2021-393 Beleidskader Goede voorzieningen in de buurt
Tekst van het document
Beleidskader: Goede voorziening in de buurt 2022 – 2030 Sterke wijken dankzij een sterke sociale infrastructuur
Inleiding Goede buurtvoorzieningen zijn van essentieel belang voor een gemeente, haar inwoners en de buurten/wijken waarin zij leven. Goede buurtvoorzieningen voorzien in een behoefte van inwoners en zorgen daarmee voor een versterking van de sociale samenhang. In dit beleidskader omschrijven wij hoe wij als gemeente de buurtvoorzieningen willen ondersteunen en versterken. Omdat het een kader betreft, worden hierin voornamelijk de uitgangspunten en criteria voor goede buurtvoorzieningen omschreven. Daarnaast wordt aangegeven hoe de gemeente de buurtvoorzieningen ondersteunt en versterkt. Na vaststelling van dit beleidskader zal door middel van een uitvoeringsplan of uitvoeringsplannen uitvoering gegeven worden aan dit beleid. Dit beleidskader is opgebouwd uit een aantal elementen. In hoofdstuk 1 staat het feitelijke kader omschreven en hoe de gemeente de buurtvoorzieningen wil ondersteunen. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie. In hoofdstuk 3 maken we de verbinding(en) met het brede sociale domein en hoofdstuk 4 gaat kort in op de betrokkenheid en inbreng van buurtvoorzieningen, wijkmanagers, opbouwwerkers, gemeenteraad en gemeentelijke adviseurs. Hoofdstuk 5 gaat over de financiën.
Hoofdstuk 1: Het kader en hoe 1.1
Algemeen
De gemeente Deventer kent 27 buurtvoorzieningen, verspreid over 14 wijken. Ook op wijkniveau zijn veel voorzieningen te benoemen. Deze hebben allen hun eigen identiteit; ze zijn onderscheidend en sluiten aan bij de behoeften in de wijken/buurten. Elke buurt en wijk kent zijn eigen dynamiek. Die eigenheid, diversiteit en energie zie je terug bij de buurtvoorzieningen. Dit willen we als gemeente behouden en stimuleren, maar niet opleggen. Een buurtvoorziening is iets van de inwoners zelf. Daarbij verwachten we dat de gebruikers van een buurtvoorziening (ook) zelf iets bijdragen, bijvoorbeeld door het verrichten van vrijwilligerswerk of een bijdrage in de vorm van een kleine financiële vergoeding voor diensten zoals koffie, materiaalkosten of activiteiten.
1.2
Criteria waaraan buurtvoorzieningen voldoen
Buurtvoorzieningen in Deventer voldoen aan de volgende criteria: • Buurtvoorzieningen zijn aanwezig op plekken waar de gebruikers van deze voorzieningen het liefste zijn. Gebruikers hoeven niet persé in de eigen wijk of buurt gebruik te maken van een voorziening, maar we stimuleren (het behoud van) voorzieningen op plekken die bijdragen aan de sociale infrastructuur en sociale cohesie in een buurt of wijk. • Een buurtvoorziening sluit aan bij de behoeften van inwoners (vraaggericht), is gemakkelijk bereikbaar en toegankelijk voor alle inwoners in de buurt/wijk (en van daarbuiten). Inwoners nemen zelf verantwoordelijkheid voor wat er in de voorziening plaatsvindt. • Een buurtvoorziening is een ontmoetingsplek die ruimte biedt aan verbinding (koppelkansen) en samenwerking (formeel en informeel), en draagt daarmee bij aan versterking van het normale leven van inwoners, sociale cohesie, preventie en het voorkomen van zwaardere zorg. Omdat dit een complexe en uitdagende combinatie van doelen is, is er aandacht voor de belastbaarheid van beheerders en vrijwilligers. Een buurtvoorziening is niet de ultieme oplossing voor maatschappelijke vraagstukken zoals eenzaamheid, uitsluiting of, gebrek aan participatie, maar kan hier op buurt- of wijkniveau wel een positief effect op hebben.
Met iedere buurtvoorziening maakt de gemeente duidelijke afspraken over wie wat doet, welke financiën daar tegenover staan en wie waarvoor verantwoordelijk is. We besteden extra aandacht aan buurtvoorzieningen die (tijdelijk) minder goed functioneren of onvoldoende toe komen aan de doelstellingen. Dit doen we samen met beheerders en inwoners.
1.3
Hoe doen we dat?
Door middel van zes specifieke aandachtspunten zorgt de gemeente voor vitale buurtvoorzieningen die hun maatschappelijke bijdrage kunnen blijven leveren. 1. Basis op orde • Financiën en exploitatie De gemeente ondersteunt de buurtvoorzieningen om financieel gezond te worden en te blijven. Voor veel buurtvoorzieningen is het moeilijk om de financiering rond te krijgen. Dit komt onder meer door soms hoge exploitatiekosten, onderhoud of huur. Voor beheerders en vrijwilligers is dit vaak een grote verantwoordelijkheid, die een groot deel van hun aandacht opslokt, soms ten koste van de maatschappelijke doelstelling van de voorziening. Financiële gezondheid en een adequate exploitatie zijn noodzakelijk om een buurtvoorziening te laten functioneren waarvoor deze is bedoeld. De gemeente brengt de financiële zelfredzaamheid van de voorzieningen in kaart. Wanneer we verwachten dat de voorziening haar maatschappelijke doelstelling volgens de criteria hierboven, op redelijke termijn (weer) kan invullen zodra financiële positie en exploitatie op orde zijn gebracht, bepalen we hoe de gemeente kan bijdragen. Daarbij kijken we in beginsel naar de uitgangspunten uit de Kadernota Vastgoed met betrekking tot kostprijsdekkende huur, maar vanwege het belang en de maatschappelijke functie van de buurtvoorzieningen zal dit altijd maatwerk zijn.
Dit wordt uitgewerkt in een apart uitvoeringsplan voor de voorjaarsnota 2022. • Beheer De gemeente faciliteert de buurtvoorzieningen om het beheer van de voorziening op orde te krijgen en te houden. Veel buurtvoorzieningen hebben moeite met het beheren van de voorziening. Beheerders lopen aan tegen zaken als de boekhouding, inkoop, administratie, verzekeringen, schoonmaak, onderhoudsplanning en het voldoen aan allerlei voorschriften en verantwoordingseisen. De gemeente faciliteert de buurtvoorziening met (tijdelijke) ondersteuning om dit op orde te krijgen en te houden. Bekeken wordt wie welke ondersteuning kan bieden (vrijwillig of betaald). Hier kan bijvoorbeeld gedacht worden vrijwillige inzet van experts via Deventer Doet. • Bestuur en vrijwilligers De gemeente biedt ondersteuning aan de buurtvoorzieningen om te zorgen dat zij voldoende vrijwilligers en/of bestuursleden hebben. Het vinden en behouden van vrijwilligers en/of bestuursleden voor de buurtvoorzieningen is niet altijd eenvoudig. De gemeente faciliteert daarom het vinden van vrijwilligers en/of bestuursleden via de Voor Elkaar-teams, WijDeventer en Deventer Doet. Vrijwillige besturen kunnen ondersteund worden bij hun taak via bijvoorbeeld BestuurdersCentraalDeventer (DeventerDoet). Dit wordt nu ook al gedaan, maar we zullen de ondersteuning versterken en de inwoners en partijen meer met elkaar verbinden.
Het thema komt terug in het nieuwe vrijwilligers- en mantelzorgbeleid. Daarnaast zullen wij de inzet van basisbanen onderzoeken. 2. Samenwerking tussen de buurtvoorzieningen Als gemeente stimuleren en faciliteren we de samenwerking tussen de buurtvoorzieningen onderling. Iedere buurtvoorziening heeft een eigen karakter. Een karakter dat past bij de buurt en aansluit bij de behoefte van de buurt. Ondanks deze eigen identiteit kunnen buurtvoorzieningen veel van elkaar leren. Men kan elkaar informeren over successen en leren van elkaars valkuilen. Daarnaast kan op onderdelen samengewerkt worden en kan men elkaar aanvullen. Als gemeente bieden we een structuur waarbinnen men met elkaar kan samenwerken en elkaar kan aanvullen. 3. Adaptief ontwikkelen Buurtvoorzieningen staan midden in de samenleving. Van buurtvoorzieningen wordt daarom verwacht dat zij inspelen op steeds veranderende behoeften van inwoners. Het bedenken van
passende activiteiten, het opzetten van nieuwe concepten, de bemensing en financiering daarvan is een uitdaging. De gemeente faciliteert buurtvoorzieningen die hier hulp bij kunnen gebruiken Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan ondersteuning door de Voor Elkaar-teams of Team Toegang Jeugd. We verbinden wel voorwaarden aan deze ondersteuning: • Er is een duidelijke ambitie om op een positieve manier aan te sluiten bij de behoefte van inwoners; • Er is bereidheid om daadkrachtig aan de slag te gaan (i.p.v. lang beraadslagen en plannen maken) • De activiteit of het concept sluit aan bij de identiteit van de buurtvoorziening (anders gaat de aansluiting met de inwoners die de voorziening gebruiken verloren). • Er is bereidheid om te experimenteren, over de eigen grenzen heen te kijken en verbindingen aan te gaan met andere partijen of doelen. Denk aan combinaties van welzijn, participeren, re-integreren, gezondheid bevorderen of educatie. Een buurtvoorziening kan onderdeel (gaan) uitmaken van een algemene voorziening in het kader van de Wmo of Jeugdwet, bijvoorbeeld als voorliggende voorziening voor dagbesteding voor ouderen of jongeren. Ze kan re-integratieplekken bieden voor mensen die (weer) willen werken en arbeidsvaardigheden willen opdoen. Het is echter niet de bedoeling dat een buurtvoorziening een geformaliseerde instelling van de gemeente wordt.
Een buurtvoorziening is en blijft iets van en voor inwoners. 4. Verbinding De buurtvoorzieningen maken onderdeel uit van het brede sociale domein in onze gemeente. Daarom zijn verbindingen nodig met andere belangrijke actoren in dat domein, zoals de Voor Elkaar-teams, Team Toegang Wmo, Team Toegang Jeugd, Beschermd Wonen, door de Wmo gecontracteerde (zorg) organisaties, Inkomensvoorziening en Schuldhulpverlening. De buurtvoorzieningen hebben door hun laagdrempeligheid een belangrijke signaleringsfunctie en kunnen inwoners doorverwijzen wanneer zij behoefte hebben aan meer ondersteuning. 5. Sociale agenda en monitoring De Voor Elkaar-teams, wijkmanagers en opbouwwerkers in een wijk stellen (in samenspraak met inwoners en buurtvoorzieningen) een sociale agenda op. Deze sociale agenda biedt inzicht in de sociale infrastructuur van een wijk (vrijwilligersorganisaties, professionele en maatschappelijke organisaties, etc.) en geeft de behoeften in de wijk weer van inwoners en professionals. Wat helpt inwoners in de buurt en/of wijk en hoe versterken we dat? De sociale agenda geeft aan waar de prioriteiten in de wijk liggen, voor welke doelgroepen welke groepsdoelen worden gesteld, aan welke voorzieningen en activiteiten er behoefte is. Met de buurtvoorzieningen wordt besproken welke bijdrage zij kunnen leveren aan de sociale agenda en wat daarvoor nodig is.
Hierbij gelden de uitgangspunten zoals omschreven in paragraaf 1.3.3. We monitoren de ontwikkelingen, ook om actief bij te sturen als dat nodig is. Deze monitoring wordt na vaststelling van dit beleidskader verder uitgewerkt. 6. Uitvoeringsplan Het uitvoeringsplan maakt in eerste instantie inzichtelijk hoe de basis van de buurtvoorzieningen op orde kan komen. Dit plan is voor de voorjaarsnota 2022 gereed. Daarnaast komt er voor de zomer 2022 een uitvoeringsplan waarin de hierboven genoemde punten uitgewerkt zijn in concrete activiteiten. Ook worden daarin de rollen, verantwoordelijkheden en taken duidelijk omschreven. Vanaf 2023 wordt jaarlijks een uitvoeringsagenda opgesteld die ter vaststelling aan het college wordt aangeboden.
Hoofdstuk 2; De kracht van Deventer (huidige situatie) 2.1
Diversiteit aan buurtvoorzieningen
De gemeente Deventer kent een rijke historie aan buurtvoorzieningen. Er zijn speeltuinverenigingen die rond de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan en die nog steeds een belangrijke rol vervullen in wijken en dorpen. In totaal zijn er 18 buurtverenigingen en 9 speeltuinverenigingen actief in Deventer. Wat opvalt is dat elke buurtvereniging of speeltuinvereniging zijn eigen identiteit kent. Niet één vereniging is gelijk aan de ander. Zo is niet alleen de cultuur, het aanbod en het bereik verschillend, maar verschilt ook bijvoorbeeld de focus. De ene vereniging richt zich op het organiseren van gezellige activiteiten, de andere vereniging richt zich bewust op het bereiken van kwetsbare inwoners. De sociale agenda kan per vereniging verschillen.
2.2
Groot netwerk, bevlogen vrijwilligers
Waar we tussen de verenigingen wel een duidelijke overeenkomst zien is bij de betrokkenheid van de vrijwilligers. Er zijn veel vrijwilligers betrokken bij de verenigingen. Velen van hen zetten zich met hart en ziel in en voelen zich verantwoordelijk voor het functioneren van de buurtvoorziening. Voor veel vrijwilligers geldt dat er een generatielange betrokkenheid is bij de vereniging. Daar waar opa of oma ooit actief vrijwilliger is geweest, is het stokje overgegaan naar de kinderen en opnieuw naar hun kinderen. Wel geven veel verenigingen aan dat het steeds moeilijker is om nieuwe vrijwilligers te vinden. Dit geldt in het bijzonder voor de bestuursfuncties. Er is een duidelijk verschil waarneembaar in het aantal betrokken vrijwilligers bij buurtvoorzieningen in dorpen en in wijken. In de dorpen is het aantal vrijwilligers hoog tot zeer hoog en is het makkelijker om vrijwilligers te betrekken bij de buurtvoorziening. Wel vrezen voorzieningen in de dorpen ook dat het vinden van vrijwilligers in de toekomst moeilijker zal worden.
2.3
Samenwerking
De samenwerking met organisaties in de wijk of dorp is zeer wisselend. De opbouwwerker is een professional die bij alle buurtvoorzieningen bekend is. Daarnaast zijn ook de wijkmanagers van de gemeente belangrijke partners voor buurtvoorzieningen. Organisaties geven aan dat het buurthuis of de speeltuinvereniging nu niet een vanzelfsprekende samenwerkingspartner is, maar wel van toegevoegde waarde zou zijn. Een buurtvoorziening is laagdrempelig en inwoners lopen eenvoudig binnen. Signalen kunnen hierdoor vroegtijdig worden opgevangen en koppelingen kunnen worden gemaakt met de (zorg)organisaties
2.4
Exploitatie
In het beleidsonderzoek komt naar voren dat er zorgen zijn over de exploitatie van de buurtvoorzieningen. Voor sommige zijn deze zorgen zo groot dat ze niet weten of ze voor de komende jaren een sluitende begroting kunnen presenteren. De verschillen tussen de buurtvoorzieningen zijn echter groot. Deze verschillen hangen vaak samen met de eigendomssituatie van het pand. Sommige verenigingen en stichtingen hebben een eigen pand, andere zitten in een pand van de gemeente. De staat van onderhoud verschilt sterk per gebouw, reserveringen voor groot onderhoud zijn vaak niet aanwezig. Elke voorziening is afhankelijk van huurders voor activiteiten. Daarnaast is de horeca-opbrengst een belangrijke inkomstenbron. Het gevaar hiervan is dat de buurtvoorziening niet of minder toegankelijk is voor inwoners. Immers, het verhuren van ruimtes en uitvoeren van horeca-activiteiten worden een doel op zich om de exploitatie rond te krijgen. Wanneer dit een te groot onderdeel gaat uitmaken van de activiteiten kan dit ten koste gaan van de algemene beschikbaarheid voor inwoners van de buurt/wijk/dorp. Buurthuizen hebben de wens om samen te kijken naar ondersteunende diensten. Daarmee kan gedacht worden aan enerzijds de schoonmaak van het gebouw, beheer van het gebouw en het werven vrijwilligers, om kosten te beperken. Anderzijds wil men maximaal gebruik kunnen maken van elkaars expertise.
Voor de speeltuinverenigingen speelt het Deventer speeltuinverbond hierin een rol. Een aantal buurthuizen heeft het initiatief genomen om ook voor buurthuizen een soortgelijk verbond op te richten.
2.5
Overzicht buurtvoorzieningen
In de afbeelding hieronder is te zien hoe de buurtvoorzieningen zijn verspreid over de gemeente. In dit overzicht van de verspreiding van deze voorzieningen staan verschillende soorten buurthuizen, cultuurhuizen, verbindingscentra en wijk- en speeltuinverenigingen. Wat opvalt is dat Schalkhaar geen buurtvoorziening heeft. De dorpen Diepenveen, Okkenbroek, Bathmen, Lettele en Loo hebben elk hun eigen voorziening. Okkenbroek heeft zelfs twee buurtvoorzieningen: het Noaberhuus en het dorpshuis. In de Binnenstad, Voorstad, Keizerslanden en Zandweerd liggen meerdere voorzieningen relatief dicht bij elkaar. Hier zijn ook de speeltuinverenigingen die vaak al rond de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan. In Colmschate liggen de voorzieningen minder gespreid. In het algemeen worden buurtvoorzieningen binnen een bepaalde cirkel gebruikt door inwoners. De meeste gebruikers van de buurtvoorziening komen uit de directe omgeving (de buurt) van de voorziening. Maar ook inwoners die niet uit de buurt/wijk/dorp komen maken gebruik van de buurtvoorzieningen. We zien dan ook dat de gemeentelijke wijkindeling van de gemeente Deventer niet altijd overeen met de gevoelsmatige buurtverdeling.
Hoofdstuk 3: De verbinding met het sociale domein 3.1
Ontwikkelingen sociaal domein
Vanuit het Rijk is door middel van wetgeving een groot aantal verantwoordelijkheden bij de gemeente neergelegd. De transitie van jeugdzorg, Wmo en de participatiewet (het sociaal domein) is vanaf 2015 in gang gezet. Hierbij is de gedachte dat gemeenten beter in staat zijn om passende dienstverlening voor haar inwoners te organiseren die laagdrempelig is en dichtbij wordt georganiseerd. Hierdoor kan meer inzet plaatsvinden op preventie en lichte ondersteuning en worden voorkomen dat zwaardere (specialistische ondersteuning) nodig is. Eén van de gevolgen van dit beleid is dat intramurale zorginstellingen steeds verder worden afgebouwd en inwoners in hun eigen omgeving de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Dit betekent dat verzorgingshuizen, GGZ-instellingen en (gesloten) jeugdzorginstellingen en centrale locaties beschermd wonen worden afgebouwd en er meer kleinschalige opvang in de eigen omgeving wordt georganiseerd. Of er wordt ambulante ondersteuning geboden waardoor inwoners langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Deze ontwikkelingen hebben impact op dorpen en wijken. Voor de gemeente ligt hier een duidelijke regierol. Dit geldt niet alleen voor de ontwikkelingen binnen het sociaal domein, maar dezelfde beweging is ook zichtbaar bij de ontwikkeling van de nieuwe omgevingswet en bij de opgave in het kader van de energietransitie.
Van gemeenten wordt verwacht dat zij een duidelijke regierol vervullen in nauwe afstemming met inwoners. De wijk of het dorp wordt in veel beleidsontwikkelingen gezien als het platform van waaruit deze ontwikkelingen vorm krijgen. De beweging van onderop, aansluiten bij de kracht van de inwoners en in verbinding met de aanwezige voorzieningen en organisaties staan hierin centraal.
3.2
Visie en doelstellingen
De buurtvoorzieningen hebben een belangrijke positie en vervullen een belangrijke rol in de uitvoering van de visie van de gemeente en het bereiken van de doelstellingen. Zij staan immers midden in de samenleving, vervullen een behoefte van de inwoners, hebben een belangrijke signalerende functie en vullen de gemeentelijke toegangen en de Voor Elkaar Teams optimaal aan. Bij de buurtvoorzieningen is veel positieve energie en bevlogenheid om het sociale contact en de ontmoeting te faciliteren.
De gemeente Deventer heeft in haar visie op het sociaal domein opgenomen dat zij streeft naar maximale participatie van inwoners (mensen werken, versterken zichzelf, doen iets voor een ander, of voor de stad) en het bieden van een vangnet voor inwoners die niet volledig kunnen meedoen in de Deventer samenleving. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor het oplossen van hun problemen. Het heft in eigen handen maakt zelfredzamer, sterker, meer zelfvertrouwen en gelukkiger. Op eigen kracht waar mogelijk, al dan niet met een beroep op de directe omgeving, eventueel met de inzet van algemene voorzieningen in wijken en dorpen en alleen inzet van professionele ondersteuning als dat echt nodig is. Bewoners met een hulp- of ondersteuningsvraag krijgen toegang en ondersteuning dicht bij huis. Voor bewoners zitten er geen schotten tussen werk, zorg of opvoeden. Professionals geven samen met de bewoners de ondersteuning vorm, waarbij de professional vanuit zijn of haar deskundigheid een afweging maakt over de inzet van middelen en zich daar medeverantwoordelijk voor voelt. De ontwikkelingen in het sociale domein worden in samenhang bezien en de vraagstukken worden benaderd vanuit één huishouden, één plan, één regisseur en in samenspraak met inwoners en partners. De toenemende kosten in het sociaal domein zijn een extra uitdaging om de transformatie vorm te geven.
Doelstellingen sociaal domein gemeente Deventer 1 • Versterken van de sociale infrastructuur in de wijken en inzet gericht op preventie, zodat passende ondersteuning en begeleiding naar werk vroegtijdig en via voorliggende voorzieningen geboden kan worden. • Ervoor zorgen dat de toegangen werken vanuit één huishouden, één plan, één regisseur. • Creëren en evalueren van collectieve en innovatieve vormen van zorg en ondersteuning en vormen van werkend leren, waarmee we bijdragen aan de juiste zorg op de juiste plek. • Realiseren van datagerichte sturing op de kwaliteit en uitgaven in de zorg en ondersteuning in Deventer.
3.3
Lokale ontwikkelingen
De gemeente streeft naar een samenleving waarin alle inwoners naar vermogen meedoen. De gemeente heeft naast de verantwoordelijkheid om inwoners te ondersteunen met zorg op maat, ook de verantwoordelijk om zorg te dragen dat inwoners vroegtijdig worden ondersteund om te voorkomen dat een maatwerkvoorziening nodig is. Om dit te realiseren wordt ingezet op preventie (waaronder het versterken van de eigen kracht van inwoners en hun sociale netwerk) en op het organiseren van algemene voorzieningen om zorg te voorkomen of om zorg uit te stellen. Om de transformatie binnen de gemeente vorm te geven, zet de gemeente in op een aantal ontwikkelingen onderverdeeld in vier thema’s: 1) 2) 3) 4)
Preventie, Toegang, Maatwerk, Monitoring.
Door te werken met een Team Toegang Wmo en een team preventie (Voor Elkaar Teams) wil de gemeente de inwoner faciliteren in de eigen ondersteuningsvraag. Inwoners kunnen met allerlei vragen bij Team Toegang Wmo terecht. Dit team kan de eigen kracht versterken of zaken signaleren om collectief op te laten zetten vanuit team preventie, en in het uiterste geval een maatwerkvoorziening afgeven. De Voor Elkaar Teams bestaat uit een viertal partijen, namelijk Mee, de Kern, Raster en Solis, met expertise op welzijn, maatschappelijk werk, cliëntenondersteuning en wijkverpleging. Deze disciplines kunnen de algemene voorzieningen vanuit hun deskundigheid ondersteunen waar nodig. Dit in nauwe samenwerking met de aanwezige voorzieningen en organisaties.
3.4
Regionale ontwikkelingen
Op regionaal niveau vinden op verschillende niveaus ontwikkelingen plaats rond de transformatie van het sociaal domein geven. Een belangrijke ontwikkeling hierin is het opstellen van een regionale visie op de gezondheidszorg in de regio Midden-IJssel. In deze visie staat de gezondheid en vitaliteit van 1 Uit verbindend kader Sociaal Domein 2019 - 2022
inwoners centraal. Salland United, een krachtig netwerk van organisaties in zorg en welzijn geeft invulling aan deze regiovisie. Dit netwerk is voor een groot deel verantwoordelijk voor de regionale samenwerking die onmisbaar is in het transitietraject. De bestuurders, zorgaanbieders en financiers in dit samenwerkingsverband zitten structureel met elkaar aan tafel om dilemma’s in de zorg aan te pakken. Salland United heeft onderstaande vijf ambitieuze thema’s uitgewerkt waarop zij vanuit de gezamenlijkheid impact kunnen maken: • • • • •
Op preventie inzetten De eigen regie en zelfstandigheid van ouderen versterken De inzet van zorgprofessionals optimaliseren De juiste zorg op de juiste plek bieden De technologie als katalysator gebruiken
De buurtvoorzieningen hebben een belangrijke rol in het realiseren van diverse thema’s. Doordat zij midden in onze samenleving staan hebben zij een belangrijke rol is de preventie als het gaat om bijvoorbeeld vroeg signalering en doorverwijzing naar professionele hulpverleners. Daarnaast bieden buurtvoorzieningen een sociaal vangnet waardoor mensen met behulp van die sociale omgeving meer regie hebben of kunnen houden op hun eigen leven. Bovendien kan datzelfde sociale netwerk ervoor zorgen dat mensen langer zelfstandig en onafhankelijk kunnen blijven wonen.
Hoofdstuk 4: betrokkenheid en vervolgproces 4.1
Betrokkenheid
Dit beleidskader is tot stand gekomen door inbreng van veel betrokkenen en belanghebbenden zoals de buurtvoorzieningen zelf, de wijkmanagers en opbouwwerkers. Daarnaast zijn de programma’s Jeugd en Onderwijs, Meedoen en Inkomensvoorziening en arbeidsmarkt en de Voor Elkaar Teams betrokken bij het realiseren van dit beleidskader. In 2020 is een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om een buurtvoorziening als versterkend middel in de wijk verder uit te bouwen. Hierbij zijn de programma’s Jeugd en Onderwijs, Meedoen en Inkomensvoorziening en arbeidsmarkt nauw betrokken. Ook is tijdens het onderzoek een groot aantal gesprekken gevoerd met buurtvoorzieningen en maatschappelijke partners. Dit onderzoek heeft het beleidsonderzoek ’Naar een goede voorziening in de buurt’ opgeleverd en vormt feitelijk de basis voor dit beleidskader. Vervolgens heeft op 24 november 2021 een raadstafel plaatsgevonden om hierover de zienswijze van de raad op te halen en input te verkrijgen voor de realisatie van dit beleidskader. Na het tot stand komen van het beleidsonderzoek hebben nog twee bijeenkomsten plaatsgevonden om met alle betrokkenen en belanghebbenden (buurtvoorzieningen, wijkmanagers, opbouwwerkers) in gesprek te gaan over het beleidskader. Daarbij waren ook enige raadsleden aanwezig.
Daarnaast heeft er nog een voorbereidend gesprek plaats gevonden met een afvaardiging van de federatie van buurthuizen. Tot slot hebben ook de financiële adviseurs en de subsidioloog van de gemeente hun input geleverd zodat een goed beeld geschetst kan worden van de financiën en de subsidieverstrekking en -relatie met de buurtvoorzieningen.
4.2
Vervolgproces
Op diverse plaatsen in dit document staan vervolgacties vermeld na vaststelling van dit beleidskader. Hieronder geven we kort weer wat deze zijn. Vaststelling beleidskader: • Collegebesluit 21 december 2021 • Raadstafel en besluitvorming 1e kwartaal 2022 Uitvoeringsplannen en monitor: • Uitvoeringsplan Basis op orde ((hoofdstuk 1.3.1) 1e kwartaal 2022 Vaststelling door college en raad via de Voorjaarsnota 2022
•
Uitvoeringsplan overige punten hoofdstuk 1.3 2e kwartaal 2022 Vaststelling door college, gemeenteraad via raadsmededeling
•
Opzetten een monitoringsinstrument of aansluiting bij (de ontwikkeling van) de monitor sociaal domein (hoofdstuk 1.3.6). Gereed 2e kwartaal 2022. Ter informatie aan college en gemeenteraad.
•
Vanaf 2023 een jaarlijks op te stellen uitvoeringsagenda. Vasstelling door college, gemeenteraad via raadsmededeling
Hoofdstuk 5: Financiën 5.1 Algemeen Om uitvoering te kunnen geven aan dit beleidskader zijn financiële middelen nodig. De gemeente financiert de buurtvoorzieningen. Daarvoor zijn middelen in de begroting gereserveerd en worden subsidies aan de voorzieningen verstrekt. Zoals we ook omschrijven in het eerste hoofdstuk (1.3 en 4.2) van dit beleidsplan brengen we voorzieningen allemaal in beeld en bepalen we hoe wij als gemeente kunnen bijdragen om te zorgen dat de financiële positie en exploitatie op orde komt en blijft. Dit zal in een apart uitvoeringsplan uitgewerkt worden dat voor de voorjaarsnota 2022 wordt opgeleverd.
5.2 Begroting, subsidies Jaarlijks vragen de wijk- en speeltuinverenigingen, buurthuizen en organisaties (buurthuizen) die een algemene voorziening aanbieden een subsidie aan. De wijk- en speeltuinverenigingen en de buurthuizen ontvangen – feitelijk structureel - een waarderingssubsidie voor activiteiten/beheer/exploitatie. Waarderingssubsidie houdt in dat de subsidie wordt verleend maar ook direct wordt vastgesteld, dus zonder verantwoording. Voor de wijk- en speeltuinverenigingen is op de begroting jaarlijks een bedrag geoormerkt. Dit was in de afgelopen jaren een bedrag van rond de € 17.000. Hierbij kregen ze een aanvullende subsidie van € 4.000 in verband met de afschrijvingen speeltoestellen. Vanaf 2022 wordt het bedrag structureel € 21.500 waarbij 2 speeltuinen nog een aanvulling ontvangen € 3.000 voor hun dierenverblijf.” In totaal hebben we in Deventer 9 speeltuinverenigingen. De buurthuizen worden gefinancierd uit de Nadere subsidieregeling Meedoen. De bedragen variëren van € 1.800 tot maximaal € 10.000. Voor de Algemene Voorzieningen is een aparte begrotingspost opgenomen. De gemeente Deventer kent de volgende subsidieregelingen voor aanvullende activiteiten: • Nadere subsidieregeling Meedoen; • Nadere subsidieregeling Kinder- en jongerenactiviteiten; • Vanaf januari 2022; Nadere subsidieregeling Preventie.
Daarnaast heeft WijDeventer een subsidieregeling voor wijkactiviteiten. Verder bestaat er een subsidieregeling ’Activiteiten Internationale Samenwerking’, subsidieregeling ’Programmasubsidie Cultuur’, Subsidieregeling ‘Vitaal Platteland’ en de Nadere subsidieregels voor ’Maatschappelijke opvang, verslavingszorg, openbare geestelijke gezondheidszorg en beschermd wonen’. Deze zijn echter niet geschikt voor de wijk- en speeltuinverenigingen en buurthuizen.
5.3 Begroting, overig Hieronder is in beeld gebracht wat de huidige overige budgetmogelijkheden zijn. Deze budgetten zijn bedoeld voor activiteiten, specifieke prestaties. Deze activiteiten of prestaties zouden in buurthuizen plaats kunnen vinden, waarmee er een bijdrage geleverd kan worden aan de goede voorziening in de buurt. In maart 2021 heeft de gemeente een compensatiepakket corona ontvangen, daarnaast hebben door het corona virus meerdere projecten/activiteiten niet plaats kunnen vinden.
Voor 2022 resulteert dit in de volgende budgettaire mogelijkheden: * Corona compensaties - Eenzaamheid tegen ouderen
€165.000
- Kwetsbare groepen
€244.000
- Jongerenwerk jeugd
€80.000
- Ontmoeten jeugd
€50.000
Subsidieregeling jongerenactiviteiten
€ 52.000
Preventiefonds **
€300.000
Eén meedoen budget
€100.000
Individuele naar collectieve voorzieningen
€75.000
Daarnaast is bij de derde kwartaalrapportage 2021 een reserve ‘Versterking sociale structuur in de wijken en dorpen’ gevormd (€ 450.000) *. De specifieke toetsingscriteria voor onttrekking uit de reserve zijn nog niet vastgesteld en worden in het eerste kwartaal 2022 opgesteld en voorgelegd. Vanwege de diversiteit aan mogelijkheden en voorwaarden zal de gemeente voor de buurtvoorzieningen inzichtelijk maken welke mogelijkheden er zijn, welke voorwaarden er gelden en bij wie ze terecht kunnen. * Onder voorbehoud van kosten die in december 2021 worden gemaakt. ** Het preventiefonds is bij de voorjaarsnota beschikbaar gesteld voor de jaren 2022 t/m 2024. Dit geld is specifiek bedoeld als activiteitenbudget vanuit de Wmo.