2023-314 Transitievisie Warmte Deventer
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Samen op weg naar fossielvrij en betaalbaar wonen in Deventer
juli 2021
1
Transitievisie Aanpassen aan Warmte klimaatverandering Deventer
www.deventer.nl
Inhoudsopgave
Leeswijzer Voorwoord 1. Inleiding Aanleiding Onzekerheden 2. Samenvatting 3. Lokale analyse
4. Strategieën 5. Routekaart Deventer
3.1 Huidige warmtevraag gemeente Deventer 3.2 Schets van Deventer 3.3 Relevante alternatieve bronnen 5.1 Afwegingskader 5.2 Routekaart in tabel 5.2.1 Binnenstad en Raambuurt 5.2.2 De Schil 5.2.3 De Worp 5.2.4 Dorpen en buitengebied 5.2.5 Nieuwbouw 5.2.6 Rivierenwijk 5.2.7 Keizerslanden – Borgele/Platvoet 5.2.8 Colmschate Noord en Colmschate Vijfhoek 5.2.9 Bedrijventerreinen
6. Uitvoeringsstrategie
7. Financiën
8. Verantwoording en governance
2
Transitievisie Warmte Deventer
6.1 WUP 6.2 Verkenning volgende buurten WUP 6.3 Ondersteunen individuele oplossingen 6.4 Onderzoek 7.1 Maatschappelijke kosten 7.2 Individuele kosten 7.3 Financiering
3 4 5 5 6 8 12 14 17 21 23 25 26 26 27 28 28 29 29 30 30 31 32 32 32 32 33 33 34 35
www.deventer.nl
Leeswijzer
De Transitievisie Warmte is een stevig document waarin veel kennis en informatie is uitgewerkt tot een route naar een fossielvrije en betaalbare woningvoorraad in Deventer. Deze transitie moet in 2050 gereed zijn. In deze visie kijken we vooruit naar 2050, maar geven we ook een richting aan tot 2030. De opbouw van de Transitievisie Warmte is als volgt: In de inleiding beschrijven we kort de achtergrond van de warmtetransitie. Waar komt de opgave vandaan en wat betekent deze voor de gemeente Deventer. Vervolgens geven we in de samenvatting de conclusies van de Transitievisie Warmte weer voor Deventer?: wat is waar het beste alternatief voor aardgas, waarom is dat zo en wanneer willen we in deze wijk(en) aan de slag? We lichten de keuzes kort toe. In de hoofdstukken die daarop volgen onderbouwen we deze keuzes. In hoofdstuk 3 beschrijven we de lokale situatie in Deventer wat betreft de opgave, de warmtevraag en de beschikbare alternatieve warmtebronnen. In hoofdstuk 4 beschrijven we hoe we vanuit deze data komen tot keuzes per deelgebied. In hoofdstuk 5 is de routekaart vertaald in een uitvoeringsstrategie. We beschrijven waar we beginnen en op welke manier we dat doen. In hoofdstuk 6 gaan we in op de maatschappelijke en individuele kosten van de warmtetransitie. Tenslotte beschrijven we in hoofdstuk 7 de gevolgen voor de organisatie en de wijze van verantwoording.
3
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
In Deventer werken wij samen aan Fossielvrij en Betaalbaar Wonen. Alle wijken worden één voor één energiezuiniger en gaan stapsgewijs van het aardgas af. Uiteindelijk willen we dat iedereen met duurzame energie betaalbaar kan wonen en werken in onze mooie gemeente. Voor u ligt de transitievisie warmte. Een belangrijke stap in de route naar Fossielvrij en Betaalbaar Wonen in Deventer. In deze visie leggen we voor de komende vijf jaar de ‘Deventer route’ naar een alternatief op aardgas vast. Zeker in een grote transitie als deze, zijn er meer wegen naar Rome. De rol van de gemeente is om een eerste richting te kiezen. Dat doen we op basis van de kenmerken van deze gemeente, op basis van techniek en cijfers, en op basis van de initiatieven uit de samenleving. Deze gekozen route geeft de nodige houvast. Aan onszelf én aan de inwoners en bedrijven in de stad, die met ons gaan staan voor deze opgave. Samen met inwoners, ondernemers en partners werken we deze visie uit in wijkuitvoeringsplannen. De keuzes zijn niet altijd eenduidig of gemakkelijk te maken. Er zijn onzekerheden waar we mee te maken hebben die we hooguit kunnen beïnvloeden, maar niet kunnen sturen. De techniek ontwikkelt in rap tempo, en dat zal de komende jaren ook nog zo blijven. Toch moeten we niet wachten. In lijn met de ambities van
Voorwoord
het klimaatakkoord, van het coalitieakkoord en het energieplan gaan we samen met inwoners en partners aan de slag met wat er wel kan, en dat is veel. De transitievisie warmte geeft inzicht en kaders die helpen aan de slag te gaan en deze ontwikkelingen aan te gaan. Met de energie van de stad, met lef en met daadkracht. Carlo Verhaar, wethouder Milieu en Duurzaamheid Mei 2021
4
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
1. Inleiding
Het Klimaatakkoord heeft twee belangrijke doelstellingen in de warmtetransitie: Nederland aardgasvrij in 2050, en in 2030 moet 20% van die doelstelling gerealiseerd zijn. Deze 20% betekent voor Deventer 10.000 woningen aardgasvrij. Dat is ook in het Energieplan aangehouden. Gezien de beperkte capaciteit van lokale alternatieve bronnen is dat een pittige opgave. Gemeente Deventer behoort tot de koplopers in het denken over en het werken aan de warmte transitieopgave. In het samenwerkingsverband Fossielvrij en Betaalbaar wonen (FBW) tussen corporaties, Enexis, de gemeente en de provincie Overijssel, zijn al enige jaren geleden diverse onderzoeken gedaan en is een eerste versie van een routekaart voor Deventer gemaakt. Dat is eigenlijk een voorloper van de Transitievisie Warmte (TVW), gemaakt nog voordat het Rijk de TVW met een leidraad als instrument aanreikte aan gemeenten. Er is al veel informatie en op basis van die informatie zijn ook al een aantal keuzes gemaakt. De TVW die nu voor u ligt is enerzijds de formalisering van de gemaakte keuzes en anderzijds een kapstok en leidraad voor de nog te maken keuzes. Daarnaast is de TVW een belangrijk document in het inzichtelijk maken van de omvang van de opgave en wat een regierol van de gemeente in deze opgave betekent voor de organisatie van capaciteit en middelen in deze opgave voor de komende decennia.
Achtergrond en opgave warmtevisie (landelijke afspraken) Op dit moment zorgt de verwarming met aardgas voor meer dan een derde van de CO2-uitstoot van gebouwen in Nederland. Daarnaast betekent het gebruik van aardgas een afhankelijkheid van gas uit Groningen of gas uit het buitenland. Van alle woningen en andere gebouwen is op dit moment 95 procent nog afhankelijk van aardgas voor verwarming. In 2016 heeft Nederland het VN-klimaatakkoord van Parijs ondertekend. In dit akkoord zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2-uitstoot. De nationale doelstellingen zijn vastgelegd in de Klimaatwet en in het in 2019 gesloten Klimaatakkoord, waarin 150 partijen onder meer overeenkwamen om in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af te halen.
5
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
Relatie warmtevisie, wijkuitvoeringsplan en regionale structuur warmte In het Klimaatakkoord is eveneens afgesproken dat gemeenteraden uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte vaststellen. In deze visie staat omschreven wanneer welke wijk van het aardgas af gaat (voor of na 2030). Voor die wijken die voor 2030 van het aardgas afgaan wordt ook omschreven wat de mogelijke alternatieve duurzame warmtebronnen zijn. De warmtevisie kent een updatecyclus van vijf jaar.
De warmtevisie vormt de basis voor verdere uitwerking en concretisering in een Wijkuitvoeringsplan (WUP) op buurt- of wijkniveau. Samen met bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders wil de gemeente in een participatief proces een gedragen plan tot stand brengen over hoe de wijk van het aardgas af gaat. In een WUP wordt met de betrokken stakeholders bepaald wat de warmtebron en -techniek voor de wijk wordt en op welke datum de levering van aardgas daadwerkelijk beëindigd wordt. Een WUP wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Op regionaal, bovengemeentelijk niveau is er de Regionale Energie Strategie (RES) met daarin de Regionale Structuur Warmte (RSW). Naast het gemeentelijk schaalniveau is ook het regionale schaalniveau van belang voor het slagen van de warmtetransitie. Op RES-niveau kan afstemming plaatsvinden over het voorgenomen gebruik van bovenlokale warmtebronnen voor de verschillende warmtevragers en over de benodigde regionale energie-infrastructuur. In de toekomst zal de RSW, net als de Transitievisie Warmte, steeds geüpdatet worden. Daarin worden warmtegegevens en afspraken uit de gemeentelijke visies en de uitvoeringsplannen voor wijken overgenomen. Op dit moment zijn in Overijssel geen regionale bronnen in beeld die voor Deventer relevant zijn.
6
Transitievisie Warmte Deventer
Onzekerheden De warmtetransitie opgave is groot en complex. Het is goed om dat vooraf helder te stellen. Het is niet voor niets dat de Transitievisie Warmte elke 5 jaar herijkt moet worden. Er is een aantal grote onzekerheden waar we in deze warmteopgave rekening mee moeten houden. We hebben er geen directe invloed op als gemeente, we kunnen ze wel beïnvloeden.
Wetgeving 1: burgers hebben vrije keuze in hun energie- en warmtevoorziening. Het alternatief voor aardgas moet daarom ook echt een realistisch alternatief zijn. Maar ook bij een realistisch/aantrekkelijk alternatief zullen er mensen zijn die overwegingen hebben om een andere keuze te maken. Binnen de gekozen oplossingen zal dus altijd ruimte moeten zijn voor diversiteit. Zowel gemeentes als het Rijk hebben juridisch geen mogelijkheden om een afsluiting van het gasnet ‘af te dwingen’ (alleen in uitzonderlijke gevallen via de crisis- en herstelwet). Wetgeving is op dit vlak overigens wel in beweging. Wetgeving 2: voor een deel van de gebouwde omgeving is een collectieve warmtevoorziening een mogelijke oplossing. Rond collectieve warmte bestaat op dit moment nog veel onduidelijkheid over bijvoorbeeld de verhouding tussen publieke partijen en marktpartijen (eigenaarschap van warmte infrastructuur), de dekking van meerkosten ten opzichte van aardgas, en de mogelijkheden die mensen zelf hebben binnen een dergelijk collectief systeem om eigen keuzes te maken. De nieuwe Warmtewet die hier uitspraken over doet is volop in ontwikkeling. www.deventer.nl
Financiering voor particulieren: een heel groot deel van de opgave (en daarmee van de investeringen) ligt bij particuliere woningeigenaren. En daar ligt een groot vraagstuk. Een groot deel van deze woningeigenaren kan (of wil) de investeringen voor de aanpassingen naar aardgasvrij, die vaak aanzienlijk zijn, niet dragen. Het Rijk is zich daar ook van bewust en is voornemens om een warmtefonds in te richten en gebouw gebonden financiering mogelijk te maken. Beide financieringsopties zijn nog in ontwikkeling, er is een start gemaakt met het Warmtefonds. Tegelijkertijd wordt er in Deventer via Transform op regionaal niveau aan een financieringsmodel voor particulieren gewerkt. Onzekerheden in alternatieven voor aardgas: er zijn een aantal fossielvrije alternatieven voor het verwarmen op aardgas. Al deze alternatieven hebben hun eigen voor- en nadelen en er vinden nog continue (technische) ontwikkelingen plaats. Een keuze is daarom niet altijd evident en er kunnen ontwikkelingen plaatsvinden waardoor op een later moment een andere keuze toch de voorkeur verdient. Uitvoeringskracht: de transitieopgave gaat veel ‘handen’ vragen in de uitvoering. Deze handen van o.a. installateurs en bouwbedrijven, zijn nu al lastig te vinden. Met name voor particulieren. De vraag gaat alleen maar toenemen.
Het slim bundelen van de werkzaamheden (en wellicht collectief inkopen) kan hierin een hulpmiddel zijn. De gemeente kan (in de Wijkuitvoeringsplannen) mogelijk een faciliterende rol hebben. Ook binnen Transform wordt naar invulling van deze faciliterende rol gekeken. Ondanks deze onzekerheden moeten we toch beginnen. En niet alleen omdat het moet, maar ook omdat we met deze keuzes een beweging kunnen faciliteren die al gaande is. Corporaties (met de verduurzaming van hun woningvoorraad de startmotor van de transitie), ontwikkelaars en particuliere eigenaren zijn vaak zelf ook al aan de slag en/of moeten op korte termijn hun HR-ketel vervangen. Zij vragen regie, kaders en ondersteuning van de gemeente. De Transitievisie Warmte is een middel om deze regie te voeren en kan een basis zijn voor te ontwikkelen kaders.
7
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
2. Samenvatting
De Transitievisie Warmte geeft op hoofdlijnen aan wat het beste alternatief op aardgas is op wijkniveau. Naast woningen moeten ook de bedrijfsgebouwen van een duurzaam alternatief op aardgas voorzien worden. Het gaat hierbij om de warmtevraag voor gebouwverwarming, en nadrukkelijk niet onder productiewarmte. Productiewarmte valt onder andere afspraken in het Klimaatakkoord en niet onder de warmtevisie. Voor bedrijventerreinen geldt dat maatwerk afspraken gemaakt moeten worden, waarbij we zoveel mogelijk inzetten op hergebruik van eventuele restwarmte uit de processen. De keuze voor het alternatief op aardgas voor woningen is gebaseerd op een aantal belangrijke criteria. Wat is de bouwkundige typering? Woningtype (grondgebonden of gestapeld) en woningdichtheid. Bouwjaar en isolatiegraad - en soms energielabel voor exactere duiding isolatie.
Wat is mate van isolatie; is de woning geschikt voor hoge temperatuur (HT) of lage temperatuur (LT) verwarming? Eigendom: huur of koop (particulier/corporatiewoningen)? Monumentale status: wel of geen beschermd stads- of dorpsgezicht? Zijn er alternatieve warmtebronnen in de buurt die ingezet kunnen worden om de gebouwde omgeving te verwarmen? Is de mogelijke oplossing collectief of individueel? Afhankelijk van de woningdichtheid van het gebied en de beschikbare warmtebronnen wordt een keuze gemaakt (voor een collectieve dan wel individuele techniek). Collectief vergt onderzoek. Niet voor elke techniek is een haalbare businesscase op te stellen, en soms zijn de technieken nog niet marktrijp. Voor collectieve oplossingen geldt: vroegtijdig inspelen op een mogelijk alternatieve richting/ alternatieve bron. Zeker als de aanleg gekoppeld is aan planning van andere projecten. Individueel is technisch vrijwel altijd mogelijk. Wat is kostentechnisch de meest optimale oplossing? Welke koppelkansen zijn aanwezig die aanleiding geven om voor of na 2030 te streven naar aardgasvrij? Is er al momentum, zijn er bewonersinitiatieven? Zijn er al (verduurzamings-)plannen van corporaties of nieuwbouwprojecten die een versnelling kunnen opleveren? Zijn er koppelkansen vanuit andere werkvelden? (openbare ruimte, infrastructuur, rioolvervanging, etc.)
8
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
De meer technische criteria zijn in onderstaande afbeelding geordend. In dit schema zie je hoe het maken van de keuze voor een alternatief voor aardgas er op hoofdlijnen uit ziet.
Lage bebouwingsdichtheid
Hoge bebouwingsdichtheid Oude woning
Oude woning
Biogas, biomassa, waterstof, hybride
Slim warmtenet, geothermie, hybride
Individueel
Collectief/Individueel
Nieuwe woning
Nieuwe woning
All electric: lucht en bodem warmtepompen, elektrisch
LT restwarmte, wko, aquathermie, all electric
Individueel
Collectief/Individueel
Afbeelding: overzicht van mogelijke technieken op woningniveau (op hoofdlijnen)
9
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
De antwoorden op bovenstaande vragen resulteren voor Deventer in de onderstaande keuzes. Wijk
Wat
Wanneer
WUP
Wijk
Wat
Wanneer
WUP
Binnenstad – Raambuurt
Mogelijk verduurzamen bestaande warmtenet Overige woningen individuele oplossing, afhankelijk van leeftijd en energielabel: - All-electric (Label B of beter) - Hybride met duurzaam gas - HR ketel met duurzaam gas
Na 2030
N
Rivierenwijk
Mogelijk huidig warmtenet verduurzamen Overige woningen: hybride met duurzaam gas
Na 2030
N
Keizerslanden Borgele Platvoet
Mogelijk huidig warmtenet verduurzamen.
ORK + LGK voor 2030
J
Slim warmtenet gevoed door: RWZI Onderzoek mogelijkheden IJssel + Singel voor voeding en uitbreiding Slim Warmtenet Zandweerd
Zandweerd J voor 2030
Oranjekwartier/Ludgeruskwartier Onderzoek slim warmtenet gevoed door riothermie, in combinatie met renovatie en (sloop/)nieuwbouw.
De Worp
Slim warmtenet gevoed door IJssel
2025-2035
?
Overige woningen Individueel: Nieuwbouw (na ’92) naar all-electric Overig: hybride of HR ketel met duurzaam gas
Buitengebied en dorpen Diepenveen Schalkaar Okkenbroek Lettele Bathmen
Individuele oplossing, afhankelijk van isolatiegraad van de woning: Gelijk naar all-electric Hybride met duurzaam gas HR ketel met duurzaam gas
2020-2050 Bathmen voor 2030
J
2025-2040
N
Nieuwbouw (bouwjaar na ’92) Diverse plekken in de stad
Gelijk naar all-electric, tenzij aangesloten op warmtenet.
Schil Zandweerd Voorstad
10
Transitievisie Warmte Deventer
Colmschate Colmschate Noord Colmschate Vijfhoek
Individuele oplossing Nieuwbouw (na ’92) naar all-electric Overige woningen: hybride of HRketel met duurzaam gas
Optie: onderzoek LT-net met Douwelerkolk voor Groot Douwel. 2020 2040
N Bedrijventerreinen
Maatwerk, met zo veel mogelijk gebruik van lokale restwarmte uit de productieprocessen.
www.deventer.nl
Naast deze criteria van meer technisch en financiële aard zijn er ook twee uitgangspunten meegegeven in het Energieplan.
et aardgasvrij maken van woningen is niet 1 op 1 gekoppeld aan energieneutraliteit. Sterker nog, H als wij aardgas als warmtebron vervangen door niet duurzaam opgewekte elektriciteit of waterstof, leidt dat tot een stijging van de CO2-uitstoot. anuit oogpunt van duurzaamheid hanteren we daarom de volgende uitgangspunten voor de V warmtetransitie: Wij gaan ervan uit dat 50% van het huidige gasverbruik zal worden vervangen door stroom. Dat is in de huidige berekeningen in het Energieplan opgenomen. De rest komt bijvoorbeeld uit riothermie, zoals we willen toepassen in de wijk Zandweerd; Zandweerd. Als het elektrisch verwarmen niet in de pas loopt met de opwek van duurzame elektriciteit, heeft dat negatieve gevolgen voor de CO2-uitstoot; We richten ons de komende jaren zoveel mogelijk op warmteoplossingen die geen gebruik maken van elektriciteit, dus geothermie, aquathermie, riothermie, restwarmte, zonnewarmte, biomassa en biogas.
Energieplan Deventer
3. Lokale analyse
Om scherp te krijgen voor welke uitdaging de gemeente Deventer staat, is een lokale analyse verricht. Het voorliggende hoofdstuk geeft daarin inzicht. In paragraaf 3.1 wordt ingegaan op de opgave voor Deventer. Daarbij worden de volgende vragen beantwoord: wat is de huidige totale warmtevraag? En wat is de te verwachten warmtevraag in 2030 en 2050? Vervolgens geeft paragraaf 3.2 een schets van Deventer zelf. Wat zijn karakteristieken van de gemeente in het algemeen en de verschillende wijken in het bijzonder? Die karakteristieken zijn van belang om een strategie te kunnen bepalen om van het aardgas af te gaan. Daarna volgt in paragraaf 3.3 een overzicht van de relevante, alternatieve warmtebronnen in Deventer. Paragraaf 3.4 zoomt in op de koppelkansen en mogelijkheden die er lokaal liggen voor de warmtetransitie.
3.1 Huidige warmtevraag gemeente Deventer Het Klimaatakkoord mikt op het aardgasvrij maken van 20 procent van de woningen in Nederland tot 20301). Een simpele rekensom leert dat Deventer daarmee de opgave heeft om in de komende 10 jaar 10.000 woningen van het aardgas af te koppelen. Deze 10.000 woningen zijn ook in het Energieplan opgenomen. Per jaar komt dit (nog los van de bedrijfsgebouwen) tot 2030 uit op 1000 woningen per jaar (2021-2030). Na 2030 is er nog 20 jaar voor de overige 80 procent van de woningen. Het zwaartepunt ligt daarmee dus op de laatste periode als de transitie naar verwachting vaart zal maken. Dat is ook de aanname vanuit het Klimaatakkoord.
Totaal aan woningen in Deventer van het aardgas af in 2050
12
Transitievisie Warmte Deventer
Aantal woningen per jaar van het aardgas af tot 2030 Klimaatakkoord, 2019 (link >). 1)
www.deventer.nl
De opgave is ook uit te drukken in energietermen. Het aardgasgebruik van woningen in de gemeente Deventer is volgens de meest recente gegevens 1760 Terajoule (TJ) (2018). De vraag van de utiliteit kwam dat jaar uit op 563 TJ. Dat bracht de totale warmtevraag op 2323 TJ.2) Deze complete vraag dient duurzaam te worden ingevuld.
Warmtevraag in TJ/Jaar
Tot slot is het zinvol om de achterliggende opgave van de warmtetransitie niet uit het oog te verliezen: het terugdringen van de CO2-uitstoot om daarmee de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen en zo de opwarming van de aarde te beperken. Deventer heeft een totale CO2-uitstoot van 586.500 ton. CO2-uitstoot door gasverbruik is met 179.333 ton verantwoordelijk voor een derde van de uitstoot. Door warmtevraag in de gebouwde omgeving in Deventer te verlagen en op een duurzame manier te verwarmen kan de totale CO2-emissie in de gemeente Deventer voor een derde worden teruggedrongen (zie grafiek).3) Het is van belang om de winst van aardgas niet teniet te doen door aardgas te vervangen door oplossingen gevoed door ‘grijze stroom’. Schets van Deventer
woningen utiliteit 2,500
CO2-uitstoot door gas- en elektriciteitsverbruik Deventer, ton
2,00
563
300.000
583
260.000
1,500
220.000
1,000
180.000
1,760
1,571
140.000
500 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
2018
CO2-uitstoot t.g.v. elektriciteitsverbruik
2030
CO2-uitstoot t.g.v. gasverbruik Bron: meerdere bronnen | 2010 - 2018
De huidige vraag is gebaseerd op de data uit de klimaatmonitor, dit zijn dezelfde data als in de Regionale Strategie Warmte zijn gebruikt (het warmtedeel in de RES). Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft verkenningen uitgevoerd naar trends in de warmtevraag. De aanname voor 2030 is dat de warmtevraag voor de gebouwde omgeving lager zal zijn, door onder andere een forse inzet op isolatie. Voor de utiliteit zien we een lichte stijging.
13
Transitievisie Warmte Deventer
2)
Klimaatmonitor, 2018. https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/
3)
Klimaatmonitor, 2018. https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/
www.deventer.nl
3.2 Schets van Deventer De gemeente Deventer bestaat uit de stad Deventer en het buitengebied met de dorpen Bathmen, Diepenveen, Schalkaar, Okkenbroek en Lettele. Voor de keuzes in Transitievisie Warmte zijn een aantal karakteristieken van groot belang. Deze karakteristieken hebben invloed op de kans rijkheid van alternatieven op aardgas: Okkenbroek
Leeftijd (bouwjaar) van de woningen; Energielabel; Hoge of lage bebouwingsdichtheid; Aanwezigheid van alternatieve bronnen in de nabijheid; Koppelkansen met andere projecten (Renovatie door corporaties, nieuwbouw ontwikkelingen, projecten in de openbare ruimte, initiatieven door bewoners). Leeftijd woningen Zoals elke Nederlandse plaats kent Deventer een grote variëteit aan woningen. Voor het aardgasvrij maken van een woning is met name het bouwjaar van groot belang. Hoe ouder de woning, hoe moeilijker het is om de woning goed te isoleren. Dat is van cruciaal belang, omdat alleen een goed geïsoleerde woning verwarmd kan worden met een lage temperatuurverwarming. Een minder goed geïsoleerde woning kan alleen maar goed worden verwarmd met een warmtebron met een hoge temperatuur (water vanaf 70 graden). Laagtemperatuurverwarming is efficiënter en bespaart meer CO2, als dat een mogelijkheid is, heeft LT altijd de voorkeur. In het algemeen kan worden gesteld dat vooroorlogse woningen nooit op een betaalbare manier geschikt gemaakt kunnen worden voor lage temperatuurverwarming. Dat geldt ook voor een groot deel van de woningen die voor 1970 zijn gebouwd. In 1992 is het bouwbesluit aangepast, woningen die na 1992 zijn gebouwd hebben een energielabel B of beter.
Over het algemeen kan gesteld worden dat voor deze woningen of een LT-warmtenet (bij beschikbaarheid bron) of een All-electric oplossing de meest voordelige is.
14
Transitievisie Warmte Deventer
Diepenveen
Schalkhaar Lettele
Borgele en Platvoet Keizerslanden Zandweerd Voorstad Binnenstad
De Worp
Colmschate Noord
Rivierenwijk en Bergweide
Colmschate Vijfhoek Bathmen
ColmschateZuid
Diepenveen Schalkhaar Lettele Okkenbroek Borgele en Platvoet Zandweerd Keizerslanden Binnenstad
Voorstad De Worp Rivierenwijk en Bergweide Colmschate Noord Colmschate Vijfhoek ColmschateZuid Bathmen
www.deventer.nl
Het aandeel vooroorlogse woningen in Deventer is gemiddeld 23%, met tussen de wijken onderling grote verschillen. De binnenstad kent meer dan 50% vooroorlogse bouw (zie ook het kaartje hiernaast). Deventer kent een grote variatie aan woningen, zowel tussen wijken als binnen wijken. Dat maakt dat er lang niet altijd één oplossing per wijk mogelijk is of het meest voordelig is. Energielabels Naast de woningleeftijd zegt ook het energielabel veel over de mogelijkheden van de woning. Er ligt tot op zekere hoogte een relatie tussen energielabel en woningleeftijd. Hoe nieuwer de woning, hoe beter het label. Veel inwoners hebben zelf ook al stappen gezet in woningisolatie. HR+ glas, zolderisolatie en vloerisolatie worden vaak toegepast. Ook na-isolatie van spouwmuren gebeurt steeds vaker. Dit wordt vaak uitgevoerd bij een verbouwing bij verhuizing. Je ziet daarom dat de energielabels wat achterlopen op de werkelijkheid. Een nieuwe energielabel wordt vaak pas weer aangevraagd bij verkoop. Onderstaande kaart laat de labels in Deventer zien. Naast een ‘gespikkeld’ beeld is ook de koppeling tussen bouwjaar en label goed te herkennen.
Onbekend voor 1945 1945 - 1959 1960 - 1974 1975 - 1989 1990 - 2004 2005 en later
15
Transitievisie Warmte Deventer
Meest voorkomende bouwperiode woningvoorraad Deventer per buurt 1-1-2018
www.deventer.nl
Gecertificeerde energielabels per VBO
16
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
3.3 Relevante alternatieve bronnen
Het vervolg zoomt kort in op de volgende mogelijk beschikbare warmtebronnen in Deventer:
De eerste stap in het zoeken naar alternatieven is te kijken naar bronnen die we binnen de gemeente al hebben. Waar ‘lekt er warmte weg’ die we heel goed kunnen (her)gebruiken? Onderstaande grafiek geeft inzicht in de bestaande (reeds in gebruik) en potentiele bronnen binnen de gemeente. Dit zijn cijfers uit landelijke en provinciale verkenningen, de hoeveelheden moeten gelezen worden in ‘orde van grootte’ en niet als exacte aantallen. Totale theoretische potentie en bronnen In de gemeente Deventer is er een theoretisch haalbare potentie van in totaal 1.356,6 TJ aan duurzame bronnen. Uit onderzoek en de praktijk zal de komende jaren moet blijken of deze potentie ook daadwerkelijk inzetbaar is. Dat zal zeker niet overal het geval zijn. Bovendien is te verwachten dat de restwarmtebronnen uit de industrie (Kloosterlanden) vooral ook door de industrie weer gebruikt zullen worden. Dit is exclusief omgevingswarmte (uit bodem en lucht) waar bijvoorbeeld warmtepompen gebruik van maken, omdat dat vrijwel onbeperkt winbaar is. In de volgende grafiek zijn de totale warmtevraag en totale potentie tegen elkaar afgezet:
17
Transitievisie Warmte Deventer
541,7
Gepland aanbod
470,2
Bestaand aanbod
162,1
182,6
3.7
1011,9
2322.8
vraag aanbod
Vraag industrie en landbouw
Groengas (biogas en biomassa) Over biomassa zijn recent veel uitspraken gedaan. Het is belangrijk om het onderscheid te maken tussen het stoken van biomassa (droge biomassa) en het vergisten van biomassa (natte biomassa). De kritiek op biomassa is dat er hele bossen zouden worden opgestookt in centrales. Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft aan dat de houtpellets doorgaans niet van hele bomen zijn gemaakt maar van resthout. Toch willen ze de mogelijke misstanden wel gaan onderzoeken. Aan het verstoken van biomassa kleven nog een aantal andere bezwaren. Houtige biomassa is op papier CO2 neutraal. De CO2 die vrijkomt wordt weer opgenomen door nieuwe bomen. In de praktijk ligt dat anders. Het kost jaren om de CO2 weer op te nemen, je hebt immers niet gelijk een nieuwe grote boom na het omkappen van de opgestookte. Het verstoken heeft een negatieve invloed op de luchtkwaliteit van omwonenden. De luchtfiltering is steeds beter geregeld maar nog steeds niet optimaal, zeker niet bij de kleinere centrales. Er is een link met de stikstofdiscussie: biomassacentrales stoten stikstofoxides uit.
Match vraag en aanbbod in TJ/Jaar
Vraag gebouwde omgeving
Groengas (biogas en biomassa); Geothermie; Aquathermie; Restwarmte; Omgevingswarmte.
Potentieel aanbod
Potentieel aanbod TEO
Potentieel aanbod incl. TEO
Anders dan verstoken is het vergisten biomassa. Dat doen we vooral met natte reststromen zoals mest, slib, gft. Bij het vergisten van deze materialen komt Methaangas vrij, biogas. Dit biogas is gelijk te gebruiken, of (en dat is uiteindelijk efficiënter) op te waarderen naar groengas waarna het ingevoed kan worden op het huidige gasnet. Nieuwe innovatieve technieken (houtvergassing en superkritische watervergassing) maken het in de toekomst mogelijk om ook houtige (droge) biomassa te verwerken tot groengas. In deze visie gaan we alleen uit van vergisting van natte biomassa. Dat is hoofdzakelijk mest afkomstig uit de veehouderij en natte reststromen uit de akkerbouw.
www.deventer.nl
ervaring mee opgedaan. Dat kan leiden tot uitbreiding.
Geothermie Geothermie is aardwarmte uit de diepe ondergrond. Dit betreft thermische en aardlagen met hoge temperatuur warmte, minimaal tussen de 60 en 80 °C. De gebruikt worden om bijvoorbeeld een warmtenet te voeden.
Reststromen uit de akkerbouw zijn in Deventer in beperkte mate beschikbaar (zoals in vrijwel alle stedelijke gemeenten). In theorie is er in totaal 151 TJ/jaar winbaar (factsheet Overijssel). Omdat al veel biomassa voor andere doeleinden gebruikt wordt, wordt bij de bepaling van de economische potentie van groengas als rekenregel gehanteerd om de technische potentie te delen door drie.4) Het economisch potentieel komt dan op 50,3 TJ/jaar. Voorwaarde om deze potentie binnen Deventer te kunnen realiseren is sterk ondersteunend (nationaal) beleid voor groengas én de realisatie van innovatieve vergassingstechnieken nodig.5)
Conclusie: eigen opgewekt biogas uit biomassa is zeer beperkt beschikbaar in Deventer en er is nog een stevige innovatieslag nodig om dat daadwerkelijk te kunnen toepassen. Biogas door vergisting uit mest: In en rond Oxe zijn 5 boeren bezig met monovergisters. De mest van deze 5 bedrijven kunnen samen in potentie 500.000 m3 biogas leveren (10,9 TJ). Volgens inschattingen van Noaber Energie zijn er in potentie 25 bedrijven die mest kunnen vergisten tot biogas. Daarmee kan er in potentie 54,5 Tj uit mestvergisting worden opgewekt.
Conclusie: Biogas uit vergisting is in beperkte mate in het buitengebied beschikbaar. Er wordt nu ervaring mee opgedaan. Dat kan leiden tot uitbreiding. Geothermie Geothermie is aardwarmte uit de diepe ondergrond. Dit betreft thermische energie uit diepe aardlagen met hoge temperatuur warmte, minimaal tussen de 60 en 80 °C. Deze warmte kan gebruikt worden om bijvoorbeeld een warmtenet te voeden. Uit landelijke verkennende studies lijkt er potentie voor geothermie te zijn aan de noordkant van Deventer. Op dit moment voert Energie Beheer Nederland in heel Nederland een onderzoek uit naar de daadwerkelijke potentie met behulp van seismisch onderzoek. Eén van de onderzoekslijnen gaat door de gemeente Deventer. Twee andere lijnen lopen vlak onder en boven de gemeentegrenzen langs. Hieruit moet de daadwerkelijke potentie blijken. Bij gebleken potentie kan geothermie heel goed een duurzame HT-warmtebron zijn voor zowel de bestaande warmtenetten aan de noordzijde van Deventer als voor uitbreidingen op deze netten of mogelijk nieuwe warmtenetten.
Uit landelijke verkennende studies lijkt er potentie voor geothermie te zijn aa Deventer. Op dit moment voert Energie Beheer Nederland in heel Nederland de da met b onder onder de ge Twee vlak o geme Hieru daadw Afbeelding: seismisch onderzoekslijnen SCAN blijke Het daadwerkelijk boren naar geothermie en de aanleg van de (zeer goed geïsoleerde) leidingnetwerkan geothermie heel goed een duurzame HT-warmtebron zijn voor zowel de b ken zijn kostbaar. Alleen bij relatief hoge woningdichtheid en meer dan 5000 woningaansluitingen is er sprake van een haalbare businesscase. Verder is de werkelijke potentieals vanvoor de bronuitbreidingen pas bekend na een op deze warmtenetten aan de noordzijde van Deventer proefboring, en ook die is zeer kostbaar (2 tot 3 miljoen euro). Van deze 5000 woningen is aansluitzekernieuwe warmtenetten. heid daarom in een vroeg stadium belangrijk.
Het daadwerkelijk boren naar geothermie en de aanleg van de (zeer goed geïs Dilemma Geothermie Beperkende factor voor geothermie is dat vrijwel de hele gemeente Deventer binnen een drinkwaterbeleidingnetwerken zijn kostbaar. Alleen bij relatief hoge woningdichtheid en m schermingsgebied valt. Op 50 meter diepte ligt een kleilaag die het drinkwaterpakket beschermt. Voor woningaansluitingen is 2000 er sprake haalbare businesscase. is de diepe geothermie moet tussen de en 3000 van metereen diep geboord worden, door deze kleilaagVerder heen. En dat mag op dit moment niet. liggen twee belangen naast bescherming drinkwater (2 en tot 3 m de bron pas bekend naHiereen proefboring, en elkaar, ook die is zeervan kostbaar zorgen voor duurzame warmte. 5000 woningen is aansluitzekerheid daarom in een vroeg stadium belangrijk. Conclusie: Er is mogelijk geothermie beschikbaar in of rond de gemeente Deventer. Bij gebleken potentie
Dilemma Geothermie kan het een zeer goede HT-bron zijn voor zowel bestaande warmtenetten en mogelijk nieuwe HT-warmtenetten in de oude woningvoorraad.
Beperkende factor voor geothermie is dat vrijwel de hele gemeente Deventer drinkwaterbeschermingsgebied valt. Op 50 meter diepte ligt een kleilaag die h CE Delft, 2020. Potentieel van lokale biomassa en invoedlocaties van groengas, een verkenning voor 2030. beschermt. Voor diepe geothermie moet tussen de 2000 en 3000 meter diep www.deventer.nl deze kleilaag heen. En dat mag op dit moment niet. Hier liggen twee belangen bescherming van drinkwater en zorgen voor duurzame warmte. 4) 5)
18
Transitievisie Warmte Deventer
hoeveelheid woningen die HT-verwarming vragen, geothermie onmisbaar lijkt. Maar: - Geothermie is kostbaar, hoge woningdichtheid en minimaal 5000 aansluitingen zijn nodig. - De belangen van drinkwater bescherming en warmtewinning liggen hier tegenover elkaar waardoor het ook een politieke keuze (op provinciaal niveau) is.
Aquathermie (TEO, TEA, TED) Als het gaat om aquathermie is met name de potentie van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) noemenswaardig.
Een tweede conclusie is dat, gezien de beperkte hoeveelheid alternatieven in Deventer, en de grote hoeveelheid woningen die HT-verwarming vragen, geothermie onmisbaar lijkt. Maar: Geothermie is kostbaar, hoge woningdichtheid en minimaal 5000 aansluitingen zijn nodig. De belangen van drinkwater bescherming en warmtewinning liggen hier tegenover elkaar waardoor het ook een politieke keuze (op provinciaal niveau) is. Aquathermie (TEO, TEA, TED) Als het gaat om aquathermie is met name de potentie van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) noemenswaardig. In gemeente Deventer kan volgens de landelijke aquathermiekaart van STOWA (Stichting Toegepast Wateronderzoek) grofweg 541 TJ uit oppervlaktewater gewonnen worden Dat is ruim 20% van de vraag. Deze warmte kan gebruikt worden om LT warmtenetten of bronnetten te voeden. Daar moeten we 2 kanttekening aan toevoegen: Warmte uit oppervlaktewater is altijd Lage of zelfs Ultra Lage temperatuur (tussen de 10 en 20 graden Celcius). Dat water moet met een warmtepomp opgewaardeerd worden tot bruikbare midden temperatuur (40-50 graden) of hoge temperatuur (70 graden). Het kan dus niet rechtstreeks gebruikt worden. Dat is ook het principe van Zandweerd, we spreken dan van een slim warmtenet. Het opwaarderen van de warmte kan elektrisch (indien gevoed door groene stroom) of met een duurzaam gas.
Het trekken van de buizen van de bron naar de buurt waar je de warmte wilt gebruiken kost geld. De bron moet zo dicht mogelijk in de buurt van de wijk liggen om een rendabel project maken. Onderzoeken: TEO capaciteit van de IJssel + overig oppervlaktewater; Riothermie capaciteit Deventer totaal.
19
Transitievisie Warmte Deventer
Bron: https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b-d5bf-e811-a2c0-00155d010457 Bron: https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart#e5e9ea2b-d5bf-e811-a2c0-00155d010457 In gemeente Deventer kan volgens de landelijke aquathermiekaart van STOWA (Stichting Toegepast Conclusie: de beschikbaarheid warmte uit oppervlaktewater is relatief Wateronderzoek) grofweg 541van TJ uit oppervlaktewater gewonnen wordenhoog. Dat isMet ruimname 20% de vanIJssel de is een belangrijke bron.kan Hetgebruikt is een LT-bron, van deofwarmte is noodzakelijk, vraag. Deze warmte wordendus omopwaarderen LT warmtenetten bronnetten te voeden.zeker gezien de relatief oude woningvoorraad aan de IJssel is dat noodzakelijk. Daar moeten we 2 kanttekening aan toevoegen: -
Warmte uit oppervlaktewater is altijd Lage of zelfs Ultra Lage temperatuur (tussen de 10 en 20 graden Celcius). Dat water moet met een warmtepomp opgewaardeerd worden tot bruikbare midden temperatuur (40-50 graden) of hoge temperatuur (70 graden). Het kan dus niet rechtstreeks gebruikt worden. Dat is ook het principe van Zandweerd, we spreken dan van een slim warmtenet. Het opwaarderen van de warmte kan elektrisch (indien gevoed door groene stroom) of met een duurzaam gas.
19
www.deventer.nl
Restwarmte De restwarmtecapaciteit in Deventer is beperkt. Er is beperkt restwarmte beschikbaar in Deventer. Deze is met name afkomstig van bestaande WKO’s (Warmte Koude Opslag) die nu om verschillende redenen niet draaien. De restwarmtebronnen hebben een relatief grote afstand tot de bebouwde omgeving. Daarnaast is er ook op de industrieterreinen een warmtevraag, en is het veel logischer om de warmte juist daar in te zetten.
Conclusie: voor de gebouwde omgeving zijn er vrijwel geen restwarmtebronnen beschikbaar. Omgevingswarmte Omgevingswarmte is vrijwel altijd en overal mogelijk. De potentie is ook vrijwel onbeperkt. Omdat andere warmtebronnen beperkt (restwarmte, aquathermie) of onzeker (biomassa en geothermie) zijn, valt niet te ontkomen aan de inzet van omgevingswarmte met behulp van lucht- of bodem-warmtepompen. Voor luchtwarmtepompen is er geen specifieke potentie. In buitengebieden is omgevingswarmte vaak een van de weinige mogelijkheden. Voor warmte uit de bodem geldt weer dezelfde beperking als bij geothermie, er mag niet dieper dan 50 meter geboord worden (wat zeer ondiep is). Dat is voldoende voor gebouw gebonden WKO’s, maar niet voldoende voor WKO’s op buurt of wijkniveau.
Conclusies match vraag en aanbod Er zit een aanzienlijk gat tussen de vraag en het aanbod van alternatieven bronnen om in een alternatief op aardgas te voorzien. Er zijn verschillende potentiele bronnen op diverse locaties beschikbaar. Een groot deel van deze bronnen vraagt nader onderzoek (aquathermie) naar de daadwerkelijke potentie en de mogelijkheden voor ontsluiting ervan. Een deel van dat onderzoek moet plaats vinden samen met andere gemeenten (potentie van de IJssel als bron). We moeten dus naar andere alternatieven kijken. Met de huidige inzichten kunnen we Deventer niet voorzien van een alternatief op aardgas zonder de inzet van Geothermie of groengas. Aandacht houden voor alternatieven op de lange termijn (zoals geothermie en alternatieve gassen), en openblijven voor verschillende scenario’s. Vraagreductie is van groot belang. We moeten volop in blijven zetten op isoleren.
Waterstof Waterstof is geen warmtebron, maar een veelbesproken energiedrager. In het Klimaatakkoord wordt toepassing van waterstof voorzien in de industrie, mobiliteit en de gebouwde omgeving. Waterstof zal zoals het zich nu laat aanzien geen 1-op-1 vervanging zijn voor aardgas in de gebouwde omgeving, aangezien we daar voornamelijk inzetten op vraagreductie, hybride- en all-electric oplossingen en warmtenetten. De verwachting is dat het gebruik van groene waterstof (opgewekt uit groene stroom) als energiedrager voor de gebouwde omgeving zich tot 2030 zal beperken tot enkele pilotprojecten, aldus de publicatie “waterstof in de energietransitie” (TKI Nieuw gas, 2020, pag. 26, 27, 37, 55, 56). Deze pilotprojecten zijn nodig om uit te zoeken, te testen en te demonsteren hoe waterstof grootschalig na 2030 toegepast zou kunnen worden in de gebouwde omgeving. De pilotwijk Nijstad-Oost in Hoogeveen is hier zo’n voorbeeld van.
20
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
4. Strategieën
4. Strategieën
Voor op de aardgas alternatieven op in aardgas hebben we keuzelijnen in Deventer keuzelijnen Voor de alternatieven hebben we Deventer een aantal dieeen met aantal de huidige standrealistisch van de techniek realistisch zijn. stand van de techniek zijn.
1. Isoleren (vraagreductie) De eerste stap moet altijd vraagreductie zijn, het beter isoleren van woningen. Uit het overzicht van mo1 Isoleren gelijke bronnen op dit moment(vraagreductie) en de vraag naar warmte, wordt duidelijk dat we er zonder vraagreductie eerste stap moet altijdinzet vraagreductie zijn, hetaardgas beter moet isoleren van woningen. U in Deventer niet De komen. Naast de wijkgerichte op alternatieven voor er wijkgericht en stadsbreed ingezet worden op woningisolatie. mogelijke bronnen op dit moment en de vraag naar warmte, wordt duidelijk dat w
vraagreductie in Deventer niet komen. Naast de wijkgerichte inzet op alternatiev
Particuliere woningeigenaren: voor particuliere woningeigenaren nu de RRE-campagne (Regeling moet er wijkgericht en stadsbreed ingezetloopt worden op woningisolatie. Reductie Energiegebruik). Dat is een heel mooi begin, maar we moeten ons realiseren dat het een begin is en dat er in de komende jaren nog veel meer inspanningen moeten plaatsvinden om de isolatie van Particuliere woningeigenaren: voor particuliere woningeigenaren loopt nu de RRE particuliere woningen te verbeteren.
(Reductie Regeling Energieverbruik). Dat is een heel mooi begin, maar we moeten het een begin is en dat er in de komende jaren nog veel meer inspanningen moet Corporaties: alle Deventer corporaties beginnen met isolatie en grote aanpak bij de woningen met de isolatie van woningen te een verbeteren. slechtste energiede labels (E/F/G). Departiculiere corporaties werken toe naar gemiddeld label B in 2030.
21
Transitievisie Warmte Deventer
Corporaties: alle Deventer corporaties beginnen met isolatiewww.deventer.nl en grote aanpak bij slechtste energie labels (E/F/G). De corporaties werken toe naar een gemiddeld l
2. Collectieve oplossingen onderzoeken (warmtenet LT/MT/HT) Bij beschikbaarheid van een goede bron zijn collectieve oplossingen in veel gevallen (zeker bij woningen van voor ’92 in een relatief hoge dichtheid) minder kostbaar dan individuele oplossingen. Voordelen collectieve oplossingen (zoals slim warmtenet Zandweerd); Relatief weinig ruimtebeslag in de woning (warmte afleverset in plaats van gasketel); Indien mogelijk isoleren tot label B; Geen aanpassingen aan verwarmingssysteem nodig (geen nieuwe radiatoren).
5. Duurzaam gas (in combinatie met hybride oplossing) Het dilemma van duurzaam gas is dat het met de huidige stand van de techniek beperkt beschikbaar is en dat het op de korte termijn (tot aan 2030) ook niet (betaalbaar) beschikbaar wordt. Wordt duurzaam gas als strategie gekozen, dan is isoleren en een hybride oplossing een must. Voor sommige gebieden in de stad is er op dit moment technisch/financieel geen andere oplossing denkbaar.
Voor collectieve oplossingen (slimme warmtenetten) gelden een aantal randvoorwaarden; Er moet een warmtebron aanwezig zijn (LT/MT/HT); Er moet sprake zijn van relatief hoge woningdichtheid (voor het buitengebied is een collectieve oplossing financieel gezien onhaalbaar); Er moet ruimte in de ondergrond zijn om het warmtenet aan te leggen. 3. Individuele oplossing met mogelijk ‘tussenstop’ Voor de woningen gebouwd voor ’92, waarvoor geen collectieve oplossing mogelijk is, gelden ruwweg 2 oplossingsrichtingen (die ook in de tijd op elkaar kunnen volgen): Hybride ketel gevoed met duurzaam gas; Maximaal isoleren en all-electric (warmtepomp). 4. Direct naar all-electric Voor woningen gebouw na ’92 is het vaak mogelijk om gelijk over te stappen op all-electric. Woningen zijn voldoende geïsoleerd om met lage temperatuur verwarmd te worden. Deze woningen zijn vaak ook ruimer waardoor er ruimte is voor een buffervat voor warm tapwater. Randvoorwaarden voor overstap naar all-electric: Voldoende isolatie en kierdichting (minimaal bouwbesluit na ’92); Verwarmingssysteem aangepast op Lage temperatuur (vloerverwarming of LT radiatoren); Ruimte voor buffervat warm tapwater.
22
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
5. Routekaart Deventer
In dit hoofdstuk wordt per deelgebied inzicht gegeven in de mogelijk toepasbare technieken die voor de warmtevoorziening een alternatief zijn voor aardgas. Om de voorkeursrichting per deelgebied te kunnen bepalen kijken we naar de typering van het gebied en de lokale beschikbaarheid van bronnen.
5.1 Afwegingskader Vanuit het inzicht in de verschillende deelgebieden in de gemeente moeten we komen tot een routekaart/uitvoeringsstrategie. Er moet een keuze gemaakt worden voor welke wijken vóór 2030 een alternatief voor aardgas gereed is. Daarbij zijn verschillende overwegingen die bijdragen aan de keuze om al dan niet vóór 2030 aan de slag te gaan. De belangrijkste vragen daarbij zijn: Wat typeert de woningen en hoe eenvoudig of lastig is het om de warmtevraag te beperken (te isoleren)? Verdiepende vragen zijn dan: Woningtype: aspecten als grondgebonden of gestapeld, woningtype en woningdichtheid? Bouwjaar en isolatiegraad - en soms energielabel voor exactere duiding isolatie. Wat is mate van isolatie; is de woning geschikt voor HT of LT? Eigendom: huur of koop (particulier/corporatiewoningen)? Monumentale status: wel of geen beschermd dorpsgezicht? Zijn er kansen op het gebied van alternatieve warmtebronnen die ingezet kunnen worden om de gebouwde omgeving te verwarmen? Is de mogelijke oplossing collectief of individueel? Afhankelijk van de typering van het gebied en de beschikbare warmtebronnen wordt een keuze gemaakt (voor een collectieve dan wel individuele techniek). Collectief vergt onderzoek. Niet voor elke techniek is een haalbare businesscase op te stellen, en soms zijn de technieken nog niet marktrijp.
Voor collectieve oplossingen geldt: vroegtijdig inspelen op een mogelijk alternatieve richting/ alternatieve bron. Zeker als de aanleg gekoppeld is aan planning van andere projecten. Individueel is vrijwel altijd mogelijk. Welke koppelkansen zijn aanwezig om zaken naar voren of naar achter in de planning te schuiven? Is er al momentum, zijn er initiatieven? Zijn er al plannen van corporaties of nieuwbouwprojecten die een versnelling kunnen opleveren? Zijn er koppelkansen vanuit andere werkvelden? (openbare ruimte, infrastructuur, rioolvervanging, etc.)
23
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
Aan de hand van de kansen en mogelijkheden die naar voren komen in de antwoorden op deze vragen zijn er wijken / deelgebieden afgebakend, is per wijk de oplossingen in beeld gebracht (in de vorm van een voorkeursalternatief en een terugvaloptie) en is een logisch moment voor uitvoering bepaald. De onderstaande afbeelding geeft op hoofdlijnen weer hoe het bouwjaar, het energielabel en de woningdichtheid invloed hebben op de warmtevraag en de mogelijke oplossingen.
Lage bebouwingsdichtheid
Hoge bebouwingsdichtheid
Oude woning
Oude woning
Biogas, biomassa, waterstof, hybride
Slim warmtenet, geothermie, hybride
Individueel
Collectief/Individueel
Nieuwe woning
Nieuwe woning
All electric: lucht en bodem warmtepompen, elektrisch
LT restwarmte, wko, aquathermie, all electric
Individueel
Collectief/Individueel
Afbeelding: overzicht van mogelijke technieken op woningniveau (op hoofdlijnen)
24
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
5.2 Routekaart in tabel Wijk
Wat
Wanneer
WUP
Wijk
Wat
Wanneer
WUP
Binnenstad – Raambuurt
Mogelijk verduurzamen bestaande warmtenet Overige woningen individuele oplossing, afhankelijk van leeftijd en energielabel: - All-electric (Label B of beter) - Hybride met duurzaam gas - HR ketel met duurzaam gas
Na 2030
N
Rivierenwijk
Mogelijk huidig warmtenet verduurzamen Overige woningen: hybride met duurzaam gas
Na 2030
N
Keizerslanden Borgele Platvoet
Mogelijk huidig warmtenet verduurzamen.
ORK + LGK voor 2030
J
Slim warmtenet gevoed door: RWZI Onderzoek mogelijkheden IJssel + Singel voor voeding en uitbreiding Slim Warmtenet Zandweerd
Zandweerd J voor 2030
Oranjekwartier/Ludgeruskwartier Onderzoek slim warmtenet gevoed door riothermie, in combinatie met renovatie en (sloop/)nieuwbouw.
De Worp
Slim warmtenet gevoed door IJssel
2025-2035
?
Overige woningen Individueel: Nieuwbouw (na ’92) naar all-electric Overig: hybride of HR ketel met duurzaam gas
Buitengebied en dorpen Diepenveen Schalkaar Okkenbroek Lettele Bathmen
Individuele oplossing, afhankelijk van isolatiegraad van de woning: Gelijk naar all-electric Hybride met duurzaam gas HR ketel met duurzaam gas
2020-2050 Bathmen voor 2030
J
2025-2040
N
Nieuwbouw (bouwjaar na ’92) Diverse plekken in de stad
Gelijk naar all-electric, tenzij aangesloten op warmtenet.
Schil Zandweerd Voorstad
25
Transitievisie Warmte Deventer
Colmschate Colmschate Noord Colmschate Vijfhoek
Individuele oplossing Nieuwbouw (na ’92) naar all-electric Overige woningen: hybride of HRketel met duurzaam gas
Optie: onderzoek LT-net met Douwelerkolk voor Groot Douwel. 2020 2040
N Bedrijventerreinen
Maatwerk, met zo veel mogelijk gebruik van lokale restwarmte uit de productieprocessen.
www.deventer.nl
5.2.1 Binnenstad en Raambuurt
5.2.2 De Schil
De binnenstad van Deventer en de Raambuurt kennen een rijke geschiedenis met zowel monumentale panden als recente nieuwbouw en alles wat daartussen zit. De oude bebouwing is vaak slecht geïsoleerd heeft daardoor een hoge warmtevraag. De dichtheid van de panden is hoog. In een deel van de binnenstad ligt al een warmtenet. Gezien de drukte in de ondergrond lijkt het niet mogelijk om dat uit te breiden. De complexiteit van variatie in panden, variatie in warmtevraag en variatie in gebruik maakt dat een nieuwe collectieve oplossing voor de binnenstad geen optie is. Een individuele oplossing lijkt (voor de panden die niet aangesloten zijn op het huidige warmtenet) vooralsnog de beste oplossing. In onderstaande tabel is de routekaart in meer detail uitgewerkt: Omschrijving
De zogenaamde schil van Deventer is voornamelijk gebouwd tussen 1900 en 1950. Er staan veelal relatief kleine eengezinswoningen. Op een aantal plekken staan grotere woningen (bijv. Zwolseweg, en Hoge Hondstraat), maar het merendeel is. Op een aantal plekken is gesloopt en nieuwgebouwd. De energielabels zijn er relatief laag De woningdichtheid is relatief hoog, de straten zijn veelal smal. Op de plekken met de grotere woningen na, vallen de koopprijzen in het goedkope en middel-dure segment. Er wonen relatief veel starters en mensen met een kleine portemonnee. Tegen Zandweerd aan ligt de RWZI, deze heeft restwarmte beschikbaar. De afgelopen jaren is deze restwarmte gemonitord. Er lijkt warmte te zijn voor ca 2.000 woningen. Daarnaast ligt Zandweerd Zuid tegen de IJssel aan. Ook de IJssel is een potentiele restwarmtebron. De ontwikkeling van een LT Slim warmtenet is, in ieder geval in Zandweerd de beste keuze. Het alternatief is een individuele oplossing. Omschrijving
Planning
Typering gebied
Grote variatie aan leeftijd van panden Grote variatie in Energielabel van de panden Er ligt een klein HT-warmtenet in de binnenstad en in de Raambuurt
Typering gebied
Relatief veel kleine woningen gebouwd tussen 1900 en 1950 Incidenteel sloop nieuwbouw Relatief veel starters/lage inkomens Lage energielabels (E/F/G)
Voorkeursrichting
Verduurzamen bestaande HT-warmtenet: Met eigenaar en Ennatuurlijk onderzoeken wat de verduurzamingsmogelijkheden zijn van dit bestaande warmtenet
Aanwezige bronnen
RWZI IJssel (potentieel) Singel (haalbaarheid i.r.t. spoorweg?) (Potentieel)
Voorkeursrichting
Slim warmtenet RWZI (LT van RWZI opwaarderen naar 70 graden) nderzoek uitbreiding Slim warmtenet naar de rest van de O schil gevoed door IJssel
Alternatieve richting
Individueel afhankelijk van isolatiegraad woningen: All-electric Hybride of HR met duurzaam/hernieuwbaar gas
Individuele oplossing afhankelijk van mogelijkheden woning: All-electric bij woningen met label B of beter Hybride of HR ketel met duurzaam/hernieuwbaar gas
26
Planning
Alternatieve richting
Geen
Koppelkansen
Geen
Transitievisie Warmte Deventer
www.deventer.nl
Omschrijving ezien de hoge woningdichtheid is de een all-electric G oplossing met een lucht-warmtepomp op dit moment eigenlijk geen wenselijke oplossing. De geluidsoverlast en de warmteproductie buiten zullen (bij de huidige generatie warmtepompen) in deze dichtheden mogelijk veel overlast geven. Daarnaast zijn woningen en tuinen relatief klein en is er vaak geen ruimte voor de installatie. Daarmee blijft alleen de Hybride of HR-ketel met een duurzaam gas over als alternatief. Koppelkansen
Omschrijving
Planning
Restwarmte RWZI Nieuwbouw Tuinen van Zandweerd Renovatie huurwoningen Zandweerd door Rentree en Ieder1
Typering gebied
Relatief veel kleine woningen gebouwd tussen 1900 en 1950 Relatief slechte energielabels (E/F/G) Hoge woningdichtheid en smalle straatjes Koopprijzen middelduur
Aanwezige bronnen
IJssel (potentieel)
Voorkeursrichting
Slim warmtenet RWZI (LT van RWZI opwaarderen naar 70 graden) nderzoek uitbreiding Slim warmtenet naar de rest van de O schil gevoed door IJssel
Alternatieve richting
Individueel afhankelijk van isolatiegraad woningen: All-electric Hybride- of HR-ketel met alternatief gas Gezien de hoge woningdichtheid is de een all-electric oplossing met een lucht-warmtepomp op dit moment eigenlijk geen wenselijke oplossing. De geluidsoverlast en de warmteproductie buiten zullen in deze dichtheden in de zomer veel overlast geven
Koppelkansen
Actieve bewonersgroep die streeft naar ‘De Worp energieneutraal in 2030’. Bewonersgroep heeft acties opgezet rond afkoppelen hemelwater en de inkoop van zonnepanelen. Er volgt (met ondersteuning van de RRE) een actie rond isolatie
5.2.3 De Worp De Worp ligt als enige wijk aan de westkant van de IJssel. Het is een kleine wijk, met een relatief hoge dichtheid aan eengezinswoningen in smalle straten. Gebouwd tussen 1900 en 1930. De wijk heeft een deel met huurwoningen (Rentree), waar een paar jaar geleden groot onderhoud is uitgevoerd en waar verschillenden woningen zijn verkocht. De Worp heeft actieve bewonersgroepen die zich onder andere bezig houden met de speeltuin, het afkoppelen van hemelwater en het gezamenlijk inkopen van zonnepanelen. Recent is (met ondersteuning vanuit de RRE) gewerkt aan een gezamenlijke isolatiecampagne. De bewonersgroep die hier mee bezig is streeft naar de Worp energieneutraal in 2030.
27
Transitievisie Warmte Deventer
Planning
www.deventer.nl
5.2.4 Dorpen en buitengebied
5.2.5 Nieuwbouw
De gemeente Deventer kent een vijftal dorpen met omliggend buitengebied: Diepenveen, Schalkaar, Okkenbroek, Lettele en Bathmen. De dorpen en het buitengebied bestaan uit een gevarieerde mix van woningen (leeftijd), in een relatief lage dichtheid. Grootschalige collectieve oplossingen zoals een warmtenet zijn daardoor niet rendabel. Deze woningen vragen om een individuele aanpak. De eerste stap is het beperken van de warmtevraag door te isoleren waar mogelijk. Vervolgens kan op een natuurlijk moment overgestapt worden naar een hybride warmtepomp. Of naar een all-electric oplossing als woningen voldoende geïsoleerd zijn. Een andere optie is de overstap van aardgas naar een duurzaam/hernieuwbaar gas in combinatie met een HR-ketel.
In de gemeente Deventer zijn een aantal nieuwbouwontwikkelingen en recent gebouwde wijken (stadsuitbreiding, stadsinbreiding en herstructurering). Alle huidige nieuwbouwwijken worden sowieso niet meer aangesloten op het aardgasnetwerk. Alle woningen in jonge wijken (globaal bouwjaar na 1992) hebben een goede isolatiegraad (label B of hoger) en daardoor een lage warmtevraag. Voor deze woningen geldt dat ze met weinig aanpassingen (weinig extra isolatie) over kunnen stappen op een all-electric-oplossing. Om de overstap te maken moet een natuurlijk moment benut worden tussen nu en 2050; bijvoorbeeld bij de vervanging van een ketel, verbouwing of verhuizing. Wel is het verstandig om voor deze gebieden een doelstelling te formuleren hoeveel procent er in 2030 aardgasvrij moet zijn om te zorgen dat er voldoende voortgang wordt geboekt.
Bathmen heeft een zeer actieve energie coöperatie die zich richt op zonnepanelen via postcoderoos, en bezig is met de opwek van groengas door monovergisters. Omschrijving
28
Typering gebied
Veel oude woningen, zeer lastig om voor aanvaardbare kosten geschikt te maken voor all-electric
Voorkeursrichting
Individueel aanpak. isoleren overstappen op een HR ketel hybride installatie (vanaf label C) of all-electric (vanaf label B) en op termijn over op duurzaam/ groen gas
Alternatieve richting
Niet van toepassing
Koppelkansen
oaber-Energie in Bathmen is een zeer actieve energie coöpeN ratie. Zowel op het vlak van zonne-energie (postcoderoos) als duurzame warmte (mestvergisters) zijn ze actief. Daarnaast werkt Noaber-Energie samen met de gemeente Deventer aan een lokale isoltiecampagne (vertraagd door Corona). Met huiskamergesprekken en lokale wooncoaches wordt inzichtelijk gemaakt wat de mogelijkheden zijn
Transitievisie Warmte Deventer
Omschrijving
Planning Natuurlijk moment benutten
Typering gebied
Bebouwing relatief nieuw, na 1992
Voorkeursrichting
Vanwege de isolatiegraad van deze woningen zijn deze geschikt over te stappen op all-electric met lucht of bodemwarmte Als er een LT-bron dicht in de buurt is, kan (bij voldoende dichtheid) onderzocht worden of een LT- of MT-warmtenet een optie is
Alternatieve richting
Geen
Planning
www.deventer.nl
5.2.6 Rivierenwijk
5.2.7 Keizerslanden – Borgele/Platvoet
Rivierenwijk is een van de twee wijken waar herstructurering heeft plaats gevonden. Er is in de afgelopen jaren door de woningcorporatie gesloopt en nieuw gebouwd. Nog voor de aardgasvrij verplichting. De nieuwbouw woningen zijn voorzien van nieuwe individuele CV-ketels. Een groot deel van de oude (particuliere) woningen in Rivierenwijk zijn aangesloten op een HT-warmtenet. De situatie rond het warmtenet is juridisch en organisatorisch ingewikkeld (en uniek in Nederland). Het net is eigendom van de circa 40 VVE’s samen, het beheer en onderhoud is in handen van Ennatuurlijk. Er is een grote ontevredenheid onder bewoners over het warmtenet (met name over de kosten). De verduurzaming van het net kan een aanleiding zijn om opnieuw naar de situatie hier te kijken. Omschrijving
29
Planning
Typering gebied
Variatie van nieuwbouw door herstructurering en net na-oorlogse woningen
Voorkeursrichting
Verkennen mogelijkheden verduurzamen bestaande warmtenet in combinatie met onderzoek mogelijkheden eigendom Niet aangesloten woningen individueel: Na ’92, op termijn overstappen op all-electric Voor ’92 overstap op hybride of HR ketel op hernieuwbaar gas
Alternatieve richting
Niet van toepassing.
Koppelkansen
ansluiten bij de grote aanpak van rentree in Bekkumerbuurt. A Rentree voorziet woningen van zonnepanelen. Kopers kunnen hier op mee (meeliften).
Transitievisie Warmte Deventer
Keizerslanden en Borgele Platvoet zijn de grote naoorlogse wijken van Deventer. In Keizerslanden heeft een grote herstructurering plaats gevonden. Landsherenkwartier is vrijwel in zijn geheel vernieuwd, Tuindorp is gedeeltelijk vernieuwd en het winkelcentrum is vernieuwd. Voor (delen van) Oranjekwartier en Ludgeruskwartier worden nu plannen gemaakt. Ook delen van Borgele zijn vernieuwd. Al deze vernieuwingsoperaties maken dat er een grote variatie is in woningleeftijd en energielabel. In het gebied ligt een gasgestookt HT-warmtenet van Ennatuurlijk. Er zijn op dit moment weinig alternatieve bronnen in dit gebied: Door Oranjekwartier loopt een hoofdriool. We onderzoeken de mogelijkheden voor een slim warmtenet gevoed door riothermie, in combinatie met de nieuwbouw en mogelijke vernieuwing van huurwoningen in Oranjekwartier. Mocht op termijn geothermie realistisch worden, dan zou dit voor de bestaande warmtenetten een goede optie zijn, mogelijk uitgebreid naar andere delen van keizerslandenof Borgele/Platvoet. Gezien alle onzekerheden willen we daar op dit moment nog niet vanuit gaan. Omschrijving
Planning
Typering gebied
Variatie van nieuwbouw door herstructurering en naoorlogse woningen Een deel van de woningen is aangesloten op het HT-warmtenet van Ennatuurlijk