingverordeningen van de DOWRgemeenten zijn ten aanzien van de uitvoering zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. De gemeente Deventer bepaalt altijd zelf haar beleid, de tarieven en de uitgangspunten van de verordeningen. In een aantal verordeningen zijn tekstuele aanpassingen opgenomen die de strekking van de tot nu toe geldende verordeningen onveranderd laten. De bijzonderheden zijn per verordening opgenomen in onderstaand overzicht. Inflatie De te volgen beleidslijn voor de belastingheffing vindt haar basis in de begrotingsrichtlijn 2024. De tarieven voor de belastingen en rechten stijgen als gevolg van de trendmatige aanpassing met 7,75% ten opzichte van 2023. Kostenonderbouwing algemeen In de paragraaf lokale heffingen is een overzicht van baten en lasten voor de heffingen opgenomen waarbij er sprake is van het verhalen van kosten. Voor de diverse heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn moet inzichtelijk worden gemaakt dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet worden overschreden.
Er wordt aangesloten bij de nieuwe regels van het BBV alsmede de beleidsuitgangspunten die hieraan ten grondslag liggen en hoe deze bij de tariefstelling worden gehanteerd. Leges De modelverordening van de VNG heeft als basis gediend voor het opstellen van de legesverordening 2024. I. Kostendekkendheid legesverordening Op grond van artikel 229 b van de Gemeentewet geldt dat de opbrengsten uit leges op verordening niveau maximaal 100 % kostendekkend mogen zijn. Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring (kruissubsidiëring = verlies op de ene dienst compenseren met een overdekking op een andere dienst) mogelijk tussen de verschillende
hoofdstukken. Hetzelfde geldt voor hoofdstuk 2. De EDR (Europese dienstenrichtlijn) maakt slechts kruissubsidiëring mogelijk binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels binnen hoofdstuk 3 van de tarieventabel. II. Onderzoek kostendekkendheid 2024 Resultaten onderzoek Voor het verwerken van de verzamelde informatie is gebruikgemaakt van het rekenmodel zoals dat beschikbaar is gesteld door de ministeries VROM / BZK, de VNG en IPO voor de onderbouwing van de kosten van de leges. Conform de begrotingsrichtlijnen 2024 bedraagt de trendmatige verhoging van de tarieven 7,75%. Dit heeft de volgende resultaten t.a.v. de kostendekkendheid opgeleverd: Paragraaf 1: 62% Paragraaf 2: 95% Paragraaf 3: 19% Er vindt geen kruissubsidiëring tussen de verschillende paragrafen van de tarieventabel plaats. Verder is er geen kruissubsidiëring tussen de verschillende hoofdstukken van titel 3 geconstateerd. III. Afrondingen De tarieven zijn waar mogelijk rekenkundig afgerond. Een tarief tot 20 euro is afgerond op € 0,05, een tarief tussen 20 en 100 euro is afgerond op € 0,50 cent en een tarief boven 100 euro wordt afgerond op € 1,00. IV. Vertaling begrotingsrichtlijnen en wijzigingen in de tarieventabel Het algemene uitgangspunt vanuit de Begrotingsrichtlijnen 2024 is dat alle tarieven met 7,75% stijgen ten opzichte van belastingjaar 2023.
Er zijn echter uitzonderingen op de algemene regel. Deze uitzonderingen volgen hieronder. Hoofdstuk 1 Ten aanzien van paragraaf 1.2, 1.3, 1.8, 1.7 artikel 1.23 a en paragraaf 1.9 artikel 1.31, van de tarieventabel In de tarieven voor leges reisdocumenten, rijbewijzen, kadastrale en hypothecaire informatie en de leges op grond van de Wet op de kansspelen is een onderdeel voor een van rijkswege vastgestelde component verwerkt. Deze component wijzigt onafhankelijk van de gemeentelijke lijn, maar is een onderdeel van de tariefstelling. In de tarieventabel zijn de tarieven voor rijksleges reisdocumenten en rijbewijzen opgenomen als ‘wettelijk maximum tarief’. Door deze benaming hoeft niet bij elke van rijkswege vastgestelde wijziging van deze tarieven de verordening opnieuw vastgesteld te worden. Hoofdstuk 2 Invoering Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet (Ow) per 1 januari 2024 en de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024 leiden tot wijzigingen in de legesverordening. De modelverordening van de VNG is de basis geweest voor het opstellen van een nieuwe paragraaf 2. De modelverordening van
de VNG kent een ver doorgevoerde modulaire opbouw. Dit kenmerkt zich door apart opgevoerde leges voor bijvoorbeeld de welstandstoets, beoordeling van aanvullende gegevens, diverse onderzoeksrapporten of het buiten behandeling laten van een aanvraag. Binnen Deventer zitten deze kosten voor aparte beoordelings- of toets vragen in de basisleges voor een activiteit opgenomen. De door de VNG voorgestelde modulaire opbouw is daarom overgenomen voor zover dit aansloot bij de huidige werkwijze en tariefsopbouw. Dit betekent geen afzonderlijke leges voor bijvoorbeeld de welstandstoets, beoordeling van aanvullende gegevens of het buiten behandeling laten van een aanvraag. De leges voor onderzoeksrapporten is beperkt tot hetgeen in de huidige tarieventabel is opgenomen. Verder is de modulaire opbouw overgenomen voor zover die te maken heeft met het toepassen van de uitgebreide procedure. Standaard is de reguliere procedure. Daar waar de initiatiefnemer of het college reden zien voor de toepassing van de uitgebreide procedure worden extra leges in rekening gebracht. Kostenonderbouwing De door de VNG voorgestelde modulaire opbouw is overgenomen voor zover dit aansloot bij de huidige werkwijze en tariefsopbouw. De opbouw van de legestarieven is beleidsneutraal ingevuld. De legesinkomsten van hoofdstuk twee van de tarieventabel steunen van oudsher sterk op de opbrengsten van de bouwleges.
Via kruissubsidiëring binnen het hoofdstuk wordt de winst op de bouwleges verrekend met het verlies op de leges voor de overige activiteiten. De nu voorgestelde tarieventabel brengt daarin geen verandering. De leges-inkomsten zijn bepaald op basis van een inschatting voor 2024 van bouwactiviteiten bij woningbouwlocaties en bedrijventerreinen (projecten). De voorziene kostendekkendheid van de bouwactiviteit gaat richting de 120%. De overige activiteiten kennen een kostendekkendheid van variërend van 15% tot 90%, met uitzondering van monumenten die niet boven de 5% komt. Het is een bewuste keuze om de leges voor de monumentenactiviteiten laag te houden en de initiatiefnemer niet extra te belasten. Deze activiteit wordt doorgaans gecombineerd met een bouwactiviteit. Totaal resulteert dit voor de omgevingsvergunning in een kostendekkendheid van 95%. Bewaking begroting 2024 ten opzichte tot realisatie door werkgroep Met inachtneming van bovenstaande zijn we ons ook bewust van onzekerheden omtrent de gemeentelijke inkomsten en uitgaven bij de bouwleges, zoals:
* Effecten vanuit de Wet Kwaliteitsborging met een getrapte inwerkingtreding. * Inkomsten uit de bouwleges bij bedrijventerreinen en woningbouw zijn gevoelig voor o.a. bestemmingsplanprocedures en algehele projectvoortgang. * Onzekerheden bij de implementatie en opstart van de omgevingswet vanaf 1-1-2024 Bovenstaande onzekerheden bewaken wij binnen de gemeente vanuit de werkgroep bouwleges. We bewaken daarbij de begroting 2024 in relatie tot de realisatie, binnen de kaders van de gemeentelijke P&C cyclus. Daar waar nodig wordt via geëigende processen bijgestuurd Leges activiteit bouw De Wet kwaliteitsborging regelt dat de gemeente voor een groot gedeelte van de bouwwerken niet meer preventief toetst en toeziet op naleving van het bouwbesluit bij de totstandkoming van het bouwwerk. Deze rol wordt overgenomen
door het stelsel van private kwaliteitsborging. Dit betekent dat de gemeente voor dit deel van de bouwactiviteit bij deze bouwwerken dus ook geen leges meer kan heffen. Er is dus een knip aangebracht bij de activiteit bouwen. Er is een technische activiteit en een ruimtelijke activiteit. Voor een groot gedeelte van de bouwwerken geldt dat straks alleen de ruimtelijke activiteit nog aangevraagd hoeft te worden. Bij het opstellen van de nieuwe verordening is gekeken naar de kostendekkendheid van Hoofdstuk 2. Om aan de uitgangspunten van de kostendekkenheid te voldoen zijn de tarieven voor de activiteit bouwen naar beneden bijgesteld. Dit resulteert in een inkomstenderving als gevolg van de Wet kwaliteitsborging en als gevolg van het verlagen van de tarieven. Deze effecten zijn nihil omdat de derving zorgt dat de gemeente juist weer in lijn komt met de begroting. Leges voor milieubelastende activiteiten paragraaf 2.5 De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Tot nu toe werden deze altijd bekostigd uit algemene middelen. In 2022 is met de Omgevingsdienst en een aantal gemeenten uit de regio legestarieven voor de milieuvergunningen berekend. In de nu voorgestelde tarieventabel is dit voorstel overgenomen.
Leges voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit paragraaf 2.3 artikel 2.8 De leges voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA) zijn afgestemd met de juridisch planologen van team PRO. De legeskosten komen overeen met de kosten die worden gerekend als voor dezelfde activiteit een anterieure overeenkomst zou worden gesloten. Voor de kleine BOPA activiteiten is net als in belastingjaar 2023 nu voor de kruimelgevallen (2de graad afwijking) een vast laag legesbedrag opgenomen. De lijst met kleine activiteiten is intern afgestemd met casemanagers, juridisch planologen en portefeuillehouder Ruimtelijke Ontwikkeling. Het verschil met de kruimelgevallenlijst is dat het toevoegen van een woning en het plaatsen van een antenne-installatie niet zijn opgenomen. In procedure bestaat er tussen een kleine of grote BOPA geen verschil. De nu opgenomen kleine BOPA activiteiten kennen daadwerkelijk een eenvoudige afweging passend bij het vaste legesbedrag van € 525. Teruggaaf in verband met het realiseren van voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw paragraaf 2.14, artikel 2.43 In sommige gevallen is een bouwplan vanwege de verduurzamingsmaatregelen in strijd met het bestemmingsplan. Voor het beoordelen van de strijdigheid wordt op basis van de legesverordening leges in rekening gebracht.
Het verduurzamen van bestaande bouw is gewenst en de afwijking van het bestemmingsplan is meestal zeer beperkt. In de situaties onder paragraaf 2.3, artikel 2.8 onder 9 ‘een uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard of voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw’ voelt leges heffen vanwege een beperkte strijdigheid met het bestemmingsplan niet juist. Voorgesteld wordt op het treffen van voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw genoemd paragraaf 2.3, artikel 2.8 onder 9, 100% teruggaaf van het daar opgenomen legestarief op te nemen. Hoofdstuk 3 Ten aanzien van paragraaf 3.1 Horeca, artikel 3.2 wijziging van het aanhangsel leidinggevende bij de drank- en horecavergunning en / of exploitatievergunning De leges voor wijziging leidinggevende wordt verlaagd van € 370,00 naar € 200,00 per aanvraag (memonummer 2023-764, 5 september 2023). Het toetsen van leidinggevende is door toegang tot verschillende online systemen eenvoudiger
geworden. Hierdoor kost het minder tijd om de geschiktheid van een nieuwe leidinggevende te beoordelen. Vanwege het feit dat er daarnaast meer capaciteit voor toezicht en handhaving op de Alcoholwet is vrijgemaakt, wordt verwacht dat er vaker een aanvraag voor het wijzigen van leidinggevenden zal worden gedaan. De verlaging van het tarief heeft hierdoor geen negatieve invloed heeft op de legesinkomsten. Onroerendezaakbelastingen Op basis van de jaarlijkse herwaardering en de gewenste 3% opbrengststijging worden de tarieven voor de onroerende- en roerende zaakbelasting jaarlijks berekend. Per september 2023 zijn de conceptwaarden van de herwaardering gebruikt om de tarieven te berekenen voor het heffen van de onroerende- en roerende zaakbelasting in 2024. Op het moment van ramen waren de waarderingen niet afgerond. In de raming is uitgegaan van een gereed percentage taxatiewaarden van 85% voor woningen en 75% van niet woningen. De gemiddelde waardestijging van woningen tussen 1 januari 2022 en 2023 is gemiddeld 5,6%. Het tarief voor woningen daalt als gevolg hiervan met gemiddeld -1,2%. Alle onroerende zaken worden jaarlijks gewaardeerd. Dit heeft gevolgen voor de jaarlijkse OZBtariefberekeningen. Ook bij het gelijk blijven van de gewenste opbrengst zal het tarief wijzigen. Dit omdat het vastgoed in de gemeente een waardeontwikkeling kent.
I
Algemeen
Voor de vaststelling van de tarieven zijn alle objecten meegenomen die op 1 januari 2023 in de belastingadministratie waren opgenomen. Vanaf 2022 moeten alle WOZ-taxaties van woningen op het aantal vierkante meters (gebruiksoppervlakte) gebaseerd zijn. Dit is een landelijke verplichting waardoor we van kubieke meters naar vierkante meters overgaan. Dit zorgt landelijk voor duidelijkheid en eenheid voor woningeigenaren. II
Tariefberekening en tariefbepalende elementen
De geraamde OZB opbrengst voor het jaar 2024 bedraagt € 31.618.343,-. De totale raming van de per ingangsdatum 1 januari 2024 vastgestelde waarden van de objecten in de gemeente 18.446.688.920 (woningen € 16.242.012.370 en niet woningen € 2.204.676.550). Hierbij moet worden aangetekend dat de algehele hertaxatie nog niet geheel is afgerond, een deel van de waarden is gebaseerd op schattingen. Er is rekening gehouden met de objecten die vrijgesteld zijn van heffing. De getaxeerde waarde van de objecten wordt afgerond op duizendtallen. De belastingaanslagen worden rekenkundig op twee decimalen afgerond. Voor verminderingen (bezwaar) is een taxatiewaarde geraamd van € 253.000,-. Voor de leegstand van de niet-woningen is een taxatiewaarde geraamd van € 100.000,-. Dit in lijn met eerdere jaren. Rekening houdend met vorenstaande factoren kunnen de volgende tarieven als percentage van de heffingsmaatstaf worden berekend: A: voor de gebruikersbelasting -
voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
dienen
0,2738%;
B: voor de eigenarenbelasting -
voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1083%;
- voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3917%; Lijkbezorgingsrechten Geen bijzonderheden Toeristenbelasting In de verordening 2024 is een artikel opgenomen (artikel 1) met hierin de definities voor de accommodaties met afwijkende belastingtarieven. De tarieven zijn aangepast met 7,75%. Havengelden Geen bijzonderheden Marktprecariobelasting Nieuw in 2024 is het tarief voor de individuele standplaats. Dit nieuwe tarief is gerelateerd aan de nota standplaatsenbeleid die gelijktijdig met de verordening Marktprecariobelasting 2024 op 3 oktober in het college gebracht. De definitie van de individuele standplaats is in deze verordening in artikel 1 opgenomen, net als de definitie van de ideële standplaats. Deze laatste is voor wat betreft de marktprecario heffing vrijgesteld. Precariobelasting De tarieven van de terrassen voor De Brink zijn aangepast. Reden hiervoor is dat in het raadsvoorstel met het voorstelnummer 842258 (13 november 2013) is besloten dat ten behoeve van de uitvoering van het inrichtingsplan terrassen (gezien de openbare raadsvergadering van 26 juni 2013, voorstelnummer 808128) een bedrag van € 63.000,- ter beschikking is gesteld. Deze werd verrekenend met het terrasprecario. Dit conform een periode van 10 jaar met een verhoging van 15%. Deze termijn is nu beëindigd.
De tarieven in 2024 van de terrasprecario voor De Brink zijn weer gelijk aan de tarieven voor het Grote Kerkhof. Eenmalig riool aansluitrecht Geen bijzonderheden Rioolheffing De hoofdlijnen van de kostenontwikkeling zijn beschreven in het Gemeentelijk rioleringsprogramma 2022-2026 (GRP) zoals dat in januari 2012 door uw raad is vastgesteld. Vastgesteld is dat het tarief de komende jaren stabiel blijft en alleen wordt gecorrigeerd voor indexering en door areaalaccres. Het areaalaccres houdt min of meer gelijke tred met de toename van het aantal percelen dat wordt aangeslagen voor de rioolheffing en heeft dus een beperkte invloed op de ontwikkeling van het tarief.
De volgende zaken werken door in de tariefstelling voor 2024: * De reguliere prijscompensaties voor lonen (5,2%) en kosten derden (8,2%) zijn gehanteerd. Ook de kosten voor overhead zijn geïndexeerd. * Er is sprake een extra verhoging van de lasten van € 120.000 in verband met de gestegen energietarieven. * Het percentage voor de interne rekenrente is verlaagd van 2,3% naar 2%. Dat geeft een verlaging van de lasten van ca. € 90.000. * Er is geen areaalaccres toegerekend. De afgelopen jaren bleek bij het opmaken van de jaarrekening enkele jaren op rij sprake te zijn van een rekeningoverschot op het product riolering en waterhuishouding. Dit overschot is toegevoegd aan de voorziening en de reserve riolering. Indien bij het opmaken van jaarrekening 2024 blijkt dat er sprake is van een tekort kan dit worden gedekt door te beschikken over de reserve.
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing en valt voor de lokale heffingen onder de belastingen. De afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing is verschuldigd voor het gebruik van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor de huishoudelijke afvalstoffen. De inwoners van Deventer zetten verder in op het recyclen van grondstoffen met behulp van de aanwezige voorzieningen. Ook in 2024 blijven de oorspronkelijke beleidsuitgangspunten van Diftar onverkort van toepassing:
* er geldt een 0-tarief voor GFT, PMD, Papier, Glas; * de tarieven zijn maximaal 100% kostendekkend; * er geldt een vast tarief per huishouden en een variabel tarief voor restafval, afhankelijk van het aanbiedvolume; * de literprijs is voor elke container gelijk. Het variabele tarief varieert recht evenredig met het aantal beschikbare liters van de container/ondergrondse container (140, 240, 50 of 25 liter); * de tariefopbouw is zodanig dat geen enkel containervolume benadeeld of bevoordeeld wordt; * voor een 240 liter container of een extra tweede container (ongeacht volume) geldt een toeslag van €36; * Het uitgangspunt blijft dat een huishouden gemiddeld 6 keer per jaar de restafvalcontainer (140 liter) aanbiedt.
Op de eerste locaties is het mogelijk om een afvalzak van 25 liter aan te bieden in de ondergrondse containers in 2023. Het streven is dat alle huishoudens die restafval wegbrengen naar ondergrondse containers in 2024 de mogelijkheid hebben om gebruik te maken van deze optie van het aanbieden van een afvalzak van 25 liter. Voorgesteld wordt de tarieven afvalstoffenheffing 2024 als volgt vast te stellen: Het basistarief afvalstoffenheffing is € 204,12 per perceel per jaar. Het variabele tarief per aanbieding van een afvalzak bestemd voor huishoudelijk restafval van maximaal 50 liter is € 3,35. Het variabele tarief per aanbieding van een afvalzak bestemd voor huishoudelijk restafval van maximaal 25 liter bedraagt € 1,67. Het variabele tarief per aanbieding van een 140 liter container voor restafval is € 9,37 en het variabele tarief per aanbieding van een 240 liter container voor restafval is € 16,07. De variabele tarieven in 2024 zijn
hetzelfde als aan de variabele tarieven 2023. De ‘Bijdrage regeling medisch afval 2024’ is vastgesteld op basis van deze tarieven. Het kwijtscheldingsniveau is vastgesteld op het gemiddelde aantal ledigingen dat door de huishoudens van Deventer wordt gerealiseerd. Voor 2024 is dat 6 ledigingen van de 140 liter container. Het vaste tarief binnen de afvalstoffenheffing stijgt ten opzichte van 2023 met € 6,-. Parkeren 1. parkeertarieven Conform het MPP en de begrotingsrichtlijnen wordt jaarlijks een tariefstijging doorgevoerd op de parkeertarieven. De hoogte van de tariefstijging is gebaseerd op de gemiddelde loon- en prijsstijging, voor 2024 dienen de tarieven voor parkeren met 0,7% extra te stijgen. Basis opbouw tariefstijging
* Gemiddelde loon- en prijsstijging * Besluitvorming MPP 2023 * Totale gewogen stijging
: 7,75% : 0,7% : 8,45%
1a. tarieven kort parkeren Gewogen stijging Bij een enkele parkeerautomaat op straat kan nog met contant geld worden betaald. Dit kan met munten van 50 cent, 1 of 2 euro. Kleinere munten veroorzaken storingen in de parkeerautomaat. Wanneer de tariefstijging exact per zone doorgevoerd wordt, zou de parkeerder met centen moeten betalen. Iets wat niet mogelijk is. De tariefstijging wordt daarom gewogen doorgevoerd. Het tarief van een of twee zones zal stijgen. De andere gebieden blijven gelijk. In de bijlage (overzicht parkeertarieven 2024) is een overzicht gegeven van de parkeertarieven per jaar per tariefzone Huidige tarieven * zone 1-2 (binnenstad) = 3,00 euro per uur * zone 3 (singels) = 2,50 euro per uur * zone 8 en 9 (schilwijken) = 1,25 euro per uur * parkeergarages = 1,94 euro per uur Voorgestelde tarieven voor 2024 * zone 1-2 (binnenstad) = 3,33 euro per uur * zone 3 (singels) = 2,73 euro per uur * zone 8 en 9 (schilwijken) = 1,30 euro per uur * parkeergarages = 2,14 euro per uur De tariefstijging is hoger dan de afgelopen jaren. De tarieven in alle zones stijgen. Hierdoor worden de lasten verdeeld waarbij er een duidelijk tariefverschil is tussen de binnenstad en de randen van het centrum. Dit voldoet aan de beleidsuitgangspunten. Met een tariefverschil creëer je een keuze voor de parkeerder. Dichtbij maar dan iets meer betalen of naar de rand of in de
parkeergarages waar het parkeren goedkoper is. 1b. Parkeertarieven parkeervergunningen, jaarkaarten en garageabonnementen De tarieven voor parkeervergunningen, jaarkaarten en garageabonnementen stijgen met 8,45% ten opzichte van de tarieven 2023. Dit is per product verwerkt. 2. parkeerzones aanpassen Toevoegen tariefzone 11: 15 parkeerplekken raambuurt worden uit zone 9 gehaald en toegevoegd aan zone 11. Het "nieuwbouw" deel van de raambuurt wordt gekenmerkt door een parkeerverbod zone. Er liggen geen parkeerplaatsen voor bewoners op straat. Deze parkeren in gemeenschappelijke parkeerkelders of op eigen terrein. Voor bezoekers (monteurs, thuiszorg etc) liggen circa 15 plekken die zijn aangewezen als betaalde parkeerplaatsen. Vergunninghouders mogen niet parkeren op deze plekken. Sinds het wegvallen van het parkeerterrein aan de Sluisstraat zoeken lang parkeerders een alternatief. Ze vragen een jaarkaart aan om te parkeren in zone 9. De capaciteit in de Raambuurt is beperkt en er is hier geen ruimte voor jaarkaarthouders. Wanneer de zone is opgedeeld kunnen de jaarkaarthouders nog wel parkeren in het gebied rondom de Boxbergerweg.
Betrokken partijen en participatie Intern heeft collegiale afstemming plaatsgevonden met Publiekscontacten, Ondernemen en Vergunningen, Projecten, realisatie en Ontwikkeling, Inrichting en beheer leefomgeving en Finance en Control. Draagvlak is aanwezig.
Financiële consequenties De gevolgen van de wijziging van de tarieven zijn verwerkt in de begroting 2024.
Betrokkenheid raad Na vaststelling en het van kracht worden van de verordeningen en de bijbehorende tarieventabellen gelden deze voor de door van gemeentewege te verrichten diensten. De verordeningen worden op wettelijke voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Daarnaast worden belanghebbenden over de tarieven en de wijze van belastingheffing en inning geïnformeerd via het Deventer belastingloket of parkeerloket
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer,
de secretaris,
de burgemeester,
J.P. Wassens
R.C. König