2021-413 Bomenbeleidsplan
Tekst van het document
Bomenbeleidsplan 2021 – 2030 Op basis van evaluatie bomenbeleidsplan 2007-2017
Team PRO/IBL Maart 2021
1 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Inhoudsopgave
Inhoud 1.
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.2 actualisatie en kader tot 2030 ........................................................................................................ 3
2.
Samenvatting evaluatie/actualisatie bomenbeleidsplan 2007 – 2017............................................. 4
3.
Algemene beeld ............................................................................................................................... 4 3.1
Wat stond er in hoofdlijnen in het vigerende plan? ................................................................. 4
4. Wat kan in stand blijven uit het geldende bomenbeleidsplan voor 2021-2030? ................................ 5 4.1 Wat is van de opgenomen ambities gerealiseerd of verankerd? .................................................. 5 4.2 Wat is er gerealiseerd van de vijf speerpunten en blijft in stand? ................................................. 6 5.Welke thema’s verdienen aandacht en waren niet uitgewerkt of worden aangevuld in het bomenbeleidsplan 2021-2030? ............................................................................................................... 8 5.1 Klimaatneutraal .............................................................................................................................. 8 5.2 Biodiversiteit ................................................................................................................................... 8 5.3 Klimaatadaptatie is de norm en droogte/hittestress ...................................................................... 9 5.4 Ziektes en plagen ........................................................................................................................... 9 5.5 Publieke opinie ............................................................................................................................. 10 6.
Laanboomverjonging, Projecten (afweging grijs en groen), regulier beheer en beheerplannen. . 10 6.1 Groeiplaatsen en integrale afweging in projecten ....................................................................... 10 6.2 Herinrichtingsprojecten ................................................................................................................ 11 6.3 Laanboomverjonging ................................................................................................................... 11 6.4 Strategisch bomenbeheer. ........................................................................................................... 12 6.5 Gemeentelijk bosplantsoen en bosgebieden ............................................................................... 12 6.6 Beheer (plannen) ......................................................................................................................... 12
7.
Financieel ...................................................................................................................................... 12
8.
Aanbevelingen & Conclusies ......................................................................................................... 14 Bijlage 1: ............................................................................................................................................ 16 VRAAG EN ANTWOORD .................................................................................................................. 16
2 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
1. Inleiding Bomen zijn belangrijk voor onze gemeente en we zien als het gaat om dit onderwerp veel betrokkenheid vanuit onze inwoners, De Bomenstichting, ons Groenbedrijf en veel andere partijen. Deventer heeft een rijk gevarieerd bomenbestand van laan- en straatbomen en park- en plantsoenbomen. In totaal is de inschatting dat we binnen onze gemeentegrenzen circa 220.000 bomen aantreffen, hiervan zijn er 70.000 gemeentelijk. Al deze bomen maken onze stedelijke leefomgeving en het buitengebied niet alleen mooier, maar ook leefbaarder o.a. door hun zuurstofproductie. Ze dragen bij aan de beleving van onze omgeving, recreëren en gezond bewegen, biodiversiteit en waterhuishouding, CO-2-neutraliteit en het terugdringen van luchtverontreiniging en hittestress,
1.2 actualisatie en kader tot 2030 Dit plan kan gezien worden als het nieuwe kader voor 2021-2030. Het is gebaseerd op een evaluatie van het plan van 2007-2017 en is tevens een verdere uitwerking van onze omgevingsvisie die in 2019 is vastgesteld. We zien door een aantal maatschappelijke ontwikkelingen nieuwe vraagstukken op tafel liggen. In het evaluatie-/actualisatie-deel van het voorliggende plan 2021-2030 (hoofdstuk 2) besteden we hieraan aandacht en doen aanbevelingen hoe hiermee om te gaan. Het gaat bijvoorbeeld om ontwikkelingen op het gebied van klimaatverandering, duurzaamheid, plagen, vragen over ons gehanteerde kapbeleid, biodiversiteit en participatie van onze bewoners, instellingen en bedrijven. Vragen die we ten behoeve van de actualisatie beantwoorden, zijn: 1. Hoe gaan we om met de kap van gemeentelijke bomen? Kijken we alleen naar veiligheid of moeten we breder kijken? 2. Wat zijn de gevolgen van de drogere zomers en nattere winters op ons bomenbestand? 3. Hoe gaan we om met aanplant van nieuwe bomen in monocultuur (bijvoorbeeld eiken) terwijl we weten dat de plaagdruk van bijvoorbeeld de eikenprocessierups en de letterzetter toeneemt? 4. Hoe zorgen we dat onze burgers op een goede wijze geïnformeerd worden over de kap van bomen en zijn kaplinten een middel? 5.
Hoe gaan we om met opdracht vanuit het Rijk in kader van klimaatakkoord om te zorgen voor CO2-reductie en de vraag aan de provincies om extra bomen aan te planten? 6. Zijn de voorwaarden om te kappen in ons beleid streng genoeg?
3 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
2. Samenvatting evaluatie/actualisatie bomenbeleidsplan 2007 – 2017. Het bomenbeleidsplan 2007 – 2017 is nog grotendeels actueel en het Groenbeleidsplan is ook nog steeds van kracht (onderdeel omgevingsvisie). We hebben dit plan als basis genomen en geactualiseerd op een heel aantal punten om zo een actueel beleid te hebben in lijn met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. We constateren dat een groot deel van dit vigerende bomenbeleidsplan is geïmplementeerd: -strategisch bomenbeheer -verankeren van Laanboomverjonging in onze MJOP-projecten -groeiplaatsomstandigheden zijn meegenomen in ons programma van eisen -bescherming van onze bomen en boomstructuren Laanboomverjonging en de afweging kap van bomen en realisatie van grijze structuren zoals wegen en fietspaden zijn twee onderwerpen die vooral technisch van aard zijn qua uitvoering, maar veel vragen oproepen. We besteden hier dan ook apart aandacht aan. Bij het onderdeel vraag en antwoord hebben we de kap van bomen en de afweging nog een keer uitgeschreven. We kiezen er voor om bij laanboomverjonging pas bij een hoger percentage over te gaan tot kap (50% in plaats van 40%). Het kappen van bomen proberen we zoveel mogelijk te beperken, maar kan in de afweging grijs/groen nog steeds nodig zijn ook om voor de gemeente andere belangrijke ambities te verwezenlijken.
We hebben acties gezet op de thema’s biodiversiteit, klimaat en droogte, duurzaamheid en communicatie. Daarnaast zien we een aantal inhoudelijke thema’s waarop het geldende bomenbeleidsplan nog geen antwoord geeft. We zien dat ontwikkelingen op het vlak van droogte en plagen (Eikenprocessierups) een flinke aanslag plegen op de financiën van onze gemeente. In dit document besteden we daar ook apart aandacht aan en geven we aan wat er financieel nodig is om ons bomenbestand kwalitatief en kwantitatief op orde te houden. Verder hebben we een aanzet gemaakt hoe we beter om kunnen gaan met biodiversiteit en communicatie. Mocht het nodig zijn dan kan in de tussentijd (voor 2030) nog een evaluatie en bijstelling opgesteld worden. In het laatste hoofdstuk doen we aanbevelingen en trekken we conclusies. Vanwege de vele techniek is er een aparte bijlage: Vraag en antwoord waarin we een diepere inhoudelijke toelichting geven. Ook zijn er twee verwijzingen naar onze gemeentewebsite voor de verordening fysieke leefomgeving (voorwaarden kap) en naar meer uitleg over ons bomenbeleid.
3. Algemene beeld Het algemene beeld is dat de technische principes uit het bomenbeleidsplan 2007 – 2017 nog steeds actueel zijn, op een aantal onderwerpen lijkt bijstelling nodig. Het huidige plan beschrijft ambities, speerpunten en actiepunten. We kunnen concluderen dat de technische basis van bomenbeheer op orde is. Hieronder een korte opsomming van ambities, speerpunten en actiepunten en een evaluatie om te kijken wat ervan gerealiseerd is.
3.1 Wat stond er in hoofdlijnen in het vigerende plan? De ambitie in het beleidsplan 2007-2017 was opgenomen voor een termijn van 25 jaar. Er waren 2 kaders 1. Ambitie voor de bomenstructuur (ontwerp – stedenbouw) 2. Regelingen en richtlijnen voor een duurzaam bomenbeheer (beleid – beheer)
4 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Per kader waren ambities benoemd. Ambitie voor de bomenstructuur a. Ontwikkel structuurbomen langs de hoofdstructuur van de stad en het buitengebied. Het gaat hierbij zowel om de stedenbouwkundige structuur en de hoofdgroenstructuur als wel de bomen langs de hoofdinfrastructuur. b. Handhaven bijzondere bomenstructuren (sfeerbomen) in stadsparken, begraafplaatsen en groengebieden door het ontwikkelen van een actief (bomen)beheerplan voor vervanging en verjonging. c. Zorg voor een duurzame structuur van sfeerbomen in de directe woonomgeving van woon- en werkgebieden in parken, bij speelplekken en schoolpleinen d. Markeer bijzondere plekken, knooppunten en entrees met markante accentbomen. Doe dit als er aanleiding voor is. Soms is geen boom de juiste ruimtelijke kwaliteit. Regelingen en richtlijnen voor een duurzaam bomenbeheer a. Organiseer wettelijke zorgplicht voor het bomenbeheer b. Ontwikkel randvoorwaarden voor de inrichting en het beheer van bomen in de openbare ruimte c. Verbeter de planologische en juridische bescherming van monumentale en beschermwaardige bomen d. Faciliteer de uitvoering en het beheer. Het beleidsplan 2007-2017 had vijf speerpunten: 1. Versterking van de ruimtelijke bomenstructuur in Deventer 2. Ontwikkel een duurzame bomenstructuur van (sfeer)bomen in de verharding 3. Zorg voor bescherming van beeldbepalende, beschermwaardige en monumentale bomen 4.
Kwaliteitsbeheer van de bomenstructuur 5. Inzetten op een duurzaam en beheerbaar bomenbestand.
4. Wat kan in stand blijven uit het geldende bomenbeleidsplan voor 2021-2030 De ambitie voor de bomenstructuur is geen actief uitvoeringsprogramma, maar vormt het kader voor toekomstige ontwikkelingen van de bomenstructuur in Deventer. Het realiseren van een ambitie zonder een daaraan gekoppeld uitvoeringsprogramma met budget, leidt ertoe dat alle ambities niet direct gerealiseerd kunnen worden maar dat de ambitie gerealiseerd moet worden binnen de ontwikkelingen en dagelijks beheer van de stad. De ambities zoals hierboven genoemd, zijn vertaald in onderstaande paragraaf 4.1. (9 punten) en daarbij waar nodig voorzien van een toelichting in hoeverre er realisatie heeft plaatsgevonden. Deze ambities kunnen in hoofdlijnen in stand blijven, zijn grotendeels ingebed en leidraad in beheerplannen, protocollen of andere uitvoeringsdocumenten.
4.1 Wat is van de opgenomen ambities gerealiseerd of verankerd? 1. Ontwikkel structuurbomen langs de hoofdstructuur van de stad en het buitengebied Realisatie: Bij stadsvernieuwing, MJOP, of andere projecten en in beheer wordt aangehaakt op de ambitie uit het beleidsplan zoals het herstellen van hoofdbomenstructuren en optimaliseren van groeiplaatsomstandigheden. Delen van de ambitie (voor een periode van 25 jaar) zijn al gerealiseerd. Op een aantal onderdelen moeten de ambities worden bijgesteld. Dit wordt nader toegelicht onder het kopje “Waar moeten we bijstellen”. 2. Handhaven bijzondere bomenstructuren (sfeerbomen) in stadsparken, begraafplaatsen en groengebieden door het ontwikkelen van een actief (bomen)beheerplan voor vervanging en verjonging. Realisatie: Er zijn beheerplannen voor de stadsparken en begraafplaatsen. Bomen zijn hier een onderdeel van. De beheerplannen moeten worden gecontroleerd of ze actueel zijn en of er 5 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
aanpassingen gewenst zijn. De beheerplannen voor De Worp, Rijsterborgherpark en Nieuwe Plantsoen worden nu geactualiseerd. 3. Verbeteren van en investeren in ondergrondse groeiplaatsomstandigheden bij nieuwe bomen in verharding (financiële dekking in projecten). Realisatie: Dit wordt continu nagestreefd en gerealiseerd (van bomengranulaat tot boombunkers). 4. Stimuleren grootschalige groeiplaatsverbetering bij bestaande bomen in verharding. Realisatie: Het is lastig om hiervoor dekking te krijgen binnen projecten of ruimte binnen bestaande onderhoudsbudget bomen. Dit wordt sporadisch wel uitgevoerd binnen projecten en het reguliere boombeheer. 5. Grote zorgvuldigheid en terughoudendheid nieuwe bomen in verharding toepassen in compacte woonstraten met een smal wegprofiel. Realisatie: Hiermee wordt rekening gehouden tijdens ontwerpsessie en op getoetst in de beheergroep. Insteek is: kwaliteit gaat boven kwantiteit waardoor een beheerbaar bomenbestand ontstaat. Dit vergt wel “opvoeding” van ontwerper en continue aandacht. 6. Dunning uitvoeren van het bomenbestand t.b.v. groeiplaatsomstandigheden/ verbeteren boomkwaliteit Realisatie: Op een vellijst worden o.a. bomen opgenomen die vanwege te beperkte boven- of ondergrondse groeiplaatsomstandigheden verwijderd moeten worden. 7.
Voor accentbomen, ontwikkel representatieve entrees, knooppunten en centrumgebieden met bijzondere boomsoorten. Realisatie: Bij stadsvernieuwing, MJOP of andere projecten en in beheer wordt aangehaakt op de ambitie uit het beleidsplan. 8. Verbetering groeiplaatsomstandigheden bomen in verharding in binnenstad of dorpskern. Realisatie: Er is geen actief uitvoeringsprogramma. Bij projecten wordt deze ambitie bij aanleg van nieuwe bomen gerealiseerd. Voor bestaande bomen is het lastig om hiervoor dekking te krijgen binnen projecten of ruimte binnen bestaande onderhoudsbudget bomen. Het wordt sporadisch wel uitgevoerd binnen projecten en het reguliere boombeheer. 9. Opnemen gemeentelijke en particuliere monumentale bomen op een lijst Beschermwaardige bomen. Realisatie: Deze ambitie wordt niet gerealiseerd. Bomen worden beschermd via de verordening fysieke Leefomgeving en het Protocol Omgevingsvergunning Kap.
4.2 Wat is er gerealiseerd van de vijf speerpunten en blijft in stand? 1. Versterking van de ruimtelijke bomenstructuur in Deventer Bij stadsvernieuwing, MJOP of andere projecten en in beheer wordt het als uitgangspunt gehanteerd. Voorbeelden zijn diverse laanboomverjonging projecten (Holterweg, Bathmenseweg, Roeterdsweg, Oerdijk, Boxbergerweg en Croddendijk). MJOP bijv. Dorpsstraat Diepenveen en Accentbomen bij o.a. de Boreel en in het Rijsterborgherpark. 2. Ontwikkel een duurzame bomenstructuur van (sfeer)bomen in de verharding In het pveopenbareruimtedeventer.nl zijn de randvoorwaarden opgenomen voor het inrichten van groeiplaatsen bij bomen in verharding. Via de beheergroep wordt hierop getoetst.
6 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
3. Zorg voor bescherming van beeldbepalende, beschermwaardige en monumentale bomen Bomen worden beschermd via de Verordening Fysieke Leefomgeving en het Protocol Omgevingsvergunning Kap. Er is een bomenfonds opgericht waar particulieren gebruik van kunnen maken voor een onderhoudsbijdrage aan een particuliere waardevolle of monumentale boom. 4. Kwaliteitsbeheer van de bomenstructuur In 2010 is het Bomenbeheerplan opgesteld. Vanaf 2010 is planmatig boombeheer ingevoerd. In 2017 is begonnen met strategisch boombeheer. De gemeente is in het kader van strategisch bomenbeheer in 3 delen opgedeeld. We voeren voorafgaand aan het jaar van snoei de BVC-inspectie uit. Het daaropvolgende jaar worden de maatregelen op basis van de inspectie uitgevoerd. Gegevens worden door HGB geregistreerd en overgedragen aan de gemeente. Boombeheer wordt uitgevoerd conform het Handboek Bomen 2018 van het Norminstituut Bomen.
5. Inzetten op een duurzaam en beheerbaar bomenbestand De afgelopen 3 jaar is het achterstallige onderhoud weggewerkt binnen het reguliere snoeien. Het planmatig boombeheer zoals hierboven beschreven is ingevoerd. Het saneren van probleembomen in beheer wordt uitgevoerd via de gemeentelijke vellijst en binnen de kaders van MJOP-projecten. Het blijft noodzakelijk maatregelen uit te voeren die de kwaliteit en de beheerbaarheid van het bomenbestand verbeteren; “liever 1 goede boom dan 4 slechte bomen”. Dit levert ook een actieve beheerbesparing op. Daarnaast dragen kwalitatief goede bomen voor een groter deel bij aan de klimaat en duurzaamheidsaspecten. De Raadsmotie ‘Herplantplicht in de groenste stad’ mei 2013 mag niet leiden tot verlies van dit uitgangspunt kwaliteit boven kwantiteit. Binnen projecten (bijvoorbeeld Laanboomverjonging en MJOP) wordt ingezet op kwalitatief betere bomen. Dit betekent dat er meer onder- en bovengrondse ruimte gereserveerd moeten worden voor een nieuwe boom. In combinatie met de steeds schaarsere ruimte ondergronds en bovengronds resulteert dit veelal in een negatief saldo qua hoeveelheid bomen ten op zichten van een bestaande situatie. Kwalitatief betere bomen dragen meer bij aan de doelstellingen rondom C02 vastlegging, schaduw, zuurstof enz. als matige of slecht opgroeiende bomen.
Binnen projectgrenzen is het dan ook veelal niet mogelijk en gewenst om 1 op 1 herplant uit te voeren/op te leggen. De gemeente gaat in beeld brengen wat kansrijke locaties zijn om nieuwe boomstructuren aan te planten of bestaande te versterken. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om gronden te verwerven om hier met aanplant van extra bos verdere duurzaamheidsdoelstellingen een plek te kunnen geven. 7 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
We zien in bovenstaande hoofdstuk dat het bomenbeleidsplan 2007 – 2017 goed verankerd is in onze werkwijze als gemeente Deventer, maar ook constant aandacht nodig heeft. We hebben in de bijlage ‘vraag en antwoord’ nog een keer uitgeschreven hoe kap van bomen nu werkt en hoe een afweging tot stand komt.
5.Welke thema’s verdienen aandacht en waren niet uitgewerkt of worden aangevuld in het bomenbeleidsplan 2021-2030? Het bomenbeleidsplan 2007 - 2017 ging uit van veiligheid. Maar zoals al benoemd in de inleiding zijn er maatschappelijke ontwikkelingen die om aanpassingen vragen en er is nu een omgevingsvisie met bijbehorende doelstellingen van kracht. Dit plan geeft daar zo volledig mogelijk invulling aan.
5.1 Klimaatneutraal De doelstelling voor klimaatneutraliteit van de gemeente Deventer in 2030 is belangrijk om genoemd te worden. Groen speelt een flinke rol in het vastleggen van CO2 en ons groen levert dus een belangrijke bijdrage aan CO2-reductie. Het is een wens om de huidige baten (waaronder C02 vastlegging) van het bomenbestand van de gemeente in beeld te krijgen. Hiervoor is het van belang de beheerdata op orde te hebben en op basis van deze gegevens het bomenbestand door te laten rekenen met ITree. Als we overgaan tot aanplant van extra bomen kunnen we hiervan de effecten ook meten en zo een bijdrage leveren aan de klimaatopgave. Toevoegen van bomen is belangrijk; Om herplant buiten projecten beter te faciliteren moet er een kansenkaart opgesteld worden om locaties waar boomstructuren aangeheeld of verbeterd kunnen worden in beeld te krijgen. Dat geldt ook voor plekken in de gemeente waar nog geen bomen staan, maar wel mogelijk zou kunnen zijn. Steeds vaker krijgt de gemeente de vraag of er (particuliere) bomen gekapt kunnen worden vanwege het plaatsen van zonnepanelen. Dit is een relatief nieuw fenomeen. Beleidsmatig is hier niets over vastgesteld.
We doen dit nu op de volgende wijze: “Het plaatsen van zonnepanelen is voor de gemeente Deventer niet onmiddellijk een reden om gemeentelijke bomen te snoeien of te verwijderen, dan wel om in te stemmen met een kapvergunningaanvraag voor particuliere of openbare bomen”. Bomen dienen een algemeen belang en hebben een positieve uitwerking op het (stedelijk) klimaat, luchtzuivering en natuur en ecologie. Het individuele belang van een aanvrager wordt derhalve in de meeste gevallen als ondergeschikt beoordeeld. Duurzame energie kan namelijk ook verkregen worden door als particulier groene stroom in te kopen. Hierdoor kan eveneens worden voldaan aan de door gemeente gewenste verduurzaming, zonder een beslag te leggen op de directe omgeving. In geval van een grootschalig initiatief kan deze afweging overigens omslaan. Wat betreft schaduw op zonnepanelen. Het klopt dat schaduw op zonnepanelen het rendement van de panelen doet afnemen. Deze rendementsvermindering is afhankelijk van de hoeveelheid schaduw, alsmede de tijdsduur. Het is aan de initiatiefnemer om dit af te wegen, gelet op de bijbehorende investering.
5.2 Biodiversiteit Biodiversiteit is een belangrijk thema. Als gemeente willen we een bijdrage leveren aan het verbeteren van de biodiversiteit van insecten zoals vlinders en bijen en vogelsoorten die afhankelijk zijn van ons 8 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
bomenbestand. Ook is er ruimte voor voedselvoorziening en wildplukkers. Maar ook link met gezondheid en welbevinden. Ruimte voor inspanning en ontspanning in een groene omgeving
5.3 Klimaatadaptatie is de norm en droogte/hittestress Uit onderzoek blijkt dat het toevoegen van groen, en daarmee tevens het creëren van schaduw, het meest effectief is tegen hittestress. Dit is vertaald in drie ontwerprichtlijnen die gemeenten bij het (her)inrichten kunnen hanteren. Het gaat dan om afstand tot koele verblijfsplekken, percentage schaduw op belangrijke looproutes en in buurten en percentage groen per buurt. Op een hoger schaalniveau kan een heldere groen/blauwe structuur de basis bieden voor het verankeren van bovenstaande richtlijnen. Deze verankering heeft tot nu toe onvoldoende plaatsgevonden in de omgevingsvisie omdat de groen/blauwe hoofdstructuur nog geen bestaand beleid was. De opgaven vanuit klimaatadaptatie (wateroverlast, droogte, hitte) maar ook vanuit cultuurhistorie, biodiversiteit, gezondheid, sport/recreatie en duurzaam beheer openbaar groen maken het noodzakelijk een robuuste groen/blauwe structuur te verankeren in de omgevingsvisie/omgevingsplan en aan te geven welke functies de verschillende onderdelen hebben (intrinsiek en voor de verschillende beleidsopgaven). Resultaat is een groenblauwnetwerk als duurzame basis voor klimaatadaptief handelen en bijdragen aan een goede woon- en leefomgeving voor mens en dier.
We onderscheiden daarin een aantal technische vragen en opgaven: In onze vastgestelde werkwijze ecologie gaan we uit van toepassen van inheemse en streek eigen soorten. Dit is nog steeds uitgangspunt. We sluiten echter niet uit, gezien het veranderde klimaat en soms beperkte groeiplaatsen, dat we ook exoten moeten gaan toepassen om toch voldoende groen in de gemeente te houden. Ervaring leert dat het in stedelijke omgeving het een uitdaging is om inheemse boomsoorten toe te passen vooral als het gaat om aanplant in verhardingen. We zien dat o.a. de Vijfhoek erg kwetsbaar is voor droogte. Dit resulteert in hard achteruitgaande oude bomenstructuren in en om de Vijfhoek. Op meer locaties is sprake van doodgaande bomen zoals rondom Diepenveen. Dit heeft ook te maken met boomsoorten die minder goed bestand zijn tegen de droogte (fijnspar, els en berk). Er moet dan ook de link gelegd moeten worden met verdroging en het riolerings-/water beleid en bemalingen. De waterschappen spelen hier ook een belangrijke rol in (peilbeheer). Door oppervlakkige waterberging kan het hangwaterprofiel zo veel mogelijk worden aangevuld om verdroging tegen te gaan. Vanuit riolering en projecten is de insteek dan ook om zo veel mogelijk bovengrondse afvoer van water te hebben naar het openbaar groen.
5.4 Ziektes en plagen Om weerbaarder te zijn tegen ziekte, plagen en klimaatsveranderingen moet er niet meer monotoon aangeplant worden (maar moet er juist sprake zijn van variatie in soort en leeftijd). Dit sluit ook aan bij zowel de landelijke als provinciale protocollen, specifiek geschreven op eikenprocessierups (EPR) waarin geadviseerd wordt diversiteit in het bomenbestand te bevorderen om weerbaarder te zijn tegen welke ziekte, plaag of klimatologische verandering dan ook. In eerdere beantwoording van raadsvragen over EPR is dit ook al aangegeven. Een kanttekening hierbij is wel dat niet alleen beheer belangrijk is, maar ook beeldkwaliteit en laanprofielen. Er moet wel een acceptabel stedenbouwkundig beeld blijven bestaan voor de aantrekkelijkheid en uitstraling van de stad, dorpen en buitengebied. We zijn zeer terughoudend in het toepassen van één boomsoort in één project/tracé/weg. Een belangrijke kanttekening is dat ervan uit cultuurhistorisch of ruimtelijk oogpunt wel gekozen kan worden voor een soort. Het kan bijvoorbeeld gaan om een historisch belangrijke laanstructuur waarvan oudsher een bepaalde soort staat. In overleg met de bomenbeheerder vindt er afstemming plaats over assortiment en wijze van aanplant/menging van soorten. - Het toepassen van de volgende boomsoorten (i.v.m.
ziekten & plagen) is zonder toestemming van de bomenbeheerder niet toegestaan: o Quercus (eik) o Aesculus (kastanje 9 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
-
o Ulmus (iep de niet resistente soorten) o Fraxinus (es) Daarnaast mogen wettelijk verboden soorten niet toegepast worden.
5.5 Publieke opinie Wanneer er kap van bomen plaatsvindt en vooral als het gaat om laanboomverjonging leidt dit tot vragen en ook is er onduidelijkheid over de plek van informatie op gemeentelijke websites. Door droogte en het onder druk staan van biodiversiteit is de maatschappelijke waarde van bomen alleen maar groter geworden. Dit vraagt om een goede uitleg waarom we in een aantal gevallen tot kap overgaan afgezet tegen de waarde van bomen in onze gemeente. Een middel om communicatie te verbeteren en meer duidelijkheid te verschaffen zouden bijvoorbeeld Kaplinten (pilot) kunnen zijn. Maar ook het huidige aanstippen (met verf) van bomen wordt door inwoners gezien en leid tot reacties In Colmschate vindt op dit moment een pilot plaats. De wijk is in tweeën gedeeld om te zien of er verschil is in respons als het gaat om kap van bomen waar wel een kaplint in hangt en waar niet. Zo kunnen we kijken of de kaplinten verschil maken in de publieke opinie.
6. Laanboomverjonging, Projecten (afweging grijs en groen), regulier beheer en beheerplannen. Dit hoofdstuk gaat vooral over bomen in projecten en is een verdieping op techniek. De basis zit zoals gezegd in het huidige beheerplan. Het gaat om laanboomverjonging, afweging grijs/groen en wanneer plant je een boom. Tenslotte volgt nog iets over beheer van bomen.
6.1 Groeiplaatsen en integrale afweging in projecten Het planten van bomen in een stedelijke omgeving is een afweging tussen diverse belangen. Een optimale groeiplek is een uitdaging en we proberen dat zo goed mogelijk handen en voeten te geven. In het plan staat veel over structuurbomen. We hebben echter ook een groot vraagstuk met nietstructuurbomen, het betreft dan de sfeerbomen in woon en werkgebieden. Het vraagstuk van de bomen in verhardingen in een aantal wijken, zoals Colmschate en Zandweerd is er zeker. In deze wijken is een groot aantal voorbeelden waar bomen eigenlijk te groot zijn geworden voor de inrichting. De houdbaarheid van bomen staat onder druk vanwege de schade die ze veroorzaken. We kunnen stellen dat in een aantal wijken de bomen niet groter kunnen worden als bijvoorbeeld 40 jaar (sfeerboom) en in de integrale MJOP-afweging deze bomen ook als dusdanig te bestempelen. Eigenlijk geldt zoiets ook voor de laanbomen in het buitengebied. Deze verhouden zich vaak slecht met de verkeersveiligheid. Nu zijn er op het gebied van verkeersveiligheid de laatste 20 jaar veel maatregelen genomen waarvan de belangrijkste de 60km weg is. Dat maakt het buitengebied in relatie tot bomen echt veiliger. De afweging verkeersveiligheid en waarde van bomen moet zeker een plek hebben en kan leiden tot ingrepen in de bomenstructuur.
Knelpunten tussen verkeersveiligheid en bomen kunnen consequenties hebben op o.a. de volgende punten: o Denk bijvoorbeeld aan obstakelvrije ruimte o Uitzichthoeken bij kruisingen o Verkeersonveiligheid door wortelopdruk o Wegen die door de groei van de bomen te smal zijn geworden om verkeer in 2 richtingen gelijktijdig te laten passeren (denk aan de Bathmenseweg tussen Bathmen en Lettele waar een paar van dat soort punten in zitten). In deze afweging moet behoud en maatschappelijk belang van bomen een goede plek hebben. Bij het voorbereiden van Laanboomvervangingsprojecten gebeurt het vaak dat de belangen van de gemeentelijke laanbomenstructuur conflicteert met de belangen van kabels en leidingen. Door wisselende oorzaken bevinden kabels en leidingen zich vaak dichtbij of zelfs onder de laanbomen. Tussen gemeente en nutsbedrijven zijn hierover afspraken gemaakt. 10 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Er moet goed gekeken worden hoe omgegaan wordt met bomen in de verharding. Dit wordt ook ondersteund door bijvoorbeeld onderzoeken in het kader van ITree door o.a. de universiteit van Wageningen. De uitkomsten hiervan zijn dat je i.r.t. klimaat, fijnstof, C02, temperatuurverlaging e.d. beter 1 boom aan kunt planten met goede ondergrondse voorzieningen en bovengronds voldoende ontwikkelruimte (en hiermee het opgroeien van een kwalitatief goede boom mogelijk is gemaakt) i.p.v. bomen met beperkte of geen ontwikkelkansen. Dit botst met bijvoorbeeld de 1 op 1 herplant (ligt wat genuanceerder) die o.b.v. een motie vertaald is naar het huidige kapprotocol. De waarde van bomen is onvoldoende meegenomen in het huidige beleid. Het onderdeel “Groeiplaatsomstandigheden” is behoorlijk achterhaald, inmiddels hebben de groeiplaats omstandigheden (boven en ondergronds) een plek in PVE OR (middels Handboek bomen) gekregen. In bijlage 3 vraag en antwoord staat een verdere uitwerking hoe we kijken naar de levenscyclus en levensduur van bomen.
6.2 Herinrichtingsprojecten Bij alle projecten is behoud van kwalitatieve goede bomen het uitgangspunt. Indien bij herinrichtingsplannen bomen moeten wijken is een goede onderbouwing noodzakelijk. De onderbouwing verwijst naar een boominventarisatie en naar hierboven genoemde punten als verkeersveiligheid, overlast in wijken van bomen omdat ze echt te groot zijn geworden voor de inrichting en kabels en leidingen. Bij in te passen bomen moet een Boom Effect Analyse worden uitgevoerd (conform hoofdstuk 16 uit het Handboek bomen 2018) om de effecten van de voorgenomen plannen aan de bomen te toetsen. De BEA leidt tot gerichte (Beschermings) maatregelen, randvoorwaarden en eventuele projectaanpassingen om te handhaven bomen duurzaam te handhaven of in te passen. Het uitvoeren van een BEA kan gevolgen hebben voor ontwerp, planning en kosten binnen projecten. In de budgetramingen is hier rekening mee gehouden, op basis van evaluatie van projecten achterhalen of er bijstelling benodigd is. Het verplanten van bomen lijkt sympathiek, echter leren de ervaringen dat het verplanten van bomen ondanks uitgebreide voorbereidings- en nazorgtrajecten zelden een kwalitatief goede boom oplevert op termijn. Beter is het dan ook te investeren in oplossingen met behoud van bomen, of een kwalitatief goede compensatie van niet in te passen bomen
6.3 Laanboomverjonging Lanen zoals onder andere in Diepenveen zijn ooit aangeplant met als doel houtopbrengsten genereren. Dit vertaalde zich naar bomen die vrij dicht op elkaar werden gezet. Dit met als doel 11 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
dat bomen mooi recht omhoog groeien om daarmee hout te krijgen met de hoogste financiële houtopbrengst. De inzichten waren toen dat de eerste decennia de bomen mooi recht omhoog groeiden met een geringe stamdikte, na x jaren moesten bomen om en om verwijderd zouden worden (dunning) om hiermee diktegroei bij de overblijvende bomen te bevorderen. Echter is er nooit overgegaan tot het uitvoeren van deze dunningen aangezien de inzichten veranderden (de mijnbouw sloot, houtopbrengsten kelderden). Tegenwoordig vinden we deze lanen van cultuur, ecologisch en klimatologisch waarde en deze onderwerpen moeten volwaardig meegewogen worden in de afweging tot kap en herplant. Bij herbeplanting van lanen is houtproductie dan ook geen doel. Doelen zijn wel dat er kwalitatief goede bomen opgroeien, die de ecologische, cultuurlijke en klimatologische aspecten zo goed mogelijk invullen. Dit betekent dan ook de juiste boomsoort op de juiste plek. Maar ook het aanplanten van bomen op grotere plantafstanden om bomen op een kwalitatief betere manier op te laten groeien met minder beheers inspanningen (minder dood hout, geen dunningen nodig). Dit resulteert dan ook in een per saldo kleinere hoeveelheid, maar kwalitatief wel beter, bomenbestand. We zoeken andere plekken om te kijken waar we extra bomen kunnen aanplanten.
Enerzijds om te voldoen aan de herplantplicht en anderzijds om meer bomen te planten in kader van klimaat. In de bijlage vraag en antwoord hebben we de achtergrond van laanboomverjonging en de voors en tegens nog een keer op een rij gezet.
6.4 Strategisch bomenbeheer. Zorgplicht is voor individueel geregistreerde bomen ingeregeld middels strategisch boombeheer (3jaarlijkse cyclus, met mogelijkheid tot opschalen o.b.v. inspectieresultaten). Bij Attentiebomen buiten de reguliere cyclus kunnen constateringen gedaan worden van bijvoorbeeld dood hout. Om te voorkomen dat deze bomen dan ook in alle gevallen buiten de cyclus om alsnog extra gesnoeid moeten worden wordt er een (juridisch onderbouwd) afwegingskader opgesteld in welke gevallen er wel en niet aanvullende maatregelen moeten worden uitgevoerd. De verwachting is dat hiermee de risico’s afgedekt zijn, en hier geen extra kosten uit naar voren komen Klimop (Hedera) in bomen is een aandachtspunt, we gaan in de bijlage vraag en antwoord hier verder op in.
6.5 Gemeentelijk bosplantsoen en bosgebieden Ondanks een expliciete keuze om niet actief te beheren in bospercelen en houtsingels vanwege inschatting dat veiligheid niet in geding was, zien we op een aantal plekken dat aan de zorgplicht voor bomen in bosverband, houtsingels e.d. niet wordt voldaan. We maken inzichtelijk wat dat betekent in een plan van aanpak. Het gaat hier vooral om bomen in bosverband die langs paden en plekken liggen met een maatschappelijke functie. De kaders wanneer een boom individueel geregistreerd wordt en wanneer in groepsverband missen. Er wordt een aanzet voor gemaakt in een apart plan van aanpak voor deze gemeentelijke gebieden
6.6 Beheer (plannen) Kaders m.b.t. overlastzaken (schaduw, bladval, zonnepanelen, wortelopdruk) missen we. Er zijn afgelopen jaren wel beleidsregels geschreven hoe we hiermee omgaan. Werkwijze kap en snoei i.r.t. Wet Natuurbescherming mist en ontstaat onduidelijkheid over. Het protocol dat we voor kap gebruiken moeten we evalueren en (eventueel) integreren in het bomenbeleidsplan. We moeten breder kijken naar wanneer we overgaan tot kap.
7. Financieel Bovenstaande inhoudelijke punten hebben tot 2030 ook in financiële zin hun weerslag op de kosten die er gemoeid zijn met ons beheer. Wat we zien is door de ontwikkelingen rondom plagen, maar ook door effecten van verdroging en het feit dat er fors meer bomen doodgaan de kosten nogal oplopen. Hoe is extra sterfte bepaald? 12 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Voor 2021 gaat het om een bedrag van 235.000 euro extra voor kap en herplant bomen. In 2020 heeft in een deel van de stad de Boomveiligheidscontrole (BVC) plaats gevonden. De maatregelen die nodig zijn op basis van deze BVC vinden vervolgens in 2021 plaats. En maken daarmee onderdeel uit van bomenbestek 2021. In de voorgaande jaren is er in de bestekken uitgegaan van ca. 200-300 bomen die op jaarbasis gekapt moeten worden. Een groot deel hiervan wordt herplant. Echter is uit de recente BVC gebleken dat er 500 bomen gekapt moeten worden en een groot deel hiervan ook weer herplant moet gaan worden. Aangezien met de kap een veiligheidsaspect samenhangt is voor deze bomen inmiddels een omgevingsvergunning kap aangevraagd en verleend en de uitvoering in gang gezet. Verklaring extra sterfte Een verklaring voor het hoge aantal te kappen bomen moet gezocht worden in de droge zomers van de afgelopen jaren. De verwachting is dat komende jaren met name oudere bomen alsnog het loodje gaan leggen als gevolg van de droge jaren 2018, 2019 en 2020. Inschatting is dat het na ijleffect meerdere jaren is. Op dit moment zien we dat inderdaad droge warme zomers een meer structureel fenomeen is en er rekening gehouden moet worden in ons huidige bomenbestand van een hogere sterfte.
Zoals in deze evaluatie beschreven staat willen we door het aanplant van bijvoorbeeld andere soorten de sterfte terugdringen. De structurele kosten Voor het kappen per boom op basis van de kapvolumes van afgelopen jaren is een bedrag van €500,-- per boom (kappen, frezen, grondverbetering) realistisch. Voor herplant is een gemiddelde prijs van €900,-- tot €1000,-- een redelijke richtprijs (inkoop, planten, nazorg). Uitgaande van 200 bomen kappen en 150 herplant komt dit op een prijs circa €245.000,-Bestrijden eikenprocessierups en bevorderen biodiversiteit in beheer. De extra kosten voor de bestrijding en beheersing van EPR zijn al door de raad ter beschikking gesteld. Maar bestrijding EPR stelt ook nadrukkelijk vragen hoe we ons beheer handen en voeten geven (monoculturen bomen en bermbeheer/inrichting). Er gaat in 2021 een Bermbeheerplan opgesteld worden met daarbij uitgangspunt hoe we biodiversiteit in onze bermen kunnen verhogen. Er wordt gestart met het buitengebied. Een eerste inschatting wat aangepast maaibeheer betekent, voor sinusmaaibeheer (gefaseerd maaien en niet overal tegelijk) en vooral afvoeren van maaisel, bedraagt circa €70.000.
13 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
8. Aanbevelingen & Conclusies Het bomenbeleidsplan 2007 – 2017 is nog grotendeels actueel en dient nog als technisch fundament. We hebben de conclusies daarvan opgenomen in het bomenbeleidsplan 2021-2030. Naast deze evaluatie/actualisatie hebben we het nieuwe bomenbeleidsplan aangevuld in lijn met de maatschappelijke ontwikkelingen om ons bomenbeleid weer toekomstbestendig te maken tot 2030. We hanteren voor de aanbevelingen en conclusies de opbouw van de evaluatie/ actualisatie. Eerst gaan we in op het huidige plan en geven aan wat actueel is en geïmplementeerd. Daarna de maatschappelijke thema’s en als laatste laanboomverjonging, projecten, afweging grijs en groen en tenslotte financiën. Evaluatie huidige plan Een groot deel van het bomenbeleidsplan is geïmplementeerd en verankerd in beleid en protocollen. Het gaat om onderwerpen als: -strategisch bomenbeheer -verankeren van Laanboomverjonging in onze MJOP-projecten -groeiplaatsomstandigheden zijn nu meegenomen in ons programma van eisen -bescherming van onze bomen en boomstructuren De ambities, speerpunten en actiepunten zijn nog steeds actueel en deze handhaven we en stellen niet naar boven of onder bij in aantal. Biodiversiteit en ziektes en plagen We planten een meer gemengd pallet van bomen aan en kijken welke mogelijkheden er zijn tot extra aanplant van struiken en heesters langs wegen.
Daarnaast stellen we een bermbeheerplan op waar we naast bomen ook kijken naar de begroeiing en kansen voor vergroten biodiversiteit. Enerzijds door het wellicht inplanten van bermen met kruidenmengsel en anderzijds door een aangepast beheer toe te passen. Verhogen van biodiversiteit is ook een middel om ziektes en plagen beter op te kunnen vangen. Klimaatneutraal en Klimaatadaptatie is de norm/hittestress en droogte In het kader van klimaatadaptatie en waarde van bomen (ecologisch) gaan we studenten van Hogeschool Larenstein vragen om samen met ons een groenblauwe structuur voor Deventer op te stellen. Veel informatie is al aanwezig maar moet alleen nog vertaald worden. Onderdeel hiervan wordt een kansenkaart met plekken waar mogelijkheden zijn voor onze herplantplicht en waar extra bomen geplant kunnen. We onderzoeken dit op eigen grondgebied Maar daarnaast nodigen we bewoners actief uit om met plekken te komen en wegen dan af op dit passend is of niet. Dat zal leiden tot een actieplan met bijbehorende financiën. Belangrijk hierbij is ook dat er aangegeven wordt wat deze aanplant van bomen doet in het kader van verminderen hittestress, verbeteren van de leefbaarheid en feitelijk reduceren van CO2 (opgave uit het klimaatakkoord). Als het gaat om de afweging tussen bomen en aanleg van zonnepanelen op daken wordt in principe de voorkeur gegeven aan behoud van bomen.
Communicatie We zullen in onze communicatie duidelijker uitleggen hoe we tot keuzes komen voor kap en eenduidiger communiceren (via 1 plek op de website bij voorbeeld). Hiervoor zal een apart communicatieplan opgesteld gaan worden. Vooral het onderscheid tussen bomenkap in projecten en bomenkap komend uit onze veiligheidskeuringen leidt tot onduidelijkheid en hiermee samenhangend de plek waar bijvoorbeeld de kaptekeningen en vergunningen gepubliceerd worden. Het eerste deel van de pilot kaplinten is afgerond en er is gekozen voor minimale communicatie omtrent dit onderwerp. Het effect lijkt nu erg beperkt. Aanbrengen kaplinten heeft niet tot extra vragen geleid (t.o.v. bomen die met een stip gemarkeerd zijn). In het najaar van 2021 zullen we nogmaals een pilot uitvoeren waarbij we maximaal communiceren over het aanbrengen van kaplinten. We willen door deze twee verschillende methodes het effect meten van kaplinten op de publieke opinie.
14 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Laanboomverjonging, Projecten (afweging grijs en groen), regulier beheer en beheerplannen : Op basis van deze evaluatie handhaven we het concept van Laanboomverjonging. In de praktijk gaan we pas over tot programmeren van een segment als minimaal 50% van de bomen slecht is conform randvoorwaarden uit de BVC. Dit is in de praktijk eigenlijk onze huidige werkwijze al grotendeels. Vanwege het maken van keuzes door financiële middelen zitten we in praktijk eigenlijk altijd ruim boven de 40%. Belangrijke randvoorwaarde blijft dat de veiligheid niet in het geding is. Bij een aangepast uitvalpercentage van circa 50 % (bomen met o.a. een matige of slechte conditie en in het verleden al verwijderde bomen) van het aantal bomen in een weg tracé of segment wordt overgegaan tot een gehele revisie van deze structuur. Het gaat hierbij om lanen ouder dan 35 jaar. Het aanvullen van lanen vindt plaats tot 20 jaar. Het uitvalpercentage is mede gekoppeld aan het aanwezige bomenassortiment, zo kan bij een bestaande beukenlaan een lager uitvalpercentage toch leiden tot vervanging. Omdat bij het inpassen van bestaande beuken het risico op zonnebrand en als gevolg hiervan het afsterven van deze bomen zeer reëel is, kan het voorkomen dat dergelijke lanen toch bij een iets lager uitvalpercentage worden vervangen.
We planten in onze straten die vallen onder laanboomverjonging een gemengd pallet terug van minimaal 2 boomsoorten die op het vlak van biodiversiteit en klimaatadaptatie (droogtebestendig) passend zijn. De wijze waarop menging plaats vindt en de boomsoorten in afstemming met de boombeheerder en ontwerp/landschapsarchitect te bepalen. Dit helpt ook bij het komen van bestrijding naar beheersing bij plagen zoals eikenprocessierups. We houden hier wel rekening met de stedenbouwkundige en landschappelijke uitstraling van de laan/straat. We verankeren de ambities en randvoorwaarden uit het programma van eisen rondom de aanplant van nieuwe bomen in ons beleid. In de afweging in beheer en projecten tussen grijs en groen is er altijd sprake van een belangenafweging die goed onderbouwd is. Veiligheid is eerste aanleiding, maar mochten er andere afwegingen zijn vanuit beheer en beleid dan zal dit volwaardig onderdeel maken. Instrumenten als een bomeneffectrapportage helpen in deze afweging. Consequentie van deze werkwijze is wel dat deze manier van werken kan leiden tot langere doorlooptijden en (wellicht) hogere kosten. Daarnaast constateren we dat in bepaalde wijken bomen in principe een theoretisch/technische levensduur hebben van circa 40 jaar. Dat komt omdat ze geplant zijn zonder dat daarbij rekening is gehouden met goede groeiomstandigheden.
Colmschate en Zandweerd zijn hiervan voorbeelden. In de wijkaanpak zullen ze mee geprogrammeerd gaan worden. We gaan verder met inventariseren van bosgebieden en bosplantsoen en komen in 2021 met een voorstel incl. financiële onderbouwing voor eenmalige en cyclische maatregelen. In het kader van een pilot zijn Park Braband en gebied Rielerenk/Douwelerkolk in 2020 opgepakt. Datzelfde geldt voor het verder op orde brengen van beheerplannen voor onze grote groengebieden. Voor de gebieden Rijsterborgherpark, Worpplantsoen en Nieuwe Plantsoen is een eerste aanzet gemaakt. Bij het beheren van bomen is snoeien een wezenlijk onderdeel dat vastgelegd is binnen strategisch bomenbeheer. Elk jaar zullen we een ronde maken om wijze van snoeien te bespreken met onze aannemers, De Bomenstichting en de gemeentelijke beheerder(s). Dit om discussie over de wijze van snoeien zoveel mogelijk voor te zijn. Financiën In de voorgaande jaren is er in de bestekken uitgegaan van ca. 200-300 bomen die op jaarbasis gekapt moeten worden. Een groot deel hiervan wordt herplant. Echter is uit de recente BVC gebleken dat er 500 bomen gekapt moeten worden en een groot deel hiervan ook weer herplant moet gaan worden. Deze extra kap lijkt structureel en heeft vooral te maken met ons veranderende klimaat en langere periodes van droogte.
Voor het kappen per boom op basis van de kapvolumes van afgelopen jaren is een bedrag van €500,- per boom (kappen, frezen, grondverbetering) realistisch. Voor herplant is een gemiddelde prijs van €900,-- €1000,- een redelijke richtprijs (inkoop, planten, nazorg). 15 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Uitgaande van 200 bomen kappen en 150 herplant komt dit op een prijs circa €245.000,--. In de voorjaarsnota komt hiervoor een voorstel. De extra kosten voor de bestrijding en beheersing van EPR zijn al door de raad ter beschikking gesteld. Maar bestrijding EPR stelt ook nadrukkelijk vragen hoe we ons beheer handen en voeten geven (monoculturen bomen en bermbeheer/inrichting). Er gaat in 2021 een Bermbeheerplan opgesteld worden met daarbij uitgangspunt hoe we biodiversiteit in onze bermen kunnen verhogen. Er wordt gestart met het buitengebied. Een eerste inschatting wat aangepast maaibeheer betekend bedraagt circa €70.000. Voor sinusmaaibeheer (gefaseerd maaien en niet overal tegelijk) en vooral afvoeren van maaisel.
Bijlage 1:
VRAAG EN ANTWOORD
1. Hoe gaan we zelf om met kap bomen in openbare ruimte te bereiken via de volgende link: Bomen | Gemeente Deventer 2. Hoe zijn onze bomen planologisch en juridisch beschermd te bereiken via de volgende link: 07-2020-000022-Bijlage_07_Verordening_fysieke_leefomgeving_met_toelichting.pdf
3. Hoe kijken we naar levensduur en levenscyclus van bomen? Hierbij worden de volgende punten gehanteerd die gelden als leidraad: o Sfeerbomen in woon en werkgebieden, omlooptijd 40 jaar (gelijkgesteld aan de vervangingscyclus van straten, wegen en pleinen) o Accentbomen, omlooptijd 80 jaar o Structuurbomen, omlooptijd 80 jaar o Inrichtingsniveau groeiplaatsen optimaal (soms maatwerk naar regulier bij bomen in de verharding van toepassing i.v.m. beperkte ondergrondse ruimte) o In het buitengebied wordt in het kader van verkeersveiligheid een afstand van 5m tussen zijkant inrit en eerste boom gehanteerd en is het streven bomen op 1,5m of meer van de kant van de rijbaan af te situeren. o Terughoudendheid met het situeren van bomen in verhardingen o Voorkeur voor groeiplaatsen met open grond situaties (dit levert een kwalitatief betere boom op, maar staat op gespannen voet met schaarste in ruimte/vele functies) o Het toepassen van vormbomen (Bolbomen, leibomen, knotbomen e.d.) is niet toegestaan. Wat zijn de achtergronden en voor en nadelen als het gaat om laanboomverjonging? Achtergronden Laanboomverjongingen Beleidsmatig was vastgelegd dat ca. 40% slecht moet zijn van een bomenrij voordat deze in aanmerking komt voor vervanging. Dit betekent dan ook dat er van een dergelijke rij nog 60% ‘goed’ is. In de publieke opinie wordt dit gezien als een vreemde keuze.
Veelal wordt benoemd dat 1 op 1 vervanging van slechte bomen een betere keuze zou zijn. Slechte bomen vertaalt zich het meeste in bomen die afstervingsverschijnselen vertonen of bomen die als gevolg van schimmelaantastingen aan het verrotten zijn. Overigens is de praktijk dat lanen/segmenten geprogrammeerd worden bij een percentage van ca. 50%. 16 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Waarbij bomen waarin beschermde Flora en Fauna is waargenomen worden ingepast, al dan niet met extra beheermaatregelen om de veiligheid te borgen. Onderstaand zijn puntsgewijs de voor- en nadelen van 1 op 1 vervanging en vervanging in segmenten benoemd. 1 op 1 vervanging Voordelen: - In de publieke opinie draagvlak voor Nadelen: - Door individuele bomen uit rijen te verwijderen veranderen de situaties rondom overblijvende bomen. Bijvoorbeeld meer lichtval op de stam (Bij Beuken resulteert dit in zonnebrand gevaar> afsterven boom, essentaksterfte waarbij essen elkaar besmetten), windbelasting veranderd (met grote kans op windworp tot gevolg) - Het verleggen van kabels en leidingen is niet mogelijk. Hierdoor is er grote kans op te beperkte ondergrondse groeiruimte van de boom - Het uitvoeren van groeiplaatsverbetering is niet mogelijk zonder schade aan het wortelgestel van overblijvende bomen. Hierdoor is er een grote kans op nieuwe invalspoorten voor schimmels waardoor de kwaliteit van bomen nog harder achteruitgaat.
- Ambitie om nieuwe bomen voldoende ruimte mee te geven om 80 jaar oud te worden is niet te realiseren - Jonge bomen leggen het af tegen oudere exemplaren door concurrentie om licht en water - Laanstructuren of segmenten zijn veelal van uniforme leeftijdsopbouw, uitval in een laan van individuele exemplaren is dan ook een voorbode voor achteruitgang van het gehele segment. 1 op 1 is dan ook een langdurig, terugkerend, niet efficiënte werkwijze
-
Huidige Laanboomverjonging Voordelen: Door segmenten uit lanen te verwijderen veranderen de situaties alleen rondom de overblijvende bomen op de kopse kanten. Bijvoorbeeld meer lichtval op de stam (zonnebrand gevaar> afsterven boom), windbelasting veranderd (windworp tot gevolg), dit is beter beheersbaar Het verleggen van kabels en leidingen wordt mogelijk. Hierdoor optimalisatie van de groeiruimte voor de nieuwe bomen Het uitvoeren van groeiplaatsverbetering is goed mogelijk, de ambitie van minimaal 80 jaar oude bomen is haalbaar Jonge aanplant krijgt een goede slagingskans door voldoende licht, water en optimaal ingerichte groeiplaats Er kan gestructureerd een plan worden gemaakt voor het vergroten van biodiversiteit in zowel bomenassortiment als berminrichting Efficiënt uit kunnen voeren van beheer (bomen watergeven, snoeien enz)
-
Nadelen: Percentage van 40% slecht dus 60% goed soms reden tot discussie met inwoners
-
-
Wat doen we met klimop in bomen? Onderstaande staat in werkwijze Ecologie (beleid): Bij het beheer van Klimop (Hedera) in bomen is het uitgangspunt dat bomen met Klimop die niet in de directe omgeving van een weg of een andere zorgplicht verhogende factor staan, hun Klimop mogen houden. Immers bomen met Klimop zijn in ecologisch opzicht van belang voor schuil- en broedgelegenheid. Als aanvulling hierop wordt HGB verplicht nieuwe ingroei van Hedera in bomen te voorkomen in de directe omgeving van plekken met verhoogde zorgplicht. Daarnaast wordt bovenstaande ‘directe omgeving’ nader gedefinieerd als bomen die binnen het valbereik van zorgplicht verhogende factoren staan. 17 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Kappen van bomen; hoe gaat het in praktijk? Dit is een onderwerp waar veel over te doen is. Bomen zijn emotie en kap van bomen leidt tot bezwaren en moet goed uitgelegd worden. Naast behoud van bomen zien we ook dat veel bewoners, instellingen en bedrijven vragen om kap van bomen omdat ze overlast, schade en hinder ervaren. Naast negatieve reacties rondom het vervangen van boomstructuren krijgen we ook veel positieve reacties van mensen die begrijpen waarom deze maatregelen nodig zijn. Het grootste deel van de bomen die gekapt worden, komt voort uit de boomveiligheidscontroles (BVC). We hebben een wettelijke verplichting in het kader van de zorgplicht om te zorgen dat ons bomenbestand veilig is. Dat is ons vertrekpunt. We laten bomen staan waar het kan en kappen bomen als dat nodig is. We hebben hiervoor ons door de raad vastgestelde bomenbeleidsplan als kader en hierin staat ook het principe van laanboomverjonging. De BVC is input in het MJOP voor de integrale projecten en op zich zelf staande projecten vanuit groen (veelal Laanboom Verjonging Projecten) Wettelijke kaders Zorgplicht Als boomeigenaar heb je een wettelijke zorgplicht. Deze zorgplicht dient ter bescherming van medeburgers en hun eigendommen. De oorsprong van deze zorgplicht is te vinden de voorschriften over ‘onrechtmatige daad’ in Boek 6 van het Burgerlijk wetboek (BW), te weten artikel 6.162.
De zorgplicht voor bomen betekent dat de boomeigenaar zijn boom moet onderhouden, regelmatig inspecteren en uitkomsten en maatregelen moet registeren ten behoeve van de veiligheid.
Wet Natuurbescherming De Wet Natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden, soorten en bos regelt. De wet is vanaf 1 januari 2017 van kracht. De wet vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. In de Fora- en Fauna wet stond een verbod op het kappen in de periode 15 maart-15 juli. Omdat dit echter niet meer bleek te voldoen (er zijn bijvoorbeeld vogelsoorten die later of vroeger broeden) is dit artikel niet overgenomen in de sinds 2017 van kracht zijnde Wet Natuurbescherming. Daar waar de Flora- en Fauna- wet het individu beschermde, gaat de Wet Natuurbescherming veel meer over soorten bescherming. In de Wet Natuurbescherming is opgenomen dat als er met een 18 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
gedragscode gewerkt wordt aangetoond wordt dat de bepalingen uit de wet natuurbescherming hiermee voldoende geborgd zijn. De gedragscode omschrijft hoe er bij welke beheermaatregel gewerkt moet worden om de impact op beschermde soorten zo klein mogelijk te laten zijn. Gemeente Deventer en Het Groenbedrijf hebben zich geconformeerd aan de Gedragscode van de branchevereniging VHG en Stadswerk. De verbodsbepalingen uit de wet Natuurbescherming, en dus het werken volgens de gedragscode, geldt jaarrond.
Hoe komen we tot een afweging? Laanboomverjonging Op basis van de boomveiligheidscontrole (BVC) worden toekomstige Laanboomvervangingen gepland voor de komende jaren. Deze planning wordt enerzijds bepaald op basis van de urgentie (o.b.v. de boomveiligheidscontrole), beschikbare budget en de uitgangspunten zoals opgenomen in het bomenbeleidsplan. Daarnaast wordt er ook onderzocht of er aangehaakt kan worden op andere projecten. Uitgangspunten uit het huidige bomenbeleidsplan m.b.t. laanboomverjonging: a. De laanboomverjonging vindt bij voorkeur grootschalig plaats per wegtracé of segment tussen twee dwarswegen. Het kan ook gaan om een deel van de laan. Specifiek gaat het hierbij om laanstructuren langs doorgaande wegen waar eenheid en uniformiteit samenhangen met de leeftijdsontwikkeling van de laan. b. De maatregelen bij laanboomverjonging hebben landschappelijk een grote impact. Om een divers en gevarieerd landschapsbeeld te ontwikkelen is het wenselijk om de lengte van de ingreep tijdens laanboomverjonging langs erftoegangswegen in het buitengebied op circa 1500 meter en langs dorpskernen 750 meter laan te houden. c. Een boom met een matige of slechte conditie, en/of hoge gevaarzetting als gevolg van geconstateerde gebreken komt in aanmerking voor vervanging. d. Bij een uitvalpercentage van circa 40 % (bomen met o.a.
een matige of slechte conditie en in het verleden al verwijderde bomen) van het aantal bomen in een weg tracé of segment wordt overgegaan tot een gehele revisie van deze structuur. Het gaat hierbij om lanen ouder dan 35 jaar. Het aanvullen van lanen vindt plaats tot 20 jaar. Het uitvalpercentage is mede gekoppeld aan het aanwezige bomenassortiment, zo kan bij een bestaande beukenlaan een lager uitvalpercentage toch leiden tot vervanging. Omdat bij het inpassen van bestaande beuken het risico op zonnebrand 19 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
en als gevolg hiervan het afsterven van deze bomen zeer reëel is, kan het voorkomen dat dergelijke lanen toch bij een iets lager uitvalpercentage worden vervangen. e. Bij wegreconstructies kan vanuit uitzonderingssituaties langs het gehele wegtracé een vervroegde laanboomverjonging plaatsvinden. Randvoorwaarden hierbij zijn dat de groeiplaats-omstandigheden van de nieuw aan te planten laanbomen worden verbeterd. f. Bomen welke gespaard moeten worden op basis van de Wet Natuurbescherming worden met eenmalige acties en daarna een verhoogde beheersinspanning zo lang als technisch mogelijk in stand gehouden. Indien deze bomen alsnog geveld moeten worden dan zal hier een ontheffing bij de provincie voor aangevraagd worden.
20 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
21 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030
Individuele bomen Indien blijkt uit de BVC dat er geen grond is voor een Laanboomverjongingsproject dan worden deze bomen individueel gekapt. We constateren afgelopen jaren dat er een toenemende trend zit in het aantal bomen dat slechter wordt en voor kap in aanmerking komt. Klimaatverandering en droogte is hiervan een belangrijke oorzaak. Een aantal vochtminnende boomsoorten zoals berk en els, maar ook oude houtopstanden van beuk en eik sterven af door de effecten van droogte.
Kap bomen en de verordening In de Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende regels omtrent de fysieke leefomgeving (Verordening fysieke leefomgeving) zijn de voorwaarden vastgesteld waaronder een boom al dan niet gekapt kan worden. In de link genoemd bij bijlage 2 is de hele tekst te vinden. Belangrijk is om te melden dat bomen in Deventer goed beschermd zijn middels de verordening.
22 2021-000413-20210408 Bomenbeleidsplan2030