2022-07-06 Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022
Tekst van het document
-)> €"semeente
Deventer
Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022 Besluit van de raad van de gemeente Deventer tot vaststelling van de Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022. De raad van de gemeente Deventer; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18-01-2022, nummer 2021474; geiet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie. gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet. de Omgevingswet.
Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grand van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Burgemeester en wethouders zijn verplicht de commissie ter uitvoering van haar taak advies te vragen over: a. een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; b. een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; c. het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen vaneen onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet; d. over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grand van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; e. over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk beschermd gezicht op grand van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; f.
een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 3. Burgemeester en Wethouders kunnen de commissie ter uitvoering van haar taak advies vragen over: a. een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; Verordening op de Plonadviesroad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
)>
€ "seme-ente
Deventer
b. het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; c. in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; d. het nemen van besluiten op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis bevatten ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed of andere zaken die de goede omgevingskwaliteit betreffen; e. het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; 4. Ter uitvoering van haar taak a. kan de commissie op eigen initiatief signaleren en aanbevelingen doen over beleid dat door burgemeester en wethouders wordt ontwikkeld voor de omgevingskwaliteit; b. kan de commissie op eigen initiatief signal eren en aanbevelingen doen over het functioneren van bestaand beleid voor de omgevingskwaliteit; c. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; d.
voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners en ontwerpers over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning.
Paragraaf 3. Samenstelling en inrichting Artikel 3. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal zeven leden, de voorzitter daaronder begrepen. Er worden daarnaast maximaal zeven plaatsvervangers benoemd die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2. De commissieleden en plaatsvervangende leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. De commissie telt geiet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet tenminste twee leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, duurzaam bouwen, landschapsarchitectuur, stedenbouw en architectuur. Archeologische kennis, ecologische kennis en/of kennis m.b.t. (publieke) gezondheid kan - afhankelijk van de adviesaanvraag en ter beoordeling aan de commissie- op afroep worden ingebracht door een extern onafhankelijk deskundige. 5. De leden en plaatsvervangende leden zijn onafhankelijk en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. 6. De leden en plaatsvervangende leden zijn niet aangesteld in een functie bij een (belangen) organisatie waaraan het risica van belangenverstrengeling verbanden is.
Artikel 4. Benoeming 1. De gemeenteraad benoemt de leden en plaatsvervangende leden van de commissie. 2. De leden en plaatsvervangende leden kunnen voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd. 3. Herbenoeming van leden kan eenmaal aansluitend plaatsvinden. 4. Afgetreden leden zijn drie jaar na hun aftreden opnieuw benoembaar. 5. De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden in functie benoemd. 6. De leden en plaatsvervangende leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
Artikel 5. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Verordening op de Planadviesroad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
..'
"„neene
Deventer 2. De ambtelijk secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De ambtelijk secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de commissie. 4. De ambtelijk secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie.
Paragraaf 4. Advisering en standpuntbepaling Artikel 6. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken.
Artikel 7. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Als burgemeester en wethouders- al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan moeten burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 5.1 van de Wet open overheid ten grondslag leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Besloten vergaderingen kunnen te allen tijde worden bijgewoond door of namens het college van burgemeester en wethouders. 3. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 4. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden. 5. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een rijks- of gemeentelijk monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 6.
Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarover de commissie adviseert, onthouden zieh van advisering en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 7. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.
Artikel 8. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking ender verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden.
Artikel 9. Adviseurs 1. De commissie kan zieh voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zieh doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. Indien een aanvraag met betrekking tot het aanwijzen, aanpassen en afvoeren vaneen gemeentelijk archeologisch monument of een aanvraag met betrekking tot een omgevingsvergunning voor een gemeentelijke archeologisch monument voorligt laat de commissie zieh bijstaan door een onafhankelijk deskundige op dit gebied. 4. De in de voorgaande leden bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.
Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
---...-~ gemeente
Deventer Artikel 10. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per aanvraag om een omgevingsvergunning een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie vaneen andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een vaneen motivering voorzien afschrift van die beschikking aan de commissie.
Paragraaf 5. Werkwijze Artikel 11. Nadere regels 1. Burgemeester en wethouders stellen binnen de kaders van deze verordening nadere regels vast over de werkwijze van de commissie. 2. In deze nadere regels kamt tenminste aan de orde: de jaarlijkse verantwoording aan burgemeester en wethouders, de samenstelling van de commissie, de vergaderorde, de verslaglegging, de bekendmaking van de adviezen, afdoening als bedoeld in artikel 8 en de werkwijze in relatie tot supervisaren en kwaliteitsteams of andere externe adviseurs.
Artikel 12. Supervisor en extern kwaliteitsteam Een supervisor, een uit externe Jeden bestaand kwaliteitsteam of een andere externe adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie brengt advies uit aan het college. Het college legt adviesaanvragen voor omgevingsvergunningen ter finale toetsing altijd voor aan de commissie.
Paragraaf 6. Jaarverslag Artikel 13. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 mei verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag kamt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.
Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 14. Wijzigen Verordening fysieke leefomgeving De Verordening fysieke leefomgeving wordt gewijzigd als volgt: A Artikel 4.2.2. kamt te luiden: Artikel 4.2.2 Advisering door Planadviesraad 1. Voordat het college het besluit neemt, vraagt het college advies aan de Planadviesraad. 2.lndien de Planadviesraad niet tijdig adviseert, wordt de Planadviesraad geacht geadviseerd te hebben. B Artikel 1.4 van Bijlage 1 Het begrip Adviesraad Monumenten vervalt Het begrip Planadviesraad kamt te luiden als volgt: Planadviesraad: De Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit als vastgelegd in de Verordening planadviesraad ruimtelijke kwaliteit 2022;
Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
e gemeente
Deventer Artikel 15. Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.
Artikel 16. Vervallen en intrekken oude regelingen 1. Hoofdstuk 9 en Bijlage 9 van de Bouwverordening Deventer 1992-2013, als bedoeld in artikel 10.2.2, zesde lid, van de Verordening fysieke leefomgeving vervallen. 2. De Verordening Planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht 2015 wordt ingetrokken. Artikel 17. lnwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. ~ eze erordening wordt aangehaald als: Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 0 2
1
f
Aldus vfstg
Id in de openbare raadsvergadering van 6 juli 2022.
De raadI voornoemd , de griffier,
de voorzitter,
.-5$s=
A. K rver
t
... RCK.ong
~
i
Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
~ gemeente
Deventer
Toelichting Algemeen Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. "Decentraal, tenzij" is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Alleen indien het gaat om een nationaal of internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Oat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. Artikelsgewijs
Artikel 1. Definities Commissie Dit is de gemeentelijke adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de wet. Goede omgevingskwaliteit "Een goede omgevingskwaliteit" is naast veiligheid en gezondheid opgenomen in de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken II 20132014, 33962, nr. 3). De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen, inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit. Burgers kunnen, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van de het doel van een goede omgevingskwaliteit een beroep doen op de algemene zorgplicht.
Artikel 2. Taak en werkzaamheden Eerste lid Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Tweede lid Dit lid betreft de onderwerpen waarvoor verplicht de commissie om advies moet worden gevraagd. Onderdeel a- een aanvraag om of een ontwerpbes/uit voor een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument De wet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt: "een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht". Verordening op de Plonadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
~ gemeente
Deventer De commissie adviseert niet over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot archeologische rijksmonumenten. De commissie brengt advies uit met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. Uitgangspunten daarbij zijn: het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische manu menten; het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een dee! daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voor het behoud van die monumenten; het bevorderen van het gebruik van mo nu menten, zo nodig door wijziging van die manu menten, rekening houdend met de monumentale waarden; en het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. Dit volgt uit artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) dat de beoordelingsregels voor de rijksmonumentenactiviteit bevat. Voor rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot archeologische rijksmonumenten is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de Minister van OCW) aangewezen als advies- en instemmingsorgaan in de gevallen dat het college het bevoegd gezag is. Dit in verband met zijn verantwoordelijkheid voor de archeologische rijksmonumenten en met het landelijk overzicht en de vereiste specialistische kennis en ervaring die aanwezig zijn bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Oak is de Minister van OCW (mede) bevoegd tot toezicht en handhaving waar het gaat om archeologische rijksmonumenten. Behoud in situ (in de bodem) is hierbij het uitgangspunt. De gemeenten speien desalniettemin in de archeologie een cruciale rol. De afweging om archeologische monumenten in situ (in de bodem) dan wel ex situ (door ze op te graven) te behouden, wordt meestal door de gemeente gemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan en de belangenafweging bij de specifieke omgevingsplanactiviteiten waaraan een archeologische onderzoeksplicht is gekoppeld. De gemeente is op grand van artikel 5.130 van het Bkl verplicht om bij het opstellen van het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder (aantoonbaar te verwachten) archeologische monumenten. Daarbij kan de (aantoonbaar te verwachten) aanwezigheid van archeologische monumenten van invloed zijn op onder meer de toedeling van functies aan locaties - bijvoorbeeld de keuze om geen parkeergarage toe te staan op een locatie met hoge archeologische waarde - of op de inhoud van in het omgevingsplan op te nemen beschermende regels of beoordelingsregels. De commissie kan hierover op grand van de andere onderdelen van dit artikel adviseren. Voor als gemeentelijk monument beschermde archeologische monumenten is de commissie wel het aangewezen adviesorgaan.
Onderdee/ b- een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeente/ijk monument of een gemeentelijk monument De bescherming van monumenten of archeologische monumenten als gemeentelijk monument gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Met een voorbereidingsbesluit kan voorbescherming worden geboden aan een locatie waarvoor wordt overwogen deze de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Overgangsrecht gemeentelijke monumenten Het overgangsrecht in de wet en het lnvoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat er bij het in werking treden van de wet een vergunningplicht geldt voor activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke monumenten die nag op grand van de Verordening fysieke leefomgeving zijn aangewezen. De regels uit die verordening blijven gelden tot het moment dat dit onderwerp in het nieuwe dee! van het omgevingsplan is geregeld. Dit volgt uit de artikelen 22.4 en 22.8 van de wet en artikel 7.1 van het lnvoeringsbesluit Omgevingswet in samenhang met artikel 22.2 van het omgevingsplan (bruidsschat).
De in de Verordening fysieke leefomgeving opgenomen vergunningplicht geldt als een verbod op grand van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.
Verordening op de Plonadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
o „eente
Deventer Onderdeel c - het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet De Minister van OCW vraagt ingevolge de Erfgoedwet altijd advies aan het college van de gemeente waar een monument of archeologisch monument zieh bevindt, alvorens te besluiten het aan te wijzen als rijksmonument. In dat geval is de commissie adviseur van het college. Onderdeel d- over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument De commissie is adviseur in geval het college het voornemen heeft een monument of archeologisch monument aan te wijzen als gemeentelijk monument (door de locatie de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven). De advisering over dit onderwerp werd in het verleden op grand van de Erfgoedverordening verzorgd door de Adviesraad Monumenten. Deze taak is met ingang van deze verordening aan de commissie opgedragen. Onderdeel e - Over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk beschermd gezicht De commissie is adviseur in geval het college het voornemen heeft een deel van de gemeente aan te wijzen als gemeentelijk beschermd gezicht (door de locatie de functie-aanduiding gemeentelijk beschermd gezicht te geven).
De advisering over dit onderwerp werd in het verleden op grand van de Erfgoedverordening verzorgd door de Adviesraad Monumenten. Deze taak is met ingang van deze verordening aan de commissie opgedragen. Onderdeel f- een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in ge val de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen De raad kan op grand van artikel 16.15, tweede lid, van de wet in het nieuwe deel van het omgevingsplan bepalen in welke gevallen een advies verplicht is. Dit kan per gebied of per type activiteit of bouwwerk verschillen. Zolang nag geen gevallen zijn aangewezen, zet het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies voort. Omdat het omgevingsplan oak bij een projectbesluit of een voorbereidingsbesluit kan worden gewijzigd, brengt dit mee dat oak Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het Waterschap en de Minister van OCW de commissie als adviseur in het omgevingsplan kunnen aanwijzen. Regels over de aanwijzing van de commissie als adviseur kunnen ook onderdeel zijn van de voorbeschermingsregels waarmee een voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt. Overigens betekent dit niet dat de commissie daarmee ook formeel adviesorgaan van die andere bestuursorganen wordt.
Als het college geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zieh tot het college in plaats van het bevoegd gezag (artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit). Derde lid Dit lid betreft de onderwerpen waarvoor de commissie om advies kan worden gevraagd. Oat hoeft dus niet. Onderdeel a-een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit Dit onderdeel is gelijkwaardig aan de huidige zogenoemde "kan-bepaling" over de welstandsadvisering in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Het college kan - voor zover dat in het omgevingsplan niet anders is geregeld - op grand daarvan zelf bepalen of zij een advies inwinnen bij de commissie. De beoordeling van de omgevingsplanactiviteit bouwen door de commissie Bij het beoordelen van een bouwplan volgt de commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan. De beoordelingsregels geven aan onder welke voorwaarden de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf als wel zijn relatie tot de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa, Verordening op de Planadviesroad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
.._..
~ gemeente
Deventer het maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzing van bouwvlakken, de situering op de bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing, en het uiterlijk van bouwwerken zoals vastgelegd in de beleidsnota. De wet biedt de gemeente een kans om te zorgen voor een betere inbedding en aansluiting van welstandsaspecten binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Het streven naar een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie adviseert zowel over de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf (zoals de mogelijkheid tot "binnenplanse" afwijkingen), als over de toepassing van de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit.
Onderdeel b- het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit Dit onderdeel geeft invulling aan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 17.9, tweede lid, van de wet om de commissie in te schakelen bij het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zoals hierboven vermeid gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit. Onderdeel c- in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving Dit onderdeel betreft de opgavegerichte advisering in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave. In geval vaneen verkenning in het kader vaneen projectprocedure of projectbesluit als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet onderzoekt het bevoegd gezag de mogelijke oplossingen voor een opgave. Door de verkenning kan het bevoegd gezag inzichten verkrijgen in: - de aard van de opgave, - de relevante ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving, en - de mogelijke oplossingen voor die opgave.
Hieronder vallen oak de oplossingen die anderen aandragen en waarvan het bevoegd gezag na beoordeling ervan besluit deze mee te nemen in de verkenning. Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen van het Rijk en de provincie die een mogelijke oplossing hebben aangedragen, kunnen aan het college vragen een deskundige instantie als de commissie over hun oplossing te raadplegen. Het college kan oak zelf advies vragen over de aangedragen oplossingen voor de opgave. De laatste zinsnede van dit onderdeel geeft aan dat oak als er geen sprake is van een projectprocedure of projectbesluit het college aan de commissie advies kan vragen in het kader van een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving. Onderdeel d- het nemen van besluiten op grand van regels in verardeningen op grand van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis bevatten ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed of andere zaken die de goede omgevingskwaliteit betreffen De meeste regels over de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordeningen kamen niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat bijvoorbeeld om regels over objecten in de openbare ruimte. Wij zullen deze regels voor het einde van de overgangsfase (2029) omzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Op grand van dit onderdeel kan het college oak op basis van deze verordeningen advies vragen aan de commissie, oak al zijn de regels nag niet omgezet naar het omgevingsplan. Onderdeel e- het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen In dit onderdeel is bepaald dat de commissie oak adviseur kan zijn bij het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen. De aanschrijvingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 13a van de Woningwet in geval van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, is opgenomen in de bruidsschat als bedoeld in artikel 7.1 van het lnvoeringsbesluit Omgevingswet. Dit in de vorm vaneen bevoegdheid tot Verordening op de Planadviesroad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
----~ gemeente
Deventer stellen van maatwerkvoorschriften (zie artikel 22. 7 in samenhang met artikel 22.4 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan). De specifieke zorgplicht voor rijksmonumenten verplicht initiatiefnemers om maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van (voorbeschermde) rijksmonumenten te voorkomen. Een activiteit hoeft daarbij niet gericht te zijn op een rijksmonument. Het is voldoende dat een activiteit in de fysieke leefomgeving effect heeft op dat rijksmonument. Een voorbeeld hiervan is het bouwen van een tunnel, waardoor een rijksmonument kan verzakken. De regels voor de specifieke zorgplicht staan in hoofdstuk 13 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De gemeente kan op grand daarvan maatwerkvoorschriften opleggen. Lid 4 Onderdee/ a- eigen initiatief nieuw beleid Dit onderdeel geeft de commissie de mogelijkheid op eigen initiatief te signaleren en aanbevelingen te doen over beleid met betrekking tot de kwaliteit van de fysieke leefomgeving dat door de gemeentelijke organisatie wordt ontwikkeld en waar de commissie niet expliciet om advies is gevraagd. Het is dus niet de bedoeling dat de Planadviesraad zelf beleid ontwikkelt.
Onderdeel b- eigen initiatief bestaand be/eid Dit onderdeel geeft de commissie de mogelijkheid op eigen initiatief te signaleren en aanbevelingen te doen over het functioneren van bestaand beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De praktische toepassing die de commissie geeft aan het bestaande beleid kan tot inzichten ter verbetering van dit beleid leiden. Het college laat zieh hier graag over informeren. Zeals hierboven vermeid gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit. Onderdeel c- informeren en bege/eiden planindieners Dit onderdeel betreft de ontwerpgerichte advisering. Deze taak heeft geen betrekking op het adviseren over door het college op aanvraag te nemen besluiten, maar op het informeren en begeleiden van planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces, met het doel een hoogstaande stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit te bereiken. Dit onderdeel biedt de mogelijkheid om in een specifiek geval de commissie of een lid van de commissie te belasten met of te betrekken bij deze taak. Onderdee/ d - vooroverleg Vooroverleg bij een vergunningaanvraag wordt in de wet niet gereguleerd. De bestaande praktijk wordt op grand van dit onderdeel voortgezet.
Het belang van een goed vooroverleg neemt toe, aangezien het vereiste van onlosmakelijke samenhang vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) niet is overgenomen in de wet. De initiatiefnemer is er zelf verantwoordelijk voor dat zij of hij voor alle activiteiten beschikt over de vereiste vergunningen. Het is aan de initiatiefnemer om de verschillende eisen op elkaar afte stemmen. Vooral bij complexe projecten is vooroverleg van groat belang.
Artikel 3. Samenstelling Eerste lid Dit lid geeft invulling aan artikel 17.7, eerste lid, van de wet, waarin is bepaald dat de raad het aantal leden vaststelt. Er worden ook plaatsvervangers benoemd, zodat de commissie ook kan functioneren wanneer één of meer vaste leden zijn verhinderd. De taakverdeling wordt geregeld in de Nadere Regels. Tweede lid Dit lid geeft aan dat de leden als deskundigen en dus op persoonlijke titel en op grand van hun persoonlijke kwalificaties worden benoemd. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie of het hebben vaneen bepaalde hoedanigheid. De leden vertegenwoordigen geen bijzondere belangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat belangenorganisaties op het gebied van de omgevingskwaliteit geen vertegenwoordigers in de commissie hebben. De leden zullen hun functie onafhankelijk dienen uit te oefenen. Daartegenover staat dat benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaalde groepering of het bekleden van een bepaalde
Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
q
7„neente
Deventer bestuurlijke of maatschappelijke functie. Daarnaast beschikken de leden maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
over
inzicht
in
Derde en vierde lid Deze leden zien toe op de deskundigheidsgebieden die in de commissie vertegenwoordigd moeten zijn. De wet schrijft voor dat binnen de commissie enkele leden deskundig dienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581 ). In voorkomende gevallen, waarbij archeologische deskundigheid noodzakelijk is zal de commissie zieh laten bijstaan door een onafhankelijk deskundig archeoloog. Hiervoor is gekozen omdat de commissie slechts in zeldzame gevallen archeologische kennis nodig heeft bij zijn advisering. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zieh verenigt. Vijfde lid Dit lid zorgt voor een aanscherping van de wettelijke eis van onafhankelijkheid ten opzichte van het gemeentebestuur. Artikel 17.8 van de wet stelt slechts als eis, dat de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn vaneen gemeentelijk adviesorgaan.
Zesde lid Dit lid waarborgt de onafhankelijke positie van de commissie ten opzichte van plaatselijke belangengroepen.
Artikel 4. Benoeming Eerste lid Dit lid legt de verantwoordelijkheid van de benoeming ondubbelzinnig bij de gemeenteraad. Tweede tot en met vierde lid Deze leden hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, van de wet. Het tweede lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het derde lid ziet toe op de herbenoeming. De regels voor benoeming en herbenoeming zijn van toepassing op de leden en hun plaatsvervangers. In het vierde lid is de mogelijkheid opgenomen om leden drie jaar na hun aftreden opnieuw te benoemen. Omdat voor plaatsvervangende leden geen maximum aantal benoemingstermijnen is opgenomen volgt hieruit dat dezen een onbegrensd aantal keren kunnen worden benoemd. Een na twee termijnen afgetreden lid kan drie jaar plaatsvervanger zijn en vervolgens weer tot lid worden benoemd. Vijfde lid Dit lid voorziet er in dat de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter in functie worden benoemd. Zesde lid Dit lid regelt schorsing en ontslag. De wet bepaalt dat de raad de leden benoemt en ontslaat (artikel 17.7, tweede lid, van de wet). Het is vanzelfsprekend dat leden op eigen aanvraag worden ontslagen. Zij kunnen verder worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
Artikel 5. Ondersteuning van de commissie De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris die voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig is aan de commissie. De secretaris wordt dus niet door bestuurlijke belangen geleid. Datzelfde geldt voor de medewerkers die eventueel aan de secretaris worden toegevoegd en die door de secretaris worden aangestuurd.
Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
a
gemeente
Deventer Artikel 6. Adviestermijn In de wet is geen termijn gesteld waar binnen de commissie moet adviseren. Daarom kan het college op grond van het eerste lid aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag volgens artikel 3:6 van de Awb niet zodanig kort zijn, dat de commissie zijn taak niet meer kan vervullen. In het tweede lid is bepaald dat het college ook kan afzien van het stellen van een termijn. In dat geval geldt een termijn van vier weken. Indien geen advies wordt uitgebracht binnen de genoemde adviestermijn, staat dit de besluitvorming door het college niet in de weg (artikel 3:6, tweede lid, van de Awb). Artikel 7. Beraadslaging en standpuntbepaling Eerste lid Dit lid is een naciere regeling van uitwerking van de wettelijke eis van openbaarheid als bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet. Tweede lid Ondanks beslotenheid is het altijd toegestaan dat vertegenwoordigers namens (leden van) het college een vergadering bijwonen. Dit kunnen dus bestuurders zijn, maar ook ambtenaren. Derde lid Uit artikel 4:7 van de Awb volgt de beperkte verplichting dat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Anderen hebben geen spreekrecht. Wei kan de voorzitter er voor kiezen andere aanwezigen gelegenheid tot spreken te geven.
Het spreekrecht is van invloed op het tijdstip waarop de vergadering van de commissie wordt aangekondigd. Oat tijdstip moet dan zodanig worden gekozen dat eventuele sprekers voldoende tijd hebben om zieh op de vergadering voor te bereiden. De regeling van dit spreekrecht wordt opgenomen in de naciere regels (artikel 11). De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het advies op de aanvraag voor een omgevingsvergunning of op een voorgenomen beschikking formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering. De potentiele initiatiefnemer kan in het stadium van vooroverleg gebaat zijn met beslotenheid. Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimulering verdient. Vierde lid Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezig zijn, zodat een deskundig oordeel kan worden gevormd. De voorzitter telt niet mee als lid. Vijfde lid Dit lid borgt de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet).
Wij hebben er voor gekozen deze eis ook te stellen ten aanzien van de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; Zesde lid Met deze bepaling wordt verstrengeling van belangen tegengegaan. Deze verstrengeling kan in diverse vormen optreden, zodoende is dit lid heel globaal geformuleerd. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat de Planadviesraad is betrokken bij een ontwikkelingsproject met betrekking tot een gebouw waarvoor gedurende dat proces een aanvraag wordt gedaan het gebouw op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. In dat geval wordt advies uitgebracht door leden van de Planadviesraad die niet bij het ontwikkelingsproject zijn betrokken. Zevende lid Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer
e
7„eente
Deventer Dit lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht oplegt ten aanzien van gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grond van artikel 2:5, tweede lid, van de Awb is de plicht tot geheimhouding ook van toepassing op instellingen die een wettelijke taak uitvoeren. Daaronder vallen ook adviesorganen. Dit lid plaatst buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ook op de commissie en de daarvoor werkzame personen van toepassing is.
Artikel 8. Afdoening ender verantwoordelijkheid van de commissie Dit artikel geeft de mogelijkheid om de advisering namens de commissie over te laten aan een of meer leden. De commissie blijft verantwoordelijk voor het advies. Een goede omschrijving van de volmacht is nodig om aan het advies een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Dit is in de naciere regels (artikel 11) uitgewerkt in de adviestrap. Deze is gebaseerd op wettelijke eisen in combinatie met de regeling zoals opgenomen in de welstandsnota.
Artikel 9. Adviseurs Eerste en tweede lid Dit artikel geeft de commissie de bevoegdheid zieh ten behoeve van de advisering te laten voorlichten door ambtenaren of door externe deskundigen. Deze regeling sluit aan op de gegroeide praktijk, waarbij de commissie afhankelijk van de behoefte, specifieke adviseurs kan inschakelen. Derde lid Archeologische kennis zal sporadisch nodig zijn bij de advisering. Er is daarom voor gekozen niet een vast lid met archeologische deskundigheid te benoemen, maar aan de commissie een adviseur toe te voegen als deze kennis noodzakelijk is. Vierde lid Een ambtenaar of een andere deskundige kan op uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.
Artikel 1 O. Verwerking van het advies Eerste lid Dit lid ziet toe op het vragen van een second opinion aan een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente in geval het college zieh niet kan verenigen met het advies van de commissie met betrekking tot een aangevraagde omgevingsvergunning. Om oneindig 'shoppen' te voorkomen is dit slechts een keer per activiteit toegestaan. Dit lid ziet uitsluitend op aanvragen om omgevingsvergunningen. Het staat burgemeester en wethouders vrij specialisten of andere adviseurs te raadplegen in de ontwikkelfase van een bouwplan. Een advies van de commissie dat voldoet aan de wettelijke eisen van zorgvuldigheid en motivering als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet, behoeft in beginsel geen naciere motivering. Een naciere motivering is wel vereist in geval een aanvrager of een derde-belanghebbende een contra-advies heeft overgelegd, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het advies in strijd is met de geldende beoordelingscriteria (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 mei 2009, ECLl:NL:RVS:2009:BI2952). Tweede lid Dit lid is opgenomen met het oog op een goede vervulling van de adviestaak. Daarvoor is nodig dat de commissie voortdurend inzicht heeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen. Om die reden motiveren B&W het afwijkende besluit, opdat de commissie op de hoogte is van de redenen.
Artikel 11. Nadere regels Eerste lid
Verordening op de Planadviesroad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Oeventer
q
7„neente
Deventer Burgemeester en wethouders stellen naciere regels vast. Dit zijn met name regels ten behoeve van de praktische uitvoering van de werkzaamheden binnen de kaders van de verordening. Tweede lid Dit lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde worden opgenomen.
Artikel 12. Supervisor en extern kwaliteitsteam Dit artikel regelt een goede afstemming tussen de werkzaamheden van andere adviseur(s) op het gebied van de omgevingskwaliteit en de commissie. De commissie is te allen tijde de finale adviseur voor burgemeester en wethouders. Supervisaren en kwaliteitsteams adviseren daarom aan het college. Via het college worden omgevingsvergunningaanvragen altijd voor aan de commissie. Wei wordt een aanvraag dan door de supervisor met toelichting aan de commissie voorgelegd. Dael is dat de verschillende adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit in samenhang adviseren, zonder hun eigen verantwoordelijkheden te ontkrachten. Logischerwijze vindt voor een soepele advisering daarom oak in voorfasen van een ontwikkeling afstemming plaats tussen de supervisor of kwaliteitsteam en de commissie. Ambtelijke teams die op het gebied van omgevingskwaliteit fungeren (bijvoorbeeld terrassencommissie, adviesgroep buitengebied) vallen niet onder deze regeling.
Artikel 13. Jaarverslag Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kan voor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. De commissie kan naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen. Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria met betrekking tot de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóór de jaarlijkse beleids- en begrotingscyclus in de gemeente. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de raad. In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan hoe is omgegaan met de adviezen van de commissie en aan het (tijdig) inwinnen en ontvangen van advies binnen de afdoeningstermijn. Daarnaast wordt de werking van deze verordening ten minste éénmaal in de vier jaar samen met de commissie geèvalueerd.
Artikel 14. Wijzigen Verordening fysieke leefomgeving Deze paragraaf samt enkele noodzakelijke wijzigingen in de Vfl op.
Artikel 15. Overgangsrecht Dit artikel regelt dat aanvragen ingediend voor het inwerkingtreden van deze verordening volgens het oude recht door de commissie worden afgedaan.
Artikel 16. Vervallen en intrekking oude regelingen Dit artikel behoeft geen toelichting.
Artikel 17. lnwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding en de citeertitel van de verordening.
Verordening op de Planadviesraad Ruimtelijke Kwaliteit 2022, gemeente Deventer