2022-571 BW-reactie op ASDD mbt de woonzorgvisie
Tekst van het document
Grote Kerkhof 1 Postbus 5000 7400 GC Deventer 14 0570 5219 telefoon
Adviesraad Sociaal Domein Deventer t.a.v. Mw. Mittendorp end hr. Oorthuis
direct telefoonnummer
gemeente@deventer.nl e-mail
DEV-
27 september 2022
kenmerk
uw referentie
datum
Michaela van Oostveen contactpersoon
Uw advies op de concept Woonzorgvisie onderwerp
Geachte mevrouw Mittendorp en meneer Oorthuis, Wij danken u hartelijk voor uw advies van 9 september jl. en de door uw adviesraad getoonde meedenkkracht op de (conceptversie van de) woonzorgvisie. In uw advies heeft u een aantal vragen gesteld, welke wij per onderdeel hieronder zullen beantwoorden. Algemene opmerkingen U geeft in uw advies aan dat het ontwikkelen van de woonzorgvisie door u als positief wordt gezien, om hiermee ‘de werelden van zorg en wonen bij elkaar te brengen’. Daarbij benadrukt u dat de benoeming van de diverse doelgroepen en (het stimuleren van) de samenwerkingen tussen de diverse partijen u aanspreekt. Wij zijn blij om deze positieve reactie te vernemen. Daarnaast verwijst u naar het door de ASDD gestuurde advies aan het college van B&W (d.d. 11 april 2019, inzake Huisvesting en doorstroming ouderen). Ook vraagt u aandacht voor én de groep (lage) middeninkomens (net niet in aanmerking komend voor sociale huurwoningen) én voor gewijzigde wensen van burgers in relatie tot woonvormen. Wij nemen deze suggesties graag mee in de concretisering van acties uit de woonzorgvisie (de zogenaamde ontwikkeling van het spoorboekje). In uw advies staan een aantal kanttekeningen die gaan over de reikwijdte en de gewenste situatie.
Het college hecht er waarde aan te benadrukken dat de gemeente zich in wil zetten voor sterke buurten, waarbij de participatie en inzet van inwoners leidend is. Buurtvoorzieningen zijn, net als bijvoorbeeld vrijwilligerswerk en mantelzorg, een onderdeel van de sociale infrastructuur. Om te komen tot de gewenste goede voorzieningen in de buurt is het nodig dat de "basis op orde" is.
Daarnaast wordt de samenwerking tussen de buurtvoorzieningen en andere partijen, waaronder de gemeente zelf maar ook zorgpartijen, gestimuleerd. Dat vraagt maatwerk, waarbij sprake kan en zal zijn van diversiteit in aanpak en uitvoering van de sociale infrastructuur in de wijken en dorpen in Deventer. De behoefte van inwoners, wijken/buurten staat daarbij centraal. Naast de 27 buurtvoorzieningen die in het verkennend beleidsonderzoek "naar een goede beleidsvoorziening in de buurt" van april 2021 staan genoemd zijn er ook op stedelijk- en wijkniveau veel voorzieningen te benoemen. Er wordt dus uitgegaan van een brede interpretatie van invulling van een buurtvoorziening; dat zou ook een sportvereniging, een kinderboerderij, trapveldje, bankjes in parken of in een andere vorm kunnen zijn. Het kader gaat dus niet uit van een beperkt aantal buurtvoorzieningen, namelijk die met een gebouw en een juridische structuur van verenigingen. Uiteraard worden ook dwarsverbanden gelegd met nieuwe sport- en vrijwilligersbeleid daar waar de beleidsontwikkelingen elkaar raken. Hoofdstuk 1 - vragen/opmerkingen U stelt de vraag of het ontwikkelen van 11.000 extra passende, betaalbare woningen in 2035 als realistisch/haalbaar wordt gezien.
Het getal 11.000 betreft de nieuwbouw van 7.000 woningen voor de groei van onze bevolking en 4.000 woningen in het kader van onze ambitie om als gemeente te groeien. Wij hebben hierbij uiteraard geen invloed op externe factoren (bijv. wet- en regelgeving, marktdynamieken, etc.). Of het aantal realistisch is, zal dus gaandeweg het proces moeten blijken. We spannen ons in om deze ambitie werkelijkheid te maken. U stelt de vraag of de benodigde zorg en ondersteuning (in de toekomst) wel voldoende beschikbaar gaat zijn. Uw constatering dat het hier in de aankomende jaren zal gaan knellen – om de door u genoemde redenen - is een terechte. Om deze reden is het belangrijk om de aankomende jaren als gemeente en samenleving onder meer in te zetten op vitaliteit van inwoners, samenwerking/verbinding, technologische innovaties en burgerkracht. In de visie is op verschillende plekken aandacht gevraagd voor en/of invulling gegeven aan dergelijke maatregelen. Deze onderwerpen zullen we ook in de concretisering samen met partners onder de aandacht (blijven) brengen, net zoals we dat op andere plekken/ overleggen in de regio zullen doen. U stelt de vraag hoe wordt gepoogd om aan de groeiende vraag naar zorg en ondersteuning te kunnen voldoen. Hierbij noemt u zelf al het passend maken van woningen, het stimuleren van doorstroming en belang van mantelzorg en noaberschap.
Daarnaast zien we hierin een rol – conform het vorige punt – samenwerking/verbinding tussen gemeente, partners (onderling) en inwoners. Ook technologie zal een belangrijkere rol van betekenis gaan spelen. Als gemeente zullen we deze onderwerpen waar mogelijk stimuleren en op de agenda zetten bij overleggen met onze partners. U stelt de vraag hoe er de aankomende jaren voldaan kan worden aan de woonvraag van de genoemde doelgroepen alsook aan de behoefte van andere inwoners met een laag inkomen in de gemeente. Hiervoor beschrijven we in de visie verschillende maatregelen: nieuwbouw, een creatieve blik op (bestaand) vastgoed en het bevorderen van doorstroming. Ook het ontwikkelen van nieuwe woonconcepten (bijv. hofjeswoningen) en het zoeken van samenwerking met ‘werk en inkomen’ dragen bij aan deze opgave. Hoofdstuk 2 - vragen/opmerkingen Uitdaging 1 U stelt de vraagt of er (sociale) huurwoningen gesloopt gaan worden in bepaalde buurten om zo aan de doelstellingen rond sociale huurwoningen te voldoen. Deze aanname is onjuist. We zijn niet van plan woningen te gaan slopen. Uitgangspunt is om bij nieuwbouw te streven naar 30% sociale huurwoningen gemeentebreed met daarbij zo veel mogelijk gemengd wonen en inclusieve wijken. Concreet betekent dat, dat we streven naar verschillende typen woningen in een wijk.
U stelt de vraag welk stappenplan het betreft, gerelateerd aan het onderdeel in de woonzorgvisie waarin wordt verwezen naar het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep. Het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep geeft de gemeentes een heldere richtlijn hoe een melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning behandeld moet worden. Dit stappenplan is online te vinden via: https://www.akd.be/nl/insights/het-wmo-stappenplan-bij-een-melding-van-behoefte-aan-maatschappelijkeondersteuning-.
U doet de suggestie om in de woonzorgvisie nader uit te werken hoe de aansluiting tussen wonen bij een zorginstelling en thuis wonen beter kan. Hierbij geeft u aan dat deze problematiek wordt vergroot door verminderde opnamemogelijkheden en als gevolg daarvan een stijging van het (dure) particuliere aanbod. In de woonzorgvisie wordt met deze passage gedoeld op de verminderde opnamemogelijkheden voor kwetsbare burgers die in BW/MO verblijven. Voor hen is steeds minder vaak een (tijdelijke) opnameplek beschikbaar, waardoor zij in hun eigen woning in de wijk/buurt blijven wonen. Voor de uitstroom van de doelgroep uit een zorginstelling is een vloeiende overgang naar zelfstandig wonen belangrijk, maar ook als het in de wijk (even) niet meer gaat is soepel overschakelen naar meer zorg, met zo nodig een tijdelijke opname gewenst. U stelt een vraag inzake het ‘wonen bij particulieren’. U vraagt wie deze kwetsbare jongeren ‘enige aandacht’ dient te geven en of een particulier (die zijn woning beschikbaar stelt) daar wel geschikt voor is. Het wonen bij particulieren is inderdaad, zoals ook uit uw zorgen naar voren komt, niet altijd passend. Er dient hierbij een oog te zijn voor de passendheid en de zorg-/ondersteuningsbehoefte van de persoon. Hierbij dient de afweging centraal te staan of het voldoende passend is voor de persoon in kwestie.
Aanvullende ondersteuning/zorg door een partij uit de Wmo en/of het welzijnswerk is hierbij een optie. U stelt een vraag in relatie tot het mogelijk ontwikkelen van een beperkt aantal ‘maatwerkvoorzieningen’, waar mensen ‘onaangepast’ kunnen wonen. U stelt de vraag over welke doelgroep en welk gedrag het hier gaat en of het hierbij een intramurale voorziening betreft. In maatwerkwoningen wonen mensen die niet in een gewone woonwijk of binnen een andere vorm van begeleid wonen kunnen leven vanwege hun vaak onaangepaste gedrag. Zij hebben een eigen plek om te wonen nodig, idealiter een plek waar de samenleving geen of beperkt overlast ervaart van deze groep mensen. Vaak blijven deze mensen nu nog onnodig lang in de maatschappelijke opvang of in woonwijken wat zorgt voor een hoge ervaren overlast. U geeft aan het ontwikkelen van de functie van woonzorgcoördinator een goede ontwikkeling te vinden. Daarbij stelt u de vraag hoeveel woonzorgcoördinatoren er komen en of zij beschikbaar zijn voor alle burgers. Wij zijn blij dat u de ontwikkeling van een dergelijke functie toejuicht. Daarbij is goed om een aantal kanttekeningen te maken. De functie van de woonzorgcoördinator zal, volgens de visie, één professional zijn die verbindingen zal gaan maken tussen de werelden van wonen en die van zorg.
Daarbij gaat het om het ontwikkelen/stimuleren van samenwerking en verbinding tussen de domeinen. Ook interne/gemeentelijke ontkokering en het bewaken van de voortgang rond woonzorginitiatieven en -ontwikkelingen behoort tot het taakgebied van de functie. De functie zal (in eerste instantie) niet ‘beschikbaar’ zijn voor inwoners. Wel zien we een belangrijke rol voor burgers in het participeren rond deze thema’s, waarbij de woonzorgcoördinator als verbindende schakel kan fungeren. Voor burgers zien wij een rol als wooncoach weggelegd, deze is ook opgenomen in de woonzorgvisie. U stelt de vraag in hoeverre het een mogelijkheid is om een extra contingent van flexwoningen toegewezen te krijgen vanuit het rijk. Dit in relatie tot de toewijzing in de gemeente Amsterdam, als tegenprestatie voor het huisvesten van asielzoekers. Dit onderwerp zal het college de komende periode verkennen. Op uw vraag om welke vier wijken het gaat als wordt gesproken over gebiedsontwikkeling, kunnen we u melden dat het gaat om de wijken Oranjekwartier, Deltabuurt, het Rode Dorp en het Ludgeruskwartier. We hopen dat we in deze brief voldoende antwoord hebben kunnen geven op uw vragen en aandachtspunten. Mocht u vragen hebben naar aanleiding van deze brief, dan gaan we hierover graag met u in overleg.
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,
M.A. Kossen
R.C. König