2022-05-23 Transcript Raadsbijeenkomst Update formatie en gesprek met de raad
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSBIJEENKOMST ‘UPDATE FORMATIE’ VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 23 mei 2022
Update formatie en voortzetting gesprek met de raad De voorzitter: Goedenavond. Welkom in deze politieke arena van Deventer, waar wij met de volgende sessie gaan praten over de... Waar de coalitiepartijen een discussie aangaan met de oppositiepartijen - laat ik het zo plat neerleggen. Er ligt een stuk onder me, een stuk waar de formerende partijen een aantal vragen hebben gesteld aan de oppositiepartijen en ik hoop dat wij er vanavond, in dit komende uur, een levendige discussie van kunnen maken die voor - ik zeg het niet graag - beiden kampen van het geheel dan toch nog enige verlichting mogen brengen, zodat wij er allemaal wat verder mee komen. Wat ik heb begrepen is dat mijnheer Schuring en mevrouw Leget een inleiding gaan doen, of één van beiden. Ja, klopt dat? Dan ga ik zo mijnheer Schuring het woord geven en ik zou u beiden gewoon willen uitnodigen, misschien is het handiger om het hier te doen, of dat u... Ik denk dat dat makkelijker is. U blijft zitten? De heer Schuring: We blijven gewoon zitten, voorzitter, is het voorstel. De voorzitter: Ja, van mij mag je. De heer Schuring: Dank voor het woord en goedenavond alle geachte collega-raadsleden, opvolgers, op deze maandagavond. Mooi dat we opnieuw weer zo’n brede opkomst hebben voor deze tweede informele bijeenkomst over het onderwerp ‘Bewonersparticipatie’.
Het is ook blijkens deze opkomst duidelijk een onderwerp dat breed leeft in onze raad. Voorzitter, ook dank aan u dat u opnieuw deze avond weer het gesprek heeft willen leiden. Met deze aftrap wil ik twee dingen, op twee punten, wil ik ingaan. Ik wil kort iets vertellen over de stand van zaken rond het formatieproces en ik wil kort iets vertellen over het doel en de verwachtingen voor het gesprek van deze avond over dit onderwerp. Allereerst de stand van zaken rond het formatieproces: voorzitter, namens de formerende fracties ben ik blij verheugd te kunnen zeggen dat het tempo hoog ligt en dat het beoogde eindresultaat in zicht is. Ik ga geen opsomming noemen van alle data waarop we bij elkaar zijn geweest en ik ga ook geen inhoudelijke samenvatting geven van het akkoord in wording, maar kan wel zeggen dat we inmiddels alle onderwerpen die spelen, ook binnen de begrotingsprogramma’s, hebben doorgesproken en een gemeenschappelijke lijn hebben afgesproken voor wat betreft de inhoudelijke richting voor al die onderwerpen. Verschillende overlegmomenten aan de formatietafel hebben we achter de rug gehad en enkele gemeenschappelijke sessies met alle raadsleden van de deelnemende fracties liggen aan de basis van de teksten in wording.
We zijn op dit moment dat we deze week verwachten een inhoudelijke basistekst voor het complete akkoord te kunnen samenstellen, waarbij deze avond daar ook input voor levert, natuurlijk, waarna we een laatste reactieronde van de fracties, vanuit de deelnemende fracties, gaan ophalen. We verwachten na het Hemelvaartweekend snel de laatste afrondende gesprekken te kunnen trekken aan de formatietafel, waarna we de akkoordtekst kunnen laten opmaken, laten drukken, et cetera. We verwachten in de tweede helft van juni het akkoord aan deze raad te kunnen presenteren. In de tekst van het akkoord bespreken we ook aandacht aan het thema wat ons allen raakt: de onderwerpen inwonersparticipatie en bestuursstijl. Daarmee leg ik een bruggetje naar het tweede onderwerp waar ik iets over wilde vertellen: de bespreking van deze avond, over deze onderwerpen. Voorzitter, ik wijs op het behandelvoorstel en de notitie zelf waar al het een en ander duidelijk staat opgeschreven over het doel en de opzet van deze avond. Paar accenten wil ik leggen: alle fracties in deze raad hebben tijdens de informatieronde aangegeven dat het thema inwonersparticipatie heel belangrijk is, ook in onze gemeente. De lage opkomst van de gemeenteraadsverkiezingen was daar ook debet aan.
Hoe betrekken we onze inwoners tijdiger en beter bij relevante besluiten die hen raakt en wat staat ons te doen als raad, om in ons onderling functioneren ook het vertrouwen te hervinden en te behouden van onze rol als volksvertegenwoordiger in onze representatieve democratie? Over deze thema’s, inwonersparticipatie en bestuursstijl, hebben we achtentwintig april een eerste gesprek gevoerd. Mede op basis van de oogst van die avond hebben we een concepttekst geschreven. Juist ook omdat dit een onderwerp is dat
2 ons allen raakt, vinden we het niet meer dan zelfsprekend en logisch dat we ook deze conceptteksten weer nadrukkelijk delen met ons allen als gehele raad. We willen jullie dus graag uitnodigen en vragen om de belangrijkste opmerkingen over deze teksten aan ons mee te geven, opdat dit hoofdstuk in gedragen vorm kan worden opgenomen in het akkoord in wording. Dus: wat spreekt aan, wat spreekt niet aan en waarom niet, welke voor vragen roept dit op, hoe gaan we daarmee aan de slag de komende jaren? Dat soort vragen. Voor deze bespreking hebben we dus daarvoor een praatstuk gemaakt waarvoor we tevens de concepttekst voor het komend coalitieakkoord hebben opgenomen. We noemen daarin punten die we als gehele raad kunnen doen en die kunnen we natuurlijk niet vastleggen in de tekst van het coalitieakkoord, want dat is van de coalitie. We hebben daarom... Deze hebben we genoemd in het eerste deel van het praatstuk, zie de eerste bullets op de eerste pagina. Een maand geleden gaf een aantal fracties ook aan liever niet te reageren op een open vraag, maar ook graag een concreet voorstel en tekst ter bespreking voort te hebben van de formerende partijen. Nou, die ligt er ook, dat zit in dat praatstuk: het tweede deel van de notitie. Nou, hierover dus graag een gesprek deze avond.
Wat ons betreft geen gesprek tussen oppositie en coalitie, maar een gesprek waarin alle fractieleden van alle raadsfracties worden uitgenodigd om hun inbreng te leveren. Wij pakken vervolgens daarna de verantwoordelijkheid om de oogst weer te verwerken in het akkoord. Wordt het daarmee weer een onderwerp van alleen de coalitie? Nee, wat ons betreft niet. In de concepttekst hebben we ook duidelijk aangegeven dat deze thema’s ons allen raken als raad en samen moeten we die willen uitwerken. Wij zijn benieuwd, voorzitter, naar wat deze tekst aan reacties oplevert en we hopen, we hebben het tijdig doorgestuurd naar alle fracties met een behandelvoorstel, en we hopen dat we dit keer het onderwerp tijdig aan alle fracties hebben kunnen voorbereiden om tot een goed gesprek deze avond te kunnen komen. Voorzitter, daar laat ik het bij, dank u wel. De voorzitter: Dank u, mijnheer Schuring. Nou, daar mogen de fracties zelf antwoorden op geven. Ik begrijp dat u nu eigenlijk de reacties van eventuele andere fracties zou willen en wie van de andere fracties mag ik daarover het woord geven? Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter en dank u wel mijnheer Schuring voor de uiteenzetting, de verduidelijking van de stukken die zijn toegestuurd en ook de stand van zaken.
Dus we kijken uit naar het volledige coalitieakkoord, natuurlijk, want praten we daar verder over de inhoud, want dit gaat vooral over het proces en inderdaad het onderdeel ‘Participatie’. Het stuk heet ook ‘Praatstuk bestuursstijl’. In het stuk zelf staat niet zo heel veel over de bestuursstijl die de coalitie voor ogen heeft en ook niet de bestuursstijl die het college voor ogen heeft. Mede naar aanleiding van de discussie de vorige keer vroegen we ons af: wat voor college wordt het? Een open college waar ruimte is voor de hele raad om bijvoorbeeld initiatiefvoorstellen in te brengen, en dat hier ook wat minder krampachtig worden ontvangen dan, nou ja, de voorbeelden uit de afgelopen jaren. Dus ook inderdaad open staan voor ideeën vanuit de volledige raad, maar datzelfde geldt ook inderdaad voor initiatiefvoorstellen vanuit de gemeenschap, vanuit Deventer. Dus dat was even de vraag: welke bestuursstijl wordt nu voorgestaan? Want de titel heeft wel de naam ‘Bestuursstijl’, maar er staat eigenlijk niet in van wat wordt beoogd. Ik weet niet of ik door mag gaan, voorzitter, of dat er een reactie wordt gevraagd? De voorzitter: Van mij mag u doorgaan, tenzij mijnheer Schuring al wil reageren, maar misschien heeft u nog meer? De heer Schuring: Ik kan een korte reactie geven: we hebben natuurlijk wel een poging gedaan om teksten ook over bestuursstijl op te nemen.
Als u daar dingen in mist zou ik heel graag ook u willen uitnodigen: wat zou u missen, wat zou u daaraan toegevoegd willen zien wat u nu nog niet leest in het stuk? De heer Van der Meulen: Nou, op dit moment lees ik niet zoveel over de bestuursstijl die men voorstaat. Dus de vraag is inderdaad van... Ja, ik kan natuurlijk een voorzet doen, net deed ik al een poging daartoe van wat voor, denk ik, voor oppositie van belang wordt de komende tijd inderdaad: laat iedereen hier binnen deze raad komen met initiatiefvoorstellen of amendementen, of voorstellen om dingen beter te maken. Op het moment dat dat wordt
3 opgeschreven: we nodigen... Het college nodigt, of de coalitie nodigt eenieder uit om hiermee te komen, dat geeft iets aan over een open bestuursstijl. Maar goed, dat is dus natuurlijk, dat moet je wel echt willen, je moet daar ook wel achter staan. Ik kan wel zeggen, dat vind ik belangrijk, maar ik denk dat het vooral belangrijk is dat de coalitie dat dan ook deelt en het college daar ook actief invulling aan geeft. De voorzitter: Helder. De heer Schuring: Heel kort, het doel voor deze avond, misschien dat ik daar nog... Dit soort suggesties stellen we zeer op prijs. We gaan de oogst van deze avond, daar heb ik al iets over gezegd natuurlijk, bespreken weer, dit nemen we mee, ook wat nemen we niet mee. Maar dat kunnen we alleen maar beoordelen als we de oogst aan commentaren hebben. Dus heel fijn, voor juist dit soort suggesties geven we ook ruimte aan de hele raad om initiatiefvoorstellen, zo hoor ik het, om daarmee te komen. De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, de opmerkingen zijn ook uitsluitend constructief, positief, opbouwend bedoeld, dus inderdaad. Dat is ook echt de bedoelding volgens mij van deze avond, dus laten we dat vooral vaststellen, ja.
Een andere vraag die daarmee samenhangt heeft te maken met het dualisme, daar is de vorige keer ook well over gesproken: hoe wordt daar invulling aan gegeven, zowel binnen de raad, maar ook vooral binnen de coalitie? Ik denk dat dat een hele interessante vraag is. Ik hoop ook dat dat binnen de coalitiebesprekingen op tafel komt te liggen: hoe ga je met elkaar om en welke ruimte geef je elkaar de komende jaren? Ik ga gewoon even door en anders hoor ik wel een interruptie of een antwoord. Voor wat betreft het stuk van wat zouden we raadsbreed kunnen doen? Dat is even de vraag terug: willen jullie dat vastleggen, of wat willen we precies daarmee? Want er worden inderdaad een paar suggesties gedaan, bijvoorbeeld werkgroepsparticipatie, maar dat is natuurlijk prima, die is er. Alleen we hadden inderdaad wel de vraag erbij: wat gaat die werkgroepsparticipatie de komende jaren doen, wat voor producten levert die af? Maak dat zo concreet mogelijk, want werkgroepen is natuurlijk prima om die te hebben en in stand te houden, maar het is ook wel handig om aan te geven wat ze uiteindelijk moeten opleveren.
Datzelfde geld eigenlijk over het burgerberaad, daar staat ook in de concepttekst van het coalitieakkoord iets over en daar wordt eigenlijk best wel voorzichtig gepleit voor het instrument burgerberaad in: ‘serieus met het beoordelen op bruikbaarheid en stapsgewijs ervaring opdoen met het nieuwe instrument’. Nou, wij denken: we krijgen zo meteen een coalitieakkoord, dat staat bomvol van de inhoudelijke ambities, nou er zullen vast wel een paar plannen zijn waar je al heel concreet het burgerberaad aan zou kunnen koppelen. We hebben in Deventer een aantal mensen die actief verenigd zijn in het burgerberaad voor het klimaat, dat zou een heel mooi onderwerp zijn om dat dan ook te benoemen. Maar, dat is dus een idee van ons, maar zoals het hier staat is het wat stapsgewijs en ‘we gaan eens bekijken welk onderwerp zich daarvoor leent en allemaal niet te snel’. Ik denk: ja, je kunt met sommige onderwerpen toch wel snellere slagen slaan, zeker als je inhoudelijke ambities hebt. Daar kun je gewoon een participatievorm als het burgerberaad aan koppelen en er zijn er nog meer. De voorzitter: Misschien wil mijnheer Schuring hier op reageren, of mevrouw Leget? Ik bedoel, ik zie wat signalen? Ah, mevrouw Scholthof. Nee, ik zag wat signalen op reactie. Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Ja, dank u wel, voorzitter. Dan ga ik even reageren op wat betreft het burgerberaad.
Ja, inderdaad, bomvol met ambities waar burgers eventueel een beraad over zouden kunnen voeren. We willen dit instrument ook echt serieus wel aankijken, alleen het afbreukrisico van een burgerberaad over een heel groot thema waarover de samenleving soms ook kan ruziën is ook best groot, dus we willen wel raadsbreed echt bezien: hoe willen we nou dit instrument dan inzetten, dat het ook echt een succes wordt? En dat is dus niet iets dat wij willen afremmen, of dat wij niet snel willen, maar wij willen vooral in de raad bespreken: waar moet zoiets dan, wat ons betreft, aan voldoen op het moment dat we dat instrument gaan inzetten? En tegelijkertijd betekent dat ook dat wij niet als raad van bovenaf - of als college zeker niet - van bovenaf gaan afleggen: nou samenleving, u moet een burgerberaad organiseren over dit onderwerp. Dus daartussen moeten wij laveren: wat vinden wij, en wat zijn
4 voor ons goede kaders als raad om dat instrument ook succesvol te laten plaatsvinden? Tegelijkertijd moet het natuurlijk ook een beweging zijn vanuit de samenleving op een onderwerp waar... Nou ja, dat het ook echt een burgerinitiatief is. De heer Van der Meulen: Maar, klimaat dat is dan echt wel een onderwerp waar actief mensen in bezig zijn en ook concrete ideeën over hebben en uw uitleg geeft een beetje aan dat we het nog niet zo goed weten en dan kan het op die manier nog wel eens heel lang duren voordat er daadwerkelijke stappen worden gezet. Het ligt een beetje natuurlijk aan wat je verwacht, hè, hier wordt het gepresenteerd als een soort min of meer bindend advies. Ja, dat is ook een mogelijke uitkomst, maar je kan het ook puur adviserend laten zijn. Kijk de raad is uiteindelijk als laatste toch ook aan zet, dus er zijn verschillende varianten mogelijk. Maar op het moment dat je echt daadwerkelijk stappen wil zetten, dan zou je eigenlijk het onderwerp nu al kunnen uitkiezen en daar dan een vorm bij bedenken waarbij je de inwoners van Deventer betrekt die zich de afgelopen maanden hier ook heel actief in hebben geroerd. Dus dat is een suggestie aan de coalitie. De voorzitter: Aldus mijnheer Van der Meulen. Mijnheer De Kok. De heer De Kok: Ja, daar wil ik graag heel even op inhaken, want in het stuk staat op een gegeven moment bij bullet point 6 op pagina 3...
Twee, sorry. Daar staat een formulering ‘het min of meer bindende advies komt voor een complexe of taai vraagstuk dat blijft hangen in de reguliere besluitvormingswijze’. Nou, in het kader van de opbouwende kritiek denk ik dat dat toch wel wat mooier geformuleerd kan worden, maar daaruit blijkt volgens ons ook dat... Waar het bij een burgerberaad om gaat is dat je juist mensen van tevoren al gaat betrekken bij wat je gaat doen en niet zozeer op het moment dat het complex gaat worden. Dus ik denk dat je van tevoren al mensen betrekt krijg je betrokkenheid en hoeft een vraagstuk ook niet per se heel complex te worden. Ik snap dat er complexe vraagstukken zijn, maar er zijn ook een aantal vraagstukken die gewoon, als je daar de burger heel vroeg bij gaat betrekken, prima door de burger - of door de inwoner, burger vind ik zo’n groot woord - maar door inwoners gewoon prima in gang kan worden gezet. De voorzitter: Dank u, mijnheer De Kok. Dat lijkt me een heel helder verhaal. Mijnheer Van der Meulen wil daarop reageren? Of op aanvullen? Of heeft u nog een volgend thema? De heer Van der Meulen: Ik heb nog een volgend thema, maar misschien moeten we eerst het burgerberaad verder afronden. De voorzitter: Van mij mag u hoor, ik bedoel, als niemand anders zijn hand opsteekt dan bent u. Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, ik wil best even mijn hand opsteken.
Want, inderdaad, ik heb ook nog wel iets over het burgerberaad. Mijnheer Van der Meulen maait voor meerdere punten het gras voor mijn voeten weg, maar ook op het burgerberaad: ik proef ook enig licht, zeg maar, tussen wat ik mevrouw Scholten hoor zeggen en wat mijn beeld is in ieder geval van het burgerberaad. Dus, volgens mij is het ook wel... Hoeft het niet per se een initiatief vanuit de samenleving te zijn, is het iets wat wij als raad ook misschien het initiatief in moeten nemen om te zeggen: we gaan een burgerberaad organiseren en dan hebben wij daar als raad en met ambtelijke ondersteuning ook best wel een rol in om te zorgen dat dat goed tot zijn recht komt, want het is een advies vanuit burgerberaad wat uiteindelijk ook weer naar de raad gaat. In de tekst waar ik wat moeite mee heb, of... Kijk, er ligt natuurlijk een concreet initiatief en dat gaat inderdaad over een burgerberaad over het klimaat en dus daar komt uiteindelijk de vraag ook vandaan. In de tekst wordt dat een beetje losgekoppeld, aan de ene kant snap ik dat, alleen in kleine stapjes leren met zo’n burgerberaad vind ik wel lastig. Of, ja... Want het is best een zwaar en groot instrument wat ook serieus veel geld kost, dus dat moet je ook inzetten voor iets wat ertoe doet en voor iets wat echt nodig is en, inderdaad, ik denk dat die thema’s ongetwijfeld...
U heeft inderdaad die ambities, misschien kunnen we daar iets uit putten om dat te halen, maar ook met een parlementaire enquête of een raadsonderzoek ga je ook niet een
5 klein... Dat ga je ook niet in het klein doen of iets mee proberen: dat doe je, of dat doe je niet. Wat mij betreft is dat denk ik voor het burgerberaad ook zo. De voorzitter: Aldus mijnheer De Niet. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, sorry, dank u wel. Ja, ik wilde eigenlijk nog wel even terugkomen over waarom eigenlijk participatie, want nu wordt er genoemd dat we eigenlijk te maken hebben met een lage opkomst, maar volgens mij is dat een symptoom van iets en dat is ontevredenheid. Ik zie eigenlijk weinig reflectie hierin, dus waarom zijn mensen mogelijk ontevreden hier in Deventer en hoe relateert zich dat eigenlijk aan participatie? Dus ik mis eigenlijk een stukje reflectie, van: goh, wat is dan in de afgelopen periode niet zo goed gegaan rondom participatie? We hebben daar voorbeelden van, dus ik zou eigenlijk de formerende partijen eens willen vragen om daar nog eens naar te kijken en misschien zijn die voorbeelden wel genoemd, dan zou ik graag jullie gedachten daarover horen. Misschien kunnen we dat gebruiken om dit gesprek dan ook verder vorm te geven, om, nou ja, een aantal voorbeelden misschien hierin op te nemen. Dus wij kijken daar vooral even naar. Ook bestuursstijl, ik zou het eigenlijk ook wel heel gaaf vinden als we wat meer ambitie daarop hebben.
Besturen of leiderschap en waarom kiezen we een bepaalde stijl? En net zoals mijnheer Van der Meulen eigenlijk net al aangeeft, ik mis daar eigenlijk nu gewoon wat erover in het stuk: het wordt genoemd, maar er wordt niet erg veel gezegd over hoe we dat dan eigenlijk willen invullen, behalve dan dat we een open cultuur willen hebben en minder wij-zij, maar wat betekent dat dan eigenlijk? Wat we ook al de vorige keer eigenlijk al een beetje misten was: goh, hoe zitten de formerende partijen er per partij eigenlijk in? Dus wat zijn mogelijke discussiepunten die jullie al hebben besproken, wat zijn zaken waar jullie wat minder goed met elkaar mogelijk uitkomen en welk licht kunnen wij daar eventueel op schijnen? Ik zou het wel interessant vinden om misschien per partij even terug te horen wat er besproken is en wat misschien hier nog ook op tafel gelegd zou kunnen worden. De voorzitter: Dank u, mevrouw Zieverink. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Leget. Mevrouw Leget: Ja, dank u wel, voorzitter. Om daar antwoord op te geven is wel vrij lastig, want wij hebben niet zozeer de verschillen naast elkaar gelegd als wel gekeken van waar ligt de consensus en de ambities waren wel gelijk eensluidend.
Dus hoe kunnen we meer samenhang brengen tussen oppositie en coalitie en hoe gaan we het goede gesprek aan met elkaar? Dat is ook de reden waarom we het heel belangrijk vinden dat we deze twee avonden nu hebben georganiseerd met de hele raad - dus samen om hier naar dit onderwerp te kijken. Verschil is er niet, ambitie is er wel. De voorzitter: Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, bedankt voor de toelichting. Ja, ik vind dat heel mooi om te horen, maar we weten eigenlijk allemaal wel dat het uiteindelijk in de details gaat zitten waar juist de verschillen in optreden. Want ik denk dat we allemaal, en dan kijk ik even de hele raad hier aan, het met elkaar eens zijn dat we meer participatie willen en een open bestuursstijl willen hebben, we willen allemaal toegankelijk zijn en we willen allemaal samen met onze inwoners een mooi Deventer, maar dat gaat vaak over de details waar dan toch die discussie wel optreedt. Ik weet niet of we daar nu eigenlijk wel aan toekomen als we te hoog over eigenlijk blijven bespreken. De voorzitter: Mijnheer Schuring.
De heer Schuring: Ja, mevrouw Zieverink, kunt u wat voorbeelden geven van concrete details die we meer aandacht zouden moeten geven bij de uitwerking? En niet alleen als coalitie, maar als raad als geheel: op wat voor soort details loopt de devil vaak stuk? Mevrouw Zieverink: Nou ja, dat is denk ik ook een stukje van de zelfreflectie, als in: wat hebben we het afgelopen jaar daarin niet lekker gedaan, of waar hebben wij met elkaar de afgelopen periode discussie over gehad? Een
6 aantal voorbeelden waarvan wij, denk ik, raadsbreed denken dat dat wat minder goed is gegaan zijn bijvoorbeeld de energietransitie, of de wijze waarop we met cultuur zijn omgegaan. Volgens mij zijn dat een aantal voorbeelden, zonder in details te treden, waarbij wij weten dat we het beter hadden kunnen doen. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil even onze bijdrage doen bij dit stuk. Voorzitter, eerst dank aan de coalitie - aan de formerende partijen - dat ze ons opnieuw hebben uitgenodigd. Toch zit ik hier wel weer met een beetje hetzelfde gevoel als twee weken terug. Onze fractie mist opnieuw de eigen visie van deze partijen. Er worden vooral initiatieven en processen genoemd die al lopen. Blijft dus de vraag bij ons: wat wordt er nu eigenlijk van ons verwacht, of klopt onze indruk nog steeds dat we de besluiteloosheid van deze formerende collegepartijen aan het oplossen zijn? Wat in dit verband ook zou kunnen helpen is een stukje zelfreflectie.
We kunnen het wel hebben over de nieuwe bestuursstijl en de bewonersparticipatie, maar wat voor lessen trekken de formerende partijen zelf? Hoe kijkt men zelf naar de bestuursstijl en de manier waarop de participatie in de afgelopen jaren is vormgegeven? Heeft deze werkwijze er ook niet aan bijgedragen dat inwoners teleurgesteld zijn afgehaakt en het vertrouwen in de politiek hebben verloren? Welke lessen zijn er getrokken uit de afgelopen periode? Met het oog op de toekomst is het wel goed om te weten hoe participatie dan wel vorm te geven. Wat voor stadsbestuur willen wij zijn? Immers, veel mensen zijn ook afgehaakt omdat ze zich niet gehoord hebben gevoeld en in de steek gevoeld hebben gelaten. Dat speelt nog steeds: er spelen nog steeds dossiers waar de inwoners zich gewoon compleet genegeerd voelen. Voorzitter, omdat het vanavond een constructieve avond moet zijn, sluit ik dan maar positief af. Vanuit onze fractie willen we de volgende punten meegeven aan de formerende partijen: betrek de inwoners in een vroeg stadium bij ontwikkelingen, laat ze meedenken en meepraten, maar ook meebeslissen. Ga door met het nu ingezette traject van vers bestuur, we hebben daar met de vorige raad een goed begin mee gemaakt; volgens mij zijn we daarmee op de goede weg en dat kan zowel oppositie als coalitie helpen om participatie in Deventer te verbeteren.
Gebruik bijvoorbeeld de inzet van een burgerberaad. Een burgerberaad kan ook gaan over andere thema’s dan alleen klimaat, zo kom je en passant ook in gesprek met andere burgers. Organiseer weer een motiemarkt: dit is een van onze eigen instrumenten die heel goed werken en waarmee we veel inwoners uit Deventer betrekken bij de politiek. Er zijn ook nog andere vormen mogelijk, zoals bijvoorbeeld de G1000. Organiseer raadstafels en vergaderingen ook buiten het stadshuis, zeker als het over thema’s gaat die in wijken of dorpen spelen, het gemeentebestuur is daarmee laagdrempelig aanwezig en meer zichtbaar. Nu blijkt ook dat er extra sessies moeten worden gepland, omdat er naast beeldvorming en oordeelvorming behoefte is aan inspraak. De agendacommissie zou daar bij gevoelige onderwerpen meer rekening mee kunnen houden en extra inspraaksessies kunnen inplannen. Voorzitter, ik sluit af. Het functioneren van Bij-Deventer, de wijkteams en de wijkmanager kan nog beter. Taken, bevoegdheden en mogelijkheden, maar onmogelijkheden moeten nog strakker worden vastgelegd. Daar wil ik het even bij laten voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Heel helder. Mijnheer Van den Nieuwenhof was eerst, daarna mijnheer Kaya. Mijnheer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel voorzitter. Even over dat puntje dat hiervoor was van mevrouw Schmidt over burgerberaad Deventer.
Ik heb even op de site gekeken wat daar staat, waarom burgerberaad: ‘in een burgerberaad staat niet discussie, maar de dialoog centraal. Je bevraagt elkaar, zoekt naar mogelijk oplossingen voor gestelde problematiek. Een burgerberaad is dan ook bij uitstek geschikt om complexe problemen te bespreken’. Ik denk als we dat als kader hanteren voor een burgerberaad, wat ze opschrijven, denk ik, nou, daar kan ik in die zin wel mee leven, prima. Ander gegeven wat ik goed vind is dat het samenspel tussen coalitie en oppositie, de verhoudingen die we nu hebben - 21 en 18 waarschijnlijk dat het zou kunnen worden - ja, daar ben ik zeer positief mee, want de afgelopen vier jaar was er dus een hele andere verhouding, dus dat vind ik positief. Door middel, nou ja, dat vond ik ook wel mooi, die pilot die ze willen doen, het experimenteren, leren van
7 participatie, dan denk ik: het woord participatie is bij ons al zo vaak gevallen, laten we dan nu maar eens de koe bij de hoorns pakken en kijken: wat kunnen we dan inderdaad gaan doen met participatie? We hebben inderdaad hier in de raadszaal ook met een bedrijf... Die heeft ons verteld hoe dat gaat, participatie, nou laten we daar dan een vervolg aan geven en kijken hoe we dat kunnen doen. Ik ben heel benieuwd. Dat was het, dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van den Nieuwenhof. Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter, dank u wel. Allereerst wil ik de formerende partijen ook wel bedanken dat ze dit soort initiatieven nemen en de raad eigenlijk willen meenemen in het hele formerende proces. En ook heel goed dat dit vanavond besproken wordt. Wat ik eigenlijk wel mis, ik sluit me wel aan bij mevrouw Schmidt over de punten die hier in het stuk worden genoemd: die worden al heel veel ook gedaan. Dan hebben we het over het burgerberaad in werking, in ieder geval, in een proces dat nog moet gaan komen. Ik ben heel erg benieuwd daarnaar, hoe dat gaat uitpakken. Maar wat ik daar sowieso over wil vertellen is dat we oog moeten hebben ook voor diversiteit. Dus dat we doelgroepen die we niet kunnen bereiken...
Daar oog voor moeten hebben, de minderheden in onze stad worden vaak, als we met sessies bezig zijn dan wordt er gesproken over, ja, we vinden het moeilijk en lastig om die specifieke doelgroep te bereiken. Dan is het belangrijk dat we eigenlijk bij onszelf te rade moeten gaan: wat hebben we de afgelopen tijd gedaan - en wat hebben we niet gedaan - om deze mensen te bereiken? Denk aan bijvoorbeeld, dat hebben wij als DENK heel vaak gezegd, niet alleen in de Nederlandse taal, maar ook misschien in de taal waarin ze het goed kunnen begrijpen. Over de bestuursstijl heeft mijnheer Van der Meulen ook heel goed in zijn bijdrage aan gerefereerd. Er staat inderdaad in de stukken - de praatstukken - ‘Bestuursstijl’, maar ik kon dat ook niet vinden. Wat ik belangrijk vind, in ieder geval, is dat wij hier als controlerend orgaan moeten gaan werken, dat we het niet over oppositie en coalitie gaan hebben. Jullie zijn formerende partijen, hè, dat is ook jullie volledig recht om dat te gaan doen, want jullie hebben natuurlijk jullie stokpaardjes en jullie hebben... Nou ja, paardjes.... Jullie hebben jullie punten wat jullie heel belangrijk vinden en dat is jullie recht, dat vinden wij ook belangrijk. Maar wat ik in de afgelopen tijd veel heb gezien, is dat de wethouders van die partijen vaak in die fractievergaderingen aanwezig waren. Probeer dat te vermijden.
Het is wel goed dat dat gebeurt, want wij kunnen ook de wethouders uitnodigen om in onze fracties te laten vergaderen, maar het lijkt er een klein beetje op alsof de wethouders dan in de fractievergaderingen toch een soort van aandeel hebben in het hele proces en dat vinden wij niet gezond. Het is belangrijk dat we gewoon met zijn allen één raad zijn en dat we niet tegen elkaar opgezet worden als oppositie en coalitie. Laten we gewoon met zijn allen, dat zei mevrouw Zieverink ook, iets voor Deventer betekenen en dat in oprechtheid doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Opmerking met een hele serieuze ondertoon, begrijp ik. Aan de fracties, mijnheer Kaya laat zich graag uitnodigen bij fractievergaderingen, dat lijkt me ook heel verstandig. Even een kop koffiedrinken en dan gezamenlijk overleggen, dat zou wel een goeie zijn. Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Er zijn al best wel veel goede dingen gezegd door andere fracties ook, dus ik moet een beetje selectief zijn in wat ik dan nog toe ga voegen. Ik mis ook wel de analyse eigenlijk, dus het... Aan het begin van het stuk, zeg maar: waarom zijn mensen afgehaakt en in welke wijken zijn mensen dan afgehaakt? Voor een deel kunnen we daar onze eigen cijfers bij halen, voor een deel kunnen we ook naar landelijke trends kijken, maar door...
Als je weet wat de oorzaken zijn, wat de reden is dat mensen afhaken, dat maakt ook uit voor de oplossingen die je kiest. In de inleiding staat ook iets over fracties die benaderbaar moeten zijn, ik denk dat heel veel fracties volgens mij benaderbaar zijn. Als je een mail stuurt over dat je je zorgen maakt over hoogbouw, dan staan er heel wat fracties een paar dagen later bij de informatiebijeenkomst. Dus ik denk dat heel veel fracties best wel benaderbaar zijn en uiteindelijk gaan wij, in ieder geval, alleen over onze eigen fractie en niet over die van anderen - om maar eens wat te noemen. Even over het stuk over: wat kunnen we raadsbreed doen? Het eerste stuk over die werkgroepsparticipatie: helemaal eens dat participatie niet iets van de werkgroep moet zijn, maar iets is wat we raadsbreed doen. Ik denk eigenlijk dat die nieuwe veroordeling, die we toch moeten gaan opstellen, en dat nieuwe beleid daarvoor alleen een kans is. Dan meteen maar ook een hele concrete suggestie:
8 dat moeten we als raad samen doen, doe dat dan ook als raad samen en betrek de hele raad aan het begin van dat proces. Kom dus niet met een kant-en-klaar stuk vanuit het college over participatie en participatiebeleid in de raad waar de antwoorden al in staan, waar er allemaal keuzes al zijn gemaakt, maar help ons als raad - met zijn allen - die keuze te maken over die participatie. Dus eigenlijk is dat misschien het moment, in het hele traject, om het diepgaand en samen dat gesprek te voeren en te besluiten: wat voor raad willen wij eigenlijk zijn en hoe willen we dan onze inwoners betrekken? U noemt ook iets over die laagdrempelige markt. Ik vond het moeilijk... Die variant van het burgerberaad, ik vond het moeilijk om die goed te duiden, omdat ik niet precies weet wat daarmee wordt bedoeld: is dat een terugkeer van de motiemarkt die we inderdaad eerder hebben gehad, of is dat iets anders? Als het gaat om het organiseren van gesprekken, dat zie ik ook wel eigenlijk niet zo zeer als per se als taak van ons als raad om ons aan willekeurige inwoners te koppelen, het is gewoon een taak van ons als volksvertegenwoordigers allemaal om erop uit te gaan, gesprekken te voeren, mensen op te zoeken op allerlei manieren. Dus ik vind het lastig om dat dan... Uiteindelijk zijn...
Het is ook politiek, we verschillen van mening over een hoop dingen ook, we hebben een andere visie op hoe de samenleving soms in elkaar moet zitten en we zijn niet allemaal eenheidsworst, dat is de samenleving ook niet. Dus dat contact en die gesprekken vind ik ook een belangrijke taak van ons als fracties, ook vanuit onze ideologische achtergrond. Ik denk ook dat de werkwijze, want daar zegt u ook wat over, dat dat niet zozeer het probleem is. Hoe wij precies hier onze orde hebben, ja dat maakt... Als we die heel erg gaan veranderen, dat maakt voor de mate waarin mensen betrokken zijn of zijn afgehaakt of niet echt helemaal niets uit. Daar moeten we ons niet al te veel van voorstellen. Het is hartstikke belangrijk wat hier gebeurt, maar er zijn maar heel weinig mensen die dat actief echt volgen, dus aan die orde hoeven we echt niet heel veel te doen. Wat er wel toe doet is waar we over praten, dus de agendering, zeg maar. Waar besteden we echt als raad onze tijd aan: zijn dat de goede dingen, zijn dat de dingen die ook belangrijk zijn voor de stad en hoe doen we dat, vechten we elkaar dan... Proberen we dan vliegen af te vangen, of zijn we echt serieus vanuit onze visie, vanuit onze visie op hoe de samenleving in elkaar zit, bezig op de inhoud? Dan kom ik al meteen een beetje bij de bestuursstijl, die ik inderdaad ook wat mager vond.
Over dualisme is ook al wat gezegd en ik denk dat als het gaat over bestuursstijl, dan gaat ook dat inderdaad over zorgen dat ook de coalitiefracties, die controlerende taak, zeg maar, serieus nemen ten opzichte van het college. Dus ook... Ik zou het fijn vinden als het de komende periode ook af en toe knettert tussen coalitiefracties en het college, omdat het gewoon belangrijk is om dat serieus te nemen. En daar ook nog over, wat dat betreft is de nieuwe bestuursstijl, is ‘geen woorden’, of ‘geen radicale ideeën’, om maar eens wat te noemen, om onze premier te citeren, maar gaat het om de daden. Nou ja, laat dat zien, komende woensdag is de eerste kans, zou ik bijna zeggen. Dan over participatie: even kijken, dat laatste stuk, daar staat iets over die pilot. Even kijken, waar stond dat ook alweer. Er stond iets over een pilot. O ja: ‘door middel van een pilot willen we experimenteren en leren van participatie’. Ik vond dat een beetje lastig, volgens mij moet je participeren ook gewoon doen op de dossiers waar het nodig is. Dat heeft ook weer een beetje een relatie met die verordening ‘Participatie en Beleid’. Het vooral nadenken hoe en op welk moment en daar heel bewuste keuzes in wil maken, je inwoners wil betrekken om te komen tot de beste besluiten voor ons als stad. Ja, volgens mij was dat hem. De voorzitter: Dank u mijnheer De Niet. Mevrouw Schol.
Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter en ook namens ons dank u wel aan de formerende partijen. Nou, er is inderdaad al heel veel gezegd zoals mijnheer De Niet zei, dus ik ga proberen om nog wat moois toe te voegen. Het speerpunt na de verkiezing is wel de lage opkomst en daarmee de lage draagkracht van onze volksvertegenwoordigers. We zijn dan ook blij dat de coalitiepartijen dit benoemd hebben en meegenomen hebben in hun akkoord. Volgens onze fractie ligt dit echter niet alleen bij de betrokkenheid vanuit de inwoners, maar met name ook het vertrouwen, of beter gezegd, het lage vertrouwen in de politiek. Dat is volgens ons wel de belangrijkste opgave voor de komende vier jaar. Het vertrouwen van de kiezer en de inwoners is zeer laag. De kiezer wil een betrouwbare overheid, mensen willen weten waar ze aan toe zijn: ‘slecht nieuws is niet leuk, maar dan weten we in ieder geval wel waar we aan toe zijn’ hoor je regelmatig. Dit geldt niet alleen voor de landelijke politiek, maar ook provinciaal en zeker ook voor ons als gemeente. Mensen willen gehoord worden, maar ze willen
9 ook op ons kunnen vertrouwen, op onze woorden en de beloftes van onze volksvertegenwoordigers. Ons advies aan de nieuwe coalitie zou dan ook zijn: zet alleen in het coalitieakkoord dat wat je ook daadwerkelijk gaat uitvoeren. Als je a zegt, ga dan niet na een paar maanden b zeggen, maar blijf bij dit besluit. Informeer mensen op tijd, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn. Punt twee: we zijn ook erg blij te lezen dat de beoogde coalitiepartijen de samenwerking willen aangaan met de oppositie. We hebben hier wel bij de vraag hoe de coalitiepartijen de samenwerking concreet voor zich zien, wat betekent deze samenwerking voor ons als oppositiepartijen? En wie daarop wil reageren? De voorzitter: Ik zie mijnheer Schuring. De heer Schuring: Ja, het is wel een prikkelende vraag, hoe gaan de coalitiepartijen dat doen? Ja, ik zit hier ook niet namens de formerende partijen, maar één van de fracties die hier ook een poging aan gaat doen vanuit de coalitie. We gaan het ontdekken zou ik echt willen zeggen, maar wel met een open houding en met een positieve insteek. Laten we inderdaad rond de thema’s die ons allen raakt een goed gesprek met elkaar voeren en hoe we dat precies gaan doen dat gaan we tegenkomen. Ja, het is misschien een beetje hoog over antwoord, maar beter kan ik het nu niet geven. De voorzitter: Aldus mijnheer Schuring.
Misschien wil Gemeentebelang hier nog iets op zeggen, die heb ik al de hele avond nog niet gehoord. Dan zou u uw daar visie op kunnen geven, mijnheer Smeenk. De heer Smeenk: Gemeentebelang heeft nooit zo gek veel woorden nodig, maar dat wisten we al, mijnheer de voorzitter. Ja, nee, laten we het proces aangaan als coalitie zijnde, maar ook vanuit jullie als zogenoemde oppositie: ook van daaruit, kom ook met tools en tips en tricks en dan kunnen we samen met elkaar dat proces in gaan. Het hoeft niet van één kant te komen, het kan van beide kanten komen. Ik wil ook nog even reageren op mijnheer De Niet over werkgroepsparticipatie: er is volgens mij al een raadsbrede werkgroep en niet alleen van de coalitie. Dus misschien moeten we hem dus nog breder maken, is dat uw oproep? De voorzitter: Mijnheer De Niet. De heer De Niet: Nou, misschien ook, maar ik heb dit ook gelezen als: uiteindelijk moeten we daar gewoon als raad over praten, want ook in die raadswerkgroep daar zit je ook niet per se namens die hele fractie - om maar eens wat te noemen - daar zit je... Misschien ook wel, maar ook vooral als jezelf, tenminste zo heb ik hem begrepen in ieder geval. Ik denk dat het inderdaad iets is waar uiteindelijk de hele raad moet achter staan.
Dus inderdaad, het is belangrijk dat die raadswerkgroep ook breed is hoor, daar niet van, maar ging mij ook wel echt om die verordening en dat beleid, dat we dat samen opstellen. De voorzitter: Mijnheer Smeenk? De heer Smeenk: Nee, maar ik denk dat we wel op dezelfde lijn zitten, maar dat we misschien dan de werkgroepen nog wat breder maken en misschien ook de partijenvertegenwoordiging. Maar je moet er ook mee oppassen dat het ook niet te groot wordt, want dan wordt het ook weer te weinig concreet. Maar dat is een ding wat we samen moeten gaan oplossen denk ik, hoe we dat gaan insteken. De voorzitter: Aldus de man van weinig woorden, maar wel met geluid. Mijnheer Schuring. De heer Schuring: Ja, ik had nog op één punt van de reactie van mijnheer De Niet ingaan die ook aangeeft: analyse ontbreekt. Ik heb dat een van de andere fracties ook horen zeggen. Weet eventjes, dat horen we ook recent, dat ambtelijke analyse in voorbereiding is om op wijkniveau ook data te verzamelen: wat zijn nou de stembureaus waar de opkomst het laagst is? We gaan dat zien, ik weet niet precies wanneer. We hoorden dat het na de zomer, geloof ik, komt het... Maar er komt een analyse op ons af en ik denk ook dat we dat moeten gebruiken
10 om daarvan te leren. Welke dat zijn, dat weet ik nog niet, daarvoor moeten we het rapport afwachten. Een ander punt... Maar weet even dat er wel aan wordt gewerkt, dat er daaraan wordt gewerkt. Het tweede punt waar ik dan op wilde reageren: ja, u heeft natuurlijk helemaal een punt: fracties zijn zelf ook verantwoordelijk, we hebben allemaal een eigen verantwoordelijkheid. We hebben daarom ook niks... We hebben dat wel benadrukt in de tekst ergens, ik kan zo niet aanwijzen waar, maar fracties zijn zelf ook verantwoordelijk en daar kunnen we als coalitie, als raad, niet over gaan - daar zijn we allemaal zelf verantwoordelijk voor. Daar hebben we niks over willen opschrijven, maar: volstrekt eens met elkaar. De voorzitter: Nou, zo meteen eerst mevrouw Zieverink, daarna mijnheer Van der Meulen, maar ik dacht, als ik de vragen van de fracties zo begrepen heb, is de vraag eigenlijk: wat is de analyse van de partijen zelf over die opkomst? Niet zozeer wat de ambtenaren gaan doen, maar wat vindt u als partijen zelf, wat voor analyse heeft u zelf getrokken over de verkiezingsopkomst? Volgens mij was dat de vraag. Maar, mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Ja, bedankt, mijnheer de voorzitter. Ik sluit me daar eigenlijk wel bij aan, maar ik wil hem eigenlijk nog wel iets breder trekken, want een analyse van de opkomst van de verkiezingsuitslagen...
Ik hoop niet dat we met elkaar nu de ambitie hebben om dat als doel te stellen, dat we de volgende keer een hogere opkomst hebben. Ik zou vooral graag willen meten: hoe tevreden zijn inwoners over de wijze waarop zij betrokken worden? Niet dat afleiden uit verkiezingscijfers die ook nog eens van invloed zijn onder de landelijke ontwikkelingen. Dus dat zou ik nog wel graag even aanvullend mee willen geven. Wat ik ook heel veel hoor zeggen is nu: ‘we moeten luisteren naar inwoners’, maar volgens mij gaat het niet alleen over luisteren, maar begrijpen waarom mensen bepaalde overtuigingen hebben. Dat gaat wel een stap verder dan luisteren, maar dat betekent ook: er iets mee doen, het serieus nemen en laten zien dat je het hebt gehoord en dat je er ook wat mee doet. Dat sluit misschien wel aan bij wat mevrouw Schol net ook aangaf, maar dat gaat echt voor mij verder dan luisteren, dat betekent echt wel dat we laten zien dat we er wat mee hebben gedaan. Misschien zouden we participatie ook kunnen uitbreiden met burgerinitiatieven, dus: wat zijn nou eigenlijk initiatieven in de wijk die men wil ontplooien? Wat zijn nou goede ideeën die wij graag zouden willen ondersteunen als raad? Dus ik zou daar eigenlijk ook nog wel wat ruimte voor willen reserveren.
De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen en dan mijnheer Schuring? De heer Van der Meulen: Nou, we krijgen zowaar een levendig debat vanavond. De voorzitter: Dat willen we graag, ja. De heer Van der Meulen: Nee, u gaf eigenlijk ook al aan wat mijn vraag zou moeten zijn. Inderdaad, van die analyse gaat vooral over het vertrouwen en inderdaad: wat is er misgegaan - niet zozeer van die lage opkomst maar meer inderdaad: wat is er de afgelopen jaren dat het vertrouwen in de politiek in Deventer minder groot is geworden dan we zouden verwachten, of hadden gewild? Mijn vraag was toch... Nu ik toch het woord heb even een vraag aan mijnheer Smeenk over de werkgroepsparticipatie, want dat was aan het begin van mijn betoog de vraag: wat zou het moeten opleveren, wat voor product en wanneer? Ik ben wel benieuwd of hij daar ook een idee over heeft. De voorzitter: Dan een rechtstreekse vraag aan mijnheer Smeenk, dan mijnheer Varenbrink, die wil, en dan mevrouw Schmidt en dan mijnheer Kaya. Het wordt nog interessant. Mijnheer Smeenk. De heer Smeenk: Ja, ik denk dat het een lastige vraag is om concreet daarover te zijn, maar ik denk dat sowieso zo’n werkgroep met die... Die werkgroepen burgerberaad of de burgergroep burgerberaad ook in gesprek moet om te kijken hoe ze zo’n burgerberaad op touw kunnen gaan zetten.
Ik bekijk het ook gewoon breder en pak verschillende onderwerpen en ik heb zo niet concreet wat we kunnen gaan doen, maar ga er met open vizier in en pak van beide kanten en blokkeer het niet, zou ik zeggen.
11 De voorzitter: Mijnheer Varenbrink. De heer Varenbrink: Ja, mevrouw Zieverink heeft het al duidelijk gezegd vandaag: het gaat niet alleen om ja zeggen of nee zeggen of luisteren naar het volk qua vertrouwen en... Naar de burger. Alleen het zit hem natuurlijk veel breder, alleen ik heb er wel een beetje moeite mee dat we hier nu een analyse moeten gaan neerleggen over een verkiezingsuitslag die toch best wel... Of, een opkomstpercentage dat ontzettend laag is, stuitend laag wil ik zeggen, alleen dat ligt veel breder als een coalitieakkoord, dat ligt ook aan een landelijk probleem ten grondslag. Ik vind het belangrijk dat we het hierover hebben, maar we moeten echt realistisch zijn dat wij het hier niet gaan oplossen. De voorzitter: Nou, als voorzitter hoop ik van wel. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Ja, dank u wel voorzitter. Voorzitter, ik heb ook niet voor niets in mijn bijdrage gevraagd: hoe zit het met het stukje zelfreflectie? Het gaat natuurlijk niet alleen om de bedroevend lage opkomst, het gaat er ook gewoon om dat de afgelopen jaren de bestuursstijl en de manier van participeren niet heeft opgebracht wat we ervan verwacht hadden en dat mede dat ook meegespeeld dat de mensen het vertrouwen ook in ons als gemeentebestuur zijn kwijtgeraakt.
Ik vind het helemaal prima dat er wordt gezegd: ja, we gaan er met open vizier kijken en we staan overal voor open, maar ik zoek naar meer concreet, want dit is wat ik vier jaar geleden en vier jaar geleden daarvoor ook heb gehoord. Het is constant we gaan er met open vizier in en we staan overal voor open, maar ik zoek naar instrumenten, ik zoek echt naar concrete voorstellen: wat ga je dan doen, wanneer ga je het doen? Dat. De voorzitter: Dat wordt nog interessant. Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ja, ik wil even aanhaken bij mijnheer Varenbrink waarop hij aangeeft dat we het hier niet gaan oplossen: we moeten het hier oplossen. We zijn hier als raad zijn wij gekozen door de inwoners van Deventer, die hebben laten zien met de verkiezingen dat ze dus geen vertrouwen hebben in ons. Wij moeten laten zien dat dat vertrouwen weer terug gaat komen. Daarom zitten we nu hier om met elkaar te praten en daarom... Jullie als formerende partijen hebben nota bene ons uitgenodigd om het hierover te hebben. Dus ik ben het er niet mee eens en ik zou heel graag van de formerende partijen nog willen horen, want wat ik net in mijn bijdrage aangaf over de doelgroepen die de afgelopen jaren niet goed bereikt zijn, hoe willen ze dat gaan aanpakken? Is daar een concreet plan voor, of hebben jullie daar nog niet over nagedacht? Kunnen jullie daarop reflecteren? De voorzitter: Mijnheer Schuring.
De heer Schuring: Voorzitter, ik wil wel een poging doen, maar het zijn ook nog vragen die nog beantwoord moeten worden en dat gaat niet vanavond alleen lukken. Maar, het is zeker een punt dat we goed moeten kijken en daarop vinden we ook die analyse, het is niet het enige, maar daarom ook die analyse belangrijk van waarom op stembusniveau die opkomsten nou zo laag zijn en wat zijn daar de achterliggende redenen van en zijn dat in het ene wijktype meer dan de ander? Als dat zo is, wat voor actie moeten we dan extra in die wijken ondernemen om misschien meer aan taal te besteden, of meer aan informatie... Meer op maat te brengen in taal, of in forum, of wat dan ook? Dus het is wel degelijk een relevant issue om daar meer zicht op te krijgen om ook de inwoners die wel meedoen, dat die een bredere vertegenwoordiging krijgen en niet alleen maar de woordvoerders die zich beter weten te redden dan degenen die nu af lijken te haken in het democratische besluitvormingsproces. De heer Kaya: Dan stel ik voor dat we beginnen met gelijke kansen voor iedereen. De heer Schuring: Dus, voorzitter, ik vind het thema representativiteit en dat iedereen zich gehoord voelt, iedereen gelijke kansen heeft, dat is wel een thema waar we aandacht aan moeten besteden. En ik zou nog een ander ding... Er is ook door mevrouw Zieverink net gezegd: we moeten ook kijken naar meerdere instrumenten.
12 We hebben ook aangegeven in de tekst, ik kan zo niet de regel aanwijzen, dat we kritisch moeten kijken naar: wat doen we allemaal al? Wat hebben we al aan forumachtige bijeenkomst? Laten we daar ook nog eens kritisch naar kijken, of we alles wat we al hebben wel goed genoeg gebruiken. We hebben een raadgevend referendum, we hebben meerdere instrumenten die we eigenlijk te weinig gebruiken. Misschien moeten we daar een repertoire aan toevoegen, misschien inderdaad burgerinitiatieven meer aandacht geven. Hoe kunnen we dat nu doen? We weten het niet als coalitie, laten we daar als raad met elkaar het gesprek gaan voeren om te kijken wat we beter kunnen doen, wat we nog niet goed genoeg doen. De voorzitter: Mijnheer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijnheer Kaya had het over doelgroepen, ik was even benieuwd, kan mijnheer Kaya wat doelgroepen noemen, want ‘doelgroepen’ vind ik te algemeen. Kan je wat specifieker zijn, wat voor doelgroepen je bedoelt? De voorzitter: Mijnheer Kaya. De heer Kaya: Ik weet niet hoe lang mijnheer Van den Nieuwenhof in Deventer woont, maar als ik het heb over specifieke doelgroepen, dan heb ik het over de mensen die Nederlandse taal niet machtig zijn, die nieuw zijn in Nederland, die willen mee participeren maar niet mee kunnen participeren, omdat ze niet bereikt worden.
We hebben een hele grote groep Nederlanders van Turkse komaf die zich in Deventer zich niet Deventenaar kunnen voelen, omdat ze niet die gelijke kansen krijgen en daar hebben we het over. Laten we die mensen - maar ook de mensen die bijvoorbeeld in achterstandswijken wonen - die ook hulp nodig hebben en die niet gehoord worden, dat zijn ook de specifieke doelgroepen waar ik het over heb. De voorzitter: Aldus mijnheer Kaya. Dan mag mevrouw Schol. Mevrouw Schol: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik sluit me ook voor het eerste deel wel aan bij mijnheer Kaya, ik denk ook dat we het in Deventer moeten gaan doen. We kunnen blijven kijken naar Den Haag, maar wij zijn de volksvertegenwoordigers voor Deventer, wij hebben een opgave hier, dus laten we ons ook richten op deze mooie stad. Wat ik ook van anderen hoor en ook heel graag aan de formerende partijen wil meegeven: kijk ook naar de evaluatie. Ik ben nieuw, maar er zijn meerderen die aangeven van de afgelopen vier jaar, dus kijk ook naar die afgelopen vier jaar: wat kunnen we daarvan leren, wat zijn de resultaten, wat willen we aanpassen en wat willen we vooral meenemen? De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter.
Voor wat betreft de analyse, zoals gezegd: het is gewoon interessant om ook dat onderzoek af te wachten, omdat dat ook die doelgroepen waar u het over heeft, waar ik me ook zorgen om maak, verder in kaart brengt en ook veel preciezer waarschijnlijk, dus dat betekent ook dat we veel gerichter daarop een analyse kunnen maken. Tegelijkertijd ben ik heel erg geïnspireerd door wat er ook landelijk is geschreven door bijvoorbeeld Joris Luyendijk, maar ook de ‘Atlas van Afgehaakt Nederland’, die echt in kaart brengt waarom mensen gewoon massaal zijn afgehaakt bij de politiek. Persoonlijk is het voor mij ook een drijfveer om de politiek in te gaan en een van de dingen die mijzelf opviel en toen ik in de raad kwam, is dat we best wel veel in het stadhuis zitten ook, hè, ook als raadsleden. Terwijl, ik zou graag het liefste de helft van mijn tijd dat ik besteed aan mijn raadslidmaatschap in de samenleving willen zijn, maar kan dat dan ook bijvoorbeeld met dat wat het raadslidmaatschap van ons vraagt? Dus die vraag: wat voor raad willen we zijn? Dat zouden we ook zo snel mogelijk willen agenderen en het is niet iets van de coalitie, dat is gewoon iets van ons, zoals wij hier zitten.
Dat is denk ik een heel mooi onderwerp voor een heisessie, om als het onderzoek er ligt dan ook met elkaar de grote lijnen met elkaar uit te zetten, want bijvoorbeeld over een burgerberaad hoor ik al best wel veel verschillende definities, ik hoor ook wel wat verschillende percepties over: moeten we nu doelgroepenbeleid gaan voeren, of
13 moeten we juist heel erg iedereen gelijk benaderen en wat helpt daarin? Dat gesprek, volgens mij, zijn we daar nog niet. Dat zou denk ik stap één zijn van een mooi proces dat we met elkaar als raad ook aangaan en daarbij maakt het niet uit of je een coalitiepartij bent of een oppositiepartij. Het is, denk ik, aan ons om daarin ook het voortouw te nemen en natuurlijk moeten we daarin concreet worden, dus ik waardeer ook wat u zegt, mevrouw Schmidt, sommige dingen staan er daadwerkelijk in, zoals in ‘we gaan aan de slag met het burgerberaad en de verordening’, maar bijvoorbeeld de motiemarkt, wat mij betreft gaan we daar gewoon mee door: doorgaan met de werkgroep, al dan niet met vers bestuur. En raadstafels buiten het stadhuis, dat is volgens mij ook gewoon iets heel interessants om te bekijken, maar niet iets wat wij als coalitie gaan opschrijven, uiteraard. Dus, volgens mij hebben we nog met elkaar heel veel werk te verzetten, want volgens mij is de ambitie wel vrij duidelijk, we willen die... Nou ja, mijn samenvatting, die afstand tussen de politiek en bestuur, die betrokkenheid en dat vertrouwen daarmee vergroten. Gaan we er vanavond uitkomen? Nee, maar het zou misschien ook gewoon goed zijn om dit met elkaar in een goed proces te gieten.
Dan snap ik dat u daarin misschien het coalitieakkoord wil afwachten, maar laten we dit dan ook met elkaar agenderen, want het is nu al vijf voor acht, dus dat zou eigenlijk mijn voorstel zijn. Want ik hoor heel veel dingen van u allen waarop ik nog heel duidelijk over zou willen doorpraten, maar dat lukt nu volgens mij niet, zeg ik maar even tegen de voorzitter. De voorzitter: Dank u. Nou ja, ik denk dat de formerende partijen momenteel het langste en het meeste in het stadhuis zitten en niet de oppositiepartijen, dus wij staan volgens mij met zijn allen in de samenleving. Maar u zei iets heel leuks, een heisessie, misschien moeten we dan die heisessie dan op de Brink doen, dan kan inderdaad de bevolking ook aansluiten. Dus laten we dat met zijn allen doen. Volgens mij is het drie voor acht en mevrouw Leget zou, dacht ik, afsluiten namens de formerende partijen. Mevrouw Leget: Ja dank u wel, voorzitter. Nou, ik wil eigenlijk iedereen heel hartelijk bedanken voor de inbreng en de wijze waarop we vanavond met elkaar van gedachte hebben kunnen wisselen over dit onderwerp, dat doet in ieder geval mij heel goed en ik zie de collega’s hier links en rechts uiteraard ook knikken, dat is erg fijn, dat we dat hebben gedeeld. Zijn we er nu? Nee, het is het begin, dit is ook nieuw voor ons, denk ik. We gaan het verder oppakken.
Ik denk dat we verder goed gaan kijken met alles wat we hebben gehoord: waar kunnen we misschien dingen in het coalitieakkoord nog iets aanscherpen, of nog iets aanvullen? Verder denk ik dat we moeten kijken bij de werkgroepsparticipatie die nu vol op is, maar daar zitten we niet raadsbreed in, dus we zullen ook gaan kijken van, samen met alle partijen: hoe kunnen we daar vervolg aan geven de aankomende vier jaar, samen met de werkgroep en dan raadsbreed. Ik wil jullie allemaal heel hartelijk bedanken, fijne avond en tot woensdag. De voorzitter: Dank u wel. Kunnen we afsluiten.