2022-01-14 GGD-advies geitenhouderij-Hagenvoorde (bijlage bij beantwoording vragen GL)
Tekst van het document
Gemeente Deventer T.a.v. de heer P.H.J.M. de Leeuw Projectmanager team Projecten, realisatie en ontwikkeling Postbus 5000 7400 GC Deventer
datum kenmerk doorkiesnummer onderwerp
14-1-2022 A 88349/JvG 06-22367647 Geitenhouderij en bouwplan Hagenvoorde
Geachte heer De Leeuw, Onlangs vroeg u onze GGD advies over het voorgenomen bouwplan Hagenvoorde dat zich binnen de invloedsfeer van 2 km rondom de geitenhouderij aan de Raalterweg 8 te Deventer bevindt. Dat advies volgt hierna. Gebruikte informatiebronnen Nijdam, R. e.a., 2020. GGD-richtlijn Medische Milieukunde, veehouderij en gezondheid. RIVMrapport 2020-0092 Smit, L. e.a., 2019. Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen in Gelderland, Overijssel en Utrecht. Veehouderij en gezondheid omwonenden III (VGO), IRAS GGDGHOR NL standpunt 3 december 2021 Uw notitie van 14 december 2021 m.b.t. plan Hagenvoorde Achtergronden • Uit diverse rapporten van het onderzoeksproject Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) blijkt dat de kans op een longontsteking bij bewoners binnen 2 km van een geitenhouderij significant verhoogd is in vergelijking met bewoners in gebieden zonder veehouderij. Het risico op longontsteking is groter naarmate de afstand tot de geitenhouderij kleiner is. Het risico is het grootst binnen 500 m van een geitenhouderij. Tussen de 1 en 2 km is de toename van het risico beperkt (bijlage 1). • Zonder veehouderij ligt de jaarlijkse kans op een longontsteking tussen de 1400 en 1600 gevallen per 100.000 inwoners (circa 1,5% per persoon/jaar). Binnen 500 m van een
Bezoekadressen
Contactgegevens
Centraal postadres
Zeven Alleetjes 1, 8011 CV Zwolle
T (038)428 14 28
Postbus 1453, 8001 BL Zwolle
Schurenstraat 8 , 7413 RA Deventer
F (038)428 14 00
Consultatiebureaus: zie onze website
E info@ggdijsselland.nl I
www.ggdijsselland.nl
kenmerk vervolgblad
2 van 6
• • •
geitenbedrijf is dat circa 2,6%.Naar de oorzaak van deze verhoogde kans op longontsteking wordt nog verder onderzoek gedaan. Longontsteking is extra risicovol voor jonge kinderen (tot 4 j) en senioren van 70 jaar en ouder (bijlage 2). In Overijssel geldt vooralsnog een verbod (moratorium) op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenbedrijven. Uit uw notitie blijkt dat het plangebied volledig binnen de 2 km zone ligt. De contouren van het plan liggen tussen de 215 en 675 m van het geitenbedrijf.
Overwegingen Puur vanuit het oogpunt van de volksgezondheid adviseert de GGD-richtlijn uit voorzorg om geen nieuwe gevoelige bestemmingen (woningen, scholen, kinderdagverblijven e.d.) te realiseren binnen 2 km van een geitenhouderij. Dit is uit voorzorg omdat de oorzaak van de verhoogde kans op longontsteking nog niet bekend is. De uiteindelijke afweging om wel of niet binnen deze 2 km zone te bouwen is aan de gemeente. Daarin gelden uiteraard ook andere argumenten dan alleen de volksgezondheid. Tevens kunnen andere gezondheidskundige argumenten dan alleen geitenhouderij en longontsteking aan de orde zijn. Zo kan bijvoorbeeld de ligging van het plangebied t.o.v. een drukke verkeersweg (geluidshinder, fijnstof) een punt van overweging zijn. In de praktijk blijkt dat in veel gemeenten nauwelijks/geen ruimtelijke ontwikkelingen meer mogelijk zouden zijn indien uitgegaan wordt van een effectgebied van 2 km. In dergelijke gevallen wordt de gemeente geadviseerd om terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van geitenhouderijen en in de besluitvorming de risico’s op longontsteking serieus mee te wegen (bijlage 3). In die afweging kan de figuur in bijlage 1 behulpzaam zijn, even als het gegeven dat jonge kinderen en ouderen extra gevoelig zijn voor longontsteking.
GGD advies Op basis van bovenstaande overwegingen geldt het volgende advies: • Houd zoveel mogelijk afstand van de geitenhouderij en geef daarbij speciale aandacht aan het huisvesten van kinderen tot 4 jaar en senioren van 70 jaar en ouder. • Zolang de oorzaak van het extra risico op longontsteking door geitenhouderij niet bekend is, zou binnen de plangebieden een fasering in tijd en zonering in ruimte toegepast kunnen worden voor (extra) gevoelige bestemmingen. Dat betekent dat binnen een plangebied begonnen wordt met de bouw van woningen zover mogelijk van de geitenhouderij vandaan. Mocht dan in verloop van tijd bekend worden wat de oorzaak van het extra risico op longontsteking is, dan kan door gerichte (bron)maatregelen dit probleem mogelijk verminderd of opgeheven worden. • Daarnaast geldt het advies om, hangende het eerder genoemde onderzoek, seniorenhuisvesting, zorgcomplexen en kinderopvanglocaties binnen een plangebied zover mogelijk, en tenminste 500 m, van de geitenhouderij te plaatsen. • Toekomstige bewoners over het gezondheidsrisico te informeren.
Mocht u naar aanleiding van dit advies nog vragen of opmerkingen hebben, dan ben ik graag bereid tot een nadere toelichting.
Met vriendelijke groet, Jan van Ginkel Adviseur Milieu&Gezondheid
3 van 6
Bijlage 1 2500 2250
Absoluut risico op longontsteking [aantal/100.000]
kenmerk vervolgblad
2000 1750 1500 binnen invloedsfeer geitenhouderij
1250
zonder veehouderij 1000
Lineair (zonder veehouderij) 750 500 250 0 0
500
1000
1500
2000
2500
Afstand tot geitenhouderij [m]
Grafische presentatie van de onderzoeksresultaten van VGO UGO over het risico op longontsteking binnen 2 km van een geitenhouderij Opmerking: Het exacte verloop van het aantal gevallen van longontsteking binnen de 2 km zone is niet bekend. Deze presentatie leent zich daarom niet voor curve fitting! Uit de meta-analyse van VGO UGO blijkt dat het aantal gevallen van longontsteking toeneemt als de afstand tot de geitenhouderij kleiner wordt. Zonder veehouderij is het aantal gevallen van longontsteking circa 1400 per 100.000 inwoners per jaar (getrokken lijn). Op 1000 m vanaf een geitenhouderij is het aantal gevallen van longontsteking 20% hoger en op 500 m 70% hoger dan de baseline van 1400 gevallen per 100.000 inwoners.
kenmerk vervolgblad
4 van 6
Bijlage 2
kenmerk vervolgblad
5 van 6
Bijlage 3 (overgenomen van de website d.d. 6-2-22) https://ggdghor.nl/actueel-bericht/advies-ggd-blijft-afstand-tussenveehouderijbedrijven-en-gevoelige-bestemmingen/
Advies GGD blijft: afstand tussen veehouderijbedrijven en gevoelige bestemmingen 3 december 2021 In Nederland krijgen gemiddeld 15 tot 16 op de 1000 mensen longontsteking. Uit het onderzoek Veehouderij Gezondheid Omwonenden (VGO) blijkt opnieuw, na toevoegen van de onderzoeksresultaten uit 2017-2019, dat longontsteking vaker voorkomt (37%) bij mensen die in veedicht gebied wonen. Een deel van deze longontstekingen is geassocieerd met het wonen in de buurt van een geitenhouderij. De GGD vindt het zorgelijk dat dit signaal wederom en in meerdere opeenvolgende jaren 2009-2019 aangetoond is, ook omdat niet duidelijk is wat hiervan de oorzaak is. Er is dan ook geen aanleiding om af te wijken van het eerder door de GGD’en geformuleerde advies (zie ook de GGD-richtlijn veehouderij en gezondheid).
Advies GGD met betrekking tot geitenhouderijen: terughoudend uitbreiding of nieuwvestiging Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen (zoals woningen, kinderopvang en scholen). Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking zorgvuldig mee te wegen. Het onderzoek laat zien dat het risico op longontsteking groter is naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Het risico op longontsteking is het
kenmerk vervolgblad
6 van 6
hoogst binnen 500 meter en blijft vergroot tot een afstand van 2 kilometer. Aanvullend onderzoek is nodig om inzicht te krijgen in effectieve bronmaatregelen tegen het meer voorkomen van longontstekingen rondom geitenhouderijen. Met dit advies beoogt de GGD geen nieuwe of hogere gezondheidsrisico’s te laten ontstaan totdat er meer duidelijkheid is over de te nemen maatregelen om dit risico te beperken. Welke maatregelen dat zijn hangt af van het vervolgonderzoek naar de oorzaak van het gevonden verband. Dit wordt pas over ongeveer twee jaar verwacht.
Advies GGD met betrekking tot pluimveebedrijven: emissiereductie nodig In dit onderzoek 2017-2019 werd een verhoogd risico op longontsteking gevonden in de omgeving van pluimveehouderijen. De GGD ziet dat het risico op longontsteking rond pluimveehouderijen varieert in de tot nu toe onderzochte jaren. De oorzaak van de verhoging van het longontstekingsrisico bij pluimveehouderijen is ook nog onbekend; mogelijk heeft dit te maken met de uitstoot van fijn stof door deze bedrijven. In de omgeving van pluimveehouderijen zijn er ook andere gezondheidsrisico’s door fijnstof bekend. Dat is voor de GGD aanleiding om opnieuw aandacht te vragen voor het verlagen van de uitstoot van fijnstof en endotoxinen afkomstig van pluimveebedrijven.
Aanleiding bericht: Groter aantal longontstekingen in de buurt van veehouderijen opnieuw bevestigd | RIVM