CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-277 Rapport afwegingskader energiecrisis

Hamerraad 10 mei 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Tijdelijke subsidieverordening energiecompensatie instellingen 2022 en 20236.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Energiecompensatie instellingen Afwegingskader Maart 2023

Uitgave Naam Telefoonnummer Mail

: Gemeente Deventer : ir. J.T. Lobeek : 0622411762 : jt.lobeek@deventer.nl

|1

Inhoud Samenvatting

3

1

Inleiding

5

1.1 Inleiding

5

1.2 Scope

5

1.3 Doelstelling

6

1.4 Aanpak

6

1.5 Planning

6

Analyse fase

7

2.1 Inleiding

7

2.2 Impact-analyse instellingen

7

2.3 Rijksregelingen

7

2.4 Classificatie

8

2

3

Afwegingskader

10

3.1 Inleiding

10

3.2 Uitgangspunten

10

3.3 Hoofdlijn afwegingskader

11

3.4 Categorie 1

13

3.5 Categorie 2

14

3.6 Categorie 3

15

3.7 Categorie 4

15

BIJLAGE I: STAATSSTEUN

17

BIJLAGE III: STRATEGIE

18

BIJLAGE III: FORMAT IMPACT-ANALYSE

20

|2

Samenvatting Er zijn instellingen die in de knel dreigen te komen door de stijging van de energierekening, zoals sportverenigingen, dorps- en buurthuizen, culturele instellingen en scholen. Het is wenselijk dat de gemeente een afwegingskader maakt op basis waarvan kan worden bepaald welke instellingen (financiële) ondersteuning van de gemeente krijgen tegemoetkoming van de hogere energielasten. Bij de uitwerking zijn enkele belangrijke kanttekeningen van toepassing: - De rijksregelingen die beschikbaar komen, zijn nog niet uitgewerkt. - De energiemarkt is nog enorm aan fluctuaties onderhevig. - De instellingen zijn enorm divers qua situatie met betrekking tot de financiële impact van de energiecrisis. De hoofdlijn van het afwegingskader is: - De instellingen dienen eerst gebruik te maken van mogelijke rijksregelingen. - We compenseren als gemeente maximaal 75% van de financiële gevolgen van de energiecrisis per instelling onder de voorwaarde dat er sprake is van een exploitatietekort. - We leggen geen verplichting op om duurzaamheidsmaatregelen te treffen, die gekoppeld is aan het verkrijgen van een compensatie. - De compensatie richt zich op de financiële gevolgen van de energiecrisis in 2022 en 2023. - Instellingen die voor 30 juni 2023 financieel in problemen komen, komen in aanmerking voor een voorschot op de compensatie.

- Instellingen die ondanks een eventueel voorschot financiële problemen blijven houden als gevolg van de energiecrisis komen in aanmerking voor een lening. Per instelling wordt hierover besloten. Het afwegingskader bestaat uit een strategie per categorie instelling of organisatie. Uitwerking afwegingskader Het hoofdscenario dat we hanteren bij de instellingen is overbruggen/aanpassen. Dit wil zeggen dat we de instellingen financieel willen helpen de huidige energiecrisis door te komen als zij zonder financiële steun in liquiditeits- en/of continuïteitsproblemen komen. We gaan er wel vanuit dat de duur van de crisis beperkt blijft en dat de prijzen op termijn (binnen 2 jaar) weer enigszins normaliseren, mogelijk wel op een structureler hoger niveau. Voorgesteld wordt de regeling op te zetten tot 31 december 2023. De gemeente kiest ervoor dat van de compensatiemaatregel een prikkel moet uitgaan richting de betreffende instelling om als mogelijk duurzaamheidsmaatregelen te treffen. De visie hierbij is dat we waar redelijkerwijs mogelijk duurzamer uit de energiecrisis willen komen. Dit betekent dat we maximaal 75% van de financiële gevolgen van de energiecrisis per instelling willen compenseren. De gemeente stelt wel een totaal maximum in om te voorkomen dat er een (financieel) open einde regeling ontstaat.

Dit betekent dat als het totaal van aanvragen het maximum overschrijdt, de compensatie naar rato wordt gekort. Het voorstel is om de gestegen energielasten ten opzichte van de tarieven van 1 januari 2022 te gebruiken als parameter voor de bepaling van de omvang van eventuele compensatie. Het bedrag van de energiecompensatie wordt gecorrigeerd met eventueel ontvangen bijdragen uit diverse rijksregelingen rondom energielasten. De gemeentelijke compensatie is dus een vangnetregeling

|3

Vanuit juridisch oogpunt verdient het aanbeveling om een eventuele gemeentelijke financiële compensatie van instellingen zoveel mogelijk langs de lijn van de subsidie-relatie te laten plaatsvinden. Het voorstel is om geen duurzaamheidsverplichting te koppelen aan de financiële compensatie. De specifieke omstandigheden per instelling blijken uit de impactanalyse te verschillend, zowel wat betreft eigendomssituatie, contracttype als mogelijkheid tot investeren. Het opleggen van een duurzaamheidsverplichting als voorwaarde bij een energiecompensatie leidt aanvullend tot een zwaar administratief en toezichtproces in de komende jaren. Bovendien is er al een duurzaamheidsprikkel omdat we maar 75% vergoeden. Daarbij is er maatschappelijk voldoende urgentie besef om te veranderen als mogelijk.

|4

1 Inleiding 1.1 Inleiding De energiecrisis van 2022 heeft financiële gevolgen gehad voor maatschappelijke instellingen. Door de stijgende energieprijzen zijn de energielasten van deze type instellingen aanzienlijk gestegen, hetgeen kan leiden tot financiële problemen en een vermindering van de dienstverlening. De gestegen energielasten in de maatschappij in brede zin kan ook een neveneffect hebben op maatschappelijke instellingen. Zo kan de energiecrisis hebben geleid tot een afname van het aantal donateurs en vrijwilligers, omdat mensen wellicht minder geld over hebben om te doneren of minder tijd om vrijwilligerswerk te doen. Bovendien kan de energiecrisis ook leiden tot een afname van het aantal mensen dat gebruikmaakt van de diensten van de instellingen, omdat mensen misschien minder geld hebben om deze diensten te betalen of omdat ze zich minder betrokken voelen bij de instellingen als gevolg van de financiële problemen. Beide ontwikkelingen leiden tot een vermindering van de inkomsten van de instellingen. Om de forse stijging van de energierekening van huishoudens en bedrijven deels te compenseren, neemt de overheid verschillende maatregelen. Er zijn extra maatregelen voor huishoudens met een laag inkomen.

Ondanks deze maatregelen zijn er instellingen en organisaties (met een subsidierelatie met de gemeente Deventer) die in de knel dreigen te komen door de stijging van de energierekening, zoals sportverenigingen, dorps- en buurthuizen, culturele instellingen en scholen. Zonder maatregelen zullen de gestegen energielasten van 2022 en verder grote consequenties hebben voor de vermogenspositie van instellingen. In enkele gevallen ontstaan er door de effecten liquiditeits- en/of continuïteitsproblemen. Om de gevolgen van de energiecrisis op maatschappelijke instellingen te verminderen, is het belangrijk dat de overheid financiële steun biedt aan deze instellingen, zodat ze hun energielasten kunnen betalen en hun dienstverlening kunnen blijven uitvoeren. Op 14 september 2022 heeft de raad een motie aangenomen over maatregelen om de hoge energieprijzen te compenseren. De raad heeft in de motie onder andere het volgende uitgesproken: • Dat de instellingen de organisaties een onmisbaar onderdeel zijn van de sociale (infra)structuur van de gemeente Deventer; • Dat de gemeente instellingen en organisaties kan bijstaan in hun stappen tot verduurzaming (onder andere via het duurzaamheidscentrum, bijvoorbeeld met een energiecoach voor instellingen). • Dat verduurzamende maatregelen geen oplossing biedt voor de financiële nood die is ontstaan op de korte termijn.

• Dat het wenselijk is dat de gemeente een afwegingskader maakt op basis waarvan kan worden bepaald welke instellingen en organisaties (financiële) ondersteuning van de gemeente krijgen tegemoetkoming van de hogere energielasten. Onderhavige rapportage bevat een afwegingskader dat we willen hanteren om de financiële situaties te beoordelen.

1.2 Scope Dit afwegingskader richt zich op “verbonden partijen, subsidierelaties en deelnemingen”. Hierbij nemen we organisaties die geen subsidie ontvangen, maar wel primair een maatschappelijk doel of een maatschappelijke functie hebben ook mee. In het vervolg van deze rapportage zal gesproken worden over instellingen.

|5

We onderscheiden de volgende type instellingen: Cultuur- en kunstinstellingen, zorginstellingen, verbonden partijen (gemeente is aandeelhouder), maatschappelijke instellingen (buurthuizen, speeltuinverenigingen), sportinstellingen (sportclubs, sportverenigingen), jeugdinstellingen (scholen, jeugdwelzijn), deelnemingen en overige instellingen met primair een maatschappelijk doel. Organisaties met primair een commerciële doelstelling nemen we in dit afwegingskader niet mee (i.c. ondernemers). Ook private huishoudens nemen we niet mee. Deze categorieën vallen onder het nationale overheidsbeleid en -maatregelen

1.3 Doelstelling Het afwegingskader voor financiële compensatie aan instellingen die het moeilijk hebben door de gestegen energielasten, is bedoeld om een objectieve en transparante manier te bieden om te bepalen wie in aanmerking komt voor financiële steun en hoeveel steun ze ontvangen in aanvulling op al genomen rijksmaatregelen. Het afwegingskader bevat verschillende criteria waaraan instellingen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor financiële steun. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het doel van de instelling en de impact van de gestegen energielasten op de instelling. Dit afwegingskader is ontwikkeld om te zorgen dat de financiële steun op een eerlijke en rechtvaardige manier wordt verdeeld.

1.4 Aanpak Om te komen tot het afwegingskader zijn de werkzaamheden als volgt gefaseerd: 1. 2. 3. 4.

Impact analyse per instelling Bepalen urgentie/categorie eventuele maatregelen obv analyse Uitwerken strategie Opstellen afwegingskader per categorie

Deze fasen worden in de komende hoofdstukken doorlopen.

1.5 Planning Dit afwegingskader zal als beleidsregel vastgesteld moeten worden door het college. De raad is begin 2023 geconsulteerd over het concept afwegingskader. De planning voor de komende periode is dat begin april het college het afwegingskader definitief vaststelt. Na vaststelling van de subsidie-verordening door de gemeenteraad naar verwachting begin mei 2023 zal het aanvraagproces worden ingericht. Het aanvraagproces start 1 juni 2023 en duurt tot en met 30 september 2023. Binnen 8 weken zal daarna besloten moeten worden op de aanvragen. Eind 2023 zal de regeling geëvalueerd worden. Tijdens de evaluatie wordt het vraagstuk meegenomen of gezien de stand van zaken van de ontwikkelingen in de energiemarkt, de regeling verlengd moet worden.

|6

2 Analyse fase 2.1 Inleiding Op basis van de motie van de raad is in oktober 2022 gestart met een impact-analyse. Aan programmamanagers is gevraagd voor instellingen die aan de gemeente zijn gelieerd (conform de scope) een impact analyse te maken. Hierbij is gebruik gemaakt van een format dat opgenomen is in bijlage III. Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van de uitkomsten van deze analyses, bevat een opzet van de classificatie en bevat een beschrijving van beschikbare rijksmaatregelen.

2.2 Impact-analyse instellingen De verhoging van de kosten van de energie heeft een grote financiële impact op de instellingen. In het algemeen kan er worden geconcludeerd dat er een zeer divers beeld is. Dit wordt met name veroorzaakt door het type contract (vast, variabel), de looptijd van het vaste contract en de omvang van de energieposten ten opzichte van de totale omzet. De meeste instellingen melden een financiële impact over 2022 tussen € 0,-- en € 20.000,--. Daarnaast is het beeld dat de meeste instellingen wel kijken naar een enigszins lager energieverbruik. Of dit mogelijk is zonder zwaar in te grijpen op de bedrijfsvoering (zoals bij bijvoorbeeld het Sportbedrijf met en buitenzwembad Borgelerbad) is per instelling wel verschillend. Algemene beeld is dat het weerstandsvermogen wordt aangesproken om de gestegen lasten op te vangen. Hierdoor ontstaan er nog geen directie problemen. Wel gaat het inzetten van het weerstandsvermogen ten koste van toekomstige investeringen. Er zijn enkele instellingen die zeer hard worden getroffen door de energiecrisis als gevolg van hun activiteiten. Dit zijn het sportbedrijf Deventer met De Scheg, het Borgelerbad, sporthal De Kroon en sporthal Keizerslanden en enkele instellingen met grote zalen en of kantoren.

Bij het sportbedrijf zijn de energiekosten relatief groot ten opzichte van de omzet (verwarmd zwembad, sporthallen en te koelen ijsbaan). Er is een groot verschil in instellingen over het al dan niet al getroffen hebben van duurzaamheidsmaatregelen om de gevolgen van de energiecrisis op langere termijn te beperken. Niet alle instellingen mochten, konden of wilden in het verleden investeren in duurzaamheidsmaatregelen.

2.3 Rijksregelingen Om de forse stijging van de energierekening van huishoudens, bedrijven en instellingen deels te compenseren, neemt de rijksoverheid verschillende maatregelen. Voor alle huishoudens zijn 3 maatregelen van toepassing: Maatregelen voor alle huishoudens: ongeveer € 545 korting bij een gemiddeld energieverbruik 1. Lagere energiebelasting op elektriciteit 2. Hogere teruggave energiebelasting in 2022 3. Lagere btw op aardgas, elektriciteit en stadsverwarming in 2022 4. Prijsplafond op verbruik van gas en elektriciteit in 2023 Huishoudens met een laag inkomen krijgen bovendien een extra eenmalige energietoeslag van ongeveer € 1.300. En zij krijgen hulp om energie te besparen.

|7

In de Najaarsnota die minister Sigrid Kaag van Financiën aan de Tweede Kamer aangeboden heeft, is opgenomen dat instellingen in de (semi-)publieke sector, zoals scholen, theaters, zwembaden en zorginstellingen, in totaal € 1,6 miljard extra energiesteun krijgen. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) krijgt vanaf volgend jaar € 400 miljoen extra. Met die middelen kunnen de gestegen energielasten van scholen en culturele instellingen worden opgevangen. Het ministerie onderzoekt nog hoe het geld het beste uitgekeerd kan worden. Voor publieke zwembaden heeft het kabinet € 207 miljoen gereserveerd. Dat is een tegemoetkoming in hun energiekosten voor 2022 en 2023. Zorginstellingen krijgen € 30 miljoen ter compensatie van de gestegen energiekosten. Amateursportverenigingen met hoge energielasten kunnen een beroep doen op een noodfonds van € 6 miljoen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft een regeling voor een tegemoetkoming voor (mkb)bedrijven die kampen met hoge energiekosten. Onder deze zogenoemde Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) vallen zowel de uitgaven voor gas als elektra. De TEK biedt een tijdelijke tegemoetkoming voor mkbondernemingen waarvan de energiekosten minimaal 7% uitmaken van de totale omzet. De TEK is nog niet open. Aanvragen kan naar verwachting in het 1e kwartaal van 2023.

Het kan zijn dat sommige instellingen in aanmerking komen voor deze regeling. Gemeenten en provincies krijgen ook nog structureel zo’n € 300 miljoen erbij en kunnen hiermee publieke en maatschappelijke instellingen compenseren. Dit zal lopen via het gemeente- dan wel provinciefonds. Dit betekent dat gemeenten en provincies vrij zijn in de keuze die ze hierin maken. Het lastige van de huidige situatie is dat onduidelijk is hoe alle rijksregelingen eruit gaan zien. Daarnaast is onduidelijk of de betalingen direct vanuit het rijk naar instellingen gaan of via de gemeenten lopen.

2.4 Classificatie Op basis van de ingevulde impact-analyses zijn de diverse instellingen op basis van urgentie te verdelen in meerdere categorieën (classificatie). Voorgesteld wordt om bij de instellingen ten aanzien van de financiële impact te werken met de volgende classificatie: 1. Geen maatregelen noodzakelijk 2. Maatregelen zijn nodig na 30 juni 2023. 3. Maatregelen zijn nodig voor 30 juni 2023. 4. Urgent Categorie 1 (geen maatregelen noodzakelijk): Instellingen die relatief weinig hinder hebben ondervonden van de energiecrisis met name door nog doorlopende (vaste) contracten, zij hoeven geen/nauwelijks aanspraak te doen op hun weerstandsvermogen. Hun bedrijfscontinuïteit is gewaarborgd. Categorie 2 (programmeerbaar): Instellingen die financiële impact hebben ondervonden van de energiecrisis, zij hebben aanspraak moeten maken op hun weerstandsvermogen en hebben moeten ingrijpen in hun bedrijfsvoering. Hun bedrijfscontinuïteit en liquiditeit kan worden gewaarborgd tot en met (minimaal) 30 juni 2023. Echter, is de verwachting dat de instelling aandacht behoeft in de loop van 2023 wegens mogelijk onvoldoende weerstandsvermogen dan wel onvoldoende liquiditeit.

|8

Categorie 3 (overbruggen): Instellingen die in de huidige situatie hun liquiditeit niet kunnen waarborgen tot 30 juni 2023. Categorie 4 (urgent): Instellingen die in de huidige situatie hun bedrijfscontinuïteit niet kunnen waarborgen tot 30 juni 2023.

|9

3 Afwegingskader 3.1 Inleiding De bouwstenen voor het afwegingskader zijn in de vorige hoofdstukken uitgewerkt. In dit hoofdstuk worden de bouwstenen gebruikt om een afwegingskader te maken. Het afwegingskader is opgesteld per categorie en opgenomen in de volgende paragrafen. Het gaat hierbij om de categorieën 1 tot en met 4 zoals bepaald in paragraaf 2.4.

3.2 Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zullen worden gebruikt bij de uitwerking van het afwegingskader. •

Als gemeente willen we geen besluiten nemen, die dubbel zijn aan of in tegenspraak zijn met genomen rijksbeleid en ingrepen vanuit de europese commissie op de energiemarkt. Op dit moment is nog niet bekend hoe alle rijks- en europese maatregelen uitwerken en welk financiële tekorten daadwerkelijk gaan optreden bij gelieerde instellingen. Onze compensatiemaatregelen zullen aanvullend hierop moeten zijn.

•

Een sluitende meerjarenbegroting van de gemeente met voldoende specifiek weerstandvermogen (ratio is 1,0) blijft uitgangspunt. De gemeente zal dus niet meer energielasten compenseren dan het zelf kan dragen.

•

Individuele organisaties en instellingen met primair een commercieel doel maken geen onderdeel uit van dit afwegingskader. Voor ondernemers komt een separate regeling vanuit het Rijk.

•

De huidige aanname is dat de duur van de energiecrisis blijft beperkt tot maximaal 2 jaren. We gaan ervan uit dat binnen deze periode de prijzen normaliseren. Door de gewijzigde geo politieke omstandigheden blijven de prijzen mogelijk wel op een hoger niveau.

•

We kunnen niet elke instelling redden, zeker als de energiecrisis te lang duurt en het treffen van duurzaamheidsmaatregelen niet mogelijk is. De Raad wordt altijd geïnformeerd als instellingen als gevolg van de energiecrisis en ondanks deze regeling toch in continuïteitsproblemen komen.

•

Waar mogelijk grijpen we de benodigde maatregelen aan om sterker uit de crisis te komen door het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen zoals het beperken van het energieverbruik en het realiseren van energie-opwek waar mogelijk in de gebouwen zelf.

•

De gemeente dient ermee rekening te houden dat een op te stellen afwegingskader niet kan/mag differentiëren / discrimineren op basis van een specifieke bedrijfseconomische situatie (van 1 instelling). Het kader moet gaan over een totale groep instellingen. Dit ook op staatsteun discussies te voorkomen (zie bijlage I).

•

Beschikte en toegezegde subsidies worden in 2022 losgekoppeld van de verplichting tot het leveren van output / prestatie indien de output / prestatie beïnvloed is door de energiecrisis: de coulance regeling. Uitzondering hierop vormen specifiek projectsubsidies (bv investeringen sport).

| 10

3.3 Hoofdlijn afwegingskader In deze paragraaf wordt het afwegingskader op hoofdlijn uitgewerkt. In de volgende paragrafen wordt deze hoofdlijn uitgewerkt in een afwegingskader per categorie. Strategie Het hoofdscenario dat we hanteren bij de instellingen is overbruggen/aanpassen (zie bijlage II strategie). Dit wil zeggen dat we de instellingen financieel willen helpen de huidige energiecrisis door te komen. We verwachten dat de samenleving in brede zin meer focus krijgt om het energieverbruik terug te dringen en onafhankelijker wil worden van fossiele brandstoffen. Dit zal ook gelden voor onze instellingen. De gemeente kiest ervoor dat van de compensatiemaatregel een prikkel moet uitgaan richting de betreffende instelling om als mogelijk duurzaamheidsmaatregelen te treffen. De visie hierbij is dat we waar redelijkerwijs mogelijk duurzamer uit de energiecrisis willen komen. Dit betekent dat we niet 100% van de financiële gevolgen willen compenseren. Wanneer compenseren De instellingen zijn enorm divers qua situatie met betrekking tot de financiële impact van de energiecrisis. De gemeente kan de beslissing voor wel/niet compenseren koppelen aan de mogelijkheid van de instellingen om de gestegen energielasten in eerste instantie zelfstandig op te vangen.

Op hoofdlijn zijn hiervoor 4 mogelijkheden beschikbaar, te weten: - Lager energieverbruik -> temperatuur lager of kortere openingstijden - Kostenreductie -> bezuinigingen op andere posten dan energie - Inkomsten verhoging -> hogere tarieven voor bezoekers en / of leden - Weerstandsvermogen Bij de impact analyse is al duidelijk geworden dat instellingen de gevolgen van de energiecrisis redelijkerwijs al zelfstandig beperken via een lager energieverbruik (als mogelijk). Dit mag ook redelijkerwijs verwacht worden. De instellingen geven bij de impactanalyse wel aan dat bezuinigen op andere kosten (onderhoud, personeel of investeringen) ten koste gaan van uitgaven die directer bijdragen aan de maatschappelijke doelen of het risico in zich hebben te leiden tot grotere toekomstige uitgaven. We zouden bij instellingen waarbij de inkomsten met name vanuit leden en of gebruikers/bezoekers komen, het standpunt kunnen innemen dat de gederfde inkomsten op de leden en of gebruikers/bezoekers verhaald moet worden. Dit zal veelal gaan via de lidmaatschapscontributie en/of huur- of toegangsprijzen. Deze zal dan voor 2023 en eventueel 2024 (eenmalig) verhoogd moeten worden om reserves aan te vullen. Enerzijds is dit redelijk, anderzijds zal dit ertoe leiden dat er ook leden zullen opzeggen en bezoekers / gebruikers (deels) zullen wegblijven.

Dit leidt tot toenemende risico’s in de exploitatie van de instellingen in komende jaren. Als gemeente zelf hebben we ervoor gekozen om de buiten normale stijging van de energielasten niet door te rekenen naar onze inwoners (ozb) en gebruikers (huurders). De gestegen energielasten kunnen ook ten laste van het weerstandsvermogen worden gebracht vanuit het oogpunt van een opgetreden risico. Van de beschikbaarheid van een voldoende weerstandsreserve bij instellingen is niet altijd sprake. Daarnaast is wordt een weerstands- of eigenvermogen ook wel aangehouden voor (toekomstige) investeringen of groot onderhoud. Alleen compensatie aanbieden aan instellingen met een te klein

| 11

weerstandsvermogen, zou betekenen dat instellingen die de afgelopen jaren hebben gespaard feitelijk worden gestraft. In beginsel wordt voorgesteld om geen onderscheid te maken op aanwezig weerstandsvermogen. Gezien het voorgaande is het voorstel dat instellingen in eerste instantie hun energieverbruik moeten beperken. We eisen aan de voorkant geen verdere andere financiële maatregelen, die een instelling zou moeten nemen om de gevolgen van de energiecrisis op te vangen voordat zij in aanmerking komen voor energiecompensatie. Als gemeente verwachten we op voorhand dus geen doorrekening van kosten naar toegangsprijzen en contributies. Hiervoor kiezen we omdat het beeld per type instelling te divers is en de mogelijkheden voor andere maatregelen per type instelling ook verschillen. We willen uiteindelijk de instellingen zo veel mogelijk gelijk behandelen. Toetsingscriterium Om de instellingen gelijk te kunnen behandelen is een generiek toetsingscriterium nodig. Dit om rechtmatigheidsvraagstukken bij de afweging te voorkomen. De instellingen zijn echter zeer divers qua financiële structuur. Het probleem richt zich op de gestegen energielasten. Andere vraagstukken in de diverse exploitaties spelen vaak een rol, maar moeten bij de energielasten compensatie geen rol spelen.

Het voorstel is dan ook om de gestegen energielasten ten opzichte van de tarieven van 1 januari 2022 te gebruiken als parameter voor de bepaling van de omvang van eventuele compensatie onder de voorwaarde dat er sprake is van een negatief exploitatietekort in enig jaar. Omvang compensatie De te overwegen compensatie zal niet groter zijn dan de directe effecten als gevolg van de energiecrisis. Om een duurzaamheidsprikkel over te houden willen we de gestegen kosten niet 100% compenseren. Daarnaast is er ook een (gedeeltelijke) eigen verantwoordelijkheid om een fluctuatie in kosten als instelling op te kunnen vangen. Dit geldt ook in meer of mindere mate voor anderen in de samenleving (ondernemers en huishoudens). Anderzijds zijn niet alle instellingen redelijkerwijs in staat om het energieverbruik te beperken zonder ingrepen in de bedrijfsvoering, waardoor een te beperkte vergoeding leidt tot (grote) verschillen in impact tussen instellingen. Het voorstel is om maximaal 75% van de gestegen kosten te vergoeden. Het bedrag van de energiecompensatie wordt gecorrigeerd met eventueel ontvangen bijdragen uit diverse rijksregelingen rondom energielasten. Bij gemeenschappelijke regelingen compenseren we naar rato van deelnemingspercentage de gestegen energielast 75%, maatwerk per regeling is mogelijk.

De gemeente stelt wel een totaal maximum in om te voorkomen dat er een (financieel) open einde regeling ontstaat. Dit betekent dat als het totaal van aanvragen het maximum overschrijdt, de compensatie naar rato wordt gekort. Tijdsduur compensatie De gevolgen van de energiecrisis zijn op de lange termijn economie nog niet bekend. We gaan er wel vanuit dat de duur van de crisis beperkt blijft en dat de prijzen op termijn (binnen 2 jaar) weer enigszins normaliseren. Voorgesteld wordt de huidige regeling op te zetten tot 31 december 2023.

| 12

Juridische kader compensatie Vanuit juridisch oogpunt verdient het aanbeveling om een eventuele financiële compensatie van instellingen zoveel mogelijk langs de lijn van de subsidie-relatie te laten plaatsvinden. Andere oplossingen dragen risico’s in zich bijvoorbeeld omdat het wettelijke kader zich daartegen verzet, omdat een tegemoetkoming of maatregel strijdig kan zijn met het gelijkheidsbeginsel ofwel omdat het een ongewenst precedent kan scheppen. Juridisch kader bestaande subsidies In beginsel wordt de bestaande subsidiebeschikking niet direct beïnvloed door de energiecrisis. Bij de gesubsidieerde instellingen zal het nakomen van verplichtingen die bij de (reguliere) subsidieverlening zijn opgelegd nog steeds uitganspunt zijn. Mochten toch de vereiste prestaties toch beïnvloed zijn door de energiecrisis dan kan hier coulant mee worden omgegaan. Of het gewenst en noodzakelijk is om te acteren op niet nagekomen verplichtingen, is in eerste instantie namelijk een politieke en beleidsmatige keuze. Duurzaamheidsinvesteringen Een belangrijk uitgangspunt is dat we duurzamer uit deze energiecrisis willen komen. Naast een lager energieverbruik op korte termijn, willen we ook kijken naar duurzaamheidsmaatregelen op langere termijn. Het gaat hierbij om het verder beperken van het energieverbruik (isoleren) of het vergroten van de energie-opwek (zonnepanelen).

De belangrijkste vraag is of we eisen willen stellen aan het verlenen van compensatie voor de gestegen energielasten. Belangrijk blijkt het onderscheid te zijn of de instelling zelf eigenaar is van het gebouw dat zij gebruiken. In een huursituatie zijn gebruikers afhankelijk van de bereidheid van de eigenaar om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren. In sommige gevallen is de gemeente zelf de verhuurder. Hiervoor geldt dat de gemeente zelf investeert de komende jaren via het project verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Het voorstel is om geen duurzaamheidsverplichting te koppelen aan de financiële compensatie. De specifieke omstandigheden per instelling blijken uit de impactanalyse te verschillend, zowel wat betreft eigendomssituatie, contracttype als mogelijkheid tot investeren. Het opleggen van een duurzaamheidsverplichting als voorwaarde bij een energiecompensatie leidt aanvullend tot een zwaar administratief en toezichtproces in de komende jaren. Bovendien is er al een duurzaamheidsprikkel omdat we maar 75% vergoeden. Daarbij is er maatschappelijk voldoende urgentie besef om te veranderen als mogelijk. Aanvullend komt in het voorjaar 2023 het investeringsprogramma verduurzaming maatschappelijk vastgoed beschikbaar. Daarin zijn nog diverse keuzes te maken.

Eén van de af te wegen scenario’s kan zijn dat wij de gesubsidieerde instellingen waarbij de impact energiecrisis het grootst is, prioriteit geven in het investeringsprogramma. Op dit scenario haalbaar is, is afhankelijk van gebouwtechniek en of dit aansluit op het groot onderhoudsschema (werk met werk maken).

3.4 Categorie 1 Instellingen die in deze categorie vallen hebben geen of nauwelijks gestegen energiekosten als gevolg van de energiecrisis of hebben voldoende weerstandsvermogen om de financiële effecten op te vangen. Zij zijn vooralsnog in staat zijn de continuïteit en liquiditeit te waarborgen en er ontstaan dit jaar (2022) en volgend jaar (2023) naar verwachting geen financiële vraagstukken als gevolg van de energiecrisis.

| 13

Deze instellingen hebben in 2022 en 2023 zonder aanvullende maatregelen een positief exploitatieresultaat behouden. De instellingen in deze categorie hebben veelal een langjarig vast energiecontract. Bij de categorie 1 instellingen zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Bij de beoordeling of een instelling in categorie 1 valt zal ook gekeken moeten worden naar dezelfde type instellingen. Dit om ongelijkheid binnen 1 groep van type instellingen te voorkomen.

Afwegingskader Het afwegingskader bestaat uit 2 hoofdlijnen: 1. Deze instellingen krijgen naast de rijksregelingen en -compensaties geen aanvullende financiële compensatie. 2. De gemeente biedt deze instellingen hulp aan bij het realiseren van duurzaamheidsinvesteringen of deze instellingen maken onderdeel uit van het investeringsprogramma gemeentelijk maatschappelijk vastgoed.

Benodigde besluiten geen

3.5 Categorie 2 De instellingen worden getroffen door de gestegen kosten van energie en hebben een negatief exploitatieresultaat. Zij verwachten echter tot medio 2023 nog geen continuïteits- of liquiditeitsproblemen. Als de energiecrisis met de huidige tarieven aanhoudt, zullen de instellingen in deze categorie mogelijk in de loop van 2023 wel in financiële problemen komen. Na de impact-analyse is gebleken dat de meeste instellingen zich bevinden in deze categorie.

Afwegingskader We komen tot het volgende afwegingskader a. Instellingen dienen in eerste instantiegebruik te maken van beschikbare dan wel nog op te stellen rijksregelingen en -compensaties. b. De gemeente biedt medio 2023 een energiecompensatie 2022 aan voor instellingen, waarbij de omvang wordt getoetst aan de volgende criteria: - de gestegen maandelijkse kosten worden gebaseerd op de contractuele tarieven van de instellingen op 1 januari 2022; - het verbruik is in redelijkheid en billijkheid beperkt door genomen besparingsmaatregelen in de bedrijfsvoering door de betreffende instelling. - de gestegen kosten komen voor maximaal 75% in aanmerking om te worden gecompenseerd - de omvang van de compensatie wordt gecorrigeerd met een eventuele bijdrage uit een rijksregeling. c. De gemeente biedt een medio 2024 een energiecompensatie 2023 aan voor instellingen, waarbij de omvang wordt getoetst aan de volgende criteria: - de gestegen maandelijkse kosten worden gebaseerd op de contractuele tarieven van de instellingen op 1 januari 2022; - het verbruik is in redelijkheid en billijkheid beperkt door genomen besparingsmaatregelen in de bedrijfsvoering door de betreffende instelling.

| 14

- de gestegen kosten komen voor maximaal 75% in aanmerking om te worden gecompenseerd - de omvang van de compensatie wordt gecorrigeerd met een eventuele bijdrage uit een rijksregeling. d. We gaan coulant om met het al dan niet terugvorderen van subsidies over 2022 bij vaststelling in 2023, indien prestatie-eisen niet worden gehaald als gevolg van de besparingsmaatregelen die de instelling heeft getroffen.

Benodigde besluiten Om het voorgaande te dekken is in de begroting 2023 een bedrag opgenomen voor een compensatiefonds. Vaststellen subsidie-verordening eenmalige compensatie energielasten 2022 en 2023.

3.6 Categorie 3 Deze categorie heeft betrekking op instellingen waarbij de liquiditeit in het geding komt voordat compensaties uit rijks- en of gemeentelijke regelingen beschikbaar zijn. We hanteren hiervoor als uiterste datum 30 juni 2023. Hier zijn eerder steunmaatregelen nodig. Op dit moment bevinden zich alleen sportbedrijf Deventer zich in deze categorie.

Afwegingskader De hoofdlijn is om de instellingen het 1e half jaar 2023 door te laten komen. Voor categorie 3 instelling betekent dit dat het wachten op de compensatieregelingen niet voldoende is om de liquiditeit te waarborgen. We komen tot het volgende afwegingskader: a. Instellingen dienen in eerste instantiegebruik te maken van beschikbare dan wel nog op te stellen rijksregelingen. b. De gemeente geeft op verzoek een voorschot op de energiecompensatie voor instellingen, waarbij de omvang wordt getoetst aan de volgende criteria: - de benodigde financiële middelen voor van het oplossen van het liquiditeitsvraagstuk tot 30 juni 2023 - het liquiditeitsvraagstuk is veroorzaakt door de gestegen energielasten - het voorschotbedrag zal niet hoger zijn dan de maximaal te verwachten energiecompensatie over 2022 en 2023 - het voorschot wordt verrekend met de definitieve energiecompensatie c. Indien er ondanks het voorschot en besparingsmaatregelen toch voor 30 juni 2023 liquiditeitsproblemen ontstaan, biedt de gemeente een overbruggingslening of – krediet aan om de periode richting 30 juni 2023 te overbruggen. De overbruggingslening of krediet valt onder de reguliere richtlijnen en kaders rondom leningen. d. Nadat het voorschot en een eventuele lening is verstrekt, valt de instelling in categorie 2.

Benodigde besluiten Per instelling in deze categorie zal separaat besloten worden.

3.7 Categorie 4 Deze categorie gaat om instellingen waarbij de continuïteit in het geding komt voordat compensaties uit rijks- en of gemeentelijke regelingen beschikbaar zijn of om instellingen waarbij meerdere financiële exploitatievraagstukken spelen naast de gestegen energielasten.

| 15

Afwegingskader De hoofdlijn is om de instelling direct te helpen, waarbij maatwerk nodig is om de continuïteit te waarborgen. We komen tot het volgende afwegingskader: a. Instellingen dienen in eerste instantiegebruik te maken van beschikbare dan wel nog op te stellen rijksregelingen. b. De gemeente geeft op verzoek een voorschot op de energiecompensatie voor instellingen, waarbij de omvang wordt getoetst aan de volgende criteria: - de benodigde financiële middelen voor van het oplossen van het continuïteitsvraagstuk tot 30 juni 2023 - het continuïteitsvraagstuk veroorzaakt is door de gestegen energielasten - het voorschotbedrag zal niet hoger zijn dan de maximaal te verwachten energiecompensatie over 2022 en 2023 - het voorschot wordt verrekend met de definitieve energiecompensatie c. Indien er ondanks de energiecompensatie en besparingsmaatregelen toch voor 30 juni 2023 continuïteitsproblemen ontstaan of andere financiële exploitatievraagstukken spelen, zal maatwerk nodig zijn via separate besluitvorming.

Benodigde besluiten Per instelling in deze categorie zal separaat besloten worden. In ieder geval valt de Schouwburg in deze categorie.

| 16

BIJLAGE I: STAATSSTEUN Bij gemeenten kunnen ten aanzien van een voorgenomen steunverlening aan een instelling mogelijk vragen spelen ten aanzien van de Europese staatssteunregels. In het kader van de coronacrisis is al eens een factsheet opgesteld met een aantal stappen, die gemeenten als leidraad kunnen gebruiken wanneer zij steun willen verlenen aan instellingen die getroffen zijn door de economische gevolgen van de COVID-19 - crisis. De stappen zijn: 1. Is er reeds steun voor dezelfde individuele kosten verleend aan ondernemingen in de sector? 2. Is er sprake van staatssteun? 3. Zo ja, kan er gebruik worden gemaakt van vrijstellingskaders indien er sprake is van staatssteun? Hiervoor zijn er 2 beschikbaar, te weten de de-minimisvrijstelling en de algemene groepsvrijstelling 4. Steun aanmelden bij de Commissie. Als een steunmaatregel voor een groep instellingen wel staatssteun betreft en niet onder een vrijstellingsmogelijkheid past, moet de steun in beginsel worden aangemeld bij de Commissie. De-minimisvrijstellingsverordening Een onderneming in de betreffende sector mag op basis van de deminimisvrijstellingsverordening (Verordening EU nr 1407/2013) per drie belastingjaren tot € 200.000 euro aan steun voor economische activiteiten ontvangen, zonder dat dit door de Commissie wordt beschouwd als staatssteun.

Het volstaat dan om een verwijzing naar de deminimisverordening in de beschikking op te nemen en de onderneming een deminimisverklaring te laten tekenen. Bij verschillende nationale regelingen wordt echter al gebruik gemaakt van de de-minimisverordening, waardoor er wellicht geen ruimte meer is om aan een instelling de-minimissteun te verlenen. Bovendien geldt de drempel van € 200.000 per zelfstandige onderneming. Het is daarom belangrijk om dit te verifiëren door middel van een deminimisverklaring. De Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) Een gemeente kan onderzoeken of het mogelijk is om steunmaatregelen voor instellingen onder de AGVV (Verordening EU 651/2014, gewijzigd door Verordening EU 2017/1084) te verlenen. Met betrekking tot culturele instellingen is met name het artikel over steun voor cultuur en instandhouding van het cultureel erfgoed, artikel 53 AGVV, van belang. Op basis van dit artikel mag aan culturele instellingen 150 miljoen euro per project aan investeringssteun en 75 miljoen euro per onderneming per jaar aan exploitatiesteun worden gegeven. Als een steunmaatregel aan alle algemene voorwaarden van de AGVV én alle specifieke voorwaarden in artikel 53 AGVV (zie kader hieronder) voldoet, wordt volstaan met een kennisgevingsprocedure aan de Commissie binnen 20 werkdagen.

Dat betekent dat elektronisch een formulier met beknopte informatie over de toepassing van de AGVV aan de Commissie gestuurd wordt waarin de gemeente aangeeft aan alle voorwaarden te voldoen. Het kenniscentrum Europa decentraal is uw eerste aanspreekpunt voor het starten van deze procedure. Een belangrijke voorwaarde van de AGVV is dat een onderneming niet in moeilijkheden mag verkeren (artikel 1, lid 4 onder c). Echter, vanwege de economische gevolgen van de COVID-19 – crisis heeft de Commissie besloten om de AGVV op dit punt aan te passen, waardoor ondernemingen die voor 31 december 2019 niet in financiële moeilijkheden verkeerden, maar als gevolg van de uitbraak van de COVID-19 maatregelen in moeilijkheden zijn gekomen, ook in aanmerking mogen komen voor vrijgestelde staatsteun op grond van artikel 53 AGVV. De Commissie heeft hiertoe de AGVV gewijzigd op 2 juli 2020, waardoor het verbod op steun aan onderneming in moeilijkheden in de AGVV voor ondernemingen in de cultuursector tot 30 juni 2021 is vervallen (zie de gewijzigde versie van artikel 1, lid 4 onder c, AGVV).

| 17

BIJLAGE III: STRATEGIE Inleiding Voordat we het afwegingskader kunnen opstellen, is het belangrijk de strategie en uitgangspunten te bepalen. De strategie bepaalt welke hoofdlijn als benadering we willen volgen. Het gaat hierbij om vragen als, willen we de instellingen laten bestaan zoals ze nu zijn. Strategie Na de impact analyse is duidelijk geworden dat op dit moment de financiële impact ten aanzien van de instellingen behapbaar lijkt. Om de verdere strategie te bepalen wordt gebruikt gemaakt van het volgende model van Paul de Ruijter, specialist in scenarioplanning:

Figuur 1: model scenariogedreven benadering (bron website Twynstra Gudde) In termen van de beproefde methodiek van scenario- planning vertegenwoordigen de genoemde vragen twee ‘kernonzekerheden’. En die laten zich vertalen in vier scenario’s (met dank aan Paul de Ruijter, specialist in scenarioplanning). Elk scenario staat voor een plausibele toekomst, die voor individuele instellingen niet of nauwelijks beïnvloedbaar is, maar waarin zij wel moeten acteren. Overbruggen betekent hier: zo weinig mogelijk doen en zo snel mogelijk terug naar normaal. Overleven betekent dat we onszelf langduriger volgens gekende technieken instellen op de tijdelijke impact van de crisis. Aanpassen betekent dat we lessen trekken uit een veranderde situatie en ons daarop voor de duur van de crisis inrichten.

| 18

Transformeren betekent dat we accepteren dat de situatie blijvend veranderd is – en wij dus ook moeten veranderen. Als we dit model vertalen naar de mogelijke strategieën voor instellingen, ziet dit er als volgt uit.

Figuur 2: model handelingsrepertoire (bron website Twynstra Gudde) De Nederlanders zullen mede door de geopolitieke situatie na de energiecrisis waarschijnlijk blijvend anders gaan denken over de samenleving, energieverbruik en defensie. Vooralsnog is ook de verwachting dat de energiecrisis beperkt blijft tot een kortere periode van 2 jaren. Conclusie Uit voorgaand model volgt dan het advies voor het scenario overbruggen of aanpassen met het bijbehorende handelingsrepertoire, waarbij sturen op het beperken van energieverbruik en duurzaamheid voor de aan de gemeente gelieerde instelling belangrijk zijn.

| 19

BIJLAGE III: FORMAT IMPACT-ANALYSE Analyse financiële effecten energiecrisis op gelieerde instellingen Afgelopen periode zijn we door ontwikkelingen geconfronteerd met sterk gestegen energieprijzen. Organisaties en instellingen hebben zelf al veel maatregelen genomen om het energieverbruik te beperken. Ondanks alle inzet is al voor enkele instellingen bekend, dat dit niet voldoende zal zijn om de energiecrisis door te komen. De gemeente wil in de komende periode een afwegingskader uitwerken of en hoe we instellingen die getroffen zijn door de energiecrisis, willen gaan helpen en welke criteria hierbij gelden. Hierbij spelen veel aspecten een rol, zoals hoe groot zijn de (financiële) problemen en wat kan een organisatie zelf doen/ opvangen. Voor een gemeente geldt dat we veel kunnen maar niet alles. Met uw informatie kunnen we uiteindelijk een beter afwegingskader maken. We willen u vragen onderstaand format in te vullen. Nadrukkelijk realiseren we ons dat er soms al met instellingen contact in geweest en dat er soms al enige informatie beschikbaar is gesteld. Praktisch is het op dit moment niet mogelijk per instelling na te gaan welke (vergelijkbare) informatie al beschikbaar is en welke informatie nog nodig is. Dit duurt gewoonweg te lang. We hopen dat u ons wilt helpen om toch een eenduidig beeld te krijgen.

Doel: Het doel van deze vragenlijst is om te bepalen hoe urgent de problemen zijn voor de continuïteit van uw type instelling. Onder instelling verstaan we in dit geval een organisatie die gelieerd is aan de gemeente dan wel een organisatie die primair een maatschappelijke (niet commerciële) doelstelling heeft1. De informatie wordt gebruikt om per type instelling (dus niet per instelling afzonderlijk) te gaan bepalen of de continuïteit in gevaar is en in wat voor mate. Daarna kan door de politiek bepaald worden (per type instelling) of er ondersteunende financiële maatregelen worden overwogen en welke omvang dit kan zijn. De verstrekte informatie zal niet worden gebruikt voor de definitieve afweging en zal vertrouwelijk worden behandeld. Dit betekent dat de door u verstrekte informatie alleen zal worden gebruikt om het afwegingskader op te stellen. Informatie per afzonderlijke instelling zal niet voor andere doeleinden worden gebruikt zonder voorafgaande toestemming. De verkregen informatie wordt wel gebruikt om per type instelling richting de gemeenteraad een (gemiddeld) beeld te kunnen geven van de problemen. We realiseren ons dat een deel van de informatie nog niet bekend is, de ontwikkelingen op de energiemarkt fluctueren dagelijks. We willen u vragen als de informatie niet of onvoldoende bekend is, een inschatting te maken.

1 Voor commerciële instellingen wordt een separate aanpak coronacrisis uitgewerkt.

| 20

Vragenlijst

Vraag Algemeen

Antwoord

Naam instelling Type instelling Financiële effecten energiecrisis Wat waren uw maandelijkse energiekosten in januari 2022 (voorschotbedrag)? Wat zijn op dit moment uw maandelijkse energiekosten (voorschotbedrag)? Welke besparingsmaatregelen zijn genomen om de energiekosten te beperken, te verlagen of te compenseren? Wat is de inschatting van totale het netto effect van de energiecrisis voor 2022 voor uw instelling? * onder het netto effect verstaan we de gevolgen van de gestegen energietarieven verminderd met eventueel getroffen besparingsmaatregelen.

Verandert er in 2023 iets in uw energiesituatie die de berekening voor 2023 fors wijzigt ten opzichte van de huidige situatie? (bv. vast energiecontract loopt af of er worden zonnepanelen geïnstalleerd)

Komt u in aanmerking voor rijksregelingen ter compensatie van de gestegen energiekosten? Zo ja, hoeveel procent van de gestegen kosten kunt u hierdoor opvangen? Wat is de financiële reservepositie / het weerstandsvermogen per 1 januari 2022? In hoeverre is deze beschikbaar om effecten van energiecrisis op te vangen? Vanaf welke datum ontstaan er voor uw instelling op basis van de huidige kennis / stand van zaken mogelijk liquiditeitsproblemen (aan alle betalingsverplichtingen kan niet meer volledig worden voldaan)? Vanaf welke datum komt uw instelling op basis van de huidige kennis / stand van zaken mogelijk in continuïteitsproblemen (het voortbestaan van de instelling is niet houdbaar)?

| 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12631606/1