2021-2448 Raadsvoorstel Beleidsplan Inzet op ondersteuning en geldzorgen (voorheen Minimabeleid)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Onderwerp
Beleidsplan Inzet op ondersteuning en geldzorgen
Agendapunt Voorstelnummer Team
2021-002448 DEV-BLD
Portef.houder BenW-besluit d.d.:
Weth. De Geest 5 oktober 2021
Voorstel 1. Het beleidsplan "Inzet op ondersteuning en geldzorgen" vast te stellen; 2. Akkoord te gaan met het dekkingsvoorstel. Kern van het raadsvoorstel Eind 2016 is het beleidsplan ‘Minimabeleid en schuldhulpverlening 2017-2020’ vastgesteld door de gemeenteraad van Deventer. Sindsdien zijn er veel stappen gezet op het gebied van armoede en schuldhulpverlening. Echter, de wereld om ons heen is ook veranderd. Denk alleen al aan de gevolgen van de coronacrisis en de Toeslagenaffaire. Maar ook het beeld rondom geldzorgen en de dienstverlening die nodig is om mensen hierbij te ondersteunen, is veranderd. Tal van onderzoeken laten zien wat de gevolgen zijn van chronische stress als gevolg van schaarste in geld en het hebben van financiële problemen. Al met al is het tijd om de balans op te maken. Wat gaat er goed en wat kan er beter? Hoe kunnen we onze (kwetsbare) inwoners nog beter ondersteunen als het gaat om armoede en geldzorgen? Op basis van het huidige bestuursakkoord, een uitgebreide evaluatie van het voorgaande beleidsplan, tal van gesprekken met interne collega's, externe partners, inwoners (waaronder ook jeugd) van Deventer en sessies met de gemeenteraad en een hernieuwd beleidsplan tot stand gekomen. Met daarin de volgende ambitie: "Alle inwoners van Deventer (van jong tot oud) kunnen rondkomen en meedoen in de samenleving.
Dit zonder dat zij stress ervaren van geldzorgen en (problematische) schulden We bieden ondersteuning en indien nodig inkomensondersteunende regelingen. We proberen schulden te voorkomen of in een zo vroeg mogelijk stadium op te lossen of beheersbaar te maken. Ook zetten we ons in om de overerving van armoede tegen te gaan. We zorgen voor duurzame oplossingen en beseffen dat we hierbij ook de organisaties in de stad heel hard nodig hebben.” Vanuit deze ambitie zijn ook 4 speerpunten opgesteld: 1. We zetten ons in om inwoners proactief en zo vroeg mogelijk te bereiken (preventie en vroegsignalering) 2. Regelingen en ondersteuning zijn vindbaar en toegankelijk (laagdrempelige toegang) 3. De regelingen en ondersteuning zijn passend bij de vraag van de inwoner (ondersteuning bij geldzorgen) 4. We hebben oog voor de persoonlijke situatie van de burger (Dienstverlening op maat) Deze speerpunten zijn overeenkomstig aan de visie en doelstellingen vanuit het bestuursakkoord 'met lef en liefde voor Deventer' De titel van het beleidsplan is "Inzet op ondersteuning en geldzorgen", daarin zit een verwijzing naar het beleidskader Participatiewet "Inzet op maat". Daarvoor is gekozen omdat het een verlengde is van "Inzet op maat". Elementen zoals stress sensitieve dienstverlening en 'de inwoner centraal', vormen ook voor dit beleidsplan de basis.
/2
Beoogd resultaat Het doel van dit beleidsplan is er voor te zorgen dat de inwoners van Deventer kunnen rondkomen en meedoen in de samenleving. Dit zonder geldzorgen en (problematische) schulden. Kader Participatiewet (voor het juridisch kader van de bijzondere bijstand) Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (voor het juridisch kader van de schuldhulpverlening) Faillissementswet (voor het juridisch kader van de Wettelijke schuldhulpverlening natuurlijke personen - Wsnp) Wet op het consumptief krediet (voor het juridisch kader voor de Kredietbank Salland) Programmabegroting Verbindend kader Sociaal Domein Bestuursakkoord 'Met lef en liefde' Argumenten ten behoeve van de raad Voor Coalitieakkoord "Met lef en liefde" Het nieuwe beleidsplan sluit aan bij de visie en doelstellingen zoals geformuleerd in het bestuursakkoord “met lef en liefde voor Deventer”. Daarin heeft het College als doelstelling onder andere opgenomen: ‘We helpen mensen met schulden en halen gezinnen en kinderen uit de armoede. We willen armoede voorkomen. Bij schuldenproblematiek wordt in een zo vroeg mogelijk stadium snelle en gerichte ondersteuning gegeven. Bijzondere aandacht geven we aan gezinnen met armoedeproblematiek. Kinderen uit arme gezinnen moeten net als andere kinderen lid kunnen worden van een sportvereniging of kunnen meedoen aan muziek en cultuur”.
Gevolgen armoede en geldzorgen Het hebben van financiële problemen heeft meer gevolgen dan alleen het niet kunnen betalen van de rekening. Zo lopen mensen met geldzorgen onder andere een groter risico op een sociaal isolement en heeft de chronische stress waar zij veelal onder gebukt gaan een negatief effect op de psychische en lichamelijke gezondheid. Bovendien leidt chronische stress ertoe dat mensen vaak op de korte termijn gaan leven en juist de functies/eigenschappen die ze nodig hebben om hun situatie te verbeteren (plannen, afspraken maken en nakomen, lange termijn doelen stellen) raken ondergesneeuwd. Hun ‘enige’ zorg zijn de geldzorgen die zij ervaren waardoor ook stappen zetten op andere leefgebieden, een groot obstakel worden. Onderzoek laat tevens zien dat kinderen die opgroeien in armoede vaak minder gezond opgroeien, door de stress die zij ervaren (vanuit de thuissituatie) minder goed presteren op school, minder kansen hebben dan leeftijdsgenootjes die niet in armoede opgroeien en een grotere kans hebben om zelf later ook in armoede op te groeien. Bovenstaand zijn met name de gevolgen op persoonsniveau. Maar de negatieve gevolgen werken ook door in bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten en dan niet alleen de kosten voor minimaregelingen en schuldhulpverlening.
Ook verhoogde zorgkosten, minder arbeidsparticipatie en hogere uitkeringsafhankelijkheid, meer onderwijsuitval en een groter gebruik van ondersteuning op andere leefgebieden (denk aan onder andere gezinscoaches).
/3 Het inzetten op ondersteuning bij armoede en geldzorgen is daarmee noodzakelijk; in de eerste plaats voor de inwoner (en gezin) zelf, maar uiteindelijk ook voor de maatschappij als geheel. Regelingen én ondersteuning Daarbij onderscheiden we enerzijds de inkomens- en participatie bevorderende regelingen (zoals bijzondere bijstand en kindregelingen) en anderzijds de ondersteuning zelf (o.a. spreekuren, adviesgesprek en laagdrempelige toegang). De combinatie is noodzakelijk; want enerzijds moet er soms ‘nu’ een regeling zijn om er voor te zorgen dat iemand bijvoorbeeld zijn noodzakelijke kosten vergoed krijgt maar anderzijds is het doel ook om (waar mogelijk) een structurele verbetering van de situatie te bewerkstelligen. Door bijvoorbeeld het inzetten van schuldhulpverlening, waardoor een inwoner na 3 jaar schuldenvrij is. Het beleidsplan geeft aan beide pijlers invulling. Structurele regelingen en projecten Qua regelingen en projecten is het uitgangspunt dat een aantal waar goede ervaringen en resultaten mee zijn (wat ook uit de evaluatie is gebleken) structureel worden voorgezet. Bijvoorbeeld het Geldfit spreekuur, St. Leergeld, Rechtop en Kinderhulp. Door dit structureel vorm te kunnen te geven, kan er samen met deze organisaties ook verder ‘gebouwd’ worden en bieden we zekerheid aan de inwoner.
Besteedbaar inkomen Qua regelingen is daarnaast de grootste verandering het aansluiten bij het besteedbaar inkomen. Op dit moment wordt bij een regeling het inkomen ‘op papier’ gehanteerd en op basis daarvan beoordeeld of er recht is op een voorziening. Dit doet geen recht aan de persoonlijke situatie van een inwoner. Door aan te sluiten bij het besteedbaar inkomen, sluit je als gemeente aan bij de persoonlijke financiële situatie van een inwoner en is ook de zogenoemde armoedeval beter te voorkomen. (Over een armoedeval wordt gesproken wanneer iemand stijgt in inkomen, maar door wegvallen van regelingen, onder aan de streep aan besteedbaar inkomen minder overhoudt). Tegen Open eind regelingen Een aantal regelingen binnen het minimabeleid zijn zogenoemde open eind regelingen. Als een inwoner voldoet aan de gestelde normen, dan bestaat er recht, ongeacht het vooraf begrootte budget. Dit geldt voor de Individuele Inkomenstoeslag, gemeentepolis Salland, Rechtop, Stichting Leergeld en bijzondere bijstand bewindvoering. Door meer aan te sluiten bij het besteedbaar inkomen, wordt de potentiële doelgroep groter, maar die is niet exact vast te stellen. Dat kan leiden tot een financieel nadeel, waardoor monitoring van de ontwikkeling (bestand, financiën) heel belangrijk is. Andere manier van werken Het beleidsplan vraagt om een andere manier van werken, met bestaande uitvoeringsteams.
Dat brengt het risico met zich mee of daarmee de kern van het beleidsplan op de gewenste manier uitgevoerd gaat worden. Om dit goed vorm te geven zal er in het eerste kwartaal van 2022 gewerkt worden aan een implementatieplan. Daarbij wordt ook de uitvoering en de betreffende teammanagers betrokken. Onderdeel zal ondere ook scholing en intervisie zijn, om uitvoerende medewerkers de juiste tools en vaardigheden te laten ontwikkelen.
/4 Ketenpartners/ participatie Om tot een hernieuwd beleidsplan te komen is een uitgebreid traject geweest. Daarbij is nadrukkelijk en op meerdere momenten van de ontwikkeling de samenwerking gezocht met partners. Dat waren: Inwoners Jongeren (via project Speakings Minds) Uitvoerende collega's en teammanagers Externe samenwerkingspartners Interne en externe klankbord groep Adviesraad Sociaal Domein Deventer (ASDD) De opgehaalde input van alle partijen is meegenomen in de totstandkoming van het beleidsplan. De conceptversie is vervolgens nog met de klankbordgroepen besproken om tot een definitieve versie te komen. Financiële consequenties In onderstaand schema is een overzicht te vinden van de verwachte kosten van het nieuwe beleidsplan. 2022 2023 2024 2025 Autonome groei €€ 40.940 € 82.290 € 124.053 Nieuw beleid* € 192.149 € 98.608 € 45.325 € 127.405 Aanvullende middelen nodig € 192.149 € 139.548 € 127.615 € 251.458 Toelichting Financieel kader nieuw beleidsplan In de post ‘nieuw beleid’, zijn zowel de (incidentele) implementatiekosten, de (structurele) toename van de doelgroep opgenomen. Deze zijn afgezet tegen het huidig financieel kader van het programma, waaruit voortvloeit hetgeen aan aanvullende middelen nodig is om dit beleidsplan te implementeren en uit te voeren.
De aangenomen motie Geldfit (€ 46.000), zit tevens in het bedrag aan aanvullende benodigde middelen. Autonome groei en groei doelgroep. In het financieel overzicht is de autonome groei apart inzichtelijk gemaakt. We zien namelijk dat de regelingen (over het algemeen genomen) een stijgende lijn laten zien, zowel door veranderingen in de doelgroep als in bereik. Ook zonder aanpassing van het beleid is er normaal gesproken sprake van autonome groei. Door verruiming van de doelgroep (door inkomensgrenzen/aansluiting op besteedbaar inkomen) verwachten we dat de potentiële doelgroep 25-30% groter wordt. Dit is gebaseerd op cijfers van het CBS over het aantal huishoudens in een betreffende inkomensgroep. Echter, zal niet deze volledige groep een beroep (kunnen) doen op regelingen. Bij bijvoorbeeld bijzonder bijstand speelt ook mee dat er daadwerkelijk kosten moeten zijn, waarvoor bijzondere bijstand aangevraagd kan worden. Vandaar dat de verwachte groei lager ligt dat de totale doelgroep in een hogere inkomensklasse. Ook is het niet te verwachten dat een dergelijke stijging al in 2022 zichtbaar wordt (een en ander heeft ook te maken met implementatie, communicatie en bekendheid van regelingen). Daarom wordt in het overzicht uitgegaan van een stijging van 10% in 2022 tot 25% in 2023.
De verwachting is dat daarna de situatie stabiliseert en we te maken krijgen met de reguliere autonome/lichte groei binnen de regelingen.
/5 Gemeentepolis Een eventuele stijging van het gebruik van de gemeentepolis (vanwege verruiming van de inkomensgrenzen) zal op zijn vroegst pas per 2023 zichtbaar worden. Gezien de ingangsdatum van het beleidskader (1-2022) is het niet mogelijk om voor 2022 nog wijzigingen in de polis door te brengen. Salland moet wijzigingen al eind van de zomer verwerken ter voorbereiding van hun nieuwe polissen. Bijzondere bijstand Bij bijzondere bijstand speelt naast inkomen en vermogen ook het vraagstuk of de inwoner kosten heeft waarvoor bijzondere bijstand verstrekt kan worden. In het beleidsplan is uitgeschreven hoe we hier de komende jaren invulling aan willen geven (veel meer passend bij de individuele situatie van de klant). Desondanks maakt dat het onderbouwen van de verwachte stijging minder nauwkeurig, immers een inwoner moet wel dergelijke bijzondere kosten moeten maken. Hierbij wordt nog de kanttekening gemaakt rondom bijzondere bijstand voor bewindvoering. Daarvan heeft de rechtspraak gesteld dat dit bijzondere kosten zijn waarvoor bijzondere bijstand mogelijk kan zijn. Anders dan bij andere kostensoorten mag de gemeente geen afweging maken over de noodzakelijkheid van bewindvoeringskosten. Dat heeft als resultaat dat inwoners die onder bewind staan en niet beschikken over voldoende middelen, de gemeente deze kosten moet vergoeden middels bijzondere bijstand.
Nieuw beleid: uitvoeringskosten Het beleidsplan en de wijzigingen in regelingen en dienstverlening heeft gevolgen voor de uitvoering; hier alleen vanwege een andere manier van werken, maar ook omdat de verwachting is dat we meer inwoners gaan bereiken; een en ander vraagt om beschikbare capaciteit van de uitvoerende teams. Aan de andere kant is de inzet ook om processen efficiënter in te richten waardoor dat leidt tot tijdsbesparing in de uitvoering ervan. Voor de pilots die gevoerd gaan worden (rondom onder andere de adviesgesprekken en het besteedbaar inkomen) wordt nu 2 fte extra uitvoering gerekend ad. €120.000,- in 2022 en 2023. Ook is er rekening gehouden met extra kosten aan ICT en communicatie. Daarnaast zal een externe partij gevraagd worden om tot een nieuw formatiecalculatiemodel te komen, zodat we na afloop van de pilot een goede inschatting kunnen maken van het aantal uren dat nodig is met de daarbij behorende uitvoeringskosten. Risico's “Open eind regelingen” Zoals eerder in deze nota is benoemd, zijn veel minimaregelingen zogenoemde ‘open eind regelingen’. Daarbij heeft de inwoner recht op een regeling als hij/zij voldoet aan de voorwaarden, ongeacht het vooraf vastgestelde budget.
Daar zit het risico in dat er eerder of meer dan verwacht aantal inwoners een aanspraak doen op de regelingen wanneer we deze gaan verruimen doordat er betere aansluiting met besteedbaar inkomen gemaakt gaat worden. Een goede monitoring van de ontwikkeling van het aantal aanvragen is daarvoor van groot belang. Andere manier van werken De andere manier van werken (zoals het werken vanuit de bedoeling en het besteedbaar inkomen) gaat gedaan worden met bestaande uitvoeringsteams. Hoewel de teams al stappen hebben gezet in stress sensitieve dienstverlening gaat dit beleidsplan ook verandering vragen. Daarvoor is goede begeleiding door scholing en intervisie van belang. Maar ook die ontwikkeling zullen we monitoren, onder andere door klanttevredenheidsonderzoeken en gesprekken met de medewerkers. De teammanagers hebben hier een duidelijke rol in.
/6
Dekking Er is aangekondigd dat bij de septembercirculaire voor 2022 extra incidentele middelen beschikbaar worden gesteld aan gemeenten voor bijzondere bijstand en schuldhulpverlening. Dit vanwege de verwachte toename vanwege corona. Naar verwachting is dit voor de gemeente Deventer, ongeveer € 300.000,-. Daarnaast wordt er bij de septembercirculaire voor 2021 naar verwachting nog een bedrag van € 1.300.000 aan TONK-gelden toegekend aan de gemeenten. Een eventueel overschot aan gelden hoeven gemeenten niet terug te betalen aan het Rijk. Op basis van de huidige toekenningen TONK blijft incidenteel 1.600.000,- beschikbaar vanuit de septembercirculaire. Het voorstel is om deze middelen aan te wenden ter dekking. Dit met de onderbouwing dat een van de risicogroepen zelfstandigen en ondernemers zijn. Ook als de herstelmaatregelen vanwege corona vanuit het Rijk worden afgebouwd/gestopt, is het wenselijk dat deze groep middels bijvoorbeeld adviesgesprekken of vanwege verruiming van de inkomensgrenzen ook ondersteund wordt door de gemeente. Het voorstel is het voorliggende beleid te financieren middels incidentele middelen uit de septembercirculaire. Vanaf 2026 is 251.458 structureel nodig, dit wordt gedekt uit de algememe middelen. Hiervan is € 46.000 gedekt via de aangenomen motie Geldfit. - Herijking na 2 jaar o.b.v.
monitor en formatiecalculatiemodel Het voorstel is om in 2024, dan zijn ook de pilots rondom besteedbaar inkomen afgerond, het financieel kader te herijken. Op basis van de opgedane ervaringen, effectmetingen, monitoring en het nader op te stellen formatiecalculatiemodel kan de kostenraming voor 2025 en verder nauwkeuriger vastgesteld worden. Betrokkenheid van de raad Gemeenteraad Ook uw raad is actief betrokken geweest bij het proces. Dit op verschillende momenten: - Raadstafel om het proces herijking beleidsplan te bespreken - Werksessie in het kader van de evaluatie huidig beleid - Raadstafel informatieve sessie voor input nieuw beleidsplan - Raadstafel politieke sessie voor input nieuw beleidsplan Qua input heeft uw raad met name aangegeven dat zij het besteedbaar inkomen / verruimen van de normen heel belangrijk vind, evenals een laagdrempelige toegang. Daarbij zo veel mogelijk inzetten om langdurige oplossing met oog voor maatwerk en de individuele situatie van de klant. Qua prioriteit is de volgende top 3 door de Raad samengesteld: 1. Ruimte voor maatwerk 2. Bereiken van de doelgroep 3. Wijze van aanvragen / toegankelijkheid. Deze top 3 is meegenomen in zowel de acties bij de behorende speerpunten als ook de tijdsplanning (en de priotering daarin)
/7
Burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer, de secretaris, de burgemeester,
M.A. Kossen
R.C. König