2021-413 Bomenbeleid Input Deventer Bomenstichting
Tekst van het document
Input DBS voor herziening van het bomenbeleid Beleidsmatig Laanboom verjonging Dit onderdeel is aan herziening toe. De gemeente maakt de keuze voor verjonging op basis van een BVC- inspectie, als in het te verjongen laangedeelte 40% van de bomen als slecht en mogelijk matig wordt beoordeeld. Voor het publiek is die slechte of matige vitaliteit lang niet altijd zichtbaar, waardoor vaak weerstand bij het publiek ontstaat. Voorbeelden Zwijnenbergerweg, Boxbergerweg en Oerdijk in Schalkhaar. Er zijn delen van laanbomen verjongd waarvan de feitelijke uitval nog geen 10% bedroeg (bijvoorbeeld de Zwijnenbergerweg en de Oerdijk in Schalkhaar). Ook dit schept ongenoegen bij omwonenden omdat de laan dan slechts beperkt is aangetast. Wij pleiten voor een meer intensieve communicatie met bewoners om het draagvlak te vergroten. Ook zijn wij er voorstander eerst te reageren bij een uitval van 25 à 30% en dan met tussenpozen er één boom uit te zagen. Dit leidt mogelijk tot kostenverhoging maar betaalt zich terug in een groter begrip van de bewoners.
Bomenbalans DBS zou graag meer informatie krijgen over de bomenbalans in de gemeente als geheel over de jaren 2019 en 2020.
Veiligheid De vraag rijst of de gemeente – en dus het Groenbedrijf – zich bij de BVC-inspectie van bomen zich niet te sterk laten leiden door veiligheid en voorkomen van aansprakelijkheid. Daardoor verdwijnen bomen mogelijk te veel en te snel. Dit punt wordt in de huidige boomverzorging vaker genoemd. Voorbeeld: ongeveer tien jaar geleden werd (na VTA-inspectie door het Groenbedrijf) geadviseerd een slechte kastanje uit veiligheidoverwegingen te kappen (het betreft een kastanje aan de Middelweg vlak bij de spoortunnel van de Boxbergerweg). De gemeentelijke beheerder heeft toen besloten dit niet te doen en de boom staat er nu nog. Nadien zijn er alweer nieuwe BVC-inspecties bij deze boom uitgevoerd en blijkbaar nu zonder advies om te kappen Wij dringen aan op het aanvaarden van een gecontroleerd risico en een grotere terughoudendheid bij risico te kappen.
Toekomstverwachting van bomen bij kappen DBS stelt voor bij een toekomstverwachting van meer dan vijf jaar de boom niet te kappen. In de praktijk worden soms wel (met name alleenstaande) bomen gekapt met een levensverwachting van tien jaar of meer. Bijvoorbeeld bij de kap van de twee populieren op de Worp kon er één na aandrang van de bewoners blijven staan. In de samenleving is steeds meer aandacht voor het behoud van bomen i.v.m. de CO2 problematiek. Ook dit aspect verdient – samen met de overwegingen over bij risico’s – meer aandacht bij een beslissing al of niet tot kap over te gaan.
Kapvergunningen en het puntentotaal als grens Er wordt te vaak afgeweken van het criterium geen kapvergunning te geven bij een totaal van 68 punten. Wij hebben de indruk dat bij een kritische doorlichting van de puntentoedeling voor veel bomen een hogere score het resultaat zou zijn. Het criterium van toekomstverwachting dient ook hierom te worden aangepast (zie boven).
Beheerplannen Al eerder hebben wij ervoor gepleit dat de gemeente voor parken en bosjes beheerplannen maakt, in samenspraak met natuurorganisaties, gebruikers en bewoners. Ervaringen met de renovatie van het park Sonsbeek in Arnhem zijn interessant: het beheer wordt voor een belangrijk deel door vrijwilligers uitgevoerd. De gemeente heeft de eerste stappen naar dergelijke plannen gezet met behulp van een student van Larenstein. Opvolging van de aanbevelingen verdient aandacht. Om deze aanpak te borgen is het van belang het maken van beheerplannen op te nemen in een meerjaren planning.
Snoeibeleid Op dinsdag 16 februari hebben twee adviseurs van de DBS een indruk opgedaan van het snoeien van de bomen in de gemeente Deventer.
.
Solitaire eik in de uiterwaarden nabij de Hoevelmansweg. Nooit gesnoeid waardoor volledig natuurlijke vorm
In de eerste instantie is gekeken naar de richtlijnen zoals beschreven in het Handboek Bomen uit 2014. Dit handboek wordt door bijna alle gemeenten gebruikt als basis voor het snoeien en is leidend voor de bestekken. Vanaf begin jaren 2000 was er het KBB ( Kwaliteitsrichtlijnen Bestekvoorwaarden Boombeheer). Hierin staat een uitvoerige beschrijving van alle boombeheerwerkzaamheden. Deze KBB-bestekbeschrijving past niet in de RAW-systematiek die in de civiele wereld gebruikt wordt, waardoor het Handboek Bomen 2014 als opvolger is ingevoerd. Daarna zijn de adviseurs op willekeurige wijze door de stad gefietst, nl. via de Ceintuurbaan (lindes in drie verschillende leeftijdsklassen), de Veenweg (lindes die ca 8 jaar geleden zijn geplant) en vervolgens de Brinkgreverweg (platanen en vorig jaar geplante iepen).
Meer snoei is in dit geval niet meer nodig Bij de gesnoeide bomen valt onder meer het volgende op: Het handboek maakt nadrukkelijk onderscheid tussen bomen met een vrij uitgroeiende kroon en met een niet vrij uitgroeiende kroon. Eigenlijk worden alle bomen, ook degene in grotere z.g. “groentjes” als laan- of straatboom behandeld. Vooral in de parken mogen de takken vanaf het maaiveld vrij uitgroeien, zodat de natuurlijke habitus van de boom tot zijn recht kan komen. Helaas wordt dit weinig toegepast, omdat altijd laanbomen geplant worden, zelfs in een bospark. Dit zal ongetwijfeld te maken hebben met vandalisme en het inklimmen van jeugd. Bomen die buiten 5 á 6 meter uit de rijweg staan hoeven dus niet extreem opgekroond te worden, hebben dus minder begeleidingssnoei nodig. De verhouding stam t.o.v. de kroon is hoogstens 1 op 1 maar vaak ook minder, waar het Handboek voorschrijft dat de verhouding liefst 1 op 2 zou moeten zijn, maar bij uitzondering ten hoogste 1 op 1 mag worden. Het Handboek schrijft voor dat géén takken uit de blijvende kroon gelicht mogen worden (pas na toestemming van de eigenaar). De adviseurs constateerden dat er uitsluitend takken in z’n geheel worden uitgelicht en nergens zagen wij het voorgeschreven gedeeltelijk
innemen van de takken in de blijvende kroon. Probleemtakken als zuigers en dubbele toppen kunnen ook vaak door innemen opgelost worden. Bij veel bomen wordt de stam tot in de blijvende kroon opgesnoeid, dus onnodig hoog. Langs fietspaden moet een vrije doorgang van 2,5 meter gegarandeerd worden, dus de opkroon hoogte kan navenant minder.
Onze conclusie is dat verreweg de meeste bomen die de adviseurs bekeken hebben niet of in het geheel niet volgens de richtlijnen van het handboek zijn gesnoeid. Soms zijn bomen dusdanig slecht en onoordeelkundig gesnoeid, dat deze in aanschaf dure exemplaren al na 6 jaar als afgeschreven kunnen worden beschouwd, hetgeen een enorme kapitaalsvernietiging is. Onze aanbeveling is dat de gemeente haar sturende en controlerende taak wat betreft de uitvoering van de snoeiwerkzaamhen intensiveert. Het is een voorwaarde dat er op toegezien wordt dat er volgens de richtlijnen van het Handboek Bomen 2014 gehandeld wordt.
Oude bomen tonen zwakke plekken en ingerotte holtes doordat in het verleden te ingrijpend gesnoeid is, hetgeen niet volgens de richtlijnen is
Beeld van de lindebomen langs de Rembrandtkade. De verhouding stam ten opzichte van de kroon is veel minder dan het maximaal gewenst één staat tot één. Bovendien is er gesnoeid in de blijvende kroon. De vitaliteit van de bomen is niet bijzonder goed, bij het snoeien dient hiermee rekening gehouden te worden.