CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-1008 Aanmeldnotitie vormvrije merbeoordeling Kop van de Handelskade

Raadsvergadering 19 april 2023, gemeente DeventerBij agendapunt: Bestemmingsplan Kop Handelskade en beeldkwaliteitsplan5.762 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

“Kop van de Handelskade, Deventer”

Oktober 2022

Status: Definitief

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies

AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING KOP VAN DE HANDELSKADE, DEVENTER Naam: Datum: Versie: Opsteller:

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling “Kop van de Handelskade Deventer” Oktober 2022 Definitief BJZ.nu

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN ................................................... 6 HOOFDSTUK 3 BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN .............................................. 8 HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE ................................................................................ 14

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Voorliggende aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling heeft betrekking op de Kop van de Handelskade. Dit betreft het gebied tussen het kantoor van Tauw, het Churchillplein en de spoorlijn Deventer – Almelo. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Deventer, sectie E nummers 12279 en 18712 en ligt net buiten het historische centrum in de centrumschil, nabij het stationsplein en naast de Leeuwenbrug. De huidige kantoren en het voormalige restaurant Sun Moon, die op deze locatie gevestigd zijn, voldoen niet meer aan de eisen van deze tijd. In het licht van de woningbouwopgave in Deventer is dit een locatie die zich goed leent voor een kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling. Daarom is door de gemeente Deventer samen met de partners van De Kien Stadscampus in het Ontwikkelingsperspectief De Kien, Stadscampus Deventer de ambitie geformuleerd om op deze prominente locatie aan de rand van de historische binnenstad een dynamisch gebied te ontwikkelen waar ruimte is voor werken, wonen, horeca en hoogwaardige openbare ruimte. De locatie wordt getransformeerd naar een entree van stadscampus 'De Kien' door in te zetten op hoogwaardige verblijfsplekken en het aanleggen van een nieuwe voetgangersverbinding die studenten beter van en naar de binnenstad van Deventer moet leiden. Voor de ontwikkeling is het Masterplan 'Kop van de Handelskade Deventer' opgesteld.

Het plan voorziet in het realiseren van het volgende programma:   

208 woningen (44 koopappartementen in het dure segment en 164 sociale huurappartementen); circa 380 m2 horeca; circa 3000 m2 kantoren;

De ontwikkeling heeft positieve ruimtelijke en maatschappelijke effecten tot gevolg. Zo krijgt het plangebied, dat momenteel bestaat uit verouderde bebouwing die zijn functie heeft verloren, als prominente locatie in de stad een kwaliteitsimpuls. Bovendien voorziet de ontwikkeling in de invulling van de (kwalitatieve) woningbehoefte en behoefte aan kantoorruimte binnen de stad Deventer. De ligging van het plangebied wordt in afbeelding 1.1 weergegeven. De rode omlijning geeft de herontwikkelingslocatie weer..

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Het initiatief is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om die reden is een herziening van het bestemmingsplan vereist. Vanuit het ruimtelijke spoor (bestemmingsplanprocedure) is een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de M.e.r.-beoordeling gegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: • Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 3 (plannen). • Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (plan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het plan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r..

Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van ‘kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. In voorliggend geval gaat het om directe eindbestemmingen en is sprake van een besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Voorliggende ontwikkeling is niet als activiteit opgenomen in de C-lijst van het Besluit MER.

In de D-lijst de volgende activiteit opgenomen: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het realiseren van 208 woningen, circa 380 m2 horeca en circa 2.000 m2 kantoorruimte ter plaatse van het projectgebied is als een stedelijk ontwikkelingsproject aan te merken, waardoor toetsing aan de drempelwaarden dient plaats te vinden. De drempelwaarden zijn ten aanzien van de hiervoor genoemde activiteit als volgt: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

In voorliggend geval is geen sprake van het realiseren van meer dan 2.000 woningen. Van een directe m.e.r.plicht is dan ook geen sprake. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Voorliggende aanmeldnotitie voorziet hierin.

Inhoud en doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de vormvrije m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • • •

De kenmerken van de activiteit; De plaats van de activiteit (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken, waaronder de gemeente Deventer, provincie Overijssel, de Omgevingsdienst IJsselland en waterschap Drents Overijsselse Delta. Voor het vaststellen van het bestemmingsplan is de gemeenteraad van Deventer het bevoegd gezag. Daarnaast wordt de provincie Overijssel, het waterschap Drents Overijsselse Delta, ProRail, omgevingsdienst IJsselland en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het bestemmingsplan in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1. Bro) naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voornemen beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voornemen. Hierin wordt tevens de conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies

HOOFDSTUK 2

KENMERKEN VAN HET VOORNEMEN

Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling De gewenste situatie bestaat uit een transformatie van het plangebied ten behoeve van woningbouw, kantoren en horeca. Concreet gaat het om:   

208 woningen (44 koopappartementen in het dure segment en 164 sociale huurappartementen); circa 380 m2 horeca; circa 3000 m2 kantoren.

De ontwikkeling heeft positieve ruimtelijke en maatschappelijke effecten tot gevolg. Zo krijgt het plangebied, dat momenteel bestaat uit verouderde bebouwing die zijn functie heeft verloren, als prominente locatie in de stad een kwaliteitsimpuls. Bovendien voorziet de ontwikkeling in de invulling van de (kwalitatieve) woningbehoefte en behoefte aan kantoorruimte binnen de stad Deventer. De Kop van de Handelskade wordt een verbindende ontwikkeling tussen verschillende zones: de binnenstad, de voorstad, het station en stadscampus De Kien. Door in het ontwerp in te zetten op alzijdige oriëntatie (3 van de 4 zijden grenzen aan openbaar gebied) gaat het ensemble met elk van deze zones een relatie aan. Door een verbijzondering in de kop krijgt het ensemble, een adres aan het kruispunt tussen de Brinkgeverweg en de Handelskade. Daarmee ontstaan drie voorkanten: het Churchilplein, richting het spoor, de toekomstige stadscampus (momenteel nog een parkeerplaats) en de Handelskade zelf. In volgende afbeelding os de stedenbouwkundige opzet weergegeven.

Afbeelding 2

Stedenbouwkundige opzet (Bron: De Zwarte Hond)

Locatiekenmerken Het projectgebied ligt in de centrumschil van Deventer. De locatie Kop van de Handelskade ligt aan een kruispunt van wegen en spoor, in de nabijheid van het station en de historische binnenstad. Het is een schakel tussen de woonwijken en het centrum van de stad en kan worden gezien als belangrijke drager van de Stadscampus De Kien.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De bebouwing zal gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreffen voor de beoogde woningen uitsluitend de huishoudelijke afvalstoffen. Deze worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. De afvalstoffen zullen conform de daarvoor van toepassing zijnde regelementen worden afgevoerd. Verontreiniging en hinder In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur, is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen.

Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de woonfuncties, kantoorfuncties en horecafuncties geen nadelige effecten op het milieu en de omgeving plaatsvinden. Zoals in hoofdstuk 3 wordt geconstateerd is er geen sprake van een onevenredige aantasting van beschermende natuurgebieden en/of het woon- en leefklimaat ter plaatse. Uit de AERIUS-berekening1 blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

1

AERIUS-berekening Kop van de Handelskade, BJZ.nu (april 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies

HOOFDSTUK 3

BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voornemen relevant. Zoals in het vorige hoofdstuk is aangegeven, gaat het om een de bouw van 208 woningen (44 koopappartementen in het dure segment en 164 sociale huurappartementen), circa 380 m2 horeca en circa 3000 m2 kantoren. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, bodem, windhinder en ecologie waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoeken zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer De ontwikkeling van de Kop van de Handelskade is verkeerskundig gezien een complexe opgave. Met name op het gebied van ontsluiting (in relatie tot verkeersveiligheid) en parkeren liggen er een aantal uitdagingen. In samenwerking met de verkeerskundig adviseur van Goudappel Coffeng en de Gemeente Deventer zijn verschillende alternatieven voor ontsluitingsmogelijkheden via het terrein onderzocht. In hoofdstuk 3 van het masterplan2 zijn deze uitgebreid beschreven.

Op basis van deze verkeerskundige aanbevelingen dienen initiatiefnemer en Gemeente Deventer tot een aanpassing van de verkeerssituatie aan de Handelskade te komen. Als onderdeel van de ontwikkeling van De Kien is het streven erop gericht de verkeersfunctie van die route te herzien. De te kiezen oplossing bij Kop Handelskade zal aansluiten op het beeld zoals dat voor de hele Handelskade zal worden ontworpen. De verkeerssituatie blijft met inachtneming van de aanbevelingen overzichtelijk en de ontwikkeling heeft daarmee geen negatieve invloed op de verkeersveiligheid, waardoor het aspect verkeer geen belemmering vormt voor het voornemen. Geluid De met de ontwikkeling gepaard gaande leefgeluiden zijn inherent aan de woonfunctie en zorgen niet voor een onevenredige geluidbelasting. De woningen betreffen formeel dan ook geen nieuwe geluidsbelastende objecten. De te realiseren bedrijfsfuncties (kantoren en lichte horeca) zijn volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' allen te beschouwen als categorie 1 bedrijven. Gezien de ligging nabij de binnenstad, het station, onderwijsinstellingen en diverse kantoren is het te rechtvaardigen dit gebied te beschouwen als omgevingstype 'gemengd gebied'. De te hanteren richtafstand naar omliggende gevoelige bestemmingen is daarmee 0 meter, waar vanzelfsprekend aan voldaan wordt.

Wel zullen de te realiseren bedrijfsfuncties moeten voldoen aan de milieuvoorschriften conform het Activiteitenbesluit. De parkeergarage wordt volgens de uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' beschouwd als een categorie 2 bedrijfsactiviteit. De grootste afstand bedraagt 30 meter op basis van geluid. In voorliggend geval betreft het echter geen openbare parkeergarage, maar uitsluitend een deels overdekt parkeerterrein voor de gebruikers binnen het plangebied. Dit gebruik is minder intensief dan een openbare parkeergarage. Daar kan vanwege het omgevingstype 'gemengd gebied' de richtafstand worden teruggebracht worden naar 10 meter. Binnen deze afstand bevinden zich geen gevoelige bestemmingen. Het aspect geluid leidt niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen.

Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:

2

Masterplan Kop van de Handelskade, De Zwarte Hond (18 februari 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Besluit niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Beoordeling Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan het Besluit Niet in Betekenende Mate (NIBM) voor luchtemissies stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Daarnaast wordt geconcludeerd dat de bestemming in de voorgenomen ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Het plan is evenmin gelegen binnen het invloedsgebied van bedrijven of industrie met relevante luchtemissies.

Voldoende duidelijk is dat het woon- en leefklimaat voor het aspect luchtkwaliteit aanvaardbaar is voor realisatie van de nieuwe woningen. De Omgevingsdienst IJsselland heeft het aspect luchtkwaliteit voor dit plan onderzocht 3. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Onderzoeksresultaten De ontwikkelingen in het plangebied zal leiden tot emissies van fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofoxiden (NO2) die de lokale luchtkwaliteit kunnen beïnvloeden. Deze emissies komen vrij bij verbrandingsemissies, zoals gasgestookte CV-installaties voor ruimteverwarming, wegverkeer, werktuigen en industriële installaties. Een exacte raming van de emissies is in dit stadium van planontwikkeling nog niet gemaakt. Wanneer het plangebied gasloos wordt ontwikkeld (dus zonder aansluiting op aardgas) zullen de NOx-emissies beperkt zijn. Het beperken van deze emissies is tevens van belang in het kader van de stikstofcrisis. De huidige luchtkwaliteit (2020) en de voor de komende jaren te verwachten luchtkwaliteit (2030) in het plangebied wordt afgeleid uit de NSL-monitoringtool (monitoringsronde 2021). De gemeente Deventer heeft het Schone Lucht Akkoord ondertekend, met als beoogde resultaat het bereiken van minimaal 50%

3

Advies luchtkwaliteit, Omgevingsdienst IJsselland/Vakgroep luchtemmissies (15 december 2021)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 en het toewerken naar de advieswaarden voor luchtkwaliteit van de WHO. Omdat de WHO-advieswaarden recent fors zijn aangescherpt, lijkt het bereiken van de advieswaarden in 2030 nog niet haalbaar. Aan de wettelijke grenswaarden wordt ruim voldaan. In 2020 worden de WHO-advieswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 overschreden. Voor 2030 wordt een verdere verbetering van de luchtkwaliteit verwacht waardoor in dat jaar wordt voldaan aan de WHO-advieswaarde voor PM10. Voor NO2 en PM2,5 is nog een verdere verbetering van de luchtkwaliteit nodig voordat kan worden voldaan aan de WHO-advieswaarden. Door de daling van de concentraties over de periode 2020-2030 wordt gezondheidswinst voor de blootgestelden bereikt, wat in lijn is met de doelstelling van het Schone Lucht Akkoord. Er wordt verwacht dat ook inclusief de bijdrage van ontwikkeling van het plangebied zal worden voldaan aan de wettelijke grenswaarden, zodat luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor realisatie van het plan. De luchtkwaliteit is geschikt voor de in het plan opgenomen functies. Ondanks dat nog niet wordt voldaan aan de WHO-advieswaarden is er sprake van een voldoende goed woon- en leefklimaat voor het onderdeel luchtkwaliteit.

Verder blijkt dat er sprake is van een ontwikkeling die in niet betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Geur Binnen het voornemen worden geen geurbelastende objecten gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling leidt ten aanzien van geur dan ook niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Bodemkwaliteit Binnen het voornemen worden geen functies gerealiseerd die negatieve effecten kunnen hebben op de bodemkwaliteit. De voorgenomen ontwikkeling leidt ten aanzien van bodemkwaliteit dan ook niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Externe veiligheid Binnen de projectlocatie wordt geen gebruik gemaakt van gevaarlijke stoffen. Het voornemen heeft ten aanzien van de externe veiligheid geen mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Water De herontwikkeling van het plangebied voorziet per saldo niet in een toename van verharding. Hierna wordt kort op de relevante aspecten ingegaan. Hemel en afvalwater Het maaiveld ter plaatse van de achterzijde van het plangebied ligt op ca 7,5m + NAP. In de basis ligt het grondwater variërend tussen 2 en 4 meter onder het maaiveld (er is veel verschil). Het gebied staat bekend als goed waterdoorlatend. Dit betekend dat er met infiltratiekratten gewerkt kan worden en doorlatendheid van de bodem nog beter in beeld gebracht kan worden (hoeveel water kan infiltreren met welke tijd).

Voor de sloop kunnen snel waterdoorlatende lagen nadelig zijn als er bemaald moet worden (keldervloer/poeren ca. 3-4 meter onder maaiveld). Het peil ter plaatse van de bestaande gebouwdelen is ca. 7,75-7,90+ NAP (ligt stuk hoger dan maaiveld): Het peil van de nieuwbouw moet nog bepaald worden. Mogelijke oplossingen waterhuishouding plangebied Er zijn vier mogelijke oplossingen voor de waterhuishouding geformuleerd. Hieronder worden deze opgesomd. In de ‘Memo Uitgangspunten en mogelijkheden opvangen en infiltreren hemelwater’ 4 zijn deze oplossingen nader toegelicht. 1. 2. 3. 4.

4

Infiltratiekratten met doek onder straatwerk van rijbaan en parkeervakken; Infiltratie via straatkolk naar riool; Waterdoorlatende bestrating; Waterberging via daktuin en groene trappartij;

Memo Uitgangspunten en mogelijkheden opvangen en infiltreren hemelwater’, Explorius (maart 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies Met deze 4 genoemde oplossingen zijn er voldoende mogelijkheden om 91 m3 aantoonbaar op te vangen. Voorstel is te beginnen met oplossing 4 en vervolgens te bezien wat nodig is voor het vereiste groen om water te gebruiken en vervolgens aan te vullen met infiltratie door waterdoorlatende bestrating en infiltratiekratten of infiltratieriool. Het afval- en hemelwater wordt afgekoppeld van elkaar. Het afvalwater wordt via het gemeentelijk riool afgevoerd naar de rioolwaterzuivering. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is zowel in de huidige als toekomstige situatie geen oppervlaktewater aanwezig/voorzien. Windhinder Een goed windklimaat wordt door verschillende gemeenten in Nederland gezien indien ten minste wordt voldaan aan de NEN8100 classificatie ‘matig’ voor de betreffende activiteit. Voor doorgaande wegen, wandelpaden en fietspaden betreft dit de classificatie doorlopen. Voor onder andere winkelgebieden, horeca en bezienswaardigheden de classificatie slenteren. Slechts voor uitzonderlijke situaties betreft dit langdurig zitten. Voor wat betreft windgevaar dient ‘gevaarlijk’ te worden voorkomen. Bij een goed windklimaat ondervindt men geen overmatige windhinder. In een situatie zonder overmatige windhinder heeft het merendeel van het publiek geen last van windhinder.

Bij een matig windklimaat ervaart men af en toe overmatige windhinder. In een slecht windklimaat ervaart men regelmatig overmatige windhinder, in een dergelijke situatie heeft het merendeel van het publiek last van windhinder. Het windklimaat wordt berekend met Computational Fluid Dynamics (CFD) simulaties en inzichtelijk gemaakt met de in de NEN8100 (NEN 8100 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving, 2006) omschreven methodiek. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een CDF windklimaatonderzoek uitgevoerd door Simstudio en Windsafe5. Het doel van het onderzoek is het effect van het bouwplan op het lokale windklimaat op voetgangersniveau inzichtelijk maken. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van het onderzoek. Onderzoeksresultaten Windhinder Op één locatie in het tussengebied kan niet worden voldaan aan de gestelde eisen van de NEN8100 waardoor er windhinder optreedt. De locatie ligt op een deel van het voetpad tussen de twee gebouwen in. De overige wandelpaden en entrees voldoen aan de gestelde eisen. Windgevaar Op de wandelpaden rond de ontwikkeling treedt geen windgevaar. Daarmee wordt er voldaan aan de gestelde eisen in de NEN8100. Optimalisatie onderzoek onderdoorgang Doordat er in de onderdoorgang van het huidige ontwerp windgevaar optrad is een optimalisatie onderzoek uitgevoerd om het windgevaar te voorkomen.

Binnen de kaders van het bestemmingsplan is geen geschikt ontwerp gevonden om het windgevaar te voorkomen. Daarom is er voor gekozen om de aanfietsroute voor de achterzijde van het langgerekte woongebouw te verplaatsen naar de noordwest zijde van de ontwikkeling. Daarmee kan er voldaan worden aan de NEN8100. In bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om windgevaar te voorkomen. Daarnaast is in de algemene gebruiksregels opgenomen dat als strijdig gebruik met het bestemmingsplan wordt aangemerkt het in gebruik nemen of laten nemen van gronden op een wijze die leidt tot de windgevaar-klasse “gevaarlijk” op het maaiveld, zoals bedoeld in NEN8100. In afwijking hiervan is het bouwen van bouwwerken

5

CDF Windklimaat onderzoek Kop van de Handelskade, Simstudio en Windsafe (september 2022)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies toelaatbaar onder de voorwaarde dat is aangetoond dat doelmatige maatregelen worden getroffen waardoor op maaiveld geen sprake is van windgevaar voor gebruikers van woongebouwen en openbare ruimte. Ecologie Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en het Nederlands Natuurnetwerk (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet Natuurbescherming beschermd. Het projectgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het “Rijntakken” gelegen op een afstand van circa 850 meter. Van directe effecten is geen sprake. Wel is van belang om de stikstofdepositie in beeld te brengen.

In dit geval is er door BJZ.nu een stikstofonderzoek met behulp van de Aerius-Calculator uitgevoerd6. Geconcludeerd wordt dat voor de gebruiksfase van het voornemen per saldo geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Soortbescherming In dit geval is er door Natuurbank Overijssel een quickscan ecologie7 en vleermuizenonderzoek8 uitgevoerd. Op basis van deze onderzoeken kan het volgende worden geconcludeerd: Onderzoeksresultaten quickscan natuurwaardenonderzoek De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten en tot een weinig geschikt functioneel leefgebied voor beschermde dieren. Mogelijk benutten sommige beschermde grondgebonden zoogdieren en vogels de buitenruimte als foerageergebied, maar ze bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan de aanwezigheid van een verblijfplaats van vleermuizen in de te slopen bebouwing niet uitgesloten worden. Er nestelen geen vogels in, aan of op het gebouw en het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied voor amfibieën beschouwd. Vleermuizen en hun vaste rust- en voortplantingsplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden.

Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen dient aanvullend onderzoek conform het vleermuisprotocol uitgevoerd te worden. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode half mei-half september (half oktober). Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren en vogels niet aangetast. Wettelijke consequenties samengevat: 

Nader onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen uitvoeren;

6

Aerius-berekening Kop van de Handelskade, BJZ.nu (April 2022)

7

Quick Scan Natuurwaardenonderzoek Kop van de Handelskade Deventer, Natuurbank Overijssel (20-10-2022)

8

Nader onderzoek vleermuizen Kop van de Handelskade Deventer, Natuurbank Overijssel (2-12-2021)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies Onderzoeksresultaten vleermuizenonderzoek Vanwege de sloop van bebouwing op een perceel aan de Handelskade te Deventer, is het plangebied onderzocht op de functie als verblijfplaats voor vleermuizen. Om voorgenoemde functie te onderzoek, is het plangebied meermaals bezocht door twee onderzoekers in de periode mei - september 2021. Het onderzoek is uitgevoerd conform de geldende richtlijnen/protocollen. De bezoeken zijn allen volledig en zonder problemen uitgevoerd, onder gunstige weersomstandigheden. Er zijn aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaats bezetten in het plangebied. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, was reeds in de Quickscan natuurwaardenonderzoek geconcludeerd, dat het plangebied geen functie heeft als foerageergebied of vliegroute. De onderzoeksresultaten uit 2021 komen overeen met de onderzoeksresultaten van vergelijkbaar onderzoek dat in 2017 is uitgevoerd in het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling leidt ten aanzien van ecologie niet tot mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen. Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd.

In de omgeving van het projectgebied zijn geen (grootschalige) ontwikkelingen gepland/bekend welke in vergelijkbare mate effecten veroorzaken als de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies

HOOFDSTUK 4

CONCLUSIE

Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft het realiseren van maximaal 208 woningen, circa 380 m2 horeca en circa 3000 m2 kantoorruimte op een binnenstedelijke locatie. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • hinder. Omvang De ontwikkeling is gelet op de schaal van het project relatief gering van omvang. Het voornemen past in het streven naar voldoende woningen in West-Overijssel en specifiek voor de lokale behoefte ter plaatse. Daarnaast voorziet het voornemen in voldoende courante kantoorruimte op deze locatie in de binnenstad van Deventer. Geconcludeerd wordt dat dit project ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.- plicht blijft. Hinder Eventuele hinder kan ontstaan ten aanzien van de aspecten ecologie en water. Deze hinder kan door mitigerende en compenserende maatregelen worden voorkomen.

Plaats van de activiteit Het projectgebied is geheel binnen grondgebied van de gemeente Deventer gelegen op een inbreidingslocatie. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats met vergelijkbare milieueffecten waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de belangrijke nadelige milieugevolgen Voor de beoordeling van eventuele belangrijke nadelige milieugevolgen van de voorgenomen activiteit moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: • • • •

Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.

Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, bodem en stikstof geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. Voor windhinder en water is dit wel het geval, waardoor er maatregelen getroffen worden. De ontwikkeling gaat wel gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. Maatregelen ter vermindering van potentiële effecten (samenvattend) Milieueffecten van de ontwikkeling van het projectgebied kunnen niet geheel worden voorkomen. De mate waarin de milieueffecten optreden kan wel gemitigeerd worden. De milieueffecten zijn zodanig ingeschat dat mitigerende maatregelen uitsluitend bij windhinder noodzakelijk worden geacht. Compenserende maatregelen zijn uitsluitend benodigd in het kader van het aspect water.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Kop van de Handelskade BJZ.nu – Ruimtelijke plannen en advies Windhinder Mitigerend Uit het CDF windhinder onderzoek is naar voren gekomen dat er sprake is van windgevaar. Doordat er in de onderdoorgang van het huidige ontwerp windgevaar optrad is een optimalisatie onderzoek uitgevoerd om het windgevaar te voorkomen. Binnen de kaders van het bestemmingsplan is geen geschikt ontwerp gevonden om het windgevaar te voorkomen. Daarom is er voor gekozen om de aanfietsroute voor de achterzijde van het langgerekte woongebouw te verplaatsen naar de noordwest zijde van de ontwikkeling. Daarmee kan er voldaan worden aan de normen van NEN8100. In bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om windgevaar te voorkomen. Daarnaast is in de algemene gebruiksregels opgenomen dat als strijdig gebruik met het bestemmingsplan wordt aangemerkt het in gebruik nemen of laten nemen van gronden op een wijze die leidt tot de windgevaar-klasse “gevaarlijk” op het maaiveld, zoals bedoeld in NEN8100. In afwijking hiervan is het bouwen van bouwwerken toelaatbaar onder de voorwaarde dat is aangetoond dat doelmatige maatregelen worden getroffen waardoor op maaiveld geen sprake is van windgevaar voor gebruikers van woongebouwen en openbare ruimte. Water (compenserend) Het hemelwater en vuilwater wordt gescheiden afgevoerd.

Hemelwater dient zoveel mogelijk geïnfiltreerd via 1. Infiltratiekratten met doek onder straatwerk van rijbaan en parkeervakken; 2. Infiltratie via straatkolk naar riool; 3. Waterdoorlatende bestrating; 4. Waterberging via daktuin en groene trappartij; Met deze 4 oplossingen zijn er voldoende mogelijkheden om 91 m 3 aantoonbaar op te vangen. Voorgesteld wordt te beginnen met oplossing 4 en vervolgens te bezien wat nodig is voor het vereiste groen om water te gebruiken en vervolgens aan te vullen met infiltratie door waterdoorlatende bestrating en infiltratiekratten of infiltratieriool. Binnen het projectgebied is hier voldoende ruimte voor. Met het ontwerp is hier rekening mee gehouden. Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12593528/1