CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-520 Raadsvoorstel Regie op windenergie

Raadsvergadering 11 oktober 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Regie op windenergie /RES /Energietransitie (vervolg stemmingen)3.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp

:

Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team

: : : :

Regie op windenergie RES energietransitie Wethouder Walder, 2023-520 30-05-2023 DEV-BLD

Inleiding Deventer heeft als ambitie om voor 2030 55% reductie van de CO2-uitstoot te realiseren. Dit is in lijn met de doelstelling in het Nationale Klimaatakkoord. Met alleen zonne-energie is deze doelstelling niet haalbaar. Windenergie is hiervoor noodzakelijk. Met het vaststellen van de RES 1.0 West-Overijssel is door de raad besloten dat Deventer 212 GWh aan duurzame elektriciteit gaat opwekken in 2030. Hierbij heeft Deventer, in tegenstelling tot de meeste andere gemeenten, geen zoekgebieden aangewezen. Wel is ingestemd met de indicatieve opwekverdeling 60% wind en 40% zon. Hierdoor worden de bestaande netcapaciteit het beste benut en de maatschappelijke kosten voor het aanpassen van het netwerk het laagst gehouden. Om invulling te geven aan onze ambitie om de CO2-uitstoot met 55% te reduceren, stelt het college nu voor om het zoekgebied aan beide kanten en langs de gehele Deventer lengte van de A1 te herbevestigen conform de door uw raad vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsvisie. Als eerste stap van het gebiedsproces wordt in samenspraak met belanghebbenden een toetsingskader voor windenergie-initiatieven gemaakt. Dit toetsingskader wordt door de raad vastgesteld. Bij het vaststellen van de RES 1.0 is al bepaald dat hierbij veel ruimte voor lokaal eigenaarschap en financiële participatie moet zijn.

Ook zal in het participatieve proces om te komen tot een toetsingskader veel aandacht worden besteed aan gezondheidsrisico's, met name in relatie tot geluid, trillingen en slagschaduw. Uiteindelijk moet het leiden tot plaatsing van windmolens voor de opwekking van duurzame energie waarmee wij met elkaar, op een zo gedragen mogelijke manier, de RES-doelstelling realiseren. Hiermee bieden wij helderheid aan onze inwoners waar en binnen welke kaders windmolens in Deventer mogelijk zijn. Achtergrond De kern van de collegeaanpak was tot nu toe de volgende: participatie rond grootschalige energieopwekking is van zeer groot belang. Die participatie wilden wij in eerste instantie vormgeven door middel van een Burgerberaad. Eind januari van dit jaar heeft de gemeenteraad het initiatief voor het Burgerberaad naar zich toe getrokken. In bijlage 1 is kort beschreven wat er de afgelopen jaren is gebeurd met betrekking tot windenergie. Op 29 maart jl. was er een werksessie voor de raad over windenergie waarin, naast een terugblik op de afgelopen 2½ jaar, verschillende scenario’s zijn gepresenteerd. Regionale energie strategie (RES 2.0) De regio West-Overijssel werkt aan het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES) 2.0.

De regionale planning voor het vaststellen van de RES 2.0 kent twee oplevermomenten aan het Nationaal Programma RES: * voortgang RES 2.0 op 1 juli 2023 – feitelijke informatie, stand van zaken; * herijking RES 2.0 januari/februari 2024 – inhoudelijke aanpassingen, opnemen van nieuwe zoekgebieden.

Zowel ambtelijk als bestuurlijk maakt de provincie Overijssel duidelijk dat wordt verwacht dat Deventer invulling geeft aan de RES-afspraken. Na 1 juli is de provincie verplicht vergunningsaanvragen voor windprojecten in behandeling te nemen en een provinciaal inpassingplan (PIP) op te stellen indien er geen zoekgebied voor windenergie is aangewezen. Plan MER Het moment van oplevering van Herijking RES 2.0 wordt in West-Overijssel vooral bepaald door de plan-MER (Milieu Effect Rapportage) en de te doorlopen (besluitvormings-)procedures. De publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) was de start van de MER-procedure. Deventer heeft een door de raad vastgestelde zienswijze ingediend op de NRD waarin wordt gevraagd om de geluidseffecten niet alleen kwalitatief te beoordelen, maar zoveel mogelijk kwantitatief. Een goed onderzoek door het RIVM naar geluidsnormen en afstanden van woningen tot windmolens, draagt bij aan een goed debat over dit onderwerp. Halverwege dit jaar wordt duidelijk wat de landelijke normen worden. In het eerste kwartaal van 2024 zijn deze normen onherroepelijk. Netcongestie Begin april 2023 heeft Provincie Overijssel per brief het ’Afwegingskader provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK)’ aangeboden. Daarin wordt vastgelegd waar Enexis gaat investeren in versterking van het stroomnet.

Gemeenten die geen zoekgebieden voor windenergie hebben aangewezen krijgen een lagere prioriteit in de pMIEK. Dat betekent dat de netcongestie bij de Hoogspanning Midden Station Deventer Bergweide later wordt aangepakt. Dit heeft gevolgen voor de energievoorziening van bedrijven in Deventer. Bovendien werkt dit vertragend en frustrerend voor de energietransitie. Brief aan Provinciale Staten Op 16 mei 2023 heeft Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten een brief gestuurd waarmee ze laten weten dat ze bepaalde gemeenten ondersteunen in het vaststellen van zoekgebieden voor de grootschalige opwek van windenergie op land na 1 juli 2023. Dat betreft gemeenten die hebben gevraagd om verzoeken voor vergunning voor wind op land voor die gemeenten pas na de afgesproken datum in behandeling te nemen (uiterlijk 1 januari 2024), waarbij maatwerk per gemeente uitgangspunt is. (zie bijlage 4) Wij zullen de provincie verzoeken om geen verzoeken voor vergunning binnen het aangewezen zoekgebied en uiteraard ook daarbuiten in behandeling te nemen voordat de gemeenteraad het gemeentelijke toetsingskader voor windinitiatieven heeft vastgesteld.

Raadsvoorstel 1. Het gebied langs de A1 als zoekgebied voor windmolens te herbevestigen, conform de Omgevingsvisie Deventer en in lijn met het Fundament van de Omgevingsvisie 'Overijssel voor elkaar' 2. Als eerste stap van het gebiedsproces, een toetsingskader windenergie te maken, in samenspraak met belanghebbenden 3. De provincie te verzoeken om geen vergunningaanvragen binnen het aangewezen zoekgebied en daarbuiten in behandeling te nemen voordat de gemeenteraad het gemeentelijke toetsingskader voor windinitiatieven heeft vastgesteld.

Kern raadsvoorstel Deventer heeft als ambitie om voor 2030 55% reductie van de CO2-uitstoot te realiseren en onderschrijft de noodzaak om duurzame energie op te wekken in een mix van zon en wind. De gemeente bevestigt het gebied langs de A1, van de IJssel tot aan de

oostelijke gemeentegrens, als zoekgebied voor windmolens, conform de door uw raad vastgesteld Omgevingsvisie Deventer en in lijn met het Fundament van de Omgevingsvisie 'Overijssel voor elkaar'. Binnen het zoekgebied neemt de gemeente het voortouw in het uitvoeren van een participatief gebiedsproces. De eerste stap van het gebiedsproces leidt tot het opstellen van een toetsingskader waarin spelregels en kaders worden vastgesteld ter beoordeling van windinitiatieven. Het toetsingskader wordt in samenspraak met betrokkenen gemaakt en wordt uiteindelijk vastgesteld door de gemeenteraad. De spelregels en kaders in het toetsingskader kunnen o.a. gaan over lokaal eigenaarschap, een gebiedsfonds, normen voor geluid en slagschaduw en de manier waarop belanghebbenden bij concrete initiatieven worden betrokken. De gemeente verzoekt de provincie om geen vergunningaanvragen binnen het aangewezen zoekgebied en daarbuiten in behandeling te nemen voordat de gemeenteraad het gemeentelijke toetsingskader voor windinitiatieven heeft vastgesteld. Met het aanwijzen van een zoekgebied voor windenergie krijgt het investeren in het elektriciteitsnetwerk van Deventer weer een hoge prioriteit bij de netbeheerder. Dit is belangrijk voor de energievoorziening en verduurzaming van bedrijven in Deventer.

Beoogd resultaat Helderheid bieden aan onze inwoners waar en binnen welke kaders windmolens in Deventer mogelijk zijn. Daartoe is het noodzakelijk dat de gemeente zelf zoveel mogelijk de regie voert over het plaatsen van windmolens. Het zoekgebied aan beide kanten en langs de gehele Deventer lengte van de A1 is daarvoor al aangewezen in de reeds vastgestelde gemeentelijke Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsvisie. Dit bevestigen wij met dit besluit. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie om voor 2030 55% reductie van de CO2-uitstoot te realiseren. Als eerste stap van het gebiedsproces wordt in samenspraak met belanghebbenden een toetsingskader voor windenergie-initiatieven gemaakt. Dit toetsingskader wordt door de raad vastgesteld. Bij het vaststellen van de RES 1.0 is al bepaald dat hierbij veel ruimte voor lokaal eigenaarschap en financiële participatie moet zijn. Ook zal in het participatieve proces om te komen tot een toetsingskader veel aandacht worden besteed aan gezondheidsrisico's, met name in relatie tot geluid, trillingen en slagschaduw. Uiteindelijk moet het leiden tot plaatsing van windmolens voor de opwekking van duurzame energie waarmee wij met elkaar, op een zo gedragen mogelijke manier, de RES-doelstelling realiseren.

Kader * RES 1.0 West-Overijssel * Omgevingsvisie Deventer * Fundament Omgevingsvisie provincie Overijssel * pMIEK (provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat) * Categorieën voor verplichte participatie onder Omgevingswet en Deventer Participatiebeleid

Argumenten ten behoeve van de raad Voor 1.1 Windenergie is nodig om onze eigen klimaatdoelstellingen te halen. Deventer heeft als ambitie om voor 2030 55% reductie van de CO2-uitstoot te realiseren. 1.2 Deventer heeft zich gecommitteerd aan het RES proces en de verhouding 60/40

tussen wind en zon Op 7 juli 2021 heeft de raad ingestemd met RES 1.0 en de Deventer bijdrage van 212 GWh aan het RES-bod van West Overijssel. In de RES 1.0, is ook de verhouding 60/40 tussen wind en zon opgenomen. Deventer is en voelt zich medeverantwoordelijk voor het regionale bod. Het aandeel wind bedraagt dan 127 GWh (8 á 9 windmolens). 1.3 Herbevestiging van keuzes in Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie Deventer is windenergie langs grootschalige infra-elementen zoals de A1 (Schipbeekzone) al mogelijk. In de Omgevingsvisie staat op pag. 61 hierover het volgende: ‘We zien mogelijkheden om in het buitengebied in energielandschappen (zonne- en windmolenparken) energie op te wekken. Deze landschappen zijn door hun verschijningsvorm en omvang gebiedsvreemde elementen, die niet of moeilijk in de omgeving zijn in te passen. In het oude hoevenlandschap en het rivierenlandschap (Natura 2000-gebied) zien we weinig tot geen mogelijkheden, maar wel langs grootschalige infra-elementen zoals de A1 (Schipbeekzone) en in delen van het jonge ontginningslandschap’. In het Fundament Omgevingsvisie Overijssel is dit gebied ook aangewezen als geschikt voor het opwekken van windenergie (zie bijlage 2). Dit besluit is in feite een herbevestiging van het bestaande Omgevingsbeleid.

Windmolens langs bestaande infrastructuur (A1) en diens invloedsfeer wordt in het algemeen gezien als het minst hinderlijk. 1.4 Eerdere (focus)gebieden voor wind uit de Windverkenning hebben geen speciale status. De Windverkenning (nov 2020) is niet door de gemeenteraad vastgesteld en heeft geen formele status. Dat betekent dat voor de hele zone langs de A1 een toetsingskader wordt opgesteld, waar initiatieven aan worden getoetst. Binnen de genoemde zone zijn er dan ook geen gebieden met een speciale status, zoals een focusgebied. 1.5 Aanwijzen zoekgebied wind versnelt investeringen in energie infrastructuur Deventer Netcongestie leidt tot beperkingen voor uitbreiding van zonne-energie, met name op daken en grond van bedrijven. Begin april 2023 heeft Provincie Overijssel per brief (kenmerk D2023-03-008904) het ’Afwegingskader provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) aangeboden. Daarin wordt de prioritering van investeringen in versterking van het stroomnet door Enexis gerelateerd aan het al dan niet aanwijzen van zoekgebieden voor windenergie. Door dit besluit verwachten wij dat Deventer een hogere prioriteit krijgt.

1.6 Aanwijzen van een zoekgebied beperkt de mogelijkheden voor initiatieven buiten het zoekgebied Met het bevestigen van het gebied dat ook al in de gemeentelijke Omgevingsvisie en het Fundament van de provinciale Omgevingsvisie is aangewezen voor wind, maken we duidelijk dat we het plaatsen van windmolens buiten het zoekgebied niet wenselijk vinden. Wij richten ons hiermee op windinitiatieven die juridisch een grotere kans van slagen hebben. 1.7 Aanwijzen zoekgebied wind voorkomt een provinciaal inpassingsplan (PIP)

Twee jaar geleden is in het kader van de RES afgesproken dat de Overijsselse gemeenten tot 1 juli 2023 de tijd kregen om zoekgebieden voor wind vast te stellen. Zowel ambtelijk als bestuurlijk geeft de provincie Overijssel het signaal af dat Deventer zoals afgesproken(een) zoekgebied(en) moet aanwijzen. Na 1 juli is de provincie namelijk verplicht vergunningsaanvragen voor windprojecten in behandeling te nemen en een provinciaal inpassingplan (PIP) op te stellen als er nog geen gemeentelijk zoekgebied voor windenergie is aangewezen. Vanuit de Elektriciteitswet is de provincie in eerste aanleg bevoegd gezag voor windparken van 5 - 100 MW (1 grote molen levert al 6 MW). Op grond van dit besluit zullen wij de provincie verzoeken om geen vergunningaanvragen binnen het aangewezen zoekgebied in behandeling te nemen voordat de gemeenteraad het gemeentelijke toetsingskader voor windinitiatieven heeft vastgesteld. 2.1 Een zorgvuldig gebiedsproces organiseert en borgt medezeggenschap Via een gebiedsproces wordt medezeggenschap voor belanghebbenden georganiseerd en geborgd. Het doel hiervan is de verschillende belangen zo tijdig mogelijk op tafel te krijgen en daarmee een zorgvuldig afgewogen besluit te kunnen nemen. Cruciaal daarbij is aan de voorkant duidelijk en eerlijk te zijn over de kaders.

Dit maakt duidelijk wat vastligt (opgave, zoekgebied, landelijke normen) en waar ruimte is voor invloed. Als gemeente verzorgen we de daarom start van het gebiedsproces, waarbij de focus ligt op het opstellen van een toetsingskader voor windinitiatieven. Vervolgens is het aan de initiatiefnemers voor windenergie zelf om de participatie rond een specifieke projectlocatie via een gebiedsproces vorm te geven (conform toetsingskader en de Omgevingswet). Daarvoor zijn ze zelf verantwoordelijk. De kwaliteit van de projectparticipatie weegt de gemeente mee bij de beoordeling van een initiatief. Vindt de gemeente de participatie die een initiatiefnemer heeft georganiseerd niet goed genoeg, dan krijgt initiatiefnemer de kans de participatie opnieuw te organiseren. Wil de initiatiefnemer dit niet, dan kan de gemeente ervoor kiezen de aanvraag niet in behandeling te nemen. 2.2 Het toetsingskader geeft aan wat de essentiële onderdelen zijn voor een proces waarbij de omgeving op een goede manier wordt meegenomen bij wind initiatieven. De eerste fase van het gebiedsproces leidt tot een toetsingskader voor windinitiatieven waarin verschillende inhoudelijk/financiële voorwaarden worden beschreven. Het kader omvat meer dan alleen de planologische juridische procedure die doorlopen moet worden. Het gaat ook in op de rolneming van de gemeente en haar inwoners.

Ook inwoners kunnen verschillende rollen oppakken: grondeigenaar, bewoner of actief in een energiecoöperatie of bewonersplatform. In het toetsingskader wordt o.a. het volgende opgenomen: * Een beschrijving van het te volgen gebiedsproces (participatie) door een initiatiefnemer van een windproject; * Dat een inspanningsverplichting is vereist van initiatiefnemers om dit uit te voeren; * Dat de resultaten van het gebiedsproces worden vastgelegd in een omgevings-overeenkomst; * Dat het bevoegd gezag de resultaten van het participatieve gebiedsproces meeweegt in de besluitvorming over de vergunning. * Ontwerprichtlijnen en technische kaders * Geldende wet- en regelgeving * Bewonersparticipatie, co-creatie en planschade

* Streven naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap * Mogelijkheden voor het vormen van een gebiedsfonds * Landschappelijke inpassing * Bijzondere aandacht zullen we hierbij besteden aan de afstandsnormen ten opzichte van dichtbebouwde gebieden/woonwijken. Hierbij doet zich onder meer de vraag voor of we, naast of in aanvulling op de nog door het rijk vast te stellen normen, specifiek gemeentelijke normen willen hanteren. Tegen * We zijn ons bewust dat in het Evaluatierapport Buhrs wordt geadviseerd om juist samen met belanghebbenden over locaties voor windmolens te bepalen. In geval gaat het echter niet om concrete locaties, maar om het aanwijzen van een zoekgebied. De eerste stap van het participatieproces is het opstellen van een toetsingskader dat zal worden toegepast voor beoordeling van concrete initiatieven binnen het zoekgebied. Het aanwijzen van een zoekgebied is de enige manier om zelf regie te houden in relatie tot de bevoegdheid van de provincie en ervoor te zorgen dat investeren in het elektriciteitsnet van Deventer hoge prioriteit krijgt bij de netbeheerder (pMIEK). Gemeente kiest er nu voor om voor het gebied dat in de gemeentelijke en provinciale omgevingsvisie al staat beschreven als gebied waar windenergie al mogelijk is, samen met belanghebbenden een toetsingskader op te stellen. Daarmee houden belanghebbenden invloed op initiatieven.

* Binnen het aangewezen zoekgebied heeft de gemeente minder sturing op de exacte locaties van windmolens. Ze kunnen, vanuit het oogpunt van de gemeente, op minder optimale locaties komen te staan. Het toetsingskader biedt echter de mogelijkheid om te sturen op de meest geschikte locaties. * Plaatsen van windmolens zal leiden tot weerstand van omwonenden en andere partijen. Dit is niet te voorkomen en is onafhankelijk van de locatie en het participatieproces. Belangrijk aandachtspunt uit het Evaluatierapport Buhrs hierbij is ‘voldoende ruimte bieden voor interactie: het uitwisselen van zorgen, wensen en belangen’ en ’Deelnemers voldoende kennis geven’. * Er zijn nog geen (nieuwe) landelijke normen voor geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid. Medio dit jaar wordt duidelijk wat de landelijke normen worden. In het eerste kwartaal van 2024 worden deze onherroepelijk. Gedurende het participatieproces zal steeds transparant worden gecommuniceerd over de stand van zaken betreffende de ontwikkeling en vaststelling van deze normen. Het lijkt vooralsnog onwaarschijnlijk dat de provincie of gemeente in zal stemmen met een plan voordat er duidelijkheid is over de landelijke normen. Daarnaast zal ook de vraag worden gesteld of het wenselijk is om in aanvulling op de landelijke normen gemeentelijke normen te hanteren.

* Besluitvormingsproces over windenergie loopt samen met het besluitvormingsproces van de RES 2.0 en het opstellen van een nieuw Energieplan. Deze processen lopen niet volgordelijk en kunnen daardoor de besluitvorming bemoeilijken. Afhankelijk wanneer de besluitvorming in de raad over het zoekgebied wind plaatsvindt kan het besluitvormingsproces voor de RES 2.0 te vroeg komen. De gemeentelijke besluitvorming over windenergie zal leidend zijn. Dit vraagt afstemming met RES West-Overijssel en een duidelijke planning voor de raad, belanghebbenden en inwoners.

Betrokken partijen en participatie Het politieke proces rond de Windverkenning in 2021 heeft laten zien dat de uitgevoerde participatie niet heeft geleid tot besluitvorming in de gemeenteraad over de Windverkenning. Het participatieproces is geëvalueerd door Bureau Buhrs. Raadsmededeling Maatschappelijke dialoog grootschalige opwek Gemeente Deventer (raadsinformatie.nl)

De aandachtspunten uit het eindrapport vormen een belangrijke bouwsteen van dit nieuwe proces. Daarnaast vormt het nieuwe gemeentelijk participatiebeleid (febr 2023) de basis. Het belangrijkste aandachtspunt is dat 'bij aanvang en gedurende het hele proces het doel van het proces en mate van invloed van de deelnemers duidelijk moet zijn. Ook dienen deelnemers goed inzicht te hebben in wat met de resultaten wordt gedaan: in welk beleidsproces worden ze gebruikt, hoe verloopt de besluitvorming?' Het antwoord daarop luidt als volgt: het doel van de eerste stap van het participatieproces is het opstellen van een toetsingskader voor windinitiatieven. Alle deelnemers aan het participatieproces worden uitgenodigd om daar input voor te leveren. Alle input wordt vastgelegd en meegenomen in het toetsingskader dat uiteindelijk wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Tijdens dat besluitvormingsproces zal de raad beoordelen of de opbrengst van het participatieproces op de juiste wijze is verwerkt in het toetsingskader. Als deelnemers aan het participatieproces het niet eens met het voorgestelde toetsingskader kunnen ze dat kenbaar maken aan de gemeenteraad. Lusten & lasten In een nieuw participatietraject zal meer aandacht besteed worden aan de lusten die tegenover de lasten staan. Daarbij ligt een vorm van financieel voordeel het meest voor de hand.

Dat kan door financiële participatie in windmolens, delen in de opbrengst van de windmolen en/of gebruik van een deel van de opgewekte energie voor eigen gebruik. Ook kan worden gedacht aan voordelen zoals het instellen van een gebiedsfonds waarmee bijvoorbeeld investeringen in buurt-/ dorpsvoorzieningen, natuur en recreatie betaald kunnen worden. Dat fonds wordt dan jaarlijks gevuld met een deel van de opbrengsten van de windmolens. Omwonenden bepalen waaraan het geld uit het gebiedsfonds wordt besteed. Voor al deze vormen van compensatie van negatieve effecten van windmolens op het leefgenot geldt dat het niet eenvoudig is om dit zorgvuldig, eerlijk en rechtmatig uit te voeren. Er zijn wel goede voorbeelden uit Nederland en in bijvoorbeeld Duitsland wordt hiermee al jaren met succes (en draagvlak) gewerkt. Veranderende rol gemeente Ons uitgangspunt is dat het plaatsen van windmolens bij voorkeur voort moet komen uit lokaal initiatief. Initiatiefnemers zijn daarmee primair verantwoordelijk voor het organiseren van een adequaat participatieproces. Dit past ook bij de uitgangspunten van de Omgevingswet. Dat neemt niet weg dat de gemeente daarin een belangrijke rol speelt. Die rol moet er bovenal toe leiden dat maximale zeggenschap van betrokkenen wordt geborgd.

Daarom wordt als eerste stap van het participatieve gebiedsproces onder regie van de gemeente een toetsingskader voor windinitiatieven opgesteld. Dit toetsingskader wordt door de raad vastgesteld.

Financiële consequenties Het uitvoeren van een participatief gebiedsproces waarvan de eerste stap wordt gevormd door het opstellen van een toetsingskader en de bijbehorende communicatie vraagt om extra capaciteit. Die kan worden gedekt uit de extra middelen uit de regeling capaciteit voor klimaat en energiebeleid. Hierbij is voor 2023 rekening gehouden met €150.000,- en voor 2024 en 2025 met €200.000,-. Via een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer worden afspraken gemaakt over de kostenverdeling van het hele planproces.

Betrokkenheid raad Op 29 maart jl. was er een werksessie voor de raad over windenergie waarin, naast een terugblik op de afgelopen 2½ jaar, verschillende scenario’s zijn gepresenteerd. Na dit besluit wordt gestart met het gebiedsproces. De eerste stap daarin is het

opstellen van een toetsingskader voor windinitiatieven. Het toetsingskader voor windinitiatieven wordt samen met inwoners en belanghebbenden opgesteld (Q3 2023) en wordt ter besluitvorming voorleggen aan de raad (Q4 2023).

Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,

M.A. Kossen

R.C. König

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13273817/1