CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-389 Delegatiebesluit omgevingsplan

Raadsvergadering 6 juli 2022, gemeente DeventerBij agendapunt: Implementatie Omgevingswet1.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Delegatiebesluit Omgevingsplan

De raad delegeert de vaststelling van de volgende delen van het omgevingsplan Deventer aan het college van burgemeester en wethouders: 1. het omgevingsplan in overeenstemming brengen met verleende omgevingsvergunningen, waarmee is afgeweken van het omgevingsplan. 2. het vertalen van beleid(sregels) van raad en college (waaronder omgevingsvisie en omgevingsprogramma’s) in het omgevingsplan. 3. het opnemen van nieuwe ontwikkelingen in lijn met bestaande categorie-indeling bij de verklaring van geen bedenkingen. 4. het opnemen van nieuwe ontwikkelingen die geen onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor adviesrecht geldt. 5. het uitwerken van bestaande uitwerking- en wijzigingsbevoegdheden uit bestemmingsplannen volgens de door de raad gestelde regels en voorwaarden. 6. het uitvoeren van de hogere regelgeving, voor zover hier geen afwegings- of beleidsruimte in aanwezig is.

Toelichting Delegatiebesluit Omgevingsplan Inleiding Eén van de verbeterdoelstellingen van de omgevingswet is snellere bestuurlijke besluitvorming. Ook in de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan is een mogelijkheid opgenomen de besluitvorming te versnellen, namelijk het delegatiebesluit. Omgevingswet, Artikel 2.8 (delegatie) De gemeenteraad, het algemeen bestuur van een waterschap of provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, de waterschapsverordening of de omgevingsverordening delegeren aan het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van het waterschap respectievelijk gedeputeerde staten.

Het delegatiebesluit houdt in dat de gemeenteraad de bevoegdheid om onderdelen van het omgevingsplan te wijzigen, kan delegeren aan het college van burgmeester en wethouders. De gemeenteraad stelt hiervoor een lijst met gevallen vast waarvoor zij het college bevoegd achten om voor die onderdelen het omgevingsplan te wijzigen.

Uitgangspunten In het delegatiebesluit zijn verschillende categorieën opgenomen, waarbij aansluiting is gezocht bij de bevoegdheden uit de huidige praktijk, ten tijde van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit betekent dat er voor de gevallen waarvoor het college onder bijvoorbeeld de Wro of de Wabo bevoegd gezag is, ook onder de Omgevingswet het college het bevoegd gezag kan blijven. Eveneens is er aansluiting gezocht bij de omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij adviesrecht van de raad van toepassing is. Dit om te voorkomen dat de bevoegdheid afhankelijk wordt van de gekozen procedure. Dit betekent dat de raad bevoegd blijft voor het wijzigen van het omgevingsplan als het een omgevingsplanactiviteit betreft die genoemd is op de ‘lijst van gevallen voor bindend adviesrecht’. Het omgekeerde geldt ook. Staat een omgevingsplanactiviteit niet in de ‘lijst van gevallen voor bindend adviesrecht’, dan kan de besluitvorming indien het omgevingsplan gewijzigd wordt, in beginsel gedelegeerd worden aan het college. Tevens is bij het bepalen van de categorieën voor delegatie aangehouden dat de hoofdlijnen en de kaders gesteld worden door de gemeenteraad en dat de uitvoering door het college wordt gedaan.

Tot slot kan het college voor ontwikkelingen, waarbij het de verwachting is dat aanzienlijke gevolgen ontstaan en/of mogelijke bedenkingen van belanghebbenden zijn, besluiten geen gebruik te maken van het delegatiebesluit en de besluitvorming alsnog over te laten aan de gemeenteraad.

Categorieën voor delegatie Voor de volgende categorieën geldt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van een wijziging van het omgevingsplan bij het college ligt: 1. het omgevingsplan in overeenstemming brengen met verleende omgevingsvergunningen, waarmee is afgeweken van het omgevingsplan. De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s) binnen vijf jaar moet verwerken in het omgevingsplan. De raad stuurt op hoofdlijnen en het overnemen van verleende omgevingsvergunningen is een administratieve handeling welke uitgevoerd kan worden door het college. 2. Vertalen van beleid(sregels) van raad en college in het omgevingsplan. Voor het opstellen van een omgevingsplan stelt de gemeenteraad kaders. Dit gebeurt via de omgevingsvisie. In omgevingsprogramma’s worden onderdelen uit de omgevingsvisie uitgewerkt. De

bevoegdheid tot het opstellen van omgevingsprogramma’s ligt bij het college. Concrete ambities uit de omgevingsvisie en uit de omgevingsprogramma’s waarvan doorvertaling in het omgevingsplan nodig is, kunnen gedelegeerd worden aan het college. Ook andere door de raad of het college vastgestelde beleidsregels die doorvertaling in het omgevingsplan behoeven, kunnen door het college worden verwerkt in het omgevingsplan. Het gaat immers om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging en kaderstelling door de gemeenteraad. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. Bij het delegeren van het wijzigen van het omgevingsplan aan het college bij reeds vastgesteld beleid zijn enkele uitzonderingen te benoemen. Voor de volgende onderwerpen blijft de raad altijd bevoegd gezag: - Het plaatsen van een antenne-installatie hoger dan 40 meter - Voorzieningen voor de grootschalige opwek van (duurzame) energie, zoals windturbines, grondgebonden zonnevelden, waterstofproductie en -opslag, biomassacentrales.

- Ontwikkelingen waarop de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (inclusief Kwaliteitsimpuls Agro & Food en Kwaliteitsimpuls zonnevelden) van toepassing is en waarbij maatwerk wordt geleverd bij het bepalen van de investering in de ruimtelijke kwaliteit die nodig is om de gevraagde ontwikkelingsruimte te compenseren. - Bouwen, veranderen of uitbreiden van gebouwen en/of wijzigen van het gebruik van gebouwen en aansluitende gronden voor volumineuze en/of grootschalige detailhandel. Het college kan voor ontwikkelingen, waarbij het de verwachting is dat aanzienlijke gevolgen ontstaan en/of mogelijke bedenkingen van belanghebbenden zijn, besluiten geen gebruik te maken van het delegatiebesluit en de besluitvorming alsnog over te laten aan de gemeenteraad. 3. Nieuwe ontwikkelingen in lijn met bestaande categorie-indeling bij de verklaring van geen bedenkingen. Onder Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) worden initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan (2e of 3e graads omgevingsvergunningen) of onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) middels een bestemmingsplanherziening. De bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan (3e graads omgevingsvergunningen) ligt in beginsel bij de gemeenteraad.

Echter heeft de gemeenteraad categorieën van gevallen benoemd waarvoor zij het college bevoegd acht de vergunning te verlenen. Dit betreft de algemene verklaring van geen bedenkingen (zie bijlage 1). Deze categorie-indeling biedt een goede basis voor delegatie bij nieuwe ontwikkelingen indien hiervoor het omgevingsplan gewijzigd dient te worden. Ook binnen deze categorie geldt dat het college voor ontwikkelingen, waarbij het de verwachting is dat aanzienlijke gevolgen ontstaan en/of mogelijke bedenkingen van belanghebbenden zijn, kan besluiten geen gebruik te maken van het delegatiebesluit en de besluitvorming alsnog over te laten aan de gemeenteraad. 4. Projecten die geen onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor adviesrecht geldt Voor projecten en ontwikkelingen die niet zijn opgenomen binnen de categorieën waarvoor het nodig is om bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een advies te vragen aan de raad, is er geen rol weggelegd voor de raad. Voor deze projecten en ontwikkelingen is daarom het college het bevoegd gezag als het gaat om het wijzigen van het omgevingsplan. Het gaat hierbij om de koppeling tussen adviesrecht en delegatiebesluit om een verschil in bevoegd gezag te voorkomen. 5.

Bestaande uitwerking- en wijzigingsbevoegdheden In de huidige bestemmingsplannen zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen waarin wordt bepaald dat voor deze specifieke gevallen of locaties het college bevoegd gezag is voor het wijzigen of uitwerken van het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet bestaan deze instrumenten tot het wijzigen of uitwerken van het omgevingsplan niet meer. De aangewezen locaties zijn echter wel onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. In veel van deze gevallen kan voor het uitvoeren van de ontwikkeling gebruik gemaakt worden van de binnenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvan de bevoegdheid bij het college ligt (artikel 22.32 bruidsschat). Voor die locaties waarvoor het wenselijk is om het omgevingsplan te wijzigen kan het college bevoegd

blijven. De kaders (wijzigingsvoorwaarden en uitwerkingsregels) zijn namelijk reeds vastgesteld door de raad. 6. Het uitvoeren van de hogere regelgeving, voor zover hier geen afwegings- of beleidsruimte in aanwezig is Onder hogere regelgeving worden onder andere verstaan de instructieregels vanuit het Rijk en de Provincie. Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Vanuit het Rijk en de Provincie zijn onder de huidige wetgeving ook al instructieregels opgenomen. Bijvoorbeeld het opnemen van de beschermingszones van de primaire waterkeringen in het bestemmingsplan. Indien binnen deze regels geen afwegings- of beleidsruimte aanwezig is, kan de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan naar aanleiding van een instructieregel gedelegeerd worden aan het college.

BIJLAGE: CATEGORIEËNLIJST VERKLARING VAN GEEN BEDENKINGEN (voor gevallen waarvoor een vergunning nodig is waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan middels een uitgebreide procedure (“3e graads afwijking”) (zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 31 mei 2017, besluitnummer 2017-574)

De algemene verklaring van geen bedenkingen voor de volgende categorieën als volgt vast te stellen, mits er geen sprake is van strijd met door de gemeenteraad vastgesteld ruimtelijk beleid en/of kaders: 1. realisering, verandering, vervanging en uitbreiding van woningen/woongebouwen/wooneenheden met bijbehorende gronden, bouwwerken en voorzieningen; 2. realisering, verandering, vervanging en uitbreiding van bouwwerken en/of functiewijziging ten behoeve van detailhandel, horecagelegenheden, maatschappelijke voorzieningen, sport, recreatie, ontspanning, cultuur, kantoren en bedrijven met de daarbij behorende gronden en voorzieningen, met dien verstande dat: a) deze categorie niet van toepassing is op volumineuze en grootschalige detailhandel; b) combinaties van genoemde voorzieningen hieronder vallen, evenals de combinatie met het wonen; 3. realisering van nieuwe en het aanpassen van bestaande weg-, water-, parkeer, fiets- en groenvoorzieningen, inclusief bijbehorende bouwwerken en gronden, aanlegsteigers hieronder begrepen; 4. realisering van openbare nutsvoorzieningen en algemene voorzieningen, zoals fietsenstallingen, trafohuisjes, ontmoetingsplaatsen, etc; 5. realisering, verandering, vervanging en uitbreiding van agrarische gebouwen met bijbehorende gronden, bouwwerken en voorzieningen; 6.

realisering van projecten/initiatieven die passen binnen de wijzigingsregels die zijn opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen en voor zover het college van burgemeester en wethouders bevoegd is deze wijzigingsbevoegdheid toe te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11632438/1