2023-12-12 Beantwoording aanvullende technische vragen GL - Podiumkunsten onder 1 dak
Tekst van het document
Beantwoording aanvullende technische vragen Groen Links, Podiumkunsten onder één dak, 8 december 2023
1- Vraag over de huidige subsidie voor het Burgerweeshuis en Brut waarmee gerekend wordt: is hierin de KPDH voor de Bagijnenstraat ook verwerkt? In antwoord op een technische vraag van 14-12-2022 werd namelijk aangegeven dat de KPDH zal leiden toch een verhoging van de exploitatiesubsidie met 51.000. Nee, de KPDH voor de Bagijnenstraat is nog niet ingevoerd en dus ook niet gecompenseerd in de huidige subsidie. In de financiële onderbouwing Burgerhaven is hier ook niet mee gerekend, zie Definitiebesluit bijlage 1. Ter informatie: subsidiecompensatie voor een hogere KPDH is voor de gesubsidieerde instellingen financieel neutraal; niet voor de gemeentelijke begroting, zoals toegelicht in de raadsmededeling 17-11-2023. 2-Wat betreft de huur STROOM van 81.504: is bij STROOM nagevraagd hoeveel subsidie ze nodig hebben om deze huur te betalen? Of dat ze mogelijk deze huur zonder subsidie kunnen opbrengen. Nee, de exploitatie van STROOM maakte geen deel uit van het project Burgerhaven. Een businesscase is in de Definitiefase uitsluitend door en voor Burgerweeshuis opgesteld. Wel is op verzoek van de raad onderzocht of STROOM in het ontwerp meegenomen kan worden. In de Ontwerpfase is gebleken dat dit niet mogelijk is binnen de bestaande bouw (raadsmededeling 17-11-2023 pag. 3 onderaan). Voor STROOM zal een aparte huisvesting op het STIHO-terrein gebouwd moeten worden.
Het college benoemt in de financiële bijlage dan ook een “mogelijk aanvullend dekkingsvraagstuk” voor STROOM. 3- Wat betreft Onder een dak blijft het de vraag hoe ze zijn gekomen bij de subsidievraag. Ze baseren zich op de exploitatiebegrotingen van Burgerweeshuis en Deventer Schouwburg opgesteld in de definitiefase. Maar is er ook rekening gehouden met dat DNK nog uitging van 2 zalen en commerciële verhuur in de geschatte subsidievraag? Wat zal de dekking zijn wanneer de subsidievraag in de definitiefase meer dan 257.606 hoger zal zijn dat nu geschat wordt? Tijdens het haalbaarheidsonderzoek zijn de reeds uitgewerkte exploitaties het uitgangspunt geweest. Aannames en wijzigingen zijn - via de onafhankelijk procesbegeleider - gedeeld en besproken met de directies. Voor de exploitatie van het Burgerweeshuis is uitgegaan van de programmering met de daarbij horende omzet en kosten zoals gebruikt bij het plan van het Haveneiland. Voor de totstandkoming van de exploitatie van de Schouwburg is overleg geweest met de directeur om: • In te schatten wat de verwachte omzet met de daarbij behorende kosten van de voorstelling zullen zijn, dit in verband met het wegvallen van de kleine zaal. • In te schatten wat een realistische zakelijke omzet is in dit plan. Deze is naar beneden bijgesteld.
In de volgende fase zullen de exploitaties door verdere uitwerking van het plan en extra input van de directies verder geoptimaliseerd worden. Alle verwachte huisvestingskosten behorende bij het pand Keizerstraat zijn aangeleverd door de gemeentelijke vakgroep Vastgoed. Hiervan is 75% toegerekend aan de Schouwburg/voormalig Kunstcircuit en 25% toegerekend aan het Burgerweeshuis. De ruimtes voor BRUT en STROOM zijn in de totale kostprijsdekkende huur meegenomen en in het totaal benodigde subsidiebedrag verwerkt. Als dit in de volgende fase specifiek wordt toegerekend aan BRUT en STROOM levert dit in beide exploitaties (Burgerweeshuis en Schouwburg) nog een voordeel op. Het dekkingsvraagstuk gaat niet over de hoogte van de investering, maar de vraag of de instelling de huur kan betalen. In het geval van Burgerweeshuis kan de stichting op basis van de investering niet zelf de huur voldoen. Zelfs met de complete vrije hand om tot de meest ideale pop-exploitatie te komen (zoals op de STIHO-locatie) blijkt dat er nog steeds aanvullende subsidie nodig is. Voor Podiumkunsten onder één dak voorziet de gemeentelijke begroting in dekking van de subsidiebehoefte, met een marge van 2,5 ton. Voor de aanvullende subsidiebehoefte Burgerhaven ‘Door het dak’ is geen dekking in de gemeentelijke begroting.
Het nu bekende dekkingstekort bedraagt (mede afhankelijk van de deelname van BRUT en STROOM) tussen 1,38 en 1,73 ton. 4- In het verlengde van vraag 3: in de sessie van 6/12 is duidelijk verklaard dat de 37,5 miljoen taakstellend is. In de financiele bijage staat pas in de volgende fase een exploitatiebegroting wordt opgesteld waardoor de benodigde subsidie kan wijzigen. Wordt de raad hiermee niet op het verkeerde been gezet; het lijkt alsof we met 37,5 mio er echt zijn terwijl mogelijk in het vervolg we ja zeggen tegen een veel hogere subsidie dan is aangenomen. Welke afwijkingen (marges) worden maximaal verwacht? De portefeuillehouder heeft tijdens de raadstafel op 6 december verwezen naar het ontwerp-raadsbesluit 5b: De gereserveerde middelen voor de Realisatiefase van De Nieuwe Keizer en Burgerweeshuis samen te voegen en als kaderstellend aan te merken voor de Realisatiefase van Podiumkunsten onder één dak, en deze voorlopig bij de algemene middelen te laten staan. In het raadsvoorstel is bij het ontwerp-raadsbesluit 5b toegelicht, dat dit de volgende gereserveerde middelen betreft: éénmalig 25.955.000 bestaande uit BWH 9.120.000 en DNK/DS 16.835.000 structurele subsidie: 4.328.000 bestaande uit BWH 1.170.000 en DNK/DS 3.158.000 In de financiële bijlage is toegelicht hoe zowel de investering als de subsidie uit deze middelen gedekt kunnen worden.
Met het ontwerp-raadsbesluit 5b blijven deze gereserveerde middelen voorlopig bij de algemene middelen staan. De overgang van de Verkenningsfase naar de Realisatiefase is opnieuw een raadsbesluit, inclusief financiële consequenties en dekking. In deze Initiatieffase dienen de kaders te worden vastgesteld: als het project gaat afwijken van deze kaders, meldt het college dit aan de raad. De 37,5 miljoen investering wordt verwerkt in de kostprijsdekkende huur. De exploitaties die aangeleverd zijn door de directeuren van DS en BWH zijn leidend geweest voor de berekening van de benodigde subsidie; voor dit deel dragen zij de verantwoordelijkheid. De exploitatie van DS is aangepast op de wijzigingen in het pand en activiteiten t.o.v. het plan De Nieuwe Keizer (zie vraag 3).
4- In de beantwoording van de technische vragen van D66 zijn alle experts (expertteam) van Samen onder 1 Dak genoemd. a. Zijn al deze experts tot op de dag van vandaag betrokken bij het project? Nee, het expertteam is in de eerste fase van het haalbaarheidsonderzoek betrokken (tot de zomer 2023); de tweede fase betrof enkele nadere uitwerkingen van het voorkeursscenario 3. Hier zijn opnieuw externe deskundigen bij betrokken zoals I'M Architecten en Aveco de Bondt. E.e.a. is ook na te lezen in de stukken zoals met de raad gedeeld: procesnotitie n.a.v. Bestuurlijk Actueel, Verkort haalbaarheidsonderzoek en Nadere uitwerking van het verkort haalbaarheidsonderzoek. b. Bevat het expertteam een expert die sporen heeft verdiend in de popbranche en die aantoonbare ervaring heeft met het organiseren van popconcerten/popcultuur? Is de branchevereniging ook in het expertteam vertegenwoordigd? In het expertteam is het Bureau 4Advies betrokken, op verzoek van directeur Burgerweeshuis, vanwege hun ruime expertise en rol in het huisvestingsproject Burgerweeshuis sinds 2014. Belangenbehartigers van de instellingen zoals de branchevereniging maakten geen onderdeel uit van het onafhankelijk expertteam. De inhoudelijke experts zijn en blijven de instellingen zelf: de directeuren zijn betrokken in gezamenlijke sessies; uiteindelijk heeft het expertteam een eigen, onafhankelijk rapport opgesteld.
c. Staat het expertteam (en alle daarin betrokken adviesbureaus) unaniem achter de getrokken conclusies in de raadsmededelingen? Bureau 4Advies heeft op twee punten een aanvullende nuancering gemaakt, met het verzoek dit in de verdere behandeling mee te nemen. Zie ook het antwoord op vraag 5. 5-Op welke wijze is binnen het expertteam omgegaan met afwijkende inzichten en feedback. Kan de raad - omwille van de transparantie inzicht krijgen in de georganiseerde constructieve tegenspraak die volgens de wethouder aanwezig was in het project, kan inzicht worden gegeven in de discussiepunten of afwijkende inzichten van de verschillende experts? Uiteraard snappen wij dat deze vraag niet in detail kan worden beantwoord maar het is redelijk om te vragen wat de hoofdlijnen zijn geweest van verschillende inzichten en onzekerheden Het expertteam heeft hierover zelf gemeld in het rapport: “Over de meerwaarde voor de stad en de instellingen en de mate van behoud van de eigen identiteit zijn en blijven de meningen verdeeld.
De visie van de directeuren van de instellingen en de visie vanuit de interne projectgroep (beleidsadviseurs en Finance & Control) zijn onderdeel van het doorlopen proces, maar maken geen onderdeel uit van dit rapport.” Bureau 4Advies, ook betrokken bij project Burgerhaven, heeft naar aanleiding van de raadsmededeling van 29 juni 2023 een aanvullende nuancering gemaakt en aan de onafhankelijk procesbegeleider, de heer Otto Berg, gevraagd dit in de verdere behandeling mee te nemen: 1. 4Advies geeft aan dat nader onderzoek gedaan moet worden naar de geluidsisolatie en vorm/hoogte van de popzalen; 2. 4Advies geeft aan dat in deze constellatie sprake zal moeten zijn van één organisatie. De backstage- en publieksdelen zijn zodanig verweven, dat een andere vorm van samenwerking zal leiden tot een continu afstemmingsproces tussen de organisaties, met te verwachten discussies over verantwoordelijkheden, zeggenschap, etc. Deze punten zijn volgt in de verdere behandeling meegenomen: 1. In de afronding van deze Initiatieffase is geluidsonderzoek gedaan door Aveco de Bondt (zie pag. 10-11 van bijlage 2.1). De vorm en hoogte van de popzalen wordt nader uitgewerkt in de Verkenningsfase, in samenspraak tussen de gemeente als eigenaar en het Burgerweeshuis als gebruiker. 2.
Het onderzoeken en vormgeven van de gewenste samenwerking is onderdeel van de Verkenningsfase, door de betrokken instellingen zelf te onderzoeken en te bepalen, indien gewenst met hulp van onafhankelijke expertise en procesbegeleiding. 5. in de beschikbare onderzoeken is geen rekening gehouden met brandveiligheid (vluchtgangen e.d.) bij Samen onder 1 dak. Dit is in deze fase al belangrijk omdat er rekening moet worden gehouden met veel grotere bezoekersaantallen dan tot nu toe. In het gebouw uitgerust op voldoende brandveilig ontwerp bij volledig gebruik volledige capaciteit. Is hierover advies ingewonnen bij de brandweer? Is het mogelijk dat er extra veiligheidsvoorzieningen (vluchtgangen e.d) moeten worden aangebracht die niet in de begroting zijn opgenomen? Zoja, wat is het financiele risico? Specifiek aandacht voor het aantal gebruikers van de Kleine zaal in de kelder. Is uit te sluiten dat vanwege de ligging het veilig kan worden gebruikt voor he beoogde aantal bezoekers? (indien aanwezig graag advies brandweer ter beschikking stellen). Het project bevindt zich in de Initiatieffase, de tekeningen zijn een visualisatie van deze fase, zeker niet te kwalificeren als een Ontwerp. In het haalbaarheidsonderzoek is reeds gekeken of er voldoende mogelijkheden zijn, c.q.
welke aanpassingen noodzakelijk zijn, wat betreft brandcompartimentering, vluchtwegen en brandveilig voorzieningen. In de raming/budgettering is hier rekening mee gehouden. Het is niet gebruikelijk/noodzakelijk om in een Initiatieffase een plan al door de brandweer te laten toetsen, verantwoordelijkheid voor een brandveilig ontwerp ligt bij het ontwerpteam welke het ontwerp laat toetsen door het bevoegd gezag (brandweer). 6. Het plan Podiumkunsten gaat niet uit van een fusie maar beide instellingen zijn wel op elkaar aangewezen voor wat het gezamenlijk gebruik van een aantal ruimten: a. moeten de artiesten gebruik maken van dezelfde kleedkamers en ingang? Indien voor het laden en lossen: moet gebruik worden gemaakt van dezelfde backstage voorziening? Hoe groot is deze backstagevoorziening en hoe is dit volgens de ervaringsdeskundigen werkbaar in de praktijk? Ja. Kleedkamers: In de huidige situatie aan de Keizerstraat is sprake van grote overcapaciteit (geschikt voor operagezelschappen) c.q. een lage bezetting. Dit maakt een ruimer gebruik haalbaar voor alle podia onder één dak. In de praktijk zal enige afstemming nodig zijn. Iedere functie kan haar eigen voorziening krijgen; de kracht zit in de mogelijkheid om ook van elkaars ruimte/faciliteiten gebruik te maken.
Laden en lossen: Het expertteam is ervanuit gegaan dat de huidige open ruimte tussen de uitbouwen aan de achterzijde bebouwd wordt voor het laden en lossen. Geheel overdekt laden en lossen is onderdeel van het plan Burgerhaven, in deze hal kunnen complete trailers naar binnen gereden worden. Aan de Bagijnenstraat gebeurt het laden en lossen op straat. b. Hoe ziet het college het regelen van de gezamelijke aansprakelijkheid/zeggenschap, bijv. bij het gebruik van de nachtuitgang? Is dit risicovrij? (bijv. is de schouwburg of burgerweeshuis aansprakelijk als de nachtuitgang verkeerd of te laat wordt gebruikt?) Het project bevindt zich in de Initiatieffase, hierin zijn alle technische keuzes en oplossingen nog niet bepaald: dit betreft ook de passage vanaf het Burgerweeshuis richting de nachtuitgang aan de Gedempte gracht. In het programma van eisen kunnen instellingen aangeven wat zij nodig hebben ten aanzien van onder meer gebruiksgemak, veiligheid en verantwoordelijkheid. 7. In het akoestisch onderzoek zijn een aantal beperkingen en risico's genoemd voor de bedrijfsvoering van het BWH: a. er dienen een aantal deur/portaalconsructies te worden aangebracht maar ook isolerende voorzieningen. Dergelijke constructies hebben gevolgen voor het netto bruikbare vloeroppervlak. Kan met een berekening inzichtelijk worden gemaakt wat de gevolgen zijn voor het aantal m2 uit het pve.
Kan gegarandeerd worden dat de geluidmaatregelen geen negatieve gevolgen hebben voor het pve? In het ruimtebeslag is reeds rekening gehouden met de deur/portaal constructies (toegangssluizen/dubbele deuren), zoals nu voorzien worden deze portalen buiten de zaal geplaatst en hebben deze geen invloed op het beschikbare oppervlak van de zaal. In deze Initiatieffase is de haalbaarheid onderzocht van het PvE Burgerhaven aan de Keizerstraat; in de Verkenningsfase wordt het PvE uitgewerkt tot op de exacte m2. b. Kan gegarandeerd worden dat er geen zwaardere doos-in-doosconstructie in de beoogde Grote Zaal BWH hoeft te worden toegepast? Is het aantal m2 zekergesteld of in het mogelijk dat dit later wordt bijgesteld ivm geluidisolatie en veiligheid? Zoja, welke gevolgen heeft dat voor de exploitatie? Het project bevindt zich in de Initiatieffase, hierin zijn alle technische keuzes en oplossingen nog niet bepaald, uit het geluidsonderzoek blijkt dat de noodzakelijke voorziening past binnen realistische kaders wat betreft ruimte beslag waarbij de benoemde zaal capaciteit gerealiseerd kan worden. 8. Op 25 november ontving de gemeenteraad een brief van een deskundige, zie OPENBAAR+Schriftelijke+reactie+Samen+onder+een+dak+-+Tav+gemeenteraad (notubiz.nl) Er wordt aangegeven dat de maatvoering van de popzaal optimistisch (of onnnauwkeurig/foutief) is.
Er is kritiek mbt arbo, zichtlijnen, logistiek e.d) a. Bevat het expertteam een scenograaf die hierover advies heeft uitgebracht? Nee. Het college heeft ervoor gekozen expertise op het gebied van huisvesting poppodia te betrekken, nl. bureau 4Advies: sinds de start in 2014 betrokken bij project Burgerweeshuis. De schrijver van deze brief is deskundig op het gebied van scenografie en lichtontwerp. In een volgende fase, bij het opstellen van het PvE, worden belanghebbenden in de exploitatie betrokken: een ‘scenograaf’/lichtspecialist daar één van. Het is vervolgens aan de vakspecialist (Architect) om in het ontwerp het PvE uit te werken en goed te luisteren naar alle belanghebbenden. b. Kan gemotiveerd en deugdelijk onderbouwd worden ingegaan op deze kritische reactie? (zodat de raad dit bij de beoordeling kan betrekken)? De brief stelt dat poppodia met subsidie alleen de huisvestingslasten dekken en verder zelf de broek ophouden. Dat is volgens deze deskundige de reden dat een poppodium zelf moet kunnen bepalen wat de best exploiteerbare zalen zijn, inclusief de benodigde logistiek: alleen dan, kan een organisatie het poppodium succesvol en rendabel exploiteren. Deze redenering wordt echter niet onderbouwd door het plan Burgerhaven. Burgerweeshuis heeft, met hulp van diverse experts, alle zalen en de benodigde logistiek maximaal kunnen bepalen.
De STIHO-hal biedt hiervoor alle ruimte (behalve voor STROOM). Echter, bovenop volledige subsidie voor de huur (zie raadsmededeling bijlage 1) rekent de stichting met ruim 7 ton overige exploitatiesubsidie (businesscase pag. 4). In de variant ‘Door het dak’ komt dit in totaal op ca. 1,5 miljoen per jaar. De landelijke benchmark voor poppodia ligt op totaal 6 tot 6,5 ton per jaar. Zie de benchmark van Berenschot (2019):
De brief suggereert dat het ‘ontwerp’ er al ligt, dit is niet het geval. Zoals gesteld in de stukken: de beelden en plattegronden zijn een visualisatie van het haalbaarheidsonderzoek, geen ontwerp. Daarnaast heeft de deskundige het over ontkoppelde zalen en factor 1,5. Van ontkoppelde zalen is ook in Burgerhaven geen sprake en factor 1,5 heeft geen toegevoegde waarde. Dit vraagt een nadere technische toelichting: Ontkoppelde zalen Bij geluidsisolatie onderscheidt men luchtgeluid en contactgeluid. Bij luchtgeluid verplaatst het geluid zich door de lucht. Bij contactgeluid verspreidt het geluid zich door materialen. Een trillende constructie kan vervolgens weer luchtgeluid afgeven. Om de geluidsbelasting op de omgeving te laten voldoen aan de wettelijke kaders dient de zaal geïsoleerd te worden. Dit kan op twee aspecten: massa en absorptie om te voorkomen / verminderen dat materialen in trilling komen welke op hun beurt weer luchtgeluid voortbrengen. Meestal wordt een combinatie toegepast mede uit het oogpunt van akoestiek (beleving van het geluid). Meest doeltreffende wijze voor geluidsisolatie van een concertzaal is een zg. ‘doos in doos’ constructie waarbij de beide ‘dozen’ volledig los staan van elkaar tot in de fundering. ‘Doos in doos’ wil zeggen dat er twee volledige constructies naast/over elkaar (heen) gebouwd worden.
Deze constructie is complex en kostbaar en wordt daarom weinig toegepast.
Meestal wordt een enkelvoudige constructie (doos) toegepast met daaromheen een bufferruimte in de vorm van verkeersruimten/foyer e.d., de ‘doos’ wordt dan opgebouwd uit een relatief zware wand (massa) voorzien van een voorzet wand (absorptie). Geluidstechnisch is de opbouw van de zalen voor Burgerhaven en de Keizerstraat globaal hetzelfde: een enkelvoudige ‘doos’ bestaande uit een relatief zware wand voorzien van een voorzet wand met daaromheen gelegen bufferruimten. Verschil is dat aan de Keizerstraat de relatief zware wanden al aanwezig zijn en worden voorzien van een nieuwe voorzetwand, daarnaast zijn er aanvullende maatregelen voorzien/opgenomen voor de bufferruimten. De constructie tussen het Cultureel Centrum en de naastgelegen appartementen is wel ontkoppeld. Factor 1,5: Als uitgangspunt voor Burgerweeshuis aan der Keizerstraat is een geluidsniveau van 103dB(A) in het housespectrum gehanteerd, dit betreft het op dit moment gehanteerde en aanvaardbare max. niveau om gehoorschade te beperken (zal in de toekomst waarschijnlijk naar beneden worden bijgesteld, zie ook informatie GGD). De waargenomen geluidsterkte verloopt niet lineair maar logaritmisch, dat wil zeggen dat 2 geluidsbronnen van 100 dB geen geluidsniveau opleveren van 200 dB maar slechts een toename van 3 dB.
Daarnaast werkt het bij geluid zo dat de zwakste schakel het resultaat bepaald, als voorbeeld een klein gaatje in een goed geïsoleerde wand kan de volledige isolatie te niet doen. Een veiligheidsfactor van 1,5 heeft dan ook geen toegevoegde waarde. In het onderzoek en rekenmodel is rekening gehouden met alle factoren en is een marge opgenomen zodat aan de beoogde resultaten voldaan kan worden, hiervoor is een zorgvuldig voorbereidings- en realisatie proces noodzakelijk. 9. In februari 2023 heeft de VNPF ingesproken (branchever. Popfestivals). In de thans aanwezige stukken is nergens ingegaan op deze kritische inspraakreactie en is ook niet duidelijk hoe dit is meegewogen in het collegevoorstel. Graag alsnog een reactie. Directeur VNPF is verantwoordelijk voor de externe belangenbehartiging van de leden, waaronder het Burgerweeshuis; tevens is directeur Burgerweeshuis lid van het bestuur VNPF. De standpunten van het poppodium, zoals vertegenwoordigd door de eigen branchevereniging, hebben steeds onderdeel uitgemaakt van deze Initiatieffase. Allereerst na het raadsbesluit 22 februari: in de gesprekken tussen directeur Burgerweeshuis en de onafhankelijk procesbegeleider, vervolgens in de sessies tussen de betrokken directeuren en het expertteam in voorjaar 2023.
De kritische reactie is opnieuw gedeeld met college en raad bij de oplevering van het eerste haalbaarheidsonderzoek, eind juni 2023, en in de gesprekken die de portefeuillehouder met directie en bestuur van Burgerweeshuis gevoerd heeft. Aan de raad is gemeld hoe deze bezwaren en wensen in de afronding van de Initiatieffase geland zijn, zie het raadsvoorstel en de nadere uitwerking van het haalbaarheidsonderzoek. De VPNF heeft opgeroepen het Burgerweeshuis en de Schouwburg niet te laten fuseren en het poppodium ‘baas in eigen huis’ te laten zijn. Dit standpunt is overgenomen door het college en de raad. Ook stelt de VPNF: “Niet onbelangrijk in deze casus: ze bepalen ook wat hun eigen huis is.” Belangrijk voor VPNF is de volledige eigen zeggenschap van poppodia, ook over de huisvesting. Dit veronderstelt een subsidiërende overheid die zich volgend opstelt aan deze wensen en eisen. Alleen dan zou een succesvol, rendabel poppodium mogelijk zijn, zonder verder stijgende subsidies. Uit de praktijk van de planvorming Burgerhaven blijkt dit echter niet: zie ook het antwoord op vraag 8a (eerste alinea). 10. In de raadsmededeling over Burgerhaven lijkt vergeten te zijn dat de raad in februari 2023 een motie heeft aangenomen over gebiedsontwikkeling. De risico’s door relevante toekomstige woningbouw worden nu uitvergroot.
Klopt het dat de gemeenteraad zelf verantwoordelijk is voor woningbouwplannen en dus zelf de regie in handen heeft bij de reductie van dit risico? Of spelen er zaken waar wij geen weet van hebben. Het klopt dat de raad hiervoor verantwoordelijk is. In deze raadsmededeling is uw amendement nadrukkelijk benoemd: “Ontwikkelingen die de komst van het Burgerweeshuis naar dit deel van het havengebied onmogelijk zouden maken, zijn op dit moment in ieder geval niet toegestaan (amendement 10a2 op raadsbesluit 22 februari 2023).” Het college heeft in de raadsmededeling uitsluitend aangegeven dat deze vervolgactie nog openstaat: “Verkenning van de STIHO-locatie in samenhang met het gemeentelijk onderzoek naar een uitdagend woon-, werk- en verblijfsgebied op het Haveneiland (motie vreemd aan de orde 7 juli 2021). Dit onderzoek is nog niet gestart, in afwachting van besluitvorming over het al dan niet vestigen van het Burgerweeshuis op het Haveneiland (raadsmededeling 11 november 2021).” 11. Verwerving van de STIHO-locatie wordt gepresenteerd als risico. In februari 2023 is door het college een motie over aankoop pand afgeraden omdat er goede afspraken met de eigenaar zijn gemaakt.
Wat is de huidige stand van zaken dat het nu opnieuw als een risico wordt gepresenteerd? Deze goede afspraken met de eigenaar betroffen de verlenging van de huurovereenkomst, vanwege het onderzoek naar de geprioriteerde vastgoedrisico’s voor transformatie van de STIHO-locatie waartoe de raad op 22-2-2023 heeft besloten. Dit was voldoende beheersmaatregel voor het risico op verkoop of verhuur aan een andere partij dan de gemeente en/of Burgerweeshuis. In de raadsmededeling 17-11-2023 benoemt het college het financieel risico op de verwerving: “In de stichtingskostenraming is gerekend met een aankoopprijs op basis van taxatie. Een risico-opslag voor prijsstijging is nog niet in de raming of de risico-reservering verwerkt, dit kan tot verdere dekkingstekorten leiden.” 12. In de RM staat dat bezwaar- en beroepsprocedures de realisatie kunnen vertragen. Dit is toch bij alle bestemmingsplanwijzigingen zo (en speelt ook bij de noodzakelijke omgevingsvergunning bouw Keizerstraat). Waarom wordt dit zo nadrukkelijk benoemd? Welke aanwijzingen zijn er dat omliggende belanghebbenden (die ontvankelijk zijn in de bezwaarprocedure) daadwerkelijk in beroep zullen gaan? Bij een bestemmingsplanwijziging, uitsluitend benodigd voor de STIHO-locatie, gelden ruimere bezwaar- en beroepsmogelijkheden.
Iedere bewoner, eigenaar of projectontwikkelaar kan hiertegen in procedure gaan: eerst het indienen van een zienswijze bij de gemeente en vervolgens binnen 6 weken een beroep bij de Raad van State. Als al een omgevingsvergunning is afgegeven, mag de gemeente in de tussentijd wel beginnen met de bouw. Dit kan tegengehouden worden door een verzoek om een voorlopige voorziening. Als dat verzoek wordt toegekend, wordt de bouw gestopt totdat de rechter zich heeft uitgesproken over het beroep.
Met deze eventuele procedures is in de planning Burgerhaven geen rekening gehouden. Voor de beoogde verhuizing van het Burgerweeshuis is de bestemmingsplanwijziging daarom een risico voor het huisvestingsproject op de STIHO-locatie. Tegen de benodigde omgevingsvergunning voor de bouw (zowel voor de STIHO-locatie als de Keizerstraat) kunnen alleen belanghebbenden in bezwaar en beroep gaan, dit zijn meestal de direct omwonenden / omliggende bedrijven.