CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-03-24 Transcript Raadsvergadering Gemeenteraad Deventer

Raadsvergadering 24 maart 2023, gemeente Deventer10.844 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 24 maart 2023

OPENING De voorzitter: Van harte welkom. We gaan beginnen met onze raadsvergadering. Van harte welkom, beste raadsleden, leden van het college aanwezig in de zaal en ook kijkers thuis, van harte welkom bij deze extra raadsvergadering en natuurlijk een speciaal welkom voor onze Commissaris van de Koning, de heer Heidema. Fijn dat u er bent, we gaan zo met elkaar in gesprek. Een bekende plek. Ik zei vanmorgen op Twitter heb ik gezegd, het is toch een soort thuiswedstrijd voor de Commissaris, hè. Dus ja. Fijn dat u bij ons op werkbezoek bent en fijn dat u met ons in gesprek wil gaan. We spreken vanmiddag over twee onderwerpen, over het raadslidmaatschap en, start zeg maar na een jaar gestart te zijn, en over de regionale samenwerking. En over dat laatste onderwerp gaan we zo beginnen. Maar ik wou eigenlijk eerst even de Commissaris even het woord geven. De heer Heidema: Dank. Ontzettend fijn om elkaar hier weer te ontmoeten. Het voelt inderdaad heel vertrouwd en tegelijk toch ook wel weer na viereneenhalf jaar Commissaris te zijn gelukkig ook weer enige afstand, maar ik ben blij met een heleboel bekende gezichten maar ook wel met een aantal, ja, voor mij nieuwe gezichten, dat geeft toch even iets meer afstand in plaats van dat je gewoon het gevoel hebt een reünie te hebben.

Want ja, ik kom hier natuurlijk niet als oud-burgemeester, dat ben ik wel maar, ja, als Commissaris van de Koning van Overijssel om, ja, een ambtsbezoek af te leggen ook bij jullie hier in Deventer. Bij ons hier in Deventer, want ik ben en blijf Deventenaar, ik hoop tot hoge leeftijd. Maar ik doe dat eigenlijk, ja, vanuit twee rollen en verantwoordelijkheden. Enerzijds zou je kunnen zeggen als burgemeester van Overijssel, een collega van Ron maar dan op een ander schaalniveau als voorzitter van GS en PS van Overijssel. Maar ik doe het ook in een andere hoedanigheid, als Rijksorgaan, als Rijksvertegenwoordiger, want een Commissaris van de Koning heeft een tweede pet op, een tweede rol en dat is de Kroon vertegenwoordigen in de provincie Overijssel. En deze ambtsbezoeken zijn voor mij heel waardevol om, nou ja, ook op een andere manier dan gewoon wat ik in de krant

2 lees en wat ik van de burgemeester hoor gewoon, ja, gevoel te krijgen bij hoe loopt het nou in die 25 Overijsselse gemeenten? Welke signalen krijg ik daaruit? En nou ja, signalen die ik heel goed kan gebruiken ook weer om terug te koppelen naar Den Haag de afgelopen jaren op tal van thema's, ook de signalen uit ambtsbezoeken mee gebruikt om, ja, ook het kabinet op de hoogte te stellen van hoe de dingen nou echt in de praktijk lopen. En dat helpt mij maar kan ook voor jullie waardevol zijn om jullie signaal ook op zo'n manier eens in het Haagse te krijgen. Dus ja, dank voor grote opkomst. Ik waardeer dat enorm want, ja, het is toch de vrijdagmiddag, kun je een heleboel andere leuke dingen doen, dat jullie hier allemaal zijn en ik zie uit naar ons gesprek. Eerste jaar van raadsperiode 2022-2026 De voorzitter: Mooi, dankjewel. Gaan we tutoyeren of vousvoyeren, wat zullen we doen? De heer Heidema: Tutoyeren. De voorzitter: Tutoyeren. Oké, dan doen we dat, dat is wel zo helder. We hebben twee onderwerpen en het eerste onderwerp is het, nou ja, een jaar raadsperiode.

Meer dan de helft van deze raadsleden is nieuw en we zijn eigenlijk ook heel benieuwd, nou, hoe is dat om eens terug te blikken op dat eerste jaar raadslidmaatschap en, nou ja, de vraag ook: heb je als raadslid je positie gevonden, heeft de raad als geheel haar positie gevonden, hoe voelt dat? Doen we de dingen als raad die we moeten doen in de zin van kader stellen, controleren en volksvertegenwoordiger zijn, wat ook best een ingewikkelde is in deze tijd. Nou ja, dat zijn vragen die ik gewoon maar eens in het midden zou willen leggen. En ik geef graag één van jullie het woord om daar als eerste bespiegelingen over te geven. Wie durft? Kees. Ja, ga maar even op de … De heer De Kok: Ja, ik zit sinds, ik ben zeg maar de enige nieuwe fractie in de raad dit jaar. Ik zit namens de SP in de raad. Eenmansfractie en dat is best heel lastig om er dan in te komen, zeker als je achterban nog niet helemaal goed ingewerkt is, daar zijn we wel hard mee bezig om dat te doen. Dan komt er echt heel veel op je af en, ja, je kunt maar een aantal dingen goed oppakken en daarvan ook nog denk je soms van, ja, pak je dat goed op, wat doe je daar mee. Heel lastig, maar wel tegelijkertijd een leuke uitdaging. Ik hoop ook dat we daar de komende jaren ook nog wat meer uit kunnen halen voor onze, ja, voor onze idealen zeg maar.

Ik ervaar wel binnen deze raad in ieder geval een hele constructieve houding om met elkaar te kunnen samenwerken. Er is ruimte voor debat, er is respect naar elkaar. Ik heb eigenlijk nog nooit meegemaakt dat er echt iets uit de hand liep, behalve dan van een van mijn eigen fractieleden, maar. Je kunt niet alles in de hand hebben, dus. Dus ja, ja, niet veel aan toe te voegen verder. De heer Heidema: Mag ik erop reageren? Kees, dank je wel voor je reflectie, want het gevoel van in je uppie een fractie mogen trekken, ik heb dat in een grijs verleden ook mogen doen. Ik weet wat op je bordje komt en voor het eerst in de gemeenteraad komt, dat is pittig. Maar wel heel mooi om te horen hoe je de onderlinge omgang duidt want, nou ja goed, kijk maar naar Den Haag hoe het daar allemaal gaat onderling omgang, waar ook niet alleen op inhoud maar ook op de persoon heel scherp wordt geacteerd. En ja, ik bedoel, er wordt ook nu weer live gestreamd. We geven hier wel een voorbeeld met elkaar, dus ik ben ontzettend blij om, ja, ook van jou te horen als nieuwkomer: ja, hoe je toch die samenwerking hier ervaart, respectvol met verschil op inhoud. Dus nou, ik hoop dat dat deze periode ook zo blijft. Dank je wel. De voorzitter: Anderen nog? Ik zeg altijd mevrouw Scholthof, maar Teuni, zeg het maar.

Mevrouw Scholthof: Ja, ik zit ook nu een jaar in de raad, de eervolle functie als fractievoorzitter van het CDA en, nou, ik moet zeggen, ja, laten we daarmee beginnen: het is gewoon heel leuk om raadslid te zijn, hè, dus dat zeg ik ook altijd tegen mensen. Want je leert superveel over de dorpen en over de stad, over onderwerpen waarvan je denkt: oh, dat interesseert me niet. Het gaat je vanzelf interesseren, dus dat is ook echt ontzettend boeiend. En als mensen zeggen, ja, en de krant dit, dan kun je ook uitleggen: nee, maar er zit echt een verhaal achter. Je hebt hier zoveel informatie, nou, dat kan je ook gewoon gebruiken in je eigen netwerken dus dat vind ik wel, ja, wel eervol. Het is een prettige raad, waarin we echt op inhoud met elkaar bezig zijn, oppositie coalitie eerst even uitvragen bij het college en de ambtelijke organisatie welke informatie je boven tafel moet halen voordat je een goede motie op poten kan zetten bijvoorbeeld. Dus dat vind ik een hele mooie cultuur. Ik had van tevoren gedacht

3 dat ik de volksvertegenwoordigende rol veel steviger zou kunnen neerzetten dan dat ik merk dat lukt, hè, dus ik dacht: oh, als raadslid ben je super agenderend, maar de raadsagenda vraagt ook wel zoveel van je dat je vooral controlerend en kader stellend bezig bent. Tegelijkertijd zijn we ook nog maar een jaar bezig en, nou, denk ik ook nog wel dat je daarin nog wel een slag kan maken. Dus dat zijn denk ik voor nu toe, ja, tot nu toe is dat de samenvatting van hoe ik het jaar heb ervaren. Maar vooral hebben we denk ik ook na afloop aan de koffietafel met elkaar en soms een biertje natuurlijk het ook gewoon gezellig met elkaar. Dat is ook belangrijk denk ik. Ja. De heer Heidema: Heel mooi Teuni, fijn om eigenlijk ook voor een deel een bevestiging ook te horen van het vorige verhaal. En wat ik wel een hele mooie dimensie vind is, ja, dat volksvertegenwoordiger zijn en die verbinding met de samenleving, kijk, in je eerste jaar kan ik me voorstellen dat je enorm gewoon hier die vergaderingen en die stukken en die, nou ja, die politiek-bestuurlijke werkelijkheid wordt ingezogen.

Maar nou ja, waar ik een beetje zoekend naar ben is, niet alleen bij jou hoor, maar breder in de raad, mijn ervaring is toch wel dat als je niet uitkijkt wordt dat gewoon je werkelijkheid, je wereld en zit je er op persoonlijke titel zit je van allerlei dingen te vinden of namens je partij, maar die verbinding met die buitenwereld is dat toch iets wat vooral burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie doen of ben je ook nog zelf in staat om dat als politieke partijen te doen? Anders dan bij verkiezingen weer met je ballonnetjes en je foldertjes rondlopen, dat ze weer na vier op je mogen stemmen. En ben ik wel benieuwd hoe jij, jouw fractie, maar ook anderen daarmee omgaan want, nou, ik ervaar dat zelf in ieder geval best wel als een spanningsveld maar misschien hier in Deventer helemaal niet. De heer Donkers: Zal ik aanvullen? Ja, het voelt nou alsof ik jou ga interrumperen, Teuni. Sowieso een rare positie om een gesprek te voeren, maar goed. Ik deel die conclusie wel, tegelijkertijd wat me in positieve zin opvalt vergeleken met vorige periode dat de raad toch, soms ook wel lastig voor de agendacommissie, zelf ook onderwerpen agendeert, dat er eigenlijk elke raadstafelavond we het wel over onderwerpen hebben die echt door de raad op de agenda worden gezet. Ik vind dat beter gaan.

Waar ik me wel zorgen over maak en daar zijn we ook wel als raad mee bezig is toch de participatie. Hoe geef je nou goed de samenleving, de individuele inwoners de kans om mee te denken en om ons te informeren, om kwaad op ons te worden, om hun mening te delen. En hoe weeg je vervolgens het persoonlijke belang, het individuele belang af tegen het algemene belang? Daar zijn we, vorige week was dat, ja nee, twee weken terug, zijn we er mee bezig geweest met een participatie, met een werkgroep participatie om te kijken hoe we dat beter kunnen doen. Er komt een participatieverordening. Maar het blijft soms spannend in die raadzaal als er twintig, dertig inwoners inspreken en toch wel hun zorgen openbaren of zelfs niet meer vatbaar zijn voor argumenten die worden aangedragen door de raad of door het college of de anderen. Dus dat, daar zit voor mij een punt van zorg in. De heer Heidema: Als ik mag Bas, participatie, je kunt als raad bezig zijn met thema participatie om, ja, er nader richting aan te geven hoe het college en de ambtelijke organisatie daar vorm en inhoud aan moet geven, dat is een hele belangrijke voor alle duidelijkheid, hè, dat is naast de inhoud is ook die proceskant, die participatiekant is hartstikke belangrijk als het gaat over je kader stellende rol.

Maar lukt het jou nog om ook gewoon zelf als persoon, als raadslid in verbinding nog met die samenleving te staan? Ik kan me voorstellen dat dat best wel moeilijk is. De heer Donkers: Je hebt altijd, heel persoonlijk, ik denk dat je altijd in een bubbel zit. Dus dat hebben we ook met de fractie afgesproken, dat we er zoveel mogelijk uitstappen. En soms lukt dat beter dan anders, bij de werkbezoeken doe je dat, je spreekt mensen aan. Ik heb Eva wel eens horen zeggen: het moment dat iemand loopt te sputteren bij een kassa, spreek die persoon even aan. Vaak zijn mensen heel erg, als je het een op een uitlegt waar we mee bezig zijn of wat onze zorgen of afwegingen zijn, dan kan je mensen heel effectief bereiken vind ik. Maar het blijft lastig. We zijn hier met zijn 39en, vijftig procent van de Deventenaren heeft niet op ons gestemd, van de kiesgerechtigde Deventenaren heeft niet op ons gestemd. Hoe je die mensen bereikt en laten we eerlijk zijn, als ik hier om ons heen kijk, het is nog steeds geen afspiegeling van 100.000 Deventenaren, hoe graag we dat ook willen. De voorzitter: Jan. De heer Schuring: Ja, dank. Een paar algemene bespiegelingen en ook nog een paar woorden over participatie en de vragen die net gesteld zijn. Ik kan u, dit is mijn tweede raadsperiode hoewel ik ook een staartje van de

4 periode daarvoor nog heb meegemaakt later in de raad. Hoe ik terugkijk op deze raad vanuit de ervaringen met van daarvoor is dat ik dit een hele open en echt een brede raad vindt waarin we bijvoorbeeld in tegenstelling tot de vorige periode waarin we vaker discussie hadden over oppositie en coalitie en de coalitie elkaar stevig vasthield, ook naar het oordeel van de oppositie, je komt er niet doorheen door die coalitie, is dit nu ook door de laten we zeggen de zetelverhoudingen veel meer echt een raad en staat, is er veel meer, veel vaker sprake van een raadsdiscussie waarin het niet de coalitie tegen de oppositie is, maar waarin ook coalitiepartijen openstaan voor ideeën uit de oppositie en ook vaker hier moties worden aangenomen, zelfs bij een meerderheid die niet per se de coalitie vertegenwoordigt. Dus ik vind dat er prettig en breed met elkaar wordt gesproken over allerlei dingen wat tot betere besluiten ook denk ik leid. Wat ik ook plezierig vind is dat we in deze raad, nou, niet allemaal voor de fractie gaan of voor het individuele standpunt en binnen hele scherpe lijn maar gewoon open, plezierige gesprekken voeren met elkaar. Heel anders dan we bijvoorbeeld in de Tweede Kamer tegenkomen, soms ook in de Staten, waarin veel meer kleur wordt bekend en veel scherper langs de lijnen wordt gediscussieerd dan hier in deze raad. Daarmee is het zeker niet gezapig en gezellig.

Nee, er wordt ook wel echt standpunten worden er uitgewisseld, maar ik vind dat dat met hoor en wederhoor hier op een prettige manier plaatsvindt. Dus worden er vragen gesteld in Den Haag, hoe gaat het in Overijssel? Voor heel Overijssel kan ik niet spreken, maar in Deventer is het top. Dus niet alleen een mooie stad, maar ook een mooie raad. Dan nog een paar woorden over participatie en natuurlijk participatie is iets wat ons allemaal bezighoudt. We hebben de laagste opkomst in de gemeenteraadsverkiezingen gehouden ooit. Gelukkig zijn de Statenverkiezingen weer een stuk beter, was er weer veel te bespreken. We hebben hier twee weken terug ook een raadstafel nog over die vraag gehad: hoe komt dat nou dat die opkomst hier zo laag is? Ook naar aanleiding van een onderzoek wat we hier in Deventer hebben uitgevoerd, waarbij overigens ook het beeld naar voren kwam: Deventer wijkt niet af van andere gemeenten, we zijn een gemiddelde stad, ook qua slechte opkomst in de gemeenteraadsverkiezingen. We hebben ook gezegd tegen elkaar, ja, de eerste verantwoordelijkheid die we allemaal hebben hier als fracties en als raad om wat te doen aan die opkomst is primair ligt bij de fracties zelf dus we moeten als fracties zelf ook meer nadenken over de vragen die al gesteld zijn.

We moeten niet alleen in campagnetijd de stad in maar we moeten vaker de stad in, we moeten naar de wijkvergaderingen waar we ook als raad aan kunnen deelnemen, de wijkraden. We moeten vaker de stad in als fracties ook buiten campagnetijd in gesprek met de inwoners van onze de gemeente, ook openstaan voor alle mails die we krijgen, reageer daarop. Laat zien dat je er bent en tegelijkertijd zitten we ook wel te vragen: misschien hebben we ook als raad hier nog wel wat te doen om iets te doen aan die opkomst, zo gaan we weer een tijdelijke commissie formeren om te kijken wat we kunnen bedenken om wat meer te doen aan die opkomst want het is natuurlijk heel slecht als we minder dan de helft van de inwoners vertegenwoordigen. Nou, dat even als algemene beschouwing. Dus het is zeker een thema wat ons bezighoudt en in allerlei verschillende facetten, ook in de woorden die je gebruikt: maak het simpel, maar goed, dat, hoop lessen nog te trekken. De heer Heidema: Dank Jan aan jou, maar wat mij betreft breder en misschien wil jij er zo al op reageren, maar waar ik ook wel benieuwd naar ben, Bas die stipt het net al eventjes aan, hè, dat je hier toch, ja, allerlei standpunten moet innemen, besluiten moet nemen waar ook mensen het niet mee eens zijn. En nou, maar eventjes samengevat de korte lontjes, wat ‘…’ intimidatie en bedreiging.

Volksvertegenwoordigers die zeggen: ja, ik voel me toch wel soms wat geremd om op bepaalde onderwerpen eigenlijk te zeggen wat ik ervan vind. Ervaren jullie, hebben jullie daar ervaringen mee? De heer Schuring: Nou, ik kan er alleen zelf, maar anderen vullen zo wel aan, ik sluit hiermee ook af. Ik heb zelf in campagnetijd dat we de voorgaande week in de Provinciale Staten campagnetijd waar natuurlijk alle fracties ook al gaat het niet over de gemeenteraad, het gaat over de fractie waar je die dan vertegenwoordigt, sta je ook op de Brink of andere plekken om die partij waar je voor staat te vertegenwoordigen, maakten we zelf wel meer mee dan voorgaande jaren, dat je op straat, nou, op een toon soms wordt aangesproken die je, wat je liever niet elke dag meemaakt. Inwoners die heel boos op je afkomen, waarin je allerlei verwijten krijgt over landelijk of wat dan ook, dat je denkt: ja, als we zo in de raad met elkaar omgaan dan wordt het ingewikkeld. Dat is me dit jaar meer opgevallen dan voorgaande jaren. Nou moeten we ook allemaal tegen een stootje kunnen en ook openstaan voor kritiek, maar dat was niet altijd even leuk als ervaring over de korte lontjes. De voorzitter: Jarno?

5 De heer Van Straaten: Ja, dank u wel. Ja, dit is mijn eerste jaar in de raad, ik heb de eer om het jongste raadslid te mogen zijn, een beetje onverwachts in de raad gekomen, dus dat was een hele welkome verrassing maar ik had het niet verwacht. Tweede fractie van de raad en dat is dus wel af en toe ook een soort van luxeprobleem dat je soms denkt, ja, ik heb vanavond niks op woensdagavond. En dat voelde soms wel een beetje zuur als je ook weet dat er vijf eenmanspartijen zijn hier die wel, die harder moeten buffelen met minder mensen, dus dat voelt soms wel, ja, heb ik wel respect voor de eenmansfracties, zeker als ik zie hoeveel werk zij wel verzetten en hoe goed zij soms ook wel de debatten voeren. Ik denk, ja, dat, hier zijn wij niet op gekomen met z’n zessen maar een iemand in zijn eentje wel, weet je wel. Maar dat is alleen maar een compliment aan ... Ja, over participatie denk ik dat wij op moeten passen dat wij ook kleur op de wangen houden als politici. Ik bedoel, wij hebben inderdaad geen mandaat van tachtig procent opkomst, maar wel een democratisch mandaat en participatie moet denk ik veel beter nog worden vormgegeven, maar we moeten ook oppassen dat we niet alles wat inwoners zeggen of vinden dat we dat per direct omvormen tot beleid omdat de inwoners dat zeggen.

Ik denk dat we hele gezonde mix nodig hebben van directe democratie en indirecte democratie en dat dat altijd een beetje schipperen is, dat je nooit iedereen tevreden gaat stellen, maar dat wij niet met meel in de mond moeten gaan praten omdat we bang zijn dat we door een scherpe mening in te nemen dat we dan opeens participatie afsnijden of zo. Wij zitten hier ook met het mandaat en dat moeten we denk ik wel koesteren. Ja, over de toon van het politieke debat, ja, ik ben geboren op de dag dat Fortuyn 26 zetels won dus ik hoor mijn hele leven al niks anders dan de bezorgde burger en de kloof en elke verkiezingen weer dan komt weer zo'n rapport en denk ik: gaan we het hier weer over hebben? Dat vind ik soms wel lastig. Tegelijkertijd weet ik ook wel dat ik een hele hoogopgeleide witte bubbel zit met alleen maar progressieve mensen uit de Randstad of Groningen, dus ik weet ook wel dat ik daar niet helemaal representatief in ben. Ik denk dat we dat ook onszelf moeten voorhouden, dat we ook zelf in de spiegel moeten kijken: nou, wie zijn we nou eigenlijk? Dat we onszelf ook niet te serieus moeten nemen. Maar ik vind het wel lastig dat sommigen, dat soms in de politiek als er weer zo'n golf is van populisme of van iets nieuws, dat je dan ziet dat ook alle andere partijen het gevoel hebben dat ze dan nog na de verkiezingen nog steeds daarin mee moeten gaan.

Dat zie je nu ook in de provincie heel erg en dat vind ik wel zorgelijk. Ik ben bang dat we soms met z’n allen heel graag die bezorgde burger willen kapen of zo uit electoraal gewin. Dat ik denk, ja, daar worden we ook niet beter van als land. De heer Heidema: Misschien dan nog een klein vraagje aan jou Jarno, of een opmerking eigenlijk naar aanleiding van je net vertelde. Je eigen mandaat, waar je hiermee zit en participatie, dat lijkt soms een beetje tegenstrijdig. Ik ben er zelf heilig van overtuigd dat het ongelooflijk belangrijk is om die kracht die in de samenleving zit en die verbinding met de samenleving om daar heel veel tijd en energie in te steken om mensen te verbinden, dicht en nabij mensen. Maar hoe je het ook went of keert, er moeten hier heel ingrijpende knopen worden doorgehakt waar, hoe eindeloos je ook participeert, uiteindelijk je niet overal een commitment zult krijgen van honderd procent van de Deventenaren: dit is het verhaal. En dan vraagt het wel ook gewoon bestuurders, politici die er staan om vanuit dat eigen kiezersmandaat dan, ja, die knopen door te hakken. En die twee kunnen ontzettend goed met elkaar samengaan maar met name dat laatste, dat vanuit dat mandaat ook spannende besluiten, Bas die tipte het net ook even aan, dat soms heel spannend is. Dan heb je een onderwerp en dan zie je in een keer toch wel een heleboel boze inwoners.

Voel je je dan vrij om dan toch ook je eigen knoop door te hakken, je eigen keuze te maken of heb je wel eens ervaren en, nou, kan ik ook Kitty en anderen vragen, dat je toch in toenemende mate druk ervaart? Jan gaf aan: nou, ik merk wel wat meer scherpte in het debat. De heer Van Straaten: Het is ook een hele mooie vraag omdat je ook bij kiezers ziet dat ze, of inwoners, dat ze zeggen: ja, wij snappen ook wel dat we nooit onze zin helemaal gaan krijgen, maar we willen ook wel dat de politici een keer een besluit nemen in plaats van dat we al tig jaar een soort verlamd land zitten waar geen besluiten meer worden genomen. En ja, ik ervaar daar heel veel vrijheid in ook omdat we nu in de oppositie zitten, dat is wel echt een hele andere rol. Ik merk ook wel dat de sfeer daardoor soms wat ontspannener is bij ons in de fractie, want ik heb vorige periode als medewerker meegelopen, dan is ook een heel interessant kijkje in de keuken zeg maar. En ik denk wel … Onze vegetarisch keuken.

Wat ik wel daarin zie is dat het soms wel als je met een voorstel komt vanuit je eigen overtuiging en dat je dat voorstel dan inbrengt, er is over nagedacht, dat kan juridisch en alles en financieel zelfs, dat er dan wel soms een soort reflex komt, een soort Pavlov reactie vanuit sommige partijen dat er dan gelijk wordt gezegd: ja, maar dit mag absoluut niet, want de inwoners hebben al groen licht gegeven voor het vorige plan. Dat ik denk, ja, maar wij zijn wel de volksvertegenwoordiging, wij zijn er voor de hele gemeenschap en niet alleen voor een dorp, een partij, een ideologie.

6 De voorzitter: Mooi, dankjewel. Kitty. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel voorzitter, dank u wel Andries dat je er bent, heel erg leuk. Allesbehalve nieuw. Elke woensdag druk, dat wel. Twee dingen: over de participatie, we hebben nu in de afgelopen paar jaar forse herontwikkelingsplannen op ons bordje liggen en we merken wel dat de inwoners toch wel vaak het idee hebben dat ze te laat bij de processen worden betrokken. Dus ik ben heel blij dat we nu met deze raad het deel participatie weer hebben opgepakt want volgens mij toen jij hier burgemeester was hebben we daar met de toenmalige raad ook heel veel tijd ingestoken maar is eigenlijk een beetje verwaterd allemaal, dus daar ben ik heel erg blij mee. Over je zichtbaarheid als raadslid, ja, ik doe dit nu best wel lang en ik ben van mening, het ligt ook voor een deel ook hoe je jezelf opstelt. Mijn ervaring van de afgelopen raadsperiodes is: als je jezelf laagdrempelig, als je zelf laagdrempelig bereikbaar bent, mensen bellen mij, mensen mailen mij, maar mensen komen ook bij mij gewoon aan de deur en dat vind ik helemaal niet erg. En ik merk wel dat mensen bozer worden en, ja, de omstandigheden drijven mensen daar ook vaak toe.

Mensen zitten te twijfelen over: kan ik, haal ik het eind van de maand, heb ik geld genoeg om mijn rekeningen te betalen? Dus er zit ook heel vaak gewoon een verklaarbare boosheid en ik merk wel als je gewoon op tijd met mensen in gesprek gaat of je stuurt ze de goede kant op of je helpt ze, dat die boosheid dan ook vaak wel weggaat. Soms is het ook dat mensen gewoon helemaal overvoerd worden door sociale media, door allerlei berichten dat ze soms niet helemaal snappen wat er aan de hand is of misschien niet helemaal begrijpen. En dan merk je gewoon op het moment dat je rustig met mensen gaat praten dat dat ook wel weer terugkomt. Ik heb persoonlijk gelukkig nog nooit te maken gehad met bedreiging in welke vorm dan ook. En ik ben, maar ik ben wel blij dat we hier in Deventer daarover ook goede afspraken met elkaar gemaakt hebben en dat de raad ook elk jaar gewoon even met elkaar praat: hoe gaat het? Zijn er bedreigingen geweest? Dat we goed terecht kunnen bij de burgemeester. Dus ja en ik vind ook als dat zo is moeten we daar gewoon ook open en eerlijk met elkaar over zijn want dat moet je van elkaar wel weten. Tot zover. De voorzitter: Ja mooi, goed. Susanne. Mevrouw Kerkdijk: Nou, ik zit ook, dit is mijn eerste jaar in de politiek. Ik vind het fascinerend, professioneel gezien vind ik het zeer leerzaam, het is veel, het is interessant.

Als persoon en als mens vind ik het ook zeer fascinerend, want ik kom mezelf echt wel af en toe tegen. En ik vind het eigenlijk heel mooi, deze raad bestaat uit hele diverse mensen. Ikzelf zit in het onderwijs, dus ik zit elke dag midden in de samenleving, hoor en zie en voel ik wat er speelt. Dat neem ik ook mee naar de fractie, naar de raad, maar ik merk ook dat mijn kracht in het onderwijs is mijn gevoeligheid en hier is het vaak mijn valkuil omdat de politiek vraagt niet vaak om gevoelige mensen, maar ik denk wel dat het een toevoeging is voor een politiek waar de mensen ook behoefte aan hebben. Dus dat is een beetje mijn beleving het eerste jaar. De voorzitter: Mooie reflectie, dankjewel Susanne. Renske. Mevrouw Zieverink: Nee, hij deed het echt goed, ik beloof het. Maar goed, ik heb nu een nieuwe naam, superfijn. Aangenaam. Ja, raadslid eerste periode ook voor het eerst politiek actief. Dus ik wist eigenlijk ook helemaal niet waar ik aan begon. Meteen maar gewoon vol erin gedoken dus ook lid van werkgroep, ik zit in de werkgeverscommissie dus ik ben maar meteen all-in gegaan, zoals we dat zeggen. En dat bevalt me heel goed want eigenlijk ben ik uit toch wel een stuk onvrede de politiek ingegaan, want ik denk, nou, hè, dan hebben, zitten we aan tafel.

En wat je dan ziet is de andere kant, hè, hoe moeilijk het is om besluiten te nemen, wat voor belangen er allemaal zitten, dus ik heb ook wat dat betreft ook even de andere kant kunnen zien en ook hoe druk iedereen hier achter de schermen altijd bezig is, hè, dus de ambtenaren en het college ook om toch eigenlijk elke keer weer alles voor te bereiden. Dus ik heb daar ook wel weer enorm veel respect voor gekregen van hoe dat hele apparaat met elkaar samen moet werken. En ook dat samenwerken in de raad, dat is me heel erg goed bevallen. Ik sta hier ook met een stukje en ik heb hier ook een aantal hele leuke collega’s zitten, daar bijvoorbeeld, waar ik toch wel even graag wat aandacht ook voor wil vragen omdat wij als raad hebben besloten om, ja, eigenlijk zelf het initiatief ook te nemen naar aanleiding van, nou ja, onder andere wat uit het college is gekomen, om een burgerberaad zelf te gaan organiseren. Dus niet om te vragen aan het college van ga, dit is wat wij willen, gaan jullie dat maar doen, maar om eens zelf, hè, daar ons voor in te zetten. Dus dat is ook heel erg leuk, dat levert ook een hele mooie samenwerking op wat mij betreft in ieder geval met onder andere het ambtenarenapparaat en het college. Maar

7 als raad moeten wij nu ook gaan kijken opeens, nou, hoe doen we dat dan eigenlijk, hè, en hoe moeten we dat dan uitzetten? Er is net een aanbestedingsprocedure gestart, planning, nou ja, hoe krap die deadline zou zijn als we roepen van het moet nog even voor het zomerreces. Nou en ik vond dat zo'n leuk initiatief dat we dat als raad nu zelf doen dat ik ook dacht: nou, dat wil ik eigenlijk misschien ook nog wel even meegeven om nog eens even na te lezen op een wat rustiger moment. De heer Heidema: Dank je wel. En misschien in één zin nog, wat hoop je te bereiken met het burgerberaad? Wat is het doel? Mevrouw Zieverink: Nou, ik denk dat er twee dingen zijn die ik persoonlijk heel graag zou willen bereiken en dat is enerzijds de verbinding eigenlijk die we hier met elkaar hebben, want ik denk als wij met elkaar samen weten te werken als verschillende fracties met eigen opvattingen dan is dat ook eigenlijk de opmaat richting: hoe ga je als samenleving, hè, waarbij we toch met steeds meer verschillen tegenover elkaar staan, hoe, ja, kun je al die verschillen toch met elkaar verbinden en gezamenlijk tot een besluit komen? Dus dat is aan die kant het verhaal.

Aan de andere kant hoop ik dat het burgerberaad ook iets oplevert dat we zien dat ook inwoners met hele creatieve ideeën kunnen komen en dat je daar dan ook vervolgens invulling aan kunt geven met elkaar dus een extra perspectief wat we soms wel kunnen gebruiken. De voorzitter: Huub. De heer Obdeijn: Ja, goedemiddag. Andries weer welkom uiteraard op deze verdwaalde vrijdagmiddag. Ja en dan ben je ineens raadslid, eigenlijk totaal onverwacht. Ik heb natuurlijk een twaalf dertien jaar geleden al eens even een paar jaar een moment als raadsopvolger meegelopen en dat was inderdaad ook al de tijd dat jij ook al meedraaide. Maar ja, ik stond op de onderste, ja, voor mij eigenlijk totaal onverkiesbare plek en dan toch eigenlijk in een keer als een duveltje uit een doosje met voorkeurstemmen in de raad gekozen worden dus dat was wel even schakelen. Maar ik vind het verrassend leuk moet ik zeggen. Ja, ik vermaak me kostelijk dus wat dat betreft vind ik het helemaal goed. En inderdaad om even aan te sluiten wat mij, ja, enorm prettig overkomt is hoe wij met elkaar omgaan hier. En dus dat is inderdaad ook wat de rest al zegt, dat is erg prettig. Wat ik wel ervaar inderdaad is wat Kitty net aanhaalde, hè, de rol van social media, dat merk je nu toch als raadslid behoorlijk.

Ik, nou, ik heb natuurlijk al mijn hele leven een winkel in de binnenstad dus, ja, ik word erg veel dagelijks aangesproken op allerlei zaken en dan merk ik eigenlijk toch wel dat er enorm weinig kennis is van politieke processen, van hoe keuzes gemaakt moeten worden, dat je gewoon aan wettelijke termijnen vastzit, dat mensen, ik word bijvoorbeeld enorm veel aangesproken zo van, hè, wat moet er met die McDonald’s, hè, om maar even een voorbeeld te noemen, dat leeft natuurlijk in de binnenstad, net als dat alle fossiele auto's uit de binnenstad moeten. Mensen snappen heel veel zaken snappen ze niet en die staan eigenlijk wel heel ver van de politiek af dus ik denk dat dat nog een taak is eigenlijk voor ons allemaal, hè, dus ook landelijk maar ook lokaal gezien, om te kijken of we daar toch nog enige verbetering in kunnen krijgen om te laten zien hoe de processen lopen. Dat we gewoon aan heel veel wetgeving zitten, aan wettelijke termijnen zitten en dergelijke. En dat je niet zomaar alles kan verbieden. Dus dat, ja, nou, ik denk dat daar nog wel een iets te halen valt. De heer Heidema: Dank je wel Huub.

Misschien even aardig om nog te vertellen, in Provinciale Staten is wat we dan noemen burgerschap, we noemen dat Overijssel doet mee, al jarenlang een prioritair thema om jongeren en dat begon op de eigenlijk op de middelbare school maar we hebben nu ook de stap naar het basisonderwijs gemaakt en ook richting de mbo's, dat we allerlei samen met onderwijsinstellingen allerlei onderwijsprogramma’s op de scholen organiseren maar ook gewoon het provinciehuis als gastplek om gewoon een dagdeel in die Statenzaal eigenlijk gewoon te doen wat jullie en wat ook aan het doen zijn. En joh, nou, kinderen vanaf de basisschool eigenlijk op een aantal momenten mee te geven hoe democratie werkt, hoe het openbaar bestuur werkt en daarmee heb je niet alle informatie over termijnen wat iets meer zijn, maar die investering, ik ben ervan overtuigd als je het op jonge leeftijd doet, die gaat zich ook terugverdienen. En nou ja, daar kun je ook als gemeenteraad, als gemeente kun je daar ook een rol in vervullen en dat gebeurt voor een deel gebeurt dat dus ik heb om eerlijk te zijn, dat is een omissie aan mijn kant, ik heb niet helemaal scherp in hoeverre op inhoud die samenwerking tussen Overijssel doet mee en de gemeente er is. Maar ik denk dat daar in ieder geval een ontzettende kans zit om in ieder geval, nou ja, de volgende generatie die hier komt om die hopelijk wat minder dit

8 als gevoel te hebben van geen idee hoe het allemaal werkt die democratie, want het is ontzettend belangrijk dat je dat snapt. De voorzitter: Voor jouw beeld, ik denk dat we iedere week hier wel een schoolklas hebben. De heer Heidema: Klasse, ja, geweldig. Mooi, mooi. De heer Obdeijn: Dat klopt en dat wou ik inderdaad ook meegeven en ik denk ook dat de griffie daar een mooie rol inderdaad in vervult. En ik, ja, ik ben ook blij dat ik daar zelf onderdeel van uit mag maken want ik inderdaad bij veel van de overdag dingen kan ik me aansluiten dus ik ben hier inderdaad veel met schoolklassen rond geweest en met Democracity hier inderdaad op de knieën bezig geweest met die kinderen en ik vind het fantastisch. Dus wat dat betreft absoluut, ga daarmee door zou ik zeggen als gemeente en provincie. De voorzitter: Gaan we doen. Dorien nog en dan gaan we even, dan, jij wou ook nog even punt van orde zo direct, maar van de tijd, hè, want we hebben nog een ander onderwerp. Dorien, ga je gang. Mevrouw Visser: Ja, ook eerste periode raadslid en toen ik zestien was stond ik daar in het provinciehuis met mijn middelbare school en daar ben ik gegrepen door de politiek, dus het werkt.

Inmiddels vele jaren later, maar ik ben ruim tien jaar werk ik als ambtenaar en ik dacht ik wil die andere kant zien want waar komen al die onmogelijke opdrachten toch vandaan? Dat zag ik vaak, ik ben in coronatijd hier terug naar Deventer gekomen, de stad waar, of nou ja, ik ben in het dorp in Bathmen opgegroeid maar ik heb me altijd heel erg verbonden gevoeld met hier en toen dacht ik: nu is het moment ook om de politiek in te gaan met de stad waar ik me echt helemaal thuis voel. En even kort, je vroeg hoe is, en dat houdt me heel erg bezig, hoe is de verbinding met de buurt, met de wijk, met de mensen. Ik merk dat je zo, dat mijn interesse ook ligt in de dingen die hier gebeuren en de stukken dat ik dat ook heel leuk vind en dat het zo moeilijk is om de tijd die je daarnaast, naast je werk en alle andere dingen die je gewoon, die we allemaal ook nog hebben, om, eigenlijk zou ik namelijk ook heel graag nog actief willen zijn in dat clubje, in dat clubje, in dat clubje en dat lukt deels. En natuurlijk hebben we allemaal ons eigen netwerk maar wat Jarno ook al zei, dat dit dat, en Bas volgens mij ook, dat is onze eigen bubbel. En probeer daar maar eens uit te komen want op de verjaardag spreek je toch de mensen die het wel deels over het algemeen met je eens zijn of je vrienden in de kroeg. Jij niet? Nee, ik ook niet altijd hoor, nee.

Nee, zeker bij de verjaardag bij mijn ouders in Bathmen hoor ik allemaal nieuwe dingen dus dat is heel fijn. En daar herken ik ook wat Huub net zei van het begrip voor hoe, ik word heel sowieso heel vaak gevraagd: hoezo zit je in de politiek? Wat is daar nou aan? En hoe kom je daar nou bij? En als je inderdaad dingen uitlegt, maar ik merk zelf ook al wel hoeveel moeite ik moet doen en dan beschouw ik mij toch als met mijn ambtelijke ervaring en mijn opleiding bestuurskunde als iemand die de dingen zou moeten snappen hiervan en hoeveel moeite ik soms heb om dossiers te begrijpen, zeker de regionale samenwerking, energietransitie, nou, veiligheidsdossiers, noem maar op. Ik vind het soms echt zo ingewikkeld en dan steek ik er heel veel tijd in, denk dat ik behoorlijk wat kennis en ervaring heb. Ja, hoe leg je dat nog in simpele taal uit? En dat is gewoon, het staat zo ver, die complexiteit is zo ver van het dagelijkse, terwijl dat het ook dagelijks is. Het gaat over de straatstenen, het gaat over het afkoppelen van de regenpijp. Dat is ook energietransitie als het ware.

Maar ja, dat vind ik gewoon heel en dat vind ik ook als nieuw raadslid juist omdat je dus op die grote complexe dossiers die we allemaal hebben, kost veel tijd om je op in te lezen en dus de tijd om naar buiten te gaan, om de uren die je hebt nog te besteden om gewoon ergens aan te kloppen en op werkbezoek te gaan, het is bijna een of-of geworden voor mijn gevoel. En dat, ja, daar zit ik wel vaak mee in de maag en ja, wij hebben gelukkig een fractie van vijf mensen en nog opvolgers, waardoor we ook wel dingen kunnen verdelen. Maar ja, het blijft een worsteling. Ja. Oh ja, ik wilde nog een ding zeggen, mede ingefluisterd door Bas. Wij hebben enorm veel steun aan de griffie en dat vergeten we nu ook weer. Maar dat helpt ook zeker als jong raadslid om even te zeggen wat was hier ook al eerder over besloten, even bellen hoe werkt dit om iets te agenderen en dat is wel echt enorm fijn, zeker wij hebben als partij geen medewerker die dat ook eventueel zou voor ons kan doen, dus de griffie even bellen, even mailen en in Deventer zijn ze ook enorm toegankelijk, dus dat is ook echt heel waardevol. De heer Heidema: Dat laatste vind ik ook heel fijn om te horen en is en blijft een punt van aandacht. In Nederland als het gaat de ondersteuning van raadsleden in deze complexiteit is het goud waard. Nou, een compliment naar jullie griffier en de griffie.

Maar ja, die ondersteuning in deze complexiteit is zo ontzettend belangrijk. Het is ooit

9 begonnen als eens een keer een stukje van de formatieplaats toen we gingen dualiseren enzovoort, moesten toch een beetje hun eigen rechterhandje hebben. Maar het is echt een heel wezenlijk onderdeel van je functioneren als raad dus, nou, mooi dat jullie ook die positieve ervaring hebben. De voorzitter: Nou, ik denk dat het goed is om toe te voegen dat ook de toegankelijkheid van het ambtelijk apparaat voor jullie groot is, hè, dat jullie dus altijd ondersteund worden, ja. Tanja dan ten slotte en dan gaan we over naar het tweede onderwerp. Mevrouw Eekhuis: Ik ben een aantal jaren geleden door jou beëdigd als raadsopvolger en ik gebruik nog heel vaak, gisteren nog in een gesprek in de stad, ik ben een lekenbestuur, ik was zo blij dat je dat toen zei ik, ben een lekenbestuur. Ik hoef gelukkig niet altijd alles helemaal tot in de, ja, dus ligt me vooral in. De allereerste keer dat ik je heb ontmoet was op een school, De Kleine Jenaplan, toen kwam je daar het Kinderparlement wat ik van de directeur mocht doen, mocht leiden, want ik ben van met de hoofden praten in plaats van eroverheen. En de directeur vond dat er per se politiek moest zijn, bah, dacht ik toen. Inmiddels sta ik hier.

Dus de politiek heeft mij wat later gegrepen dan mijn collega, in mijn leven in ieder geval, dan mijn collega aldaar, die was er op zestien jaar al, ik zat meer dichter bij de andere kant, zoals ik destijds ook aangaf. Participatie, nou, ik deed het toen al, ik bedoel ik sta er nu inderdaad graag bij met onze collega's, ik vind het top dat het dus een ding is van de raad. Super, dat is een begeleidingsgroep van de raad, er komt nu ook een groepje voor de verkiezingsopkomst van de raad. Ik zeg graag: hou het simpel en wij zijn met z’n allen hoofd huishouden. Natuurlijk hebben we onze eigen kleur maar dat is binnen een huishouden hebben we ook niet allemaal dezelfde mening. Samen zijn we hoofd huishouding hier in de gemeente. Dus daar ben ik ook gewoon echt ontzettend blij mee, met dat grote verschil heb ik anderen hier ook al horen zeggen, tussen de vorige vier jaar en tussen dit jaar, zoals het dan nu is geweest. En tuurlijk is dit ook niet makkelijk, participatie. En natuurlijk moeten we dat zelf gaan onderzoeken, hoe ga je dat nou doen? Maar goed, ik heb thuis ook gewoon dingen die ik zeg, zo gaan we het doen, punt. En op andere dingen wil ik je mening hebben en op een ander, paar puntjes mogen jullie beslissen. Ik bedoel, ja, weet je, dat zullen we zelf met z’n allen moeten gaan uitzoeken en het is goed dat we daarmee bezig gaan.

De voorzitter: Mooi, ik vond, dank voor jullie mooie reflecties. Ten minste, ik vond het mooie reflecties en het is eigenlijk heel grappig dat we het op deze manier nog nooit zo over gehad hebben maar nu met elkaar vandaag wel eens even horen: hoe zitten we er eigenlijk in? En dat doen we misschien wel in het … Kijk, Lida heeft het laatste woord. Mevrouw Zegel-van Tiel: Nou, dank je van Ron. Eigenlijk een compliment aan jou Andries, want volgens mij ben jij de insteller geweest van de nieuwe bewonersbijeenkomsten. En als je iets hebt waarmee de bevolking, de inwoners dicht bij de politiek krijgt dan is het wel zodra ze binnenkomen om ze dan meteen de hand te schudden en dat doen we nog steeds. En onlangs weer, 11 maart waren er wel 150 mensen, het was echt heel vol, maar dat is zo verschrikkelijk mooi en zo dankbaar ook, want mensen begrijpen dan veel meer wat er is en daarmee haal je die drempel zeker ook weg. Naar het gemeentebestuur en in al die … Ja, nabij als gemeentebestuur inderdaad. En in al die jaren als je dan ziet hoeveel mensen we daarmee bereikt hebben en ik denk dat daardoor de drempel soms ook lager is. De voorzitter: Er zijn steeds meer gemeenten die het beginnen over te nemen, merken we. En het is hier een groot goed, we krijgen altijd mailtjes van mensen die ons bedanken en zeggen dat ze zich zo welkom voelen.

Het waren er heel veel de laatste keer en ik denk altijd: het is jammer dat we de andere 100.000 niet ook kunnen uitnodigen. Maar ja, ergens houdt het op. Ik had laatst, de laatste keer was inderdaad inwoners die al dertig jaar hier wonen maar die waren een jaartje in Twello geweest omdat ze, die moesten voor verbouwing en die dachten we schrijven ons opnieuw in en die vonden het hartstikke leuk. Regionale samenwerking De voorzitter: We gaan door naar het tweede onderwerp, regionale samenwerking. We zitten in tal van samenwerkingsverbanden, soms noodzakelijk, gedwongen door de wetgeving, bepaald door de wetgeving en andere keren is dat vrije en ook lichtere vormen van samenwerking. Dat is ook nodig voor heel veel grote opgaven die gewoon gemeentegrensoverschrijdend zijn, hè, als je stikstofopgave, energietransitie, dat soort, woningbouw-

10 opgave, dan kun je niet alleen. Maar goed, dat maakt ook dat het voor de raad soms best lastig is om van hoe verhouden wij ons nou tot al die regionale samenwerkingsverbanden? En vandaar dat wij dachten: het is goed om daar eens even ook daarop te reflecteren dus ook op dat punt gewoon eigenlijk de uitnodiging aan jullie om daar iets over te zien zeggen van hoe jullie daarnaar kijken en hoe jullie daar tegenover staan. Kitty. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Dankjewel Ron. Sinds ik raadslid ben geworden, is het eigenlijk, zijn we eigenlijk alleen maar steeds meer in steeds meer verschillende samenwerkingsverbanden gaan werken. En de grootste uitdaging vind ik daarvan: hoe behouden we ons lokale maatwerk waar we al jaren mee bezig zijn in verhouding tot de regionale samenwerking? Want soms zit daar gewoon echt, schuurt het gewoon.

En ik vond de vraag heel mooi: hoe hou je als gemeenteraad grip op die regio? En dat was in de vorige raad en ik hoop dat we dit in deze raad ook volhouden, vooral in het sociale domein en vooral met name in jeugd hebben we eigenlijk als woordvoerders uit het domein jeugd hebben we eigenlijk altijd de stilzwijgende afspraak gemaakt met de wethouder die daar dus bestuurlijk aan tafel zit met alle andere wethouders, om voorafgaand aan zo'n bestuurlijk overleg altijd even bij ons te komen om aan de raad of aan de woordvoerders te vragen: goh, hoe zitten jullie erin? Zijn er punten die we mee moeten nemen? En ja gelukkig, heel vaak lukt het dan ook in die bestuurlijke overleggen om het geluid van Deventer daar goed over het voetlicht te brengen. En soms is het een beetje lastig, maar mijn ervaring is in de afgelopen jaren dat we er doordat we op die manier werken ons lokale beleid wat heel goed is en wat we willen behouden en echt dat maatwerk wat wij met z’n allen zo belangrijk vinden, dat we dat ondanks die complexe vragen die er spelen dat we dat overeind houden en ik hoop ook dat we die mentaliteit ook vasthouden. De heer Heidema: Dank je Kitty. Een vraagje, want, ik vind het mooi om dit te horen, dat het nog steeds ook zo werkt en dat je ook dit gevoel erbij hebt als het gaat over het hele sociale domein wat je regionaal aanpakt, jeugdzorg, noem het allemaal op.

Is natuurlijk ontzettende zoektocht geweest voor gemeenten: hoe geef je daar vorm en inhoud aan en toch in verbinding met je lokale situatie? Als je nu kijkt naar de grote onderwerpen die nu op de agenda staan zijn dat ook weer hele andere thema's, denk bijvoorbeeld aan, nou, de hele grote transitie in het landelijk gebied. Hoe kijk je en wat mij betreft niet alleen jou, maar ik stel de vraag dan even breder. Dit is een mooi succesverhaal, een succesformule die de moeite waard is om vast te houden. Maar hoe zou je dat dan bij, ja, dit soort nieuwe ontwikkelingen vorm en inhoud kunnen gaan geven? Soort copy paste van dit model of zou je het misschien anders moeten doen? Het zijn er nogal wat, hè? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, nou ja, of het exact een copy paste moet worden dat weet ik niet, maar ik hoop wel dat de woordvoerders uit de andere domeinen ook gekeken hebben en meegekeken hebben wat er is gebeurd de afgelopen jaren. Maar ik ben het wel met u eens en helemaal nu natuurlijk sinds de verkiezingen van twee weken geleden dat er natuurlijk in de provincies ook een heleboel veranderd is en daar zijn wij als gemeente natuurlijk ook heel erg afhankelijk van. En daar zit wel mijn zorg want als ik zie hoe de verhoudingen nu in de provincie Overijssel zijn en hoe dat botst met wat we de afgelopen jaren in gang hebben gezet, ja, dan zit daar op dat punt zit daar wel een vrees.

Dat heb ik voor de rest maar dat heb ik ook voor het stikstofbeleid, heb ik ook voor wonen maar bijvoorbeeld ook voor het huisvesten van kwetsbare mensen. Bedoel, ja, als dat in de provincie niet helemaal lekker loopt dan hebben we wel een probleem met elkaar. Dus ja, dat baart mij wel zorgen voor de rest van deze periode en de periode die nog komt. De voorzitter: Lida. Mevrouw Zegel-van Tiel: De regio bestaat niet. De regio is een regio en dat maakt het het allerlastigste vind ik in mijn hele politieke zijn, regionale samenwerking. We liggen in een hoekje van de provincie dus dat betekent dat je eigenlijk ook over de grens moet kijken. Dan hebben we de Stedendriehoek. Als we naar jeugd kijken dan hebben we de helft van Overijssel waar we bij horen. Als we naar de arbeidsmarkt kijken, dan zitten we in een vierkant tot aan Harderwijk. Het is zo lastig omdat je iedere keer ook in andere omvang, met andere gemeentes, met andere werkwijzen, andere mensen moet samenwerken. Dus het mooie is inderdaad wat Kitty ook zei waar we denk ik heel trots op zijn, ik in ieder geval wel, hoe we dat hebben gedaan in 2015 om dat in de raad naar het sociaal domein woordvoerders te trekken en te zeggen: ho, wacht even, wij willen wel meepraten, wij willen wel meedoen. Dat was niet makkelijk, maar dat is uiteindelijk is het ons wel in dank afgenomen.

En dat is wel heel erg mooi dat je ook op die manier wel bij elkaar komt. Maar over de regionale samenwerking, ja, was het maar zo makkelijk dat het allemaal dezelfde regio was want dan zou je zeggen: we gaan elkaar als raden ook wat meer

11 opzoeken. Dat wordt wel eens gezegd: goh, kunnen jullie niet wat meer dan met de andere buurraden gaan samenwerken of gaan kijken of je daar komt, maar dat is lastiger. De heer Heidema: Mag ik daarop aanhaken? Ik kan me voorstellen want er is een diversiteit aan regionale samenwerkingsverbanden, je hebt het net geduid en je hebt er nog maar een paar genoemd, dat is nog veel diverser. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat er een aantal samenwerkingsverbanden zijn waarvan je ook zegt: nou prima, dat marcheert wel. En als we gewoon via de P&C-cyclus gewoon op de hoogte worden gehouden, laat lekker marcheren. En als er echt cruciale nieuwe koers moet worden ingeslagen, nou, dan is dat aanleiding voor een gesprekje in deze raad. Maar we hebben bijvoorbeeld bij de regionale energiestrategie hebben we een begeleidingsgroep proberen samen te stellen met raads- en Statenleden om te kijken: hoe loopt dat proces nou en hoe kun je daar als raads- en Statenleden ook mee richting aangeven? Dat kun je ook niet bij alle regionale samenwerkingsverbanden doen, niet bij alle regionale thema's.

Maar ik zou jullie wel willen uitdagen om, nou ja, vanuit de realiteit van het nu eens na te denken over: zijn er nou een of twee van dit soort regionale ontwikkelingen waar we bovengemeentelijk actief de komende jaren bij betrokken zijn, die de moeite waard zijn om te zoeken naar een vorm van verbinding. En ik ga dat niet invullen voor jullie, ik noemde net RES als voorbeeld vanuit het verleden. Je hebt de PPLG, maar zo zijn er tal van andere onderwerpen. Nou, misschien een punt om nog eens over na te denken. Juist vanuit dat succesvoorbeeld vanuit het sociale domein. De voorzitter: We zijn ook wel mee bezig voor de, omdat de wet gemeenschappelijke regelingen natuurlijk wordt aangepast en het nu ook geformaliseerd moet worden dat die raden er actiever bij betrokken worden en dat is voor alle samenwerkingsverbanden op dit moment een zoektocht. De heer Heidema: Ik wou zeggen, het is breder dan de WGR is natuurlijk, hè? De voorzitter: Even kijken. Caroline. Gaan wel richting eindtijd zo jongens. Caroline. Mevrouw Leget: Ja, dank je wel. De gemeenschappelijke regelingen, nou, de afgelopen vier jaar zat ik in het sociaal domeinen, herken ik helemaal wat wordt aangegeven ook vooral door Kitty, dat je probeert aangehaakt te zijn. Als het gaat om de overige gemeenschappelijke regelingen, voor mij, ik ben daar heel eerlijk in, ik denk al vrij snel: het zal wel.

Dat is misschien niet zo fraai, maar het is wel de realiteit. Ik merk ook dat de opkomst ook niet echt heel hoog is als daar iets wordt op georganiseerd en misschien is het ook wat het is. Ik was wel drie weken geleden met een aantal collega raadsleden bij de presentatie van de omgevingsvisie van de provincie Overijssel en wij werden meegebracht in het Panorama, ik weet niet of je dat gezien hebt en daar waar ik voor dat moment dacht: wij zijn een sterke raad met 39 krachtige raadsleden die het beste willen doen voor Deventer stond ik daar en wij luisteren naar het bevlogen verhaal en wij zagen de provincie Overijssel en toen kreeg ik heel sterk het gevoel, dit is een sterke visie vanuit de provincie, een visie op wonen, op energietransitie, op de toekomst, op klimaat, op ... En ik denk, dat is zo sterk uitgedacht, ik maakte mij toen zorgen: waar staan wij als gemeente Deventer en hoeveel invloed hebben wij op dit verhaal als raad van Deventer of … En als die omgevingsvisie straks onze kant opkomt, is dan iets waar wij bij betrokken willen zijn of zijn wij automatisch aangesloten? En dat was het moment waarop ik dacht: hm, wat is onze positie hierin? De voorzitter: Ik geef nog een paar het antwoord, een paar van jullie nog even de gelegenheid geven want dan gaan we afsluiten. Dus Jan en dan hou het even kort jongens want we lopen echt richting de tijd. Jan om te beginnen.

De heer Schuring: Ja, ik zal het ook kort houden maar het sluit wel aan bij hetgeen wat Caroline net meegaf want heel veel verschillende regio's is al genoeg over gezegd, maar we komen ook steeds meer met thema's waarvan niet alleen de gemeenteraden zich afvragen, zoals Caroline deed, welke invloed hebben wij nog op hetgeen wat er gemeenschappelijk wordt georganiseerd, ook overigens in provinciaal verband. Maar omgekeerd en daarom is het ook een verzoek wat ik aan jou maar even meegeef, aan de provinciebestuurders moet omgekeerd ook de vraag worden gesteld: hoe houden wij bij provinciale vraagstukken of bij regionale vraagstukken, hoe zorgen we dat die gemeenten meekrijgen? Want als je een soort gemiddeld besluit neemt wat voor alle deelnemers ongeveer gemiddeld maar niemand zich in erkent, dat zijn dezelfde vraagstukken als wij met de inwonersparticipatie te maken hebben, als wij iets doen waar niemand gelukkig van wordt, dan keren we de inwoners van ons af en

12 hetzelfde heb je ook met samenwerkingsverbanden, als je niet besluiten neemt waar de gemeenten zich nog in herkennen, heb je ook een groot probleem. Dus het is voor wederzijds een dilemma. We zitten wel aan elkaar gebonden met een hoop vraagstukken, of het nou stikstof is of energietransitie of omgevingsvisie, het moet wel een samenspel zijn waarin wederzijds over en weer goed naar elkaar geluisterd blijft worden. Dat nog als signaal. De voorzitter: Dankjewel. Arie. De heer De Niet: Ja, ik ben natuurlijk een beetje halfbakken terug, zeg maar, om het zo maar te zeggen, dus ik ben niet helemaal nieuw maar ook niet helemaal oud. Maar wat ik merk zeg maar ook wel ten opzichte van de vorige periode dat ik in de raad zat dat onze agenda is echt nog veel voller en dat is, ja, het heeft mij wel een half jaar gekost om weer even op die rijdende trein te springen, dat ik denk: wat speelt hier allemaal? En dan ben je wel heel erg bezig met wat er hier gebeurt zeg maar in je eigen gemeente en dan zijn die gemeenschappelijke regelingen en die regio's die zijn best wel, die bevinden zich best wel ver buiten je blikveld. En in combinatie met die volle agenda en dan ook nog bijeenkomsten op onhandige dagen op allerlei plekken zeg maar in die regio, dat maakt de drempel ook best wel hoog om daar goed bij betrokken te zijn.

Ja gewoon, dat is gewoon de praktische organisatie van de belasting die je als raadslid en dan ben ik ook nog in mijn eentje zeg maar in de fractie, dat is echt de worsteling zeg maar om dat in te passen en daarmee ook die betrokkenheid daarbij te organiseren. De voorzitter: Bert dan. We gaan er niet op in, maar volgens mij zijn het goede punten. Dankjewel. De heer Kleine Schaars: Ik wou net zeggen, Arie heeft tenminste een heel kort lijntje naar de Commissaris van de Koning, dus ik bedoel, maar goed. De heer Heidema: Duidt dat eens nader. Commissaris en de burgemeester staan boven de partijen volgens mij, dus. De heer Kleine Schaars: Ja nee, dat weet ik, maar goed, het is toch … De heer Heidema: Jij weet niet waar ik de afgelopen twintig jaar op heb gestemd, Bert. De heer Kleine Schaars: Oh, is wel een hele gevaarlijke, deze. Ja, regionale samenwerking, ik vond het een heel mooi onderwerp, dat hebben wij bij fractievoorzittersoverleg ook al aangekaart. Er zijn wel een aantal dingen, de Cleantech Regio nu Stedendriehoek. Ik denk de naam ook meer aanspreekt hier regionaal, hè, dus zich in Deventer ook veel meer betrokken voelt. Ik vind het wel lastig om als raad om daar iets mee te doen, om daar iets veel uit te halen terwijl ik denk vanuit het samenwerkingsverband kan best heel veel komen.

Waar een hele grote zorg van mij zit en ik noem het maar even het tochtige huis van Thorbecke is de RES. Dat is een, ik voel dat nog steeds als iets wat heel erg opgelegd is. Dat hoor ik ook vanuit mijn achterban. De omgevingsvisie werd net genoemd. Nou, bij die presentatie en als je dan een stuk opvraagt dan staan de zoekgebieden Deventer die wij niet hebben vastgesteld gewoon geprojecteerd in de omgevingsvisie van de provincie al, dat vind ik een hele gevaarlijke. Ik vind het ook een hele gevaarlijke dat wij in Nederland de nieuwe normen voor geluid nog moeten vaststellen en vervolgens moeten we, gaat de provincie al de plekken aanwijzen wat nu ook in Enschede gebeurt, hè, want Enschede kiest dan eieren voor zijn geld, of windmolentjes. Die zegt, die plant het al in. Dus mijn achterban heeft heel erg veel zorg dat dat hier ook gebeurt. Dus ik wil eigenlijk teruggeven aan de Commissaris om aan de gedeputeerden dan mee te geven: jongens, misschien moeten we pas op de plaats maken om te kijken van, is dit wel zo slim? Willen wij al die betrokken burgers ook mee laten doen? De voorzitter: Dat vraag om een reactie. De heer Heidema: Ja zeker, zeker.

Zonder hier de discussie over de RES of wat dan ook, omgevingsdienst te gaan doen, kijk, we hebben net gehad over een gemeenteraad moet soms ook gehoord iedereen stoere besluiten durven nemen en knopen doorhakken, want je kunt het niet overal met elkaar over eens zijn. Wat voor jullie geldt, geldt ook voor Provinciale Staten. En jullie zorg om hoe nemen we de inwoners mee, onze zorg is, hoe nemen we onze, want jullie inwoners zijn ook onze inwoners en hoe nemen we de medeoverheden nemen we mee. Dat zijn complexe processen waar we al een flinke tijd mee bezig zijn en waar het ook best wel moeilijk is om iedereen op

13 een goede manier aangehaakt te krijgen omdat dat soms ook wat abstracte discussies zijn die wel degelijk hier heel concreet consequenties hebben. Wat betreft de RES hebben we een poging gedaan, net al even genoemd, betrokkenheid vanuit raads- en Statenleden om juist op dat proces mee te gaan. Er ligt een nationale opdracht, er ligt een afspraak waar handtekeningen onderstaan van 25 gemeentebesturen en de provincie, er is 1.0. En de uitdaging ligt nu gewoon bij jullie als gemeenteraad van Deventer en hier in de regio om gewoon dat uit te werken. Tot en met de zomer wijzen wij niks aan, doen we, hakken wij geen knopen door, ligt de bal gewoon bij de gemeenteraden. Maar na de zomer, als je geen keuzes maakt, ja dan, en er ligt een initiatief, dan ligt er ook wettelijke verantwoordelijkheid bij de provincie om uiteindelijk een knoop door te hakken. Dus je kunt sturen maar dan moet je het stuur vastpakken. De voorzitter: Laatste opmerking. De heer Kleine Schaars: Nee, ik wil, kijk, de zorg is gewoon en we hebben het net ook gehad, participatie en die burger meenemen, als die, liever inwoner, als je de inwoner mee wil nemen, de inwoner snapt niet dat er nog over de geluidsnormen dat die pas eind van het jaar komen en wij intussen wel doorgaan en dat wringt. Die dingen, daar vraag ik met name aandacht voor. En ik snap dat die trein rijdende is, hoor, dat ...

SLUITING De voorzitter: We gaan afsluiten, ja. Ja, dank voor deze bespiegeling ook, het laatste onderwerp hadden we volgens mij nog wel even over door kunnen praten, maar goed, de tijd is op en er zit een volgend gezelschap op ons te wachten. Praktisch even het volgende: als je zo naar het auditorium gaat, meegaat voor het laatste onderdeel van het programma dan is er, staat er wat te drinken, kun je even wat te drinken pakken en dan lopen we direct door naar het auditorium. Maar voordat ik afsluit, wil ik jou vragen of je nog het laatste woord wil hebben, Andries, ga je gang. De heer Heidema: Ja. Sorry Lida, ik heb toch even het laatste woord. Gewoon ontzettend bedankt. Ik ben oprecht hartstikke blij om te horen hoe jullie het ervaren om als raad samen te functioneren, maar ook in samenspraak met college en ambtelijke organisatie. Dit voelt ontzettend goed. Het voelt als thuiskomen, maar toch, ja, de uitdagingen zijn groot en het fundament ligt hier gewoon in de manier waarop je met elkaar omgaat. Politiek is en blijft gewoon mensenwerk en het is een zoektocht, jullie zijn er op een fantastische manier mee bezig en, ja, blijf elkaar vasthouden zoals jullie elkaar nu vasthouden.

Veel succes ermee, veel inspiratie en, ja, ook als inwoner van Diepenveen lees ik regelmatig wel in de krant wat jullie allemaal weer besloten hebben en kom ik wel op allerlei inloopavonden om te participeren. Nee joh, dank jullie wel en heel veel succes. De voorzitter: Goed zo. Dankjewel Andries. Dan sluiten we de vergadering, ja? Gaan we beneden verder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12591855/1