2022-182-bijlage-huisvestingsverordening was wordt
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Huisvestingsverordening In de tabel wordt eerst aangegeven welk artikel(onderdeel) wijzigt. In de linkerkolom (‘WAS’) staat de bestaande tekst, in de rechterkolom (‘WORDT’) staat de nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden en leestekens vet zijn gedrukt. Onder elke wijziging staat een korte toelichting, soms voor een aantal artikelen tezamen.
WAS
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
WORDT
WAS
WORDT
Artikel 1.1 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Artikel 1: In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: de Huisvestingswet 2014; b. eigenaar: als bedoeld in artikel 23 van de wet; c. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woonruimte hebben en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; d. woonruimte: de woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i, van de wet; e. onzelfstandige woonruimte: de woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; f. wezenlijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die gebruikt kunnen worden door bewoners van twee of meer onzelfstandige woonruimtes; g. omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste volzin en onder c, van de wet; h. Woz-waarde: de op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van de onroerende zaak, geldend op het moment van de aanvraag; i. NHG-kostengrens: de kostengrens voor woningen zonder energiebesparende voorzieningen, zoals opgenomen in de Voorwaarden en Normen van Nationale Hypotheek Garantie; j.
kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan: o drie of meer personen, indien de eigenaar niet tevens woonachtig is in de betreffende woning, of o twee of meer personen, indien de eigenaar tevens woonachtig is in de betreffende woning.
a. wet: de Huisvestingswet 2014; b. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer; c. eigenaar: als bedoeld in artikel 23 van de wet; d. huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; e. woonruimte: de woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder i, van de wet; f. onzelfstandige woonruimte: de woonruimte welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; g. wezenlijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die gebruikt kunnen worden door bewoners van twee of meer onzelfstandige woonruimtes; h. omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 21, onder c, van de wet; i. kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan: - drie of meer personen, indien de eigenaar niet tevens woonachtig is in de betreffende woning, of - twee of meer personen, indien de eigenaar tevens woonachtig is in de betreffende woning.
Toelichting: Dit artikel is vernummerd. De verordening is tekstueel in overeenstemming gebracht met de modelverordening van de VNG. Standaard is ‘burgemeester en wethouders’, waardoor een definitie van ‘college’ overbodig is. Aan het begrip “huishouden” is duurzaam toegevoegd. Begripsomschrijvingen ‘Woz-waarde’ en ‘NHG-kostengrens’ zijn toegevoegd vanwege de begrenzing van de vergunningplicht.
WAS
WORDT
Hoofdstuk 2 Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Artikel 2 Omzetten van woonruimte Artikel 1.2 Werkingsgebied Het in artikel 21 van de wet vervatte verbod is van toepassing op alle woonruimten gelegen in de gemeente Deventer, waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan: a. drie of meer personen, indien de eigenaar niet tevens woonachtig is in de betreffende woning, of b. twee of meer personen, indien de eigenaar tevens woonachtig is in de betreffende woning.
Artikel 2 Omzetten van woonruimte Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 21, eerste lid van de wet, in de gemeente Deventer een zelfstandige woonruimte met een WOZ-waarde tot de NHGkostengrens om te zetten of omgezet te houden: a. in drie of meer onzelfstandige woonruimten en/of waarbij bewoning plaatsvindt door drie of meer personen, indien de eigenaar niet tevens woonachtig is in de betreffende woonruimte, of b. in twee of meer onzelfstandige woonruimten en/of waarbij bewoning plaatsvindt door twee of meer personen, indien de eigenaar tevens woonachtig is in de betreffende woonruimte.
Toelichting: het artikel maakt duidelijk dat de vergunningplicht alleen geldt voor het omzetten van woonruimte met een WOZ-waarde onder de NHG-kostengrens. Het aantal onzelfstandige woonruimten bepaalt verder de vergunningplicht. Inhoudelijk is dit geen wijziging omdat normaalgesproken een onzelfstandige woonruimte wordt bewoond door één persoon. Artikel 3. Aanvraag omzettingsvergunning Artikel 2.1 Aanvraag omzettingsvergunning 1.De aanvraag om een omzettingsvergunning wordt door de eigenaar ingediend bij het college met gebruikmaking van een voor dat doel vastgesteld formulier. 2.Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag. 3.Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 4.Het college kan de in het vorige lid genoemde termijn eenmalig met zes weken verlengen. 5.Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. volledige (persoons)gegevens van de eigenaar van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft; b. bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde omzetting; c. adres en kadastrale gegevens van de
Artikel 3 Aanvraag omzettingsvergunning 1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet wordt door de eigenaar ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de naam en het adres van de eigenaar; b. bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde omzetting; c. adres en kadastrale gegevens van de woonruimte; d. een plattegrond met maatvoering van de bestaande situatie en de gewijzigde situatie, waarbij is aangegeven welke ruimten als onzelfstandige woonruimte zullen worden gebruikt; e. een opgave van de wijze van verhuur. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van het nemen van een beslissing
WAS
WORDT
woonruimte; d. namen van eventuele huidige bewoners van de woonruimte; e. een plattegrond van de bestaande situatie voorzien van oppervlakte maten; f. een plattegrond van de gewijzigde situatie voorzien van oppervlakte maten, waarbij is aangegeven welke ruimten als afzonderlijke woonruimte zullen worden gebruikt.
op de aanvraag om een omzettingsvergunning aanvullende gegevens en bescheiden vragen.
6.Het college is bevoegd om in het belang van het nemen van een beslissing op de aanvraag om een omzettingsvergunning aanvullende gegevens en bescheiden te vragen. 7.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen is niet van toepassing. Toelichting: Dit artikel is vernummerd. De beslistermijn is opgenomen in de wet zelf en daarom overbodig in de verordening. De wet zelf bepaalt dat de vergunning van rechtswege wordt verleend bij niet tijdig beslissen. De bepaling die dit uitsloot en andere procedurele bepalingen zijn daarom geschrapt. De bij een aanvraag te overleggen gegevens en bescheiden zijn inhoudelijk ongewijzigd maar soms anders geformuleerd of samengevoegd in een lid. Nieuw is de opgave van de wijze van verhuur, b.v. via verhuurkantoor of aan uitzendbureau. Deze gegevens zijn relevant in het kader van de leefbaarheidstoets. Artikel 4 Weigeringsgronden Artikel 2.2 Vergunningverlening 1.De omzettingsvergunning is persoonsgebonden en wordt verleend indien naar het oordeel van het college het met de omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad. 2.Bij de in het eerste lid bedoelde afweging houdt het college rekening met de belasting van het woon- en leefmilieu en een evenwichtige spreiding van kamerverhuurpanden.
3.De omzettingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd indien verlening ertoe zal leiden dat meer dan 7,5% van de tot bewoning bestemde gebouwen met dezelfde postcode wordt gebruikt als kamerverhuurpand.
Artikel 2.5 Weigeringsgronden Een vergunning als bedoeld in de wet kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van het college het belang
Artikel 4 Weigeringsgronden 1. De omzettingsvergunning wordt geweigerd indien verlening ertoe zal leiden dat meer dan 7,5% van de tot bewoning bestemde gebouwen met dezelfde postcode wordt gebruikt als kamerverhuurpand. 2. Een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet kan worden geweigerd als: a. naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de omzetting gediende belang; b. het onder a. genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het
WAS
van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de omzetting gediende belang; b. het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning; c. het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand.
WORDT
d.
e.
f.
g.
betreffende pand; de woonruimte zich bevindt op minder dan 50 meter afstand van gevel tot gevel van een ander kamerverhuurpand dan wel in een woongebouw indien de woonruimte zich bevindt direct of schuin naast, boven of onder een ander kamerverhuurpand; de gebruiksoppervlakte in de om te zetten woonruimte per persoon kleiner is dan 20 m², gemeten conform de NEN 2580; de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft zich uit oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of gedeeltelijk tegen omzetting verzet; in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Toelichting: Artikel 2.2 is hernummerd en inhoudelijk gesplitst in twee artikelen, namelijk de weigeringsgronden (artikel 4) en de inhoud van de vergunning (artikel 5). De weigeringsgronden van artikel 2.5 zijn verplaatst naar artikel 4. De weigeringsgrond van artikel 2.2, derde lid is hernummerd naar artikel 4, eerste lid. De eerste volzin van het tweede lid en het tweede lid onder b is in overeenstemming met de model verordening. In dit artikel wordt onderscheid gemaakt in de gevallen waarin een vergunning in ieder geval wordt geweigerd en wanneer de vergunning kán worden geweigerd. Hoewel het belang van behoud van de woonruimtevoorraad voorop staat, mag een aanvraag ook worden getoetst aan leefbaarheid. Artikel 4 beoogt een voortzetting te zijn van de eerdere artikelen 2.2 en 2.5. Wel zijn in artikel 4 de weigeringsgronden onder d, e en f toegevoegd, in die zin dat deze een verduidelijking geven van de wijze van toetsing van de belasting van het woon- en leefmilieu en een evenwichtige spreiding van kamerverhuurpanden. Zo is expliciet bepaalt dat de aanwezigheid van een ander kamerverhuurpand vlakbij de om te zetten woonruimte kan leiden tot een weigering, ook als geen sprake is van overlast van dit andere kamerverhuurpand. Ook is ter bescherming van het woonmilieu zowel voor omwonenden als de bewoners zelf een minimale gebruiksoppervlakte opgenomen.
Een gebouw kan niet of minder geschikt zijn voor kamerverhuur, b.v. erg gehorig zijn. Ook daarvoor voorziet de verordening in een weigeringsgrond. De leden 4 en 5 van artikel 2.2 hebben betrekking op de inhoud van de omzettingsvergunning en zijn verplaatst naar artikel 5. Artikel 5 Inhoud omzettingsvergunning Artikel 2.2 Vergunningverlening 1.De omzettingsvergunning is persoonsgebonden en wordt verleend indien naar het oordeel van het college het met de omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of samenstelling van de
Artikel 5 Inhoud omzettingsvergunning 1. De omzettingsvergunning is persoonsgebonden. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan de omzettingsvergunning onder meer
WAS
WORDT
woonruimtevoorraad.
voorwaarden en voorschriften verbinden ten aanzien van: a. het aantal onzelfstandige woonruimten dat gecreëerd mag worden; b. het maximaal aantal personen dat gehuisvest mag worden ; c. het woon- en leefmilieu.
4.Het college kan aan de omzettingsvergunning onder meer voorwaarden en voorschriften verbinden ten aanzien van: a. het aantal onzelfstandige woonruimten dat gecreëerd mag worden; b. het woon- en leefmilieu. 5.In de omzettingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de eigenaar van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; c. de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik dient te worden gemaakt; d. het aantal kamers dat als afzonderlijke woonruimte wordt gebruikt; e. de eventuele voorwaarden en voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
3. In de omzettingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de naam van de eigenaar van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b. het adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; c. de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik dient te worden gemaakt; d. het aantal onzelfstandige woonruimten en het maximaal aantal te huisvesten personen; e. de eventuele voorwaarden en voorschriften die aan de vergunning zijn verbonden.
Toelichting: Artikel 2.2 is inhoudelijk gesplitst in twee artikelen, namelijk de weigeringsgronden (artikel 4) en de inhoud van de vergunning (artikel 5). Hierdoor zijn leden hernummerd. Het tweede en derde lid van artikel 2.2 zijn ondergebracht in artikel 4. In het kader van de uitvoerbaarheid van de verordening op het gebied van toezicht en handhaving wordt niet alleen het aantal kamers in de vergunning vermeld maar ook het maximaal aantal te huisvesten personen. Het artikel bevat verder geen inhoudelijke wijzigingen. Artikel 6 Van rechtswege vervallen van de vergunning Artikel 2.3 Van rechtswege vervallen van de vergunning De omzettingsvergunning vervalt van rechtswege indien: a. de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft, uiterlijk binnen twee jaren nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit zodanig is verwoest, vernield of beschadigd dat de woonruimte niet langer overeenkomstig de verleende omzettingsvergunning kan worden gebruikt, niet zodanig is hersteld dat weer wordt voldaan aan de vergunningvereisten; b. de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft langer dan één jaar niet als kamerverhuurpand wordt gebruikt en
Artikel 6 Van rechtswege vervallen van de vergunning De omzettingsvergunning vervalt van rechtswege indien: a. de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft, uiterlijk binnen twee jaren nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit zodanig is verwoest, vernield of beschadigd dat de woonruimte niet langer overeenkomstig de verleende omzettingsvergunning kan worden gebruikt, niet zodanig is hersteld dat weer wordt voldaan aan de vergunningvereisten; b. de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft langer dan één jaar niet als kamerverhuurpand wordt gebruikt en
WAS
WORDT
zich geen situatie voordoet zoals bedoeld in sub a.
zich geen situatie voordoet zoals bedoeld in sub a.
Toelichting: Dit artikel is hernummerd. Artikel 7 Intrekken of wijzigen van de vergunning Artikel 2.4 Intrekken of wijzigen van de vergunning Het college kan een verleende omzettingsvergunning intrekken of wijzigen indien: a. de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn nagekomen; b. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning leidt tot een ernstige verstoring van het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft; c. op verzoek van de vergunninghouder; d. de vergunninghouder niet langer als eigenaar van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft is aan te merken en een wijziging tenaamstelling zoals bedoeld in artikel 2.6 is geweigerd;
Artikel 7 Intrekken of wijzigen van de vergunning Burgemeester en wethouders kunnen een verleende omzettingsvergunning intrekken of wijzigen indien: a. ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet zijn of worden nagekomen; c. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning leidt tot een ernstige verstoring van het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft; d. op verzoek van de vergunninghouder; e. de vergunninghouder niet langer als eigenaar van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft is aan te merken en een wijziging tenaamstelling zoals bedoeld in artikel 8 is geweigerd.
Toelichting: Het lid is vernummerd vanwege de toevoeging van onderdeel a, te weten het intrekken van de vergunning als deze is verleend op basis van onjuiste of onvolledige verstrekte gegevens. Verder is in onderdeel b. gekozen voor de gebruikelijke termen voorwaarden en voorschriften in plaats van voorschriften en beperkingen. Artikel 8 Aanvraag wijziging tenaamstelling
WAS
WORDT
Artikel 2.6 Aanvraag wijziging tenaamstelling 1.De aanvraag wijziging tenaamstelling wordt door de nieuwe eigenaar ingediend bij het college met gebruikmaking van een voor dat doel vastgesteld formulier. 2.Het college bevestigt binnen twee weken de ontvangst van de aanvraag. 3.Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 4.Het college kan de in het vorige lid genoemde termijn eenmalig met zes weken verlengen. 5.Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. volledige (persoons)gegevens van de nieuwe eigenaar van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft; b. bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde omzetting. 6.Het college is bevoegd om in het belang van het nemen van een beslissing op de aanvraag aanvullende gegevens en bescheiden te vragen. 7.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen is niet van toepassing. 8.De wijziging tenaamstelling kan in ieder geval worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 8 Aanvraag wijziging tenaamstelling 1. De aanvraag wijziging tenaamstelling wordt door de nieuwe eigenaar ingediend door gebruikmaking van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. naam en adres van de eigenaar; b. bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde omzetting; c. een opgave van de wijze van verhuur. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van het nemen van een beslissing op de aanvraag aanvullende gegevens en bescheiden vragen. 4. De wijziging tenaamstelling kan in ieder geval worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Toelichting: Dit artikel is vernummerd. De beslistermijn is opgenomen in de wet zelf en daarom overbodig in de verordening. De wet zelf bepaalt dat de vergunning van rechtswege wordt verleend bij niet tijdig beslissen. De bepaling die dit uitsloot en andere procedurele bepalingen zijn daarom geschrapt. De bij een aanvraag te overleggen gegevens en bescheiden zijn inhoudelijk ongewijzigd maar soms anders geformuleerd of samengevoegd in een lid. Nieuw is de opgave van de wijze van verhuur, b.v. via verhuurkantoor of aan uitzendbureau. Artikel 9 Hardheidsclausule
WAS
WORDT
Artikel 3.1 Hardheidsclausule Het college kan van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor zover toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 9 Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen in deze verordening afwijken, voor zover toepassing daarvan leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Toelichting: Dit artikel is hernummmerd. Artikel 10 Intrekking oude verordening Artikel 10 Intrekking oude verordening De Huisvestingsverordening Deventer 2019 wordt ingetrokken.
Toelichting: Vanwege de beperking in geldigheidsduur van de Huisvestingsverordening 2015, was het in 2019 niet nodig om de Huisvestingsverordening in te trekken. Intrekking van de geldende Huisvestingsverordening 2019 is nu wel expliciet nodig. Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 3.2 Overgangsrecht Het gebruik als kamerverhuurpand, zoals dat aantoonbaar bestond op de peildata 22 augustus 2008 voor het werkingsgebied Voorstad Oost, op 5 november 2009 voor het werkingsgebied Oude Schil en Rivierenwijk en op 4 oktober 2011 voor de overige delen van de gemeente mag worden voortgezet.
Artikel 11 Overgangsrecht Het gebruik als kamerverhuurpand, zoals dat aantoonbaar bestond op de peildata 22 augustus 2008 voor het werkingsgebied Voorstad Oost, op 5 november 2009 voor het werkingsgebied Oude Schil en Rivierenwijk en op 4 oktober 2011 voor de overige delen van de gemeente mag worden voortgezet. Het
1.
bepaalde in artikel 6 is van overeenkomstige toepassing op deze panden. 2.
Artikel 3.3 Eerder verleende vergunningen Vergunningen, die zijn verleend voordat deze verordening in werking is getreden, worden geacht te zijn verleend volgens deze verordening.
3.
Vergunningen, die zijn verleend voordat deze verordening in werking is getreden, worden geacht te zijn verleend volgens deze verordening. Voor kamerverhuurpanden waarvan de WOZ-waarde op het moment van inwerkingtreding van deze verordening boven de NHG-kostengrens ligt, vervalt de vergunningplicht per de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
WAS
WORDT
Toelichting: De artikelen 3.2 en 3.3 zijn samengevoegd in artikel 11 en ondergebracht in het eerste resp. het tweede lid. Aan het overgangsrecht voor panden die vallen onder het overgangsrecht van het eerste lid is toegevoegd dat dit overgangsrecht vervalt in situaties overeenkomstig artikel 6. Voor de categorie kamerverhuurpanden waarvoor de vergunningplicht als gevolg van het instellen van een prijsgrens vervalt, moet een aparte overgangsregeling worden opgenomen. Het derde lid beoogt daarin te voorzien. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel Artikel 3.4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van de bekendmaking en vervalt 4 jaar na datum inwerkingtreding. Artikel 3.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening Deventer 2019.
Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van de bekendmaking en vervalt 4 jaar na datum inwerkingtreding. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening Deventer 2022.
Toelichting: De artikelen 3.4 en 3.5 zijn samengevoegd in artikel 12 in het eerste resp. tweede lid.