CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-19 Advies Alg bezwaarschriftencie bezwaren Wvg Lettele

Raadsvergadering 9 maart 2022, gemeente DeventerBij agendapunt: Beslissing op bezwaren inzake raadsbesluiten Wvg Lettele en Wechelerhoek2.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ALGEMENE BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE

Betreft: bezwaarschrift namens de moestuinders Lettele inzake Wvg Lettele Aan de gemeenteraad van DEVENTER.

No. 251079-2021

Deventer, 4 januari 2022

Kamer 3 van de Algemene Bezwaarschriftencommissie heeft in haar zitting van 20 december 2021 behandeld het op 11 augustus 2021 ingekomen bezwaarschrift van de heer M.A.J. Bussink namens de moestuinders Lettele (hierna: bezwaarden). Het bezwaar is gericht tegen het besluit van het college van 6 juli 2021, kenmerk 199689-2021 en gepubliceerd op 7 juli 2021, en het raadsbesluit van 29 september 2021, kenmerk 2021-2294 en gepubliceerd op 30 september 2021. Hierin zijn op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) door het college diverse percelen gelegen in het Ontwikkelingsgebied Lettele voorlopig aangewezen als gronden waarop de artikelen 10-24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn. Bij besluit van 29 september 2021 heeft de gemeenteraad voornoemd collegebesluit bestendigd en de percelen vervroegd aangewezen ingevolge artikel 5 van de Wvg als gronden waarop de artikelen 10-24, 25 en 27 van de Wvg van toepassing is. SAMENVATTING BEZWAAR Het bezwaarschrift bevat, samengevat, de hierna genoemde argumenten: In het kort wordt naar voren gebracht dat de aanwijzing van de percelen tot gevolg heeft dat de moestuinen daar zullen verdwijnen met als gevolg dat een belangrijke maatschappelijke functie verloren zal gaan. Men is van mening dat het college zijn plannen had moeten voorleggen aan de bezwaarden en daarover het gesprek had moeten voeren.

Bezwaarden menen dat er andere meer geschikte locaties voorhanden zijn. SCHRIFTELIJKE REACTIE OP BEZWAAR Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft het Team Projecten, Realisatie en Ontwikkeling op 9 december 2021 namens de gemeenteraad een schriftelijke reactie op bezwaar uitgebracht dat de voorgeschiedenis beschrijft en het juridische kader schetst. Verder gaat de schriftelijke reactie op bezwaar in op het ingediende bezwaar. Geconcludeerd wordt dat het besluit correct is en het bezwaar niet-ontvankelijk danwel ongegrond dient te worden verklaard. HOORZITTING Op de digitale zitting is de heer M.A.J. Bussink namens bezwaarden gehoord en heeft de gemeenteraad zich laten vertegenwoordigen door mevrouw mr. I.R. Keetell-Homringhausen en de heer M. Odding van het Team Projecten, Realisatie en Ontwikkeling. De samenstelling van de Kamer was als volgt: mevrouw mr. P. Weggemans, voorzitter, en de leden mevrouw mr. R. Tolenaar en de heer M.N. Degeling. Daarnaast was bij de zitting aanwezig mevrouw mr. J.D.M. Schut-van Wijk als ambtelijk secretaris, vergezeld door een stagiaire, mevrouw E. Roosink. Van de zitting is een geluidsopname gemaakt, welke beschikbaar is gesteld in het digitale bezwaardossier. Het schriftelijke verslag is daarom summier. Voor het volledig verhandelde ter zitting wordt verwezen naar de geluidsopname. Allereerst licht de voorzitter de procedure toe.

De heer Bussink gaat in op de ontvankelijkheid. Zijns inziens is niet door het college onderbouwd waarom zij niet-ontvankelijk zouden zijn in hun bezwaar. Daar voegt de heer Bussink aan toe, dat zijns inziens de belangenafweging onzorgvuldig heeft plaatsgevonden en de belangen van de pachter onvoldoende zijn gewogen. Daarbij komt dat zij ook niet door het college zijn geïnformeerd.

Door de heer Bussink wordt verder aangegeven, dat bezwaarden zich in drie type gebruikers laten onderverdelen: de hobbymatige moestuinders, de voedselbank en De Nöttenboom. Sprake is volgens de heer Bussink van erfpacht. Daar horen zijns inziens ook rechten bij. De vraag is of bezwaarden kunnen worden aangemerkt als pachters, waarbij de Wvg verwijst naar het BW, aldus de heer Bussink. Het bestreden besluit is naar de mening van de heer Bussink in strijd met de Wvg. Zo had allereerst een structuurvisie vastgesteld moeten worden. Daarnaast is het besluit volgens de heer Bussink in strijd met de door de raad in 2012 aangenomen visie. Deze visie zou tot 2025 van toepassing zijn en heeft betrekking op woningbouw. Gelet op het vorenstaande zou naar het oordeel van de heer Bussink de aanwijzing dan ook ingetrokken moeten worden. De voorzitter vraagt naar een pachtovereenkomst, waarop de heer Bussink laat weten dat in casu sprake is van noch een pachtovereenkomst noch van een huurovereenkomst. Desgevraagd laat de heer Bussink weten dat hij jaarlijks pacht betaalt aan de parochie en dit bedrag in de afgelopen 15 jaar af en toe een klein beetje is verhoogd. Zijns inziens gaat het volgens de heer Bussink over het feitelijk gebruik van de gronden, waarop de voorzitter aangeeft dat nu het bedrag niet jaarlijks wordt geïndiceerd haars inziens geen sprake is van commercieel gebruik.

De voorzitter vraagt aan mevrouw Keetell-Homringhausen om in te gaan op de ontvankelijkheid. Daarop laat mevrouw Keetell-Homringhausen weten, dat in de Wvg staat vermeld wie je moet aanschrijven. Gekeken is dan ook in het kadaster. Hierin stond de pachtovereenkomst niet ingeschreven, waardoor bezwaarden ook niet door het college zijn aangeschreven. Voor de huidige situatie is niet van belang of sprake is van huur / pacht / gebruik, aldus mevrouw Keetell-Homringhausen. Verder verwijst mevrouw Keetell-Homringhausen naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin is bepaald dat een ieder het recht heeft om zich tot de rechter te wenden. In dat kader zijn bezwaarden in casu toch aangemerkt als belanghebbende. De voorzitter vraagt zich daarop af hoe de Wvg op bezwaarden ziet. Mevrouw Keetell-Homringhausen laat weten dat dat haars inziens een ander verhaal is. Sprake is van een voorlopig voorkeursrecht, dit zodat wordt voorkomen dat de gronden worden verkocht aan een projectontwikkelaar die zich niet wil conformeren aan de plannen van het college. Totdat het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht is het huidige gebruik zoals het is. Voor bezwaarden werkt de aanwijzing dan ook niet belemmerend, aldus mevrouw Keetell-Homringhausen.

Daar voegt zij aan toe, dat koop geen huur breekt, hetgeen betekent dat het college de gebruiksrechten zou moeten overnemen ingeval overgegaan wordt tot koop. Desgevraagd laat mevrouw Keetell-Homringhausen weten dat bezwaarden geen directe gevolgen ondervinden van de onderhavige aanwijzing. Ingeval sprake zou zijn van formele pacht, dan zou de pachter het eerste recht van koop hebben. Een en ander dient dan te zijn opgenomen in een pachtovereenkomst. Daarbij verwijst mevrouw Keetell-Homringhausen naar de artikelen 5 en 6 van de Wvg. Echter, omdat bezwaarden niet belanghebbend zijn, zijn zij volgens mevrouw Keetell-Homringhausen niet-ontvankelijk in hun bezwaar. Voor wat betreft de visies waar de heer Bussink naar verwijst, merkt mevrouw Keetell-Homringhausen het volgende op. In casu is sprake van meerdere onderwerpen over wonen in de toekomst. Op dit moment vindt met de bewoners van Lettele een onderzoek plaats naar de mogelijkheden waar in Lettele gewoond zou kunnen worden. Het college heeft door de aanwijzing het eerste recht van koop, maar is niet verplicht tot koop. De onderhavige gronden lijken geschikt voor woningbouw, maar heel precies weet het college het nog niet. Het college kan dan ook besluiten om niet tot koop over te gaan. Wellicht dat ook andere ruimtelijke afwegingen plaats gaan vinden, aldus mevrouw Keetell-Homringhausen.

Een en ander is volgens mevrouw Keetell-Homringhausen aan de politiek. De heer Odding merkt op één aspect te willen benadrukken. De zoektocht in Lettele maakt onderdeel uit van de zoektocht van het college. Vanuit de kleine kernen is vooral de expliciete oproep om het college de regie te laten voeren op de ontwikkeling van woningbouw. Dit in tegenstelling tot de passieve houden van het college voorheen en het feit dat ontwikkelaars het voortouw namen. Op uitdrukkelijk verzoek van de dorpen is het college actiever geworden. Hieruit is het vestigen van de Wvg ingegeven, aldus de heer Odding.

De heer Bussink vraagt waarom de door mevrouw Keetell-Homringhausen aangehaalde uitspraak van de Afdeling niet wordt gevolgd. Hierop laat de voorzitter weten, dat sprake dient te zijn van een direct belang. Daarop vult mevrouw Keetell-Homringhausen aan, dat de Wvg de groep bezwaarden heeft beperkt. De onderhavige uitspraak leert echter dat een groep niet beperkt mag worden. Echter, een tweede vereiste is dat je een belang moet hebben. Het belang van bezwaarden is gelegen in toekomstige planologie, hetgeen niet het gevolg is van de onderhavige aanwijzing. De positie van bezwaarden blijft bij eventuele verkoop hetzelfde, aldus mevrouw Keetell-Homringhausen. Daarop laat de heer Bussink weten, dat zijns inziens sprake is van een grijs gebied bij pachters onder de hectare. De voorzitter ontkent deze stelling en merkt op dat bezwaarden niet in het kadaster staan vermeld. Nu sprake is van een tussenvorm vallen bezwaarden niet onder de strikte groep zoals vermeld in de wet. Maar ingeval sprake zou zijn van direct belang zouden bezwaarden toch belanghebbende kunnen zijn. Op de vraag van de voorzitter of het besluit rechtstreeks gevolgen heeft voor bezwaarden, laat de heer Bussink weten dat zij het eerste recht op koop zouden kunnen behouden. Dat is zijn stelling, aldus de heer Bussink.

Binnen Lettele heeft niet een publiek gesprek plaatsgevonden over een forse verandering van de huidige visie. Sprake is van een drastische beleidswijziging, hetgeen niet dorps breed is gedeeld. Geen sprake is dan ook van een aantoonbaar draagvlak, aldus de heer Bussink. Hierop laat de voorzitter weten, dat dit strikt gezien nu geen rol bij de afweging speelt, waarop de heer Bussink aangeeft dat de wet een structuurvisie voorschrijft. Daarop laat mevrouw Keetell-Homringhausen weten, dat het college die bepaling anders uitlegt. Indien nog niet bekend is of sprake is van een bestemmingsplan of structuurvisie, dan laat je dit open, aldus mevrouw Keetell-Homringhausen. Een commissielid geeft aan, dat ingeval niet tot aankoop wordt overgegaan, het voorkeursrecht op de gronden blijft rusten. Zij meent uit de stukken te hebben opgemaakt, dat gedurende drie jaar de eigenaar vrij is om te verkopen. Mevrouw Keetell-Homringhausen geeft hierop als reactie, dat de aanwijzing van toepassing blijft. Die ene keer is men vrij om te kiezen, daarna blijft hij drie jaar van toepassing. De situatie is volgens mevrouw Keetell-Homringhausen alleen hypothetisch en niet de waarschijnlijke route. Tot slot merkt mevrouw Keetell-Homringhausen op contact met bezwaarden te zullen én blijven opnemen. Niet meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitting de openbare vergadering.

RELEVANTE RECHTSREGELS De Kamer onderscheidt in deze zaak de navolgende, haars inziens relevante, rechtsregels: artikel 1:2, eerste lid, artikel 7:1, eerste lid, en artikel 8:1, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Algemene wet bestuursrecht (Awb) Artikel 1:2, lid 1 Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Artikel 7:1, lid 1 Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij:….. Artikel 8:1 Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

BEOORDELING BEZWAAR De Kamer gaat op basis van het overgelegde dossier en dat wat op de hoorzitting naar voren is gebracht uit van de volgende relevante feiten en omstandigheden. Feiten en omstandigheden Ingevolge artikel 6 van de Wvg heeft het college bij besluit van 6 juli 2021 diverse percelen gelegen in het Ontwikkelingsgebied Lettele voorlopig aangewezen als gronden waarop de artikelen 10-24, 26 en 27 van de Wvg van toepassing zijn. Dit besluit is inmiddels vervallen. Bij besluit van 29 september 2021 heeft de raad van de gemeente Deventer dit besluit bestendigd en de percelen vervroegd aangewezen ingevolge artikel 5 van de Wvg als gronden waarop de artikelen 10-24, 25 en 27 van de Wvg van toepassing zijn.

De aangewezen percelen zijn gelegen aan de oostzijde van het dorp Lettele naast de Letterleide. Het gebied wordt globaal begrenst door de Sportweg aan de noordzijde en de Oerdijk aan de zuidzijde. Het betreft de percelen, kadastraal bekend gemeente Diepenveen, sectie E, nummers 3360, met een grootte van 8.606 m², en nummer 3489, met een grootte van 19.991 m². Beide percelen zijn in eigendom van de Rooms Katholieke Parochie Van De Heilige Lebuinus. De Kamer ziet zich allereest in deze zaak voor de vraag gesteld of bezwaarden belanghebbend zijn bij het bestreden besluit tot vervroegd aanwijzen van de percelen gelegen in het Ontwikkelingsgebied Lettele ingevolge artikel 5 van de Wvg als gronden waarop de artikelen 10-24, 25 en 27 van de Wvg van toepassing zijn. Zij overweegt op basis van de aan haar overgelegde gedingstukken en het verhandelde ter hoorzitting, daarvoor het volgende. Ontvankelijkheid Door de gemeenteraad wordt in de schriftelijke reactie op bezwaar opgemerkt, dat bezwaarden niet de eigenaar en/of zakelijk gerechtigden van de betreffende grond zijn en om die reden niet-ontvankelijk in hun bezwaar dienen te worden verklaard. In dat kader overweegt de Kamer het volgende. Namens bezwaarden is aangevoerd dat de gronden (deels) worden gepacht, waarbij geen sprake is van een pachtovereenkomst noch een huurovereenkomst.

Dit komt overeen met het betoog van de gemeenteraad in de schriftelijke reactie op bezwaar, dat in het kadaster geen beperkte rechten op de onderhavige percelen zijn gevestigd. Jaarlijks wordt een bedrag aan de parochie betaald, welke in de afgelopen 15 jaar af en toe een klein beetje is verhoogd, aldus de heer Bussink ter zitting. Daarop heeft de voorzitter ter zitting geconcludeerd, dat naar het oordeel van de Kamer geen sprake is van commercieel gebruik. De Kamer is met de gemeenteraad van oordeel dat het bezwaar gericht tegen het in de aanwijzing betrokken perceel van Ontwikkelingsgebied Lettele niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat niet is aangetoond dat zij ten aanzien van dat perceel op enigerlei wijze zakelijk gerechtigd zijn, zodat zij niet als rechtstreeks belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Dat zij als moestuinders gebruik maken van de gronden en door de aanwijzing in hun (economische) belangen kunnen worden getroffen, brengt niet met zich dat zij rechtstreeks belang hebben bij het aanwijzingsbesluit. De hiertegen ingebrachte argumenten maken dit niet anders.

Aan het vorenstaande voegt de Kamer toe, dat zolang de eigenaar van de gronden niet voornemens is om te verkopen en bezwaarden in de gelegenheid blijven om de gronden te gebruiken, de aanwijzing ingevolge de Wvg niet belemmerend is en geen gevolgen heeft voor de activiteiten die bezwaarden ontplooien. Conclusie Het geheel overziend komt de Kamer tot de conclusie dat het bezwaar dat de heer Bussink namens bezwaarden heeft ingediend niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De Kamer komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar. Het bestreden raadsbesluit kan dan ook in stand blijven. Hetgeen bezwaarden hebben aangevoerd kan naar de mening van de Kamer niet tot een ander standpunt leiden. ADVIES De Kamer adviseert: het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Kamer 3 van de Algemene Bezwaarschriftencommissie. De voorzitter,

secretaris,

mevrouw mr. P. Weggemans

mevrouw mr. J.D.M. Schut-van Wijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11234410/1