2021-2508 Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2022
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp
Belastingverordeningen-2022
Agendapunt Voorstelnummer Team
2021-002508 DOWR-BEL
Portef.houder BenW-besluit d.d.:
Weth. Grijsen 28 september 2021
Voorstel De volgende belastingverordeningen 2022 vast te stellen: a. Leges b. lijkbezorgingsrechten (Bathmen, Roeterdsweg, Tjoenerhof) c. toeristenbelasting d. havengelden e. marktprecariobelasting f. precariobelasting g. eenmalig rioolaansluitrecht h. rioolheffing i. afvalstoffenheffing (inclusief bijdrageregeling medisch afval) j. onroerende zaakbelastingen k. roerende zaakbelastingen Kern van het raadsvoorstel De belastingverordeningen 2022 voor leges, lijkbezorgingsrechten, toeristenbelasting, havengelden, marktprecariobelasting, precariobelasting, eenmalig rioolaansluitrecht, rioolheffing, afvalstoffenheffing (alsmede de bijdrageregeling medisch afval), onroerende zaakbelastingen en roerende zaakbelastingen worden in één verzamelnota aangeboden. Om de heffing en invordering van de genoemde belastingsoorten te continueren is het noodzakelijk om jaarlijks nieuwe verordeningen vast te stellen. Beoogd resultaat Vaststellen belastingverordeningen inclusief bijbehorende tarieventabellen en gebiedsaanduiding.
Kader Algemeen: Artikel 216, 219 Gemeentewet; Begrotingsrichtlijnen 2022, amendement van 30 juni 2021 (motie 12.1) Leges: Artikel 229 Gemeentewet; Artikel 156 lid 2 aanhef en onderdeel h Gemeentewet; Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (WABO); Lijkbezorgingsrechten: Artikel 229, eerste lid, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet Toeristenbelasting: Artikel 224 Gemeentewet Havengelden: Artikel 216, 219 en 229, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet Marktprecariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet Precariobelasting: Artikel 228 Gemeentewet Eenmalig rioolaansluitrecht: Artikel 229 Gemeentewet Rioolheffing: Artikel 216 en 228a Gemeentewet Afvalstoffenheffing: artikelen 147 lid 1, 216, 219, 229 eerste lid, onderdeel a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer Onroerende zaakbelastingen: Artikel 220 tot en met 220h Gemeentewet Roerende zaakbelastingen: Artikel 221 Gemeentewet
/2 Argumenten ten behoeve van de raad Algemeen Het team belastingen Deventer participeert voor de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) in het samenwerkingsverband DOWR. De belastingverordeningen van de DOWR-gemeenten zijn ten aanzien van de uitvoering zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. De gemeente Deventer bepaalt altijd zelf haar beleid, de tarieven en de uitgangspunten van de verordeningen. In een aantal verordeningen zijn tekstuele aanpassingen opgenomen die de strekking van de tot nu toe geldende verordeningen onveranderd laten. De bijzonderheden zijn per verordening opgenomen in onderstaand overzicht. Inflatie De te volgen beleidslijn voor de belastingheffing vindt haar basis in de begrotingsrichtlijn 2022. De tarieven voor de belastingen en rechten stijgen als gevolg van de trendmatige aanpassing met 1,53 ten opzichte van 2021. Afwijkend zijn de tarieven rioolheffing en de afvalstoffenheffing omdat deze tarieven op basis van kostendekkendheid worden bepaald. Kostenonderbouwing algemeen Vanaf de begroting 2017 is in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten voor de heffingen opgenomen waarbij er sprake is van het verhalen van kosten.
Voor de diverse heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn moet inzichtelijk worden gemaakt dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet worden overschreden. Er wordt aangesloten bij de nieuwe regels van het BBV alsmede de beleidsuitgangspunten die hieraan ten grondslag liggen en hoe deze bij de tariefstelling worden gehanteerd. Leges I. Kostendekkendheid legesverordening Op grond van artikel 229 b van de Gemeentewet geldt dat de opbrengsten uit leges op verordening niveau maximaal 100 % kostendekkend mogen zijn. Binnen titel 1 is kruissubsidiëring (kruissubsidiëring = verlies op de ene dienst compenseren met een overdekking op een andere dienst) mogelijk tussen de verschillende hoofdstukken. Hetzelfde geldt voor titel 2. De EDR (Europese dienstenrichtlijn) maakt slechts kruissubsidiëring mogelijk binnen een cluster van samenhangende vergunningstelsels binnen titel 3 van de tarieventabel. II. Onderzoek kostendekkendheid 2021 Resultaten onderzoek Voor het verwerken van de verzamelde informatie is gebruikgemaakt van het rekenmodel zoals dat beschikbaar is gesteld door de ministeries VROM / BZK, de VNG en IPO voor de onderbouwing van de kosten van de leges. Conform de begrotingsrichtlijnen 2021 bedraagt de trendmatige verhoging van de tarieven 3%. Dit heeft de volgende resultaten t.a.v.
de kostendekkendheid opgeleverd: Titel 1 van de tarieventabel : 66 % Titel 2 van de tarieventabel : 91 % Titel 3 van de tarieventabel : 19 % Er vindt geen kruissubsidiëring tussen de verschillende titels van de tarieventabel plaats. Verder is er geen kruissubsidiëring tussen de verschillende hoofdstukken van titel 3 geconstateerd. III. Afrondingen De tarieven zijn waar mogelijk rekenkundig afgerond. Een tarief tot 20 euro is afgerond op € 0,05, een tarief tussen 20 en 100 euro is afgerond op € 0,50 cent en een tarief boven 100 euro wordt afgerond op € 1,00.
/3 IV. Vertaling begrotingsrichtlijnen en wijzigingen in de tarieventabel Het algemene uitgangspunt vanuit de Begrotingsrichtlijnen 2022 is dat alle tarieven met 1,53 % stijgen ten opzichte van belastingjaar 2021. Er zijn echter uitzonderingen op de algemene regel. Deze uitzonderingen volgen hieronder. Titel 1 Ten aanzien van titel 1 de hoofdstukken 1.9.1, 2, 3, 8 en 16 van de tarieventabel In de tarieven voor leges reisdocumenten, rijbewijzen, kadastrale en hypothecaire informatie en de leges op grond van de Wet op de kansspelen is een onderdeel voor een van rijkswege vastgestelde component verwerkt. Deze component wijzigt onafhankelijk van de gemeentelijke lijn, maar is een onderdeel van de tariefstelling. De tarieven van deze Rijksleges zijn, voor zover zij al gepubliceerd zijn ongewijzigd overgenomen. Voor de reisdocumenten en rijbewijzen (titel 1 hoofdstukken 2 en 3) zijn de tarieven opgenomen zoals vermeld in de ontwerpbesluiten van de ministeries. Indien voor het eind van het jaar van rijkswege een maximumtarief wijzigt, moeten de tarieven opnieuw worden vastgesteld. Dit kan door middel van een B&W besluit. De financiële gevolgen moeten dan in de begroting worden verwerkt. Titel 2 De nu voorliggende legesverordening en dan met name titel 2 van de tarieventabel wordt aangepast op de Omgevingswet, welke naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt.
Indien de verwachte datum van in werking treden ongewijzigd blijft, wordt begin 2022 een op de Omgevingswet aangepaste legesverordening voor besluitvorming aan u voorgelegd. Titel 3 Toevoegen legestarief titel 3 hoofdstuk 2.1.4. voor een ondergeschikte wijziging van een reeds verleende evenementenvergunning zodat de legestarieven en systematiek beter aansluit op de praktijk. Lijkbezorgingsrechten Geen bijzonderheden Toeristenbelasting Geen bijzonderheden Hondenbelasting Bij voorjaarsnota is door de Raad een motie aangenomen waarin het college wordt opgedragen de hondenbelasting te schrappen (amendement van 30 juni 2021, motie 12.1). Hierover volgt in een separaat proces nadere informatie. Havengelden Op 28 april 2021 is de nieuwe, gemoderniseerde havengeldverordening vastgesteld. In deze havengeldverordening 2022 zijn de daarin opgenomen tarieven geïndexeerd op grond van de geldende begrotingsrichtlijnen. Marktprecariobelasting Geen bijzonderheden Precariobelasting Geen bijzonderheden. Eenmalig riool aansluitrecht Geen bijzonderheden.
/4 Rioolheffing Financiële consequenties De hoofdlijnen van de kostenontwikkeling zijn beschreven in het Gemeentelijk rioleringsplan 20152020 (GRP) zoals dat in november 2014 door uw raad is vastgesteld door uw raad door vaststelling van een addendum is verlengd voor de jaren 2020 en 2021. Gelijktijdig met het opstellen van de begroting wordt ook gewerkt aan een nieuw Gemeentelijk Riolerings Programma voor de jaren 2022-2027. Aangezien dit plan nog niet is vastgesteld wordt de financiële onderbouwing van het tarief rioolheffing nog gebaseerd op het nu nog vigerende GRP. De volgende zaken werken door in de tariefstelling voor 2022: Bij vaststelling van het GRP is besloten om vooralsnog geen middelen te reserveren voor de theoretische vervangingsgolf die over 30 tot 40 jaar op lijkt te gaan treden. Deze keuze wordt heroverwogen in het nieuwe GRP. De eventuele nieuwe keuze werkt dus door vanaf begrotingsjaar 2023. Bij vaststelling van het GRP is besloten dat het tarief direct de kosten volgt. De indexering op de kosten is toegepast zoals aangegeven in de begrotingsrichtlijnen. Dit levert een toename van de kosten op met € 96.000,-. Het aantal huishoudens dat wordt aangeslagen is met 566 toegenomen. Het areaalaccres is bepaald op basis van de toename van het areaal relatie tot de bestaande exploitatiekosten. Dit levert een accres op van € 47.000.-.
De klimaatmakelaar zoals opgevoerd in het klimaatadaptatieprogramma wordt voor 60% gedekt uit de begroting voor riolering en waterhuishouding. Dit kan door substitutie binnen de begroting van riolering en waterhuishouding. Hier komt dus geen aanvullende budgetvraag uit voort. De subsidieregeling voor afkoppelen van particulier dakoppervlakte wordt via de exploitatie van riolering en waterhuishouding gedekt. Hiervoor is dekking aanwezig van € 50.000 per jaar. Vooralsnog wordt dit bedrag op begrotingsbasis gehandhaafd. Mocht er meer beroep op deze regeling worden gedaan waardoor een jaarrekeningtekort ontstaat dan kan dat tekort worden gedekt door te beschikken over de voorziening riolering. De kosten voor grote reparatie blijken vrij hoog te worden begroot. Door deze last met € 100.000 te verlagen kan de verhoging voor de subsidieregeling budgetneutraal worden doorgevoerd. Toelichting rioolheffing 2022 en begrotingsramingen Om het basistarief te kunnen bepalen is een aantal elementen van belang. Uitgangspunt is de kosten in de primaire begroting. Hierop dienen die elementen in mindering te worden gebracht die niet (deels) via het basistarief worden gegenereerd. Zie daarvoor de toelichting hieronder. Geraamde kosten in de begroting 2021 Overhead BTW kosten Te dekken kosten
€ 7.661.000 € 514.000 € 476.000 € 8.651.000
Ter bepaling van het bedrag dat via het basistarief dient te worden gegenereerd worden de volgende kostenelementen in mindering gebracht: Nieuwe rioolaansluitingen - € 100.000 Tariefdifferentiatie - € 175.000 Kwijtscheldingen - € 624.000 Te dekken kosten via het basistarief rioolheffing € 7.752.000 Het geraamde aantal te belasten aansluitingen, gecorrigeerd voor wat betreft tarievendifferentiatie, ontheffingen en kwijtscheldingen bedraagt 43.741. Dat is een toename van 566 ten opzichte van 2021. Om de kosten te kunnen dekken is een basistarief van € 174,97 noodzakelijk.
/5 De specificatie van de totale opbrengsten is dan: a. Basistarief rioolheffing b. Opbrengsten tarievendifferentiatie c. Opbrengsten nieuwe rioolaansluitingen d. Kwijtscheldingen Totaal
€ 7.752.000 € 175.000 € 100.000 € 624.000 € 8.651.000
In verband met de technische eis dat het tarief deelbaar dient te zijn door 12 wordt voorgesteld het tarief vast te stellen op € 174,96. Het tarief stijgt daarmee met € 1,20 ten opzichte van 2021. Dat is een stijging van 0,69%. A B C D E F G H I
0 m³ 501 m³ 1.501 m³ 3.001 m³ 5.001 m³ 7.501 m³ 10.001 m³ 15.001 m³ 30.001 m³
tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met tot en met en meer m³
500 m³ 1.500 m³ 3.000 m³ 5.000 m³ 7.500 m³ 10.000 m³ 15.000 m³ 30.000 m³
2021 173,76 336 645 1065 1512 1905 2412 3363 4485
2022 174,96 339 648 1071 1524 1917 2427 3384 4515
Afvalstoffenheffing De kosten voor afval hebben de afgelopen jaren een (sterk) stijgende lijn laten zien. In 2022 is de structurele stijging € 280.000. Deze stijging is te verklaren door reguliere prijs/loonindexaties van de gemeente en van Circulus Berkel: Prijsindex gemeente Deventer (2,2%) Loonindex gemeente Deventer (0,85%) Indexatie Circulus Berkel (1,47%) De kostenstijging van € 280.000 betreft een structurele prijsstijging. Voor 2022 wordt daarom voorgesteld om het vaste tarief te verhogen met 0,77% (€ 1,80 per aansluiting). Het financieel kader wordt bepaald door de begroting 2022. Ook in 2022 blijven de oorspronkelijke uitgangspunten van Diftar onverkort van toepassing: er geldt een GFT-0 tarief; de tarieven zijn maximaal 100% kostendekkend; er geldt een vast tarief per huishouden en een variabel tarief voor restafval, afhankelijk van het aanbiedvolume; de literprijs is voor elke container gelijk. Het variabele tarief varieert recht evenredig met het aantal beschikbare liters van de container/ondergrondse container (140, 240 of 50 liter); de tariefopbouw is zodanig dat geen enkel containervolume benadeeld of bevoordeeld wordt; voor een 240 liter container of een extra tweede container (ongeacht volume) geldt een toeslag van € 36.
Voorgesteld wordt de tarieven afvalstoffenheffing 2022 als volgt vast te stellen: Het basistarief afvalstoffenheffing per 1 januari 2022 op € 234,36 per perceel per jaar. Het variabele tarief per aanbieding van een afvalzak bestemd voor huishoudelijk restafval van maximaal 50 liter per 1 januari 2022 op € 3,35, het variabele tarief per aanbieding van een 140 liter container voor restafval per 1 januari 2022 op € 9,37 en het variabele tarief per aanbieding van een 240 liter container voor restafval per 1 januari 2022 op € 16,07. De variabele tarieven in 2022 zijn hetzelfde als aan de variabele tarieven 2021.
/6
Dit op te nemen in de verordening afvalstoffenheffing 2022 en bijhorende tarieventabel (inclusief toelichting). De Bijdrage regeling medisch afval 2022 vast te stellen op basis van deze tarieven. Het kwijtscheldingsniveau vast te stellen op het gemiddelde aantal ledigingen dat door de huishoudens van Deventer wordt gerealiseerd. Voor 2022 is dat 6 ledigingen van de 140 liter container. Onroerende- en roerendezaakbelastingen De volgende elementen zijn van belang bij de vaststelling van de tarieven voor het jaar 2022. De cijfermatige vertaling van deze elementen, die uiteindelijk resulteert in de voorgestelde tarieven, is opgenomen in bijlage ‘Tariefberekening en financiële onderbouwing OZB 2022’ van de verordening. Onderdelen van belang bij de tariefberekening: 1. De in de begroting 2022 geraamde opbrengst bedraagt € 28.917.444,-. In dit bedrag is de trendmatige groei van 3% op de opbrengst opgenomen en de correctie van de € 49.259,- uit 2021. 2. De totale raming van de per peildatum 1 januari 2021 vastgestelde waarden van de objecten in de gemeente bedraagt € 14.652.865.920. Hierbij moet worden aangetekend dat de algehele hertaxatie nog niet geheel is afgerond, een deel van de waarden is gebaseerd op schattingen. 3. De getaxeerde waarde van de objecten wordt afgerond op duizendtallen. De belastingaanslagen worden rekenkundig op twee decimalen afgerond. 4.
De gemiddelde waardestijging van woningen bedraagt ca.11,7%, de gemiddelde waardestijging voor niet woningen bedraagt ca. 1,36%. 5. Voor verminderingen (bezwaar en beroep) is een bedrag geraamd van € 130.000,- (was € 130.000 in 2021) 6. Voor de leegstand van de niet-woningen is een bedrag geraamd van € 100.000,-. (was 150.000 in 2021). De ramingen leegstand zijn gebaseerd op de metingen uit september 2021. De tarieven voor de roerende woon - en bedrijfsruimten zijn gelijk aan die van de onroerendezaakbelastingen. Voorgesteld wordt de bovenstaande tarieven vast te stellen. Ketenpartners/ participatie Intern heeft collegiale afstemming plaatsgevonden, draagvlak is aanwezig. Financiële consequenties De gevolgen van de wijziging van de tarieven zijn verwerkt in de begroting 2022. Betrokkenheid van de raad Na vaststelling en het van kracht worden van de verordeningen en de bijbehorende tarieventabellen gelden deze voor de door van gemeentewege te verrichten diensten. De verordening wordt op wettelijke voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Daarnaast worden belanghebbenden over de tarieven en de wijze van belastingheffing en inning geïnformeerd via het Deventer belastingloket.
/7
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,
M.A. Kossen
R.C. König