2022-266 Update Risicobeheersplan Slim Warmtenet Zandweerd fase 1 25-06-2021
Tekst van het document
Update Risicobeheersplan Slim Warmtenet Zandweerd fase 1
Projectteam SWZ fase 1, Status: 25 juni 2021
1
Inhoud 1.
Inleiding........................................................................................................................................... 3 1.1
Doelstelling risicobeheersplan ................................................................................................ 3
1.2
Stand van zaken ...................................................................................................................... 3
2
Risicoanalyse ............................................................................................................................... 5
2.1
Totstandkoming risicoanalyse................................................................................................. 5
2.2
Heatmap.................................................................................................................................. 5
2.3
Financieel effect risico’s .......................................................................................................... 5
2.4
Hoofdrisico’s ........................................................................................................................... 5
2.5
Gevoeligheidsanalyse.............................................................................................................. 7
2.6
Financieel effect kansen ......................................................................................................... 8
Bijlage ...................................................................................................................................................... 9 A.
Risicobeheersplan SWZ DEFINITIEF 17 juli 2020 ......................................................................... 9
B.
Risicoanalyse 25 juni 2022 – Rismann Model ............................................................................. 9
2
1. Inleiding 1.1
Doelstelling risicobeheersplan
Dit risicobeheersplan is gericht op de bestuurlijke besluitvorming om als gemeente Deventer en deelnemende partners vervolgstappen te nemen in het aanbestedingsproces van warmteleverancier en verdere realisatie van het Slim Warmtente Zandweerd fase 1. Het risicobeheersplan betreft een ‘update’ van het risicobeheerplsn gericht op het genomen college- en raadsbesluit van juli 2020/Oktober 2020 om als gemeente Deventer te investeren in de realisatie en ontwikkeling van fase 1 van het Slim Warmtenet Zandweerd. Doel van dit risicobeheersplan is het transparant in beeld te brengen welke risico’s er zijn, welke beheersmtaaregelen er worden of kunnen worden getrofen om het risico te reducren. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke risicoreservering wordt aangehouden in het project en wekl projectspecifieke weerstandsverogen nodig is om deze risico’s af te dekken. Voor het ‘updaten’ van risico’s is een heldere beschrijving nodig van de huidige stand van zaken van het project. Allereerst zal daarom de huidige stand van zaken van het project Slim Warmtente fase 1 worden bescheven. Ook zal kort worden teruggeblikt op het risicbeheersplan van 2020. Daarna zal in hoofdstuk 2 de uitwerking van de risicoanalsye aan bod komen met het financiele effect van de risico’s, maar ook van de kansen. Afgesloten zal worden met een samenvattend bestuurlijk advies. 1.2
Stand van zaken
Na de goedkeuring door de gemeenteraad op 7 oktober 2020 voor start van de realisatie van het Slim Warmtente Zandweerd fase 1 is vervolg gegeven aan deze verdere realisatie. De projectgroep is op basis van het projectplan en de uiteindelijke ‘GO’ na positieve toekenning van de Proeftuinsubsidie aan de slag gegaan met de werkvoorbereiding en realisatie van de projectfase 1. Aan de hand van een aantal relevante stappen in dit vervolgproces wordt hieronder de huidige status nader toegelicht: Samenwerkingsovereenkomsten Alle overeenkomsten met de partners zijn getekend: • Brief met commitment corporaties voor de aan te sluiten woningen in fase 1 en vervolgfasen • Samenwerkingsovereenkomst Waterschap Drents Overijsselse Delta • Samenwerkingsovereenkomst Enpuls • Beschikking en Leenovereenkomst Provincie Overijssel • Aansluitovereenkomst Verhuurders (in concept gereed) • Concessieovereenkomst Warmteleverancier (als concept, onderdeel van aanbesteding) Aansluitingen en faseverdeling Twee ontwikkelsporen in de werkvoorbereiding hebben er toe geleidt om een aanpassing van de faseverdeling in het project door te voeren. Dit zijn de volgende twee sporen: 1. Warmtetracé en locatie warmtepompinstallaties. Hierbij staan doorlooptijd, synchroon lopen van technische uitvoering en tijdig aansluiten van huurwoningen centraal. 2. Participatie en communicatietraject van particuliere bewoners.
Hierbij staat het creëren van voldoende draagvlak om bewoners aan te laten sluiten centraal. Hier is meer tijd en aandacht voor nodig. Dit vraagt om een zorgvuldige voorbereiding waarbij zorgvuldigheid bereikt wordt door de particuliere woningen niet in fase 1 maar in fase 2 aan te laten sluiten. Concreet ziet deze wijziging in faseverdeling er als volgt uit: Van Fase Fase 1_nieuw 1_orgineel TvZ 151 (a) 151 (a) Nb Rubenstraat
StEB
86 (a)
86 (a)
BB Rembrandkade
StEB
81 (a)
81 (a)
Particulieren
Part.
131 (b)
Naar fase 2
3
Moreelsestraat
StEB
In fase 2
50 (b)
Van Vlotenlaan
WbIeder1
In fas2 2
171 (b)
449
539 (90+)
Aantal
Nieuwbouw Tuinen van Zandweerd Bij de kaveluitgifte voor de TvZ is de verkoop van het Slim Warmtente meegenomen. Voor de toekomstige bewoners zijn (digitale) bewonersavonden georganiseerd. Ook is er een promotiefilm gemaakt. Vanuit de gemeente is er ondersteuning bij vragen over het aansluiten op het Warmtenet Meerder bewoners hebben aangegeven aan te willen sluiten. Het overgrote deel van de bewoners is nog niet zover dat een keuze gemaakt kan worden. Aansluitingen particulieren en huurwoningen Als hierboven benoemd zullen er in fase 2 geen particuliere bestaande woningen aan bod komen. De gemeente is in overleg met de Woningcorporaties over de juiste tariefstelling en communicatie jegens de huurders om de vereiste 70% commitment te verkrijgen van de huurders. Deze communicatie zal na de zomer van start gaan. Techniek De werkgroep Realisatie heeft de bronuitkoppeling bij de RWZI verder geconcretiseerd. In samenwerking met DWA heeft de werkgroep in meerdere sessies verkenningen gedaan naar mogelijke inpassingslocaties voor de warmtepompcentrales. Hieruit waren drie warmtepompcentrales geselecteerd. De voorkeurslocatie hiervan is inmiddels vastgesteld en technisch uitgewerkt t.b.v. aanbesteding Warmteleverancier. Benodigde vergunningsprocedures en doorlooptijden zijn geinventariseerd.
Voor de aanleg van het ZLT netwerk in de ‘Tuinen van Zandweerd’ is een opdracht gegund aan NTP. Deze aanbesteding leidt in eerste instantie tot een financieel voordeel maar dat financieel voordeel is verloren gegaan door een aantal noodzakelijk door te voeren extra ontwerpaanpassingen. De aabesteding wordt op dit moment uitgevoerd met een verwachte opleveringen voor zomervakantie 2021. Aanbesteding Warmteleverancier • De gunningsleidraad voor de Warmteleverancier is 19 maart 2021 gepubliceerd. Fase 1 en fase 2 aslmede de rol en positie van Enpuls en de Warmteleverancier zijn hierin concreet vormgegeven. Hierin is een faseverschuiving toegepast ten gevolge van het meest geschikte scenario. Voor deze faseverschuiving wordt een collegebesluit voorbereidt. • Vanuit de aanbesteding, t.b.v. de Warmteleverancier, zijn drie partijen geselecteerd vanuit de selectiefase. Op grond van een niet geldige aanmelding van Eteck BV hebben wij haar helaas moeten uitsluiten. Met de andere partijen is het gunningstraject voortgezet. (Ennatuurlijk, Engie en Inenergie). • In juni heeft Ennatuurlijk als enige partij met een voorwaardelijke inschrijving ingeschreven op de aanbesteding. Business case De fasewijziging heeft tals gevolg dat er per saldo 90 woningen bij komen in fase 1. De aanvangsivestering zal hierdoor toenomen met ruim € 1 mln. (van € 6,1mln. naar € 7,1 mln.).
De fasewijziging leidt ertoe dat er alleen sprake is van gestapelde woningen in fase 1. De grondgebonden huurwoningen en de particuliere woningen vallen nu in fase 2. De huidige kredietaanvraag is gebaseerd op een mix van gestapelde (galerijflat) en grondgebonden (eengezins-) woningen. Het nadelige exploitatieresultaat betreft de grondgebonden woningen als gevolg van hogere investeringen per woning en een lagere aansluitbijdrage. In de voorgestelde wijziging van de fase-indeling zullen grondgebonden woningen in fase 2 worden aangesloten, Dit heeft een positief financieel effect op fase 1. Het gemiddelde exploitatieresultaat over 30 jaar voor fase 1 bedroeg € 23k negatief en wordt door de faseverschuiving € 43k positief. Voor de totale businesscase van alle 2.265 woningen maakt het geen verschil (kostendekkend), zodat het exploitatieresultaat in fase 2 uiteraard nadeliger zal zijn Verantwoording leidraad grote projecten:
4
Voor de verantwoording leidrad grote projecten gemeente Deventer wordt mede verwezen naar de bestuursrapportage: • Q1-2021 Slim warmtenet (bestuursrapportage.nl) • Q4-2020 Slim warmtenet (bestuursrapportage.nl)
2 Risicoanalyse 2.1 Totstandkoming risicoanalyse De update van de risicoanalyse heeft plaats gevonden op basis van de volgende bronnen: • Risicosessies in het interne en externe projectteam (juni 2019); • Bespreken risico’s met Concerncontroller; • Bestuurlijk Overleg met projectpartners; • Resultaten uit de aanbesteding met voorwaardelijke inschrijving. Aan de hand van de huidge stand van zaken is gekeken naar risico’s (ongewenste gebeurtenissen) met gevolgen voor het realiseren van de projectdoelstelling (het realsieren van een warmtenet met 539 aansluitingen). 2.2 Heatmap Op basis van een opgestelde Risman (risico-management) analyse zijn de risico’s geordend langs kans van optreden en impact van het risico. De geïnventariseerde risico’s zijn samenvattend gevisualiseerd in de heatmap zoals hieronder opgenomen. Per risico is de kans van optreden (horizontaal) uitgezet tegenover de impact in bedrag die het risico heeft wanneer het optreedt (verticaal) (=bruto risico). De pijltjes naast de blokjes geven de richting aan waarheen het risico zich beweegt na toepassing van de beheersmaatregel (netto risico). De indeling van de matrix sluit aan bij de vigerende beleidsnota risicomanagement en weerstandvermogen. Via rode kaders zijn de vier hoofdrisico’s weergegeven. Deze hoofdrisico’s worden in paragraaf 4 verder uitgewerkt en voorzien van een plan B.
2.3 Financieel effect risico’s In het project wordt een generieke post onvoorzien toegepast van 10% op alle te voorziene investeringen. Dit is een gebruikelijk percentage bij dergelijke projecten. Aanvullend op de post onvoorzien is een projectgebonden weerstandsvermogen toegepast gebaseerd op de financiële impact van de risico’s. Met behulp van de Risman analyse is de financiële impact van de risico’s ingeschat op basis van het netto risico wat overblijft na toepassing van de beheersmaatregelen. De beheersmaatregelen die worden toegepast zijn beschreven in bijlage A. In de tabel hieronder is het financiële effect van het netto risico opgenomen. Dit aan de hand van de vier hoofdrisico’s (paragraaf 2.4).
Risico's Aansluitrisico’s Investeringsrisico’s Operationele inkomsten risico’s Operationele kosten risico’s Eindtotaal
Kans keer Risico (netto) € 150.000 € 900.000 € 20.000 € 687.500 € 1.757.500
De projectspecifieke risico’s leggen een beslag op het weerstandsvermogen van € 1,757 mln. In vergelijking met de risicoanalyse uitgevoerd in 2020 ( € 990k) stijgen de gekwantificeerde risico’s met € 0,8 mln. Deze toename wordt verklaard door de onzekerheid omtrent de aanbesteding en stijgende bouwkosten. 2.4 Hoofdrisico’s Naast het instellen van het projectspecifiek weerstandsvermogen zijn vier in 2020 reeds vier hoofdrisico’s geïdentificeerd. Wanneer deze risico’s zich voorzien, raken die snel de kerndoelstellingen van het project. Daarnaast kan de financiële impact hiervan bij gelijktijdig optreden zo groot zijn dat het daarmee het projectspecifieke weerstandsvermogen overschrijdt. Om die reden worden deze vier hoofdrisico’s apart beschreven en wordt per hoofdrisico een plan B opgesteld. 5
Naast het instellen van het projectspecifiek weerstandsvermogen zijn, op basis van alle beschikbare kennis en informatie tijdens het opstellen van het risicobeheersplan vier hoofdrisico’s geïdentificeerd. Wanneer deze risico’s zich voorzien, raken die snel de kerndoelstellingen van het project. Daarnaast kan de financiële impact hiervan bij gelijktijdig optreden zo groot zijn dat het daarmee het projectspecifieke weerstandsvermogen overschrijdt. Om die reden worden deze vier hoofdrisico’s apart beschreven en wordt per hoofdrisico een plan B opgesteld. 1. Structureel onvoldoende warmte beschikbaar uit de RWZI (risiconummer 2, heatmap) Als er vanuit de RWZI structureel onvoldoende warmte beschikbaar is voor het SWZ heeft dit tot gevolg dat er meerkosten moeten worden gemaakt door het extra inzetten van de geplande backup voorziening. Dit is negatief voor het exploitatieresultaat en/of het duurzaamheidsrendement omdat minder woningen op het SWZ kunnen worden aangesloten. De kans dat dit risico optreedt is beperkt, doordat op basis van monitoringgegevens (periode juni 2019 -maart 2020) blijkt dat er voldoende warmte beschikbaar is. Voor fase 1 is daarmee de kans op structureel onvoldoende warmte nihil. Voor de vervolgfasen wordt deze kans als kleiner dan 25% ingeschat.
Plan B: Als in de praktijk blijkt dat er toch structureel onvoldoende warmte beschikbaar is, kan warmtewinning vanuit de IJssel als alternatieve warmtebron worden toegevoegd of dient een WKO als buffermaatregel te worden toegevoegd. Dit zal tot nieuwe investeringen leiden en mogelijk een negatief effect op het exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase. Ordergrootte 0,5 - 1,0 miljoen euro. In het geval dit risico optreedt zal op basis van de exacte oorzaak en de situatie op dat moment een keuze moeten worden gemaakt om de backup voorziening extra in te zetten of aanvullend warmte uit de IJssel te benutten met al dan niet de inzet van een WKO. De warmtevoorziening van de aangesloten woningen kan altijd worden gewaarborgd t.g.v. de aanwezige back-up voorzieningen in het technisch ontwerp. 2. Geen overnamepartner voor eigendom en exploitatie SWZ door onvoldoende exploitatieresultaat (risiconummer 4, heatmap) Uitgangspunt is dat het SWZ op termijn wordt overdragen aan een derde partij. Hiervoor is een SOK gesloten met Enpuls B.V. die in fase 1 als adviseur en mede-ontwikkelaar van het SWZ optreedt. Er zijn twee mogelijke redenen waarom overname door Enpuls B.V.
niet doorgaat: (1) Enpuls verlegt de focus naar andere terreinen terwijl het financieel rendement van het SWZ wel conform verwachting verloopt (kans hiervoor wordt ingeschat op lager dan 10%) of (2) het financiële rendement van het SWZ is in de praktijk slechter dan voorzien. Deze kans wordt ingeschat op lager dan 25%. Plannen B: In het geval dat het financieel rendement naar verwachting is, kan een andere overname partner worden gezocht. In het geval dat deze niet wordt gevonden tegen de door de gemeente gestelde voorwaarden, blijft de gemeente zelf eigenaar en exploitant van het SWZ. Financieel heeft dit geen consequenties. Organisatorisch dient de gemeente het contractmanagement richting Energieleverancier te continueren om daarmee de aangegane verplichtingen naar (1) WDODelta en (2) de aangesloten bewoners te blijven voldoen. In het geval er geen overname partner is omdat het exploitatieresultaat in de praktijk achterblijft bij de verwachting, is de gemeente verplicht om tot het einde van de contractuur (minimaal 15 jaar) de exploitatie op zich te nemen en zorg te dragen voor een goede en betaalbare warmtevoorziening voor de aangesloten bewoners. Het negatieve exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase komt voor kosten van de gemeente. Ordegrootte hiervan is 0,5 – 1,0 miljoen euro (gelijk ingeschat aan de andere risico’s). 3.
Te weinig aansluitingen, reeds in fase 1a (risiconummer 1 en 7, heatmap) Uitgangspunt is dat in fase 1a wordt gestart met aansluiting van de energetische gerenoveerde huurwoningen (Rembrandtkade) van de corporatie en een deel van de nieuwbouw in de Tuinen van Zandweerd. In fase 1b kan ook een deel van de particuliere woningen in de bestaande wijk aansluiten. In de vervolgfasen kunnen ook de woningen van de corporaties Rentree en Ieder1 worden aangesloten op SWZ. Voor een rendabel SWZ fase 1 moet een minimaal aansluitpercentage worden gerealiseerd. Door voorafgaand aan de realisatie van SWZ fase 1a de aansluitingen contractueel vast te leggen met de corporaties en de projectontwikkelaars in de Tuinen van Zandweerd wordt voor fase 1a reeds een 6
aansluitpercentage van > 50% gerealiseerd. Dit vormt dus geen risico. Als daarnaast 50% van de vrije kavelbouwers besluit aan te sluiten stijgt dit percentage tot 70%. Het risico dat dat minder vrije kavel bouwers zich in fase 1a laten aansluiten is aanwezig. Er is veel interesse maar er zijn geen garanties. Daarom wordt deze kans dat minder dan de helft van de vrije kavel bouwers aansluit op 50% ingeschat. Plan B1: In het geval minder dan de helft van de vrije kavelbouwers aansluit, staat het exploitatieresultaat onder druk. In dat geval kan door aansluitingen van alternatieve woningen in de omgeving van Tuinen van Zandweerd mogelijk toch het minimale aan te sluiten aantal woningen voor een rendabele exploitatie van fase 1a en 1b worden gerealiseerd. Als dit niet kan worden gerealiseerd zal dit een negatief impact op het exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase hebben. Ordergrootte hiervan wordt ingeschat op 0,2 miljoen euro. Plan B2: In het geval vooraf onvoldoende zekerheid wordt verkregen voor het aantal aansluitingen in fase 1b, kan worden besloten dat fase 1b niet wordt gerealiseerd. Dat heeft als consequentie dat de gemeente eigenaar blijft van SWZ fase 1a en tot het einde van de contractduur het warmtenet moet blijven exploiteren om zorg te dragen voor een goede en betaalbare warmtevoorziening voor de aangesloten bewoners.
Dit kan een negatieve impact hebben op het exploitatieresultaat. Door de tussentijdse besluitvorming tussen fase 1a en fase 1b is dit risico gemitigeerd. 4. Problemen in de uitvoering (risiconummers 12, heatmap) Problemen in de uitvoering zijn uit te splitsen naar: • Onvoorziene problemen in de ondergrond (archeologie, bodemgesteldheid, verontreiniging) • Schade aan bestaande woningen als gevolg van aansluiten op het SWZ Voor fase 1a wordt een groot deel van het warmtenet gerealiseerd gelijktijdig met het bouwrijp maken van de nieuwbouw in de Tuinen van Zandweerd. Als zich daar problemen in de ondergrond voordoen komen de mogelijke meerkosten hieruit ten laste van het project Tuinen van Zandweerd. Voor aansluiting van de bestaande bouw is reeds archeologisch onderzoek uitgevoerd waarvan de resultaten in het ontwerptraject zijn meegenomen. De kans op onvoorziene omstandigheden in de aanleg en aansluiting van het SWZ in de bestaande bouw wordt ingeschat op kleiner dan 25%. De kans op schade bij nieuwbouwwoningen als gevolg van aansluiten op het SWZ is nihil omdat dit reguliere praktijk is in veel nieuwbouwprojecten. Het oplossen en vergoeden van eventueel optredende schade bij aansluiting van bestaande woningen (is fase 1b) wordt contractueel bij de aannemer neergelegd.
Plan B: In geval zich ondanks de vooronderzoeken problemen in de uitvoering in de bestaande bouw voordoen dienen deze uit het projectspecifieke weerstandsvermogen te worden gedekt. Een bedrag voor deze kosten is moeilijk in te schatten maar zal altijd een negatieve impact op het exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase hebben. Ordergrootte van dit bedrag wordt ingeschat op 0,3 – 0,5 miljoen euro. 2.5 Gevoeligheidsanalyse In aanvulling op de risicoanalsye heeft er ook een beoordeling plaatsgevonden op de gevoeligheid van de buninesscase bij minder aansluitigen in fase 1 dan de beoogde 539 woningen. Daarbij zijn vier scenarios benoemd waarin minder nieuwbouw (Tuin van Zandweerd) dan wel flats van woningencorporaties niet zullen worden aangesloten op het Slim Warmtente in fase 1. Schematsich ziet dit er als volgt uit:
Zichtbaar wordt dat de ondanks een minder hoge investeringsverplcihting het exploitatieresultaat van de woningen aangesloten op het warmtenet ook onderuitzakt. De oorzaak zit hem in het feit dat de infrastructuur van het warmtenet, ongeacht het aantal woningen, aangelegd zal moeten worden. Deze is nagenoeg niet afhankelijk van het mogelijk minder aansluiten van huurwoniningen. 7
2.6 Financieel effect kansen De verschillende kansen die zich tijdens de projectuitvoering kunnen voordoen zijn in tabel 2 hieronder inzichtelijk gemaakt. Het gaat hierbij om een potentieel positief financieel effect voor het project. Deze zijn voorzichtigheidshalve niet gesaldeerd met de geschetste risico’s. Financieel effect kansen (ingeschat)
Categoriseren
Kans
Waarde
SDE++
< 25%
€ 900k
ACM-tarieven
25%
€ 200k
SAH regeling warmtenet
50%
€ 500k
EIA regeling voor warmtepompen
10%
€ 200k
8
Bijlage A. Risicobeheersplan SWZ DEFINITIEF 17 juli 2020 B. Risicoanalyse 25 juni 2022 – Rismann Model
9