2021-455 Reactienota concept Beeldkwaliteitsplan Deventer Binnenstad
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen Concept Beeldkwaliteitsplan Binnenstad
Gemeente Deventer Maart 2021
Inhoud Inleiding .................................................................................................................................................... 3 Zienswijzen ....................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ......................................................................................................................................... 3 Ingediende zienswijzen ............................................................................................................................ 4 Zienswijze 1 ...................................................................................................................................... 4 Zienswijze 2 ...................................................................................................................................... 4 Zienswijze 3 ...................................................................................................................................... 5 Zienswijze 4 ...................................................................................................................................... 5 Zienswijze 5 ...................................................................................................................................... 6
Inleiding Zienswijzen Het traject van actualisatie is gestart met het afnemen van interviews met gebruikers van het beeldkwaliteitsplan en betrokken organisaties. Ook bij het opstellen van het Beeldkwaliteitsplan zijn deze externe partijen betrokken. Tijdens de periode van inspraak kon geen inloopbijeenkomst georganiseerd worden vanwege de Corona-maatregelen. Er is daarom een toelichtende film gemaakt die uitleg geeft over het Beeldkwaliteitsplan en de manier waarop dit plan de kwaliteiten van de binnenstad kan beschermen. Het concept Beeldkwaliteitsplan Binnenstad heeft ter inzage gelegen van 17 december 2020 tot en met 28 januari 2021. Binnen deze termijn zijn vijf zienswijzen binnen gekomen. De zienswijzen zijn tijdig ingediend en ontvankelijk.
Leeswijzer Deze reactienota betreft de zienswijzen op het concept Beeldkwaliteitsplan Binnenstad. Er zijn vijf zienswijzen ingediend. Deze worden per zienswijze: (samenvattend) weergegeven, voorzien van een reactie en voorzien van een korte conclusie.
Ingediende zienswijzen Zienswijze 1 In deze zienswijze stelt de indiener dat het plan goede aanwijzingen geeft hoe de historische binnenstad van Deventer qua beeldkwaliteit op verantwoorde wijze kan worden vormgegeven. Toch ziet men graag nog een kleine aanpassing in het plan. In het straatprofiel van de 19-eeuwse schil is een moderne binnenstedelijke straatlantaarn opgenomen. Indiener ziet hier liever een klassieke gietijzeren straatlantaarn m.u.v. het Sijzenbaanblok, waar een moderne straatlantaarn (b.v. van Friso Kramer) wel op zijn plaats is. Antwoord 1 De voorbeeldprofielen geven inzicht in de belangrijkste eisen aan de beeldkwaliteit. In het betreffende voorbeeldprofiel is een lantaarn opgenomen die op sommige plaatsen nu in het straatbeeld staat. Bij nieuwplaatsing is dit inderdaad geen goed voorbeeld. Op basis van het huidige beeldkwaliteitsplan en om te voldoen aan de moderne eisen die aan lichtmasten worden gesteld, wordt vaak een ander type gebruikt. Voor de 19de eeuwse schil is dat een zwarte lantaarn met kleine kap. De illustratie zal daarom aangepast worden, passend bij het beleid dat de gemeente hanteert voor verlichting in de binnenstad. Conclusie De afbeelding wordt gewijzigd, passend in het verlichtingsbeleid.
Zienswijze 2 In deze zienswijze ziet de indiener graag dat de gemeente meer en duidelijk ruimte geeft voor het vergroenen van de binnenstad door bijvoorbeeld zonnepanelen. Vooral op (zij)-daken van niet monumenten is volop ruimte, terwijl dat dak slechts beperkt zichtbaar is. Ook de binnenstad zal zijn bijdrage moeten leveren aan het klimaatprobleem. Laat niet alles bij het oude! Antwoord 2 In het verleden werd op veel plekken in Nederland een strikt beleid gevoerd voor de toelaatbaarheid van zonnepanelen op monumenten en in beschermde stadsgezichten. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft in 2020 haar adviesbeleid op dit punt aangepast. Dit nieuwe adviesbeleid van de Rijksdienst is meegenomen in het concept Beeldkwaliteitsplan Binnenstad. Vertrekpunt is dat zichtbare zonnepanelen liefst worden vermeden. In bepaalde gevallen is het mogelijk om zonnepanelen te plaatsen die vanuit de openbaar toegankelijke ruimte zichtbaar zijn. Dit is maatwerk: voor monumenten is altijd een vergunning nodig, voor niet-monumenten is bijna altijd een vergunning nodig. Voor daken (delen van daken) die wel zichtbaar zijn, is aangeven wanneer deze niet mogelijk zijn vanuit de beeldkwaliteit.
De Rijksdienst is negatief bij: gebouwen die een belangrijke rol spelen in het aanzicht van een beschermd gezicht gebouwen in het zicht die boven de gemiddelde bouwmassa uitsteken gebouwen die gelegen zijn in de zichtlijnen van bijvoorbeeld straten of grachten deel uitmaken van een historische pleinwand (dit geldt ook voor binnenplaatsen of -tuinen van rijksmonumenten of rijksmonumentale complexen). Gebouwen die een belangrijke rol spelen in het aanzien van het beschermd stadsgezicht, kunnen belangrijke aanzichten zijn, zoals het stadsfront aan de rivier. Maar dit kunnen ook pleinen betreffen of gebouwen op historisch bijzondere plekken. Ook zichtlijnen zijn hierbij belangrijk zoals hierboven aangegeven. Dit is dus maatwerk. Vandaar dat het belangrijk is om vóór plaatsing contact hierover te hebben met de gemeente. Voorstel is de tekst aan te passen, meer in aansluiting bij het advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dit geeft duidelijker aan wanneer zonnepanelen al dan niet mogelijk zijn.
Conclusie Het concept Beeldkwaliteitsplan wordt aangepast zodat het directer aansluit op het advies van de Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed en daarmee de mogelijkheden voor plaatsing duidelijker worden.
Zienswijze 3 Samenvatting: Het Worpplantsoen en de Melksterweide zijn onderdeel van het beschermde stadsgezicht. De westelijke oever en het Rijsterborgerpark krijgen in het concept slechts summier aandacht. Twijfels bestaan of dit wel zal leiden tot de borging die het beeldkwaliteitsplan beoogt. Feitelijk zijn die drie gebieden binnen het onderdeel “Bijzondere groenstructuren” net zo verschillend van elkaar als de beschreven verschillende elementen en sferen van de binnenstad. In het concept Beeldkwaliteitsplan Deventer binnenstad is er nauwelijks aandacht voor deze grote verschillen. U kiest er zelfs voor om de drie verschillende gebieden in het voorbeeldprofiel op pagina 28 als een mengvorm te presenteren. Indiener kan zich niet voorstellen dat met deze mengvorm de kwaliteiten van de drie verschillende gebieden geborgd worden. Ook zou het beeldkwaliteitsplan zich meer in detail kunnen uitspreken over veel voorkomend straatmeubilair. In het beschreven gebied is in recente jaren een bonte verzameling aan objecten, meterkasten, glasvezelkasten, containers en borden met verschillend ontwerp, maatvoering, kleur en vorm geplaatst. Bij de zienswijze zijn foto’s van voorbeelden gevoegd. In het concept beeldkwaliteitsplan lijken er nauwelijks voorwaarden gesteld te worden aan het straatmeubilair.
Naast nieuwe ontwikkelingen zou het Beeldkwaliteitsplan ook aandacht moeten hebben voor onderhoud en reiniging. Door slechte bestrating van wegen en paden, onkruid en zwerfvuil kan er een zeer rommelig beeld ontstaan niet passend bij een monumentaal park. Antwoord 3 Indiener pleit voor een meer gedetailleerde beschrijving van de belangrijke groene gebieden in het beschermd stadsgezicht: Rijsterborgherpark, Worpplantsoen en Melksterweide. Deze gebieden zijn in het concept Beeldkwaliteitsplan inderdaad summier beschreven. Hoewel voor de parken die zijn aangewezen als rijksmonument dan wel gemeentelijk monument, altijd de monumentale waarden een rol zullen spelen, draagt een meer uitgebreide beschrijving bij aan het inzicht in de waarden van deze groene gebieden. Het Beeldkwaliteitsplan wordt hiermee effectiever. Aan het concept Beeldkwaliteitsplan wordt een betere beschrijving van de waarden van de groene gebieden toegevoegd. Hiermee kan ook rekening gehouden worden bij het straatmeubilair. De indiener geeft terecht aan dat onderhoud en reiniging mede bepalend zijn voor de uitstraling en beleving van een monumentaal park. Het Beeldkwaliteitsplan is een beleidsregel, onder meer gericht op vergunningverlening. Onderhoud en reiniging liggen buiten het bereik van dit plan. Uw zienswijze is bekend gemaakt bij Beheer Leefomgeving van de gemeente.
Conclusie Aan het concept Beeldkwaliteitsplan wordt een betere beschrijving van de waarden van de groene gebieden toegevoegd. Hiermee kan ook rekening gehouden worden bij het straatmeubilair. Het signaal voor onderhoud en reiniging is doorgespeeld bij Beheer Leefomgeving van de gemeente.
Zienswijze 4 Samenvatting: In het Beeldskwaliteitsplan is de Kleine Overstraat opgenomen als aanloopstraat, kernwinkelstraat en dwaalmilieu. In deze typering wordt de functionaliteit wonen niet benoemd. Dit geldt voor meerdere
straten in de binnenstad die onder deze typering zijn opgenomen. In het bijbehorende voorbeeldprofiel is de functionaliteit wonen niet opgenomen. Tevens zijn de fiets en auto niet in dit voorbeeldprofiel opgenomen. Nu de Gemeente Deventer onder zaaknummer DEV-ASK/226385-2020 de bezwaren tot het aanwijzen van de Vleeshouwerstraat en Kleine Overstraat als voetgangersgebied gegrond heeft verklaard en dit verkeersbesluit herroept is de typering van beide straten onduidelijk met name op het gebied van wonen en het toegestane fiets- en autoverkeer. Dit alles in ogenschouw nemend verzoek ik u vriendelijk een extra typering in het Beeldkwaliteitsplan binnenstad op te nemen waarin de woonfunctie inclusief fiets- en autoverkeer van de Kleine Overstraat, Vleeshouwerstraat en Grote Poot duidelijk is opgenomen zodat hier geen misstanden over kunnen ontstaan. Antwoord 4 Indiener pleit voor het nadrukkelijk opnemen van de woonbestemming en het hierbij behorende fietsen autoverkeer in het Beeldkwaliteitsplan. Het beschermde stadsgezicht, de binnenstad van Deventer, wordt op verschillende manieren gebruikt: er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Het Beeldkwaliteitsplan is een plan dat regels geeft over de ruimtelijke verschijning van gebouwen en de openbare ruimte. Het Beeldkwaliteitsplan gaat niet in op de functies die mogelijk zijn. Dat doet het bestemmingsplan.
In het bestemmingsplan is opgenomen welke functies op welke plek zijn toegestaan. Dat neemt niet weg dat er op veel plekken in het beschermde stadsgezicht wordt gewoond. De binnenstad biedt veel kwaliteit en woongenot voor bewoners. Het Beeldkwaliteitsplan probeert die kwaliteiten ook voor de bewoners te beschermen. Daarbij is ook de bereikbaarheid van de woningen voor bewoners van belang. In de voorbeeldprofielen is rekening gehouden met verkeer van en naar woningen. De voorbeeldprofielen voor de aanloopstraten, kernwinkelstraten en straten in het dwaalmilieu perken het gebruik voor verkeer niet in. Echter, welke voertuigen zich in deze straten mogen begeven en op welke tijdstippen, is onderdeel van het verkeersbeleid. Met een verkeersbesluit kan de gemeente aangeven welke verkeer op welk moment toegestaan is. Het beeldkwaliteitsplan kan hier niets over regelen en heeft ook geen directe werking naar bewoners of bedrijven in de binnenstad, zoals een bestemmingsplan of een verkeersbesluit dat wel heeft. Conclusie Het Beeldkwaliteitsplan geeft geen regels over bestemmingen en de toegankelijkheid van wegen voor voertuigen en vervoermiddelen. Het concept wordt niet aangepast op dit punt.
Zienswijze 5 Samenvatting De indiener neemt met belangstelling en waardering voor de samenstellers kennis van het ontwerp BKP. Het maakt op een heldere wijze duidelijk wat we moeten doen (en laten) om onze binnenstad mooi te houden. In de inleiding wordt terecht opgemerkt dat de in het BKP opgenomen algemene uitgangspunten en richtlijnen worden betrokken bij de beoordeling van initiatieven (vergunningaanvragen) van derden. De richtlijnen zijn hiervoor op een aantal punten echter te vrijblijvend en laten te veel ruimte voor een “creatieve” interpretatie en discussie. Indiener is van mening dat in het BKP, eventueel in een aparte paragraaf, meer nadruk gelegd moet worden op de praktijk waarin de richtlijnen vertaald kunnen worden in harde eisen. Zoek meer aansluiting bij de vergunningpraktijk. De formulering van een aantal richtlijnen is als basis nu vaak te zwak, bijvoorbeeld dakterrassen en dak-opbouwen die in bepaalde situaties “niet gewenst” zijn, onopvallende systemen die bij de plaatsing van installaties op daken “de voorkeur hebben” en de plaatsing van installaties op plekken die vanaf de openbare ruimte “niet of nauwelijks” zichtbaar zijn. Deze laatste formulering bijvoorbeeld kan veel discussie met een projectontwikkelaar opleveren. De indiener mist in het BKP de negatieve effecten van het parkeren van auto’s in de tuinen van
kantoren en woningen. Deze ontwikkeling is al langer gaande en is niet gewenst. Het BKP is dè plek om dit “tuin-parkeren” in de binnenstad op zijn minst te ontmoedigen. De positieve effecten die met het BKP worden beoogd worden anders volledig tenietgedaan door dit parkeergedrag. Tenslotte geeft de indiener aan dat de meeste activiteiten waar het BKP betrekking op heeft (bouwen en verbouwen) vergunningplichtig zijn. Standaard zou bij een vergunningaanvraag aangetoond moeten worden dat er overleg over de impact heeft plaatsgevonden met de omgeving (de buren). Deze verplichting zou in de Omgevingswet geregeld moeten zijn, maar is volgens indiener nog geen algemene praktijk en kan tot vervelende discussies leiden. Het lijkt indiener zinnig om in het handboek gebouwen een extra richtlijn hierover op te nemen. Antwoord 5 De indiener geeft aan richtlijnen uit het concept Beeldkwaliteitsplan op een aantal punten te vrijblijvend te vinden en veel ruimte te laten voor interpretatie en discussie bij vergunningverlening. Er zou meer nadruk gelegd moeten worden op het vertalen van richtlijnen naar harde eisen. Het Beeldkwaliteitsplan richt zich op vergunningverlening. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning zal met verschillende waarden en belangen rekening gehouden moeten worden. Het Beeldkwaliteitsplan geeft het belang van de ruimtelijke kwaliteit.
In sommige gevallen staat het belang van de beeldkwaliteit in het beschermd stadsgezicht, boven belangen uit. In de meeste gevallen zal sprake zijn van een belangenafweging door het bevoegd gezag. Er zal immers ook rekening gehouden moeten worden met het gebruik van een pand, brandveiligheid of verduurzaming. In gevallen waar mogelijk geeft het Beeldkwaliteitsplan strikt aan wat niet mogelijk is. In andere gevallen geeft het Beeldkwaliteitsplan de kwaliteit die nagestreefd wordt. Op die manier kan maatwerk worden geleverd bij vergunningverlening. Dit is in lijn met de aanstaande Omgevingswet. Deze wijze van afwegen wil de gemeente graag volgen. Ook pleit de indiener om in het BKP het “tuin-parkeren” in de binnenstad te ontmoedigen. De indiener stelt terecht dat het aanblik van de ruimtelijke kwaliteit ook wordt bepaald door het gebruik van de particuliere terreinen, zoals een voorterrein. Juist in de binnenstad, waar er weinig mogelijkheden zijn voor extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte, kan een eigenaar ervoor kiezen om parkeren op eigen terrein te realiseren. Om het belang van voortuinen voor de beeldkwaliteit te benadrukken en mee te geven aan gebruikers en planontwikkelaars, zal dit belang in het Beeldkwaliteitsplan nadrukkelijker worden aangegeven.
Tenslotte pleit de indiener dat bij een vergunningaanvraag aangetoond moet worden dat er overleg heeft plaatsgevonden met de omgeving (de buren). De gemeente Deventer hecht waarde aan het betrekken van de belangen van omwonenden bij vergunningprocedures. In de aanstaande Omgevingswet is een nieuw aanvraagvereiste dat de initiatiefnemer in de aanvraag voor een omgevingsvergunning moet aangeven of en hoe belanghebbenden zijn betrokken. De gemeente Deventer neemt dit vereiste mee in de werkwijze bij de invoering van de Omgevingswet. Dit geldt overigens voor de gehele gemeente en niet alleen in het beschermd stadsgezicht. Dit leidt niet tot een aanpassing van het concept Beeldkwaliteitsplan Conclusie De insteek van het Beeldkwaliteitsplan is om het belang van de ruimtelijke kwaliteit in te brengen in vergunningverleningstrajecten. Dit gebeurt veelal in waarden of kwaliteiten. Bij deze insteek van dit Beeldkwaliteitsplan (en de werkwijze volgens de Omgevingswet) ligt het stellen van harde eisen niet voor de hand. Het concept Beeldkwaliteitsplan wordt niet aangepast op dit punt. Het belang van de inrichting van voortuinen voor de beeldkwaliteit wordt toegevoegd aan het Beeldkwaliteitsplan. Het door de initiatiefnemer betrekken van belanghebbenden neemt de gemeente Deventer mee in de werkwijze bij de invoering van de Omgevingswet.
Omdat dit niet specifiek is voor het beschermd stadsgezicht, wordt het concept Beeldkwaliteitsplan niet aangepast.