2021-455 Beeldkwaliteitsplan Deventer Binnenstad
Tekst van het document
38
BEELDKWALITEITSPLAN DEVENTER BINNENSTAD
Groene gevels Vanwege het verbergen van de kenmerkende en afwisselende gevelwanden ligt het toepassen van groene gevels niet voor de hand, tenzij dit vanuit cultuurhistorische waarde en beeldkwaliteit kan worden onderbouwd. Aanpassingen: kleurgebruik De Deventer binnenstad wordt gekenmerkt door een rijk kleurenpalet, vooral in de Middeleeuwse kern. In de 19e-eeuwse schil overheerst het bakstenen kleurenpalet, verrijkt met gevelelementen en -ornamenten met natuursteentinten. De kleurstelling van de gevelafwerking en -elementen is afgestemd op de historische kleurgegevens en ontstaansperiode van het pand en sluit aan op het historische kleurengamma van Deventer. Bij niet-monumenten is het toevoegen van nieuwe kleuren mogelijk, mits passend binnen de toonwaarde (verhouding donker-licht) van de oorspronkelijke gevel. Over het algemeen geldt dat kozijnen een lichtere kleurstelling hebben dan de gevel, het raamhout donkerder dan het kozijn. Bij monumenten vormt, eventueel onderbouwd met een kleurenonderzoek, het bestaande kleurenpalet het vertrekpunt voor een kleurontwerp. Gevels die zijn opgetrokken uit schoon metselwerk blijven onbeschilderd. Ook hier geldt dat eventuele uitzonderingen onderbouwd dienen te worden vanuit de cultuurhistorische waarde en beeldkwaliteit.
Uitbreidingen Bij uitbreidingen zijn de architectonische kenmerken van de maatvoering, materialisatie en kleurgebruik van het hoofdgebouw uitgangspunt voor het ontwerp. Aan- en uitbouwen zijn in samenhang met en ondergeschikt aan de architectonische eenheid van het hoofdgebouw ontworpen.
Voorbeelden van gebouwen uit verschillende bouwperiodes < 1900 Individuele of seriematig ontworpen panden, waarbij de kleine schaal van individuele panden zichtbaar blijft door de gevelindeling en het ritme van topgevels.
1900 - 1965 Individuele, vaak grotere panden, opgenomen in het Middeleeuwse en negentiende-eeuwse weefsel.
> 1965 Seriematig ontworpen panden; de kleine schaal van de individuele panden blijft zichtbaar door het ritme van topgevels en nuanceverschillen in de gevelindeling.
STEENHUISMEURS BV
39
GEVELS: NIEUWBOUW
Nieuwe gevels zijn ontworpen in relatie tot de naaste omgeving. De vormgeving voegt zich in het totale stadsgezicht, zonder het te overheersen. Extra zorgvuldigheid is vereist op belangrijke zichtlocaties. De context is het uitgangspunt, met de architectonische beeldkenmerken van (oudere) omliggende panden als instrumentarium waar op voortgebouwd kan worden. Materialisatie, detaillering en kleurstelling kunnen worden gebruikt om afzonderlijke panden binnen een ensemble herkenbaar te maken en de kleinschaligheid van het Deventer straatbeeld te behouden. Materiaal en detaillering De materialisatie en detaillering past bij het historische karakter en bouwperiodes van de gebouwen in de omgeving. Het toepassen van traditionele, hoogwaardige materialen heeft de voorkeur boven modernere materialen (in historiserende vorm). Architectonische details, zoals kozijnen en hemelwaterafvoeren, zijn zorgvuldig en verfijnd gedetailleerd. Elementen zoals ventilatieroosters, intercomsystemen en brievenbussen zijn geïntegreerd in de gevel en integraal onderdeel van het ontwerp. Uitzonderingen en aanpassingen worden onderbouwd vanuit cultuurhistorische waarde en beeldkwaliteit.
40
BEELDKWALITEITSPLAN DEVENTER BINNENSTAD
STEENHUISMEURS BV
41
GEVELS: AANVULLENDE RICHTLIJNEN
Winkelpuien Voor winkelpuien gelden, naast de richtlijnen voor bestaande bebouwing en nieuwbouw, enkele aanvullende bepalingen. Uitgangspunt is de kleinschalige veelzijdigheid van de straatwand en, op de schaal van het pand, de samenhang tussen de winkelpui en de bovenbouw, die samen het pand vormen. Dat uit zich in de indeling en de vormgeving van de winkelpui, als onderdeel van de gehele gevel. Winkelpuien worden in het vlak van de gevel gesitueerd. De pui heeft een borstwering en vensterindeling die is afgestemd op de indeling van de bovenbouw. De (vormgeving en materialisatie van de) gevelelementen in historische winkelpuien, zoals pilasters en kroonlijsten, worden zoveel mogelijk behouden. Bij nieuwe of te vervangen winkelpuien kan de historische situatie (indeling en vormgeving) van het pand als inspiratie dienen. De individuele panden blijven herkenbaar: een winkelpui die over meer dan één pandgevel strekt is niet toegestaan. De hoogte van de puilijst verspringt per pand. Rolluiken en -hekken zijn beperkt tot de glasopening van de etalage en bedekken als ze gesloten zijn dus niet de gehele gevel op de begane grond. Het rolluik of -hek dient minstens 70% doorzichtig te zijn. In open toestand zijn ze zorgvuldig opgenomen of verborgen in het totale gevelbeeld. Indien mogelijk wordt de beveiliging aan de binnenzijde van het pand aangebracht.
Zonneschermen en markiezen Zonneschermen en markiezen worden geplaatst binnen de neggen van de raamopening. Bij winkelpuien worden
42
BEELDKWALITEITSPLAN DEVENTER BINNENSTAD
ze bevestigd aan de bovendorpel van de raamopening. Een doorgaande luifel over meerdere gevelopeningen is niet toegestaan. Voor horeca geldt het gestelde in terassenbeleid (gevelbreedte, gerelateerd aan terrasschermen). Zonneschermen/markiezen dienen een semi-permanent karakter te hebben (inrol- of inklapbaar) en zijn gemaakt van geweven doek in gedekte kleuren. In ingeklapte vorm zijn ze zorgvuldig opgenomen in het totale gevelbeeld. Uitgangspunt is of de nieuwe zonwering de cultuurhistorische waarde van het gebouw respecteert. Vaste luifels zijn niet toegestaan. (Brand)trappen en hellingbanen (Brand)trappen worden in beginstel inpandig opgelost. (Brand)trappen buiten het pand dienen (vrijwel) zo min mogelijk zichtbaar te zijn vanaf de openbare ruimte. Ook hellingbanen en blindengeleide paden zijn integraal onderdeel van het (herontwikkelde) pand. De vormgeving en materialisatie van trappen en hellingbanen passen bij de architectuur van het gebouw. Erfafscheidingen (Private) erfafscheidingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte zijn afgestemd op de sfeer van het gebied en ingepast in het straatbeeld. In groene gebieden (singel, rivierlandschap en Worpplantsoen) hebben de erfafscheidingen een groen karakter (begroeiing) of vormt het onderdeel van de architectuur van het perceel (tuinmuur).
In de meer stenige straten zijn de erfafscheidingen opgenomen in de straatwand als bakstenen tuinmuur en/of smeed- of gietijzeren hekwerk.
STEENHUISMEURS BV
43
44
BEELDKWALITEITSPLAN DEVENTER BINNENSTAD
BRONNEN
COLOFON
Alle afbeeldingen in dit rapport zijn gemaakt door de auteurs, tenzij anders vermeld.
Dit beeldkwaliteitsplan werd uitgevoerd door SteenhuisMeurs in opdracht van de gemeente Deventer.
De historische afbeeldingen zijn afkomstig uit de glasnegatievencollectie van J.W. Jansen. NL-DvHCO, HCO Stadsarchief Deventer, ID 1522, Fotografen J.W. Jansen sr. en jr.
Projectteam SteenhuisMeurs: dr. ir. Paul Meurs, Vita Teunissen MSc MA en ir. Johanna van Doorn. SteenhuisMeurs BV, Paterswolde – Rotterdam Hoofdweg 255 9765 CH Paterswolde 050 3080100 www.steenhuismeurs.nl Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van SteenhuisMeurs. Let op: Op de afbeeldingen in deze rapportage kunnen auteursrechten van toepassing zijn. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit het ongeoorloofd gebruik van het beeldmateriaal in deze uitgave. Wij hebben ons best gedaan om alle rechthebbenden met betrekking tot het beeldmateriaal in dit rapport te achterhalen. Als u denkt dat uw materiaal zonder voorafgaande toestemming is gebruikt, neem dan contact met ons op. © SteenhuisMeurs BV, Paterswolde – Rotterdam
STEENHUISMEURS BV
45
© STEENHUISMEURS, MAART 2021