2022-266 Risicobeheersplan Slim Warmtenet Zandweerd def 17-07-2020
Tekst van het document
Risicobeheersplan behorend bij besluitvorming Slim Warmtenet Zandweerd fase 1
Projectteam SWZ fase 1, Status: 17 juli 2020, definitief
Inhoudsopgave
Samenvatting .......................................................................................................................................................... 2
1.
2.
1.
Project Slim Warmtenet Zandweerd (SWZ) ...................................................................................... 2
2.
Doel risicobeheersplan ...................................................................................................................... 2
3.
Risico’s en beheersing ....................................................................................................................... 2
Inleiding .......................................................................................................................................................... 3 1.
Doelstelling risicobeheersplan .......................................................................................................... 3
2.
Project SWZ ....................................................................................................................................... 3
3.
Bronnen risicobeheersplan inventarisatie ........................................................................................ 3
Risicoanalyse .................................................................................................................................................. 4 1.
Heatmap ............................................................................................................................................ 4
2.
Financieel effect risico’s .................................................................................................................... 4
3.
Hoofdrisico’s...................................................................................................................................... 5
4.
Nadere toelichting in bijlage 2 .......................................................................................................... 7
5.
Financieel effect kansen .................................................................................................................... 7
BIJLAGE I:
Heatmap risicoanalyse
BIJLAGE II:
Nadere toelichting hoofdrisico’s
BIJLAGE III:
Beheersmaatregelen
Samenvatting 1. Project Slim Warmtenet Zandweerd (SWZ) Dit risicobeheersplan is gericht op het te nemen college- en raadsbesluit om als gemeente Deventer te investeren in de realisatie en ontwikkeling van fase 1 van het Slim Warmtenet Zandweerd. De gemeente en Provincie Overijssel doen een gezamenlijke investering voor de aanleg. Het betreft een aanvangsinvestering van € 6,1 mln. en een herinvestering van € 1,5 mln. na 15 jaar. De gemeente Deventer is (tijdelijk) eigenaar van SWZ. Op basis van de Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente Deventer en Enpuls BV wordt het net op termijn (3 – 5 jaar) overdragen binnen de daarvoor opgestelde kaders en uitgangspunten. Fase 1 behelst aansluiting van meer dan 400 nieuwe en bestaande woningen. In de vervolgfasen kunnen met het SWZ aanvullend 2000 bestaande woningen in Zandweerd aardgasvrij worden gemaakt. 2. Doel risicobeheersplan Doel van dit plan is het in beeld te brengen welke risico’s er zijn, welke beheermaatregelen zijn getroffen om het risico te reduceren en wat, in geval het een hoofdrisico betreft, plan B is als deze beheermaatregelen onvoldoende effect blijken te hebben. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welk projectgebonden weerstandvermogen wordt ingesteld om deze risico’s af te dekken. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de post onvoorzien in het project. 3.
Risico’s en beheersing Voor dit project is een uitgebreide Risman-analyse uitgevoerd. Per risico zijn beheersmaatregelen genomen en is de financiële impact bepaald. Vanuit de Risman-analyse worden vier hoofdrisico’s onderkend: 1. Structureel onvoldoende warmte beschikbaar uit de RWZI; 2. Geen overnamepartner voor eigendom en exploitatie SWZ door onvoldoende exploitatieresultaat; 3. Te weinig aansluitingen; 4. Problemen in de uitvoering. Dit risicobeheerplan leert dat een risicobudget van € 1,0 mln het project beheersbaar maakt in de verdere realisatie en exploitatie. Het weerstandsvermogen kan worden gedekt vanuit de Proeftuinregeling van het Ministerie van BZK.
1. Inleiding 1. Doelstelling risicobeheersplan Doel van dit risicobeheersplan is het transparant in beeld te brengen welke risico’s er zijn, welke beheermaatregelen zijn getroffen om het risico te reduceren en, in geval het een hoofdrisico betreft, wat plan B is als deze beheermaatregelen onvoldoende effect blijken te hebben. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke risicoreservering wordt aangehouden in het project en welk projectspecifiek weerstandvermogen nodig is om deze risico’s af te dekken. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de post onvoorzien in het project. Project SWZ De risico’s en gekoppelde beheersmaatregelen zijn gerelateerd aan de investering die vanuit de Provincie en de gemeente Deventer worden gedaan in fase 1 van het SWZ. Dit betreft een aanvangsinvestering van in totaal 6,1 miljoen euro en een herinvestering van 1,5 miljoen euro na 15 jaar. Gemeente Deventer investeert zelf in fase 1 van het SWZ vanuit de positie van een toekomstige overname en uitbreiding naar de vervolgfasen van het SWZ door Enpuls BV. De risico’s die met deze overname gepaard gaan zijn ook in dit risicobeheersplan meegenomen. In het kader van de weging van de risico’s is het van belang te onderkennen dat het ontwerpen aanleg van een slim warmtenet bestaat uit technieken zich inmiddels in de praktijk hebben bewezen.
Dit geldt voor de gehele keten van warmte-uitwisseling bij de RWZI, de warmte-infrastructuur tot en met de warmtepompen in de woningen. Het nieuwe van het project SWZ ligt daarmee vooral op organisatorisch (publiek open warmtenet) en sociaal-maatschappelijk vlak en minder op technische vlak. 2. Bronnen risicobeheersplan inventarisatie De risico-inventarisatie en impactanalyse heeft plaats gevonden op basis van de volgende bronnen: • Risicosessies in het interne en externe projectteam (okt en dec 2019); • Risico’s die benoemd zijn tijdens de gehouden marktconsultatie onder vier marktpartijen (nov 2019); • Risico’s zoals die vanuit de investment board en RIW-aanvraag richting Provincie Overijssel zijn benoemd (jan – mei 2020); • Risico’s die voortkomen uit de second opinion zoals die door de Rebel Groep is uitgevoerd (mrt 2020); • Risicosessies met F&C en CC (mei-juni 2020).
2. Risicoanalyse 1. Heatmap Op basis van een opgestelde Risman (risico-management) analyse zijn de risico’s geordend langs kans van optreden en impact van het risico. De geïnventariseerde risico’s zijn samenvattend gevisualiseerd in de heatmap zoals hieronder opgenomen. Per risico is de kans van optreden (horizontaal) uitgezet tegenover de impact in bedrag die het risico heeft wanneer het optreedt (verticaal) (=bruto risico). De pijltjes naast de blokjes geven de richting aan waarheen het risico zich beweegt na toepassing van de beheersmaatregel (netto risico). De indeling van de matrix sluit aan bij de vigerende beleidsnota risicomanagement en weerstandvermogen. Via rode kaders zijn de vier hoofdrisico’s weergegeven. Deze hoofdrisico’s worden in paragraaf 3 verder uitgewerkt en voorzien van een plan B.
Figuur 1: Heatmap bruto risico’s (In bijlage 1 is een exemplaar op A3 formaat zichtbaar)
2. Financieel effect risico’s In het project wordt een generieke post onvoorzien toegepast van 10% op alle te voorziene investeringen. Dit is een gebruikelijk percentage bij dergelijke projecten. Aanvullend op de post onvoorzien is een projectgebonden weerstandsvermogen toegepast gebaseerd op de financiële impact van de risico’s. Met behulp van de Risman analyse is de financiële impact van de risico’s ingeschat op basis van het netto risico wat overblijft na toepassing van de beheersmaatregelen. De beheersmaatregelen die worden toegepast zijn beschreven in bijlage III. In tabel 1 hieronder is het financiële effect van het netto risico opgenomen.
Tabel 1: Financieel effect netto risico’s
Categoriseren Aansluitrisico’s Investeringsrisico’s Operationele inkomsten risico’s Operationele kosten risico’s Eindtotaal
Van toepassing zijnde risico’s 1, 5, 6, 7, 8 9, 12, 13 3, 10, 2, 4, 11, 14, 15
Kans keer risico (netto) € 220k € 355k € 25k € 390k € 990k
Het netto risicobedrag vanuit de risicoanalyse bedraagt bijna 1 miljoen euro. Dit is als projectspecifiek weerstandsvermogen in het project opgenomen.
3. Hoofdrisico’s Naast het instellen van het projectspecifiek weerstandsvermogen zijn, op basis van alle beschikbare kennis en informatie tijdens het opstellen van het risicobeheersplan vier hoofdrisico’s geïdentificeerd. Wanneer deze risico’s zich voorzien, raken die snel de kerndoelstellingen van het project. Daarnaast kan de financiële impact hiervan bij gelijktijdig optreden zo groot zijn dat het daarmee het projectspecifieke weerstandsvermogen overschrijdt. Om die reden worden deze vier hoofdrisico’s apart beschreven en wordt per hoofdrisico een plan B opgesteld. 1. Structureel onvoldoende warmte beschikbaar uit de RWZI (risiconummer 2, heatmap) Als er vanuit de RWZI structureel onvoldoende warmte beschikbaar is voor het SWZ heeft dit tot gevolg dat er meerkosten moeten worden gemaakt door het extra inzetten van de geplande backup voorziening. Dit is negatief voor het exploitatieresultaat en/of het duurzaamheidsrendement omdat minder woningen op het SWZ kunnen worden aangesloten. De kans dat dit risico optreedt is beperkt, doordat op basis van monitoringgegevens (periode juni 2019 -maart 2020) blijkt dat er voldoende warmte beschikbaar is. Voor fase 1 is daarmee de kans op structureel onvoldoende warmte nihil. Voor de vervolgfasen wordt deze kans als kleiner dan 25% ingeschat.
Plan B: Als in de praktijk blijkt dat er toch structureel onvoldoende warmte beschikbaar is, kan warmtewinning vanuit de IJssel als alternatieve warmtebron worden toegevoegd of dient een WKO als buffermaatregel te worden toegevoegd. Dit zal tot nieuwe investeringen leiden en mogelijk een negatief effect op het exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase. Ordergrootte 0,5 1,0 miljoen euro. In het geval dit risico optreedt zal op basis van de exacte oorzaak en de situatie op dat moment een keuze moeten worden gemaakt om de backup voorziening extra in te zetten of aanvullend warmte uit de IJssel te benutten met al dan niet de inzet van een WKO. De warmtevoorziening van de aangesloten woningen kan altijd worden gewaarborgd t.g.v. de aanwezige back-up voorzieningen in het technisch ontwerp. 2. Geen overnamepartner voor eigendom en exploitatie SWZ door onvoldoende exploitatieresultaat (risiconummer 4, heatmap) Uitgangspunt is dat het SWZ op termijn wordt overdragen aan een derde partij. Hiervoor is een SOK gesloten met Enpuls B.V. die in fase 1 als adviseur en mede-ontwikkelaar van het SWZ optreedt. Er zijn twee mogelijke redenen waarom overname door Enpuls B.V.
niet doorgaat: (1) Enpuls verlegt de focus naar andere terreinen terwijl het financieel rendement van het SWZ wel conform verwachting verloopt (kans hiervoor wordt ingeschat op lager dan 10%) of (2) het financiële rendement van het SWZ is in de praktijk slechter dan voorzien. Deze kans wordt ingeschat op lager dan 25%. Plannen B: In het geval dat het financieel rendement naar verwachting is, kan een andere overname partner worden gezocht. In het geval dat deze niet wordt gevonden tegen de door de gemeente gestelde voorwaarden, blijft de gemeente zelf eigenaar en exploitant van het SWZ. Financieel heeft
dit geen consequenties. Organisatorisch dient de gemeente het contractmanagement richting Energieleverancier te continueren om daarmee de aangegane verplichtingen naar (1) WDODelta en (2) de aangesloten bewoners te blijven voldoen. In het geval er geen overname partner is omdat het exploitatieresultaat in de praktijk achterblijft bij de verwachting, is de gemeente verplicht om tot het einde van de contractuur (minimaal 15 jaar) de exploitatie op zich te nemen en zorg te dragen voor een goede en betaalbare warmtevoorziening voor de aangesloten bewoners. Het negatieve exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase komt voor kosten van de gemeente. Ordegrootte hiervan is 0,5 – 1,0 miljoen euro (gelijk ingeschat aan de andere risico’s). 3. Te weinig aansluitingen, reeds in fase 1a (risiconummer 1 en 7, heatmap) Uitgangspunt is dat in fase 1a wordt gestart met aansluiting van de energetische gerenoveerde huurwoningen (Rembrandtkade) van de corporatie en een deel van de nieuwbouw in de Tuinen van Zandweerd. In fase 1b kan ook een deel van de particuliere woningen in de bestaande wijk aansluiten. In de vervolgfasen kunnen ook de woningen van de corporaties Rentree en Ieder1 worden aangesloten op SWZ. Voor een rendabel SWZ fase 1 moet een minimaal aansluitpercentage worden gerealiseerd.
Door voorafgaand aan de realisatie van SWZ fase 1a de aansluitingen contractueel vast te leggen met de corporaties en de projectontwikkelaars in de Tuinen van Zandweerd wordt voor fase 1a reeds een aansluitpercentage van > 50% gerealiseerd. Dit vormt dus geen risico. Als daarnaast 50% van de vrije kavelbouwers besluit aan te sluiten stijgt dit percentage tot 70%. Het risico dat dat minder vrije kavel bouwers zich in fase 1a laten aansluiten is aanwezig. Er is veel interesse maar er zijn geen garanties. Daarom wordt deze kans dat minder dan de helft van de vrije kavel bouwers aansluit op 50% ingeschat. Plan B1: In het geval minder dan de helft van de vrije kavelbouwers aansluit, staat het exploitatieresultaat onder druk. In dat geval kan door aansluitingen van alternatieve woningen in de omgeving van Tuinen van Zandweerd mogelijk toch het minimale aan te sluiten aantal woningen voor een rendabele exploitatie van fase 1a en 1b worden gerealiseerd. Als dit niet kan worden gerealiseerd zal dit een negatief impact op het exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase hebben. Ordergrootte hiervan wordt ingeschat op 0,2 miljoen euro. Plan B2: In het geval vooraf onvoldoende zekerheid wordt verkregen voor het aantal aansluitingen in fase 1b, kan worden besloten dat fase 1b niet wordt gerealiseerd.
Dat heeft als consequentie dat de gemeente eigenaar blijft van SWZ fase 1a en tot het einde van de contractduur het warmtenet moet blijven exploiteren om zorg te dragen voor een goede en betaalbare warmtevoorziening voor de aangesloten bewoners. Dit kan een negatieve impact hebben op het exploitatieresultaat. Door de tussentijdse besluitvorming tussen fase 1a en fase 1b is dit risico gemitigeerd. 4. Problemen in de uitvoering (risiconummers 12, heatmap) Problemen in de uitvoering zijn uit te splitsen naar: • Onvoorziene problemen in de ondergrond (archeologie, bodemgesteldheid, verontreiniging) • Schade aan bestaande woningen als gevolg van aansluiten op het SWZ Voor fase 1a wordt een groot deel van het warmtenet gerealiseerd gelijktijdig met het bouwrijp maken van de nieuwbouw in de Tuinen van Zandweerd. Als zich daar problemen in de ondergrond voordoen komen de mogelijke meerkosten hieruit ten laste van het project Tuinen van Zandweerd. Voor aansluiting van de bestaande bouw is reeds archeologisch onderzoek uitgevoerd waarvan de resultaten in het ontwerptraject zijn meegenomen. De kans op onvoorziene omstandigheden in de aanleg en aansluiting van het SWZ in de bestaande bouw wordt ingeschat op kleiner dan 25%.
De kans op schade bij nieuwbouwwoningen als gevolg van aansluiten op het SWZ is nihil omdat dit reguliere praktijk is in veel nieuwbouwprojecten. Het oplossen en vergoeden van eventueel optredende schade bij aansluiting van bestaande woningen (is fase 1b) wordt contractueel bij de aannemer neergelegd. Plan B: In geval zich ondanks de vooronderzoeken problemen in de uitvoering in de bestaande bouw voordoen dienen deze uit het projectspecifieke weerstandsvermogen te worden gedekt. Een bedrag voor deze kosten is moeilijk in te schatten maar zal altijd een negatieve impact op het exploitatieresultaat over de looptijd van de businesscase hebben. Ordergrootte van dit bedrag wordt ingeschat op 0,3 – 0,5 miljoen euro. 4. Nadere toelichting in bijlage 2 In bijlage 2 is per hoofdrisico een nadere toelichting opgenomen waarbij per mogelijke situatie die zich kan voordoen in de diverse hoofdrisico’s, is omschreven wat daarvoor in de projectopzet reeds geregeld is en wat plan B is wanneer de beheersmaatregelen onvoldoende effect blijken te hebben.
5. Financieel effect kansen De verschillende kansen die zich tijdens de projectuitvoering kunnen voordoen zijn in tabel 2 hieronder inzichtelijk gemaakt. Het gaat hierbij om een potentieel positief financieel effect voor het project. Deze zijn voorzichtigheidshalve niet gesaldeerd met de geschetste risico’s. Tabel 2: Financieel effect kansen (ingeschat)
Categoriseren
Kans
100% kans keer risico’s
90%
Kans keer waarde € 135k
Meeleggen backbone tijdens bouwrijp maken Tuinen van Zandweerd SDE++ ACM-tarieven ISDE regeling voor warmtepompen EIA regeling voor warmtepompen Eindtotaal
>50% 25% 10%
€ 450k € 50k € 20k
€ 900k € 200k € 200k
10%
€ 20k
€ 200k
€ 675k
€ 1.650k
€ 150k
Toelichting bij kanseninventarisatie: 1. De aanleg van het warmtenet in de Tuinen van Zandweerd wordt gelijktijdig meegenomen met het bouwrijp maken van deze nieuwbouwlocatie. De kosten voor graafwerk, bemaling en bestrating beslaan 30% van de totale aanlegkosten. Wanneer de warmteleiding in het nutstracé kan worden meegelegd bespaart dit op een bedrag van EUR 510.000,- circa EUR 150.000,-. Dit voordeel is nog niet in de businesscase meegerekend maar wel relevant om tot kostprijsreductie te komen (zie ook beheersmaatregel 6). 2. SDE++ is een Rijksoverheidregeling die subsidie verleent op duurzaam opgewekte warmte onder andere vanuit de RWZI. In de businesscase is daar nu nog niet mee gerekend. De subsidie vertegenwoordigd een hoge waarde wat betreft financiële impact. 3. ACM-tarieven betreffen de gewijzigde warmtetarieven zoals die door de ACM zijn afgegeven voor 2020. De business case rekent nog niet met deze tarieven. Als die wel worden toegepast zal dit een verhoging van de operationele inkomsten opleveren. Het kanspercentage is echter bewust laag gehouden omdat betaalbaarheid van de toekomstige energierekening een relevant aspect is in de verkoop van aansluitingen naar particulieren en huurders.
4. ISDE-regeling voor warmtepompen. Met deze regeling kunnen voor warmtepompen tot 70kW investeringssubsidies worden verkregen. Gemiddeld zullen echter grotere warmtepompen worden toegepast. Om die reden is het kanspercentage laag ingeschat. 5. EIA regeling. Deze regeling biedt fiscale kansen voor Vbp-plichtige bedrijven die investeren in duurzame energievoorzieningen. Op basis van het definitieve governance-model en de eigendomsverhouding van Enpuls versus de leverancier kan hier mogelijk beperkt gebruik van gemaakt worden. Het totaal aan effectief ingeschatte kansen geeft een financiële upside in het project die voorzichtigheidshalve nog niet in de businesscase is berekend. maar wel kansen biedt het exploitatieresultaat van het project te verbeteren dan wel risico’s op te vangen.
BIJLAGE II: Scenario-analyse Inleiding In deze bijlage worden de belangrijkste risico’s beschreven die vanuit de risicoanalyse weliswaar wat betreft kans van optreden laag worden ingeschat maar die ten gevolge van de grote impact bij optreden om een plan B vragen. De risico’s zijn gecategoriseerd langs een aantal hoofdthema’s. Per hoofdthema’s (1) zijn de mogelijke situaties die die daarbij kunnen voordoen omschreven (2) is beschreven welke maatregelen op dit moment ter voorkoming of beheersing van dit risico zijn georganiseerd en (3) is op hoofdlijnen plan B beschreven voor het geval de beschreven maatregelen niet afdoende blijken te zijn. Hoofdrisico 1: Structureel onvoldoende warmte beschikbaar uit de RWZI Situatie
Wat is geregeld
1
Wat als de RWZI op deze locatie op termijn verdwijnt
Tussen Gemeente en WDODelta zijn in een apart daarvoor opgestelde Samenwerkingsovereenkomst (SOK) de volgende afspraken overeengekomen: Beschikbaar stellen uit effluentstroom restwarmte gedurende de exploitatietermijn van SWZ; Voor fase 1 en op basis van ervaringen fase 1 ook voorzien in vervolgfasen Zonder wederzijds bestuurlijk commitment kan samenwerking niet op gezegd worden; Samenwerking om leveringszekerheid te waarborgen. Risico op leveringszekerheid ligt echter bij Gemeente Deventer Aanvullend daarop is het van belang te benoemen dat WDODelta een medeoverheid betreft (provincie – gemeente – waterschap). WDODelta kan dus niet alleen om zakelijke redenen een dergelijke keuze maken.
2
Wat als de RWZI minder warmte levert dan berekend/Er in koude winters minder warmte kan worden geleverd dan nodig is
Voorafgaand aan SOK is gedurende een periode van een historische data plus een apart daarvoor geplaatst monitoringsysteem de temperatuur van de effluentstroom bij de RWZI gemonitord. Daarmee is vooraf reeds zekerheid en inzicht over het profiel van warmte vanuit de RWZI. Dit is ontwerpuitgangspunt voor het huidig ontwerp.
3
Wat als de RWZI meer warmte kan leveren dan voorzien
Dit wordt gezien als een luxeprobleem en geeft basis om het SWZ verder op te schalen. Overtollige warmte kan - zoals dat nu in de huidige situatie al het geval is - afgevoerd worden op de Ijssel.
4
Wat als de RWZI een storing heeft in het stookseizoen
Deze situatie gaat zich zeker voordoen en is als zodanig ook met WDODelta besproken. Het ontwerp van het SWZ is uitgelegd op een back up voorziening zodat ten allen tijde in de gevraagde warmte kan worden voorzien.
5
Wat als er een betere/goedkopere warmtebron beschikbaar komt
De keuze voor de RWZI als warmtebron is gebaseerd op een haalbaarheidsonderzoek en wordt bevestigd door het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving). Hierin zijn lange termijn ontwikkelingen voor (rest)warmtebronnen als alternatief voor aardgas meegenomen. Desniettegenstaande kan er zich op termijn altijd een situatie voordoen dat er een betere alternatieve warmtebron wordt gevonden. Gezien de voorstudies en de analyses van het PBL zal dit echter pas na 10 - 15 jaar mogelijk zijn om dat dergelijke alternatieven ook marktrijp gemaakt moeten worden voor praktische en leveringzekere toepassing op het schaalniveau waarop ook het SWZ wordt opgezet. Het is gebruikelijk afname verplichtingen bij afnemers te contracteren om daarmee afzet en aansluitingen voor langere termijn te borgen. Dat zal in de contractuele uitwerking richting afnemers hier ook plaatsvinden.
6
Wat als door klimaatverandering (zachte winters) er minder warmte hoeft te worden geleverd (effect business case)
Het effect van klimaatverandering is beperkt. Ten gevolge van klimaatverandering zal de warmtelevering van de RWZI waarschijnlijk toenemen omdat temperaturen toenemen. Dit levert een hoger energetisch rendement van de warmtelevering op. Daar staat tegenover dat de vraag naar warmte zal afnemen. Beide effecten zullen elkaar waarschijnlijk opheffen. Daarnaast is in de businesscase nu reeds gerekend met lagere warmtevragen ten gevolge van isolerende maatregelen die in de woningen zijn of worden getroffen.
Wat als de eigenaar van de rwzi toch een vergoeding gaat vragen voor het aankoppelen van ons net?
In de SOK is overeengekomen dat warmte om niet beschikbaar wordt gesteld. Onder voorwaarde van (1) geen staatssteun. Deze voorwaarde is getoetst waarbij in de huidige situatie geen prijs aan warmte wordt toegekend. Verwachting is dat dit voor de langer termijn zo zal blijven maar mocht ondanks dat in de toekomst dit wel het geval worden, en deze restwarmte dus een waarde gaat vertegenwoordigen, dan zal deze prijs doorberekend worden in de tariefstelling. Er wordt aangesloten bij landelijke tariefstelling van warmteprijsontwikkeling van ACM.
7
Plan B In geval de reeds getroffen en beschreven maatregelen geen uitkomst bieden is plan B als volgt vormgegeven.
1. 2. 3. 4. 5.
Het inzetten van de back up voorziening Het inzetten van een alternatieve laag temperatuur warmtebron Ofwel via oppervlaktewater, ofwel via riothermie, ofwel via asfaltcollectoren Alle drie de opties zijn in de haalbaarheidsfase reeds inzichtelijk gemaakt Gemeente Deventer heeft zelf met haar eigen Stadhuis reeds positieve ervaringen met een alternatief op oppervlaktewater. Financieel biedt deze oplossing ook het beste perspectief (lage Capex, lage Opex tgv gelijkwaardig energetisch rendement)
Hoofdrisico 2: Geen overnamepartner voor eigendom en exploitatie SWZ door onvoldoende Situatie
Wat is geregeld
Wat als Enpuls het net niet wil overnemen? Het risico dat wij lopen is dat wij opeens eigenaar / exploitant zijn geworden met alle verplichtingen.
Tussen Gemeente Deventer en Enpuls zijn in een apart daarvoor opgestelde Samenwerkingsovereenkomst (SOK) onder andere de volgende afspraken overeengekomen: • Enpuls stelt een technische en financiele due dilligence op voorafgaand aan het project om daarmee vanaf moment van samenwerken maximaal aangehaakt te zijn op dit project. • Enpuls is adviseur cq mede-ontwikkelaar van het SWZ en heeft invloed op keuzes rondom ontwerp en contracten om daarmee overname te vergemakkelijken. • Er zijn door partijen toetsingscriteria geformuleerd waarmee de kaders voor overname zijn vastgesteld. Deze zijn op dit moment echter bewust nog volledig SMART gemaakt en uitgedetaillieerd om voor beide partijen ruimte te houden te overname straks, met de kennis en inzichten van dat moment, optimaal vorm te geven.
2
Wat als blijkt dat voordat de gemeente Deventer eea kan overdoen aan een partij er andere / betere technieken zijn en onze partners liever daarvan gebruik willen maken?
Het SWZ is geen doel op zich maar heeft een minimum aantal aansluitingen nodig om een stabiele financiering te waarborgen. Om die reden is nooit gerekend met maximum aantal aanwezigen woningen in Zandweerd die aan gaan sluiten. Van particulieren wordt dus verwacht dat zij ook alternatieven zullen realiseren. Voor de partners is dit niet het geval. Hun commitment om hun woningen aan te sluiten is op meerdere niveaus en op meerdere momenten reeds vormgegeven: • De gerenoveerde woningen van de partners zijn zo gerenoveerd dat ze daarbij SWZproof zijn; • De financiële bijdrage van de partners van EUR 800,- per woning ter verkleining van de onrendabele top die bestuurlijk ook reeds is vastgelegd. • In jan 2019 is een IOVK met de partners overeen gekomen waarin de aansluiting van hun woningen is afgestemd, uitgewerkt en toegezegd; • In mei 2020 is het commitment van de partners nog eens aan het college én aan gedeputeerde Staten per brief bevestigd; • In juli 2020 zal dit commitment aanvullend en concreet uitgewerkt worden in aantal aan te sluiten woningen per fase van het SWZ.
3
Wat als Enpuls voorrang geeft aan de gemeente Almere omdat de ontwikkelingen daar voor onze partner meer rendement heeft en wij voor 3 jaar in de wacht gezet worden?
1
Ter voorkoming van deze situatie is een samenwerkingsovereenkomst met Enpuls overeengekomen. Op basis hiervan is de beschreven situatie niet mogelijk
4
Wat als de gemeente geen geschikte partij kan vinden om de warmte te leveren?
Ter voorkoming hiervan zijn de volgende maatregelen genomen: • In november 2019 is een marktconsultatie uitgevoerd waarin mede een interessepeiling is uitgevoerd. Meerdere partijen hebben aangegeven onder welke condities zij geinteresseerd zijn. Deze condities zijn zoveel als mogelijk verwerkt in (1) technische uitgangspunten (2) beoogde leveringsomvang (3) beoogde governance structuur. • Reeds in juni 2020 wordt, voorafgaand aan moment van daadwerkelijk investeren het proces voor aanbesteden van de Leverancier ingericht. Dit geeft (1) vroegtijdig inzicht in de daadwerkelijke interesse van marktpartijen en (2) geeft de mogelijkheid juist om tijdens het aanbestedingstraject potentiele leveranciers ook optimalisaties door te laten voeren op het beoogde ontwerp.
5
Wat als het rendement van het warmtenet te laag is om de milieudoelstellingen te realiseren?
dit betekent effectief dat de warmtepompen een hoger elektragebruik kennen dan geprognotiseerd. In het geval van individuele warmtepompen in de nieuwbouw ligt dit risico bij de eigenaar gebruiker. In geval van de collectieve warmtepompen in de bestaande bouw blijven de kosten beperkt ten gevolge van (1) de relatief lage elektra-inkoopprijs op de grootverbruik aansluiting en (2) de mogelijkheid om met de gasgestookte back up indien nodig een kostprijsoptimalisatie door te voeren.
6
Wat als om het rendement te halen er meer kosten gemaakt moeten worden voor het
de inzet in de bestaande woningen beperkt zich tot het plaatsen veen warmteset. Hier zal een aannemer voor gecontracteerd worden waarin prestatieafspraken over een zekere levering mee zullen worden overeengekomen.
'opwerken' van de warmtestroom naar een hogere temperatuur?
Plan B In geval overname door Enpuls of het selecteren van een warmteleverancier ondanks de genomen maatregelen zal de Gemeente Deventer eigenaar blijven. In dit geval is er automatisch sprake van een gemeentelijk warmtebedrijf. De vraag is of dat per definitie nadelig is. Wel is het zo dat kennis die nu via Enpuls wordt geregeld dan moet worden ingehuurd en het gemeentelijk apparatuur daarop moet worden ingericht. De gemeente kan de benodigde instrumenten inzetten (inclusief goedkope financiering) om deze rol in te vullen. In dit geval zullen we niet met overname van infrastructuur werken maar met het volledig uitbesteden van beheer en exploitatie naar partijen als Heijmans, Engie, Eteck, Eneco etc. In de praktijk hoeft geen grote verschillen op te leveren. In geval na fase 1 besloten wordt om te stoppen en niet voor verdere opschaling te gaan zal de overeengekomen contractduur worden uitgediend. Op fase 1 van het SWZ ligt een veel positievere exploitatie dan op de vervolgfasen wat de financiele impact (te zamen met inzet van het risicobudget en de RIW gelden) minimaliseert. Hoofdrisico 3: Te weinig aansluitingen, reeds in fase 1a
1
2
Situatie
Wat is geregeld
Wat als de corporaties toch liever voor een andere oplossing kiezen of de huiseigenaren toch niet mee willen doen omdat ze het rendement te laag vinden?
Het SWZ is geen doel op zich maar heeft een minimum aantal aansluitingen nodig om een stabiele financiering te waarborgen. Om die reden is nooit gerekend met maximum aantal aanwezigen woningen in Zandweerd die aan gaan sluiten. Van particulieren wordt dus verwacht dat zij ook alternatieven zullen realiseren. Voor de partners is dit niet het geval. Hun commitment om hun woningen aan te sluiten is op meerdere niveaus en op meerdere momenten reeds vormgegeven: • De gerenoveerde woningen van de partners zijn zo gerenoveerd dat ze daarbij SWZproof zijn; • De financiële bijdrage van de partners van EUR 800,- per woning ter verkleining van de onrendabele top die bestuurlijk ook reeds is vastgelegd. • In jan 2019 is een IOVK met de partners overeen gekomen waarin de aansluiting van hun woningen is afgestemd, uitgewerkt en toegezegd; • In mei 2020 is het commitment van de partners nog eens aan het college én aan gedeputeerde Staten per brief bevestigd; • In juli 2020 zal dit commitment aanvullend en concreet uitgewerkt worden in aantal aan te sluiten woningen per fase van het SWZ.
Wat als particulieren of vrije kavel bouwen niet aan willen sluiten
Vrije kavel bouwers hebben geen aansluitplicht hun woning aan te sluiten op het SWZ. Wel zijn reeds 4 bewonersbijeenkomsten georganiseerd waarbij potentiele kopers kennis hebben kunnen nemen van de plannen en mogelijkheden om hun kavel cq. woning aan te sluiten op het SWZ. Hierbij zijn bewoners alle voorwaarden gepresenteerd en zijn de financiële kaders meegegeven. Op basis van deze informatie heeft 80% van de bewoners aangegeven geïnteresseerd te zijn in aan sluiting op het SWZ. Particuliere woning-eigenaren van bestaande woningen betreffen met name de vervolgfasen. Hier zal pas een aansluiting worden gerealiseerd wanneer een minimum aantal woningen in een cluster bereid is om gezamenlijk aan te sluiten.
Plan B In geval er te weinig aansluitingen zijn in de beoogde projectgebieden is reeds gekeken naar geïnteresseerde woningeigenaren in andere delen van Zandweerd. Hier is een potentieel aan 250 concrete kansrijke woningaansluitingen uit geïnventariseerd. Mocht in het uiterste geval de interesse achterblijven zal in het uiterste geval de realisatie stopgezet worden.
Hoofdrisico 4: Problemen in de uitvoering Situatie
1
Wat als de huiseigenaren door ons toedoen schade ondervinden omdat we in bestaande woningen aan de gang gaan?
Wat is geregeld
Wordt in contract aansluitovereenkomst bij aannemer als verantwoordelijkheid gelegd
2
Wat als er bij de aanleg van de warmteleidingen problemen ontstaan (vervuiling ondergrond etc)
Er is voorafgaand reeds archeologisch onderzoek gedaan. Daarnaast zullen in projectuitvoering proefsleuven worden gemaakt
3
Wat als de plaatsing van de collectieve warmtepompcentrale tot problemen leidt?
vooraf afstemming met verschillende afdelingen om ruimte inpasbaar te maken in bestaande bouw.
Plan B In geval prestaties blijvend achter blijven met hogere structurele kosten tot gevolg of schadeclaims vanuit uitvoering dient tussentijds een strategische en bestuurlijke besluit genomen te worden om (1) het verlies vanuit het risicobudget te dekken over de nog lopende exploitatieperiode of (2) het project stop te zetten.
BIJLAGE III: Beheersmaatregelen Onderstaand wordt een nadere toelichting gegeven op de belangrijkste beheermaatregelen die in het project worden getroffen om risico’s te mitigeren.
Beheersmaatregel 1 Contractstructuur en overeen te komen contracten voorafgaand aan investeringsbesluit In figuur 3 is een weergave op hoofdlijnen van de contractstructuur opgenomen. In tabel 5 is per contract aangegeven wat geregeld wordt, wanneer dit contract dient te worden overeengekomen en welke risico’s hiermee worden beheerst. In tabel 5 is een verdere concretisering per contract opgenomen.
Figuur 3: contractstructuur
Tabel 5: contracten voorafgaand aan investeringsbeslissing
Contracten
Inhoud
Voor investeringbeslissing
Beheersing Status risico 7/2020
SOK WDODelta
leveren van bronwarmte gedurende contractduur Inbreng expertise Enpuls en beoogde overname SWZ na fase 1 door Enpuls Zekerstellen van aansluiten corporatiewoningen op SWZ
ja
2, 15
90%
ja
4, 9, 13
90%
ja
1, 5
90%
Intern commitment om appartementen op SWZ aan te sluiten Warmteleverancier die op basis van netwerk warmte gaat leveren aan afnemers
ja
7
90%
ja
3
25%
SOK Enpuls Commitment Aansluitingen corporatiewoningen Aansluiten appartementen Contract warmteleverancier
Beheersmaatregel 2: Beperken aansluitrisico’s Het beperken van het risico dat woningen wel of niet aansluiten op het SWZ is relevant omdat daarmee inkomsten uit BAK-vergoedingen (Bijdrage AansluitKosten) zeker worden gesteld. De volgende maatregelen zijn/worden genomen om dit risico tot een minimum te beperken: 1. Een gefaseerde ontwikkeling van fase 1 bestaande uit een categorisering/ doelgroepenbenadering op basis van het eigenaarschap van de woningen waarlangs aansluitrisico’s kunnen worden beperkt: a. Categorie A: vrije kavel bouwers in Tuinen van Zandweerd: Vrije kavel bouwers hebben een eigen keuze voor aansluiten op het SWZ of niet. In januari zijn reeds twee bewonersavonden voor potentiële kavelkopers gehouden waarop toelichting op techniek en financiële consequenties van de aansluiting van een particuliere woning op het SWZ is toegelicht. Uit een eerste inventarisatie cq. Enquête onder gegadigden gaf 80% van de deelnemers op basis van de verstrekte informatie aan geïnteresseerd te zijn / voornemens te zijn hun woning aan te sluiten. b. Categorie B: appartementen in de Tuinen van Zandweerd: de ontwikkeling van de appartementen in de Tuinen van Zandweerd wordt aanbesteed aan ontwikkelaars. In het selectieproces voor deze ontwikkelaars zal het aansluiten van de appartementen op het SWZ, binnen de mogelijkheid van de daarvoor gegeven aanbestedingsregels, worden geregeld.
c. Categorie C: nieuwbouw huurwoningen: De corporaties ontwikkelen huurappartementen. Als medeondertekenaars van de Intentieovereenkomst hebben zij reeds eerder besloten tot aansluitingen van hun woningen onder de reeds eerder verstrekte uitgangspunten van aansluitkosten, tariefstructuur en planning. d. Categorie D: particuliere woningen en huurwoningen in de bestaande bouw: Aansluiting huurwoningen op basis van overeenstemming tussen huurder en corporatie. Aansluiting van particuliere woningen op basis van vrijwilligheid. Eind 2019 is een eerste bewonersavond georganiseerd. In juni 2020 wordt een webinar georganiseerd om mensen geïnteresseerd te maken in aansluiting van hun woning. Gaandeweg de ontwikkeling en realisatie van het Slim Warmtenet in de Tuinen van Zandweerd zal er meer duidelijkheid komen in de aansluiting van de bestaande woningen in Zandweerd Noord. Risico’s van deze ontwikkeling worden beperkt door de aansluiting pas te realiseren wanneer minimaal 70% aansluitingen binnen een te definiëren ‘warmtecluster’ willen aansluiten. 2. Naast de doelgroepenbenadering zijn er ook alternatieven aansluitingen geïnventariseerd van woningen van Woonzorg en Ultiem Wonen die mogelijk kunnen en willen aansluiten wanneer de beoogde woningaantallen niet behaald worden.
In de ontwikkeling van SWZ zullen gesprekken met deze partijen worden gevoerd om mogelijk ofwel als back up van niet aangesloten woningen te kunnen dienen ofwel in de vervolgfasen aan te kunnen sluiten. Dit vertegenwoordigt een aantal van meer dan 200 woningen nabij het projectgebied. 3. In tabel 6 zijn categorieën en woningaantallen weergegeven en het daaruit resulterend aansluitrisico’s. Tabel 6: aansluitrisico per doelgroep
Doelgroep/categorie Categorie A: vrije kavel bouwers in Tuinen van Zandweerd Categorie B: appartementen in de Tuinen van Zandweerd Categorie C: nieuwbouw huurwoningen Categorie D: particuliere en huurwoningen in de bestaande bouw Resulterend aansluitkans alleen nieuwbouw Resulterend aansluitkans totaal fase 1 Conclusies:
Aantal woningen 96 30 111 212
Kans na beheersmaatregel 70% 99% 100% 50%
237 449
88% 70%
1. Het aansluitrisico voor de nieuwbouw is met de voorgenomen beheersmaatregelen beperkt en reeds in de risicokosten verwerkt. Er is een belangrijk go / no-go moment waarbij tijdens de projectontwikkeling besloten moet worden om de bestaande woningen in Zandweerd ook aan te sluiten. Wanneer een minimum percentage van 70% van de bestaande woningen in een warmtecluster aan wil sluiten zal de totale aansluitkans toenemen tot > de 80% en blijven de risico’s beperkt. Eventueel kan dit percentage behaald worden door ook woningen van Ultiem Wonen en Woonzorg aan te sluiten.
Beheersmaatregel 3: gefaseerd beslissen: Collegebesluit en raadsinformatie vóór fase 1B Uit de risicoanalyse komt naar voren dat de meeste risico’s en onduidelijkheden op dit moment samenhangen met het ontwikkelen van het SWZ voor de bestaande bouw. De techniek is weliswaar duidelijk maar moet binnen de bestaande bouw ingepast worden. Daarnaast zijn aansluitgaranties niet mogelijk. Ook de investeringen die gemoeid zijn met de hoog temperatuur warmtepompen zijn fors. Om het project financieel beheersbaar te maken wordt voorgesteld om in het project SWZ, fase 1 een subfasering aan te brengen die als volgt is opgebouwd: 1. 2.
Fase 1a: realisatie backbone, RWZI-voorziening en aansluiting nieuwbouw Tuinen van Zandweerd, nieuwbouw Rubenstraat en bestaande huurwoningen Rembrandkade Fase 1b: aansluiting 140 particuliere bestaande woningen in het noorden van Zandweerd.
Door fase 1B pas te starten nadat de resultaten van fase 1A zijn geëvalueerd en duidelijk is welke risico’s zich wel of niet hebben voorgedaan, worden kosten maximaal beheersbaar gemaakt. Het college neemt een besluit voor de start van fase 1B en de raad wordt hierover geïnformeerd. Beheersmaatregel 4: RIW beschikking op basis van werkpakketten Met de Provincie Overijssel is overeengekomen om het beschikbaar stellen van de RIW bijdrage van 2,7 miljoen euro te koppelen aan de investeringen die in de zogenaamde werkpakketten worden gedaan. De beschikking is zo opgebouwd dat steeds voorafgaand aan investeringsmomenten het budget voor die investeringen worden verstrekt. Zie ook beheersmaatregel 5. De RIW beschikking is als volgt gestructureerd: • • •
Batch 1: Uitkering bij positief akkoord Gedeputeerde Staten op 23/6: Batch 2: Uitkering net voorafgaand aan contractering backbone: Batch 3: Uitkering net voorafgaand aan contractering RWZI voorzieningen:
EUR 200.000,EUR 1.250.000,EUR 1.250.000,-
Beheersmaatregel 5: Tussentijdse beslispunt per fase en inzet subsidiegeld als risicobudget Met name de eerste maanden van de ontwikkeling na besluitvorming dienen enerzijds noodzakelijke investeringen te worden gedaan waarbij anderzijds duidelijkheid rondom de subsidietrajecten wordt verkregen. De projectopzet en -fasering van fase 1 van het SWZ wordt zo gestructureerd dat bij de ontwikkeling van het SWZ sprake zal zijn van tussentijdse beslismomenten waarbij de investering per werkpakket pas wordt gedaan (1) na overeenstemming tussen betrokken partijen (2) op basis van inzichten uit de reeds uitgevoerde activiteiten of (3) de opbrengsten vanuit subsidie-trajecten en inkomsten uit de businesscase die op termijn vrijkomen. In tabel 7 zijn beslismomenten voor het eerste jaar ontwikkeling SWZ weergegeven. Daaruit komt naar voren dat met (1) gebruik maken van risicobudget en (2) het vrijkomen van de beschikking vanuit het RIW er altijd voldoende budget is om de uitvoering van de investeringen daaruit te dekken. Tabel 7: Tussentijdse beslispunten fase 1a
Beslismoment 1. RIW Provincie Overijssel – batch 1 2. Raadsbesluit investering gemeente EUR 3.400k 3. Proeftuinbudget – risicobudget 4. RIW Provincie Overijssel – batch 2 5. Contractering aanleg backbone TvZ 6. RIW Provincie Overijssel – batch 3 7. Contractering uitkoppeling RWZI etc 8. BAK inkomsten TvZ en Stichting Eigen Bouw
Beheersmaatregel 6: Investeringsrisico beperken 1. Kostprijsreductie:
Gepland 23/6/2020 10/2020 10/2020 11/2020 11/2020 11/2020 Q1/2021 Q2/2021
Financiële waarde +/+ EUR 200k +/+ EUR 3.400k +/+ EUR 1.000k +/+ EUR 1.250k -/- EUR 2.400k +/+ EUR 1.250k -/- EUR 826k +/+ 1.100k
Risicobudget 200k 0k 1.200k 2.450k 0k 1.250k >0k + 1.100k
a. De aanleg van het warmtenet in de Tuinen van Zandweerd wordt gelijktijdig meegenomen met het bouwrijp maken van deze nieuwbouwlocatie. De kosten voor graafwerk, bemaling en bestrating beslaan 30% van de totale aanlegkosten. Wanneer de warmteleiding in het nutstracé kan worden meegelegd bespaart dit op een bedrag van EUR 510.000,- circa EUR 150.000,-. Dit voordeel is nog niet in de businesscase meegerekend maar wel relevant om tot kostprijsreductie te komen. (zie ook onderdeel kansen) b. Aansluiting nieuwe appartementen in lopend ontwerptraject. In de businesscase zijn nu conservatieve kosteninschattingen gemaakt voor het aansluiten van appartementen op de backbone van het SWZ. Wanneer in de ontwerptrajecten voor deze appartementen deze eisen direct worden meegenomen, zal dat tot kostprijsreductie leiden. 2. Vroegtijdig kostprijsinzicht: a. Nadere ontwerpuitwerking om meer grip te krijgen op kostprijsontwikkeling (actie reeds in uitvoering) b. Uitvoeren van benodigde vooronderzoeken voor realisatie technisch ontwerp (reeds in uitvoering) i. Technische ruimte RWZI + bouwkostenraming ii. Archeologisch / bodemonderzoek warmtetracé bestaande bouw 3. Uitvoering ontwerptoets: a.
Uitvoering alternatieven scenario (reeds uitgevoerd: Planbureau voor de Leefomgeving bevestigd in zijn wijkanalyse deze oplossingsrichting als de oplossingsrichting met de laagst maatschappelijke kosten binnen de gegeven context van het project) b. Uitvoering marktconsultatie naar technisch ontwerp (reeds uitgevoerd bij vier marktpartijen, partijen herkennen en erkennen concept als beste oplossing voor aardgasvrij) c. Uitvoeren van een technische due dilligence door Enpuls op de gekozen ontwerpoplossingen en uitgangspunten in de businesscase (actie reeds in uitvoering) 4. Inventarisatie kansen uit raakvlakken met aanpalende beleidsterreinen: Onderzocht wordt of de realisatie van het SWZ gelijktijdig uitgevoerd kan worden met reeds lopende werkzaamheden vanuit de Meerjaren Onderhouds Planningen vanuit Openbare Ruimte. (onderzoek nog opstarten)
Beheersmaatregel 7. Operationele kosten- en inkomstenrisico 1. Kostprijsreductie onderhoud warmtenet. De grootste risicopost, die ook door de Rebelgroep in de second opinion wordt benoemd zijn de hogere onderhoudskosten dan geprognotiseerd. a. Het risico hierop wordt beperkt door het vroegtijdig uitvoeren van een technische due diligence door Enpuls op basis van ervaringscijfer uit hun praktijk. De conclusie uit het rapport van de Rebelgroep was gebaseerd op theoretische kentallen gebaseerd op de totaal investeringssom in de aanleg van het warmtenet. De eerste signalen zijn reeds dat deze kosten al lager uitvallen waardoor deze kosten ook automatisch lager zullen uitvallen. b. Meer inzicht in de werkelijke beheerkosten worden verkregen door verdere ontwerpuitwerking van het SWZ. Dit proces is reeds ingezet. c. Enpuls zal als beoogde partner het beheer van het SWZ op zich nemen. Uit oogpunt van toekomst eigenaarschap van het warmtenet en het niet hebben van een winstoogmerk is de verwachting dat Enpuls hier mogelijk lagere kosten dan commerciële marktpartijen in rekening voor zal brengen. 2. Selectie en contractering leverancier: door een zorgvuldig selectieproces van een leverancier kunnen de kosten en inkomsten verder worden geoptimaliseerd. Hier wordt de volgende maatregel voor uitgevoerd: De leverancier wordt geselecteerd op basis van een concurrentiegerichte dialoog.
Zo mogelijk wordt hem het perspectief van een rol in de verdere
opschaling van het net gegeven zodat hiermee kosten en opbrengsten kunnen worden geoptimaliseerd in de aanbesteding 3. Leveringszekerheid en betaalbaarheid a. Leverancier wordt gecontracteerd op basis van een prestatiecontract gebaseerd op de KPI’s en SLA’s die de Warmtewet stelt op het gebied van leveringszekerheid en betaalbaarheid. Aanvullend zullen eisen worden gesteld op basis van de minimaal te leveren duurzaamheidprestaties b. Tariefstelling: de juiste tariefstelling naar afnemers zal bepalend worden voor de werkelijke kosten en inkomstenstroom. Dit zal een tariefstelling zijn gebaseerd op een Warmtewet+ model. De huidige ACM-tarieven geven ruimte voor meer inkomstengeneratie. Dit zal met name voor de nieuwbouw interessant zijn en als mogelijk optimalisatie van de structurele kosten- en inkomsten worden gebruikt. c. De gegarandeerde inkomsten uit het SWZ zullen worden vastgelegd in een overeen te komen transportovereenkomst waarbij de geselecteerde leverancier een vast bedrag aan vergoeding zal moeten betalen voor het gebruik van het SWZ. Hiermee kan een gegarandeerde inkomstenstroom worden geborgd. d.
Eventuele technische risico’s rondom aanlevering van bronwarmte worden geborgd door twee maatregelen (1) de onderzoeken tijdens het ontwerptraject naar de noodzaak van realisatie en ontwikkeling van een extra buffer en (2) het contracteren van de levering van bronwarmte uit de RWZI tussen gemeente Deventer en WDOD. Beide activiteiten zijn reeds in gang gezet.