2023-370 Second opinion warmtesysteem Zandweerd
Tekst van het document
Second opinion warmtesysteem Zandweerd, Deventer
17 mei 2023
Project
Second opinion Zandweerd Deventer
Opdrachtgever
Gemeente Deventer
Document
Rapport
Status
Definitief
Datum
17 mei 2023
Referentie
136754
Projectcode
136754
Projectleider
Ir. A.H.J. van Kuijk
Projectdirecteur
K.A. Haans MSc
Auteur(s)
Ir. A.R. Steenstra F.S.R. Teuling MSc
Gecontroleerd door Ir. A.H.J. van Kuijk Goedgekeurd door
Ir. A.H.J. van Kuijk
Paraaf
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document. Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
2
Inhoudsopgave 1.
2.
Inleiding
4.
Resultaten
· Gebied
· Overzicht
· Duurzame warmtebron
· TCO per scenario
· Uitgangspunten
· Investerings- en herinvesteringskosten
· TCO maatschappelijk
· Jaarlijkse kosten
Analyse
· CAPEX warmtenet
· Warmteconcept
· OPEX warmtenet
· Clustergewijze aanpak
5.
Conclusie
· Bronzekerheid en beheersmaatregelen
6.
Literatuur
· Aansluitconfiguratie 3.
Scenario’s · Overzicht · Kosten en kentallen · Kostenposten
3
1. Inleiding: Gebied ˗
het zoekgebied bestaat uit meer dan 3.000 woningen in de wijk Zandweerd in de
gemeente Deventer, waarvan er circa 2.200 van een aansluiting kunnen worden voorzien; ˗
˗
de woningvoorraad heeft een gedateerd bouwjaar en energielabel: ·
Zandweerd-Noord: met name energielabel D, E en F en bouwjaren 1946-1964;
·
Zandweerd-Zuid: met name energielabel C, E, F, G en bouwjaren t/m 2006;
in woningen met dergelijke energielabels en bouwjaren is de warmtevraag relatief hoog zonder ingrepen aan de woning (er wordt rekening gehouden met reeds genomen en te nemen isolatiemaatregelen);
˗
in het studiegebied is geen utiliteit meegenomen;
˗
de huidige warmtevraag wordt voorzien met aardgas;
˗
de totale warmtevraag per jaar voor het gebied (in 2022) is 60.556 GJ per jaar.
Voorlopig en aangemeld energielabel woningen omgeving Zandweerd Bron: startanalyse viewer PBL
4
1. Inleiding: Duurzame warmtebron Warmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties wordt als kansrijke bron gezien voor de warmtetransitie voor de
gebouwde omgeving. In Deventer is deze bron, aan de noordzijde van Zandweerd, als basis gebruikt voor de ontwikkeling van het ‘Slim Warmtenet Zandweerd’. Een deel van dit warmtenet is al in gebruik voor verwarming van nieuwbouw met een ZLT-aansluiting. Voorts is voorzien dat het warmtenet ook bestaande woningen in Zandweerd gaat verwarmen (zoekgebied 1 en 2). Hiervoor moet de temperatuur van het water worden verhoogd naar MT met een warmtecentrale. Een tegenvaller voor de ontwikkeling van het
warmtesysteem Zandweerd is dat de onderhandelingen tussen de gemeente Deventer en Ennatuurlijk vast zijn gelopen. In deze second opinion wordt een aantal onderdelen onderzocht om uiteindelijk een weloverwogen keuze om, al dan niet, het warmtenet verder te ontwikkelen.
Zoekgebieden Zandweerd, het studiegebied bestaat uit zoekgebied 1 en 2 Bron: DWA
5
1. Inleiding: Onderzoeksvragen 1.
Zijn er beschikbare concurrerende alternatieven voor het (stapsgewijs) aardgasvrij maken van het beoogd aantal aan te sluiten woningen geredeneerd vanuit de drie
projectuitgangspunten (1) betaalbaarheid; (2) duurzaamheid en (3) opschaalbaarheid. |Hiervoor worden de volgende scenario’s onderzocht: · warmtepomp; · MT-warmtenet met centrale booster (piekvoorziening) voor alle gebouwen; · MT-warmtenet met centrale booster (piekvoorziening) na afkoppeling van meergezinswoningen; · Decentrale LT-warmtepomp voor meergezinswoningen.
2.
Zijn er algemene aandachtspunten vanuit technisch oogpunt op het beoogde technisch concept kijkend naar de documentatie die daarover is aangeleverd?
3.
Is de opzet van het technisch concept van SWZ met in fase 1 meerdere kleine warmtecentrales en voor fase 2 één nieuw te bouwen warmtecentrale de meest optimale technische opzet?
4.
Welk risicio ontstaat door de vertraging die het project oploopt met het oog op de met het waterschap overeengekomen bronzekerheid van 30 jaar?
5.
Wat is de technische uitvoerbaarheid van het project in de bestaande wijk?
6.
Is de meegeleverde investering- en onderhoudsraming marktconform?
6
1. Inleiding: TCO maatschappelijk Voor deze second opinion is een Total Cost of Ownership (TCO) over de levensduurcyclus van 30 jaar voor verschillende warmteopties berekend. De TCO geeft inzicht in de
volgende onderdelen: -
investering: ·
bron;
·
transport (warmtenet);
·
woningaanpassingen;
·
elektriciteitsnet;
-
herinvestering;
-
onderhoud;
-
energie;
-
eventueel kan later nog toegevoegd worden: CO2-beprijzing in de gebruikersfase.
Hierbij worden subsidie en belasting buiten beschouwing gelaten omdat dit kosten tussen burger en overheid aangaat en daarvoor buiten de scope van deze second opinion valt.
7
2. Analyse: Warmteconcept ˗
de basislast warmte wordt voorzien vanuit het effluent van de RWZI met een collectieve warmtepomp, de piekvoorzieninng is op gas. Dit ontwerp is gebaseerd op 80 %
aardgasreductie. Dit impliceert dat de gasprijs nog steeds invloed heeft op de businesscase, maar veel minder dan de referentiesituatie; ˗
in Zandweerd zijn gasleidingen deels van een ouderdom >45 jaar en deels niet, het gasnet zal dus gedeeltelijk binnenkort de technische levensduur bereikt hebben. Door over te stappen op een wamtenet met een centrale piekvoorziening vallen kosteen voor onderhoud en vervanging van gasleidingen naar individuele gebruiker weg;
˗
eventuele meekoppelkansen met andere infrastructurele werken om impact op de omgeving te verminderen en kostenreducties te bewerkstelligen zijn onderzocht en
worden meegenomen onder het motto ‘werk met werk maken’; ˗
in Zandweerd is sprake van een ondergrond met bestaande kabels en leidingen, wat uitdagingen oplevert voor inpassing van een warmtenet. Bij het detailontwerp van het transportnet voor ZLT-warmte en het MT-warmtenet Zandweerd met distributienet, is het nodig om rekening te houden met opwarming van drinkwater in leidingen door warmtetransport. Beperkingen en onvoorziene kosten om deze inpassing technisch uit te voeren kunnen meegerekend worden in projectplanning, scope en business case. In het ontwerp voor fase 1 en fase 2 is hier reeds afstemming over geweest.
8
2. Analyse: Warmteconcept In deze due diligence studie zijn de kosten voor meerdere versus eén collectieve warmtecentrale bepaald en is het warmteconcept
techno-economisch getoetst op de bestaande definitie van het cluster. Kwalitatief zijn de volgende zaken nog een aandachtspunt: ˗
het is aan te bevelen de precieze afbakening van het cluster dat aangesloten wordt op het MT-net kwantitatief te toetsen op basis van het warmteconcept en de business case. In Zandweerd-Zuid is sprake van een buurt die voornamelijk bestaat uit woningen met een C-label en hoger (zie figuur). Deze buurt ligt aan de IJssel, wat mogelijk een complementaire bron voor het warmtenet is. Het is dus mogelijk dat voor dit gedeelte van Zandweerd een LT-oplossing, gevoed door aquathermie, de laagste maatschappelijke
kosten en eindgebruikerskosten met zich meebrengt. Daarmee zou ook meer warmtecapaciteit beschikbaar komen uit de RWZI om eventueel ingezet te worden in het oostelijke deel van en naast Zandweerd, waar ook veel woningen met een energielabel =< D staan en MT-warmte dus gewenst is. Hierbij geldt als opmerking dat dit al eerder is verkend, waarbij is geconstateerd dat er beperkingen zijn door het feit dat de IJssel Natura 2000-gebied is; ˗
het ontwerp van transportnet (backbone) en plaatsing van warmtecentrale kan ingericht worden om compatibel te zijn met eventuele koppeling van het net op aangrenzende wijken én voor het beschikbaar komen en ontwikkelen van aanvullende bronnen.
9
2. Analyse: Optimale benutting van bronnen In de gemeente Deventer is het potentieel aan duurzame warmtebronnen mogelijk ontoereikend aan de hele huidige collectieve warmtevraag te voldoen. Dit
impliceert dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met de beschikbare capaciteiten. In dat kader is de mate van isolatie van woningen een belangrijke factor. Enerzijds zal door te kiezen voor het MT-warmteconcept de noodzaak om (vergaand) te isoleren minder groot zijn, anderzijds zou een dergelijke vergaande isolatie wel bijdragen in het a) aansluiten van meer woningen op het net en b) het klaarmaken van de woningen voor een mogelijk (Z)LT-net.
10
2. Analyse: Clustergewijze aanpak ˗
in de laatste ontwerpfase is het aantal warmtecentrales teruggebracht van 2 centrales voor fase 2 naar 1 centrale voor fase 1. Het is de vraag of dit ten aanzien van de
business case inclusief risico’s een goed besluit is. Hierbij is de beheersmaatregel om de warmtecentrale zo modulair mogelijk op te bouwen, om de clustergewijze aanpak te faciliteren en slim om te gaan met voorinvesteringen. ˗
mocht er gekozen worden voor een clustergewijze ontwikkeling zoals in de eerste leidraad, dan zijn daaraan waarschijnlijk hogere kosten verbonden. In een clustergewijze aanpak kan er sprake zijn van een tijdelijk overgedimensioneerd net en installaties, wat de business case ongunstiger kan maken door de naar de toekomst geschoven volloop. Deze afwegingen kunnen kwantitatief worden onderzocht en kwalitatief worden afgewogen in een Multi Criteria Analyse. Er kunnen
namelijk ook voordelen zijn voor deze aanpak, zoals verbeterde meekoppelkansen, projectplanning en risicobeheersing.
11
2. Analyse: Bronzekerheid en beheersmaatregelen De inpassing van een warmtenet brengt risico’s met zich mee, zowel aan de bronzijde als voor het netwerk. Hieronder worden aandachtspunten beschreven na beoordeling
van het technische concept: ˗
de opstelling van het warmtenet bevat geen buffer in de vorm van warmteopslag. Buffering en opslag voor het warmtenetnet kan een beheersmaatregel vormen voor bronuitval op korte termijn. Daarnaast kan een deel van de piekvraag opgevangen worden met behulp van een dergelijke buffer. Dit verminderd het gebruik van de centrale gaspiekketel en afhankelijkheid van de gasprijzen (dit heeft ook invloed op de CAPEX). Ondergrondse opslag kan zo nodig aanvullend gerealiseerd worden met behulp van bodemlussen;
˗
de ZLT-bron is afhankelijk van de RWZI Deventer. Een enkele bron biedt een lage bronzekerheid en beperkt de capaciteit bij uitbereiding van het netwerk. Door aansluiting van meerdere (complementaire) bronnen neemt de bronzekerheid toe.. De RWZI-bron kan bijvoorbeeld op middellange termijn aangevuld worden door aquathermie uit de IJssel als risicomitigatie (mits Natura 2000-bepalingen dit toelaten);
˗
maximaal gebruik van aquathermie beperkt gebruik van lucht-waterwarmtepompen;
˗
geothermie is mogelijk een complementaire warmtebron voor Deventer.
12
2. Analyse: Aansluitconfiguratie Een beoordeling heeft plaatsgevonsen van de aansluitconfiguratie, zoals beschreven in de gunningsleidraad. Onderstaande punten zijn daarbij als aandachtspunt naar voren gekomen:
˗
de aansluitconfiguratie voor nieuwbouw is deels al uitgevoerd in de Tuinen van Zandweerd en voldoet daarmee. Bij verdere nieuwbouw kunnen aansluitingen in ontwerp opgenomen worden;
˗
een individuele aansluiting op het MT-warmtenet per woning in bestaande bouw is mogelijk. Aandachtspunt is hierbij de bouwtechnische aspecten van individuele woningen, die hier nog niet getoetst worden. Tussen gemeente en verhuurders is een kruisjeslijst opgesteld waarin demarcatie van werkzaamheden is omschreven. Deze kan specifiek per aan te sluiten woning worden toegepast. Zos is voor woning- en gebouwaansluitingen de gemeente ‘Supportive’, het warmtenetwerkbedrijf ‘Consulted’, de warmteleverancier
‘Accountable and Responsible’, de corporatie ‘Supportive’ en de bewoner ‘Supportive’, terwijl het waterschap geen verantwoordelijkheden heeft; ˗
voordelen voor aansluitconfiguraties, waarbij de aansluiting plaatsvindt per blok of paren huizen i.p.v. per individuele grondgebonden woning, dient onderzocht te worden. Bij voldoende aansluiting kan dit kostenreducties opleveren. Aangezien aansluiting op dit moment een belangrijk onderdeel vormt van de business case, kan een uitwerking van verschillende aansluit scenario’s een scherper beeld van de onzekerheid van de businesscase opleveren. Een P50-P90 analyse die onder andere rekening houdt met deze parameter kan als onderdeel van een gevoeligheidsanalyse met deze verschillende scenario's rekening houden.
13
3. Scenario’s: Overzicht
Scenario/ variabele
Scenario 1: warmtepomp
Scenario 2: MT warmtenet met 1 centrale booster
Scenario 3: MT warmtenet MGW afgekoppeld
Scenario 3B: Decentrale warmtepomp
type systeem
individuele lucht/water warmtepomp (lage temperatuur)
TEA + warmteopwaarderi ng via 1 warmtecentrale
TEA + warmteopwaarderi ng via warmtecentrale MGW afgekoppeld voor eigen warmtepomp
Per meergezinswoning een warmtepomp voor LTverwarming
aanvoertemperatuur
45 °C
75 °C
75 °C
45 °C
retourtemperatuur
35 °C
40 °C
40 °C
35 °C
maatregelen t.b.v. warmtegebruik
isolatie tot label B
isolatie tot label D
isolatie tot label D
isolatie tot label B
aantal aansluitingen
2.049
2.049
1.171
878
Om tot een toets te komen of SWZ het beste aardgasvrije concept is voor alle 2049 woningen is een TCO analyse opgezet waarin het SWZ met alternatieve concepten is vergeleken: -
scenario 1: individuele lucht/water warmtepomp met LTwarmte;
-
scenario 2: MT-warmtenet met als bron de RWZI;
-
scenario 3: MT-warmtenet met als bron de RWZI waarbij de meergezinswoningen afgekoppeld zijn;
-
scenario 3B: decentrale warmtepomp op gebouwniveau voor meergezinswoningen met LT-warmte.
Tussen scenario 2 en 3 kan een onderscheid gemaakt worden op basis van het aantal aansluiting op de warmtebron. In scenario 3 wordt uitgegaan van een semi-individuele oplossing bij meergezinswoningen (flats, galerijwoning etc.) met een warmtepomp per gebouw. Deze meergezinswoningen worden niet meegenomen op het warmtenet. In de scenario’s wordt geen variant beschreven met meerdere warmtecentrales, aangezien dit niet leidt tot een verbetering van de TCO.
14
3. Scenario’s: Kosten en kentallen Voor de berekening van de scenarios is een energiemodel opgesteld en wordt gebruik gemaakt van de volgende kostenkentallen. Deze kostenkentalle zijn gebaseerd op referentieprojecten waar Witteveen+Bos bij betrokken is. De kostenkentallen zijn tevens gebruikt voor een toets op de investeringskosten in de businesscase.
Kostenkentallen
EGW + MGW
EGWeenheid
1.104,00
n.v.t EUR/m
warmtepomp
951,00
1.018,00 EUR/kW
gasketel
135,00
146,00 EUR/kW
warmtecentrale kosten per vermogen
1.086,00
1.164,00 EUR/kW
aansluitleiding eengezinswoning
4.500,00
- EUR/aansluiting
aansluitleiding meergezinswoning
2.500,00
- EUR/aansluiting
inpandig leidingwerk eengezinswoning
2.000,00
- EUR/aansluiting
inpandig leidingwerk meergezinswoning
1.500,00
afleverset
1.200,00
distributienet kosten per meter
Zandweerd
EGW + MGW
EGW eenheid
aantal aansluitingen
2.049
1.171 aansluitingen
warmtevraag
60.556
34.607 GJ
vermogensvraag totaal
10.306
5.890 kW
vermogensvraag aan warmtecentrale
5.952
3.402 kWh
vermogensvraag door warmtepomp
2.083
1.191 kWh
vermogensvraag door gasketel
4.762
2.721 kWh
- EUR/aansluiting
vermogen TEA
1.452
830 kWh
- EUR/aansluiting
vermogen warmtepomp elektrisch
534
305 kWh
*W+B hanteert voor een gebruikelijke herinvestering na 15 jaar, voor bijvoorbeeld de afleverset, 40 % van de aanschafkosten
15
3. Scenario’s: Kostenposten Kostenparameters op basis van kentallen over de woningvoorraad van Zandweerd en kostenkentallen van PBL, RVO en Witteveen+Bos Parameter
Scenario 1: warmtepomp
Scenario 2: MT warmtenet met 1 centrale booster
Scenario 3: MT warmtenet MGW afgekoppeld
Scenario 3B: Decentrale warmtepomp
Investering Isolatie
Label B
Label D
Label D
Label B
Afgiftesysteem
LT-radiatoren
-
-
LT-radiatoren
Warmtesysteem
Individuele warmtepomp
TEA + collectieve WP
TEA + collectieve WP
Warmtepomp op gebouwniveau (mgw)
2.310 kWh
2.021 kWh
2.021 kWh
2.920 kWh
0 m3
241 m3
241 m3
0 m3
4.100 EUR/weq
3.939 EUR/weq
6.892 EUR/weq
4.100 EUR/weq
Jaarlijkse kosten Elektriciteit Gas Maatschappelijke kosten Elektriciteitsnetverzwaring
16
4. Resultaten: Overzicht Scenario 1: warmtepomp Criteria
Scenario 2: MTwarmtenet met 1 centrale booster
Scenario 3: MT-warmtenet MGW afgekoppeld
Scenario 3B: Decentrale warmtepomp
Financieel
eenheid
jaarlijkse kosten per woningequivalent
EUR/jaar
excl. btw
1.278,00
480,00
562,00
1.561,00
investeringskosten per woningequivalent
EUR
excl. btw
22.935,00
12.203,00
14.433,00
27.136,00
herinvestering per woningequivalent
EUR
excl. btw
5.785,00
1.529,00
1.938,00
5.086,00
kosten e-net/g-net per woningequivalent per jaar
EUR
excl. btw
4.100,00
3.939,00
6.892,00
4.100,00
TCO over 30 jaar per WEQ
EUR
excl. btw
66.600,00
32.639,00
42.692,00
79.000,00
17
ZANDWEERD TCO OVER 30 JAAR
4. Resultaten: TCO per scenario
80000 70000
Vanuit een financiële invalshoek blijkt scenario 2, MT-warmtenet met 1 centrale
booster (piekvoorziening) het meest haalbare scenario. Hierbij spelen onderstaande
60000
punten een rol: isolatie naar label D;
-
lagere jaarlijkse kosten;
-
lagere investeringskosten.
Scenario 2 is voor wat betreft investeringskosten en jaarlijkse kosten het goedkoopste
50000 EUR
-
€ 30.400 Investeringskosten
€ 26.600
40000 30000
hogere jaarlijkse kosten. De kosten voor Scenario 1 en Scenario 3B zijn meer dan het
20000
dubbele van Scenario 2.
Jaarlijkse kosten over 30 jaar
€ 15.700
alternatief. Scenario 3 volgt daarna, met 19 % hogere investeringskosten en 30 %
€ 44.500
€ 13.200 € 35.900
10000
€ 15.500
€ 20.100
0 Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3 Scenario 3B
18
€ 35.000 € 30.000 € 25.000
4. Resultaten: € 20.000 Investerings- en € 15.000 herinvesteringskosten € 10.000 € 5.000 €-
herinvesteringskosten warmtebron centraal herinvesteringskosten warmtebron huis Investeringskosten warmtenet + aansluitingen Investeringskosten warmtebron centraal
Scenario 1 - Luchtwater warmtepomp
Scenario 2 - MT net na 1 Centrale boosters
€-
€ 1.081
Scenario 3 - MT net na centrale booster min decentrale indv wp € 1.458
Scenario 3B decentrale indv wp
€ 5.086
€ 5.785
€ 448
€ 480
€-
€-
€ 4.182
€ 5.443
€-
€-
€ 2.161
€ 2.915
€ 7.266
Investeringskosten warmtebron huis
€ 8.264
€ 2.986
€ 3.200
€ 5.200
Gemiddelde investeringskosten vervanging HT- in LTradiatoren
€ 4.100
€-
€-
€ 4.100
Gemiddelde investeringskosten isolatie tot label B of D
€ 10.570
€ 2.874
€ 2.874
€ 8.730
19
Jaarlijkse kosten
4. Resultaten: Jaarlijkse kosten
€ 1.600 € 1.400 € 1.200 € 1.000 € 800 € 600 € 400 € 200 €-
Scenario 1 - Luchtwater warmtepomp
Scenario 2 - MT net na 1 Centrale boosters
Scenario 3B decentrale indv wp
€-
Scenario 3 - MT net na centrale booster min decentrale indv wp €-
Variabele kosten elektriciteit en gas
€-
Meettarief warmte
€-
€-
€-
€-
Variabele kosten elektriciteit
€ 848
€ 275
€ 275
€ 1.072
Elektriciteit vaste leveringskosten
€ 55
€-
€-
€ 55
Elektriciteit netbeheerkosten
€ 260
€ 12
€ 12
€ 260
Variabele kosten gas
€-
€ 101
€ 153
€-
Gas vaste leveringskosten
€-
€-
€-
€-
Gas netbeheerkosten
€-
€-
€-
€-
Onderhoudskosten centrale warmteopwek + warmtenet
€-
€ 92
€ 122
Onderhoudskosten thuis
€ 116
€-
€-
€-
€ 174
20
4. Resultaten: CAPEX warmtenet CAPEX SCENARIO 2: 19 M EURO
CAPEX SCENARIO 3: 13,5 M EURO Afleverset; € 1.405.200
Afleverset; € 2.458.800
Aansluitleiding; € 7.464.500 Inpandig leidingwerk; € 3.659.000
Inpandig leidingwerk; € 2.342.000
Aansluitleiding; € 5.269.500
Warmtecentrale GB; € 397.301
Warmtecentrale Warmtecentrale - GB; € 642.815 Distributienet ; € 1.104.000
- WP; € 1.981.119
Distributienet ; € 1.104.000
Warmtecentrale WP; € 1.211.972
Capex Scenario 2 zijn hoger dan de Capex Scenario 3, omdat er in totaal meer woningen worden aangesloten en het dus een groter warmtenet betreft.
21
4. Resultaten: OPEX warmtenet Scenario 2: met MGW
\ excl. btw
Scenario 3: zonder MGW
Operationele kosten
\ excl. btw
Operationele kosten
afleverset
24.588,00 EUR/jaar
afleverset
14.052,00 EUR/jaar
warmtepomp
79.245,00 EUR/jaar
warmtepomp
48.479,00 EUR/jaar
gasketel
12.856,00 EUR/jaar
gasketel
7.946,00 EUR/jaar
effluent
72.191,00 EUR/jaar
effluent
72.191,00 EUR/jaar
OPEX totaal
188.880,00 EUR/jaar
OPEX totaal
142.668,00 EUR/jaar
OPEX Scenario 2 zijn hoger dan de OPEX Scenario 3, omdat in totaal meer woningen worden aangesloten en het dus een groter warmtenet betreft.
22
Vergelijking met eerdere analyse Witteveen+Bos heeft een second opinion uitgevoerd op de eerdere berekeningen van de gemeente Deventer en DWA. Hierbij zijn een aantal verschillen geconstateerd, die
invloed hebben op de berekende CAPEX en OPEX. Deze verschillen betreffen met name: ˗
eenheidsprijzen voor onderdelen warmtesysteem;
˗
Zekerheidsmarges;
˗
Afschrijvingspercentages;
˗
wel of niet meenemen van subsidies.
Witteveen+Bos komt overall tot een lagere CAPEX en OPEX. Bij vergelijking van de posten is dit verschil met name zichtbaar voor de onderdelen inzake infrastructuur en de bron.
23
Beantwoording onderzoeksvragen 1. Zijn er beschikbare concurrerende alternatieven voor het (stapsgewijs) aardgasvrij maken van het beoogd aantal aan te sluiten woningen geredeneerd vanuit de drie
projectuitgangspunten (1) betaalbaarheid; (2) duurzaamheid en (3) opschaalbaarheid? De TCO laat zien dat een MT-warmtenet met centrale booster (piekvoorziening) voor alle gebouwen de laagste maatschappelijke kosten heeft van de berekende varianten. Het scenario met een MT-warmtenet waarbij meergezinswoningen zijn afgekoppeld is volgt hierna. Overige scenario’s hebben significant hogere maatschappelijke kosten.
2. Zijn er algemene aandachtspunten vanuit technisch oogpunt op het beoogde technisch concept kijkend naar de documentatie die daarover is aangeleverd?
˗
het is aan te bevelen de precieze afbakening van het cluster dat aangesloten wordt op het MT-net kwantitatief te toetsen op basis van het warmteconcept en de business case;
˗
het ontwerp van transportnet (backbone) en plaatsing van warmtecentrale kan ingericht worden om compatibel te zijn met eventuele koppeling van het net op aangrenzende wijken én voor het beschikbaar komen en ontwikkelen van aanvullende bronnen;
˗
In de gemeente Deventer is het potentieel aan duurzame warmtebronnen mogelijk ontoereikend aan de hele huidige collectieve warmtevraag te voldoen. Dit impliceert
dat er zorgvuldig moet worden omgegaan met de beschikbare capaciteiten. In dat kader is de mate van isolatie van woningen een belangrijke factor. Enerzijds zal door te kiezen voor het MT-warmteconcept de noodzaak om (vergaand) te isoleren minder groot zijn, anderzijds zou een dergelijke vergaande isolatie wel bijdragen in het a) aansluiten van meer woningen op het net en b) het klaarmaken van de woningen voor een mogelijk (Z)LT-net.
24
Beantwoording onderzoeksvragen (vervolg) 3. Is de opzet van het technisch concept van SWZ met in fase 1 meerdere kleine warmtecentrales en voor fase 2 één nieuw te bouwen warmtecentrale de meest optimale
technische opzet? Een technische opzet waarbij 1 warmtecentrale gebouwd wordt komt als de meest optimale variant naar voren. Op deze wijze zijn investerings- en energiekosten geminimaliseerd. 4. Welk risico ontstaat door de vertraging die het project oploopt met het oog op de met het waterschap overeengekomen bronzekerheid van 30 jaar?
In principe is het risico op aflopende bronzekerheid laag, want het ligt in de lijn der verwachting dat er altijd RWZI’s nodig zullen blijven om afvalwater te zuiveren. Desondanks is het raadzaam om door te gaan met onderzoeken naar mogelijke additionele bronnen (denk aan aquathermie uit de IJssel of geothermie), wat naar verwachtig nodig zal zijn ten behoeven van de de duurzame verwarming van overige delen van Deventer. 5. Wat is de technische uitvoerbaarheid van het project in de bestaande wijk? De bestaande bouw is geschikt voor verwarming met een MT-warmtenet (het voorkeursscenario). Witteveen+Bos zie geen belemmeringen inzake de technische uitvoerbaarheid ervan. Het is raadzaam om de gefaseerde aanpak te optimaliseren (en dit regelmatig op basis van voortschrijdend inzicht te doen). 6. Is de meegeleverde investering- en onderhoudsraming marktconform? Witteveen+Bos heeft zich gebaseerd op kentallen die zo goed mogelijk overeenkomen met marktconformiteit. Hier volgt tot een lagere CAPEX en OPEX dan de meegeleverde raming. Bij vergelijking van de posten is dit verschil met name zichtbaar voor de onderdelen inzake infrastructuur en de bron. De meegeleverde raming kan als een robuuste bovenkant van de verwachte kosten worden beschouwd. Wat de werkelijk kosten gaan worden, zal blijken bij de aanbesteding.
25
Conclusies -
de RWZI is een kansrijke en potentieel belangrijke bron om via het SWZ de wijk een aardgasvrij alternatief te bieden;
-
het technisch concept bestaande uit een LT-bron, een LT-netwerk, een MT-centrale en MT-aansluitingen voor de bestaande bouw is vanuit oogpunt van kosten (initieel en structureel) en duurzaamheid op basis van de huidige inzichten de beste oplossing voor de wijk;
-
deze conclusies wordt onderbouwd vanuit (1) PBL startanalyse, (2) technische en financiële analyses op alternatieven, (3) en een toets op maatschappelijke kosten zoals netverzwaringen die gemaakt moeten worden om deze alternatieve scenarios mogelijk te maken;
-
vanuit de scenario-analyse komt naar voren dat aansluiting van het SWZ op zoveel mogelijk bestaande woningen belangrijk is. Er dient naar gestreefd te worden zoveel
mogelijk aansluitgaranties te realiseren ten einde de businesscase gezond te houden; -
alternatieve aardgasvrije energievoorzieningen voor meergezinswoningen of individuele woningen zijn duurder (initieel en structurele kosten) waardoor de kans op aansluiten vanuit particulieren toeneemt.
˗
het reduceren van het aantal warmtecentrales van 2 naar 1 is vanuit economisch, als ruimtelijk, als duurzaamheidsoogpunt een goede keuze. Wel dient het extra risico op ongedekte voorinvesteringen geborgd te worden door deze centrale zoveel mogelijk modulair op te bouwen: ·
A economisch: cape en opex nemen nemen af bij 1 centrale
·
B het gebruik van 1 centrale en industriële warmtepompen zorgt voor een verhoogd oipwekrendement wat de duurzaamheid ten goede komt
·
C 1 centrale is makkelijker in te passen in de bestaande wijk dan 2 centrales - de kosten zoals geraamd en begroot in de businesscase zijn getoetst. Naar ervaring van Witteveen en bos zijn deze conservatief en reeeel naar huidige inzichten ingeschat
26
Aanbevelingen Uit de antwoorden op de onderzoeksvragen volgt een aantal aspecten dat nader onderzocht kan worden:
˗
mogelijkheden van LT-oplossingen voor buurten met woningen met C-label of hoger, teneinde het MT-net optimaal te benutten voor woningen met een lager label;
˗
mogelijkheden van aquathermie uit de Ijssel;
˗
mogelijkheden om met het ontwerp van het warmtenet rekening te houden met koppeling op aangrenzende wijken;
˗
potentie van aanvullende bronnen;
˗
mogelijkheden die aanvullende isolatie van woningen biedt op de dekkingsgraad van het huidige net en de kans op de doorontwikkeling van het warmtenet naar een
(Z)LT-net.
27
Literatuur ˗
Uitbreiding EU ETS naar de Gebouwde Omgeving, CE Delft, 2021.
˗
Nationaal ETS voor gebouwen en transport – CE Delft, 2021.
28
www.witteveenbos.com