CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-1059 Chw Oranjekwartier - Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 20 december 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Herstel bestemmingsplan Oranjekwartier20.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Chw Oranjekwartier

Plantype: bestemmingsplan Naam: Chw Oranjekwartier IMRO-idn: NL.IMRO.0150.Chw016-VG02 Procedurestatus: vastgesteld

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Stedenbouwkundige plan en beeldkwaliteit Oranjekwartier

5

Bijlage 2

Archeologisch beleidsadvies Oranjekwartier

29

Bijlage 3

Selectiebesluit Archeologie

37

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek en luchtkwaliteit

41

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek Geluidsruimte Emmanuelkerk

143

Bijlage 6

Bodemadvies

203

Bijlage 7

Aanvullend bodemonderzoek Koninklijke driehoek

207

Bijlage 8

Advies externe veiligheid

301

Bijlage 9

Ecologische quickscan

305

Bijlage 10

Notitie Stikstof

363

Bijlage 11

Tussenuitspraak 1 november 2023

393

Bijlage 12 Akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevels 18 februari 2022

405

Bijlage 13 2022

449

Aanvullende akoestische berekeningen mbt beroepschrift 16 juni

Bijlage 14 Aanvullende berekeningen geluid effect tuinafscherming 14 september 2022

463

Bijlage 15

479

2

Samenvattende notitie inpasbaarheid geluid 13 juni 2023

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

Bijlagen bij de toelichting

3

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

4

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

Bijlage 1 Stedenbouwkundige plan en beeldkwaliteit Oranjekwartier

5

Beeldkwaliteitsplan Oranjekwartier, Deventer

CONCEPT

07/06/2021

DEVENTER ORANJEKWARTIER

KONINKLIJKE DRIEHOEK

Koninklijke Driehoek: Aantrekkelijk wonen in e

Dit beeldkwaliteitsplan vormt een inspira toetsingsdocument voor de Welstandsco van een basiskwaliteits voor de inrichting woning.

BEELDKWALITEITSPLAN

03

een groene setting.

atiedocument voor de architect en ommissie. Het doel is het vastleggen g van de kavel en de vormgeving van de

DEVENTER ORANJEKWARTIER

inhouds opgave

KONINKLIJKE DRIEHOEK

BEELDKWALITEITSPLAN

1

Inleiding 1.1 AANLEIDING EN PROJECTGEBIED 1.2 STEDENBOUWKUNDIG PLAN 1.3 GLIMP VAN DE TOEKOMST 1.4 PLANFACETTEN

2

Welstandscriteria 2.1 GEBIEDSBESCHRIJVING 2.2 OPENBARE RUIMTE 2.3 WELSTANDSCRITERIA

05

DEVENTER ORANJEKWARTIER

1

Inleiding

KONINKLIJKE DRIEHOEK

BEELDKWALITEITSPLAN

07

Het Oranjekwartier is een buurt binnen de wijk Keizerslanden in Deventer. Het Oranjekwartier is naoorlose buurt. Veel van de naoorlogse buurten en wijken in Deventer zijn in het begin van d eeuw geherstructureerd. Delen van Keizerslanden zoals het Landsherenkwartier en delen van Rivierenwijk zijn hier voorbeelden van. Ook voor het Oranjekwartier werden vanaf 2005 ideeën initiatieven voor herstructurering bedacht. Uiteindelijk hebben deze plannen niet geleid uitvoeringsactiviteiten.

KONINKLIJKE DRIEHOEK ORANJEKWARTIER

BEELDKWALITEITSPLAN

Begin 2019 heeft de raad het ambitiedocument voor deze wijk en een bijbehor voorbereidingskrediet vast- en beschikbaar gesteld. Inmiddels zijn een intentieverklar uitvoeringsplannen en een samenwerkingsovereenkomst opgesteld.

De beoogde ambities uit het ambitiedocument hebben betrekking op de thema’s: sociale bala woningaanbod, openbare ruimte, ruimtelijke identiteiten en energietransitie.

I. Aanleiding en projectgebied

Voor het realiseren van de ambitie om te voorzien in het gewenste woningaanbod en voor verbeteren van de ruimtelijke identiteit van de buurt is een ruimtelijke procedure nodig. Voorligg bestemmingsplan "Chw Oranjekwartier" voorziet hierin.

Al meerdere jaren wordt gewerkt aan een stapsgewijze wijkverbetering van het Oranjekwartier. Deze naoorlogse is gelegen aan de noordflank van 1.2 Liggingwijk en begrenzing plangebied concept bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

Het Oranjekwartier is een buurt binnen de wijk Keizerslanden in Deventer. Op de volgende afbeeld

is de globaledoor ligging van het plangebied Deventer en wordt mede gekenmerkt sociale enaangegeven. ruimtelijke onbalans.

Aanleiding Het Oranjekwartier is een naoorlogse buurt binnen de wijk Keijzerslanden in Deventer. Veel van de naoorlogse buurten in Deventer zijn in het begin van deze eeuw geherstructureerd. Ook voor het Oranjekwartier werd in 2005 nagedacht over initiatieven en ideeen voor een herstructrurering. Uiteindelijk heeft dit echter niet geleid tot grootschalig ingrijpen. Na deze tijd is er door de gemeente in samenwerking met marktpartijen nagedacht over een meer geleidelijke aanpak.

Afbeelding: Luchtfoto met daarop de hieronder omschreven locaties

1. Ontwikkellocatie Koninklijke driehoek

Begin 2019 heeft de Gemeenteraad een De locatie in het noorden van het plangebied wordt aangeduid als de “koninklijke driehoek”. Het be het gebied tussen de Koningin Wilhelminalaan, de Koningin Julianastraat en de Prinses Beatrixstr Ambitiedocument voor het Oranjekwartier vastgesteld. Op deze locatie zijn nu een aantal panden aanwezig welke dienst deden als schoolgebouwen. Afbeelding: ligging projectgebied in Deventer De beoogde ambities uit het Ambitiedocument Ligging Oranjekwartier in (Koningin Deventer.Julianastraat 89) is in gebruik als Moluks Cultureel Centru pand van de stichting Masohi, wordtvanglobaal begrensd door Koningin Julianastraat in het noorden, hebben onder meer betrekking op sociale balans, Het projectgebied Een overig deel het terrein is in gebruik als de volkstuin, speelvoorziening en groen. Wezenland in het oosten, de Boerhaavelaan in het zuiden en de Koningin Wilhelminalaan in woningaanbod, openbare ruimte, ruimtelijke identiteiten en energietransitie. De ontwikkeling van de zogenaamde Koninklijke Driehoek moet een belangrijke bijdragen leveren aan het realiseren van de ambities uit het Ambitiedocument. Projectgebied De Koninklijke Driehoek is een centraal gelegen ontwikkellocatie in het Oranjekwartier. Het betreft het gebied tussen de Koningin Wilhelminalaan, de Koningin Julianastraat en de Prinses Beatrixstraat.

Op de ontwikkellocatie zijn een aantal panden aanwezig die dienst doen als schoolgebouwen. Deze panden zullen worden gesloopt en plaats maken voor woningbouw. Ook aanwezig op de locatie is Masohi, een Moluks Cultureel Centrum. Masohi zal, net als een het andere aanwezige geloofsgebouw voor de Emmanuel10 Gemeente, blijven behouden.

Begrenzing projectgebied

Afbeelding: bestaande situatie (2019) koninklijke driekhoek, ontwikkellocatie gemeente

1. INLEIDING

09

II. Het stedenbouwkundig plan Het ontwerp van de Koninklijke Driehoek wordt gevormd door een drietal ontwikkelvelden die met elkaar verbonden worden door een royale en robuuste groenstructuur. Vaste Waardenkaart Voor de ontwikkeling van de Koninklijke Driehoek is een zogenaamde Vaste Waardenkaart opgesteld. Deze kaart legt de ruimtelijke uitgangspunten van de ontwikkeling vast. De hoofdopzet van de ontwikkeling bestaat uit een drietal ontwikkelvelden met elk ruimte voor een divers woonprogramma met grondgebonden woningen. De ontwikkelvelden worden van elkaar gescheiden door een robuuste groenstructuur. Onderdeel van deze groenstructuur is een fijnmazig netwerk. Het fijnmazige netwerk verbindt de Koninklijke Driehoek op grote schaal met winkelcentrum Keijzerslanden en het Zandweteringspark.

0

5.4 0

5.4 0

5.4

0

4.8 5.40 5.40

4.80

5.40

4.20

4.20

5.40

5.10

5.40

5.10

5.10

4.80

5.10

4.80

5.10

5.10 5.40

5.10 5.10

5.40

5.40 5.40

5.40 4.80

5.40

5.40

5.40

4.20

5.10

5.40 5.40 5.10

5.40

Indicatieve verkaveling Met de Vaste Waardenkaart als onderlegger is een indicatieve verkaveling opgesteld. De verkaveling geeft invulling aan de Vaste Waardenkaart. Belangrijke ruimtelijke dragers zijn de royale groene profielen die met elkaar verbonden worden door de robuuste groenstructuur.

Vaste Waardenkaart Koninklijke Driehoek

5.40

Het parkeren wordt grotendeels opgelost in parkeerkoffers binnen de ontwikkelvelden. Ook is er ruimte voor langsparkeren in de royaal opgezette profielen die grenzen aan de Koninklijke Driehoek.

5.10

5.10

4.80

5.10

4.20

4.20

4.20

4.80

5.10 5.10 5.40 5.40 4.80 4.80

Op het moment van opstellen van voorliggend beeldkwaliteitsplan wordt er nog gewerkt aan de verkaveling. Ook dient de verkaveling nog te worden getoetst door verschillende vakdisciplines binnen de gemeente.

4.20 5.10

5.10

5.10

5.10

Door het parkeren aan de binnenzijde van de ontwikkelvelden op te lossen ontstaat er aan de voorzijde van de woning een belangrijke woonkwaliteit.

5.10

4.80

4.80

4.80

4.80

4.80

Indicatieve verkaveling

4.80 4.80

KONINKLIJKE DRIEHOEK ORANJEKWARTIER

BEELDKWALITEITSPLAN

III. Een glimp van de toekomst

1. INLEIDING

011

KONINKLIJKE DRIEHOEK ORANJEKWARTIER

BEELDKWALITEITSPLAN

IV. Planfacetten

a) Architectonische eenheden

5. 40

5. 40

5. 40

Het stedenbouwkundig ontwerp is opgebouwd uit diverse architectonische eenheden, die elk als eenheid worden ontworpen. 4.

80

4.2 0 4.2 0

5.40

4.8 0

5.40

5.1 0

5.40

5.1 0

5.40

5.1 0

5.40

4.8 0

5.10

4.8

Blok A

0

5.10

5.4 0

0

5.1

Blok B

5.4

0

0

5.1 0

5.1

0

5.4

5.4

0

0

5.4

0

5.4

0

5.4

0

0

0

5.4

5.4

5.4

Blok C

0

4.8

0

5.1

0 0

5.1

0

0

5.4

5.1

4.2

0

4.8 5.1 0

5.4

0

4.8

0 0

4.8 0

5.1

0

4.8 0

4.2 4.2

0

4.8 0

4.80

0

5.1

4.80

0

5.1

5.10

0

5.1

5.10

4.2 0

4.80

4.2 0

4.80

0

5.1 0

5.1 0

5.4 0

5.4 0

4.8 0

4.8

b) Collectieve plint

5.

40

5.

40

5. 40

Een doorgaande collectieve plint bindt, bestaande uit een continue tuinmuur met zitaanleidingen en een private zone voor bewoners, de verschillende woningen visueel aan elkaar. 4.

80

0

4.2 4.2 0

5.40

0

4.8

5.40 0 5.1

5.40 0

5.1

5.40 0

5.1

5.40 0

4.8

Collectieve plint

5.10 0

4.8

5.10 0 5.4

0

5.1

5.4

0

0

5.1 0

5.1

0

0 5.4

5.4

0

5.4

0

5.4 0

5.4

0

5.4

5.4

0 5.4

0

0

4.8

0

5.1

0

0

5.1

0

0

5.4

5.1

4.2

0

4.8

0 5.1

0

5.4

0

4.8

0

4.8 0

5.1

0 4.8 0

4.2 4.2

0

4.8 0

4.80

0

5.1

4.80

0

5.1

5.10

0 5.1

5.10

0 4.2

4.80

4.2 0

4.80

0

5.1 0

5.1 0

5.4 0

5.4 0

4.8 0

4.8

1. INLEIDING

013

c) Erfafschedingen Er zijn 3 type erfafschedingen:

5.

40

5.

40

5.

40

• Voor- en zijtuin: lage muur tussen woningen en tussen privé en openbare ruimte (max. 90cm hoog). Deze erfafscheiding kan ook als bijvoorbeeld een plantenbak of een zitplek ingericht worden 4.

80

4.2

• Achtertuinen: groen erfafscheiding tussen achtertuin en openbare ruimte of parkeerkoffers (hekwerk met hedra max. hoogte 1,8m)

0 4.2 0

5.40

4.8 0

5.40

5.1 0

5.40

5.1 0

5.40

5.1 0

5.40

4.8 0

5.10

4.8 0

5.10

5.4 0

• Hagen langs als begrenzing andere functies.

0

5.1

5.4

0

0

5.1 0

5.1

0

5.4

5.4

0

0

5.4

0

5.4 0

5.4

0

5.4

0

5.4

5.4

0

0

4.8

0

5.1

0

0

5.1

0

0

5.4

5.1

4.2

0

4.8

5.1 0

5.4

0

4.8

0 0

4.8

0

5.1

0

4.8 0

4.2 4.2

0

4.8 0

4.80

0

5.1

4.80

0

5.1

5.10

0

5.1

5.10

4.2 0

4.80

4.2 0

4.80

haag (1m breed x 1,2m hoog) hekwerk met hedra

0

5.1 0

5.1

lage muur of combinatie plantenbak etc... (hoogte 60-90cm?)

0

5.4 0

5.4 0

4.8 0

4.8

hoge muur (1,80mx30cm)

5. 40 5. 40 5. 4.

80

0

4.2 4.2 0

5.40

0

4.8

Hoekwoningen op stedenbouwkundig belangrijke plekken richten zich qua gevelbeeld en kavelinrichting op beide straten waaraan ze gelegen zijn. Dat betekent dat deze woningen de entree bij voorkeur in de zijgevel hebben en dat er extra aandacht besteed wordt aan aantal, situering en grootte van de gevelopeningen.

40

d) Entrees

5.40

0

5.1

5.40

0

5.1

5.40

0

5.1

5.40

0

4.8

Entree

5.10

0

4.8

5.10

0

5.4

0

5.1

5.4

0

0

5.1 0

5.1

0

5.4

5.4

0

0

5.4

0

5.4

0

5.4

0

5.4

0

5.4

5.4

0

0

4.8

0

5.1

0 0

5.1

0

0

5.4

5.1

4.2

0

4.8 5.1 0

5.4

0

4.8

0 0

4.8 0

5.1

0

4.8 0

4.2 4.2

0

4.8 0

4.80

0

5.1

4.80

0

5.1

5.10

0

5.1

5.10

4.2 0

4.80

4.2 0

4.80

0

5.1 0

5.1 0

5.4 0

5.4 0

4.8 0

4.8

DEVENTER ORANJEKWARTIER

2

KONINKLIJKE DRIEHOEK

Welstandscriteria

BEELDKWALITEITSPLAN

015

DEVENTER, ORANJEKWARTIER

KONINKLIJKE DRIEHOEK

I. Gebiedsbeschrijving De ontwikkeling van de Koniklijke Driehoek heeft mede tot doel een ruimtelijke en sociale impuls te geven aan het Oranjekwartier. Gebiedsbeschrijving Het Oranjekwartier wordt gekenmerkt door een eenzijdig aanbod dat voor een aanzienlijk deel bestaat uit sociale woningbouw. De woningen zijn grotendeels geclusterd als open stempels. De gebouwen staan voor een groot deel in het groen. Met de ontwikkeling van de Koninklijke Driehoek sluiten we aan op dit ruimtelijke principe. Met de ontwikkeling van de Koninklijke Driehoek zal er worden voortgebouwd op de verschillende kenmerken van de zogenaamde open stempel-stedenbouw. De woningen worden als cluster ontworpen, worden omring door groen en worden uitgevoerd met een plat dak.

Huidige situatie Koninklijke Driehoek

Gebouwkenmerken Wat betreft gebouwtypes is er binnen het Oranjekwartier een duidelijke tweedeling te zien. Het oostelijke deel van het Oranjekwartier staat hoofdzakelijk uit tweelaagse woningen die voorzien zijn van een plat dak en portiekflats. Het westelijke deel van het Oranjekwartier bestaat voornamelijk uit grondgebonden koopwoningen, bestaande uit twee bouwlagen met een kap. De Koninklijke Driehoek vormt ruimtelijk gezien de schakel tussen deze twee delen. Kenmerkende principes van de architectuur van de grondgebonden woningen in het oostelijk deel worden voor de ontwikkeling van de Koninklijke Driehoek doorvertaald.

Bestaande woningen aan de overzijde van de Koninklijke Driehoek aan de Prinses Beatrixstraat.

Zo zullen de nieuwe woningen ook worden uitgevoerd met een plat dak en is de individuele woning ondergeschikt aan het blok waar deze onderdeel van is.

Groen binnenhof als kwaliteitsdrager van de stempel-stedenbouw.

BEELDKWALITEITSPLAN

017

II. Openbare ruimte De openbare ruimte in de Koninklijke Driehoek wordt parkachtig inricht. Door het parkeren geclusterd op te lossen krijgt het groen een verblijfsfuntie. Royale profielen De profielen die grenzen aan de Koninklijke Driehoek krijgen een royale maat en hebben door de groene opzet een belangrijke rol bij het klimaatadaptief maken van de ontwikkellocatie. Buurtgroen De bouwblokken in de Koninklijke Driehoek worden van met elkaar verbonden door een doorgaande groenstructuur. Dit groen heeft een royaal karakter met bomen en biedt volop ruimte voor ontmoeting en spelen en heeft daarnaast een belangrijke rol in het klimaatadaptief maken van de Koninklijke Driehoek. Struinroutes verbinden de Koninklijke Driehoek met onder meer

Parkeerkoffers Het parkeren wordt voor een groot deel opgelost in collectieve parkeerkoffers aan de achterzijde van de woningen. De parkeerkoffers krijgen een groene uitstraling, mede door gebruik van groene erfafscheidingen en grastegels.

het Zandweteringspark en winkelcentrum Keijzerslanden.

De openbare ruimte wordt zo groen als mogelijk ingericht.

De robuuste groenstructuur biedt ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeting.

KONINKLIJKE DRIEHOEK ORANJEKWARTIER

BEELDKWALITEITSPLAN

III. Welstandscriteria De Koninklijke Driehoek krijgt een groen karakter. De architectuur maakt een stevig gebaar. Plaatsing

• Woningen staan met de representatieve zijde naar de weg; • Hoofdentree in de voor- of zijkant. Bij hoekwoiningen, waar bij de zijgevel aan de meest belangrijke openbare ruimte is gelegen, wordt bij voorkeur de entree in de zijgevel geplaatst. • Geen blinde gevels langs straat of openbare ruimte; • Om spontane ontmoetingen te stimuleren worden entrees worden zo veel als mogelijk per twee gekoppeld.

Vorm

• Eenvoudige hoofdvorm en worden uitgevoerd met een plat dak; • De blokken worden als geheel ontworpen, de Individuele woning is ondergeschikt aan bouwblok. Plaatsing gevelopeningen draagt bij aan het aflezen van het blok als geheel in plaats van het aflezen van de individuele woning. • Per blok vormen een doorlopende plint en kroon de samenbindende elementen. • De kroon verzacht het architectonisch ontwerp en is continu en bindt het blok samen. • De plint is onderdeel van de architectuur, continu en bindt het blok samen. De plint stimuleert ontmoeting; • De overgang tussen openbaar en privé aan de voorzijde van de woning wordt vormgegeven door een ontworpen erfafscheiding die onderdeel is van de architectuur van de woning. • De erfafscheiding en de zone tussen demet voorgevel Spel hoogtes en de erfafscheiding worden op een dusdanige manier ingericht dat spontante ontmoeting wordt gestimuleerd. KONINKLIJKE DRIEHOEK - ORANJEKWARTIER

Entrees worden zo veel als mogelijk per twee gekoppeld.

De woningen hebben een eenvoudige hoofdvorm en worden

ATELIER IV VERKAVELING EN SFEERBEELDEN

09.08.2021

020

uitgevoerd met een plat dak.

Indeling van de gevelopeningen draagt er bij aan dat de individuele woning ondergeschikt is aan het blok.

III. WELSTANDSCRITERIA

019

Kleurgebruik

• De keuze voor 1 baksteen/ selectie van bakstene voor de Koninklijke Driehoek zorgt voor eenheid ontwikkeling. De baksteen heeft een hoogwaardige uitstraling en heeft een warme kleur. • Gevels worden opgetrokken in de gekozen baksteen met daarbij accenten in hout. De kleur van het hout is afgestemd op de baksteen. • De baksteen gevel krijgt een rijke uitstraling door toepassing van bijzondere steenformaten, metselverbanden en/of diepliggend voegwerk. Voegen sluiten qua uiterlijk vertoon aan bij de baksteen. De keuze voor 1 type baksteen/ selectie van bakstenen zorgt voor

De parkeerkoffers

eenheid binnen de ontwikkeling.

• De collectieve parkeervoorzieningen binnen de bouwblokken krijgen een groene uitstraling, bijvoorbeeld door middel van groene erfafscheidingen en grastegels. • Zij- en achtererfgrenzen die grenzen aan de collectieve parkeervoorziening worden voorzien van een groene erfafscheiding van maximaal 2m hoog. • Om het groene karakter van de binnenterreinen te versterken worden bijgebouwen, bezien vanaf de collectieve parkeerterreinen, achter de groene erfafscheiding gesitueerd.

Grastegels geven de collectieve parkeerterreinen een groene uitstraling.

CENTRUMLIJN NOORD

Colofon

AMBITIEDOCUMENT

COLOFON

021

Project: Koninklijke Driehoek, Oranjekwarter Deventer

Ontwerp: De Zwarte Hon

Copyright: De inhoud van dit boekwerk en de hierin opgenomen gegevens, afbeeldingen, teksten en combinaties daarvan zijn beschermd door auteurs-, en databankrechten. Tenzij anders vermeld berusten deze rechten bij De Zwarte Hond en Bonnema Architecten. Zonder schriftelijke toestemming is het niet toegestaan deze website of enig onderdeel hiervan voor eigen doeleinden te gebruiken, openbaar te maken en of te verveelvoudigen. We hebben ons uiterste best gedaan om bronnen en rechthebbenden van het beeldmateriaal te achterhalen. Wanneer desondanks beeldmateriaal wordt getoond waarvan je (mede-) rechthebbende bent en voor het gebruik waarvan je geen toestemming hebt verleend, verzoeken we je een mail te sturen aan bd@dezwartehond.nl.

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

28

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

Bijlage 2 Archeologisch beleidsadvies Oranjekwartier

29

Bijlage

archeologisch beleidsadvies 1096

Bestemmingsplan Oranjekwartier Gemeente Deventer

Adviesnr. 1096 Archeologie Deventer

1

Van verwachting naar beleid 1. Inleiding In deze bijlage is in algemene zin beschreven hoe het archeologiebeleid tot stand is gekomen. Het archeologiebeleid is gebaseerd op de archeologische verwachtingskaart voor de gemeente Deventer. Meer informatie is te vinden in het achtergrondrapport bij de archeologische verwachtingskaart. 1 De gemeente geeft in haar archeologiebeleid aan op welke wijze rekening gehouden moet worden met mogelijke archeologische waarden in de bodem. Op de beleidskaart is voor elke locatie in de gemeente te zien welke archeologische regels van toepassing zijn. De onderbouwing van de gehanteerde regels is beschreven in het achtergrondrapport bij de beleidskaart: 'Onderbouwing vrijstellingsgrenzen Archeologie. Van verwachting naar beleid'.2

2. De archeologische verwachting Onder archeologische verwachting wordt de kans op het voorkomen van archeologische resten verstaan. Meer specifiek zegt een archeologische verwachting iets over de relatieve dichtheid waarin archeologische resten (vondst- en/of spoorcomplexen) kunnen voorkomen. De archeologische verwachting is opgebouwd uit fysisch geografische kenmerken en historische en archeologische data. Fysische geografie De verwachtingskaart heeft een sterk fysisch geografische basis. Uit de archeologische onderzoeken die plaats hebben gehad in de gemeente Deventer en in omliggende gebieden zijn op grond van geomorfologische en geologische kenmerken en de bodemgesteldheid verschillende landschappen onderscheiden, die ieder een eigen ontwikkeling en bewoningsmogelijkheden hebben gekend. De hogere delen van het landschap waren vaak al in de prehistorie door mensen in gebruik. De lagere delen zijn minder intensief gebruikt en werden vaak pas in de middeleeuwen of de nieuwe tijd bewoonbaar. Op basis van geomorfogenetische kenmerken zijn drie verwachtingszones voor archeologische resten uit met name de prehistorie tot en met de vroege middeleeuwen onderscheiden: zones met een hoge, middelmatige en lage verwachte dichtheid aan archeologische resten.

Aan de noordkant van het plangebied komen volgens de geomorfologische kaart verspoelde duinafzettingen en doorbraakafzettingen voor. Verder ligt een groot deel in een dalvormige laagte van een beekdal en aan de zuidwestkant in een doorbraakgeul. Historische verwachting Vanaf de middeleeuwen ging de mens het landschap naar zijn hand zetten. Op basis van historische bronnen (zoals kaarten en geschriften) zijn locaties van historische elementen met een hoge verwachting voor het aantreffen van archeologische resten aangewezen. Deze verwachting is weer vertaald naar de beleidswaarden op de beleidskaart en heeft geleid tot de waarden zoals opgenomen in dit bestemmingsplan. Een gedetailleerdere beschrijving van de historische elementen en de onderbouwing van de hieraan gekoppelde beleidscategorieën is te vinden in de rapportages bij de archeologische verwachtingskaart 3 en de archeologische beleidskaart4. Deze rapportages maken onderdeel uit van de onderbouwing bij dit bestemmingsplan. Het plangebied ligt historisch gezien in agrarisch gebied, het was in 1832 vrijwel geheel in gebruik als grasland en akker. De historische erven Ten Voorde en ten Dijke liggen respectievelijk net ten westen en zuidoosten van het plangebied. Het zijn oude boerderijplaatsen die mogelijk al uit de vroege middeleeuwen dateren. De bebouwing op de erven kende in het verleden geen vaste plek en bij het

1 Willemse et al., 2013. 2 Vermeulen, 2015. 3 Willemse et al, 2013. 4 Vermeulen, 2015.

2

regelmatig herbouwen van boerderijen waarvan de dragende constructie te veel verrot was, werden de gebouwen vaak verplaatst. De oudere versies van de boerderijen kunnen binnen een straal van 100 m om de historisch bekende locaties worden verwacht. Binnen het plangebied liggen twee van dergelijke boerderijbuffers. De woonwijk Oranjekwartier dateert uit de jaren ’60 van de 20 e eeuw. Bij de aanleg van de wijk, het bouwrijp maken en de bouw van de huizen is de bodem mogelijk (deels) verstoord tot in de archeologisch relevante lagen. De exacte diepteligging van de archeologische lagen en de omvang van van de bestaande verstoringen, dient nog nader in kaart te worden gebracht. Het laatste is de Koninklijke driehoek aan de noordkant bij de wijk betrokken. Hierbinnen staan geen woningen, maar een kerk en gebouwen die in gebruik zijn als school. Nadat twee van de gebouwen zijn gesloopt, ongeveer 10 jaar geleden, is een deel in gebruik genomen als volkstuin en is op een deel een nieuw (tijdelijk) schoolgebouw gebouwd. Ook hier is nader onderzoek naar de bestaande verstoringen aan te bevelen. Archeologische waarden Op basis van archeologische onderzoeken kunnen terreinen worden aangewezen waar met zekerheid sprake is van archeologische resten.

Vindplaatsen waar de archeologische sporen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid buiten de al onderzochte locatie doorlopen, krijgen de beleidsstatus van terrein met archeologische waarden.5 Hieronder bevinden zich ook vindplaatsen waar bijvoorbeeld wel proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden maar waar door omstandigheden het definitief onderzoek (nog) niet is uitgevoerd. Er zijn binnen het plangebied geen archeologische vondsten bekend en er is niet eerder archeologische onderzoek uitgevoerd. Verstoringen Als gevolg van forse bodemingrepen ingrepen zijn sommige terreinen zodanig aangetast dat betwijfeld kan worden of zich nog archeologische waarden in de bodem bevinden. In die gebieden waar de bodem diep verstoord is, mag worden aangenomen dat er geen belangrijke archeologische sporen (meer) aanwezig zijn. Voor deze gebieden geldt geen archeologische verwachting meer. Binnen het plangebied aan de Prinses Beatrixstraat hebben twee grote gebouwen gestaan, deze zijn ongeveer 10 jaar geleden gesloopt waarna aan de Beatrixstraat en de Wilhelminalaan een nieuw schoolgebouw is geplaatst met een tijdelijk uiterlijk. Wat de diepte van de verstoringen van deze gebouwen is, is niet bekend. Bureaustudie en/of booronderzoek kan hier uitsluitsel geven.

3. Vrijstellingen De dieptevrijstelling is de diepte tot waarop werkzaamheden zonder archeologische voorwaarden mogen worden uitgevoerd. Over het algemeen geldt een vrijstellingsdiepte van 0,5 meter. Alleen voor die locaties waar sporen zich naar alle waarschijnlijkheid direct onder maaiveld bevinden, wordt een dieptevrijstelling van slechts 0,3 m gehanteerd. Dit geldt voor de binnenstad en voor hele kwetsbare gebieden in het overige gebied van de gemeente. Binnen dit bestemmingsplan is laatstgenoemde dieptevrijstelling niet van toepassing. De oppervlaktevrijstellingsgrens is volgens de huidige wetgeving op 100 m² gesteld. Hiervan kan echter onderbouwd naar boven en beneden worden afgeweken. Voor de binnenstad is deze grens aantoonbaar te ruim. Daarom worden voor de binnenstad verschillende, veelal striktere grenzen gehanteerd. In het overige gebied worden in veel gevallen juist ruimere vrijstellingsgrenzen toegepast. De onderbouwing van de gehanteerde vrijstellingsgrenzen is beschreven in het rapport Onderbouwing vrijstellingsgrenzen Archeologie. Van verwachting naar beleid dat is uitgegeven in de serie Interne Rapportages Archeologie Deventer 74.6 Voor een gedetailleerde onderbouwing van de vrijstellingsgrenzen die gehanteerd worden in dit bestemmingsplan wordt verwezen naar deze rapportage.

5 Vermeulen, 2015, 59-61. 6 Vermeulen, 2015.

3

4. Beleidswaarden De beleidskaart van de gemeente Deventer kent acht verschillende waarden en hanteert per waarde bepaalde vrijstellingsgrenzen.

Gebieden met beleidswaarde 0 zijn gebieden waar geen rekening (meer) hoeft te worden gehouden met archeologische resten, omdat de bodem volledig is verstoord. De overige waarden zijn gebaseerd op de kans dat archeologische resten worden gevonden. Bij waarde 1 is de kans op archeologische resten het kleinst. Bij waarde 7 is die kans het grootst. Bij een kleine kans kunnen meer werkzaamheden zonder archeologische voorwaarden worden uitgevoerd dan bij een grote kans. Waarde - Archeologie 1 Voor de gebieden met een lage verwachtingswaarde (beleidswaarde '1') is de kans dat een bodemingreep het bodemarchief verstoort door de lage dichtheid aan vindplaatsen en de veelal relatief kleine oppervlakte van die vindplaatsen, zeer klein. Eigenlijk komt dit type resten vooral aan het licht bij archeologische begeleiding van grootschalige werkzaamheden. Daarom is voor deze beleidswaarde een vrijstellingsoppervlakte van 10.000 m² gehanteerd. Boven de 10.000 m 2 geldt een meldingsplicht. Dit type omvangrijke werkzaamheden is over het algemeen op ruim op tijd bekend bij de gemeente. Een dubbelbestemming is daarmee een relatief zwaar middel dat voor deze groep leidt tot onnodige administratieve last.

Er wordt daarom voor deze ingrepen actief contact gezocht met de initiatiefnemer met het verzoek om medewerking te verlenen aan een archeologische waarneming tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Op deze manier kan de archeologische verwachting steekproefsgewijs gecontroleerd worden. Waarde - Archeologie 2 Op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 2' mogen werkzaamheden tot een oppervlakte van 1.000 m² zonder archeologische voorwaarden worden uitgevoerd. Ook werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,5 m zijn vrijgesteld. Bij werkzaamheden die leiden tot een verstoring tussen 1000 m² en 2.500 m² dieper dan 0,5 m geldt een meldingsplicht. Bij werkzaamheden die leiden tot een verstoring groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 m dient bij de aanvraag een archeologisch rapport te worden overlegd. Op basis van dit rapport kunnen voorwaarden aan de vergunning worden verbonden. Waarde - Archeologie 4 Op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 4' mogen werkzaamheden tot een oppervlakte van 100 m² zonder archeologische voorwaarden worden uitgevoerd. Ook werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,5 m zijn vrijgesteld. Bij werkzaamheden die leiden tot een verstoring tussen 100 m² en 200 m² dieper dan 0,5 m geldt een meldingsplicht.

Bij werkzaamheden die leiden tot een verstoring groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 m dient bij een aanvraag een archeologisch rapport te worden overlegd. Op basis van dit rapport kunnen voorwaarden aan de vergunning worden verbonden. Meer dan één waarde De vrijstellingsgrenzen in de tabel gaan uit van de situatie dat de volledige ingreep gelegen is binnen één beleidswaarde. In de praktijk zijn er ook ingrepen die gelegen zijn binnen meerdere beleidswaarden.

4

Uitgangspunt is hierbij dat beleidswaarden cumulatief zijn. Een gebied met beleidswaarde archeologie 3 heeft automatisch ook beleidswaarde archeologie 2 en lager, een gebied met beleidswaarde archeologie 4 automatisch ook beleidswaarde archeologie 3 en lager, enzovoort. Om de oppervlakte van elke beleidswaarde binnen de ingreep te bepalen worden dus bij de oppervlakte van deze beleidswaarde steeds ook de oppervlakten van alle hogere beleidswaarden binnen de ingreep opgeteld. Van laag naar hoog worden deze oppervlakten daarna per beleidswaarde archeologie getoetst aan de vrijstellingsgrenzen die voor die beleidswaarde archeologie van toepassing zijn. Dit bepaalt welk regime er geldt voor de gebieden met de getoetste beleidswaarde. De afweging bepaalt tevens het minimale regime dat geldt in de gebieden die een hogere beleidswaarde kennen. Aansluitend wordt de daaropvolgende hogere beleidswaarde getoetst. Indien op basis van deze toets een zwaarder regime wordt toegekend, is dat alleen van toepassing op deze beleidswaarde en eventuele hogere beleidswaarden. Indien het regime op basis van deze toets lager uitvalt dan dat op basis van de eerder getoetste lagere beleidswaarde blijft het minimale regime van deze lagere beleidswaarde van toepassing.

5. Voorwaarden omgevingsvergunning Welke vorm van archeologisch onderzoek noodzakelijk is, hangt af van het soort en de vorm van de ingreep. De juiste vorm van archeologisch onderzoek kan pas worden bepaald, indien de verstoringsdiepte en de begrenzing van de geplande bodemingrepen bekend zijn. Deze gegevens worden waar nodig in de bureaustudie gekoppeld aan de inhoudelijke gegevens over de locatie. Op basis daarvan kunnen aan de vergunning al dan niet voorwaarden worden verbonden. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de mogelijke voorwaarden bij een omgevingsvergunning. Geen voorwaarden Wanneer uit de aanvraag blijkt, dat het terrein of delen daarvan al eerder verstoord zijn en de nieuw te verstoren oppervlakte daarmee kleiner wordt dan de aangegeven ondergrens, is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. In deze gevallen zullen geen archeologische voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning. Voorwaarden (behouden) in omgevingsvergunning Wanneer eventuele archeologische resten bedreigd worden door verstoring, dienen eerst de mogelijkheden voor behoud van de archeologische resten in de bodem (in situ) te worden onderzocht. Hierbij kan worden gedacht aan het treffen van beschermende maatregelen, zoals een verschuiving van de nieuwbouwlocatie naar een gebied met een lagere verwachting of een minder verstorende manier van funderen.

Meldingsplicht In die gevallen waar de aanwezigheid van archeologische resten niet kan worden uitgesloten maar de informatiedichtheid en –waarde ten opzichte van de inspanning van een volledig archeologisch onderzoek echter te klein uitvallen, kan aan de omgevingsvergunning een meldingsplicht worden gekoppeld. Hierbij moet de start van de grondwerkzaamheden worden gemeld bij de gemeentelijk archeoloog. Er kan op deze manier een afspraak gemaakt worden voor een bezoek tijdens de werkzaamheden, een archeologische waarneming. Tijdens de archeologische waarneming zullen de resten in grote lijnen worden gedocumenteerd. Aan de waarneming zijn voor de aanvrager geen kosten verbonden. Wel dient hiervoor in overleg met de gemeentelijk archeoloog enige tijd te worden ingepland. Archeologisch Onderzoek Indien uit het advies blijkt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is, hangt het vervolgtraject af van de oppervlakte van de geplande nieuwbouw of werkzaamheden. De vorm van archeologisch onderzoek wordt bepaald wanneer de verstoringsdiepte en de begrenzing van geplande bodemingrepen bekend zijn. Deze gegevens worden in het rapport gekoppeld aan de inhoudelijke gegevens over de locatie. Op basis daarvan kunnen aan de omgevingsvergunning al dan niet voorwaarden worden verbonden.

Wanneer de oppervlakte kleiner is dan 2.500 m² worden zo nodig ter plaatse controleboringen uitgevoerd om de intactheid van de bodem te controleren en eventueel de archeologische verwachting bij te stellen. Bij oppervlaktes tot 2.500 m2 zijn deze boringen voor rekening van de Gemeente Deventer. Bij grotere oppervlaktes dient een archeologisch booronderzoek uitgevoerd te worden ter controle van de intactheid van de bodem en archeologische verwachting. Dit onderzoek is voor rekening van de aanvrager. Indien uit de boringen blijkt dat de bodemopbouw intact is en de archeologische verwachting

5

door resultaten van het booronderzoek wordt bevestigd, dient archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. Bij kleinere oppervlaktes kan in overleg met de (gemeentelijk) archeoloog worden gekozen voor het archeologisch begeleiden van het ontgraven van de bouwkuip. Bij grotere oppervlaktes zal het vervolgonderzoek worden uitgevoerd in de vorm van proefsleuven. De kosten voor dit onderzoek zijn in beide gevallen voor rekening van de aanvrager. Wanneer proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd wordt op basis van de resultaten bepaald of en welke van de eventuele archeologische resten definitief dienen te worden opgegraven. Ook dit onderzoek is voor rekening van de aanvrager. Wanneer alle geselecteerde resten zijn onderzocht, kan worden gestart met de bouw.

6. Advies bij de plannen De geplande graafwerkzaamheden zijn vooral gepland binnen beleidswaarde 2. Indien de totale oppervlakte van de geplande bodemingrepen hoger is dan 2.500 m 2 dient een archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit zal bestaan uit een bureaustudie en zeer waarschijnlijk een Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen. Tijdens het booronderzoek wordt de bodemopbouw beschreven en kunnen (recente) bodemverstoringen in kaart worden gebracht. Op basis hiervan wordt mogelijk de archeologische verwachting aangepast en/of kan verder onderzoek worden gevraagd door middel van proefsleuven en een eventueel daaropvolgende opgraving. Tussen 1.000 en 2.500 m2 geldt een meldingsplicht. Dit betekent dat werkzaamheden tijdig moeten worden gemeld bij de gemeentelijk archeoloog en dat de gelegenheid moet worden geboden voor een waarneming. Indien grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 m en groter dan 500 m2 worden uitgevoerd in het hoekje met archeologische beleidswaarde 4, dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Tussen 200 m2 en 500 m2 geldt hier een meldingsplicht.

7. Literatuur Vermeulen, B., 2015. Onderbouwing vrijstellingsgrenzen Archeologie. Van verwachting naar beleid. (Interne Rapportages Archeologie Deventer 74), Deventer. Willemse, N.W., L.J. Keunen, L.M.P. van Meijel & T. Bouma, 2013. …Die plaatsen, welke in de Douwelerkolk verdronken zijn… Fysisch- en historisch-geografische bouwstenen voor een archeologische verwachtingskaart van de gemeente Deventer (RAAP Rapport 2571), Weesp.

6

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

36

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

Bijlage 3 Selectiebesluit Archeologie

37

Selectiebesluit archeologie, gemeente Deventer Bevoegde overheid:

Gemeente Deventer Drs B. Vermeulen/ M. van der Wal, MA Postbus 5000 7400 GC Deventer

Datum:

07-01-2022

Locatie:

Oranjekwartier

Onderzoekstap:

Inventariserend Veldonderzoek (Proefsleuven)

Inleiding In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied Oranjekwartier in de gemeente Deventer, is door Vestigia in eerste instantie een bureauonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd als: Beukelaar- Van Gulik, T., W.J. Weerheijm, I.S.J. Beckers & E.R.J.G. Picard, 2021. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied Oranjekwartier te Deventer, gemeente Deventer. Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen (verkennende fase) (Vestigia rapportnr. V2120), Amersfoort. Op basis van het archeologiebeleid van de gemeente Deventer werd in het bureauonderzoek geconcludeerd dat er op verschillende locaties in het plangebied archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk was. Het grootste deel van het plangebied kent beleidswaarde 2, een deel in het zuidoosten beleidswaarde 1, in het zuidwesten ligt nog een strook die beleidswaarde archeologie 4 kent op basis van de mogelijke aanwezigheid van resten uit de Tweede Wereldoorlog. Deze gespecificeerde archeologische verwachting, is door Vestigia in mei 2021 gecontroleerd door middel van een verkennend booronderzoek en is gerapporteerd in dezelfde rapportage als het bureauonderzoek. Het booronderzoek toonde aan dat op veel locaties de bodem (diep) is verstoord.

Mogelijk is tijdens de aanleg van de woonwijk het gebied geëgaliseerd en vergraven. Op basis van de resultaten van het booronderzoek adviseerde Vestigia de archeologische verwachting voor het gehele plangebied bij te stellen naar ‘laag’. Er bleef echter een zone over in het zuidwesten, waar geen diepe verstoringen voorkwamen en waar ook nog restanten van een plaggendek aanwezig konden zijn. Door de bevoegde overheid is in het selectiebesluit van 9-8-2021 besloten dat in deze zone aanvullend archeologisch onderzoek, in de vorm van een proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd diende te worden, om de verwachting nader te toetsen.1 De overige delen van het plangebied werden wel vrijgeven. In december 2021 is het archeologische proefsleuvenonderzoek door Vestigia uitgevoerd. De eerste resultaten zijn gerapporteerd als: Eimermann, E., W.J. Weerheijm & T. Klerks, 2021. Evaluatie: Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied Oranjekwartier, gemeente Deventer. Inventariserend Waarderend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (Vestigia rapportnr. V2211), Amersfoort. De proefsleuven hebben de bevindingen uit het booronderzoek deels bevestigd. In een deel van het plangebied waren dieper verstoringen aanwezig. Alleen in de middelste proefsleuf (werkput 2) kwamen sporen naar voren die in verband kunnen worden gebracht met het historische pad langs het 1

Vermeulen & Van der Wal, 2021.

Pagina 1 van 2

huis Ter Voorde. Het betreft twee parallel aan elkaar liggende greppels/sloten en binnen een wat lager gelegen zone een zone met karresporen. De lineaire structuur ligt ongeveer in het midden van het plangebied en heeft een zuidwestelijk-noordoostelijke richting. De weinige hiermee geassocieerde vondsten dateren uit de nieuwe tijd en zijn in ieder geval niet ouder dan de 17de /18de eeuw. Volgens de uitgevoerde waardering scoort deze historisch aanwijsbare structuur (aanwezig op de 19de-eeuwse kadastrale kaarten) te laag om als behoudenswaardig te worden bestempeld (conform Bijlage IV van de KNA). Selectieadvies Op basis van de uitkomsten van het inventariserende veldonderzoek in de vorm van proefsleuven concludeert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie voor het plangebied Oranjekwartier dat geen aanvullende maatregelen dienen te worden getroffen in het kader van het gemeentelijk archeologisch monumentenzorgbeleid. Het onderhavige plangebied kan naar oordeel van Vestigia worden vrijgegeven voor de voorgenomen bouwplannen. Het is aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Deventer, of dit advies wordt overgenomen, of dat aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de gemeente Deventer en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Selectiebesluit Dit advies wordt door de bevoegde overheid overgenomen. Het plangebied dat door middel van onderhavig proefsleuvenonderzoek is onderzocht, kan dus zonder aanvullende voorwaarden worden vrijgegeven. De overige delen van het plangebied Oranjekwartier zijn in het selectiebesluit van 9-82021 na aanleiding van het booronderzoek al vrijgegeven. Nadrukkelijk wordt hier gesteld dat de uitwerking en rapportage van de opgraving(en) onderdeel uitmaken van de onderzoeksplicht en dat de fysieke vrijgave van deze locaties niet betekent dat daarmee al aan deze verplichtingen is voldaan. Pas na afronding en goedkeuring van de eindrapportage en overdracht van de vondsten aan het provinciale depot voor bodemvondsten is aan de eisen uit het bestemmingsplan voldaan. Burgemeester en wethouders van Deventer, Namens dezen,

B. Vermeulen Gemeentelijk archeoloog Team Inrichting Beheer en Leefomgeving

Pagina 2 van 2

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

40

vastgesteld bestemmingsplan Chw Oranjekwartier

Bijlage 4 Akoestisch onderzoek en luchtkwaliteit

41

HERSTRUCTURERING ORANJEKWARTIER TE DEVENTER Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

HERSTRUCTURERING ORANJEKWARTIER TE DEVENTER

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Rapportnummer: Status: Datum:

21-08262.R01.V01 definitief 1 april 2021

In opdracht van:

Gemeente Deventer Postbus 5000 7400 GC Deventer Contactpersoon: Mw. S. Hendriks-Klaver

Uitgevoerd door:

Alcedo B.V. Postbus 140 Ondernemersweg 3 Contactpersoon: Telefoon: Internet: E-mail:

7450 AC Holten 7451 PK Holten Mw. ing. J.M. van Braam 085 – 822 99 00 www.alcedo.nl Jacqueline.vanBraam@alcedo.nl Jordy.Bruinsma@alcedo.nl

© Alcedo B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie, of anderszins zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever van deze uitgave of Alcedo B.V..

INHOUD 1

INLEIDING

3

2 2.1 2.2 2.3 2.4

WETTELIJK KADER Zones langs wegen Grenswaarden weg- en railverkeerslawaai Gemeentelijk geluidsbeleid Stiller verkeer in de toekomst

5 5 5 6 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

WEGVERKEERSLAWAAI Verkeersgegevens Rekenmodel Rekenresultaten en beoordeling Afweging maatregelen Toetsing aan beleid

7 7 7 8 9 10

4 4.1 4.2 4.3 4.4 a. i. ii. b.

LUCHTKWALITEIT Wet milieubeheer Besluit NIBM en Regeling NIBM Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 Normen Rekenmodel Verkeersgegevens Rekenmodel luchtkwaliteit Berekeningsresultaten

11 11 11 12 12 13 13 13 14

5

CONCLUSIE

16

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Figuren Invoergegevens rekenmodellen Rekenresultaten wegverkeerslawaai Rekenresultaten luchtkwaliteit

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 2

1

INLEIDING In opdracht van de gemeente Deventer heeft Alcedo een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai en een onderzoek naar de luchtkwaliteit vanwege het wegverkeer uitgevoerd voor de herstructurering van het Oranjekwartier te Deventer. Het plangebied is weergegeven in onderstaande figuur.

Eigenbouw & vervanging garageboxen Koninklijke driehoek

Figuur 1

Globale ligging plangebied

Het voornemen bestaat om op het Oranjekwartier bestaande woningen deels te renoveren en te verduurzamen en deels nieuwe woningen te realiseren. In dit onderzoek ligt de focus op de nieuw te bouwen woningen voor de Koninklijke driehoek en de te (her)bouwen grondgebonden eengezinswoningen binnen het gebied ‘Eigenbouw en vervanging garageboxen’. In dit onderzoek worden de geluidsbelastingen gepresenteerd ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Wezenland en de Herman Boerhaavelaan. Ook worden in het kader van goede ruimtelijke ordening een aantal 30 km/uur wegen meegenomen in het

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 3

onderzoek. Tevens worden vanwege de herstructurering de luchtkwaliteit ten gevolge van het wegverkeer bepaald. Uitgangspunt voor de onderzoeken zijn de planbeschrijving met plattegronden en de ontvangen verkeergegevens van de gemeente Deventer. In bijlage 1 zijn de planbeschrijving met plattegronden opgenomen.

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 4

2

WETTELIJK KADER

2.1

Zones langs wegen Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen een zone, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. De zone is een aandachtsgebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijde van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk). In tabel 1 worden de zonebreedten weergegeven voor zover ze in dit onderzoek aan de orde zijn. Tabel 1

Zonebreedten

Weg(en) Wezenland, Herman Boerhaavelaan

Situatie stedelijk

Aantal rijstroken 1 of 2

Zonebreedte [m] 200

Binnen het plangebied bevinden zich ook 30 km/uur wegen. Deze wegen hoeven vanuit de Wet geluidhinder niet bij het onderzoek te worden betrokken. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidsbelastingen afkomstig van deze wegen wel bepaald.

2.2

Grenswaarden wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige gebouwen die liggen binnen de geluidszone van een weg. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidsbelasting vanwege wegverkeer bedraagt 48 dB (per weg afzonderlijk beschouwd indien er sprake is van meerdere wegen). Indien de geluidsbelasting hoger is, kan door burgemeester en wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Aan deze hogere grenswaarde is echter een plafond verbonden. De hoogte van dit plafond is afhankelijk van de situatie waarin zich de geluidsgevoelige bestemming bevindt. Voor een woning binnen stedelijk gebied geldt een plafond van 63 dB inclusief correctie conform artikel 110g uit de Wet geluidhinder. De hogere grenswaarde kan alleen worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Als blijkt dat een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld, dient ook te worden bepaald hoe hoog de cumulatieve geluidsbelasting is. De cumulatieve geluidsbelasting is de totale geluidsbelasting vanwege alle geluidsbronnen volgens de Wet geluidhinder.

De hogere grenswaarde kan alleen worden vastgesteld als de cumulatie niet leidt tot een onaanvaardbare cumulatieve geluidsbelasting.

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 5

2.3

Gemeentelijk geluidsbeleid De gemeente Deventer heeft een geluidsbeleid opgesteld. Dit is verwoord in het Interimbeleid ‘Wet geluidhinder – Beleidsregel gemeente Deventer – Het beleid t.a.v. de voorkeursgrenswaarden en de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting’ van 5 februari 2007. Het geluidsbeleid gaat enerzijds in op de toepassing van geluidsbeperkende maatregelen. Anderzijds worden ook voorwaarden aan de geluidssituatie rondom en in de gebouwen zelf gesteld. Hierin is het volgende opgenomen dat voor het onderzoek van belang is: • Burgemeester en wethouders zullen van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting slechts voorwaardelijk gebruik maken. De voorwaarden zijn, afhankelijk van de geluidsbron, de volgende: ‒ Als gevolg van een aanwezige weg: b. Voor nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom, in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen. • Burgemeester en wethouders zullen alleen een hogere waarde dan 53 dB als de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vaststellen, indien voldoende verzekerd wordt, dat de verblijfsruimten, alsmede de tot de woning behorende buitenruimten niet aan de uitwendige scheidingsconstructie worden gesitueerd waar de hoogste geluidsbelasting optreedt, tenzij overwegingen van stedenbouw of volkshuisvesting zich daartegen verzetten.

2.4

Stiller verkeer in de toekomst De Wet geluidhinder gaat er vanuit dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen. Bij de beoordeling van de geluidssituatie mag daarmee, volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder, rekening worden gehouden. Daarom worden de berekende geluidsbelastingen vanwege wegverkeer gereduceerd met 2 tot en met 4 dB bij wegen met een rijsnelheid van 70 km/uur en hoger en met 5 dB bij wegen met een rijsnelheid van minder dan 70 km/uur.

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 6

3

WEGVERKEERSLAWAAI

3.1

Verkeersgegevens De verkeersgegevens voor de berekening van de geluidsbelasting zijn aangeleverd door de gemeente Deventer. De ontvangen gegevens betreffen de gegevens uit het verkeersmodel van het jaar 2016 en 2030. Om de verkeersgegevens van het prognosejaar 2031 voor de wegen Wezenland en de Herman Boerhaavelaan te berekenen is de autonome groei tussen 2016 en 2030 berekend. Deze autonome groei is vervolgens toegepast om de verkeersgegevens voor 2031 te berekenen. De verkeersgegevens voor 2031 binnen de wijk (omsloten door Margijnenk-Herman Boerhaavelaan-Wezenland en Karel de Grote laan) zijn berekend aan de hand van gegevens uit het mobiliteitsspectrum uit 2020 en aangeleverd door de gemeente Deventer. Door uit te gaan van 1.5 % autonome groei is ook voor de wegen binnen de omsluiting de verkeersgegevens voor het prognosejaar 2031 berekend. Tot slot is de etmaalintensiteit op de Herman Boerhaavelaan, Wezenland, Koningin Wilhelminalaan, gedeeltelijk de Koningin Julianalaan en de Mecklenburgstraat vanwege de nieuwbouw verhoogt met 1340 motorvoertuigen. De verkeersgegevens van de geluidsgezoneerde wegen en de 30 km/uur wegen grenzend aan de planlocaties zijn weergegeven in de figuur hieronder. Gedetailleerde invoergegevens zijn opgenomen in bijlage 2. Wezenland 3427-6158 mvt/etm 50 km/uur

Koningin Wilhelminalaan 1514-1998 mvt/etm 30 km/uur

Koningin Julianalaan 148-1491 mvt/etm 30 km/uur

Prinses Irenestraat 217 mvt/etm 30 km/uur

Elementenverharding DAB

Figuur 2

Herman Boerhaavelaan 4468-8984 mvt/etm 50km/uur

Prinses Margrietstraat 217 mvt/etm 30 km/uur

Enkele relevante verkeers- en verhardingsgegevens 2031

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 7

3.2

Rekenmodel Voor de bepaling van de geluidsbelastingen is een rekenmodel opgesteld volgens standaard rekenmethode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In dit driedimensionale model zijn onder andere wegen, verharde vlakken, gebouwen, geluidsschermen en kruispunten opgenomen. In de berekening wordt met alle factoren die van belang zijn rekening gehouden, zoals afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, helling- en kruispuntcorrecties. In het model zijn gebieden met verharding opgenomen. Waar geen verharding is opgenomen wordt verondersteld dat de bodem half hard en half zacht is (bodemfactor 0,5). Voor het plangebied van de ‘Koninklijke driehoek’ zijn rekenhoogtes van 1,5, 4,5 en 7,5 meter gehanteerd. Dit is representatief voor de begane grond, 1ste verdieping en 2de verdieping. Voor de ‘Eigenbouw en garageboxen’ onderdeel van het plan zijn rekenhoogtes van 1,5 en 4,5 meter gehanteerd. Dit is representatief voor de begane grond en 1 ste verdieping. De geluidsniveaus worden invallend beschouwd. In de onderstaande figuur is een impressie van het rekenmodel opgenomen. De invoergegevens zijn in bijlage 2 opgenomen.

Figuur 3

3.3

Impressie rekenmodel

Rekenresultaten en beoordeling De rekenresultaten zijn in bijlage 3 opgenomen. De gepresenteerde geluidsbelastingen per weg zijn inclusief correctie artikel 110g Wgh. De gecumuleerde geluidsbelasting is exclusief correctie artikel 110g Wgh.

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 8

Wezenland De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Wezenland bedraagt ten hoogste 55 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De geluidsbelasting overschrijdt de maximaal toelaatbare grenswaarde van 63 dB niet. Herman Boerhaavelaan De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Herman Boerhaavelaan bedraagt ten hoogste 35 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt overal op het plangebied voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. 30 km/uur wegen De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de 30 km/uur wegen samen bedraagt ten hoogste 51 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Dit is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De Koningin Wilhelminalaan is hierin met 50 dB inclusief correctie bepalend. Gecumuleerde geluidsbelasting De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 60 dB exclusief correctie artikel 110g Wgh. Dit is lager dan de maximale hogere waarde van 63 dB. Er is daarom vanwege de cumulatie geen sprake van een onaanvaardbare geluidssituatie. Er is geen sprake van cumulatie ten gevolge van andere zoneringsplichtige bronnen.

3.4

Afweging maatregelen In situaties waar nieuw te bouwen geluidsgevoelige bestemmingen een geluidsbelasting ondervinden boven de voorkeursgrenswaarde, dient allereerst onderzocht te worden of deze geluidsbelasting gereduceerd kan worden door het treffen van maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied. Voor wat betreft vermindering van het wegverkeerslawaai kan gedacht worden aan verbetering van het wegdektype en/of het toepassen van schermen. Overwogen kan worden het wegdek te vervangen door een stiller type wegdek. De geluidsbelasting vanwege de Wezenland dient met tenminste 7 dB te worden gereduceerd om aan de voorkeursgrenswaarde te kunnen voldoen. Met een stiller wegdektype alleen is dit niet haalbaar. De geluidsbelasting vanwege de Koningin Wilhelminalaan dient met tenminste 2 dB te worden gereduceerd. Dit is mogelijk door de huidige elementenverharding te vervangen door een referentiewegdek (DAB). Verbetering van het wegdektype brengt echter hoge kosten met zich mee, overwogen dient te worden of in deze situatie het toepassen van een stiller wegdektype vanuit financieel oogpunt voldoende doelmatig is. Het plaatsen van een geluidsscherm of wal zijn in voorliggende situatie stedenbouwkundig niet wenselijk.

Gelet op het voorgaande wordt overwogen dat het treffen van verdere maatregelen aan de Wezenland zelf of in de vorm van een afscherming redelijkerwijs niet mogelijk zijn. Daarmee

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 9

resteert het vaststellen van hogere waarden en het zorgen voor voldoende geluidswering zodat in de woningen sprake is van een aanvaardbaar binnenniveau.

3.5

Toetsing aan beleid Burgemeester en wethouders kunnen hogere waarden vaststellen voor de woningen waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Hierbij dient getoetst te worden aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidsbeleid.

3.5.1

Geluidluwe gevel Uit de resultaten blijkt dat alle nieuwe woningen met een geluidsbelasting hoger dan 53 dB vanwege de Wezenland beschikken over een geluidsluwe achtergevel. Het is aannemelijk dat aan deze zijde tenminste de tuin en 1 verblijfsruimte op de begane grond en verdieping wordt gerealiseerd. Hiermee wordt aan het gemeentelijk geluidsbeleid voldaan.

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 10

4

LUCHTKWALITEIT

4.1

Wet milieubeheer In de Wet milieubeheer zijn in hoofdstuk 5 titel 2 grenswaarden opgenomen die betrekking hebben op de luchtkwaliteit. Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen, als aan tenminste één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a) de ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a), of b) de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de ontwikkelingen per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1), of c) bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de ontwikkelingen samenhangende maatregel of een door die ontwikkelingen optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2), of d) de ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c), of e) het voorgenomen besluit is genoemd in of niet in strijd is met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

4.2

Besluit NIBM en Regeling NIBM In het Besluit en de Regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM). Het begrip NIBM is gedefinieerd als 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO 2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Volgens de Regeling NIBM draagt een project niet in betekende mate bij als het bijvoorbeeld een woningbouwplan met een omvang van ten hoogste 1.500 woningen betreft. In de onderhavige situatie is dit aan de orde. Dit houdt niet in dat in het geheel geen aandacht meer behoeft te worden besteed aan luchtkwaliteit. In het kader van het vereiste van een goede ruimtelijke ordening dient te allen tijde een afweging plaats te vinden van alle relevante belangen, dus ook die van de luchtkwaliteit. Het voorliggende onderzoek is derhalve ook uitgevoerd om als input te dienen

21-08262.R01.V01 / definitief / 1 april 2021 11

voor een beoordeling van de goede ruimtelijke ordening. Als objectieve toetsingscriteria zijn daarbij de grenswaarden volgens de Wet luchtkwaliteit gehanteerd.

4.3

Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 De Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 bevat voorschriften voor het meten en berekenen van de concentratie - en depositie - van luchtverontreinigende stoffen. In de Regeling zijn gestandaardiseerde rekenmethodes opgenomen om concentraties van diverse luchtverontreinigende stoffen te kunnen berekenen. De regeling bevat verder bepalingen over de plaats waar bij wegen of inrichtingen gerekend dient te worden. Eén van de belangrijkste punten in de regeling is de vastgelegde meetafstand. Bij het berekenen van de luchtkwaliteit langs wegen worden de concentraties stikstofdioxide en fijn stof bepaald op maximaal 10 meter van de wegrand. Als de rooilijn van bebouwing dichter bij de weg ligt dan de hierboven gestelde afstand, dient de afstand vanaf de wegrand tot de rooilijn aangehouden te worden.

4.4

Normen In de Wet milieubeheer zijn, op basis van EU-richtlijnen, regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen. De ervaring leert dat langs wegen de stoffen stikstofdioxide NO 2 , fijn stof PM10 en fijn stof PM2,5 maatgevend zijn. Overschrijdingen van grenswaarden van de andere stoffen komen in Nederland slechts in exceptionele gevallen voor. Zo kan in een parkeergarage de grenswaarde voor benzeen bijvoorbeeld worden overschreden. Dit is echter geen aspect in het kader van een planologisch luchtkwaliteitsonderzoek. Het onderzoek naar de luchtkwaliteit is daarom gericht op de stoffen NO 2 , PM10 en PM2,5. In tabel 2 zijn de relevante normen voor de bescherming van de gezondheid van de mens opgenomen. Tabel 2

Normen volgens de Wet milieubeheer (Wm)

Stof Stikstofdioxide NO2

Criterium Aantal keren dat de uurgemiddelde grenswaarde van 200 µg/m3 mag worden overschreden Grenswaarde (jaargemiddelde)

Eis volgens Wm 18 keer 40 µg/m3

Fijn stof PM10

Aantal keren dat de 24 uurgemiddelde grenswaarde van 35 keer 50 µg/m3 mag worden overschreden Grenswaarde (jaargemiddelde) 40 µg/m3 Zeer fijn stof PM2,5 Grenswaarde (jaargemiddelde) 25 µg/m3 Richtwaarde (jaargemiddelde)* 11 µg/m3 * Volgens voorschrift 4.7 van bijlage 2 bij de Wet milieubeheer geldt voor PM 2,5 een richtwaarde inzake vermindering van de blootstelling van de mens die met ingang van 1 januari 2020 voor zover mogelijk moet worden bereikt. Deze richtwaarde is afhankelijk van de gemiddelde blootstellingsindex in 2010. De blootstellingsindex voor PM2,5 voor 2010 is voor het plangebied en de omgeving niet bekend. Uit de NSL monitoringstool blijkt dat voor PM10 sprake is van een jaargemiddelde concentratie van circa 24,9 µg/m3 nabij de Margijnenenk. Globaal is de PM2,5 concentratie de helft van de PM10 concentratie. Als blootstellingsindex voor PM2,5 wordt daarom uitgegaan van 12 µg/m3. De bijbehorende richtwaarde voor de vermindering is 10%. De richtwaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is daarmee 11 µg/m3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13577604/1