CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-06-21 Initiatiefvoorstel Tussentijdse doelstelling broeikasgasreductie in 2026

Raadsvergadering 21 juni 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Tussentijdse doelstelling broeikasgasreductie in 20262.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

a

gemeente

Deventer

INITIATIEFVOORSTEL Onderwerp Voorstelnummer lngediend door lngediend op

Tussentijdse doelstelling broeikasgasreductie in 2026 141545-2023 : T. van der Meulen (Groenlinks) : 26 maart 2023

Voorstel 1. In te stemmen met een doelstelling van 32% broeikasgasreductie in 2025 (peildatum 1 januari 2026) ten opzichte van 1990. 2. In navolging van het advies van de Rekenkamercommissie met betrekking tot het klimaat- en energiebeleid van Deventer in de actualisatie van het Energieplan een routekaart op te stellen met concrete doelen voor de karte, middellange en lange termijn voor de totale opgave van broeikasgasreductie. 3. Het bestaande monitoringssysteem ("Deventer Energiemonitor") aan te vullen met parameters waarmee de jaarlijkse broeikasgasreductie jaarlijks kan worden beoordeeld. 4. De gemeenteraad zo vaak als nodig maar in ieder geval jaarlijks bij de begroting te informeren over de voortgang in het behalen van de doelstelling 5.

lnleiding Het coalitieakkoord van Gemeentebelang, PvdA, D66 en CDA bevestigt dat de landelijke doelstelling van 55% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990 oak geldt voor Deventer. Tijdens de raadsvergadering van 9 november 2022 is deze doelstelling nag eens expliciet opgenomen in de begroting voor 2023 (amendement 4.2). Op basis van de meest recente inzichten over de voortgang in het behalen van de doelstelling in 2030, waaronder de Klimaat- Energieverkenning van 2022, is het aannemelijk dat aanvullende beleidsmaatregelen noodzakelijk zijn om deze doelstelling te behalen. Het gemeentebestuur dient weliswaar is 2030 verantwoording af te leggen over het behalen van de broeikasgas-reductiedoelstelling, maar dit ijkpunt ligt ruimschoots buiten de huidige bestuurstermijn. Monitorings- en evaluatieplannen zijn er nag niet op toegerust om de voortgang periodiek te beoordelen. In lijn met de adviezen van de Auditcommissie is het gewenst om de effectiviteit van beleid, zowel financieel als inhoudelijk, SMART' te maken en middels streefwaarden en nulmetingen en daarover jaarlijks te rapporteren in het jaarverslag. Daarnaast beveelt de Rekenkamercommissie van de gemeente Deventer aan om doelstellingen op het klimaat- en energiebeleid vast te stellen voor zowel de karte als middellange termijn.

Het meest geschikte moment voor een kortetermijndoelstelling is 2025, omdat dit binnen de bestuurstermijn valt, en halverwege ligt tussen de meest recente emissiegegevens (2020) en de vastgestelde doelstelling van 2030. Om vast te stellen in hoeverre de reductiedoelstelling in 2025 dan wel 2030 gehaald zijn is het noodzakelijk om een monitorings- en evaluatieplan op te stellen. In dit voorstel wordt uitgegaan van 1 januari 2026 als datum voor het rapporteren over de tussentijdse doelstelling over de daaraan voorafgaande periode. Tussentijds wordt in ieder geval bij de begroting gerapporteerd over de bereikte resultaten. Beoogd resultaat Met het vaststellen van een tussentijdse doelstelling voor broeikasgasreductie geeft de gemeente invulling aan het advies van de Auditcommissie en de Rekenkamercommissie om tussentijdse streefwaarden te formuleren op de middellange termijn voor een vastgesteld doel (2030). Om de effectiviteit van genomen maatregelen te kunnen vaststellen is aanvulling van de bestaande monitoring nodig. Dit stelt de raad in staat om het gemeentebestuur te controleren en beleid bij te sturen indien nodig.

1

SMART is de afkorting van Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden. Hel SMART maken van doelstellingen voorkomt verwarring en daardoor kan er ook goed en verantwoord (bij)gestuurd worden.

2

Kader • Coalitieakkoord 2022-2026 • Energieplan Deventer, juli 2020 • Rekenkamercommissie Deventer, Evaluatie Klimaat-/Energiebeleid Gemeente Deventer - Eindrapport, 24 januari 2018. Kern van het raadsvoorstel Het voorstel is erop gericht om meer grip te krijgen op de voortgang van de gemeente in het behalen van de broeikasgasreductiedoelstelling in 2030. Tussentijdse reductiedoelstelling Een tussentijdse doelstelling in 2025 sluit aan bij adviezen van de Auditcommissie en de Rekenkamercommissie, en helpt de gemeente om haalbare en effectieve korte-termijnstappen te formuleren. Door een doelstelling voor 2025 te kiezen wordt het gemeentebestuur aangemoedigd om zo snel mogelijk aan de slag te gaan - het is onwenselijk om mogelijke maatregelen door te schuiven naar een volgende bestuursperiode. Om tot een ambitieuze en realistische doelstelling te komen is het van belang om te kijken naar het startpunt (1990), de meest recente beschikbare meting (2020), en het doel (2030). In figuur 1 is de ontwikkeling van de broeikasgasuitstoot in Deventer en in Nederland als geheel weergegeven. Daaruit is op te maken dat Deventer in 2020 een emissiereductie van 19% heeft behaald ten opzichte van 1990. Richting de reductiedoelstelling in 2030 van 55% zijn verschillende routes mogelijk: nu versnellen (holle curve), later versnellen (bolle curve), of lineair.

Het is niet aannemelijk dat een versnelling op korte termijn wordt behaald, omdat gericht beleid hiervoor ontbreekt. Ook is 'gokken' op een versnelling later onwenselijk, omdat hiermee een toekomstig gemeentebestuur gedwongen wordt om ingrijpende maatregelen te nemen. Autonome reductie van de broeikasgasuitstoot door landelijke ontwikkelingen zoals vergroening van de elektriciteitsmix en technologische vooruitgang zal helpen, maar er is geen aanleiding om aan te nemen aanvullende maatregelen van het gemeentebestuur niet nodig zijn. Een lineaire afname, bijgesteld op basis van haalbaarheid op korte termijn (zie kopje 'haalbaarheid tussendoelstelling'), is daarom de best beschikbare inschatting om de tussentijdse doelstelling op te baseren. Dit komt neer opeen beoogde reductie in 2025 van 32% ten opzichte van 1990.

Broeikasgasreductie 1990-2030 +40% +20%

o

0 0

+0%

>o

-20%

d

.., £ ..,u :::, >

2020:-19% Voorstel doelstelling 2025;-32%

/

··············•✓ •.

-40%

s

V,

0 a0

e

.

. . . . . . .

-60%

e

Doelstelling 2030; -55%

V,

~ro d

g

-80%

0

- 100%

Doelstelling 2050; -95%

-120% 1990

1995

2000

2005

-- Nederland totaal

2010

2015

Gemeente Deventer

2020

2025

2030

3

Figuur 1 Ontwikkeling van broeikasgasreductie in de periode 1990-2020 ten opzichte van 1990, met projectie van reductie in de periode 2020-2030. De emissiegegevens van Nederland totaal zijn afkomstig van de Klimaat- en Energieverkenning 2021 (PBL, 2021). De emissiegegevens van de Gemeente Deventer zijn afkomstig van de RIVM Emissieregistratie (RIVM, 2022).

Haalbaarheid tussendoe/stel/ing Uit de meest recente uitstootgegevens van de RIVM-emissieregistratie blijkt dat de broeikasgasemissie van de gemeente Deventer in 2020 circa 462 kiloton CO-equivalenten? was. Om de doelstelling in 2030 van 55% broeikasgasreductie te halen is een aanvullende reductie van 205 kiloton CO¿-equivalenten nodig, tot een totaal van 255 kiloton CO2-equivalenten in 2030. Om de voorgestelde tussendoelstelling van 32% reductie in 2025 ten opzichte van 1990 te halen is een reductie van 102 kiloton CO-equivalenten nodig. Uit gegevens van de Klimaatmonitor3 blijkt dat circa 46% van de uitstoot in de gemeente Deventer veroorzaakt wordt in de gebouwde omgeving, 36% door verkeer en vervoer, 17% door industrie en 1% door landbouw. In Deventer wordt circa 36% van de broeikasgasuitstoot veroorzaakt door aardgasverbruik. De doelstelling in het Klimaatakkoord is dat 20% van de woningen in Nederland in 2030 aardgasvrij zijn. Vertaald naar Deventer komt dat neer op circa 10.000 woningen. Als de uitvoeringsstrategie van de Transitievisie Warmte wordt gerealiseerd wordt ruim de helft van deze doelstelling behaald, door drie wijken aardgasvrij te maken. Echter is het niet aannemelijk dat deze transitie in 2025 reeds voltooid is. Er zal dus aanvullende inspanning nodig zijn om in de gebouwde omgeving voldoende broeikasgasreductie te behalen.

In Deventer wordt circa 27% van de broeikasgasuitstoot veroorzaakt door elektriciteitsverbruik. Uit het Energieplan Deventer blijkt dat, met voldoende maatregelen, de volledige elektriciteitsvraag duurzaam kan worden opgewekt binnen de gemeentegrenzen in 2030. In het Energieplan is met name een grate rol weggelegd voor zon op grand en daken, in combinatie met 3 of meer aanvullende windmolens. Omdat veruit het grootste deel van de elektriciteitsopwek in alle scenario's door zonnepanelen plaatsvindt, is er geen reden om aan te nemen dat een groat deel hiervan niet in 2025 gerealiseerd kan zijn. Grofweg zal een halvering van de broeikasgasuitstoot door elektriciteitsverbruik dus realistisch zijn, met een totale aanvullende reductie van 11% ten opzichte van 1990 tot gevolg. Naast elektricteitsopwek en aardgasbesparing, waar voor de gemeente Deventer een grate rol is weggelegd, is er in de sectoren mobiliteit en industrie een minder directe invloed van de gemeente op broeikasgasreductie. Nationaal beleid speelt hierin veelal een grotere rol. Daarom is het voor deze sectoren van belang om te kijken naar bestaand en voorgenomen beleid op nationaal niveau. Dit is uiteengezet in de Klimaat- en Energieverkenning van het PBL. In de sector mobiliteit wordt in 2030 een broeikasgasreductie van 8% geraamd ten opzichte van 2020. Voor de industrie is dat 23%.

De Klimaat- en Energieverkenning voorziet echter dat het grootste deel van deze reductie pas na 2025 zal plaatsvinden. Daarom wordt een derde van de geraamde reductie voor 2030 realistisch geacht voor 2025. Voor Deventer komt dat neer op een aanvullende reductie van de totale broeikasgasuitstoot in 2025 van 2% ten opzichte van 1990 in mobiliteit en industrie samen. Bovenstaande ontwikkelingen samen leiden tot een realistische aanvullende broeikasgasreductie van 13% ten opzichte van 1990. Samen met de reeds behaalde reductie van 19% is dat 32% als realistische tussendoelstelling in 2030. Routekaart,_monitoring en eyaluatie Het is aannemelijk dat aanvullende maatregelen van het gemeentebestuur nodig zijn om de doelstellingen in 2025 en 2030 te halen. Gezien de beperkte tijd is het voorstel om een routekaart op te stellen waarin concrete doelen en maatregelen voor de karte, middellange en lange termijn voor de totale opgave van broeikasgasreductie worden uitgezet in de tijd. Deze routekaart kan gekoppeld worden aan de actualisatie van het Energieplan. Om de gemeenteraad in staat te stellen om de voortgang op de broeikasgasreductiedoelstelling periodiek te kunnen beoordelen is het voorstel om de bestaande monitoring aan te aan vullen met gegevens over de doelstelling.

Het voorstel is om de beoordeling en evaluatie in ieder geval jaarlijks bij de begroting uit te voeren, zodat het gemeentebestuur en de gemeenteraad voldoende mogelijkheden hebben om te sturen op beleid. 2 3

De uitstoot van broeikasgassen wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten. Alle stoffen die bijdragen aan klimaatverandering worden hierin bij elkaar opgeteld, gewogen naar de sterkte van het broeikasgas. KIimaatmonitor, 2023

4

Financien Het vaststellen van de tussentijdse reductiedoelstelling vraagt geen financiele middelen, omdat de benodigde informatie om een gedegen besluit te nemen reeds beschikbaar is. Het aanvullen van de monitoring en rapportage zal wel enige ambtelijke inzet vragen. Maatregelen om de doelstelling te behalen zullen mogelijk ook financiéle middelen vragen, maar deze moeten los worden gezien van dit voorstel omdat de broeikasgasreductie hoe dan ook behaald moet worden. Dit staat los van dit initiatiefvoorstel en wordt jaarlijks beoordeeld bij de begroting. Planning Indien het initiatiefvoorstel wordt aangenomen, wordt de raad voor het eerst bij de begroting 2024 geinformeerd over het resultaat in relatie tot de doelstelling. Draagvlak Transparantie over het succes van gevoerd gemeentebeleid draagt bij aan meer begrip in de samenleving voor de maatregelen die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen te behalen.

Argumenten voor • Een tussentijdse doelstelling is noodzakelijk om het gemeentebestuur te kunnen controleren op de voortgang richting de reductiedoelstelling van 2030; • Een kortetermijndoelstelling is in lijn met het advies van de Auditcommissie en de Rekenkamercommissie Deventer; • Bestaande plannen en beleid bieden onvoldoende houvast voor de raad om te beoordelen of en onder welke voorwaarden en maatregelen het behalen van de reductiedoelstelling in 2030 haalbaar is; • Een tussentijdse doelstelling voorkomt dat scherpere maatregelen die pijnlijk zijn noodzakelijk zijn in de toekomst; • Een tussentijdse doelstelling maakt communicatie makkelijker en zet aan tot actie. Argumenten tegen • Het inrichten van aanvullende monitoring en periodieke rapportage vraagt mogelijk extra inzet van middelen. Echter is dit de enige mogelijkheid om de raad in staat te stellen haar controlerende functie uit te oefenen op de voortgang van de energietransitie. • De periode tussen vaststelling van de tussentijdse doelstelling (waarschijnlijk 2023) en de doelstelling zelf (1 januari 2026) is kort, en biedt daarmee beperkte mogelijkheid om bij te sturen met behulp van beleidsmaatregelen. Echter is hetzelfde instrumentarium ook na 2025 relevant, omdat ook richting 2030 de voortgang moet worden gecontroleerd.

Daarnaast is het advies van de Auditcommissie om jaarlijks te rapporteren over de voortgang op vastgesteld beleid; Betrokkenheid van de raad en het college Na het vaststellen van de dit raadsvoorstel worden college en raad bij de eerstvolgende begroting geinformeerd over de voortgang in de doelstelling, de routekaart en in staat gesteld om tijdig aanvullende maatregelen voor te stellen/te nemen.

Referenties - Auditcommissie Deventer, 2022. Aanbevelingen Auditcommissie jaarstukken 2021, 23 juni 2022 Klimaatmonitor, 2023. Benaderd op via 14 januari 2023 via https://klimaatmonitor.databank.nl/jive Gemeente Deventer, 2020. Energieplan Deventer, oktober 2020. Rekenkamercommissie Deventer, 2018. Evaluatie Klimaat-/Energiebeleid Gemeente Deventer Eindrapport, 24 januari 2018. Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), 2022. Klimaat- en Energieverkenning 2022, PBLpublicatienummer: 4838, Den Haag

5

- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2022. Emissieregistratie (online). Benaderd op 258-2022 via https://data.emissieregistratie.nl/.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12848242/2