CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-213 Visie toezicht rechtmatigheid en kwaliteit wmo en jeugdwet

Raadsvergadering 24 mei 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Visie toezicht rechtmatigheid en kwaliteit Wmo en Jeugdhulp5.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie toezicht rechtmatigheid en kwaliteit Wmo en Jeugdwet

November 2022

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Leeswijzer

3 3 4

2. Toezicht binnen de Jeugdwet en Wmo 2.1 Vormen van zorg en ondersteuning waarop toezicht nodig is 2.2 Definitie toezicht 2.3 Vormen van toezicht 2.4 Juridisch kader 2.5 Visie 2.6 Uitgangspunten

5 5 5 5 6 7 7

3. Toezicht op rechtmatigheid 3.1 Toezicht op rechtmatigheid binnen de Wmo 3.1.1 Lokale uitwerking juridisch kader 3.1.2 Toezicht in de praktijk 3.1.3 Bevoegdheden toezichthouder 3.1.4 Handhaving op rechtmatigheid

9 9 9 9 9 9

3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4

Toezicht op rechtmatigheid binnen de Jeugdwet Lokale uitwerking juridisch kader Toezicht in de praktijk Bevoegdheden toezichthouder Handhaving op rechtmatigheid

4. Toezicht op kwaliteit 4.1 Toezicht op kwaliteit binnen de Wmo 4.1.1 Lokale uitwerking juridisch kader 4.1.2 Toezicht in de praktijk 4.1.3 Bevoegdheden toezichthouder 4.1.4 Handhaving op rechtmatigheid 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

Toezicht op kwaliteit binnen de Jeugdwet Uitwerking juridisch kader Toezicht in de praktijk Bevoegdheden toezichthouder Handhaving op rechtmatigheid

10 10 10 10 10 11 11 11 11 12 12 12 12 12 13 13

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Met de invoering van de Wmo en de Jeugdwet in 2015 is het takenpakket van gemeenten substantieel uitgebreid. Naast het bieden van hulp, zorg en ondersteuning is de gemeente ook verantwoordelijkheid voor het toezicht op de rechtmatigheid en/of kwaliteit van de geboden hulp, zorg en ondersteuning1. In dit document geven wij onze visie op het houden van toezicht met betrekking tot kwaliteit en rechtmatigheid binnen de Jeugdwet en Wmo. Waarom een visie op toezicht? Gemeenten moeten ervoor zorgen dat het geld dat bestemd is voor hulp, zorg en ondersteuning goed besteed wordt. Inwoners met een hulp-, zorg- en ondersteuningsbehoefte moeten ondersteuning en zorg krijgen waar ze recht op hebben. Daarnaast is toezicht nodig om een rechtmatige en doeltreffende inzet van voorzieningen te kunnen borgen. Daarmee willen we ook fraude voorkomen. Toezichthouden is geen doel op zich, maar een middel om te komen tot rechtmatige en kwalitatief goede hulp, zorg en ondersteuning. De afgelopen jaren zijn er landelijk steeds meer signalen gekomen van onrechtmatige besteding van gelden die ingezet worden voor hulp, zorg en ondersteuning. Soms is dit het gevolg van oneigenlijk gebruik van de professionele ruimte die (zorg)aanbieders krijgen.

Zo wordt bijvoorbeeld minder personeel ingezet dan noodzakelijk is vanwege de hulp-, zorg- en ondersteuningsbehoefte: ‘doen wat nodig is’, wordt dan ‘doen wat kan’. Op andere momenten wordt er bewust gefraudeerd en deinzen (zorg)aanbieders er niet voor terug om activiteiten te verplaatsen naar een andere gemeente wanneer ze bij een eerdere gemeente ‘betrapt’ zijn. In Deventer willen we er prioriteit aan geven om toezicht adequaat, flexibel en effectief te organiseren. In Deventer zijn wij alert op fraude, maar we willen daarbij wel benadrukken dat er ook al veel goed gaat. Er is sprake van een goede samenwerking tussen gemeente en aanbieders, waarbij het werken vanuit gezond verstand en onderling vertrouwen een grote rol speelt. Er wordt bovendien vanuit een gezamenlijk vertrekpunt gewerkt om goede hulp en ondersteuning te willen bieden aan onze inwoners. Rekenkameronderzoek Dat er al veel goed gaat is tevens bevestigd in het Rekenkameronderzoek dat in 2021 binnen de gemeente Deventer heeft plaatsgevonden naar jeugdzorg en zorgfraude2. Er is onderzocht welke maatregelen de gemeente Deventer neemt om fraude tegen te gaan. Daarnaast is gekeken naar mate van kwetsbaarheid voor fraude. Hieruit kwam naar voren dat de Deventer aanpak op tal van beleidsmatige en organisatorische manieren de gelegenheid tot fraude reduceert.

Geconstateerd werd dat er geen sprake is van gelegenheidsstructuren voor fraude in de jeugdhulp. Benoemd werd dat dit binnen de raamovereenkomst Wmo minder beheersbaar was vanwege de gemakkelijke toetreding tot de markt (open-house). Tot slot werd aangegeven dat de lijn tussen oneigenlijk gebruik en zorgfraude diffuus is. De Rekenkamercommissie heeft voorts een aantal aanbevelingen3 gedaan, welke binnen dit visiedocument opvolging krijgen.

1 Binnen de Jeugdwet wordt wel gesproken over het bieden van hulp en zorg; binnen de Wmo/beschermd wonen spreken we

vooral over het bieden van ondersteuning en niet zozeer over het bieden van zorg. 2 Zie ook: https://lokalezaken.com/wp/wp-content/uploads/2022/02/Nota-van-bevindingen-Jeugdzorg-en-zorgfraudeRekenkamer-Deventer.pdf 3 De aanbevelingen van Rekenkamercommissie waren: organiseer rechtmatigheidstoezicht in de Jeugdzorg, versterk de informatievoorziening over zorgfraude, blijf investeren in fraudealertheid, maak de fraude aanpak expliciet, houd de gemeenteraad betrokken op dit onderwerp, identificeer lessen voor de Wmo-zorg.

3

Uitvoeringsplan Als praktische uitwerking van dit visiedocument wordt (jaarlijks) een uitvoeringsplan opgesteld. In het uitvoeringsplan zullen we o.a. concreter aangeven hoe we met fraudealertheid willen omgaan, hoe we de (preventieve) aanpak richting aanbieders vormgeven en welke thema’s dat betreffende jaar centraal staan bij het uitvoeren van (rechtmatigheids)onderzoeken. Bij de verdere uitwerking van deze visie volgen wij het stappenplan van de VNG4.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het toezicht binnen de Wmo en de Jeugdwet. Dit is een algemeen hoofdstuk waarin duidelijk wordt uitgelegd wat het juridisch kader is, wat wij onder toezicht verstaan, welke vormen van toezicht er zijn welke visie wij hebben op het houden van toezicht en welke uitgangspunten wij daarin hanteren. In hoofdstuk 3 zoomen we in op het houden van toezicht vanuit het oogpunt van rechtmatigheid. In hoofdstuk 4 geven we aan hoe we toezicht houden op de kwaliteit van geboden ondersteuning binnen de Wmo.

4 Zie ook: https://vng.nl/nieuws/aan-de-slag-met-rechtmatigheidsonderzoek-wmo-en-jeugdwet

4

2. Toezicht binnen Jeugdwet en Wmo 2.1 Vormen van zorg en ondersteuning waarop toezicht nodig is Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp wordt geleverd als zorg in natura (ZiN) en via een persoonsgebonden budget (PGB). Bij ZiN wordt de ondersteuning geleverd door een zorgaanbieder waarmee de gemeente een contract (middels inkoop) heeft afgesloten. Voor Beschermd wonen en maatschappelijke opvang geldt dat een aanbieder subsidie kan aanvragen. Als de aanbieder aan de gestelde voorwaarden voldoet, kan er sprake zijn van subsidieverstrekking. Als een PGB wordt verstrekt aan een inwoner, kan hij of zij daarmee zelf zorg, hulpmiddelen of woningaanpassing inkopen. Met een pgb kan een inwoner zorg inkopen die wordt verleend door een professionele of informele (zorg)aanbieder of door personen uit zijn of haar het sociale netwerk. Bij beschermd wonen kan het pgb niet ingezet worden voor informele hulp. Wie een budget krijgt, is budgethouder of wordt beheerder van het budget. De budgethouder of -beheerder kiest de zorgverlener en maakt met de zorg- of hulpverlener afspraken over de inhoud en betaling van de zorg.

2.2 Definitie toezicht Toezicht is het verzamelen van de informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan ingrijpen. Er zijn 2 typen toezicht te onderscheiden op: 1. Rechtmatigheid. Dit betreft het voldoen aan de geldende regels en besluiten en dat dit navolgbaar is 2. Kwaliteit. Het gaat dan om het toezicht op de naleving van de (kwaliteits-)eisen zoals gesteld in de wet- en regelgeving van de geleverde zorg in natura en pgb’s.

2.3 Vormen van toezicht Er zijn verschillende vormen van toezicht te onderscheiden: 1. Reactief toezicht is toezicht naar aanleiding van een calamiteit of een signaal. Calamiteit: Een ‘calamiteit’ is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van een Wmo- of jeugdhulp-voorziening die een ernstig schadelijk gevolg heeft gehad of tot de dood heeft geleid. Signaal: Een signaal kan een misstand zijn, maar kan bijvoorbeeld ook een klacht inhouden. Misstand: Met het aankaarten van een ‘misstand’ wijst een persoon op een in zijn ogen ontoelaatbare situatie of vermeende onrechtmatigheden. Deze misstanden kunnen voortkomen uit gegevens waarover de gemeente zelf beschikt en uit informatie van derden zoals inwoners, toezichthouders, gemeenten, professionals en (zorg)aanbieders. Het is belangrijk dat voor iedereen duidelijk is waar men met dit soort signalen terecht kan5. Misstanden worden in eerste instantie bij de gemeente gemeld. De gemeente weegt af óf en hoe het vervolg zal zijn. Zo kunnen misstanden bijvoorbeeld worden meegenomen in een risicoanalyse voor het geprogrammeerde toezicht. Als een misstand zodanig ernstig is, dan kan dat rechtvaardigen om er onderzoek naar te doen. Ernstige misstanden worden dan eerst getoetst op juistheid en ernst, waarna ook derden zullen worden betrokken zoals de betreffende (zorg)aanbieder of de inspectie.

Klacht: Klachten over bijvoorbeeld hoe een cliënt zich bejegend voelt kunnen rechtstreeks door de cliënt bij de organisatie worden ingediend waar men een klacht over heeft. Dit kan de gemeente betreffen, maar ook een (zorg)aanbieder. De gemeente of (zorg)aanbieder zal deze klacht volgens de interne klachtprocedure verder afhandelen. 5 https://www.deventer.nl/meldpuntzorg

5

Risico-gebaseerd toezicht: Risico-gebaseerd toezicht vindt plaats op grond van (een jaarlijkse) risicoanalyse van zorgaanbieders. Bronnen zoals signalen van inwoners, meldingen van calamiteiten, jaarlijkse cliënt-ervaringsonderzoeken, bedrijfsvoering informatie, signalen van de afdeling contractbeheer en het oordeel van de toezichthouder kunnen een rol spelen bij de risicoanalyse. De uitkomsten van de risicoanalyse leggen de basis voor de programmering van het toezicht. 2. Proactief toezicht vindt plaats aan de hand van de afspraken uit de raamovereenkomst of subsidieverleningsbeschikkingen. Denk hierbij aan het uitvoeren van thematisch onderzoek en quickscans. Thematisch toezicht: Dit betreft een korte controle dat zich toespitst op één onderwerp, zoals de registratie van uren. Quick scan: Dit betreft een korte controle die zich toespitst op de belangrijkste afspraken uit de raamovereenkomst of subsidieverleningsbeschikking.

2.4 Juridisch kader Wmo/beschermd wonen: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo 2015 (verder te noemen de Wmo) en zijn sinds 1 januari 2015 ook verantwoordelijk voor het toezicht daarop (artikel 2.1.3 Wmo 2015). Vanuit de Wmo dient toezicht gehouden te worden op zowel de kwaliteit als de rechtmatigheid van de geboden hulp en ondersteuning. Het toezicht op de naleving van de Wmo 2015 omvat de bij en krachtens de Wmo 2015 gestelde regels. De wettelijke grondslag voor de toezichthoudende taak van de gemeente op de Wmo is neergelegd in artikel 6.1. Daarin staat dat het college van B&W personen moet aanwijzen “die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.” Hoe de gemeente het Wmo-toezicht invult laat de wetgever vrij. Het toezicht op de rechtmatigheid bij collegebesluit neergelegd bij de Sociale Recherche van de gemeente Deventer. Daarnaast zijn er regels over toezicht die in de gemeentelijke verordening Wmo 2015 en nadere beleidsregels of andere wet- en regelgeving zijn opgenomen. Tot slot vallen de voorwaarden en verplichtingen die de gemeente in overeenkomsten of in subsidieverleningsbeschikkingen met aanbieders heeft opgenomen onder de toezichthoudende taak. De gemeente is ook in het geval van calamiteiten verplicht om een Wmo-toezichthouder aan te wijzen.

Aanbieders van maatschappelijke ondersteuning zijn namelijk verplicht calamiteiten te melden en daarvoor moeten zij bij de Wmo-toezichthouder terecht kunnen. Als het gaat om het toetsen van rechtmatigheid moet de gemeente in de verordening regels stellen om te bestrijden dat cliënten ten onrechte ondersteuning krijgen en dat er geen misbruik en oneigenlijk gebruik plaatsvindt. Ín het kader van de Wmo 2015 ligt het kwaliteitstoezicht in handen van de gemeenten. Gemeente Deventer heeft voor dit onderdeel de GGD IJsselland gemandateerd en opdracht verleend. In verordeningen en beleidsregels kan de gemeente nadere regels opnemen over toezicht.

6

Jeugdwet: Vanuit de Jeugdwet geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het toezicht op de rechtmatigheid van de geboden zorg. De Jeugdwet (art 2.9) schrijft voor dat gemeenten, bij verordening, regels vaststellen ten behoeve van het rechtmatigheidstoezicht. Anders dan in de Wmo 2015, is in de Jeugdwet niet bepaald dat het college een toezichthouder moet aanwijzen. Toch kan uit de wetsgeschiedenis worden afgeleid dat het mogelijk is een toezichthouder aan te wijzen. Zo wordt in de Memorie van Toelichting bijvoorbeeld de medewerkingsverplichting jegens de toezichthouder benoemd (zie TK 2013-2014, 33684, nr. 11). In Deventer is de toezichthouder voor jeugd bij collegebesluit aangewezen. Het college stelt nadere regels vast over de taken en bevoegdheden van de gemeentelijke toezichthouder. Het toezicht door de aangewezen toezichthouder ziet niet op de kwaliteit van de door de jeugdhulpaanbieders geleverde jeugdhulp. Dat toezicht is namelijk belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Veiligheid en Justitie (zie Hoofdstuk 9 van de Jeugdwet). Zij voeren het kwaliteitstoezicht uit binnen het samenwerkingsverband Toezicht Sociaal Domein (TSD). Voor zover de gemeente signalen ontvangt over de kwaliteit van de te leveren of geleverde zorg, stuurt de gemeente deze door naar het TSD. Zie hiervoor ook artikel 20 van de Verordening Jeugdhulp Gemeente Deventer.

2.5 Visie In Deventer willen we dat iedereen - ongeacht eventuele beperkingen of problematiek – volwaardig mee kan doen. Als zorg of ondersteuning nodig is, sluiten we aan bij de ondersteuningsbehoefte en leefwereld van de cliënt, We bieden waar dit nodig is maatwerk aan. We wegen af wat juist en logisch is; we doen wat écht helpt. Daarbij willen we effectief en efficiënt met onze middelen voor Wmo en Jeugdhulp omgaan. We zorgen dat de juiste zorg bij de juiste cliënt komt. Risico’s op onrechtmatigheden, oneigenlijk gebruik van zorg en (zorg)fraude willen we daarbij zoveel mogelijk beperken. Dit willen we bereiken door een integrale en preventieve aanpak te hanteren, waarbij duidelijke communicatie centraal staat. We gaan uit van een lerende aanpak die een investering vraagt in vakmanschap en dialoog met onze inwoners, (zorg)aanbieders en overige samenwerkingspartners.

2.6 Uitgangspunten 1. Integraal toezicht doen we samen: Het bereiken van onze doelen vraagt om een integrale aanpak en het besef dat toezicht een verantwoordelijkheid van iedereen is. Uiteraard begrensd door de bevoegdheden en de taakopdracht die men heeft. Een integrale aanpak vereist goede samenwerking tussen de verschillende teams en domeinen. Dit betreft zowel een goede samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie als met zorgaanbieders en bijv. met de rijksinspectie(s). 2. Gezond vertrouwen: In ons toezicht is er balans tussen vertrouwen in zorgaanbieders en inwoners en controle en sanctioneren waar dat nodig is. Goed bestuur en goed intern toezicht geven ons het vertrouwen dat zorgorganisaties het publieke belang goed behartigen. Met gezond vertrouwen sturen we op resultaten als goede hulp, zorg en ondersteuning, adequate verantwoording en een toetsbare en leerbare opstelling. Het handhavende/reactieve toezicht kan in dat geval terughoudend(er) zijn. Het pro-actieve toezicht blijft daarbij gewoon in stand. Zorgaanbieders die laten zien dat zij zelf in staat zijn risico’s in de zorgverlening terug te dringen en hun bedrijfsprocessen goed op orde hebben, verkleinen de kans op onrechtmatigheden.

Bestuurders die zich toetsbaar opstellen en zich aantoonbaar inspannen om te voldoen aan de contractvoorwaarden, geven ons gefundeerd vertrouwen en daarop stemmen we onze interventies af.

7

Gezond vertrouwen betekent dat dit vertrouwen niet altijd vanzelfsprekend is. Vertrouwen zonder controle is blind vertrouwen. Bij controle zetten we de toezichthouders re- en proactief in. Dit betekent dat we enerzijds door regelmatig contact tijdig kunnen bijsturen. Anderzijds kunnen we vanuit ervaring of informatiesturing toezicht gerichter inzetten . Daarin opereren we op een transparante wijze. Daarnaast onderzoeken we signalen van onrechtmatigheid of gebrek aan kwaliteit. En zetten we de toezichthouders in met een goede verbinding met de toegangsteams Wmo, Jeugd en contract- en accountmanagement. 3. Voorkomen is beter dan genezen: We zetten in op een combinatie van inzet van pro- en reactief toezicht. We managen de wederzijdse verwachtingen tussen gemeente enerzijds en inwoners en aanbieders anderzijds. Op deze wijze helpen we inwoners en aanbieders om de voorwaarden na te kunnen en willen leven en daardoor (vroegtijdig) problemen te voorkómen. Het uitgangspunt is een klantgerichte benadering met nadruk op preventie van en optreden tegen onrechtmatigheden in het zorgdomein. Hiervoor is alertheid op fouten, fraude en oneigenlijk gebruik in de volle breedte van de organisatie noodzakelijk.

Samen met Contracten accountmanagement leidt dit tot het duurzaam waarborgen van de kwaliteit, stabiliteit en continuïteit van de dienstverlening aan onze inwoners en het reduceren van beheerskosten. In het uitvoeringsplan worden hier concrete handvatten voor gegeven. 4. Verbinding van harde en zachte controle: Wij willen in een zo vroeg mogelijk stadium niet-naleving van de voorwaarden door inwoner of aanbieder signaleren en onderzoeken. Om niet-naleving te kunnen vaststellen doen wij onderzoek naar signalen die mogelijk kunnen duiden op onrechtmatigheden. De vaststelling of de feitelijke prestatie voldoet aan de gemaakte afspraken met inwoners en aanbieders kan ook worden vastgesteld door meer “zachte” controlemiddelen, zoals het met elkaar in gesprek gaan en het afleggen van werkbezoeken. Onder “harde” controlemiddelen verstaan we dossieronderzoek, checken of de financiële administratie klopt etc. Onze ambitie is om de “harde” controle te verbinden met “zachte” controle om zo de rechtmatigheid en doelmatigheid van middelen te borgen. Op deze manier kunnen we snel en slagvaardig maatregelen treffen. 5. Datagericht en risico-gebaseerd toezicht: Vanuit de bedrijfsvoering hebben we een bredere behoefte aan data-analyses en risicogebaseerd werken.

Dit doen we om opvallende zaken op een gestructureerde manier in beeld te krijgen, maar ook om onrechtmatigheden of een gebrek aan zorg aan het licht te brengen. Het koppelen en analyseren van data zien wij als een goede methode. De analyse leidt tot het vroegtijdig signaleren van opvallende incidenten en/of patronen die de input vormen voor een onderzoek of aanpassing van zorg, zorggelden, maar mogelijk ook uitvoering, beleid of handhavingsstrategieën. Vanuit dit risico-overzicht kunnen we onze toezichthouders gericht inzetten. Dus een focus op een slimme en selectieve wijze van controleren aan de poort (door backoffice en/of contractmanagement) en tussentijds. Deze manier van werken bepaalt de mate van urgentie om wel/niet actie te ondernemen. Hierdoor zal de (ervaren) pakkans en de nalevingsbereidheid van voorwaarden toenemen. 6. Lerende organisatie: Het inrichten van het toezicht op de Wmo en Jeugdwet is een proces, dat we intern moeten vormgeven, maar ook extern in de keten, regionaal en landelijk. Dit kost tijd en vraagt daarnaast om professioneel handelen, scholing en periodieke momenten van reflectie en bijsturen waar dit nodig is. Een lerende aanpak vraagt ook een open feedbackcultuur waarbij we graag van elkaar leren en vertrouwen op de expertise van elkaar en elkaars expertise inschakelen waar nodig.

Tot slot start fraude-alertheid met bewustwording onder collega’s, maar ook onder (zorg)aanbieders en inwoners. In het jaarlijkse uitvoeringsplan zal concreter aangegeven worden hoe de gemeente met bovenstaande aspecten wil omgaan.

8

3. Toezicht op rechtmatigheid 3.1 Toezicht op rechtmatigheid binnen de Wmo 3.1.1

Lokale uitwerking juridisch kader

Gemeenten moeten op grond van artikel 2.1.3 lid 4 Wmo 2015 in de verordening regels opstellen over de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb. Dit is gerealiseerd in artikel 25 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning. De wet verplicht gemeenten daarnaast tot het uitvoeren van heronderzoeken naar toegekende maatwerkvoorzieningen en pgb’s. 3.1.2

Toezicht in de praktijk

Indien er signalen zijn die wijzen op onrechtmatig handelen kan besloten worden toezichthouders te betrekken voor nader onderzoek. Dit verloopt in Deventer altijd via de casustafel. Uit deze casustafels komen ook signalen en informatie die leiden tot het doen van risicoanalyses en quickscans. Daarnaast wordt - afhankelijk van de situatie – door Team Toegang bepaald welke frequentie van heronderzoeken passend is voor de cliënt. Signaal nav interne controle Interne controles door bijv. de financiële administratie leveren signalen op waarop de toezichthouder in actie moet komen. Wanneer toezichthouders worden ingezet is het aan hen om onafhankelijk te beoordelen of de uitvoering voldoet aan de gestelde kaders. In Deventer wordt voorrang gegeven aan reactief toezicht, maar we zijn bezig om proactief toezicht verder vorm te geven. Signaal nav client Misstanden kunnen bij de gemeente gemeld worden via het ‘meldpunt misstanden zorg’ dat te vinden is op de gemeentelijke website6. Wanneer een cliënt een klacht heeft, dient de client zich te wenden tot de organisatie waarover hij een klacht heeft. Dit kan bij de gemeente zijn, maar ook bij een (zorg)aanbieder. De gemeente of (zorg)aanbieder handelt de klacht volgens de interne klachtprocedure verder af.

3.1.3

Bevoegdheden toezichthouder

In tegenstelling tot beleidsambtenaren of contract- of accountmanagers hebben toezichthouders de bevoegdheid om onder meer plaatsen te betreden, inlichtingen te vorderen en inzage te vorderen in dossiers. Hoewel de toezichthouder onafhankelijk kan opereren, is hij bij de uitoefening van zijn taak wel gebonden aan de regels zoals vastgelegd in de artikelen 5:11 t/m 5:20 van de Awb. Zo dienen zij zich te houden aan het subsidiariteits- en het proportionaliteitsbeginsel. Ook moeten ze voldoen aan de legitimatieplicht.

3.1.4

Handhaving op rechtmatigheid

De toezichthouder kan naar aanleiding van het uitgevoerde toezicht een oordeel vormen en advies uitbrengen over de te nemen stappen op het gebied van handhaving. In Deventer legt de toezichthouder zijn bevindingen voor de Wmo bij Team Beleid neer. Vanuit beleid wordt een eindanalyse van de onderzoeksgegevens en een voorstel voor het vervolg gemaakt. Alle casussen komen bovendien terug in de casustafel. Gezien de regionale rol worden voor Beschermd wonen en maatschappelijke opvang de bevindingen rechtstreeks gedeeld met de programmamanager Beschermd Wonen en maatschappelijke opvang. Als er sprake is van tekortkomingen wordt een inventarisatie gemaakt met onderbouwing van de punten waaraan de aanbieder nu niet voldoet. Hierbij wordt de keuze gemaakt uit het opstarten van een verbetertraject of het ontbinden van de overeenkomst. Een andere optie is overgaan tot terugvordering. De analyse en het voorstel voor het vervolg wordt gedeeld met de jurist en tijdens de casustafel. 6 Zie hiervoor: Meldpunt misstanden zorg | Gemeente Deventer

9

Zo ontstaat voor dit besluit altijd een afweging gemaakt met meerdere partijen (‘4-ogen principe’). Vervolgens wordt in een gesprek met betrokkenen de bevindingen besproken (hoor en wederhoor) en de consequenties/sancties gedeeld.

3.2 Toezicht op rechtmatigheid binnen de Jeugdwet 3.2.1 Lokale uitwerking juridisch kader Vanuit de Jeugdwet geldt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de rechtmatigheid van de geboden zorg. Op grond van de Jeugdwet en in tegenstelling tot de Wmo, is het college niet verplicht een toezichthouder rechtmatigheid aan te wijzen. De gemeente is immers wel verantwoordelijk voor het toezicht op de rechtmatigheid, omdat in de verordening regels moeten worden opgenomen over het voorkomen van fouten en fraude. In Deventer hebben we – mede naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek uit 2021 naar jeugdzorg en zorgfraude - ervoor gekozen om een toezichthouder Jeugd voor 8 uur per week aan te stellen. 3.2.2 Toezicht in de praktijk Indien er signalen zijn die wijzen op onrechtmatig handelen kan besloten worden toezichthouders te betrekken voor nader onderzoek. Dit verloopt in Deventer altijd via de casustafel. Uit deze casustafels komen ook signalen en informatie die leiden tot het doen van risicoanalyses en quickscans. Daarnaast wordt - afhankelijk van de situatie – door Team Toegang Jeugd bepaald welke frequentie van heronderzoeken passend is voor de cliënt. Signaal nav interne controle Wanneer toezichthouders worden ingezet is het aan hen om onafhankelijk te beoordelen of de uitvoering voldoet aan de gestelde kaders.

In Deventer is nu voornamelijk sprake van reactief toezicht. Voordat daadwerkelijk wordt overgegaan tot toezicht vindt er controle en vooronderzoek (veredelen) plaats. Signaal vanuit cliënt Misstanden kunnen bij de gemeente gemeld worden via het betreffende meldpunt dat te vinden is op de gemeentelijke website. Wanneer een cliënt een klacht heeft, dient de client zich te wenden tot de organisatie waarover hij een klacht heeft. Dit kan bij de gemeente zijn, maar ook bij een (zorg)aanbieder. De gemeente of (zorg)aanbieder handelt de klacht volgens de interne klachtprocedure verder af.

3.2.3

Bevoegdheden toezichthouder

In tegenstelling tot beleidsambtenaren of inkopers van zorg hebben toezichthouders de bevoegdheid om onder meer plaatsen te betreden, inlichtingen te vorderen en inzage te vorderen in dossiers. Hoewel de toezichthouder onafhankelijk kan opereren, is hij bij de uitoefening van zijn taak wel gebonden aan de regels zoals vastgelegd in de artikelen 5:11 t/m 5:20 van de Awb. Zo dienen zij zich te houden aan het subsidiariteits- en het proportionaliteitsbeginsel. Ook moeten ze voldoen aan de legitimatieplicht. 3.2.4 Handhaving op rechtmatigheid De toezichthouder kan naar aanleiding van het uitgevoerde toezicht een oordeel vormen en advies uitbrengen over de te nemen stappen op het gebied van handhaving. In Deventer legt de toezichthouder zijn bevindingen voor Jeugd bij team beleid neer. Vanuit beleid wordt een eindanalyse van de onderzoeksgegevens en een voorstel voor het vervolg. Als er sprake is van tekortkomingen wordt een inventarisatie gemaakt met onderbouwing van de punten waaraan de aanbieder nu niet voldoet. Hierbij wordt de keuze gemaakt uit het opstarten van een verbetertraject of het ontbinden van de overeenkomst. Een andere optie is overgaan tot terugvordering. De analyse en het voorstel voor het vervolg wordt gedeeld met de jurist en tijdens de casustafel. Zo ontstaat voor dit besluit altijd een afweging gemaakt met meerdere partijen (‘4-ogen principe’).

Vervolgens wordt in een gesprek met betrokkenen de bevindingen besproken (hoor en wederhoor) en de consequenties/sancties gedeeld.

10

3.2.5 Regionale samenwerking Gemeente Deventer ziet meerwaarde in het gezamenlijk toezicht houden op aanbieders en het tegengaan van zorgfraude. Gemeente Deventer pakt deze samenwerking op verschillende wijzen op. Allereerst door met verschillende gemeenten uit de regio het toezicht op kwaliteit te beleggen bij de GGD. Voor toezicht op rechtmatigheid is deze ambitie er ook voor de regio en worden de mogelijkheden nu onderzocht. Er is (om de 6 weken) een regionaal toezichthoudersoverleg waarbij casussen en andere belangrijke ontwikkelingen worden besproken. Bij signalen van ondermijning is er de samenwerking met het RIEC. Het RIEC helpt overheidsdiensten en de samenleving om criminele ondermijning van de samenleving te stoppen. Dat begint op het lokale niveau waarbij het RIEC een belangrijke rol vervult. Het RIEC helpt bij het agenderen van ondermijning en ondersteunt bij het ontwikkelen van (in)zicht hierop. Naast inzicht en kennis helpt het RIEC bij de aanpak van cases tot het verbinden van signalen. Ook werkt gemeente samen met het Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ). Dit is een samenwerking van partners die gezamenlijk fraude in de zorg bestrijden. Door informatie te combineren zijn de IKZpartners in staat zorgfraude effectiever aan te pakken. Het IKZ brengt signalen van partners over zorgfraude samen en vult de signalen aan met informatie van de IKZ-partners.

De IKZ-partners hebben namelijk ieder eigen informatie tot hun beschikking. Door deze informatie samen te brengen, ontstaat een duidelijker beeld van specifieke vormen of gevallen van fraude. Zo kunnen de IKZ-partners gezamenlijk en individueel krachtiger optreden.

4. Toezicht op kwaliteit 4.1 Toezicht op kwaliteit binnen de Wmo 4.1.1 Lokale uitwerking juridisch kader De Gemeente Deventer is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Vanuit deze verantwoordelijkheid moeten zij de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo waarborgen. Ondersteuning moet in ieder geval veilig, doeltreffend, doelgericht en cliëntgericht zijn. Dit is neergelegd in de Wmo 2015, Verordening maatschappelijke ondersteuning, Besluit maatschappelijke ondersteuning, Beleidsregels en het Raamcontract Wmo 2019. Maar ook bijv. in de Nadere subsidieregels voor onder meer beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Als een aanbieder een contract of subsidierelatie heeft met de gemeente als het gaat om Wmovoorzieningen dan kan zij na een toewijzing van Team Toegang ondersteuning leveren. Aanbieders zijn gedurende het bieden van de ondersteuning gehouden aan de in vorengaande hoofdstuk genoemde kaders. De gemeente heeft de wettelijke verplichting hierop toezicht te houden. Ook wanneer een aanbieder is gecontracteerd door een budgethouder middels een pgb kan zij ondersteuning leveren. Echter wanneer er sprake is van een pgb kent de budgethouder een grote mate van verantwoordelijkheid waar het gaat om kwaliteit (en rechtmatigheid) van de inzet van ondersteuning. De budgethouder is hierin ook eerste aanspreekpunt voor de gemeente.

Middels het derdenbeding7 kan de gemeente onterecht bestede middelen indien aan de orde ook terugvorderen bij een pgb-aanbieder. In Deventer hebben we ervoor gekozen om het toezicht op kwaliteit voor wat betreft de Wmo neer te leggen bij GGD IJsselland.

7

Het zogenaamde derdenbeding wordt door de budgethouder en de zorgverlener vastgelegd in de zorgovereenkomst. Deze afspraak houdt in dat wanneer uit onderzoek van de pgb-verstrekker blijkt dat er ten onrechte een bedrag uit het pgb is betaald aan een zorgverlener terwijl die zorgverlener zelf handelingen heeft verricht voor het ten onrechte ontvangen van het bedrag, de verstrekker dit direct kan terugvorderen van de zorgverlener.

11

4.1.2 Toezicht op kwaliteit in de praktijk In Deventer voeren we standaard-controles uit naar de kwaliteit van de uitvoering. Zo ontstaat ook de mogelijkheid om vroegtijdig met de aanbieder in gesprek te gaan over foutief handelen en daarmee werkwijzen tijdig aan te passen. In het jaarlijks op te stellen uitvoeringsplan zal uitvoeriger beschreven worden welke soort controles uitgevoerd zullen worden. Denk daarbij aan het controleren van ingediende declaraties, maandelijkse quickscans, tussentijds controles etc. Signaal nav interne controle Als er signalen zijn die wijzen op kwalitatief onvoldoende handelen kan besloten worden toezichthouders te betrekken voor nader onderzoek. Dit verloopt in Deventer via de casustafel. Wanneer toezichthouders worden ingezet is het aan hen om onafhankelijk te beoordelen of de uitvoering voldoet aan de gestelde kaders. In Deventer is nu voornamelijk sprake van reactief toezicht. Vormen van toezicht worden verder uitgewerkt in het nader op te stellen uitvoeringsplan. Voordat daadwerkelijk wordt overgegaan tot toezicht vindt er controle en vooronderzoek (veredelen) plaats. Daarnaast zijn alle aanbieders verplicht hun calamiteiten bij de GGD te melden. Zij kunnen de kwaliteit van de aanbieders of de calamiteit onderzoeken aan de hand van het Toetsingskader Wmo8.

De GGD vraagt gegevens op van de aanbieder en gaat in gesprek met cliënten, medewerkers en directie om de kwaliteit van de aanbieder of de calamiteit te onderzoeken. De GGD toetst de kwaliteit van de aanbieder openlijk en in samenwerking met de aanbieder. De uitkomsten van het onderzoek worden vastgelegd in een rapport, waarbij ook conclusies en aanbevelingen richting opdrachtgever (gemeente) worden gedaan. Signaal vanuit cliënt Misstanden kunnen bij de gemeente gemeld worden via het meldpunt dat te vinden is op de gemeentelijke website. Wanneer een cliënt een klacht heeft, dient de client zich te wenden tot de organisatie waarover hij een klacht heeft. Dit kan bij de gemeente zijn, maar ook bij een (zorg)aanbieder. De gemeente of (zorg)aanbieder handelt de klacht volgens de interne klachtprocedure verder af.

4.1.3 Bevoegdheden toezichthouder De bevoegdheden van de toezichthouder Wmo zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Deze grondslag geldt ook voor een aangewezen toezichthouder. De toezichthouder meldt dat hij/zij de wettelijke bevoegdheid heeft om alle documenten te onderzoeken die relevant zijn in het kader van het onderzoek. Hieronder vallen ook persoonsgebonden gegevens van cliënten en medewerkers9. 4.1.4 Handhaving op kwaliteit De GGD brengt advies uit aan het college van B&W op het gebied van kwaliteit. De betrokken beleidsmedewerker en sociale rechercheur maken vervolgens concreet afspraken met de aanbieder over de door te voeren verbeteringen. De GGD zal die verbeteringen na een periode controleren. Als de verbeteringen niet toereikend zijn kan de GGD de gemeente inlichten, waarop de gemeente via de inkoopcontracten of conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een sanctie kan opleggen. Als een aanbieder onvoldoende kwaliteit levert of fraudeert, kan de gemeente afhankelijk van de bepalingen of voorwaarden/verplichtingen in het contract of de subsidierelatie de overeenkomst of subsidierelatie met de aanbieder beëindigen of geen nieuwe cliënten meer bij de aanbieder laten instromen.

8 Zie voor het Toetsingskader van de GGD ook: Definitief_toetsingskader_11_5_2020.pdf (ggdijsselland.nl) 9 Zie voor de bevoegdheden van de GGD ook: Plichten_en_bevoegdheden_WMO_-_webversie_2020.pdf

(ggdijsselland.nl)

12

4.2 Toezicht op kwaliteit binnen de Jeugdwet 4.2.1 Uitwerking juridisch kader Het toezicht op de kwaliteit van aanbieders van jeugdhulp wordt uitgevoerd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid (IGV). Omdat het toezicht landelijk is belegd, kent Deventer hierin geen lokale uitwerking. 4.2.2 Toezicht in de praktijk De IGJ onderzoekt of jeugdigen goede hulp krijgen in een veilige omgeving. Ze controleert ook of de jeugdhulpaanbieders zich aan de wet en andere afspraken houden. De inspectie verzamelt daarom informatie over de organisaties die (onder meer) onder de Jeugdwet vallen. En zij kijkt of het beleid van deze aanbieders in de praktijk goed werkt. De inspectie verzamelt informatie en onderzoekt die, zoals:  meldingen van jeugdhulpaanbieders  de uitkomsten van onderzoek van de gegevens van jeugdhulpaanbieders  signalen van professionals uit het zorgnetwerk, van jeugdigen zelf en/of van hun familieleden Als een calamiteit gemeld wordt, is het wenselijk dat de toezichthouder nagaat of de melder verplicht was om de calamiteit of het incident bij andere toezichthouders (zoals de IGJ) te melden. In dat geval zal de toezichthouder jeugd afstemming moeten zoeken met bijv. de IGJ. De Inspectie werkt aan de hand van toetsingskaders. Deze bevatten alle (wettelijke) punten en regels waar de inspectie op controleert.

Maar ook regels die door de sector zelf zijn afgesproken. Er zijn verschillende toetsingskaders voor verschillende soorten organisaties. Zo bestaat bijvoorbeeld het Toezichtkader Stelseltoezicht Jeugd. De inspectie voert het toezicht op jeugdhulpaanbieders grotendeels uit met het JIJ kader. 4.2.3 Bevoegdheden toezichthouder In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat wat de bevoegdheden zijn van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dus wat zij kan doen om haar taak, het toezicht op de zorg, uit te oefenen. 4.2.4 Handhaving op kwaliteit De inspectie neemt maatregelen als blijkt dat een jeugdhulpaanbieder niet veilig is of niet goed voor de jeugdigen zorgt. De inspectie kan dan verschillende soorten maatregelen nemen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12742056/1