2023-11-08 Verordening rioolheffing 2024
Tekst van het document
.----~ gemeente
Deventer
RAADSBESLUIT Onderwerp Voorstelnummer Raadstafel d.d. Raadsvergadering
Verordening rioolheffing 2024 2023-785 8 november 2023
De raad van de gemeente Deventer, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 3 oktober 2023, nummer 2023-785. geiet op artikel 228a van de gemeentewet. BESLUIT vast te stellen : Verordening op de hefting en de invordering van de rioolheffing 2024 Artikel 1. Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; alsmede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater; b. belastingobject: 1e. een roerende zaak; 2e. een onroerende zaak; c. één onroerende zaak als bedoeld onder b: 1e, een gebouwd eigendom; 2e. een ongebouwd eigendom; 3°. een gedeelte van een onder 1e of 2e bedoeld eigendom dat afzonderlijk wordt gebruikt. 4°. een samenstel van twee of meer van de onder 1° of 2° bedoelde eigendommen of onder 3° bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, als één geheel worden gebruikt; 5°. het binnen de gemeente gelegen gedeelte van een onder 1° of 2e bedoeld eigendom, van een onder 3° bedoeld deel daarvan of van een onder 4e bedoeld samenstel; d. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft. e.
water: drinkwater, huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; f. afvalwater: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbanden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht 1 De belasting wordt geheven van de gebruiker van een belastingobject waarnaar direct of indirect water wordt toegevoerd én van waaruit direct of indirect water wordt afgevoerd; 2. Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het belastingobject al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; b. ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, ten 3e - ten gebruike is afgestaan, degene die dat deel in gebruik heeft afgestaan; c.
ingeval sprake is van volgtijdig gebruik degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld.
2
Artikel 4. Maatstaf van hefting 1 De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat direct of indirect vanuit het belastingobject via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2 Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het belastingobject is toegevoerd of is opgepompt. Indien er sprake is vaneen onroerende zaak als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, ten derde wordt het aantal kubieke meters afvalwater evenredig toegedeeld. 3 lngeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte vaneen kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4 lngeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van: a. een watermeter waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. een bedrijfsurenteller waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met een vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De vorige volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grand van enige andere wettelijke bepaling.
5 De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater via de gemeentelijke riolering is afgevoerd. Artikel 5. Tarieven De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt per jaar voor de afvoer van afvalwater in de categorie van: A
B
e D E F
G H I
0 m? 501 m3 1.501 m3 3.001 m3 5.001 m3 7.501 m3 10.001 m3 15.001 m3 30.001 m3
tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met en meer m3
500 m3 1.500 m3 3.000 m3 5.000 m3 7.500 m3 10.000 m3 15.000 m3 30.000 m3
€ € € € € € € € €
€ 191,64 € 369,00 € 708,00 € 1.173,00 € 1.668,00 € 2.100,00 € 2.655,00 € 3.705,00 € 4.941,00
Artikel 6. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7. Wijze van hefting De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en hefting naar tijdsgelang 1. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot een belastingobject in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er na de aanvang van de belastingplicht in dat jaar nag volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het belastingobject in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor het jaar verschuldigde recht als er na het einde van de belastingplicht in dat jaar nag volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander belastingobject waarvoor hij belastingplichtig wordt op grand van deze verordening, in gebruik neemt.
3
Artikel 9. Termijnen van betaling 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moet een aanslag uiterlijk drie maanden na dagtekening van het aanslagbiljet betaald zijn. 2 a. In afwijking van het eerste lid moet bij een automatische betalingsincasso, mogelijk bij een aanslagbedrag vanaf € 30 tot€ 5000, de aanslag betaald worden in zoveel gelijke termijnen als nog resteren in het lopende belastingjaar. Het aantal termijnen bedraagt ten minste drie en ten hoogste tien maanden. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. De volgende termijnen telkens een maand later tot maximaal het eind van het jaar. b. In afwijking van het eerste lid kan op verzoek bij een aanslagbedrag minder dan€ 30 en meer dan € 5000, betaald worden door middel van automatische betalingsincasso. Het aantal incasso termijnen is dan maximaal drie termijnen. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later tot maximaal het eind van het belastingjaar. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 1 O. Kwijtschelding 1. Voor de belasting kan kwijtschelding worden verleend tot het maximum van het in artikel 5 genoemde bedrag in categorie A; 2.
Voor de belasting genoemd in de overige categorieén van artikel 5 wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 11. lnwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening rioolheffing 2023" wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zieh voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing 2024.
A¼s vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2023 ' \ De raal 7onoemd, de voorzitter, de griffier, t
I
•••
.C. König