2022-25 bijlage Advies deskundige mbt vervangende nieuwbouw VSO
Tekst van het document
Aan de gemeente Deventer t.a.v. dhr. de Graaf Grote Kerkhof 1 7411 KT Deventer
Advies vervangende nieuwbouw VSO cluster 4 Deventer
Geachte heer de Graaf, Onderstaand mijn advies inzake uw vragen aangaande vervangende nieuwbouw voor een VSO cluster 4 school in de gemeente Deventer. Ik heb de onderhavige problematiek vanuit de volgende perspectieven belicht:
Landelijke trends en ontwikkelingen aangaande passend onderwijs enz. Good practices met betrekking tot “brede” VSO cluster 4 scholen Objectieve informatie ten aanzien van de werkwijze van SOTOG inzake dit type onderwijs Conclusie
Als basis voor dit onderzoek heb ik de volgende documenten geraadpleegd:
De Staat van het Onderwijs 2021 (Inspectie OCW) Inspectierapporten Stichting SOTOG Prognose leerlingaantal VSO cluster 4 Pronexus Strategisch Beleidsplan SOTOG Visiedocument SWV Voortgezet Onderwijs Deventer 19 april 2021
Tevens heb ik een aantal gesprekken gevoerd met bestuurders/directeuren van vergelijkbare scholen in den lande.
Landelijke ontwikkelingen: Uit de meest recente publicatie van de Staat van het Onderwijs blijkt dat er sprake is van stabilisatie van het aantal leerlingen in het VSO, het landelijke deelnamecijfer is inmiddels opgelopen naar 3,8%. (SWV Deventer hanteert nog het oude percentage van 3,6%). Ook het aantal thuiszitters neemt toe. Tevens blijkt dat er steeds minder leerlingen de switch maken vanuit het VSO naar het reguliere VO. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de gesignaleerde toegenomen complexiteit van de individuele ondersteuningsvragen van de leerlingen. Ook wordt melding gemaakt van een toegenomen rechtstreekse instroom vanuit het regulier VO in het VSO, waarbij steeds meer leerlingen kiezen voor een diplomagerichte leerweg binnen het VSO.
1
Positionering VSO cluster 4 binnen het onderwijscontinuüm van Deventer: De doelgroep van een (voormalige) cluster 4 organisatie kenmerkt zich door de behoefte aan een duidelijk gestructureerd programma waarbinnen optimale ruimte is om arrangementen op maat te maken. Arrangementen met als basis onderwijs, en waar nodig en/of gewenst de verbinding met jeugdhulp en/of arbeid te realiseren is. Volume is gewenst om te kunnen differentiëren zowel in aantal als inhoud van de arrangementen. Samenwerking met andere onderwijsvoorzieningen biedt meer mogelijkheden voor beide partijen. In het verlengde hiervan heeft het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Deventer de voorkeur uitgesproken om het aanbod van speciaal onderwijs meer te organiseren per niveau en in de nabijheid van regulier onderwijs. Hoe dichter bij elkaar georganiseerd, des te eenvoudiger en intensiever de samenwerking en des te toegankelijker de voorhanden zijnde expertise. Het ‘oversteken’ van leerlingen tussen specialistisch en regulier aanbod (hybride onderwijsvormen), vanuit een flexibele en meer op maat programmering, wordt hierdoor eveneens makkelijker te organiseren. Met name de pedagogische kennis is daarbij van belang, ten aanzien van vakdidactiek kan gebruik gemaakt worden van de docenten in het reguliere onderwijs.
Leerlingen zouden dan ingeschreven kunnen worden in het speciaal onderwijs, zodat gebruik gemaakt kan worden van de ruimere mogelijkheden en de grotere flexibiliteit ten aanzien van onderwijstijd en het doen van(staats)examen. Dit streven past geheel in de visie van SOTOG om, middels een “living apart together” concept, mogelijkheden te creëren voor samenwerking met het regulier onderwijs waarbij het specifieke pedagogisch klimaat, welke zo kenmerkend is voor het speciaal onderwijs, wordt behouden.
Good practices: Onderstaand een korte schets van een drietal scholen met eenzelfde profiel zoals beoogd voor de vestiging in Deventer:
Velddijk te Tegelen (Onderwijsgroep Buitengewoon) SG Harreveld te Harreveld (Stichting Aloysius) Brederodecollege te Breda de Veenlanden Almelo De Elimschool Hellendoorn
Deze scholen slagen er in om een breed pakket aan te bieden (van arbeidsmarktgericht tot en met HAVO). Kenmerkend voor deze scholen is kleinschaligheid gecombineerd met een sterk pedagogisch klimaat. Veel ruimte voor individueel maatwerk waardoor aangesloten kan worden bij de individuele ondersteuningsbehoefte van de leerling. Veelal is er sprake van een afwisseling tussen praktische en theoretische lesactiviteiten. Ook een goed georganiseerd stageplan behoort tot de standaardaanpak. Binnen alle scholen is samenwerking met Jeugdhulp vorm gegeven gezien de vraagstellingen van de jongeren en vaak hun ouders.
2
SOTOG: Hierbij baseer ik mij op een recent inspectierapport, het strategische beleidsplan en de zogenaamde “schoolgidsen deel B”, waarin de SOTOG scholen verantwoording afleggen over de onderwijsopbrengsten.
Uit het geraadpleegde inspectierapport: “Het bestuur staat dichtbij de scholen en weet wat er speelt. De bestuurders acteren met de menselijke maat in hun achterhoofd. Het bestuur en de scholen spelen bovendien goed in op regionale ontwikkelingen. Zo zijn er initiatieven ontplooid om thuisnabij onderwijs te verzorgen en onderwijs voor leerlingen die intensieve begeleiding nodig hebben. Het bestuur en de scholen maken daarmee hun motto waar: 'geen kind tussen wal en schip'. De samenwerking in de regio is belangrijk voor de scholen en het bestuur. De scholen hebben een redelijk grote zelfstandigheid om zelf keuzes te maken. De scholen die we bezochten hebben een ondersteunend en tevens een op leren gericht klimaat. Een sterk punt van de meeste vso-scholen van dit bestuur zijn de gevarieerde mogelijkheden om een diploma te halen.” Ook in het strategisch beleidsplan wordt deze visie benadrukt. Uit de publicaties met betrekking tot de opbrengsten blijkt ook dat SOTOG succesvol een breed onderwijsaanbod combineert met een kleinschalige setting.
Succesfactoren ten aanzien van deze werkwijze: Bij al deze scholen wordt de basis gevormd door een goed pedagogisch klimaat waarbij ruimte is om in te spelen op de individuele ondersteuningsbehoefte van iedere leerling. Hierbij zijn de kwalificerende onderwijsdoelen meer middel doen doel op zich. Door het lesprogramma zoveel mogelijk te personaliseren en optimaal aan te sluiten bij de talenten van de leerling is het mogelijk een breed aanbod te doen binnen een relatief kleine setting, digitale hulpmiddelen kunnen hierbij ondersteunen. Ook het werken met zogenaamde IVIO pakketten is een beproefd middel om dit doel te bereiken. Ook het bieden van een afwisselend lesprogramma met zowel praktijk als theorie is als succesfactor aan te merken. Tevens is een goed georganiseerd stageprogramma van belang. Een dergelijke aanpak is alleen te realiseren in nauwe samenwerking met partners uit de jeugdhulp en het onderwijs. Onderwijs-zorgarrangementen en symbioseactiviteiten met het regulier voortgezet onderwijs en het MBO zijn hierin kansrijk. Met name de symbiosemogelijkheden met het regulier onderwijs zijn hierbij kansrijk te noemen, maar ook het verder uitnutten van de reeds bestaande contacten met zorgorganisaties in de regio.
3
Advies: Op basis van deze informatie kom ik tot het volgende advies; Het moet mogelijk zijn om een breed pakket onderwijsarrangementen aan te bieden aan de beoogde groep leerlingen mits daarbij wordt voorzien in genoemde succesfactoren. SOTOG heeft binnen haar organisatie een aantal VSO cluster 4 scholen waarbij dit ook wordt gerealiseerd. Tevens blijkt uit de ingewonnen informatie dat SOTOG in staat is om maatwerkoplossingen te organiseren voor leerlingen met een zeer complexe problematiek, dit in nauwe samenwerking met zorgpartners. Ik refereer hierbij aan de zogenaamde 1:1 klassen. Overigens zie ik nog een extra kansrijke propositie in het aanbod van de entree opleiding in samenwerking met het ROC. Indien Deventer kiest voor een sterke VSO cluster 4 voorziening dan voorzie ik relatief weinig uitstroom naar VSO voorzieningen elders, alleen voor heel specifieke ondersteuningsvragen zou dit aan de orde kunnen zijn. De andere SOTOG locaties hebben allemaal een regionale functie, ook elders in het land is dit een herkenbaar patroon. Ik zie vooralsnog geen bedreigingen waar het gaat om ontwikkelingen in de regio, deze zijn niet dermate specifiek dat dit een aanzuigende werking zal hebben. Overigens kan de gemeente Deventer hier ook op sturen middels het leerlingenvervoer.
Immers wanneer de gemeente een keuze maakt voor een thuisnabije onderwijsvoorziening lijkt het opportuun om dit ook in het flankerend beleid tot uitdrukking te laten komen. Bij de uitwerking van de plannen adviseer ik om in het programma van eisen voor de beoogde huisvesting nadrukkelijk aandacht te besteden aan ‘flexibiliteit’. De huidige en toekomstige gebruikers kennen een pallet aan complexe en diverse ondersteuningsvragen waarbij ‘standaardisering’ niet de juiste methodiek is maar er juist behoefte is aan veel werk- en speelruimte. Creatief omgaan met de gebouw technische mogelijkheden is gewenst om adequaat op die behoefte te kunnen blijven inspelen.
Met betrekking tot het gymnastieklokaal: Gezien de complexiteit en de diversiteit aan ondersteuningsvragen lijkt het mij zeer zeker aanbevelenswaardig om te voorzien in een eigen gymnastieklokaal. Er is de behoefte om alle leerlingen flexibel gebruik te kunnen laten maken van deze ‘fysiek’ noodzakelijke mogelijkheid. Uiteraard binnen de lessen lichamelijke opvoeding, maar ook binnen de gewenste trainingen m.b.t. sociaal-emotionele ontwikkeling, alsook voor de (psychomotorische) therapieën die in samenwerking met de Jeugdhulp binnen de integrale samenwerking plaatsvinden. Voortdurende nabijheid van collega’s is voorwaardelijk om voor deze doelgroep dit pakket aan activiteiten op een verantwoorde wijze te kunnen realiseren. Bovendien zou, indien het aanbod elders plaatsvindt, dit een groot aantal verkeersbewegingen tot gevolg hebben wat niet passend is binnen de beoogde structuur van de school.
4
Uiteraard ben ik graag bereid tot een mondelinge toelichting. Ik wens u succes met uw verdere besluitvorming. Met vriendelijke groet, Ciao
Bart van Kessel Amsterdam, 23 december 2021
5