2022-819 Bijlage Risicos Kansen Begroting 2023
Tekst van het document
Bijlage Risico’s/Kansen De volgende onderwerpen kunnen mogelijk bij de begroting 2023 of later een beroep doen op algemene dekkingsmiddelen of deze middelen verhogen. Aan veel van deze onderwerpen zijn echter nog geen bedragen te koppelen. Er zijn nog diverse onderwerpen, die de komende jaren tot autonome nadelen of voordelen kunnen leiden. Voor de risico’s wordt hiervoor geen specifiek weerstandvermogen opgenomen omdat er te grote onzekerheid is over: de omvang van het bedrag, de kans van optreden en wanneer het kan plaatsvinden. Bij de diverse onderwerpen is het niet altijd mogelijk hier bedragen bij te noemen. Zie hiervoor ook de toelichting bij de onderwerpen
Onderwerpen
Programma
1 toekomstbestendig brandweerstelsel
2
2. areaal leefomgeving
3
3. meerjarenperspectief parkeren
3
4. MJOP/Mind projecten
3
5. herijking DVO buitenruimte
3
6. achterblijvende marktprijzen
3
7. onkruidbestrijding
3
8. gladheidsbestrijding
3
9. energietransitie
4
10. budget bodemsanering
4
11. Omgevingsdienst
4
12. normalisatie woonwagens
5
13. omgevingswet
5
14. uitkomsten grondexploitaties
6
15. kosten programmamanagement en uitvoeringskaders
6
16. Onroerende zaken
6
17, Kadernota vastgoed
6
18. BUIG
7
19. beschermingsbewind
7
1
Onderwerpen 20. minima en schuldenbeleid 21. energielasten burgers
Programma 7 7
22. Circulus (sociaal)
7
23. liquiditeit, exploitatie en investeringen Sportbedrijf
8
24. Spuk
8
25. inburgering
8
26. tarieven Jeugd/WMO
8.9
27. achterblijvende volumestijging WMO
8
28. stijging woningaanpassingen
8
29. loonstijging Jeugd en WMO
8/9
30. IHP-onderwijshuisvesting
9
31. woonplaatsbeginsel
9
32. indexatie RSJ
9
33. Speelgoedmuseum (verbouwing verduurzaming pand)
10a
34. Cultureel Centrum
10a
35. exploitatie Mimik 36. aanbesteding belastingen
11
37. iimplementatie Pink
11
38. arbeidsmarkt
11
39. groei organisatie
11
40. dividend Enexis
12
41. Algemene uitkering (verdeelmodel beschermd wone)
12
42. Algemene uitkering (nieuw accres model)
12
43. lonen en sociale lasten
12
44. btw-dossiers
div.
45. bouwkosten grote projecten
div.
46. energiekosten
div.
2
Onderwerpen
Programma
47. Kostenstijgingen en subsidies
div.
Toelichting:
1. Toekomstbestendig brandweerstelsel (voorheen taakdifferentiatie brandweer) De verwachting was dat in 2021 landelijk een besluit zou worden genomen over de toekomst van de vrijwillige brandweer. In nader uitgevoerd juridisch onderzoek, in opdracht van de minister van Justitie en Veiligheid, wordt geconcludeerd dat het Nederlandse stelsel van vrijwillige brandweer grotendeels kan worden gehandhaafd en dat het goed verdedigbaar is dat taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht. Dit geldt onder de voorwaarden dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps wordt verscherpt. Dit betekent concreet dat de huidige categorieën van geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligers, die vrijwilligheid en beroeps vermengen, in beginsel dienen te verdwijnen. Landelijk worden, onder de naam van toekomstbestendig brandweerstelsel, de implementatiestappen en consequenties verder in kaart gebracht. Na landelijke besluitvorming in 2022, volgt regionale implementatie in 2023. Op basis van de landelijke besluitvorming is het pas mogelijk om voor Veiligheidsregio IJsselland de financiële effecten te bepalen. 2.
areaal accres openbare Ruimte Wanneer de gemeente financieel niet meer in de pas loopt met de werkelijke situatie op straat, gaat dit ten koste van het behoud van kapitaalgoederen. Niet alleen gaat het straatbeeld per direct achteruit, ook de inhoudelijke kwaliteit van kapitaalgoederen wordt steeds slechter en moeten vervroegd vervangen worden. Uiteindelijk neemt de gemeente dan inhoudelijk risico en is duurder uit doordat vervanging zich eerder aandient dan wanneer het (groot en klein) onderhoud van de openbare ruimte conform het bijbehorend budget beheerd kan worden. Hierbij speelt een toename van de kwantiteit een rol, maar ook de veranderingen van de kwaliteit. Bijvoorbeeld duurzaamheid, klimaatadaptatie, bereikbaarheid, comfort weggebruikers (fiets) en toegankelijkheid en inclusiviteit stellen tegenwoordig allemaal echt andere eisen dan enkele jaren geleden. Geen gelijkmatige groei van het budget met het daadwerkelijke areaal geeft dan ook aanzienlijke risico’s op het vlak van beeld, veiligheid, kapitaalvernietiging en een negatief imago van de stad bij bestaande en toekomstige bewoners en of bedrijven. Dit heeft dan vervolgens weer andere economische consequenties.
In de begroting van algemene middelen is voor dekking van areaal in het programma Leefomgeving een stelpost opgenomen van:
(Bedragen x € 1.000) -
2023
2024
2025
2026
200.000
420.000
630.000
840.00
= nadeel
Stelpost areaal
3
Elk jaar wordt een deel of het gehele bedrag voor het lopend begrotingsjaar door het programma Leefomgeving opgehaald. Hierbij komt geen specificatie voor welke gebieden en onderwerpen het budget wordt opgehaald. Bedragen die na afloop van het jaar resteren worden conform een eerder besluit van B en W gestort in de reserve overloop. Deze bedragen kunnen dan worden aangewend voor oplossen van knelpunten in vervanging van straten enz. in de komende jaren. Door het college is bij de begroting 2022 besloten dat de beleidsnota areaal moet worden geactualiseerd en hierin ook afspraken maken hoe in de toekomst de meerjarenramingen voor areaal worden berekend en welke info moet worden aangedragen voor het in het lopend begrotingsjaar toevoegen aan het programma Leefomgeving van werkelijk toename areaal. De info moet betrokken worden bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2023. Capaciteitsopgave extra woningbouw De groeiambitie van de gemeente (11.000 extra woningen) zal ook gevolgen hebben voor capaciteit op de beheerdersfuncties. De beheerders worden ingezet tijdens de groeiopgave en zullen daarna nodig zijn om het nieuwe areaal te beheren. 3. Meerjarenperspectief Parkeren lndien er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de parkeervoorzieningen op orde te houden dan treedt hetzelfde risico op als beschreven bij het beheer en onderhoud van de openbare ruimte (areaal).
Wanneer deze niet functioneel zijn, er slecht uitzien en de veiligheid niet meer gegarandeerd kan warden dan blijven bezoekers en bedrijven weg uit onze binnenstad. Naast het feit dat de gemeente hierop aansprakelijk te stellen is, is het voor de ondernemers van de binnenstad ook een enorme verliespost omdat er veel minder bezoekers naar ons centrum zullen komen. 4. vervallen 5. Herijking DVO Buitenruimte 2024 In 2023 wordt de DVO Buitenruimte herijkt (gebeurt elk 3 jaar). De uitkomst hiervan weten we nog niet maar gezien de afwijkingen uit het verleden en rekening houden met de brandstof- en energieprijzen zal dit een risico kunnen zijn. 6. Achterblijvende indexeringen marktprijzen Dit geeft een forse druk op de geprogrammeerde budgetten voor projecten 2022 en verder. Indien deze stijgingen niet vertaald kunnen worden in extra budget zal dit gevolgen hebben voor de uitvoering en realisatie van de projecten. Voor de Meerjarig onderhoudsprojecten (MJOP) is de schatting dat de prijsstijgingen ongeveer € 250.000 bedraagt en voor de investeringsprojecten ongeveer € 500.000. De afgelopen jaren is, zoals aangegeven bij het algemeen financieel beeld, dat de interne indexering achter is gebleven bij de marktindexering. Op basis van de jaren 2020, 2021 en voorjaar 2022 is in beeld gebracht wat de achterstallige indexering is.
Dit is gedaan op basis van de opgave die er ligt op binnen alle producten binnen het programma. Mogelijk nadeel € 2.1 miljoen.
4
7. onkruidbestrijding Circulus voert voor de gemeente Deventer werkzaamheden uit ten behoeve van onkruidbestrijding. Door de klimaatverandering is vaker bestrijding benodigd maar zijn de beschikbare middelen hiervoor achtergebleven ondanks verkregen structurele middelen in 2018 en 2020. Samen met Circulus zijn we bezig hoe we de bestrijding efficiënt kunnen inzetten. Om te zorgen dat de kwaliteit in de stad in stand wordt gehouden zijn er naar verwachting meer middelen nodig. Inschatting: € 0 – € 150.000 8. gladheidsbestrijding Circulus en HGB voeren voor de gemeente Deventer werkzaamheden uit voor gladheidbestrijding. De laatste winters zijn wisselvallig wat betreft harde (heftige sneeuwval of strenge vorstperiode) of zachte winters. Indien zich harde winters voortdoet is er meer inzet van personeel en materieel nodig. Ook dienen er herstelschades aan wegdekken uitgevoerd te worden. Het beschikbare budget en hetgeen in de dienstverleningsovereenkomsten van beide partijen berekend zijn komen. 9. energietransitie en duurzaamheidsmaatregelen Op basis van het Klimaatakkoord hebben overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties afspraken vastgelegd om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Anderhalf miljoen woningen moet de komende negen jaar van het gas af. Er wordt door gemeenten vanuit gegaan dat hiervoor het Rijk met geld over de brug komt.
Hierover zijn echter nog geen toezeggingen gedaan. 10. budget bodembescherming Het aflopen van de decentralisatie uitkering bodemsanering per 2021 leidt tot een daling van het budget van €439.000. De middelen worden ingezet voor bodemsaneringen (zowel apparaatslasten als uitvoeringskosten). Tussen gemeente, provincies en I&W worden gesprekken gevoerd over de budgetten voor bodem vanaf 2021. Het ministerie houdt rekening met apparaatskosten. Wel zijn er vragen over de hoogte van het beschikbare budget en de verdeling van het budget. De provincie behoudt bij komst Omgevingswet maar een deel van haar werkzaamheden (alleen de spoedlocaties). Overige taken gaan naar gemeenten. Voor Deventer is de invloed beperkt aangezien wij al zelf bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn (WBB). Gemeente en provincie geven vanuit het werkveld de voorkeur aan een doeluitkering voor een nieuwe periode 2021-2024. Verwachting vanuit landelijke werkgroep is dat pas na de zomerperiode meer duidelijkheid komt. Vanuit de werkgroep wordt de commissie EKEM (VNG) geïnformeerd. Voor 2021 hebben we bij de meicirculaire eenmalig een decentralisatie uitkering van € 439.000 ontvangen ter overbrugging naar nieuwe bestuurlijk afspraken over de bodemopgaven vanaf 2022. 11.
Omgevingsdienst Door de invoering van de omgevingswet en de wet kwalititeitsborging zal er een wijziging plaatsvinden in taken die de gemeente uitvoert rondom de vergunningverlening. De bouwtechnische toets werd voorheen door de gemeente uitgevoerd en wordt met ingang van 2023 overgelaten aan private partijen. Dit heeft als gevolg een daling van de legesinkomsten welke niet recht evenredig is terug te vinden in een daling van de kosten. Per saldo dus een negatieve invloed voor de begroting 2023. Voorlopig uitgaan van een nadeel van €500.000. Hierover wordt wel het volgende voorbehoud gemaakt:
5
Het bedrag van 5 ton is gebaseerd op een aanname en een benchmark en dus hoogst onzeker, er wordt druk gerekend en vanuit de werkgroep wordt verwacht dat na 8 augustus meer duidelijk is over de situatie in Deventer. 12. normalisatie Woonwagens De gemeente heeft met de woningcorporaties afspraken gemaakt over de overdracht van woonwagenlocaties nadat een normalisatie van de locaties heeft plaatsgevonden. Dit heeft voor alle locaties inmiddels tot een overdracht geleid, met uitzondering van de Zweedsestraat waar de aandachtspunten het meest complex bleken te zijn. Via budgetoverhevelingen is in 2022 budget beschikbaar gesteld om ook deze locatie te kunnen overdragen. Op basis van huidige inzichten is dit budget toereikend. Het is evenwel niet uit te sluiten dat dit gaat wringen. Zodra daarop concreet meer zicht is, zullen wij daarop terugkomen. 13. Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is door het Rijk recent opnieuw uitgesteld. Voor de implementatie van de omgevingswet heeft het uitstel geen consequenties qua totaal benodigd budget; dit komt door onze aanpak tot dusver beleidsneutraal over en alleen activiteiten uitvoeren die nodig zijn.
De gemeente heeft zowel een raming opgesteld voor de benodigde budgetten voor implementatie als de meer structurele effecten die de Omgevingswet heeft op gemeentelijke taken en de mogelijkheden om kosten te verhalen via leges en kostenverhaal. •
•
De kosten voor implementatie zijn geraamd op basis van de zeven pijlers van het implementatietraject. Via budgetoverhevelingen is het grootste deel van de benodigde budgetten voor de komende jaren beschikbaar gehouden. Een actuele raming van de nog benodigde dekking bedraagt € 420.000 voor de periode tot en met 2024 en een stelpost van € 400.000 voor de jaren erna. Er is met dit risico voor een bedrag van € 675.000 rekening gehouden bij de berekening van het specifiek weerstandsvermogen. Het structurele effect van de omgevingswet is inzichtelijk gemaakt in een intern werkdocument dat periodiek wordt geactualiseerd. Op basis van huidige inzichten kunnen de structurele kosten stijgen met € 200.000 - € 600.000, afhankelijk van de specifieke rol die de gemeente krijgt bij de invulling van milieutaken vanuit de Wet Kwaliteitsborging. Deze kosten kunnen gedeeltelijk worden opgevangen uit hogere inkomsten uit leges en kostenverhaal welke zijn geraamd op circa € 200.000.
14. grondexploitaties a. winstneming grondexploitaties De grondexploitaties voor Eikendal, Tuinen van Zandweerd, Steenbrugge en de Shita-locatie kennen een winstverwachting van in totaal circa € 13 miljoen, waarvan tot dusver circa € 3 miljoen via winstneming is gerealiseerd. Van de resterende € 10 miljoen neemt de gemeente voorzichtigheidshalve 50% mee in de begrote baten voor 2022 en verder, rekening houdend met de timing van winstname volgens de bbvvoorschriften. Daarnaast zijn enkele locaties in voorbereiding welke ook tot een winstgevende grondexploitatie kunnen leiden (zoals de Van Hetenlocatie). Hiervoor is nog geen winst geraamd. Vanwege de voorzichtige raming van 50%, zal bij effectuering van de huidige raming een additioneel voordeel optreden. Hierbij bestaat de mogelijkheid dat dit voordeel gedempt zal 6
worden als gevolg van een vennootschapsbelastingplicht die ontstaat wanneer de gehele portefeuille van grondexploitaties per saldo winstgevend is. b. risico’s grondexploitaties De actualisatie van de grondexploitaties per 31-12-2021 is verwerkt in de jaarrekening en heeft geleid tot een omvangrijke vrijval van verliesvoorzieningen ten opzichte van de jaarrekening 2020. De marktomstandigheden zoals die in de taxatie van nog te verkopen gronden is gehanteerd is gebaseerd op de zeer gunstige marktomstandigheden zoals die zich in 2021 voordeden. Wijzigingen in deze marktomstandigheden kunnen materiële gevolgen hebben voor de verliesvoorzieningen. De gevoeligheidsanalyse die jaarlijks als onderdeel van de accountantscontrole wordt opgesteld laat zien dat een prijsdaling van 10% een effect heeft van circa € 15 miljoen op de totale portefeuille. c. bouwkosten De bouwkosten kunnen in de komende jaren onder druk komen te staan door zowel een versnelling van de woningbouwopgaven als de prijsontwikkeling van grondstoffen. De gemeente betrekt verwachtingen en risico’s in de reken technische uitgangspunten voor de grondexploitaties die jaarlijks als onderbouwing van de jaarrekening worden opgesteld. 15. kosten programmamanagement en uitvoeringskaders De programma- en uitvoeringskosten voor de grondexploitaties liggen sinds 2019 hoger dan waar in de begroting rekening mee wordt gehouden.
Dit leidt ertoe dat ieder jaar hogere kosten aan de grondexploitaties worden doorbelast dan waarmee vooraf rekening is gehouden. Voor 2021 en 2022 is bij de 2e kwartaalrapportage additioneel budget beschikbaar gesteld. Voorstellen voor een structurele oplossing van deze situatie vanaf 2023 worden meegenomen bij het opstellen van het nieuwe uitvoeringskader ‘Financiële spelregels grondbeleid’ zodra de contouren van het nieuwe grondbeleid zijn bepaald. Deze structurele oplossing kan worden betrokken in de begroting 2023. 16. Reserve onroerende zaken Voor de panden en gronden binnen taakveld 0.3 is een structurele winstafdracht aan algemene middelen begroot van €650.000. Uitgangspunt was dat door verkoop van niet-kernbezit en opbrengstmaximalisatie van het bestaande bezit deze winstafdracht gerealiseerd zou kunnen worden. Echter, de exploitatie is geoptimaliseerd maar er hebben zich ook nadelige ontwikkelingen voorgedaan waar de exploitatie van deze panden en gronden al een aantal jaren ontoereikend voor deze winstafdracht. Het nadelig exploitatieresultaat is tot dusver opgevangen met puttingen uit de Reserve Onroerende Zaken. De omvang van dit knelpunt is in meer detail beschreven in een separate collegememo (15 juni 2021) en is toen geraamd op structureel €260.000. Dat is meegenomen in de besluitvorming Q1 rapportage 2022.
Aangegeven is dat het knelpunt nog geactualiseerd wordt en dat een indicatie komt op een bandbreedte van €200.000 - €400.000. Het betreft een inschatting op basis van gerealiseerde kosten van de afgelopen jaren en de afnemende omvang van de vastgoedportefeuille. Bij de oplossing van het onderhoudsknelpunt is aangegeven dat niet alle objecten zijn meegenomen en waarom niet. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat het onderhoud bij de huurder ligt of dat een project (renovatie/ nieuwbouw) in voorbereiding is. De Bolwerksmolen en -woning is vanwege een verkoopbesluit niet meegenomen. In het bestuursakkoord is de financiële taakstelling teruggedraaid, maar verkoop blijft nog steeds de lijn. Wanneer verkoop niet lukt zijn de budgetten onvoldoende.
7
Kadernota vastgoed In de uit te werken kadernota vastgoed, die naar verwachting in september aan het college wordt aangeboden, zullen nieuwe begrotingsregels worden opgenomen hoe om te gaan met specifieke risico’s voor het beheer van vastgoed en waarvoor specifiek weerstandsvermogen aangehouden moet worden. De volgende risico’s t.a.v. vastgoedbeheer zijn van belang en moeten nader gekwantificeerd worden: Contractrisico’s: in verouderde contracten zijn afspraken zoals demarcatie van verantwoordelijkheden van huurder en eigenaar niet helder vastgelegd Schades: voor welke schades dekking via opstalverzekering en welke komen ten laste van eigen exploitatiebudget Onvoorzien onderhoud. Met een structurele dotatie in de reserve onderhoud, die tzt in een voorziening wordt omgezet, wordt het budget voor het meerjarige onderhoud en de vervangingsinvesteringen bepaald. Onvoorziene kosten gekoppeld aan de uitvoering van planmatig onderhoud, maar niet zijnde onderhoud (bijv. asbestsaneringen) komen ten laste van de algemene middelen. Leegstand: mutatieleegstand, dekking mee te nemen in de raming huuropbrengst van de vastgoedbegroting Waarderisico: afwaarderingen van vastgoed met economische bestemming (periodieke hertaxatie van de marktwaarde gerelateerd aan boekwaarde) komen nu nog ten laste van de reserve OZ.
Voorstel bij kadernota is de reserve OZ op te heffen en het waarderisico af te dekken binnen het specifiek weerstandsvermogen Hogere eisen als gevolg van wet- en regelgeving Rente: rentewijzigingen kunnen vanwege bestaande huurovereenkomsten niet in de huur doorberekend worden. Dit wordt verrekend met de algemene middelen Op dit moment kunnen deze risico’s niet gekwantificeerd worden. Op termijn willen we daar wel naar toe om meer in control te zijn. Over de risico’s in de ontwikkelings- en bouwfase van investeringsprojecten wordt via de betreffende programma’s gerapporteerd. 18. BUIG De bijdragen van het Rijk voor bijstand uitgaven lopen niet parallel met de ontwikkelingen ten aanzien van de uitgaven voor bijstand in de begroting. We hebben structureel een tekort op het BUIG budget. Tekst 3e kwartaalrapportage 2022: Begin oktober zijn het definitief BUIG budget 2021 en het voorlopig BUIG budget 2022 bekendgemaakt vanuit het ministerie van SZW. Het definitief budget 2021 is ruim €520.000 lager dan het nader voorlopig budget 2021. Hier staat tegenover dat de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden in 2021 positiever is dan eerder geraamd. Het gemiddeld volume komt in 2021 naar verwachting uit op 2.705 terwijl in de begroting werd uitgegaan van 2.780. Dit leidt tot een voordeel van ruim €1,28 miljoen. Per saldo wordt nu een resultaat verwacht van €2,5 miljoen.
in 2021. Zoals reeds eerder gemeld is dit voordeel naast de positieve ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden voornamelijk het gevolg van het BUIG budget dat in 2021 voor Deventer abusievelijk te hoog is vastgesteld door het ministerie van SZW.Het voorlopig budget 2022 leidt ten opzichte van de primitieve begroting 2022 tot een aanzienlijk nadeel. Voornamelijk veroorzaakt doordat het werkelijk budgetaandeel voor Deventer lager is dan het aandeel geraamd in de begroting gebaseerd op het aandeel in voorgaande jaren. In 2022 leidt dit tot een nadeel van €1,5 miljoen. Het macrobudget wordt in 2022 nog twee keer bijgesteld o.b.v. de realisatie 2021 en actuele ontwikkelingen. Het budgetaandeel voor Deventer wijzigt in 2021 niet meer. Bij een gelijkblijvend budgetaandeel is echter sprake van een structureel effect 8
voor de meerjarenbegroting. Dit vraagt om aanvullende maatregelen om het bijstandsvolume in Deventer naar beneden te krijgen, hiervoor nemen we een uitstroomtaakstelling op van €740.000 in 2023 en vanaf 2024 €1,5 miljoen. Jaarlijks moet dit bedrag worden geactualiseerd op basis van de bijgestelde en nieuwe beschikkingen BUIG budget van het ministerie van SZW (Q3-rapportage). Op basis van het nader voorlopig budget 2022 bedraagt het nadeel op het BUIG budget dat gedekt wordt ten laste van de algemene middelen nog extra €745.000. Echter wordt het BUIGbudget in 2022 nog een keer bijgesteld op basis van de realisatiecijfers en conjuncturele ontwikkelingen. Daarnaast is op dit moment nog veel onzeker ten aanzien van de ontwikkeling van het bijstandsvolume in Deventer. We zien dat de daling in 2022 voorzet en volgens de voorspellingen van het CBP zal de werkloosheid in 2022 iets stijgen. Bestandsontwikkeling 2019-2022 Participatiewet Het bestand v.w.b. PW is gedaald met 20 van 2570 naar 2550. De verwachte daling vanaf mei-22 is ingezet. De lijn volgt nog steeds die van 2021.
Er is recent landelijk afgesproken dat 7.500 statushouders versneld uit moeten stromen uit de asielzoekerscentra, dit om de druk op de asielopvang te verlichten. Voor de regio IJsselland is dit aantal vastgesteld op 300 statushouders in de komende zes weken. Omdat Deventer haar verantwoordelijkheid neemt, is het voorstel om een tussenoplossing te vinden op het terrein van het AZC in Schalkhaar, voor 150 statushouders, in tijdelijke woonunits in de vorm van een zogenaamde tussenvoorziening. Er is nog veel onduidelijk over de 150 Statushouders die er voor 1 september worden geplaatst in de tijdleijke woonunits. Welk effect dit zal hebben op het BUIG budget moet nog verder worden geannalyseerd. Kort geleden is het signaal afgegeven dat het minimumloon volgend jaar 10 procent omhoog gaat in plaats van stapgewijs naar 10 procent, dit jaar zal er geen koopkrachtreparatie plaatsvinden. Er beginnen details naar buiten te komen over het begrotingsakkoord dat het kabinet vannacht heeft gesloten. Bronnen zeggen dat er volgend jaar vele miljarden worden uitgegeven om de koopkracht van de Nederlanders op peil te houden.Naar verluidt gaat het om een ongekend groot pakket van meer dan 15 miljard euro. Naar verwachting zal het voorlopig Buig budget 2023 in oktober hoger zijn dan verwacht.
Er is recent landelijk afgesproken dat 7.500 statushouders versneld uit moeten stromen uit de asielzoekerscentra, dit om de druk op de asielopvang te verlichten. 9
Voor de regio IJsselland is dit aantal vastgesteld op 300 statushouders in de komende zes weken. Omdat Deventer haar verantwoordelijkheid neemt, is het voorstel om een tussenoplossing te vinden op het terrein van het AZC in Schalkhaar, voor 150 statushouders, in tijdelijke woonunits in de vorm van een zogenaamde tussenvoorziening. Er is nog veel onduidelijk over de 150 Statushouders die er voor 1 september worden geplaatst in de tijdelijke woonunits. Welk effect dit zal hebben op het BUIG budget moet nog verder worden geanalyseerd. 19. Beschermingsbewind (claims) Bewindvoering is per 1 mei 2022 ontslagen in alle zaken van bewindvoering. In 2022 zijn er eenmalige overname kosten betaald/gereserveerd. Eind 2022 zijn er geen formatiekosten meer en geen inkomsten meer voor deze dienstverlening . Alle cliënten zijn toebedeeld aan andere bewindvoerders. In totaal moet het BAD 392 personen overdragen, te verdelen in 320 eenpersoons en 36 tweepersoonsbewinden. De totale overnamekosten bedragen daarmee (er vanuit gaande dat alle bewindvoerders het maximale bedrag in rekening zullen brengen) circa €260.000 inclusief BTW. Hiervan is de dekkinggeregeld in Q1 2022. Bij verdere afwikkeling van dit vraagstuk kunnen mogelijk nog aanvullende nadelen optreden. 20. Minima en schuldenbeleid Het nieuwe beleid is onlangs vastgesteld. Het jaar 2022 is het jaar van de implementatie.
Op basis van de implementatie wordt een nieuw formatie calculatiemodel voor de uitvoering van de minimaregelingen en schuldhulpverlening opgesteld. 21. Energielasten burgers 2022 Naar schatting heeft 10% van de huishoudens in Nederland een te hoge energierekening ten opzichte van hun inkomen. Om mensen met lage inkomens nu snel te ondersteunen bij de stijging van de energieprijzen werkt het ministerie van SZW i.s.m. VNG, Divosa en gemeenten aan een regeling op te stellen voor een eenmalige generieke tegemoetkoming: de energietoeslag. Maximaal 800 duizend huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum ontvangen ongeveer 200 euro via hun gemeenten. De uitvoering van de regeling en ondersteuning aan gemeenten ligt voor bij de raad van state. Deze tegemoetkoming is echter onvoldoende om de gehele koopkrachtdaling mee op te vangen. Deze huishoudens houden moeite met het betalen van de energierekening en lopen het risico om schulden te maken. En als de energieprijzen hoog blijven of verder stijgen, krijgen nog veel meer huishoudens hier de komende jaren mee te maken. Het risico bestaat dat wanneer er niks wordt gedaan aan de toename van de energierekeningen er meer mensen in de schulden komen.
Er is een voorstel in voorbereiding om de hoogte van de bijstand tijdelijk af te stemmen voor de huishoudens die door de forse stijging van de energienota in betalingsproblemen komen. 22. Circulus Berkel Sinds 2019 zijn de kosten voor de re-integratieactiviteiten jaarlijks toegenomen zonder uitlegbare/overdraagbare onderbouwing. De extra kosten voor 2019 zijn eenmalig toegekend onder voorbehoud van trajectprijzen. Tot op de dag van vandaag ontbreekt dit inzicht nog. Het voorstel is de output doelstelling naar beneden bij te stellen maar CB geeft aan dat dat het financiële knelpunt niet oplost. Doordat geen inzicht wordt gegeven in welke prestaties worden geleverd voor de kosten is er ook geen enkele aanleiding dan wel onderbouwing om het budget te verhogen. Sterker nog het budget kan niet langer verantwoord worden. Voor 2022 hebben we een knelpunt van €86.000+ €166.000. Momenteel zijn er afspraken gemaakt om te voorkomen dat hetzelfde knelpunt in 2023 zich ook voordoet. Dit wordt verder duidelijk in de 3de kwartaalrapportage. CB moet meer inzicht geven in hun dienstverlening en wat ze precies doen. 10
23. Liquiditeit, exploitatie en investeringen Sportbedrijf Op dit moment wordt een lange termijn visie opgesteld voor de Scheg. Deze visie wordt januari 2023 afgerond. Maarten Kuiper heeft aangegeven een financiering nodig te hebben voor o.a. de IJsbaan. Sportbedrijf kan de exploitatielasten van de lening niet volledig dekken. Overzicht vanuit de gegeven die zijn aangeleverd door Maarten Kuiper: Korte termijn investeringen de scheg 2023 Investeringen ijsbaan= €2.739.807,Voorbereiding op investeringen duurzaamheid= €541.000,Totaal= €3.280.807,Zelf te financieren binnen huidige exploitatie lening van 1,7 miljoen. (voorwaarden lening looptijd 20 jaar, 2,2% rente). Inschatting extra energielasten 2022 (naast de €622.000 die al is ontvangen)= €500.000,Verwacht exploitatie tekort 2023 (schatting): €500.000,24. SPUK regeling sport Na 2023 niet duidelijk of SPUK verlengd wordt of dat het toegevoegd wordt aan de A.U. Tevens is een risico dat we meer btw hebben dan het SPUK-plafond. Inschatting: nog niet bekend 25. Inburgering De wet inburgering is 1-1-2022 van kracht gegaan. Voor de jaren 2022 en 2023 komen we structureel geldtekort. Afgesproken is programma Meedoen de reserve nieuwkomers mag inzetten om deze tekorten op te vangen. Vanaf 2024 is er geen structurele dekking om alle taken uit te voeren. Inschatting: nog niet bekend. 26.
Tarieven Jeugd en WMO Verwachte prijsstijging tarieven i.v.m. nieuwe inkoopcontracten/aanbesteding trajecten. WMO is te dekking binnen eigen begroting. Voor jeugd is aanvullend al €500.000 opgenomen in de begroting. In 2023 volgt de aanbesteding voor de gecertificeerde instellingen (gi’s). Gezien de krappe arbeidsmarkt stijgen deze tarieven behoorlijk. Inschatting gi’s nog niet mogelijk gezien traject aanbesteding. 27. Uitblijvende volumestijging wmo In de begroting houden we rekening met een volumestijging sociaal domein. De zorgvraag schommelt tussen de €14 en €15 miljoen (al vanaf 2019). Het totale voordeel WMO-dienstverlening in 2021 is €3,4 miljoen. Inschatting: incidenteel 2022 volgt bij Q3. Structureel wordt bepaald bij voorjaarsnota 2023. 28. Stijging woningaanpassingen/hulpmiddelen Door de krappe woningmarkt zullen er meer aanvragen naar woningaanpassingen en hulpmiddelen komen. Inschatting: nog niet bekend. 11
29. Loonstijgingen WMO en Jeugd In onze begrotingsrichtlijnen is opgenomen dat we de personele kosten indexeren op basis van het OVApercentage (overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling). Inschatting: nog niet bekend 30. IHP-onderwijshuisvesting Gezien de wettelijke zorgplicht tot onderwijshuisvesting voor scholen gevestigd in een gemeente, worden investeringen in vervangende nieuwbouw gezien als autonoom. Er zit alleen enige beleidsruimte in het moment van investering. Woonplaatsbeginsel voogdij 18+ Per 1 januari 2022 is de Wet wijziging woonplaatsbeginsel (wpb) Jeugdwet van kracht. Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente (financieel) verantwoordelijk is voor de kosten van jeugdhulp. Meicirculaire 2021 €1,4 miljoen structureel voor woonplaatsbeginsel gekregen, nu nog niet helder wat de daadwerkelijke kosten zijn. Meer duidelijkheid najaar 2022. 31. Indexatie RSJ Mogelijk wijziging indexatie vanuit RSJ per 1 januari 2024. Deventer heeft als enige gemeente tegen de nieuwe indexatie voorstellen gestemd, het plan is om af te wijken van de OVA percentages en zelf een berekening te maken aan de hand van CAO’s. Dit sluit niet aan bij onze begrotingsrichtlijnen en is niet wenselijk gezien OVA een landelijk erkend percentage is. Meer duidelijkheid najaar 2022. 32.
Risico subsidiepartijen (Jeugd en WMO) Zij ontvangen van de gemeente een vaste indexatie, terwijl de werkelijke kosten harder stijgen. Risico op aanvragen extra middelen vanuit subsidiepartijen die niet rondkomen. Tevens doordat gedurende het jaar CAO’s worden vastgesteld met terugwerkende kracht. Gevolg mogelijk minder prestaties die door partijen geleverd kunnen worden bij gelijkblijvende tarieven. 33. Speelgoedmuseum (verbouwing verduurzaming pand) Uitstel verbouwing/verduurzaming Waag tot de volgende collegeperiode. 34. Cultureel Centrum • Liquiditeitsprobleem DS (adhv uitkomsten boekenonderzoek) = risico • Exploitatietekort DS (adhv uitkomsten boekenonderzoek) = € 600.000 en structureel → bedrag onder voorbehoud! • Huur DS 3mnd 2021 = € 275.000 en incidenteel → bedrag onder voorbehoud! Bovenstaande zijn allemaal knelpunten bestaand beleid, maar gezien de omvang onmogelijk te dekken uit het programma. Dit zal naar verwachting ten laste komen van de algemene middelen. Deze punten zijn ook onderdeel van het plan De Nieuwe Keizer. Binnen de uitwerking van dit plan zal waar mogelijk een oplossing gezocht worden voor de knelpunten. 35. exploitatie Mimik Mimik verkeert in de opstartfase na de oplevering en de lange covid-periode.
Op dit moment is nog niet aan te geven wat de jaarlijkse exploitatiebijdrage aan Mimik moet zijn om een meerjarige stabiele en sluitende exploitatiebegroting mogelijk te maken en jaarlijks terugkerende incidentele bijdrage te voorkomen. 36. Aanbesteding belastingsysteem 12
Voor de aanbesteding en implementatie van het financieel systeem zijn in de eerste kwartaalrapportage middelen beschikbaar gesteld conform besluit obv de geactualiseerde raming van de projectleider. Afhankelijk van de uitkomst van de aanbesteding kan deze raming mogelijk nog wijzigen. De aanbesteding van de percelen A (basisregistraties WOZ) en B ( Heffen en Innen gemeentelijke belastingen) wordt afgestemd op de toekomstige ontwikkelingen. Zo is de landelijke discussie rond SOR nog niet afgerond. Daarnaast zijn binnen het vakgebied Belastingen de processen geoptimaliseerd binnen de huidige technische en functionele mogelijkheden. Om ook binnen dit perceel de continuïteit van de kritische bedrijfsprocessen te borgen, is voorgesteld om per 1 januari 2026 voor deze percelen een nieuwe Europese aanbesteding, gunning en implementatie doorlopen te hebben. Met deze fasering in perceelindeling wordt de markt uitgedaagd en worden de implementatiewerkzaamheden gespreid. Voor aanbesteding en implementatie van het belastingsysteem zijn nog geen middelen beschikbaar. 37. Implementatie Pink (aanbesteding applicaties sociaal domein) In 2022 wordt de implementatie van het nieuwe systeem voor Sociaal domein voorgezet en in oktober zal men op basis van de analyse en voortgang van de planning een besluit worden genomen of het haalbaar is om de overgang in januari te kunnen realiseren.
Er bestaat een risico dat er door een aantal oorzaken het huidige systeem voor een jaar langer moeten aanhouden. In de begroting 2023 is hier geen rekening meegehouden. Indien van toepassing, waar komen deze lasten. 38.arbeidsmarkt Ín de begrotingsvoorstellen nieuw beleid 2023 en de formatiewijzigingen t;g;v; de organisatieontwikkelingen is vanaf 2023 inmiddels standaard opgenomen dat voor laptops, telefoons en licenties €2.500 moet worden opgenomen als overheadopslag, af te dragen aan DOWR I. In de middelen, beschikbaar gesteld voor organisatie-ontwikkeling is op enkele punten rekening gehouden met formatiegroei bedrijfsvoering (m.n. HRM). Bij de uitwerking van de organisatie-ontwikkeling zal onder het project beheer op orde een voorstel worden gedaan hoe de groei van bedrijfsvoering moet worden meegenomen bij voorstellen formatiegroei. 39. groei van de organisatie De groei van de organisatie, er is een toename van het aantal medewerkers, heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering. In de huidige systematiek groeit de bedrijfsvoering daar niet in mee, dit kan gevolgen hebben voor de dienstverlening, de efficiëntie en effectiviteit van de organisatie.
Het verdient aanbeveling een systematiek te ontwikkelen waarmee de bedrijfsvoering meegroeit met de gewenste en gevraagde dienstverlening in een ‘trap-op / trap-af systematiek’, waarin ook een minimaal benodigd basisniveau gewaarborgd is. 40. Dividend Enexis Om meerdere redenen blijft er druk staan op de dividenduitkering van Enexis. Naast de stijgende kosten vanuit Tennet (de landelijke netwerkbeheerder van het hoogspanningsnet) zijn er nog twee aspecten die mogelijk leiden tot verdere verlaging van de dividenduitkering: 1. de hoge investeringsopgave energietransitie en netwerkversterking en gerelateerd daaraan het behouden van een goede Eigen Vermogen positie. 2. het rendement / netto winst van Enexis door rijksregels (middels een zogenaamde WACC) gelimiteerd door het o.a. te koppelen aan de kapitaalmarktrente. Geraamd is €203.000. Financieel risico is dat de dividenduitkering, na een neerwaartse bijstelling in 2021 van €77.00, verder zal dalen. Dit financieel risico wordt op ongeveer €60.000 structureel ingeschat. 13
41. Gemeentefonds (verdeelmodel beschermd wonen) Alle gemeenten worden in 2022 verantwoordelijk voor beschermd wonen. Een nieuwe financiële verdeling over gemeenten en een woonplaatsbeginsel worden wel pas per 2023 ingevoerd. 42. Algemene uitkering (nieuw model accres berekening) De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is gevraagd advies uit te brengen over de toepassing van de normeringssystematiek. Deze adviesaanvraag staat in het licht van de aankomende kabinetsformatie. De huidige normeringssystematiek - samen de trap op, samen de trap af - zorgt ervoor dat de middelen in het gemeente- en provinciefonds dezelfde ontwikkeling kennen als de rijksuitgaven. Een komend kabinet zal met decentrale overheden hierover nieuwe afspraken moeten maken. Tot en met 2025 is het accres bevroren. De verwachting is dat vanaf 2026 een nieuw systeem wordt ingevoerd waarbij ook zal worden gekeken naar invoering eigen belasinggebied voor gemeenten. 43. Lonen en sociale lasten Elk jaar wordt er in de begroting rekening gehouden met een stijging van de loonsom. De werkelijke uitkomsten zijn echter afhankelijk van de uitkomst CAO gemeenteambtenaren en van de mutatie in de premies sociale lasten. 44. btw-dossiers In de memo 2e kwartaalrapportage 2022 is informatie gegeven over de diverse lopende btwonderwerpen. 45.
bouwkosten grote projecten Kans op toename bouwkosten voor de grote projecten zoals bijv.: sporthal Bathmen, de Nieuwe Keizer, slim warmtenet en school en sporthal Marke. Bij De Marke moet er ook nog inkomsten komen uit verkoop grond. 46. Energielasten gemeente breed Stijging prijs elektriciteit en gas.
47. Kostenstijgingen en subsidies Gemeentelijke indexaties van subsidies blijven achter bij de prijsindexen waar instellingen mee werken. Hierdoor ontstaan langzaamaan exploitatietekorten als gevolg van te lage subsidies. In programma Leefomgeving is ook sprake van stijging van de prijzen voor bijvoorbeeld asfalt. Huur van gemeentelijke panden zal stijgen, naar verwachting 9%. Dit kan tot een knelpunt leiden bij culturele instellingen.
14