2022-755 Meerjaren Perspectief Parkeren MPP 2022
Tekst van het document
Meerjaren Perspectief Parkeren MPP 2022
Conceptversie 09 tbv Raad
In het kort................................................................................................................................................. 1 Voortgang van het parkeerbeleid ............................................................................................................2 Actualisatie exploitatie en investeringen..................................................................................................5 Uitkomsten MPP...................................................................................................................................... 9
In het kort Het Meerjaren Perspectief Parkeren (Hierna MPP) is de barometer van de parkeersector van Deventer. Hij geeft aan hoe inkomsten en uitgaven zich het afgelopen twee jaar hebben ontwikkeld. Vervolgens wordt in het MPP een financiële vertaling van de ambities van de gemeente ten aanzien van parkeren voor het product parkeren gemaakt. In 2007 is voor het eerst een Meerjaren Perspectief Parkeren door de raad vastgesteld. Het meest recente MPP is van oktober 2021. Sinds 2019 bevat het MPP een kort overzicht van nieuw beleid en lopende dossiers op parkeergebied. Dit ontbrak eenmalig in de vorige editie vanwege de pandemie. In het vorige MPP zijn actuele gebruikscijfers weergeven. Aangezien deze om het jaar verzameld worden vervalt dit hoofdstuk in deze versie. Het huidige MPP kenmerkt zich door nieuwe kansen en ontwikkelingen die ontstaan nu de covid-epidemie vanaf het voorjaar van 2022 vooralsnog lijkt te zijn bestreden. Het ‘beleidsdeel’ van het MPP is om die reden in deze editie relatief groot. De doorrekening van het saldo van het meerjarenperspectief leidt tot een resultaat conform verwachting, er is geen reden tot correctie zoals in vorige MPP’s het geval was. Desondanks blijven er knelpunten en risico’s, zij het dat deze qua omvang als normaal kunnen worden gezien binnen de parkeersector van onze stad.
Voortgang van het parkeerbeleid Vanaf 2017 voegde het College op aanbeveling van de Rekenkamercommissie bijpassende beleidsdoelstellingen, uitvoeringsmaatregelen en de stand van zaken in de verschillende operationele dossiers aan het MPP toe. Hierdoor wordt elders nazoeken van die informatie voorkomen. Bij een komende actualisatie van de Omgevingsvisie zullen aanvullende beleidsuitspraken hierover vanuit het MPP worden overgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op onderwerpen die reeds in het vorige MPP zijn benoemd en nieuwe ontwikkelingen, waaronder gewijzigde juridische kaders.
Updates van lopende onderwerpen Financiële derving covid19-crisis Er is rijkscompensatie ontvangen voor de derving. Begin 2022 zijn winkels, horeca en werklocaties stapsgewijs weer geopend. Per april 2022 zijn de verkeersintensiteiten op het hoofdwegennet vergelijkbaar met waarden van voor de uitbraak. Daarmee is dit dossier voor nu afgerond. Een eventuele terugkeer van beperkende maatregelen in het najaar blijft een risico. Fietsenstalling NS station Deventer Per 1 juli 2022 is een addendum aan de overeenkomst met NS stations toegevoegd. Hierdoor blijft het stallen gratis, maar wordt de maximale aaneengesloten stallingsduur beperkt van 30 tot 14 dagen. Vanwege de toename van het gebruik wordt de bemensing uitgebreid. Deze wordt door NS geleverd. Door ondertekening van het addendum stijgt de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage van circa € 84.000,naar circa € 109.000,-. In het vorige MPP was met een hogere stijging rekening gehouden. In 2025 loopt de overeenkomst af en zal opnieuw over de (financiële) voorwaarden onderhandeld worden. Inzet is de bijdrage minimaal gelijk te houden, maar het risico op een verhoging vanaf 2025 bestaat. Huur Verzetslaan en garage Stationsplein De huurovereenkomsten zijn aangepast. Voor beiden betekent dit een verlaging van lasten, in totaal € 122.000,- per jaar.
Het college heeft deze deels benut om de financiële consequenties van de laadvisie te dekken. Deze zijn € 53.000,- voor elk van de komende vijf jaren. Detaillering hiervan wordt gegeven in bijlage 1. Digitalisering parkeren Parkeren op kenteken bij betaalautomaten op straat is ingevoerd. De handhavingsapparatuur is hierop aangepast. In juni 2022 is een eerste, interne proef uitgevoerd met een scanauto. Hierdoor is beter zicht ontstaan op zowel de invoeringskosten als het handhavingsresultaat ten opzichte van de huidige situatie. In het najaar of het voorjaar van 2023 zal dit tot een concreet invoeringsvoorstel leiden. De financiële consequenties hiervan zijn complex: Er zijn eenmalige meerkosten, de kosten voor technische beheersing en die voor inzet van handhavers veranderen. De financiële consequenties zijn afhankelijk van inhoudelijke toepassingskeuzes. Om die reden zullen deze in het inhoudelijke voorstel nader worden uitgewerkt. Voor nu wordt in het huidige MPP geen voorlopige aanname voor handhaving met een scanauto gedaan.
Nieuwe ontwikkelingen en juridische kaders Beleidsdiscussies over mobiliteit - Ten aanzien van de dossiers ‘nulnorm / actualisering beleidsregels parkeren’ en ‘Optimalisatie parkeren De Worp / Melksterweide’ zijn Raadsmededelingen verschenen (2021-362 van 14-12-2021 en 2022-216 van 15-03-2022). In beide gevallen is nader inhoudelijk onderzoek toegezegd. Mede hierdoor schuift een actualisatie van de beleidsregels parkeren van 2015 op naar minimaal het voorjaar van 2023. De dossiers hebben hierdoor vooralsnog niet tot financiële aanpassingen geleid.
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
2
Het college heeft de raad voorzien van een overzicht van vastgesteld beleid (Bijlage van raadsmededeling 2022-477). Dat overzicht bevat tevens een beeld van lacunes en aanvullingen, waar vanuit het college aan wordt gewerkt. Indien op basis hiervan aanvullende opdrachten aan het college ontstaan, zullen die – inclusief eventuele financiële consequenties – in een volgende MPP editie benoemd worden. Bestuursakkoord: Uitbreiding Melksterweide - In het bestuursakkoord wordt de ambitie uitgesproken om het gratis parkeren op de Melksterweide te behouden en uit te breiden met 80 parkeerplekken. Besluitvorming van deze ambitie moet nog plaatsvinden bij de raadsbehandeling over de begroting 2023 in November. Hiervoor is aanpassing van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. Vervolgens zal een raming opgesteld worden. Parkeren in gebiedsontwikkelingen - Parkeren Roto Smeets en De Schil zijn meegenomen als projecten aangevraagd binnen de “versnellingsagenda woningbouw”. Hiervoor vragen wij subsidie aan bij het Rijk. Dit wordt later in 2022 bekend. Veranderende juridische kaders Parkeerplaatsen voor deelmobiliteit - Op 26 november 2021 publiceerde de Hoge Raad een arrest in de zaak Didam (ECLI:NL:2021:1778). Kernpunt hierin was de verplichting van overheidslichamen om mededingingsruimte en transparantie te bieden. Dit heeft gevolgen voor deelmobiliteit.
Tot heden wijst Deventer op verzoek openbare parkeerplaatsen toe voor dit doel. Dit zal moeten veranderen in het bieden van gelijke kansen voor gegadigden binnen een transparant proces van aanbieden van plaatsen. Om dit mogelijk te maken, zullen de parkeerverordening en de verordening parkeerbelastingen op dit punt worden aangevuld. De beleidsmatige motivatie hiervoor is als volgt: Deventer streeft naar een duurzame ontwikkeling. Onderdeel hiervan is het bieden van optimale alternatieven voor gebruik van de eigen auto. Het toestaan van plaatsen deelauto’s door commerciële aanbieders is op basis van evaluaties en toename in aantallen elders in Nederland) een positieve, concrete invulling hiervan. Na een experimentele fase waarin in principe ieder verzoek voor plaatsing van een deelauto werd ingewilligd, gaan we nu uit van een goede balans tussen aantallen deelauto’s in relatie tot aantallen woningen en parkeerruimte in de directe omgeving. Op die manier wordt recht gedaan aan de ontwikkeling, zonder dat het parkeeraanbod voor andere doelen wezenlijk wordt ingeperkt. Mede gezien het feit dat in Deventer het aantal verzoeken om plaatsing (nog) beperkt is en een verzoek meestal volgt uit een analyse van de aanbieder op basis van bewoners die interesse hebben getoond, hanteren we vooralsnog hiervoor als hoofdprincipe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’.
Concrete criteria voor plaatsing worden nader geformuleerd in (een wijzigingsvoorstel op) de parkeerverordening. Leges ten behoeve van de aanvraag en vormgeving van de plaats worden verankerd in de legesverordening. Hierin volgen we in principe de wijze zoals dit in de gemeente Amsterdam – waar autodelen wijdverbreid is – publiekrechtelijk juridisch is vastgelegd. Stallen van fietsen bij nieuw- en herbouw - Deventer krijgt bij verzoeken om beoordeling van omgevingsvergunningen vaker te maken met een invulling van het fietsparkeren volgens de ‘Amsterdamse bouwbrief’. Gedachte hierachter is dat in plaats van één bergruimte per adres een combinatie van ruimte voor fietsen in een centrale fietsenstalling en een (kleinere) bergruimte bij de woning zelf wordt toegepast. Toepassing hiervan heeft voor- en nadelen. Deze zullen inhoudelijk door het College worden afgewogen. Indien tot een specifieke vorm van gelijkwaardigheid wordt besloten ten opzichte van het huidige bouwbesluit, zal dit juridisch nader worden uitgewerkt. Het vastleggen hiervan binnen de actualisatie van de beleidsregels parkeren is daarbij uitgangspunt. Vooruitlopend hierop zijn wellicht snellere opties mogelijk.
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
3
Actualisatie exploitatie en investeringen Dit hoofdstuk geeft de belangrijkste wijzigingen in uitgangspunten ten aanzien van de exploitatie en de investeringen weer. Onderscheid wordt gemaakt tussen de lopende exploitatie, vervangings- en ontwikkelinvesteringen. Bij lopende exploitatie worden ontwikkelingen in eerdere afspraken vermeld. Vervangingsinvesteringen zijn nodig om het parkeerbedrijf gelijkblijvend te laten functioneren met het beschikbare aanbod van parkeervoorzieningen. Reguliere vervanging is hierbij inbegrepen. Ontwikkelinvesteringen zijn de investeringen vanuit parkeren om (mede) invulling te geven aan de ambities en ontwikkelingen vanuit het parkeerbeleidsplan. Beleidsnota’s zoals het parkeerbeleidsplan 2013 bieden hiervoor het kader. Per onderwerp zijn de ontwikkelingen als volgt.
Exploitatie Uitgangspunten voor reguliere indexaties
Kosten Kosten Baten
Lonen Prijzen Tarieven
2023 3,95 % 5,50 % 4,70 %
2024 4,20 % 2,50 % 3,35 %
2025 e.v. 4,10 % 2,50 % 3,30 %
Basis Begrotingsrichtlijnen 2023 Begrotingsrichtlijnen 2023 Begrotingsrichtlijnen 2023
Lasten Bijdrage NS fietsenstalling Park en Walk / toename toezicht
MJOP garages
Divers
Uit onderhandelingen met NS is een eindbeeld ontstaan waarin per kwartaal van 2022 de bijdrage verhoogd van € 70.000,- naar circa € 109.000,- per jaar. Dit is € 21.000,- minder dan in het vorige MPP werd ingeschat. Als gastvrije Hanzestad wordt waar mogelijk in lopende projecten waarde toegevoegd. Voorbeeld hiervan is garage Brink, de aansluiting Santpoort en aandacht voor en verlichting bij wandelroutes. Een ander voorbeeld is de vraag om toezicht bij fietsenstallingen. Op drukke momenten wordt om toezicht gevraagd, zoals bijvoorbeeld bij het Lamme Van Dieseplein. Dergelijke kleine uitbreidingen zijn te overzien, maar tellen wel bij het geheel op. Beide trends worden tevens als risico benoemd. Een meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP) zorgt voor voorspelbare kosten en verminderd de kans op latere, incidentele meerkosten. In 2022 is het MOJP voor de garage Stadspoortgarage gestart. Voor garage Brink zal vanaf 2023 een MJOP worden uitgewerkt en opgenomen in het MPP. Posten huur Lamme Van Dieseplein, dienstverleningsovereenkomst P1, dagelijks onderhoud (inclusief schoonmaak door KonnekteD), stroomrekening laadpalen Leeuwenbrug BV, belastingen, verzekeringen en apparaatslasten zijn bijgesteld.
Baten – Volgend op de bij het MPP 2019 gemaakte keuzes zijn de tarieven zijn in 2020 – 2025 met 0,7% extra verhoogd bovenop de reguliere indexatie en opbrengsten uit het omzetten van kortparkeren gesteld op € 150.000,-.
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
4
Vervangingsinvesteringen In het huidige MPP zijn als vervangingsinvesteringen opgenomen: Straatapparatuur Garagevoorzieningen
Elk jaar 5 parkeerautomaten a € 50.000,- vanuit de exploitatie. Dit wordt niet geactiveerd (Onder de grens van € 25.000,-).
Renovatie Brinkgarage
In het vorige MPP was € 2,3 miljoen voorzien in 2021, waarvan € 825.000 dekking voorziening parkeerbijdrage bouwaanvragen en € 1,5 miljoen ten laste van de mobiliteitsreserve. Vanaf 2022 was de kapitaallast meegenomen in de begroting. De huidige situatie laat twee ontwikkelingen zien: Het bleek niet mogelijk de garage tijdens de verbouw deels open te laten voor publiek. Dit leidt tot een incidentele derving van inkomsten die hoger is dan vooraf ingeschat. Bezien wordt of dit in de algemene ontwikkeling van parkeerinkomsten kan worden opgevangen. Mocht dit niet lukken, dan wordt hiervan melding gemaakt in een komende kwartaalrapportage. Meer algemeen is sprake van toename van prijzen van materialen en kan krappe arbeidsinzet tot een verlengde doorlooptijd leiden. Dit heeft echter nog niets tot een overschrijding binnen het renovatieproject zelf geleid. Gezien de uitvoering in 2022 is de eerste kapitaallast en het opstellen van een MJOP voor deze garage opgeschoven naar 2023. Financiële effecten hiervan zullen deels thans en in het volgend MPP worden meegenomen. De toezichtcamera’s in de garages zijn van Chinese makelij. Door zorgen rond de productiewijze, mogelijke hacking en invloed op gebruik van beelden worden deze vervangen door betrouwbaarder camera’s.
Aangezien vervanging voor de reguliere technische afschrijvingstermijn plaatsvindt, veroorzaakt dit extra kosten ter hoogte van € 37.000,-.
Versnelde vervanging toezichtcamera’s
Eens per 10 jaar a € 500.000,- voor parkeerapparatuur, installatie en overige voorzieningen (Verlichting, bebording, speedgates, camerasystemen inclusief kabels). Voorzien in 2025, wordt jaarlijks geïndexeerd met prijsindex van 1,8%.
Ontwikkelinvesteringen Deventer is een gastvrije stad, mensen zijn welkom, nu en in de toekomst. De verwoorde ambities en ontwikkelingen van Deventer in de binnenstad leiden tot een lijst met benodigde investeringen. De benodigde ontwikkelingsinvesteringen zijn opgenomen in het Parkeerbeleidsplan 2013. Alle investeringen kunnen niet ineens worden betaald. Dit is ook niet nodig, omdat de behoefte aan betere benutting van de bestaande capaciteit en uitbreiding van de parkeercapaciteit gefaseerd kan worden gerealiseerd. De fasering zelf is onderdeel van de beleidsdiscussie. De volgende ontwikkelingsinvesteringen zijn opgenomen in de berekening van het huidige MPP:
Digitaal Parkeer vergunning systeem Versnelling cashless betalen Laadpalen in garages
In 2020 is een nieuw, digitaal beheersysteem voor vergunningen aangeschaft. Dit leidde tot een structurele kapitaallast van € 57.130 vanaf 2021, dat gedekt wordt uit de parkeerexploitatie. Met de toename van producten en vernieuwing van mogelijkheden zijn kosten van dit systeem gestegen met € 37.500,-. Deze extra kosten zijn structureel vanaf 2022 opgenomen. Hoewel de meeste automaten nu cashless zijn, blijft bij minimaal 1 automaat per garage de mogelijkheid tot cash betalen bestaan. Op nationaal niveau zijn in deze sector echter personeelsproblemen, waardoor storingen later verholpen worden en de geldgaring minder vaak plaatsvindt. Gekozen is daarom de ombouw naar cashless te versnellen. Dit leidde tot extra kosten in de afgelopen MPP periode van € 23.000,-. Vanwege de toename van het gebruik worden 4 laadpalen bijgeplaatst in zowel garage Stadspoort als Brink. Kosten zijn totaal € 46.500,-. € 22.500,- hiervan wordt opgevangen omdat dit jaar budget voor vervanging automaten niet nodig bleek. De overige € 24.000,- wordt geput uit de parkeerexploitatie van 2023.
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
5
Risicoparagraaf In de huidige doorrekening zijn zorgvuldig gewogen keuzes gemaakt ten aanzien van alle mee te nemen onderdelen. In de praktijk is dit echter niet altijd eenvoudig. Er zijn ontwikkelingen die nog niet concreet zijn, maar waarvan helder is dat deze in de toekomst gaan spelen. De parkeersector is daarnaast afhankelijk van marktpontwikkelingen, zowel qua gebruik als qua beheer en onderhoud. Bij de huidige versie worden de volgende concrete onderdelen als risicofactor benoemd:
Doorontwikkeling digitalisering
en
Relatie met kosten voor monitoring
In het vorige MPP werd aangekondigd dat als vervolg op de thans geplande ontwikkelingen verdere vernieuwing gewenst is, wat nieuwe investeringen met zich mee kan brengen. Als voorbeeld werd handhaving via een ‘scanauto’ benoemd. Huidig MPP Afhankelijk hoe invulling wordt gegeven aan de implantatie van een scanvoertuig variëren de structurele kosten. Geschat wordt dat de kosten liggen tussen rond de € 70.000,- per jaar. Dit zijn kosten bovenop de bestaande kosten voor handhaving en toezicht en eventuele implementatie/project kosten. In de begroting is om het jaar € 24.000,- opgenomen voor monitoring van de binnenstad en directe omgeving. Dit onderzoek staat bekend als het ‘Trajan’ onderzoek naar het bureau dat dit de afgelopen edities heeft uitgeleverd. Door digitalisering zal deze functie door een scanauto kunnen worden overgenomen. Los van deze wijziging bleek behoefte aan een ‘dashboard’ waarin alle beschikbare gegevens blijvend goed sorteerbaar en presentabel zijn. Kosten voor dit ‘dashboard’ zijn rond € 12.000,-. Voor nu wordt dit bedrag op het onderzoeksbudget geboekt.
Reguliere gevolgen veranderingen
Jaarlijks nemen de vaste kosten toe en komen er nieuwe bij. Deze komen bovenop de lopende contracten, die al onder de druk staan met de huidige indexatie. Ter illustratie van nieuwe vervolgkosten een incidenteel en een structureel voorbeeld: Incidenteel – Kosten van materialen en diensten nemen toe, dit wordt de afgelopen tijd versterkt door personeelstekorten en de energiecrisis. Structurele kosten: Voorbeeld hiervan zijn stroomkosten die na plaatsen van een laadpaal ontstaan. Per heden gaat het om ruim € 7.000,- kosten gemaakt bij Leeuwenbrug BV, per jaar worden de stroomkosten bij hen voor plus garages Brink en Stadspoort na uitbreiding gezamenlijk ingeschat op € 4.000,- per jaar. Per onderdeel zijn dit op het geheel geen grote bedragen; toch moet er rekening mee worden gehouden dat mede hierdoor in de komende jaren eerder dan gedacht tekorten kunnen ontstaan.
Toename kwaliteitsvraag
Als gastvrije Hanzestad willen we de kwaliteit van de klantreis in en rond Deventer op een zo hoog mogelijke kwaliteit krijgen. Bij toename van vaste kosten zijn reeds de trends benoemd waarbij steeds meer verwacht wordt van investeringen op het gebied van Park en Walk en toename van de vraag om bemensing van fietsenstallingen. Los van de toename ligt hier een principieel beslispunt: Het gaat meestal om maatregelen die op enige afstand van de kerntaken van parkeren liggen. Vraag is of deze kosten geen onderdeel dienen te zijn van de reguliere beheersing van de openbare ruimte.
Tenslotte is sprake van bredere, maatschappelijke trends die een effect op het rendement kunnen hebben. In het vorige MPP zijn prijspeilontwikkelingen en maatschappelijke trends benoemd. Thans komen daar de economische gevolgen van het conflict in Oekraïne bij, bijvoorbeeld door oplopende brandstofprijzen. Voorts is niet uit te sluiten dat Covid- varianten in de komende periode opnieuw tot beperkingen zullen leiden.
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
6
Uitkomsten MPP Op basis van de genoemde wijzigingen in de exploitatie en het moment en omvang van de beoogde investeringen wordt een meerjarige berekening gemaakt van de parkeerexploitatie. De kapitaallasten, als gevolg van de gewenste investeringen, dienen namelijk te worden opgevangen in de parkeerexploitatie. Het overschot dan wel tekort in enig jaar op de exploitatie wordt verrekend met de reserve parkeren. De mate waarin deze reserve over de loop der jaren hiertoe wel of niet toereikend is, is dus bepalend voor het bepalen of er aanvullende maatregelen nodig zijn of dat er een resterend investeringspotentieel is. Uitgangspunt: Situatie vorig MPP In het vorige MPP was sprake van een bescheiden, structureel tekort van € 55.000,-. Voorgesteld werd dit binnen de reserve parkeren zelf op te vangen, waarbij twee titels werden benoemd: a. Vereenvoudiging van tariefzones, met daarop vooruitlopend betere benutting van het bestaande maaiveldareaal voor daggebruikers. Voorgesteld werd het maximum dagtarief op terreinen Verzetslaan, Pikeurshof en/of Van Twickelostraat van € 25,- naar circa € 10,-. Door de verbetering ten opzichte van concurrerende mogelijkheden levert dit per saldo meer inkomsten op. b. Verwachtte meerinkomsten uit afkoop, door strakkere toepassing van afkoopregels en/of nieuwe inkomsten na invoering van een nulnorm maatregel.
Aangezien deze baten voor parkeerdoeleinden dienen te worden gebruikt, worden ze van de reserve bouwen naar de reserve bereikbaarheid overgeheveld. Huidige stand van zaken a. De parkeerverordening en verordening parkeerbelasting zullen een aanpassing voor het dagtarief van de Verzetslaan en omgeving bevatten. De huidige zone zal grotendeels hetzelfde regime krijgen als De Singels, een kleine strook aan de zuidwestelijke zijde wordt toegevoegd aan de zone binnenstad. Per saldo zal gebruik door dagparkeerders daardoor toenemen. Na invoering zal gemonitord wordt hoe de inkomsten zich ontwikkelen. Het resultaat hiervan zal tot een aanpassing van de parkeerinkomsten leiden. b. Bij diverse projecten is inmiddels afgekocht of wordt dit als uitgangspunt bij de verdere detaillering geaccepteerd. Aangezien het om incidentele inkomsten gaat, wordt voor nu geen ‘gemiddeld’ bedrag aan inkomsten opgenomen in het MPP. Naarmate meer projecten met afkoop worden voltooid, zal het beeld ten aanzien hiervan tot een nader voorstel leiden.
Doorrekening van het saldo Op basis van de in dit MPP genoemde (financiële) uitgangspunten is een meerjaren-prognose van de stand van de reserve parkeren gemaakt. De stand van de Reserve Mobiliteitsfonds per 1-1-2023 zal circa € 658.000,- positief zijn. Alle ontwikkelingen in acht nemend is de prognose van de ontwikkeling van het saldo van de Reserve in de komende tien jaar als volgt:
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
7
Te zien is dat de reserve na tien jaar positief is. Er is om die reden geen aanleiding tot correctie, zoals dit in vorige edities van het MPP het geval was. Voorts is zichtbaar dat de reserve in alle jaren positief blijft en vanaf het achtste jaar oploopt. Hoewel dit een gunstig beeld is, blijft de status hiervan broos, aangezien het om een saldo van rond 1,5 miljoen euro over tien jaar gaat. Met een jaarlijkse omzet die dit ver overstijgt is het een noodzakelijke buffer.
Prognose afdracht algemene middelen De afdracht aan de algemene middelen blijft door dit voorstel waartoe in het MPP 2019 is besloten gelijk en ziet er voor de komende jaren als volgt uit: Euro’s
Afdracht algemene middelen MPP 2021 Voorstel afdracht algemene middelen MPP 2022
2022 488.000 488.000
2023 438.000 438.000
2024 e.v. 438.000 438.000
Overigens is in de praktijk sprake van diverse vormen van vaste toelagen en afdrachten tussen de reserve parkeren en de algemene middelen. Deze komen voort uit besluitregels van inhoudelijke besluiten en zijn vaak reeds jaren onderdeel van de begroting. Omwille van eenduidigheid in het beeld worden de cijfers getoond zoals deze vanaf het MPP 2019 zijn bepaald.
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
8
Bijlage 1
Financiële kader laadvisie
Op 25 mei 2022 stemde de raad in met de integrale laadvisie. In Deventer zetten we in op “het realiseren van voldoende laadinfrastructuur binnen de gemeente Deventer onder voorwaarde van een goede inpassing in de openbare ruimte.” Specifieke aandacht wordt naast de privé-auto gegeven aan elektrische deelmobiliteit. Uitbreiding van voorzieningen Vanaf 1 juli 2022 gaat voor laadvoorzieningen een nieuwe concessie van start (GO RAL). Op straat worden (Semi-) publieke laadpalen aangelegd om de private laadinfrastructuur te ondersteunen. In de binnenstad en op plaatsen met hoge parkeerdruk wordt tevens de mogelijkheid onderzocht (semi-) private laadplaatsen meer openbaar toegankelijk te maken. Dit mag echter niet ten koste gaan van de groenstructuur. Aanleg in en rond de binnenstad vindt bij voorkeur plaats in garages en op parkeerterreinen. Voor garages zijn de benodigde netwerkverzwaring en veiligheidseisen een uitdaging. Terreinen bieden eerder de mogelijkheid voor kleine groepen laadpalen (laadpleinen, ook door aansluiten bij reeds bestaande laadpalen), wat voordelen bieden ten opzichte van het plaatsen van alleenstaande laadpalen in de vorm van vermindering van zoekverkeer.
Op termijn wordt gedacht aan grotere slagen bij gebundelde voorzieningen, bijvoorbeeld bij garage Brink (de bovenverdieping wordt hier in ruwbouw geschikt voor gemaakt) en bij gebiedsontwikkelingen De Kien en Roto Smeets. Financiële consequenties Het beoordelen van locaties wordt vanuit programma Milieu en Duurzaamheid verzorgd. De realisatie hiervan wordt door programma Leefomgeving verzorgd. Het geraamde budget hiervoor wordt vanuit het MPP betrokken. Uitgave hiervan is daarmee zowel afhankelijk van het wegingsproces vanuit programma milieu en duurzaamheid, als het doorlopen van de verschillende onderdelen van de realisatie. Budgetten hiervoor zijn in onderstaande tabel uitgesplitst. Activiteit Weging locatie laadpalen per jaar (Programma Milieu en Duurzaamheid, budget niet uit MPP) Realisatie gemiddeld 140 laadpalen per jaar (Programma Leefomgeving, budget vanuit MPP) Uitsplitsing jaarlijks bedrag ten laste van MPP - Voorbereiding en toezicht - Afhandelen verkeersbesluiten - Maatwerk binnenstad (garages, beeldkwaliteit) - Budget voor 30 strategische locaties
2022 - 2025 € 86.400,-
2026 - 2030 € 86.400,-
2031 - 2035 € 86.400,-
€ 53.000,-
€ 53.000,-
€ 53.000,-
€ 10.500,€ 18.000,€ 12.000,€ 13.000,-
In raadsbesluit 2022-231 wordt akkoord gegaan met vrijmaken van structureel budget ter grootte van € 53.500,- exclusief BTW per jaar ter dekking van kosten voor uitvoering van de laadvisie en de daaraan gekoppelde concessie tot 2035. Besloten is deze te dekken “… uit de meeropbrengsten binnen het betaald parkeren, als die er zijn, en anders te ijken naar een vermindering van de afdracht vanuit de parkeerexploitatie.” Gevolg is dat in volgende edities van het MPP bezien wordt of de opbrengstontwikkeling van het laatste kalenderjaar is toegenomen ten opzichte van het voorlaatste kalenderjaar. Als dit afdoende is toegenomen wordt geen afdrachtvermindering toegepast. Als dit deels of niet het geval is wordt de afdracht vanuit de parkeerexploitatie met het ontbrekende bedrag verminderd.
Meerjaren Perspectief Parkeren 2022
9