2023-710 Verordening onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid (ex art. 213a)
Tekst van het document
e
gemeente
Deventer
Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (ex art. 213a Gemeentewet) Wijzigingen en integrale tekst en toelichting
lnhoud 1.
Wijzigingen
2
2.
Integrale tekst en toelichting
4
1.
Wijzigingen
In de 213a verordening legt de raad vast hoe veel onderzoeken gedaan worden en op welke manier daarover gerapporteerd wordt (plan, voortgang en resultaten). Deze verordening is niet gewijzigd als gevolg van de rechtmatigheidsverantwoording. Het is wel onderdeel van het control raamwerk, waarom beleidswijziging op dit onderwerp is meegenomen met dit voorstel Artikel 1. Definities Redactionele wijzigingen (modelverordening gevolgd) Artikel 2. Onderzoeksfrequentie Er wordt jaarlijks een onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid uitgevoerd - in overeenstemming met de formulering in de wet. In de oude verordening stond doelmatigheid en/of doeltreffendheid, en daarmee strikt genomen niet in overeenstemming met de wet. Wei kunnen - zoals gebruikelijk onderzoeken worden gecombineerd in een onderzoek met zowel een doelmatigheids- als doeltreffend heids karakter. Nieuw artikel: 1. Burgemeester en wethouders onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van het gevoerde bestuur en de uitvoering van de taken. 2. Burgemeester en wethouders onderzoekt jaarlijks naar de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. 3. Onderzoeken kunnen gecombineerd in een onderzoek met zowel een doelmatigheids- als doeltreffendheidskarakter. Vervallen is de volgende bepaling: Oaarnaast heeft het college de moge/ijkheid om op basis van eigen initiatief onderzoeken uit te voeren indien daar aanleiding toe is.
Dit is overbodig omdat er geen beperking in het aantal onderzoeken is opgenomen in het artikel, het is daarmee mogelijk om meer onderzoeken uit te voeren. Vervallen is de volgende bepaling: Het college informeert de gemeenteraad over de uit te voeren onderzoeken. Deze bepaling is opgenomen in artikel 3. Artikel 3. Onderzoeksplan (nieuw artikel) Dit is een nieuw artikel waarin wordt vastgelegd hoe de raad wordt geinformeerd over voorgenomen onderzoeken: een onderzoeksplan als onderdeel van het auditplan. Ook is vastgelegd dat ook in de jaarrekening wordt gerapporteerd over de bevindingen. Daarnaast wordt zoals gebruikelijk gerapporteerd zodra onderzoeken zijn afgerond. Nieuw artike/ 3. Onderzoeksp/an 1. Burgemeester en wethouders nemen jaarlijks een onderzoeksplan voor de te verrichten onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid op in het auditplan. 2. Het onderzoeksplan bevat in ieder geval per onderzoek: a. het onderzoeksobject; b. de reikwijdte van het onderzoek; c. de doorlooptijd van het onderzoek; Artikel 4. Voortgang onderzoeken (oude artikel 3) In dit artikel wordt vastgelegd dat ook in de jaarrekening wordt gerapporteerd over de bevindingen. Daarnaast wordt gerapporteerd zodra onderzoeken zijn afgerond. Artikel 5. Verslag en plan van verbetering (oude artikel 4) Redactionele wijzigingen
pag. 2/6
Artikel 6. lntrekking oude regeling (oude artikel 5) Redactionele wijziging Artikel 7. lnwerkingtreding en citeertitel (oude artikel 6) Redactionele wijziging Wijzigingen in de toelichting De toelichting is gebaseerd op de modelverordening van de VNG en aangepast op basis van bovenstaande voorstel. De toelichting is ingekort, met name door beschrijving van het onderzoeksplan te beperken, en daarmee ruimte te laten voor een eigen invulling.
pag. 3/6
2. Integrale tekst en toelichting Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur (ex art. 213a Gemeentewet) Deventer 2023. Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Doelmatigheid: de mate waarin een maximale hoeveelheid producten en prestaties is gerealiseerd met een minimale hoeveelheid middelen of een hagere kwaliteit wordt bereikt met een gelijkblijvende hoeveelheid aan middelen; Doeltreffendheid: de mate waarin de geleverde producten en prestaties bijdragen aan het realiseren van gestelde gemeentelijke beleidsdoelen. Artikel 2. Onderzoeksfrequentie 1. Burgemeester en wethouders onderzoekt jaarlijks de doelmatigheid van het gevoerde bestuur en de uitvoering van de taken. 2. Burgemeester en wethouders onderzoekt jaarlijks naar de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. 3. Onderzoeken kunnen gecombineerd in een onderzoek met zowel een doelmatigheids- als doeltreffendheidskarakter. Artikel 3. Onderzoeksplan 1. Burgemeester en wethouders nemen jaarlijks een onderzoeksplan voor de te verrichten onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid op in het auditplan. 2. Het onderzoeksplan bevat in ieder geval per onderzoek: a. het onderzoeksobject; b. de reikwijdte van het onderzoek; c. de doorlooptijd van het onderzoek; Artikel 4.
Voortgang onderzoeken Burgemeester en wethouder rapporteren periodiek over de voortgang van de onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid. Artikel 5. Verslag en plan van verbetering 1. De onderzoeksresultaten worden vastgelegd in een verslag. Het verslag bevat tenminste een analyse van de onderzoeksresultaten en indien nodig aanbevelingen voor verbetering. 2. Op basis van het verslag stellen burgemeester en wethouders indien nodig een plan van verbetering op. 3. Het verslag en het plan van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. 4. Burgemeester en wethouders nemen op basis van het plan van verbetering organisatorische maatregelen. Artikel 6. lntrekking oude regeling De 'Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Deventer 2019' wordt ingetrokken. Artikel 7. lnwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onderzoeken doelmatigheid en \ doeltreffendheid bestuur (ex art. 213a Gemeentewet) Deventer 2023 Aid~ vastgesteld ,n de openbare raadsvergadering van 20 december 2023 De ra~d v7 md, de gri it,
de voorzitter,
A. Ker/er
RC.König_
..5i=. pag. 4/6
Toelichting Algemeen Artikel 213a van de Gemeentewet verplicht tot periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door burgemeester en wethouders gevoerde bestuur. Anders dan het onderzoek door de rekenkamer gaat het hierbij om een zelfonderzoek. Onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid - bijvoorbeeld op het gebied van milieu, leefbaarheid, openbaar vervoer en huisvesting - is van groot belang voor de algemene oordeelsvorming over het gevoerde beleid. Met deze onderzoeken wordt beoogd de transparantie van gemeentelijk handelen te vergroten, en daardoor doelmatiger en doeltreffender te werken en de publieke verantwoording daarover te versterken. Alle zaken die voor een doelmatig en doeltreffend bestuur van belang zijn kunnen daarbij aan de orde komen. Ook dienen burgemeester en wethouders op basis van deze wet periodiek te onderzoeken of de inrichting van de gemeentelijke organisatie (in brede zin: de personeelsformatie, de informatievoorziening en de administratieve organisatie) en het gemeentelijk middelenbeheer aan de gestelde eisen voldoet. Relatie met lokale rekenkamer De controle op en de evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van het bestuur geschieden primair door de raad en burgemeester en wethouders zelf.
Daarnaast doen de lokale rekenkamers ook onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid en beheer. De rekenkamer kan op grond van het gestelde in artikel 213a, derde lid, van de Gemeentewet gebruik maken van de onderzoeksresultaten van burgemeester en wethouders. Ook kan de rekenkamer zo nodig een tweede oordeel geven, als ze van mening is dat over een bepaald onderwerp een onafhankelijk oordeel moet worden gegeven. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 2. Onderzoeksfrequentie In artikel 2 worden burgemeester en wethouders opgedragen onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door burgemeester en wethouders gevoerde bestuur. Dit onderzoek moet minimaal 1 keer per jaar plaatsvinden mits het zowel een doelmatigheids- als doeltreffendheidskarakter heeft. Als het geen gemengd karakter heeft zal naast een doelmatigheids- ook een doeltreffend heidsonderzoek gedaan worden. Eerste lid De onderzoeken naar de doelmatigheid van het gevoerde bestuur betreffen onderzoeken naar de uitvoering van het gemeentelijk beleid en beheer van gemeentelijke middelen. Deze richten zieh doorgaans enerzijds op (een deel van) de organisatie van de gemeente en anderzijds op de gemeentelijke taken.
Tweede lid De onderzoeken naar de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur heeft betrekking op de doelstellingen van de organisatie en/of in de programma's of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Derde lid Onderzoeken hebben veelal zowel een doelmatigheids- als doeltreffendheidskarakter, in de praktijk zal het onderscheid niet zo scherp te trekken zijn. Met één onderzoek met een gemengd karakter per jaar wordt voldaan aan de wet, een tweede onderzoek in hetzelfde jaar kan zieh richten op alleen doelmatigheid of alleen doeltreffendheid.
pag. 5/6
Artikel 3. Onderzoeksplan Burgemeester en wethouders stellen een onderzoeksplan op voor het kernende jaar. Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoek(en), zij het uiteraard nag globaal. Het onderzoeksplan wordt als onderdeel van jet auditplan aangeboden aan de raad. In het tweede lid is aangegeven wat in ieder geval moet worden opgenomen in het onderzoeksplan. Artikel 5. Verslag en plan van verbetering Met de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan oak neergelegd in verslagen voor de raad, zeals voorgeschreven in de wet. In aanvulling op de wettelijke voorschriften is in deze verordening opgenomen dat aanbevelingen voor verbetering onderdeel zijn van het verslag. De raad ontvangt de verslagen zodra ze zijn vastgesteld. De verslagen worden oak gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag (op basis van artikel 197, tweede lid, van de Gemeentewet).
pag. 6/6