CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-667 Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2023

Raadsvergadering 9 november 2022, gemeente DeventerBij agendapunt: Belastingverordeningen 20232.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Onderwerp Portefeuillehouder Voorstelnummer Datum B en W besluit Team

: : : : :

Belastingverordeningen-2023 Wethouder Grijsen, 2022-667 4-10-2022 DOWR-BEL

Inleiding De belastingverordeningen 2023 voor leges , lijkbezorgingsrechten, toeristenbelasting, havengelden, marktprecariobelasting, precariobelasting, eenmalig rioolaansluitrecht, rioolheffing, afvalstoffenheffing (alsmede de bijdrageregeling medisch afval), onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen worden in één verzamelnota aangeboden. Om de heffing en invordering van de genoemde belastingsoorten te continueren is het noodzakelijk om jaarlijks nieuwe verordeningen vast te stellen.

Raadsvoorstel De volgende belastingverordeningen 2023 vast te stellen: a. leges b. lijkbezorgingsrechten (Bathmen, Roeterdsweg, Tjoenerhof) c. toeristenbelasting d. havengelden e. marktprecariobelasting f. precariobelasting g. eenmalig rioolaansluitrecht h. rioolheffing i. afvalstoffenheffing (inclusief bijdrageregeling medisch afval) j. onroerende zaakbelastingen k. roerende zaakbelastingen

Kern raadsvoorstel De belastingverordeningen 2023 voor leges, lijkbezorgingsrechten, toeristenbelasting, havengelden, marktprecariobelasting, precariobelasting, eenmalig rioolaansluitrecht, rioolheffing, afvalstoffenheffing (alsmede de bijdrageregeling medisch afval) , onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen worden in één verzamelnota aangeboden. Om de heffing en invordering van de genoemde belastingsoorten te continueren is het noodzakelijk om jaarlijks nieuwe verordeningen vast te stellen.

Beoogd resultaat Vaststellen belastingverordeningen 2023 inclusief bijbehorende tarieventabellen en gebiedsaanduidingen.

Kader Algemeen: Artikel 216, 219 Gemeentewet; Begrotingsrichtlijnen 2023 Leges: Artikel 229 Gemeentewet; Artikel 156 lid 2 aanhef en onderdeel h Gemeentewet; Omgevingswet (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO)); Lijkbezorgingsrechten: Artikel 229, eerste lid, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet Toeristenbelasting: Artikel 224 Gemeentewet

Havengelden: Artikel 216, 219 en 229, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet Marktprecariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet Precariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet Eenmalig rioolaansluitrecht: Artikel 229 Gemeentewet Rioolheffing: Artikel 216 en 228a Gemeentewet Afvalstoffenheffing: artikelen 147 lid 1, 216, 219, 229 eerste lid, onderdeel a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer Onroerende zaakbelastingen: Artikel 220 tot en met 220h Gemeentewet Roerende zaakbelastingen: Artikel 221 Gemeentewet

Argumenten ten behoeve van de raad Algemeen Het team belastingen Deventer participeert voor de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) in het samenwerkingsverband DOWR. De belastingverordeningen van de DOWR-gemeenten zijn ten aanzien van de uitvoering zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. De gemeente Deventer bepaalt altijd zelf haar beleid, de tarieven en de uitgangspunten van de verordeningen. In een aantal verordeningen zijn tekstuele aanpassingen opgenomen die de strekking van de tot nu toe geldende verordeningen onveranderd laten. De bijzonderheden zijn per verordening opgenomen in onderstaand overzicht. Inflatie De te volgen beleidslijn voor de belastingheffing vindt haar basis in de begrotingsrichtlijn 2023. De tarieven voor de belastingen en rechten stijgen als gevolg van de trendmatige aanpassing met 4,70 ten opzichte van 2022. Afwijkend zijn de tarieven rioolheffing en de afvalstoffenheffing omdat deze tarieven op basis van kostendekkendheid worden bepaald. Kostenonderbouwing algemeen Vanaf de begroting 2017 is in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten voor de heffingen opgenomen waarbij er sprake is van het verhalen van kosten.

Voor de diverse heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn moet inzichtelijk worden gemaakt dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet worden overschreden. Er wordt aangesloten bij de nieuwe regels van het BBV alsmede de beleidsuitgangspunten die hieraan ten grondslag liggen en hoe deze bij de tariefstelling worden gehanteerd. Leges De VNG heeft een nieuwe modelverordening beschikbaar gesteld in verband met de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze modelverordening heeft als basis gediend voor het opstellen van de legesverordening 2023. I. Kostendekkendheid legesverordening Op grond van artikel 229 b van de Gemeentewet geldt dat de opbrengsten uit leges

op verordening niveau maximaal 100 % kostendekkend mogen zijn. Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring (kruissubsidiëring = verlies op de ene dienst compenseren met een overdekking op een andere dienst) mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. Hetzelfde geldt voor hoofdstuk 2. De EDR (Europese dienstenrichtlijn) maakt slechts kruissubsidiëring mogelijk binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels binnen hoofdstuk 3 van de tarieventabel. II. Onderzoek kostendekkendheid 2023 Resultaten onderzoek Een nieuw stelsel vraagt ook om een nieuwe methode om de kostendekkendheid in beeld te brengen. Voor hoofdstuk 2 is daarom een nieuw rekenmodel opgesteld. Dit model is niet te vergelijken met voorgaande jaren omdat er met de uitgangspunten van de omgevingswet is gewerkt. Het nieuwe stelsel en de huidige opbrengsten bij hoofdstuk 2 zorgen dat kruissubsidiering met hoofdstuk 1 nodig is. Uitgangspunt is om de kostendekkendheid binnen hoofdstukken te houden, hier wordt de komende jaren gefaseerd naartoe gewerkt. Voor hoofdstuk 1 en 3 is bij het verwerken van de verzamelde informatie net als voorgaande jaren gebruikgemaakt van het rekenmodel zoals dat beschikbaar is gesteld door de ministeries VROM / BZK, de VNG en IPO.

TOTALE KOSTEN TOTALE OPBRENGSTEN KOSTENDEKKENDHEID Hoofdstuk 1 € 2.464.000 € 1.472.000 60% Hoofdstuk 2 € 2.319.914 € 2.974.944 128% Hoofdstuk 1 en 2 samen € 4.783.914 € 4.446.944 93% Hoofdstuk 3 € 1.045.267 € 228.265

22% III. Afrondingen De tarieven zijn waar mogelijk rekenkundig afgerond. Een tarief tot 20 euro is afgerond op € 0,05, een tarief tussen 20 en 100 euro is afgerond op € 0,50 cent en een tarief boven 100 euro wordt afgerond op € 1,00. IV. Vertaling begrotingsrichtlijnen en wijzigingen in de tarieventabel Het algemene uitgangspunt vanuit de Begrotingsrichtlijnen 2023 is dat alle tarieven met 4,7 % stijgen ten opzichte van belastingjaar 2022. Er zijn echter uitzonderingen op de algemene regel. Deze uitzonderingen volgen hieronder. Hoofdstuk 1 Ten aanzien van paragraaf 1.2, 1.3, 1.8, 1.7 artikel 1.23 a en 1.9, artikel 1.27 van de tarieventabel In de tarieven voor leges reisdocumenten, rijbewijzen, kadastrale en hypothecaire informatie en de leges op grond van de Wet op de kansspelen is een onderdeel voor een van rijkswege vastgestelde component verwerkt. Deze component wijzigt onafhankelijk van de gemeentelijke lijn, maar is een onderdeel van de tariefstelling. De tarieven van deze Rijksleges zijn, voor zover zij al gepubliceerd zijn ongewijzigd overgenomen. Voor de reisdocumenten en rijbewijzen zijn de tarieven opgenomen zoals vermeld in de ontwerpbesluiten van de ministeries. Indien voor het eind van het jaar van rijkswege een maximumtarief wijzigt, moeten de tarieven opnieuw worden vastgesteld. Dit kan door middel van een B&W besluit.

De financiële gevolgen moeten dan in de begroting worden verwerkt. Ten aanzien van paragraaf 1.9 artikel 1.29 Het aantal deelvoertuigen in Deventer wordt beperkt. Bedrijven die graag hun elektrische scooters, fietsen of bakfietsen rond willen laten rijden, moeten vanaf belastingjaar 2023 een vergunning aanvragen. In paragraaf 9, artikel 1.29 zijn tarieven opgenomen voor aanvraag vergunning voor deelvoertuigen. Deze tarieven zijn opgenomen op basis van het B&W-besluit met notanummer 2022-733, besproken in B&W op dinsdag 13 september 2022. Het raadsvoorstel met nummer 2022-733 ligt ter besluitvorming voor bij de gemeenteraad. Hoofdstuk 2 Invoering Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen leiden tot grote wijzigingen in de legesverordening. Momenteel is er nog geen definitief besluit genomen of de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging daadwerkelijk per 1 januari 2023 inwerking treedt. De besluitvorming hierover door Eerste Kamer is half november (8 en 15) gepland. Nieuwe model legesverordening in verband met invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De VNG heeft een nieuwe modelverordening beschikbaar gesteld in verband met de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Vooral paragraaf 2 (omgevingsvergunningen) van de legesverordening is hierbij gewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. De modelverordening van de VNG is de basis geweest voor het opstellen van een nieuwe paragraaf 2. Op enkele

punten is het voorstel van de VNG vereenvoudigd, omdat dit beter aansluit op de werkwijze van de gemeente en bijdraagt aan de transparantie en vindbaarheid van activiteiten. Tarieventabel op basis van Omgevingswet en een tarieventabel op basis van niet doorgaan invoering Omgevingswet Bij het opstellen van de legesverordening 2023, de tarieventabel en de kostenonderbouwingen gaan wij er van uit dat de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen doorgaat. Omdat het niet zeker is dat de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen doorgaat, wordt in de tarieventabel ook een hoofdstuk opgenomen met de tarieventabel leges hoofdstuk 2 op basis van de situatie van voor de invoering omgevingswet. De in de begroting opgenomen indexering van 4,7% is daarin meegenomen. Leges activiteit bouw De Wet kwaliteitsborging regelt dat de gemeente voor een groot gedeelte van de bouwwerken niet meer preventief toetst en toeziet op naleving van het bouwbesluit bij de totstandkoming van het bouwwerk. Deze rol wordt overgenomen door het stelsel van private kwaliteitsborging. Dit betekent dat de gemeente voor dit deel van de bouwactiviteit bij deze bouwwerken dus ook geen leges meer kan heffen. Er is dus een knip aangebracht bij de activiteit bouwen. Er is een technische activiteit en een ruimtelijke activiteit.

Voor een groot gedeelte van de bouwwerken geldt dat straks alleen de ruimtelijke activiteit nog aangevraagd hoeft te worden. Bij het opstellen van de nieuwe verordening is gekeken naar de kostendekkendheid van Hoofdstuk 2. Om aan de uitgangspunten van de kostendekkenheid te voldoen zijn de tarieven voor de activiteit bouwen naar beneden bijgesteld. Dit resulteert in een inkomstenderving als gevolg van de Wet kwaliteitsborging en als gevolg van het verlagen van de tarieven. Deze effecten zijn nihil omdat de derving zorgt dat de gemeente juist weer in lijn komt met de begroting. Aan de kostenkant is wel een daling te zien. Echter door kruissubsidiering met Hoofdstuk 1 voldoet de gemeente aan de eis van een kostendekkendheid van maximaal 100%. De komende jaren wordt gefaseerd toegewerkt naar een kostendekkenheid per hoofdstuk. Leges vooroverleg Onder de Omgevingswet is de verwachting dat er meer nadruk komt te liggen op het vooroverleg. Op deze manier kunnen initiatieven sneller en beter het proces van vergunningverlening doorlopen en is er minder kans op vertraging. Om recht te doen aan ieders behoefte, zowel eenvoudig als complex, komen er verschillende processen en dus ook activiteiten in de voorfase. Hoewel dit niet helemaal nieuw is, wordt het komende jaar wel gezien als pilot.

Er is daarom voor gekozen om de differentiatie in de activiteiten wel al op te nemen maar nog geen differentiatie aan te brengen in tarief. De huidige tarieven blijven dus gehandhaafd. Het komende jaar dient dan om informatie te vergaren over aantallen, tijdsbesteding en dus kosten en baten, zodat de tarieven daar volgende jaar beter onderbouwd op kunnen worden aangepast. Leges voor milieubelastende activiteiten De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om leges te heffen voor milieubelastende activiteiten. Tot nu toe werden deze altijd bekostigd uit algemene middelen. In samenwerking met de Omgevingsdienst IJsselland en de gemeentes uit de regio is een voorstel gemaakt voor de inrichting van de tarieventabel voor deze

activiteit. Dit voorstel is overgenomen om zo een eenduidige werkwijze te hebben met de andere gemeenten uit de regio. De verwachting is dat de gemeente circa 5 aanvragen ontvangt op jaarbasis. De gevolgen voor de begroting zijn hierdoor beperkt. De kosten werden altijd al gemaakt en de opbrengsten zijn in vergelijking met bijvoorbeeld de activiteit bouwen beperkt. Hoofdstuk 3 Geen bijzonderheden OZB Op basis van de jaarlijkse herwaardering en de gewenste 3% opbrengststijging worden de tarieven voor de onroerende- en roerende zaakbelasting jaarlijks berekend. Per september 2022 zijn de conceptwaarden van de herwaardering gebruikt om de tarieven te berekenen voor het heffen van de belasting in 2023. Op het moment van ramen waren de waarderingen niet afgerond. In de raming is uitgegaan van een gereed percentage taxatiewaarden van 80% voor woningen en 65% van niet woningen. De gemiddelde waardestijging van woningen tussen 1 januari 2021 en 2022 is gemiddeld 20,3%. Het tarief voor woningen daalt als gevolg hiervan met gemiddeld -14,11%. Bij de aanslagoplegging begin 2023 wordt in de communicatie extra aandacht besteed aan de waardestijgingen versus de daadwerkelijk te betalen OZB. De gemiddelde toename van de lastendruk voor woningen is berekend op 2,9%. De gemiddelde lastendruk van bedrijven stijgt met 0,77%.

Lijkbezorgingsrechten Geen bijzonderheden Toeristenbelasting Geen bijzonderheden Havengelden Geen bijzonderheden Marktprecariobelasting In 2021 en 2022 is het bedrag van de precario terrassen verlaagd geweest in verband met corona. Voor het jaar 2023 is dit hersteld. Precariobelasting Geen bijzonderheden. Eenmalig riool aansluitrecht Geen bijzonderheden. Rioolheffing De hoofdlijnen van de kostenontwikkeling zijn beschreven in het Gemeentelijk rioleringsprogramma 2022-2026 (GRP) zoals dat in januari 2012 door uw raad is vastgesteld. Vastgesteld is dat het tarief de komende jaren stabiel blijft en alleen wordt

gecorrigeerd voor indexering en door areaalaccres. Het areaalaccres houdt min of meer gelijke tred met de toename van het aantal percelen dat wordt aangeslagen voor de rioolheffing en heeft dus een beperkte invloed op de ontwikkeling van het tarief. De volgende zaken werken door in de tariefstelling voor 2023: * Bij vaststelling van het GRP is besloten om vooralsnog geen middelen te reserveren voor de theoretische vervangingsgolf die over 30 tot 40 jaar op lijkt te gaan treden. Deze keuze wordt heroverwogen in een volgende versie van het GRP. De eventuele nieuwe keuze werkt dus door vanaf begrotingsjaar 2027. * De indexering op de kosten is toegepast zoals aangegeven in de begrotingsrichtlijnen. Dit levert een toename van de kosten op met € 254.000,-. * De renteomslag over de investeringen is met 0,1% gestegen naar 2,3%. * Het aantal huishoudens dat wordt aangeslagen is met 581 toegenomen. * Het areaalaccres is bepaald op van € 29.000.-. * In verband met de uitbreiding van het takenpakket van het samenwerkingsverband Rivus wordt de bijdrage aan Rivus verhoogd tot een bedrag van tot € 93.000. Dit was € 56.000. Dit kan door substitutie binnen de begroting van riolering en waterhuishouding worden gedekt. Hier komt dus geen aanvullende budgetvraag uit voort.

* De subsidieregeling voor afkoppelen van particulier dakoppervlakte wordt via de exploitatie van riolering en waterhuishouding gedekt. Hiervoor is dekking aanwezig van € 50.000 per jaar. Vooralsnog wordt dit bedrag op begrotingsbasis gehandhaafd. Mocht er meer beroep op deze regeling worden gedaan waardoor een jaarrekeningtekort ontstaat dan kan dat tekort worden gedekt door te beschikken over de voorziening riolering. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing en valt voor de lokale heffingen onder de belastingen. De afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. De afvalstoffenheffing is verschuldigd voor het gebruik van een perceel waar de gemeente een inzamelplicht heeft voor de huishoudelijke afvalstoffen. De inwoners van Deventer zetten verder in op het recyclen van grondstoffen met behulp van de aanwezige voorzieningen. Ook in 2023 blijven de oorspronkelijke beleidsuitgangspunten van Diftar onverkort van toepassing: * er geldt een 0-tarief voor GFT en PMD; * de tarieven zijn maximaal 100% kostendekkend; * er geldt een vast tarief per huishouden en een variabel tarief voor restafval, afhankelijk van het aanbiedvolume; * de literprijs is voor elke container gelijk.

Het variabele tarief varieert recht evenredig met het aantal beschikbare liters van de container/ondergrondse container (140, 240 of 50 liter); * de tariefopbouw is zodanig dat geen enkel containervolume benadeeld of bevoordeeld wordt; * voor een 240 liter container of een extra tweede container (ongeacht volume) geldt een toeslag van €36; * Het uitgangspunt blijft dat een huishouden gemiddeld 6 keer per jaar de restafvalcontainer (140 liter) aanbiedt. Voorgesteld wordt de tarieven afvalstoffenheffing 2023 als volgt vast te stellen:

Het basistarief afvalstoffenheffing is € 198,12 per perceel per jaar. Het variabele tarief per aanbieding van een afvalzak bestemd voor huishoudelijk restafval van maximaal 50 liter is € 3,35, het variabele tarief per aanbieding van een 140 liter container voor restafval is € 9,37 en het variabele tarief per aanbieding van een 240 liter container voor restafval is € 16,07. De variabele tarieven in 2023 zijn hetzelfde als aan de variabele tarieven 2022. In verband met een pilot in de Rivierenwijk is het mogelijk in de loop van 2023 ook een afvalzak van 25 liter aan te bieden in de ondergrondse containers. Het variabele tarief per aanbieding van een afvalzak bestemd voor huishoudelijk restafval van maximaal 25 liter bedraagt € 1,67. De ‘Bijdrage regeling medisch afval 2023’ is vastgesteld op basis van deze tarieven. Het kwijtscheldingsniveau is vastgesteld op het gemiddelde aantal ledigingen dat door de huishoudens van Deventer wordt gerealiseerd. Voor 2023 is dat 6 ledigingen van de 140 liter container. Het vaste tarief binnen de afvalstoffenheffing daalt ten opzichte van 2022 met € 16,50. Maar dit bedrag wordt gecorrigeerd met € 6,50 tot een verlaging ten opzichte van 2022 met € 10,-. Deze correctie volgt omdat - bij wijze van proef - het gratis grofvuil storten wordt verruimd van 100 tot 300 kg. Dit leidt tot een verhoging van de verwerkingskosten.

Betrokken partijen en participatie Intern heeft collegiale afstemming plaatsgevonden, draagvlak is aanwezig.

Financiële consequenties De gevolgen van de wijziging van de tarieven zijn verwerkt in de begroting 2023.

Betrokkenheid raad Na vaststelling en het van kracht worden van de verordeningen en de bijbehorende tarieventabellen gelden deze voor de door van gemeentewege te verrichten diensten. De verordeningen worden op wettelijke voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Daarnaast worden belanghebbenden over de tarieven en de wijze van belastingheffing en inning geïnformeerd via het Deventer belastingloket.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,

M.A. Kossen

R.C. König

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11954843/1