CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-756 Raadsvoorstel Wijziging Apv en Verordening fysieke leefomgeving aan Omgevingswet

Raadsvergadering 29 november 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Wijziging Verordening fysieke leefomgeving i.v.m. de Omgevingswet1.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp

:

Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team

: : : :

Wijziging Verordening fysieke leefomgeving in verband met Omgevingswet Wethouder Wijnhoud, 2022-756 14-11-2023 DEV-OV

Inleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Verordening fysieke leefomgeving (hierna: Vfl) bevat regels over de fysieke leefomgeving. Om onder de Omgevingswet met deze verordening te kunnen blijven werken, moet de Vfl worden aangepast met het oog op inwerkingtreding van deze wet. Het gaat voornamelijk om juridisch-technische aanpassingen. Hierbij is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de door de VNG aan de Omgevingswet aangepaste Model-Apv en Model-Erfgoedverordening. De wijzigingen zijn beleidsneutraal. Alleen bij de bepalingen over hemelwater gaat het om beperkte inhoudelijke wijzigingen. Het voorstel bevat daarnaast een aanpassing van de vergunningduur van markstandplaatsen. In de bijgevoegde was-wordt tabellen kunt u zien hoe de artikelen komen te luiden.

Raadsvoorstel 1. De 'Verordening tot wijziging van de Verordening fysieke leefomgeving' vast te stellen 2. Te bepalen dat deze verordening in werking treedt op de momenten zoals opgenomen in artikel II van de wijzigingsverordening

Kern raadsvoorstel Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Verordening fysieke leefomgeving (hierna: Vfl) bevat regels over de fysieke leefomgeving. Om onder de Omgevingswet met deze verordening te kunnen blijven werken, b.v. als kader om gemeentelijke monumenten te wijzen, is een wijziging van de Vfl noodzakelijk. Het gaat voornamelijk om juridisch-technische aanpassingen. Het voorstel bevat twee inhoudelijke wijzigingen, te weten de vergunningduur voor standplaatsen op de markt en de verplichting om een hemelwatervoorziening te realiseren bij het aanbrengen van meer dan 100 m² aan terreinverharding.

Beoogd resultaat Een actuele Verordening fysieke leefomgeving zodat deze kan blijven dienen als toetsingskader.

Kader artikel 149 van de Gemeentewet artikel 3.16 van de Erfgoedwet, artikel 38 van de Monumentenwet 1988 artikelen 2.21, eerste lid, onder a en b, en 3.148, tweede lid, onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer artikel 8.2.2. van het Invoeringsbesluit Omgevingswet

Argumenten ten behoeve van de raad Grondslagen en formele verwijzingen in de Vfl zijn geactualiseerd als gevolg van de Ow. Het gaat bij voorbeeld om het vervangen van begrippen. Zo wordt het begrip "bestemmingsplan" vervangen door "omgevingsplan". Ook verwijzingen naar wetgeving en andere regelgeving die bij inwerkingtreding van de Omgevingswet komt te vervallen, zoals delen van de Wet milieubeheer en het provinciaal wegenreglement, worden aangepast en geactualiseerd. Afdeling 3.1 Vfl gaat over de verplichting bij bouwactiviteiten een bodemrapport aan te leveren en is gebaseerd op artikel 8 van de Woningwet. Dit artikel

vervalt onder de Omgevingswet. De bepalingen over bodem en bouwen komen terug in de bruidsschat en hoeven om die reden niet meer afzonderlijk in deze verordening te worden opgenomen. In artikel 3.1 e.v. van de Aanvullingswet bodem is overgangsrecht geformuleerd dat er voor zorgt dat in bepaalde situaties de Wet bodembescherming van toepassing blijft. Omdat de Wbb zelf wordt ingetrokken, is in de verordening een verwijzing naar de wet zoals die luidde direct voorafgaand aan inwerkingtreding van de Ow nodig. Artikel II, onderdeel W van de voorgestelde wijzigingsverordening voorziet daarin. De artikelen 6.1.1 en 6.1.2 Vfl over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder van verlichting binnen of vanuit inrichtingen moeten te zijner tijd worden opgenomen in het omgevingsplan. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen deze artikelen uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Tot die tijd moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het gaat om de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer en het begrip inrichting, is daarvan een definitie opgenomen in artikel 1.6 Bijlage 1 Vfl.

De artikelen 6.1.1 en 6.1.2 Vfl zelf worden niet gewijzigd. De wettelijke definities uit artikel 1.1 van de Erfgoedwet gelden onverkort voor de begrippen die gebruikt worden in hoofdstuk 4 van de Vfl. De Vfl berust mede op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en moet daarom in samenhang met de Erfgoedwet worden gelezen. Artikel 1.4 van Bijlage 1 bevat daarom alleen begrippen waarvan de definitie moet worden omschreven of die kortheidshalve zijn gegeven en die niet al (in deze vorm) in artikel 1.1 van de Erfgoedwet zijn gegeven. De Omgevingswet kent ook nieuwe begrippen In verschillende artikelen van de Vfl staat nu dat een verbod niet geldt voor onderwerpen waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. In plaats daarvan komt te staan dat het verbod niet geldt voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. De strekking van de artikelen verandert hierdoor niet.

De Omgevingswet heeft een uitputtende regeling voor omgevingsvergunningen Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een uitputtende regeling voor de beslistermijnen, het nakomen van de voorschriften, voor wie de omgevingsvergunning geldt en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning. Enkele artikelen, zoals artikel 9.2.3 Vfl worden om die reden gewijzigd. De vergunningvrije monumentenactiviteiten voor gemeentelijke monumenten zijn gelijk aan die voor rijksmonumenten Onder de Omgevingswet is voor begraven, asbijzettingen en het plaatsen van grafmonumenten op begraafplaatsen die rijksmonument zijn en als begraafplaats in gebruik zijn, geen omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit nodig. Voorgesteld wordt om ook voor begraafplaatsen die gemeentelijke monument zijn te regelen dat voor deze handelingen geen omgevingsvergunning voor het wijzigen van een monument nodig is. De Joodse begraafplaats is een gemeentelijk monument en wordt incidenteel nog gebruikt voor begraven. Formeel is hiervoor in de huidige situatie een monumentenvergunning nodig die in de praktijk niet wordt

aangevraagd. Aan artikel 4.3.1, vierde lid, Vfl wordt een onderdeel toegevoegd waardoor een begraving en het plaatsen van een grafmonument vergunningvrij zijn. Bepalingen over hemelwater zijn in lijn gebracht met andere bepalingen en de Omgevingswet De Vfl bevat een verbod om hemelwaterafvoeren aan te sluiten op de riolering en een verplichting om bij bepaalde activiteiten een hemelwaterberging op eigen terrein te maken. Deze bepalingen zijn onvoldoende Omgevingswetproof. De Omgevingswet kent niet de mogelijkheid van een ontheffing, zoals bepaald in artikel 8.2.4. Ook wijken de bepalingen qua redactie en opzet te veel af van andere artikelen in de Vfl. Door de artikelen anders te formuleren is geen inhoudelijke wijziging beoogd. Omdat voor het gebied Eikendal een andere norm geldt, is dit gebied expliciet opgenomen en is er een kaart met de contour gemaakt. Deze contour kan te zijner tijd via regels op de kaart worden weergegeven. Voor het aanbrengen van grote terreinverharding geldt een verplichting een hemelwatervoorziening te realiseren In principe is de aanpassing van de Vfl aan de Omgevingswet beleidsneutraal. De verplichting om een voorziening te realiseren bij terreinverharding is een inhoudelijke wijziging. In het huidige artikel 8.2.4 is alleen een verplichting opgenomen voor het realiseren van waterberging voor regenwater dat afstroomt van dakoppervlak.

Er is geen verplichting opgenomen voor terreinverharding. Destijds is hiervoor gekozen, omdat handhaving bij particulieren op terreinverharding erg lastig is. We missen hierdoor echter ook de grotere oppervlakken aan terreinverharding bij bedrijven. Deze zijn wel te handhaven en vaak wordt hier ook al een rioolstelsel met kolken voor aangelegd. Vanaf 100 m² gaat het veelal om bedrijfspercelen en is deze verplichting te handhaven. Het gaat om een substantiële hoeveelheid verharding, waarvoor vaak op het bedrijfsperceel al een hemelwaterrioolstelsel moet worden aangelegd. Dit dient gecombineerd te worden met een voorziening voor de berging en infiltratie van hemelwater. Bij terreinverhardingen zal de verplichting in het algemeen niet gelden bij particuliere woningen. Daarvoor geldt dat hemelwater meestal zonder overlast kan afvloeien naar het niet verharde deel van de tuin of erf. Deze nieuwe verplichting geldt niet voor al aanwezige terreinverharding of verharding waarvoor onder de Wabo vergunning is aangevraagd of verleend. De vergunningduur voor vaste standplaatsvergunningen gaat van 5 jaar naar 12 jaar Bij de vaststelling van de Vfl in 2020 is voor de vaste standplaatsvergunningen (de marktstandplaatsen) de vergunningduur bepaald op 5 jaar. Vergunningen voor standplaatsen op de markt zijn schaarse vergunningen zodat vergunningen een bepaalde looptijd moeten hebben.

Bij het bepalen van de vergunningduur is onvoldoende rekening gehouden met de terugverdientijd van de noodzakelijke investeringen. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van daarna blijkt dat dit wel had gemoeten. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft SEO Economisch Onderzoek onderzoek gedaan naar de terugverdientijd in de ambulante handel. Op 21 januari 2021 is het rapport ’Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel’ uitgebracht. Uit dit rapport blijkt dat de gemiddelde terugverdientijd voor gedane investeringen varieert tussen de negen jaar (ondergrens) en twaalf jaar (bovengrens). Op basis van het SEO-rapport hoeft geen rekening gehouden te worden met verschillen in de aard van de ambulante handel. Daarom wordt voorgesteld te kiezen voor een algemene termijn voor vaste standplaatsen van 12 jaar. De nadere onderbouwing voor de 12 jaar kunt u lezen in de toelichting op de wijzigingsverordening.

De vergunningduur van 12 jaar is gelijk aan de in het (ontwerp) standplaatsenbeleid opgenomen vergunningduur voor standplaatsen buiten de markt, de zogenaamde individuele standplaatsen. Inwerkingtreding van de wijzigingen Artikel II, eerste lid, van de wijzigingsverordening voorziet erin dat de wijzigingen pas van toepassing zijn op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. Het tweede en derde lid zijn hierop een uitzondering. In het geval de Omgevingswet onverhoopt opnieuw wordt uitgesteld, betekent dit dat de wijziging over de vergunningduur van de marktstandplaatsen niet in werking treedt. Daarom is voor die onderdelen gekozen voor de gebruikelijke inwerkingtreding van de dag na bekendmaking. Voor het derde lid geldt dat er voor enkele onderdelen bij inwerkingtreding van de Ow geen grondslag meer bestaat om deze bepalingen vast te stellen. Voor deze onderdelen van de wijzingsverordening geldt dat zij in werking treden op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van de Ow.

Betrokken partijen en participatie Op 13 maart 2023 is het idee van een vergunningduur van maximaal 12 jaar voor de vaste marktstandplaats besproken met de marktcommissie, waaronder een vertegenwoordiging van de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH). De marktcommissie kan instemmen met een maximale vergunningduur van 12 jaar.

Financiële consequenties n.v.t.

Betrokkenheid raad -

Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,

J.P. Wassens

R.C. König

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13499978/1