CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-2585 Toelichting en regels BP stad en dorpen deel C WKC Colmschate

Raadsvergadering 17 november 2021, gemeente DeventerBij agendapunt: Chw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen15.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.7

de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

43

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

2.8

de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

44

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Hoofdstuk 2 Artikel 3

3.1

Functieregels

Detailhandel

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Detailhandel is toegelaten: a. detailhandel; met de daarbij behorende voorzieningen.

45

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 4

4.1

Detailhandel - begane grond

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Detailhandel - begane grond is toegelaten: a. detailhandel; 1. deze functie is alleen toegestaan op de begane grond (eerste bouwlaag). met de daarbij behorende voorzieningen.

46

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Artikel 5

5.1

Dienstverlening - begane grond

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Dienstverlening - begane grond is toegelaten: a. Dienstverlening - begane grond; 1. deze functie is alleen toegestaan op de begane grond (eerste bouwlaag). met de daarbij behorende voorzieningen.

47

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 6

6.1

Horeca - 2a begane grond

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Horeca - 2a begane grond is toegelaten: a. horecabedrijven in de categorie 2a, 2b, 3a of 3b (zoals beschreven in Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten); 1. deze functie is alleen toegestaan op de begane grond (eerste bouwlaag); met de daarbij behorende voorzieningen, waaronder terrassen.

48

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Artikel 7

7.1

Maatschappelijk

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Maatschappelijk is toegelaten: a. maatschappelijke voorzieningen, ten behoeve van: 1. welzijn; 2. gezondheidszorg; 3. religie, levensbeschouwelijke voorzieningen; 4. openbare dienstverlening; 5. onderwijs, educatieve voorzieningen; 6. jeugd-/kinderopvang; 7. openbare speelterreinen/speelplaatsen; 8. verenigingsleven; 9. sociaal-culturele voorzieningen; met de daarbij behorende voorzieningen.

49

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 8

8.1

Maatschappelijk - begane grond

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Maatschappelijk - begane grond is toegelaten: a. maatschappelijke voorzieningen, alleen toegestaan op de begane grond (eerste bouwlaag), ten behoeve van: 1. welzijn; 2. gezondheidszorg; 3. religie, levensbeschouwelijke voorzieningen; 4. openbare dienstverlening; 5. onderwijs, educatieve voorzieningen; 6. jeugd-/kinderopvang; 7. openbare speelterreinen/speelplaatsen; 8. verenigingsleven; 9. sociaal-culturele voorzieningen;

met de daarbij behorende voorzieningen.

50

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Artikel 9

9.1

Wonen

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Wonen is toegelaten: a. het wonen, in niet gestapelde vorm; 1. al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis conform het gestelde in artikel 16.2 en kleinschalige kinderopvang conform het gestelde in artikel 16.3; b. zorgwoningen, uitsluitend indien omgevingsvergunning is verleend zoals bedoeld in artikel 9.2.1 onder b.; met de daarbij behorende voorzieningen.

9.2

Afwijken van de toegelaten functies

9.2.1

Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in a. artikel 9.1 en worden toegestaan dat gronden worden gebruikt ten behoeve van zorgwoningen.

9.2.2

Toepassingsvoorwaarden De in het vorige lid genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g.

het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; de parkeersituatie; de sociale veiligheid.

51

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 10

10.1

Wonen - gestapeld

Toegelaten functies Ter plaatse van de functie Wonen - gestapeld is toegelaten: a. het wonen, in gestapelde vorm; 1. al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis conform het gestelde in artikel 16.2 en kleinschalige kinderopvang conform het gestelde in artikel 16.3; b. zorgwoningen, uitsluitend indien omgevingsvergunning is verleend zoals bedoeld in artikel 10.2.1; met de daarbij behorende voorzieningen

10.2

Afwijking van de toegelaten functies

10.2.1 Bevoegdheid Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.1 en worden toegestaan dat gronden worden gebruikt ten behoeve van zorgwoningen. 10.2.2 Toepassingsvoorwaarden De in het vorige lid genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g.

52

het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; de parkeersituatie; de sociale veiligheid.

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Hoofdstuk 3

Artikel 11

11.1

Bouwregels

Bouwregel-07

Bouwregels Ter plaatse van de 'Bouwregel-07' gelden de volgende regels:

11.1.1 Gebouwen a. gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' mogen de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan is aangeduid; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag het bebouwingspercentage per bouwvlak niet meer bedragen dan is aangeduid, met dien verstande dat als er geen bebouwingspercentage is aangegeven het 100% mag bedragen. 11.1.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer dan 8 m bedragen; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak niet meer dan 1 m mag bedragen.

11.2

Afwijken van de bouwregels

11.2.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 11.1.2 onder b en worden toegestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak mag worden verhoogd tot 2 m. 11.2.2 Toepassingsvoorwaarden Het bepaalde in het vorige lid kan slechts worden toegepast, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: a. b. c. d. e. f. g. h.

het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; de parkeersituatie; de sociale veiligheid; tevens dienen bij het plan de aspecten hittestress en klimaatadaptatie in voldoende mate te zijn betrokken.

53

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

54

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Hoofdstuk 4 Artikel 12

12.1

Dubbelbestemmingen

Waarde - Archeologie - 3

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar toegelaten functie(s), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische verwachtingswaarden.

12.2

Bouwregels

12.2.1 Archeologisch rapport Onverminderd de andere op deze locatie voorkomende bouwregels, zoals opgenomen in hoofdstuk 3, 4, en 5, is de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of bouwwerken: a. met een oppervlakte groter dan 200 m2; b. waarbij benodigde grondingrepen, zoals graafwerkzaamheden en heiwerkzaamheden, dieper zijn dan 0,5 m onder maaiveld, en c. die worden gebouwd op en/of in de gronden als bedoeld in artikel 12.1 , verplicht een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: a. het bouwen uitsluitend betrekking heeft op de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of b. de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen al voldoende vaststaat.

12.2.2 Koppelen voorschriften Indien uit het in lid 12.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen een of meerdere van de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten of archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onder h, van de Monumentenwet 1988; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties.

55

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. op en/of in de gronden als bedoeld in artikel 12.1, en b. over een oppervlakte groter dan 200 m2, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.

het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen; het aanbrengen van beplanting die dieper wortelt dan 0,50 m.; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen; voor zover deze werken of werkzaamheden bodemverstoringen met een diepte van meer dan 0,50 m onder maaiveld tot gevolg hebben. 12.3.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in artikel 12.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van archeologisch onderzoek en/of het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; c. indien op basis van door een deskundige uitgevoerd bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische monumenten of waarden aanwezig zijn; d. die noodzakelijk zijn met het oog op het realiseren van een bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; e.

waarmee is begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan indien daarvoor geen vergunning vereist was; f. waarmee op grond van een omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding worden van het plan. 12.3.3 Archeologisch rapport De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.3.1 is verplicht een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen in voldoende mate is vastgesteld, tenzij de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen al voldoende vaststaat.

56

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

12.3.4 Toepassingsvoorwaarden De in artikel 12.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de betrokken archeologische waarden door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden.

12.4

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemmingsvlakken van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3' naar ligging te verschuiven of naar omvang te vergroten of te verkleinen en in voorkomend geval uit het plan te verwijderen, indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van gronden al dan niet behoudenswaardig zijn, niet langer aanwezig zijn of juist wel aanwezig blijken te zijn.

57

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 13

13.1

Waarde - Archeologie - 4

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar toegelaten functie(s), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische verwachtingswaarden.

13.2

Bouwregels

13.2.1 Vaststelling archeologische waarde Onverminderd de andere op deze locatie voorkomende bouwregels, zoals opgenomen in hoofdstuk 3, 4, en 5, is de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of bouwwerken: a. met een oppervlakte groter dan 200 m2; b. waarbij benodigde grondingrepen, zoals graafwerkzaamheden en heiwerkzaamheden, dieper zijn dan 0,5 m onder maaiveld, en c. die worden gebouwd op en/of in de gronden als bedoeld in artikel 13.1, verplicht een rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: a. het bouwen uitsluitend betrekking heeft op de vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder maaiveld, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering, of b. de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen al voldoende vaststaat.

13.2.2 Koppelen voorschriften archeologisch rapport Indien uit het in lid 13.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen een of meerdere van de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten of archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onder h, van de Monumentenwet 1988; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties. 13.2.3 Visuele waarneming (oppervlakte tussen 100 en 200 m2) Indien de ingreep meer dan 100m2 maar minder dan 200m2 bedraagt kan aan de omgevingsvergunning de voorwaarde worden verbonden dat gelegenheid moet worden geboden voor een archeologische waarneming tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

58

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

13.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.3.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: a. op en/of in de gronden als bedoeld in artikel 13.1, b. over een oppervlakte groter dan 200 m2, de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

a. b. c. d. e.

het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; het verlagen van de bodem of het afgraven van gronden; het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen; het aanbrengen van beplanting die dieper wortelt dan 0,50 m.; het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies; g. het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen; h. het uitvoeren van sloopwerkzaamheden met een bodemverstorende werking. voor zover deze werken of werkzaamheden bodemverstoringen met een diepte van meer dan 0,50 m onder maaiveld tot gevolg hebben. 13.3.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in artikel 13.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van archeologisch onderzoek en/of het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; c. indien op basis van door een deskundige uitgevoerd bureauonderzoek of inventariserend veldonderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische monumenten of waarden aanwezig zijn; d.

die noodzakelijk zijn met het oog op het realiseren van een bouwwerk, waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; e. waarmee is begonnen ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan indien daarvoor geen vergunning vereist was; f. waarmee op grond van een omgevingsvergunning of ontgrondingvergunning is of mag worden begonnen ten tijde van de inwerkingtreding worden van het plan. 13.3.3 Archeologisch rapport De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.3.1 is verplicht een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is die vergunning te verlenen in voldoende mate is vastgesteld, tenzij a. de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het bestuursorgaan dat bevoegd is

59

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

die vergunning te verlenen al voldoende vaststaat; b. de werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte groter dan 100m2 maar kleiner dan 200 m2. 13.3.4 Toepassingsvoorwaarden De in artikel 13.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de betrokken archeologische waarden door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden. 13.3.5 Koppelen voorschriften a. Indien de ingreep meer dan 100m2 maar minder dan 200m2 bedraagt kan aan de vergunning het voorschrift worden verbonden tot het bieden van gelegenheid voor een archeologische waarneming tijdens de werkzaamheden. b. Indien uit het in artikel 13.3.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen een of meerdere van de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten of archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen in de zin van artikel 1, onder h, van de Monumentenwet 1988; 3.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties.

13.4

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemmingsvlakken van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4' naar ligging te verschuiven of naar omvang te vergroten of te verkleinen en in voorkomend geval uit het plan te verwijderen, indien als gevolg van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van gronden al dan niet behoudenswaardig zijn, niet langer aanwezig zijn of juist wel aanwezig blijken te zijn.

60

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Hoofdstuk 5 Artikel 14

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

61

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 15

15.1

Algemene bouwregels

Bestaande afstanden en maten a. In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand van bouwwerken, die rechtens tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in of krachtens het bepaalde in Hoofdstuk 3 Bouwregels van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud of afstand in afwijking daarvan als minimaal voorgeschreven respectievelijk maximaal toegestaan.

62

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Artikel 16

16.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik a. Er is sprake van strijdig gebruik indien gronden en bouwwerken anders worden gebruikt dan bepaald in de ter plaatse toegelaten functie(s); b. Tot een strijdig gebruik, strijdig met de toegelaten functie(s), wordt in ieder geval gerekend: 1. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; 2. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een speelautomatenhal; 3. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een kinderboerderij; 4. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt motorbrandstof; 5. het gebruik van onbebouwde gronden als stand- of ligplaats van onderkomens, en als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de toegelaten functie(s) gerichte beheer van de gronden; 6. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel waarbij geen sprake is van incidenteel, in beperkte mate, en voortvloeiend uit en ondergeschikt aan de overige op het perceel toegelaten activiteiten, met uitzondering van gronden waarbij middels een specifieke functie detailhandel is toegelaten; 7. het gebruik van bijgebouwen ten behoeve van bewoning;

16.2

Beroep of bedrijf aan huis Gebruik van ruimten binnen een woning (i.c. hoofdgebouw, aanbouwen, uitbouwen en/of bijgebouwen) ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis wordt overeenkomstig de toegelaten functie(s) aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het gebruik dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; b. alleen beroepen of bedrijven zijn toegestaan die in de van deze planregels deel uitmakende Bijlage 1 Staat van beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis zijn aangeduid als milieucategorie 1, of beroepen en bedrijven die gezien de gevolgen daarvan voor de omgeving redelijkerwijs met deze bedrijven kunnen worden gelijkgesteld; c. het gebruik mag geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte hebben; d. maximaal 35% van de vloeroppervlakte van de woning (met inbegrip van de gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen), tot ten hoogste (en in totaal) 50 m2 mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep of bedrijf; e. er mag geen detailhandel of groothandel plaatsvinden; f. er mag geen horeca plaatsvinden, waarbij in afwijking hiervan een Bed and Breakfast-voorziening mag worden gerealiseerd mits: 1.

de toeristisch recreatieve overnachtingsmogelijkheid niet als zelfstandige wooneenheid functioneert (de realisatie van een aparte kookgelegenheid is niet toegelaten); 2. het authentieke uiterlijk of de verschijningsvorm van de woning wordt gehandhaafd; 3. het maximaal aantal bedden ten dienste van de Bed and Breakfast-voorziening niet meer dan 4 bedraagt. g. er mag geen seksinrichting worden opgericht; h. het beroep of bedrijf dient door een bewoner van de woning te worden uitgeoefend.

63

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

16.3

Kleinschalige kinderopvang

16.3.1 Gebruiksregels Gebruik van ruimten binnen een bedrijfswoning of woning (i.c. hoofdgebouw , aanbouwen, uitbouwen en/of bijgebouwen) ten behoeve van kleinschalige kinderopvang wordt overeenkomstig de toegelaten functie(s) aangemerkt, voor zover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het maximaal aantal kinderen dat gelijktijdig mag worden opgevangen is 6; b. het gebruik dient qua aard, milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; c. het gebruik mag geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte hebben. 16.3.2 Toepassingsbereik Het bepaalde in lid 16.3.1 is niet van toepassing op een bedrijfswoning of woning (i.c. hoofdgebouw, aanbouwen, uitbouwen en/of bijgebouwen), die geheel of gedeeltelijk ligt binnen: a. b. c. d.

een beschermingszone van een hoofdtransportaardgasleiding; een veiligheidszone van een lpg-vulpunt; een veiligheidszone van een munitieopslag; een straal van 160 meter vanaf gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf risicobron'; e. een jaargemiddelde magneetveld langs hoogspanningslijnen hoger dan 0,4 microtesla (µT).

16.4

Voorwaardelijke verplichting parkeren auto's en fietsen, laden en lossen

16.4.1 Gebruiksregels a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen, waarbij sprake is van een parkeerbehoefte, wordt niet eerder verleend dan nadat in voldoende mate is voorzien in parkeergelegenheid voor auto's en fietsen , overeenkomstig de 'Beleidsregels Parkeren bestemmingsplannen Deventer' (2015) en de 'Nota parkeernormen 2013'; b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen, waarbij sprake is van een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, wordt niet eerder verleend dan nadat in voldoende mate is voorzien in ruimte voor het laden en lossen van goederen, overeenkomstig de 'Beleidsregels Parkeren bestemmingsplannen Deventer' (2015) en de 'Nota parkeernormen 2013'; c. Als de onder a bedoelde beleidsregels en de 'Nota parkeernormen' worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden. 16.4.2 Afwijken van de gebruiksregels a.

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning en overeenkomstig de Beleidsregels parkeren bestemmingsplannen Deventer (2015) afwijken van het bepaalde in artikel 16.4.1 onder a en b inzake de eis dat in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen en ruimte voor laden en lossen moet worden voorzien, mits in dat geval sprake is van een integrale afweging en daarmee een ander, zwaarder wegend belang wordt gediend en dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de openbare ruimte. b. Als de onder a bedoelde beleidsregels of nota wordt gewijzigd, dan wordt met die wijziging rekening gehouden.

64

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

16.4.3 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte dan wel een behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen zonder dat hierin in voldoende mate is voorzien overeenkomstig de 'Beleidsregels Parkeren bestemmingsplannen Deventer' (2015) en de 'Nota Parkeernormen 2013' van de gemeente Deventer.

65

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 17

17.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingsregels Met omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de functie- en/of bouwregels in die zin dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de functie- en/of bouwregels in die zin dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft.

66

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Artikel 18

18.1

Algemene wijzigingsregels

Wijziging bestemmings- en bouwvlakken Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de situering en de vorm van de aangegeven bestemmingsvlak en bouwvlakken worden gewijzigd dan wel nieuwe bouwvlakken worden aangegeven, mits: a. de geluidbelasting van geluidgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeurgrenswaarde, of een vastgestelde hogere grenswaarde; b. er dient te zijn voldaan aan alle geldende milieukwaliteitseisen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de parkeersituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 6. de sociale veiligheid.

67

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

68

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Hoofdstuk 6 Artikel 19

19.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

19.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 19.1.2 Bevoegdheid Het bevoegd gezag kan eenmalig, in afwijking van het bepaalde in artikel 19.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 19.1.1 met maximaal 10%. 19.1.3 Uitzondering Artikel 19.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

19.2

Overgangsrecht ten aanzien van het gebruik

19.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 19.2.2 Verbod verandering gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 19.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 19.2.3 Verbod hervatting strijdig gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 19.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 19.2.4 Uitzondering Artikel 19.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

69

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

Artikel 20

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate'

70

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Bijlagen bij de regels

Bijlage 1 Staat van beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

71

Bijlage:

Staat van beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis

SBI-2008

OMSCHRIJVING

AFSTANDEN IN METERS

Geur

Stof

581

Uitgeverijen (kantoren)

0

0

10

0

10

1

1P

1

182

Reproduktiebedrijven opgenomen media

0

0

10

0

10

1

1G

1

Autobeklederijen

0

0

10

10

10

1

1G

1

Handelsbemiddeling (kantoren)

0

0

10

0

10

1

1P

1

Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

0

0

10

10

10

1

1P

1

Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)

0

0

10

0

10

1

2P

1

5222

Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)

0

0

10

0

10

1

2P

1

791

Reisorganisaties

0

0

10

0

10

1

1P

1

5229

Expediteurs, cargadoors (kantoren)

0

0

10

0

10 D

1

1P

1

45204

B

461 952 50, 51

A

Visueel

Verkeer

Categorie

Grootste Afstand

Gevaar

Geluid

NR

INDICES

61

A

Telecommunicatiebedrijven

0

0

10 C

0

10

1

1P

1

41, 68

A

Verhuur van en handel in onroerend goed

0

0

10

0

10

1

1P

1

62

A

Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.

0

0

10

0

10

1

1P

1

722 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 A 8621, 8622, 8623

Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

0

0

10

0

10

1

1P

1

Overige zakelijke dienstverlening: kantoren

0

0

10

0

10 D

1

2P

1

Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven

0

0

10

0

10

1

2P

1

8691, 8692

Consultatiebureaus

0

0

10

0

10

1

1P

1

9101, 9102

Ateliers, e.d.

0

0

10

0

10

1

2P

1

9602

Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten

0

0

10

0

10

1

1P

1

Persoonlijke dienstverlening n.e.g.

0

0

10 C

0

10 D

1

1P

1

9609

B

Nadere toelichting staat van beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis 1. Hoofdindeling De tabel in bijlage 2 omvat de bedrijfstypen met codering volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI) 2008. Bij de bedrijfsindeling is rekening gehouden met de normaliter bij deze bedrijven voorkomende opslagen en installaties. De gegevens uit de tabel zijn afkomstig uit de VNG brochure "Bedrijven en milieuzonering" van maart 2009. 2. Omgevingstypen De richtafstanden in de tabel zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee omgevingstypen die hieronder worden beschreven. - Rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties ) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied, stiltegebied of een natuurgebied. - Gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal van belang. 3. Afstanden voor geur, stof, geluid en gevaar Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woonbebouwing, om hinder en schade aan mensen tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Voor elk van de aspecten is de noodzakelijk geachte afstand bepaald. In principe geldt de afstand tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. Uit de vier verkregen afstanden kan de uiteindelijk noodzakelijk geachte afstand worden afgeleid: de grootste van de vier. Bij deze invulling zijn de volgende afstandscategorieën gehanteerd: Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1000 m 1500 m

Mocht een bedrijf meerdere SBI-codes kennen, dan moet voor elk aspect de grootste afstand worden genomen. Dat geldt ook voor de gebruikte installaties en opslagen. Opgemerkt dient te worden dat de methodiek in de eerste plaats is ontwikkeld om in nieuwe situaties een vestigingsplaats voor een bedrijf vast te stellen en niet voor toetsing van bestaande situaties. Daarom wordt bij bestaande situaties uitgegaan van de maatregelen, die voor een nieuwe vestiging van een dergelijk bedrijfs- /activiteitstype redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Verder gelden de afstanden alleen in relatie tot rustige woonwijken gelegen in zuivere woongebieden, dus niet voor woningen die in gebieden liggen met een andere bestemming of kwalificatie. Voor de toepassing van deze methodiek op bestaande situaties is het zeker niet zo dat elk bedrijf, dat is gevestigd op kortere afstand tot aaneengesloten woonbebouwing dan de wenselijke, zonder meer onaanvaardbaar is. Wel geeft de gewenste afstand een maat voor de potentiële hinder, gevaar of schade. 4. Geluid Bij bepaalde bedrijfstypen is na de afstand voor geluid de letter C van "continu" aangegeven. Dat houdt in dat de meeste bedrijven in dat bedrijfstype continu -dag en nacht (evt. ook in de weekends)- die activiteiten uitoefenen die (mede) bepalend zijn voor het geluidniveau.

Bij bepaling van de afstand voor geluid is rekening gehouden met "continu" in die zin dat de afstand voor een "continu bedrijf", dus met C, één stap (categorie) hoger is dan voor een vergelijkbaar niet-continu bedrijf. Voorts is bij bepaalde bedrijfstypen na de afstand voor geluid de letter Z van "zonering" opgenomen. Dit betreft bedrijven die zeer veel geluid produceren en als zodanig zijn aangewezen in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb), krachtens de Wet milieubeheer. Indien dergelijke bedrijven in het bestemmingsplan voorkomen of daarin niet worden uitgesloten, moet in dat plan een geluidszone worden opgenomen. 5. Gevaar In de kolom gevaar is een richtafstand aangegeven, die bij een gemiddelde activiteit van dat type aangehouden kan worden. Het betreft alle gevaarsaspecten inclusief brandgevaar en stofexplosies. Bij een aantal bedrijven is de letter R van "risico" opgenomen. Bedrijven waarbij dit het geval is, ontplooien mogelijk activiteiten die onder de werking van het Bevi vallen of gaan vallen. Voor deze activiteiten dient altijd te worden nagegaan of het Bevi van toepassing is. In de kolom gevaar is de letter V van "vuurwerk" opgenomen voor activiteiten waarop het vuurwerkbesluit van toepassing is. De D van "divers" is opgenomen voor bedrijven waarvan de activiteiten een grote variatie in milieubelasting vertonen.

Dit dient per geval nader te worden bezien. 6. Index voor verkeeraantrekkende werking Naast de genoemde milieuaspecten kan ook de verkeersaantrekkende werking van belang zijn voor de toelaatbaarheid van milieubelastende activiteiten op een bepaalde locatie. Dit aspect kan niet worden vertaald naar afstanden, maar is weergegeven met een kwalitatieve index die loopt van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1: potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2: potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3: potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P).

7. Verklaring gebruikte afkortingen -

:

niet van toepassing / niet relevant

<:

kleiner dan

>=:

groter dan of gelijk aan

cat.:

categorie

kl.:

klasse

n.e.g.:

niet elders genoemd

o.c.:

opslagcapaciteit

p.c.:

productie-capaciteit

p.o.:

productie-oppervlak

v.c.:

verwerkingscapaciteit

u:

uur

d:

dag

w:

week

j:

jaar

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Colmschate

76

vastgesteld bestemmingsplan Chw Deventer, stad en dorpen, WKC Co lmschate

Bijlage 2 Staat van horeca-activiteiten

77

Bijlage 2

Staat van horeca-activiteiten Categorie 1: Grootschalige vormen van horeca-activiteiten (met een oppervlakte van 200 m² en meer) waar in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie in het algemeen meer aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt en meer druk op de openbare orde met zich meebrengt. Hierbij wordt het volgende onderscheid gemaakt: - categorie 1a: discotheken, dancings, nachtclubs; - categorie 1b: gecombineerd eten/drinken/dansen (met kleine dansvloer van maximaal 50 m²)

Categorie 2: Categorie 2 maakt onderscheid tussen twee subcategorieën: - categorie 2a: vormen van horeca die zich qua exploitatie richten op drankenverstrekking (café, bars, besloten feestzaal) welke doorgaans minder druk op de omgeving veroorzaken en - categorie 2b: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt: restaurants, hotels, pensions, bodega's. Categorie 3: Vormen van horeca-activiteiten waarvan de exploitatie normaliter géén aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en geen druk op de openbare orde met zich mee kan brengen. Categorie 3 maakt onderscheid tussen twee subcategorieën: - categorie 3a. vormen van zelfstandige horeca die zich qua exploitatie en qua openingstijden richten op de winkelactiviteiten - categorie 3b. overige facilitaire/ondersteunende horeca als ondersteuning aan de andere hoofdfunctie

Toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten Het onderscheid tussen de categorieën wordt primair gebaseerd op de in het algemeen te verwachten effecten op het woon- en leefklimaat. Daarnaast speelt ook de omvang van het bedrijf en de vorm van exploitatie een rol. Categorie 1: In de 'zwaarste' categorie 1 zijn de te verwachten (negatieve) effecten het grootst. Er wordt op grond van de bedrijfskenmerken een verschil wordt gemaakt tussen grootschalige (over)last gevende disco's/partycentra e.d. enerzijds (categorie 1a) en grootschalige moderne eet/drink/dansgelegenheden (1b) anderzijds. In Deventer blijkt een grens van ongeveer 200 m² bruikbaar om de mate van grootschaligheid te typeren. Opgemerkt wordt dat deze oppervlaktemaat alleen gehanteerd wordt voor bedrijven waar drankverstrekking hoofdzaak is of een combinatie van drankverstrekking met eten en dansen het concept en de exploitatie bepaalt.

Categorie 2: In categorie 2 vallen de kleinschaliger 'traditionele' drankenverstrekkers (categorie 2a) en zaken waar hoofdzakelijk maaltijden (of overnachting) worden verstrekt (2b), zoals overwegend restaurants, hotels, pensions etc. In de laatste groep 2b treffen we qua oppervlakte zowel grotere als kleinere bedrijven. Het oppervlakte criterium speelt geen rol zolang drankverstrekking geen hoofdzaak is of nadrukkelijk onderdeel van het concept en de exploitatie is.

Categorie 3 Deze categorie omvat overige horeca bedrijven die in het algemeen geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaken, zoals horeca die zich qua exploitatie en qua openingstijden richt op de winkelactiviteiten (als zelfstandige lunchrooms etc. in winkelgebied is categorie 3a) en winkel- en andere functies ondersteunende horeca die onderdeel uitmaken van de betreffende functie (horeca in musea, sportkantines, in buurthuizen, kerken etc. is categorie 3b).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10749257/1