CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-441 Rapportage investeringsprogramma verduurzaming gemeente Deventer

Raadsvergadering 19 juli 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Portefeuillestrategie verduurzaming vastgoed3.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Investeringsprogramma verduurzaming maatschappelijk vastgoed Deventer 11 mei 2023

Colofon Referentie

20230511/511/KvdB/WvdD

Contactpersoon

Jordy Daneel

Organisatie

Gemeente Deventer

Auteurs

Kees-Jan van den Bosch Wouter van der Does

2

INHOUDSOPGAVE 01

INLEIDING ................................................................................................................................................................................. 4 Een routekaart voor de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed ............................................................ 4 Doel van het onderzoek en status van de getallen ......................................................................................................... 4 Belangrijkste conclusies .......................................................................................................................................................... 5

02

DOELSTELLING EN UITGANGSPUNTEN ......................................................................................................................... 7 Doelstelling voor de verduurzaming van de vastgoedportefeuille ............................................................................. 7 Doelstelling per gebouw ........................................................................................................................................................ 7 Verduurzamen. Hoe dan? ..................................................................................................................................................... 8

03

INVESTERINGSPROGRAMMA 2023-2030 ..................................................................................................................... 9 De verduurzamingsstrategie is afhankelijk van het toekomstperspectief. ................................................................. 9 Logisch pakket van ingrepen voor Deventer .................................................................................................................... 9 Circulariteit, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie ....................................................................................................... 11

04

BIJLAGE: ALTERNATIEF INVESTERINGSPROGRAMMA .......................................................................................... 12

3

01

INLEIDING Een routekaart voor de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed

In 2020 heeft de gemeente Deventer een routekaart verduurzaming opgesteld voor het maatschappelijk vastgoed. Hierin beschrijft de gemeente de stappen die zij wil doorlopen om het maatschappelijk vastgoed in 2050 energieneutraal te laten zijn. Hiervoor is in 2021 een investeringsprogramma opgesteld. Sindsdien zijn er veel ontwikkelingen, zowel binnen de gemeente als op het gebied van wet- en regelgeving. Zo heeft de EU haar ambities voor 2030 verhoogd van 49% naar 55% CO2-reductie ten opzichte van 1990, en heeft het kabinet het streven zelfs naar 60% gezet. Daarnaast zijn de kosten voor de verduurzaming in de afgelopen twee jaar sterk gestegen. Ook is de portefeuille van de gemeente Deventer beter inzichtelijk. Door deze ontwikkelingen is de wens ontstaan om het investeringsprogramma uit 2021 te herijken. In dit investeringsprogramma doen we een voorstel voor de aanpak van de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed in de periode tot 2030. We prioriteren de werkzaamheden en komen tot logische “clusters” voor de uitvoering. Daarnaast geven we inzicht in de duurzaamheidsdoelstellingen die verder gaan dan enkel de CO2-reductie van de gebouwde omgeving: klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en circulariteit. Het investeringsprogramma maakt onderdeel uit van de portefeuillestrategie verduurzaming vastgoed van de gemeente Deventer.

Het investeringsprogramma geeft inzicht in de verduurzaming van het directe en het indirecte bezit van de gemeente Deventer. Het plan omvat 153 gebouwen, met een totale oppervlakte van circa 240.000 m2 BVO. Hieronder valt het directe bezit van de gemeente, zoals de gemeentelijke huisvesting, maar ook het indirecte bezit, zoals onderwijshuisvesting. Een overzicht is opgenomen in Figuur 1.

Figuur 1 – Overzicht van het te verduurzamen vastgoed

Doel van het onderzoek en status van de getallen Het onderzoek is bedoeld om het budget vast te stellen voor verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed. De berekeningen zijn gemaakt op basis van de huidige techniek en met de meest voor de hand liggende oplossingen. Het investeringsprogramma is afgestemd op de huidige plannen voor onderhoud en nieuwbouw. In de praktijk zal blijken dat gebruik verandert, elk gebouw anders is en er in de praktijk ook met alternatieven gewerkt kan worden. En dat technieken zich de komende periode zullen ontwikkelen. Deze doorrekening gaat uit van logische momenten en kostenefficiënte ingrepen. Er wordt in deze fase gerekend met kostenkengetallen (peildatum 31 januari 2023). In de methodiek is aangesloten bij de werkwijze die ook is gebruikt bij de sectorale routekaart gemeentelijk vastgoed van de VNG.

4

In een vervolgfase worden in de projecten plannen uitgewerkt en zal blijken dat het voor sommige gebouwen goedkoper kan en voor sommige gebouwen toch duurder wordt. Dat vraagt om programmasturing op de hoofddoelen met flexibiliteit in de onderliggende projecten en maatregelen. Belangrijkste conclusies Gemeente Deventer staat achter de doelen van Parijs. Het doel is om de netto uitstoot van CO2 met 95% te verlagen ten opzichte van 1990. Uiterlijk in 2050. Voor de Rijksoverheid is dit vastgelegd in de Klimaatwet en de doelstellingen hierin zullen in de komende jaren steeds meer worden vertaald naar wetgeving voor de gebouwde omgeving. Deventer wil in de verduurzaming graag een goed voorbeeld geven. Dat is ook noodzakelijk voor het draagvlak van de warmtetransitie en dient als inspiratie voor bedrijven en inwoners. Om de uitstoot naar 0 te krijgen in 2050 moeten gebouwen aardgasvrij gemaakt worden. Dat betekent een warmtewissel van Cv-ketel naar een warmtepomp of een warmtenet. De gebouwen moeten daarnaast geïsoleerd worden en voorzien worden van zonnepanelen. Gebouwen hoeven niet helemaal energieneutraal te worden. De opwek van elektriciteit in Nederland wordt namelijk steeds schoner. We plaatsen dus zoveel zonnepanelen als er op het dak passen en we isoleren zo goed als praktisch mogelijk is, maar vervangen bijvoorbeeld geen HR++ glas door tripleglas.

We gaan in dit onderzoek uit van 5,2% CO2 reductie per jaar tot 2030 en na 2030 tot 2050 van 2% CO2 reductie per jaar (op koers voor energieneutraal maatschappelijk vastgoed in 2050). Tot en met 2030 gaat het om circa 36% minder dan in 2023. Om dat doel te halen stellen we een mix van maatregelen voor die zo goed als mogelijk aansluit bij de natuurlijke momenten in het vastgoed. In de praktijk zal blijken dat niet altijd bij die mix kan worden aangesloten.

Figuur 2 – Mix van ingrepen

‒

De makkelijkste en goedkoopste manier van verduurzamen is om de voorgenomen nieuwbouw energieneutraal te maken. Tot 2030 staan er voor zover we nu kunnen overzien 29 gebouwen op de planning voor nieuwbouw. Door die gebouwen energieneutraal te maken (en dat is dus meer dan het huidig wettelijk verplichte bijna energieneutraal) wordt een flinke bijdrage geleverd aan de verduurzaming.

‒

De gebouwen die in de komende jaren aan groot onderhoud toe zijn geven we een duurzaamheidsimpuls als we zeker weten dat de gebouwen in gebruik blijven. De impuls bestaat uit zonnepanelen, isolatie en een overgang van Cv naar warmtepomp of warmtenet. Het gaat om 25 gebouwen.

‒

Voor 24 gebouwen maken we componentsgewijs duurzaam. We volgen hierbij zoveel als mogelijk de onderhoudsplanning, waarbij we gefaseerd isoleren, zonnepanelen plaatsen en aardgasvrij maken.

‒

Tot 2030 geldt er voor 7 gebouwen dat er niks mee wordt gedaan. Van deze gebouwen zijn 5 al volledig duurzaam gemaakt, en worden er 2 binnenkort afgestoten.

5

De totale investering bedraagt € 69,1 miljoen in de periode tot 2030. Ongeveer 15% kan worden terugverdiend in een lagere energierekening en ongeveer 15% heeft een overlap met het onderhoud dat sowieso moet gebeuren. Per saldo is een investering nodig van € 48,3 miljoen. Voor de periode na 2030 verwachten we, op basis van de huidige inzichten, een totale bruto investering van circa € 59,7 miljoen (netto € 41,8 miljoen). De verduurzamingsinvestering wordt voor bestaande bouw annuïtair afgeschreven in 20 jaar en voor nieuwbouw in 40 jaar. Met een rente van 2,3% leidt dit tot een kapitaallast van € 371.000 in 2024 oplopend tot € 3.182.000 in 2031 (inclusief kostenstijging van 2% per jaar). Hiernaast stellen we voor om € 100.000 per jaar vrij te maken voor energiemanagement. In meerjarig perspectief is de investering en het begrotingseffect als volgt:

Figuur 3 – Begrotingseffect verduurzaming maatschappelijk vastgoed

6

02

DOELSTELLING EN UITGANGSPUNTEN Doelstelling voor de verduurzaming van de vastgoedportefeuille

Om in 2030 tot een CO2 reductie van 55% te komen ten opzichte van 1990, is er 5,2% CO2-besparing per jaar nodig. Na 2030 kan de gemeente meer tijd nemen voor de verduurzaming. Dan is er 2% CO2-besparing per jaar nodig om aan de doelstelling van 2050 te voldoen. De 153 gebouwen binnen de scope van het investeringsprogramma, met een oppervlakte van circa 240.000 m2 BVO, stoten momenteel circa 12,9 miljoen kg CO2 per jaar uit. Dit betekent dat in de periode tot en met 2030 ongeveer 5,8 miljoen kg CO2 moet worden bespaard. De gemeente heeft een belangrijke regisserende rol in de warmtetransitie. Daarin wordt van bewoners en bedrijven gevraagd om de verwarming met fossiele bronnen in te ruilen voor duurzamere alternatieven. Het is een voorwaarde voor draagvlak en een bron van inspiratie als je als gemeente het goede voorbeeld geeft. Zichtbaarheid van de verduurzaming van het eigen maatschappelijk vastgoed kan daaraan bijdragen, bijvoorbeeld door het plaatsen van zonnepanelen. Doelstelling per gebouw Een koelkast die begin dit jaar nog label A had, heeft na aanpassing van de norm een energielabel F. Zo geldt dat ook voor gebouwen. Het streven naar label A is duurzaam, maar ligt nog wel ver van het gewenste eindpunt. Daarvoor moet een gebouw in de labelsystematiek label A++++ hebben. Met label A ben je ongeveer halverwege.

Sinds 1 januari 2021 is een nieuwe meetmethode beschikbaar (NTA 8800). Daarin is met name het fossiel energiegebruik van het gebouw maatgevend (de zogenaamde BENG 2 eis). Energieneutraal betekent dat het gebouw geen fossiele bronnen meer gebruikt. Een schematische weergave van de BENG 2 eis in combinatie met de energielabels is weergegeven in Figuur 4.

Figuur 4 – Schematische weergave BENG 2-eis en energielabels

Waar de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Maatschappelijk Vastgoed Deventer streeft naar zoveel mogelijk energielabel A in 2030, gaan we bij het bepalen van het investeringsprogramma uit van de benodigde CO 2besparing. Die was in 2021 op portefeuilleniveau 3,3% per jaar, en met de huidige ontwikkelingen 5,2% per jaar tot 2030. Met deze switch in methodiek (van labels naar CO2-besparing) sluiten we beter aan op de nieuwe meetmethode NTA 8800. Het geeft ook wat manoeuvreerruimte om op gebouwniveau aan te sluiten bij de natuurlijke momenten van onderhoud en vervanging. Zo kan het voorkomen dat er nog een aantal B-labels zijn in 2030, maar dat de gemeente toch de gewenste CO2-besparing op portefeuilleniveau haalt.

7

Verduurzamen. Hoe dan? Maatschappelijk vastgoed wordt zo nu en dan gesloopt en nieuw gebouwd. Als je nieuw bouwt is dat een uitgelezen kans om duurzame keuzes te maken. Maar ook de bestaande gebouwen moeten verduurzaamd worden. Er zijn 1001 mogelijkheden om dat te doen, maar het komt steeds op hetzelfde neer: besparen, led verlichting, goed isoleren, een warmtewissel en het aanbrengen van zonnepanelen.

Figuur 5 – Ordening van oplossingen voor verduurzaming

Naast het beperken van de CO2-uitstoot is circulair gebruik van materialen belangrijk. In 2050 zijn we in Nederland volledig circulair. Dat heeft ook consequenties voor het materiaalgebruik bij onderhoud, renovatie en nieuwbouw. Voor nieuwbouw is er inmiddels wetgeving voor de milieuprestatie van materialen. Bouwbedrijven en toeleverende industrie worden hierdoor gestimuleerd om te innoveren in de milieuprestatie. Deventer sluit aan bij deze initiatieven en vertaalt dit in haar inkoopvoorwaarden. Daarnaast volgt de verduurzaming het beleid om nieuwbouw zoveel als mogelijk circulair, klimaatadaptief en natuurinclusief te bouwen. Voor bestaande bouw, de gebouwen die de komende jaren worden verduurzaamd, bepaalt de gemeente op projectniveau welke maatregelen bij de gebouwen passen en daarmee toegepast worden.

8

03

INVESTERINGSPROGRAMMA 2023-2030

Om in de periode tot en met 2030 tot een beoogde CO2-besparing van circa 36% te komen is een investeringsprogramma opgesteld die past bij de gebouwen en de portefeuillestrategie van Deventer. We kijken voor het investeringsprogramma tot en met 2030. Het investeringsprogramma is bedoeld om de eerste projecten aan te wijzen en meerjarig inzicht te bieden in de benodigde middelen. Gebruik is veranderlijk en techniek ontwikkelt zich in een razend tempo. Dat zal leiden tot aanpassingen in het investeringsprogramma. De methodiek en bijbehorende rekentool bieden de gemeente de mogelijkheid om de strategie per gebouw aan te passen, om zo tot telkens tot een verduurzamingsprogramma te komen dat past bij de meest actuele portefeuillestrategie. De verduurzamingsstrategie is afhankelijk van het toekomstperspectief. We hebben de portefeuille verdeeld in verschillende categorieën en tijdsperiodes. Voor monumenten is het complex om te verduurzamen met respect voor de monumentale status. Dat vraagt om maatwerk. De strategie per gebouw is bepaald met de kennis van nu, maar is afhankelijk van de huisvestingskeuzes die in de toekomst gemaakt worden vanuit verschillende beleidsprogramma’s. ‒

Componentsgewijs duurzaam. Gebouwen waar de komende jaren volgens het MJOP stapsgewijs onderhoud moet worden uitgevoerd. Deze gebouwen moeten we verduurzamen met isolatie, zonnepanelen en een warmtewissel, maar dat pakken we stapsgewijs aan.

‒

Duurzame renovatie. Gebouwen waar de komende jaren groot onderhoud voor gepland staat. Deze gebouwen moeten we verduurzamen met isolatie, zonnepanelen en een warmtewissel. De verduurzamingsingrepen combineren we met functie- en/of kwaliteitsverbetering, waar aanvullende middelen voor nodig zijn.

‒

Alleen aardgasvrij. Gebouwen die al goed geïsoleerd zijn en al zonnepanelen hebben. Hiervoor kiezen we ervoor om alleen een warmtewissel uit te voeren.

‒

Sloop / nieuwbouw. Gebouwen waar de komende jaren sloop en nieuwbouw op de planning staat. Hier maken we duurzame keuzes door de gebouwen ENG in plaats van BENG te maken.

‒

Afstoten. Gebouwen die de komende jaren worden afgestoten. Hier verduurzamen we niet.

‒

Niets doen. Gebouwen die al volledig verduurzaamd zijn. Hier zijn geen aanvullende ingrepen nodig.

Daarnaast zijn de ingrepen op basis van de MJOP, de sloop- en nieuwbouwplanning en andere ontwikkelingen binnen de gemeente verdeeld in aanpak vóór 2030 en na 2030. Logisch pakket van ingrepen voor Deventer Op basis van de nu bekende informatie en in samenspraak met afdeling vastgoed, de managing partner die de gebouwen beheert en de verantwoordelijke voor het IHP onderwijs is het investeringsprogramma opgesteld. Bij het opstellen van het investeringsprogramma hebben we gekozen voor een mix van ingrepen. Daar zitten makkelijke maatregelen bij (nieuwbouw vanaf nu allemaal energieneutraal) en meer ingrijpende renovatiemaatregelen. Ook zorgt de mix van maatregelen er voor dat de werkzaamheden goed vervlochten kunnen worden met bestaande onderhouds- en investeringsprogramma’s. Om de verduurzaming behapbaar te maken kiezen we zoveel als mogelijk voor natuurlijke momenten. Voordeel is hierbij dat een deel van de kosten voor verduurzaming al is opgenomen in het onderhoudsplan. Daarbij worden de verduurzamingsingrepen pas uitgevoerd wanneer de levensduur van bijvoorbeeld de Cv-ketel of de kozijnen ten einde is. Hierdoor doen we geen onnodige ingrepen.

9

Doel van het onderzoek is om een budget te bepalen voor de verduurzaming van het vastgoed. We hebben daarom een evenwichtige mix van ingrepen gekozen. Daar zitten gegarandeerd tegenvallers en meevallers in. Dat hoort bij deze fase van planvorming. Mocht in de toekomst blijken dat prioriteiten anders liggen of dat het gebruik van gebouwen verandert dan is het mogelijk om de mix van ingrepen van verduurzaming mee te veranderen. Op basis van bovenstaande argumenten (aansluiten op bestaande plannen, natuurlijke momenten, mix van onderhoud en projecten, mix van nieuwbouw en bestaand) is het investeringsprogramma voor de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed opgesteld. Met onderstaand programma van investeringen is het mogelijk om in de periode tot en met 2030 36% CO2 besparing te realiseren: ‒

Wij stellen voor om alle nieuwbouw in Deventer voortaan energieneutraal (ENG) te maken. Dat is duurzamer dan de wettelijke eis van bijna energie neutraal (BENG), maar wel nodig voor de doelen van 2050. En bovendien de goedkoopste ingreep om de CO2-uitstoot te verminderen. Het gaat voor zover nu bekend om 29 gebouwen in de periode tot en met 2030. De aanvullende investering van BENG naar ENG voor deze projecten bedraagt € 6,5 miljoen. Samen zorgen zij voor een CO2-besparing van 3 miljoen kg.

‒

Bij gebouwen waar in de periode van 2023-2030 onderhoudsingrepen (vervanging Cv-installatie, dak of kozijnen) gepland staan maken we een grote verduurzamingsslag. Dat betekent voor deze gebouwen (afgezien van een paar uitzonderingen) het maatregelpakket isolatie, warmtewissel en zonnepanelen wordt toegepast. Concreet betekent dit dat er bij 25 gebouwen duurzaam onderhoud plaatsvindt. Voor de verduurzaming van deze gebouwen wordt een bruto investering van circa € 41,6 miljoen verwacht. Samen zorgen zij voor een CO2besparing van circa 1,7 miljoen kg.

‒

Naast de grote verduurzamingslagen zetten we ook in op componentsgewijs duurzaam. Dit geldt voor 24 gebouwen, waarbij voor 2030 de eerste stappen van verduurzaming worden gezet. Voor de verduurzaming van deze gebouwen wordt een bruto investering van circa € 21 miljoen verwacht. Samen zorgen zij voor een CO2besparing van circa 1,1 miljoen kg.

Figuur 6 - Investeringsprogramma bruto investeringen en CO2-besparing in periode 2023-2030

De bedragen in Figuur 6 houden nog geen rekening met de beoogde besparingen op de energierekening en de reeds in de onderhoudsplannen opgenomen voorzieningen. Voorwaarde voor de investeringen is dat de gebruiker meebetaalt naar rato van zijn voordeel in de energierekening. Dat kan met een groene paragraaf in het huurcontract, door een investeringsbijdrage bij nieuwbouw en renovatie (in scholenbouw gebruikelijk) of door aanpassing van de subsidiebeschikking. De verwachting is dat ongeveer 15% van de investering gedekt kan worden uit de besparing op de energierekening. Verder heeft een deel van de maatregelen overlap met de onderhoudswerkzaamheden. Dat zijn dus bedragen die sowieso uitgegeven worden. We hebben de overlap becijferd op 15%. In het investeringsprogramma is een post opgenomen van € 0,8 miljoen voor energiemanagement. Hieronder valt de programmasturing, monitoring van het energiegebruik en de CO2-besparing, het bieden van energiecoaching aan

10

huurders en gebruikers. En om installaties goed ingeregeld te krijgen en te houden. De verwachting is dat met deze maatregelen bewustwording stijgt en onnodig energiegebruik wordt voorkomen. Hiermee komt de totale netto investering op € 48,3 miljoen. De berekening staat in Figuur 7.

Figuur 7 – Investeringsprogramma netto investeringen in periode 2023-2030

De netto investering van circa € 48,3 miljoen in de periode van 2023-2030 gaat gepaard met een jaarlijkse gemiddelde CO2-besparing van 5,2%. Hiermee is de gemeente op koers voor de doelstelling van 2030. Circulariteit, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie Verduurzaming is breder dan enkel de CO2-reductie van de gebouwde omgeving. Het gaat bijvoorbeeld ook over circulariteit, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Denk hierbij aan het plaatsen van een groen dak, waterbuffers of vogelhuisjes. Maar ook aan het gebruik van materialen die minder schadelijk zijn voor het milieu. Met de toevoeging van deze aspecten aan het bouwproces zijn extra kosten verbonden. Daarnaast heeft Nederland haar ambities uitgesproken om in 2050 een volledig circulaire bouweconomie te hebben, waarbij het rijk in een programma haar rijksdoelstellingen voor 2023-2030 heeft benoemd. Om dit doel te halen is er sinds 2018 een Uitvoeringsprogramma Circulaire Bouw Economie opgesteld. Hierin staan richtlijnen en voorbeelden over hoe het bouwproces circulair kan worden. In het geval van bestaande bouw gaat het om bijvoorbeeld het plaatsen een sedumdak, nestkasten, faunavriendelijke vlakglasafwerking en vlasvezel. Bij nieuwbouw gaat dat verder, denk daarbij bijvoorbeeld aan biobased systeemwanden, cradle-to-cradle vloertegels, waterloze urinoirs en demontabele Cv-leidingen.

Voor de ingrepen in circulariteit, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie is een eerste doorrekening opgesteld. Voor bestaande bouw gaat het om circa € 100 per m2 BVO, met als uitgangspunt (de verwachting is dat de maatregelen niet voor alle gebouwen relevant zijn) dat het wordt toegepast op circa 50% van de (duurzame) renovatieprojecten. Voor nieuwbouw is dat € 250 per m2 BVO, waar het vanwege vastgesteld beleid op 100% van de nieuwbouw wordt toegepast. De precieze maatregelen en de bijbehorende investeringen hebben verdere verdieping nodig, en worden als maatwerk in project bepaald. Aan de hand van deze inzichten is het budget voor circulariteit, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie in de periode tot 2030 circa € 13 miljoen voor nieuwbouw en € 3,7 miljoen voor bestaande bouw.

11

04

BIJLAGE: ALTERNATIEF INVESTERINGSPROGRAMMA

Er zijn meerdere manieren om tot de beoogde 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 te komen. Hieronder is een alternatieve wijze opgenomen, waarbij de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: ‒

We sluiten aan bij de planning voor sloop / nieuwbouw voor 2030. Dit staat gelijk aan het uitgangspunt die wordt gehanteerd in het investeringsprogramma.

‒

We nemen de gebouwen mee die zijn meegenomen in de businesscase zonnepanelen, en passen daar de strategie zonnepanelen toe. Dit wijkt af van het investeringsprogramma. Hier passen we op deze gebouwen namelijk meer maatregelen toe (isoleren en/of aardgasvrij maken).

‒

We nemen alle gebouwen mee die volgens de MJOP op korte termijn moeten worden onderhouden. Dit komt overeen met de uitgangspunten uit het investeringsprogramma.

‒

We hanteren een alternatieve strategie voor het Piet van Donkplein. Dit gebouw is de grootste uitstoter van de portefeuille en heeft daarmee een enorme impact op de CO2-uitstoot. We passen hier de strategie sloop / nieuwbouw toe. Deze strategie past niet bij de huidige toekomstvisie voor het gebouw.

Met deze alternatieve strategie verwachten we een investering van circa € 26,2 miljoen netto. Hiermee wordt in 2030 een CO2-reductie verwacht van 58% ten opzichte van 1990. Met deze alternatieve strategie wordt een groot deel van de investeringen en ingrepen uit het investeringsprogramma verschoven naar de periode na 2030. Het betekent dat gebouwen met de strategie alleen zonnepanelen na 2030 aanvullende maatregelen nodig hebben (isoleren en/of aardgasvrij maken). Het betekent dat het Piet van Donkplein niet wordt verduurzaamd, maar volledig opnieuw wordt ontwikkeld. Voor de praktische toepassing van dit alternatief is verder onderzoek nodig.

Figuur 8 - Alternatief investeringsprogramma

Figuur 9 - Netto investeringen

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12983412/1