CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-2284 Parkeerbelastingverordening 2022

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente DeventerBij agendapunt: Parkeerverordening en Verordening parkeerbelastingen 20221.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONTWERP-RAADSBESLUIT Onderwerp Voorstelnummer Raadstafel d.d. Raadsvergadering

Verordening parkeerbelastingen 2022 2021-2284 3 november 2021

De raad van de gemeente Deventer, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d 14 september 2021, nummer 2021-002284. gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2022

BESLUIT

Vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2022 (Verordening Parkeerbelastingen 2022)

Artikel 1 Definities en begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die 1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV, of 2. is gelegen binnen een zone, aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV, met het opschrift “zone”, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; b.

centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Deventer een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van diensten op het gebied van belanghebbendenparkeren en betaald parkeren met gebruik van een (mobiele) telefoon / internet;

c.

college: het college van burgemeester en wethouders;

d.

dagtarief/dagkaart: een tijdvak van 24 achtereenvolgende uren;

e.

houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven;

f.

invorderingswet: de Invorderingswet 1990;

g.

jaar: het tijdvak van 1 januari 00.00 uur tot 31 december 24.00 uur;

h.

(motor)voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;

i.

natuurlijk persoon: een mens van vlees en bloed, dit in tegenstelling tot een rechtspersoon;

j.

parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen van enig gewicht en/of enige omvang, op binnen de gemeente gelegen voor het openbare verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet als gevolg van een wettelijk voorschrift is verboden;

k.

parkeerapparatuur: parkeerautomaten, parkeermeters, centrale computer en wat gewoonlijk naar maatschappelijke opvattingen overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;

l.

parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur;

m.

parkeervergunning: een door het college verleende parkeervergunning, krachtens welke het is toegestaan een voertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerautomaat- en/of belanghebbendenplaatsen;

n.

parkeervergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een parkeervergunning is verleend;

o.

rechtspersoon (bedrijf): een juridische constructie die met een bepaald doel in het leven is geroepen, welke is ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel of beschikt over een BTW-nummer van de belastingdienst;

p.

RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990 (Stb. 1990, 459; 1996/557);

q.

tariefzone: een gebied zoals aangegeven in het vigerende Aanwijsbesluit parkeerapparatuurplaatsen en de daarbij behorende bijlagen

r.

wegenverkeerswet: de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475, 1999, 30);

s.

zone: een gebied waar met de verleende parkeervergunning op een parkeerapparatuurplaats en/of belanghebbendenplaats mag worden geparkeerd zoals aangegeven in het vigerende Aanwijsbesluiten en de daarbij behorende bijlagen;

Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven: a. Een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. Een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende parkeervergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die parkeervergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. Degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. Zolang geen voldoening van de belasting genoemd artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat: I. Als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingegevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; II. Als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3.

De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de parkeervergunning heeft aangevraagd.

Artikel 4 Tijdstip van ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van artikel 4, onderdeel 1 is de belasting terstond verschuldigd na afloop van het parkeren als wordt geheven door middel van het registreren bij de centrale computer. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de parkeervergunning wordt verleend. Artikel 5 Tarief, tijdvak en maatstaf van heffing Het tarief, het tijdvak en de maatstaf van heffing zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 6 Wijze van heffing en termijn van betaling 1. De belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren, door middel van contante betaling of gebruik van de pinbetaling. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2.

In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting, indien het inwerking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van het aanmelden (via telefoon, sms of internet) bij de centrale computer, betaald worden binnen één maand na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip dat de parkeervergunning wordt verleend. 4. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt op verzoek worden opgegeven. 5. Indien een parkeervergunning in de loop van het jaar wordt ingetrokken, wordt naar evenredigheid restitutie van de belasting verleend berekend naar rato van de verschuldigde belasting voor een heel jaar, op basis van het aantal kalenderdagen tot het einde van het desbetreffende kalenderjaar. 6. In het geval een parkeervergunning in de loop van een kalenderjaar wordt aangevraagd wordt het parkeergeld berekend naar rato van het verschuldigde parkeergeld voor een heel jaar, op basis van het aantal kalenderdagen tot het einde van het desbetreffende kalenderjaar. 7. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 7 Vrijstelling van het betalen van parkeerbelastingen 1.

Vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2a van deze verordening zijn: a. gehandicapten, voor zover deze beschikken over een: • geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart, • geldige buitenlandse gehandicaptenparkeerkaart b. als zodanig herkenbare politievoertuigen; c. als zodanig herkenbare voertuigen van parkeerbeheer en van team Toezicht & handhaving van de gemeente Deventer; d. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen; e. als zodanig herkenbare ambulances; f. als zodanig herkenbare dierenambulances. 2. De in het eerste lid genoemde categorieën gebruikers onder b, c, d, e en f zijn bovendien vrijgesteld van het betalen van parkeerbelastingen als bedoeld in artikel 2b van deze verordening: Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van belasting, bedoeld in artikel 2, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar bekend te maken besluit. Artikel 9 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 66,50. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsbepalingen 1. De Parkeerbelastingverordening 2021, vastgesteld bij raadsbesluit van 11 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang op de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als “Parkeerbelastingverordening 2022”.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 november 2021. De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

A. Kerver

R.C. König

Tarieventabel bij Parkeerbelastingverordening 2022 parkeervergunningen Bewonersvergunning:

Tarief

Parkeervergunning Zone Binnenstad Parkeervergunning Zone Schilwijken 1e Parkeervergunning Zone Buiten Centrum 2e Parkeervergunning Zone Buiten Centrum

€ 299 € 146 € 79 € 182

Bijzonderheden

Bedrijvenvergunning: Parkeervergunning Zone Binnenstad (beperkt) Parkeervergunning Zone Binnenstad (uitgebreid) Parkeervergunning Zone Schilwijken Parkeervergunning Zone Buiten Centrum Parkeervergunning Algemeen (beperkt) Parkeervergunning Algemeen (uitgebreid)

€ 641 € 826 € 152 € 152 € 1190 € 1527

ma t/m vr tussen 7.00 en 19.00 uur

Bezoekersvergunning: Bezoekersvergunning Zone Binnenstad Bewoners Bezoekersvergunning Zone Binnenstad Bedrijven Bezoekersvergunning Zone Schilwijken Bezoekersvergunning Zone Schilwijken Bedrijven Bezoekersvergunning Zone Buiten Centrum Bezoekersvergunning Zone Buiten Centrum Bedrijven

€ 0,28 € 0,42 € 0,15 € 0,23 € 0,10 € 0,15

Per uur, max 420 uur per kwartaal Per uur, max 420 uur per kwartaal Per uur, max 420 uur per kwartaal Per uur, max 420 uur per kwartaal Per uur, max 420 uur per kwartaal Per uur, max 420 uur per kwartaal

Dagvergunning: Beperkte dagvergunning

€ 2,73

per uur

ma t/m vr tussen 7.00 en 19.00 uur

Tarieventabel straatparkeren 2022

tariefzone

Locatie

Tariefzone 1&2

Tariefzone 3

Tariefzone 4

tarief zone 6

tariefzone 7

tariefzone 8

tariefzone 9

tariefzone 10

Binnenstad

Singels

Pterrein Sluisstraat

Binn enstad

Schilwijken

Buiten Centrum

Buiten Centrum

De Worp

Ma-Zo 9u-22u

€ 434

Behoort bij raadsbesluit van 3 november 2021. De griffier,

A. Kerver

Uur

€ 805

Tarief

nvt

Minuten

€ 297

Tarief

Ma-Vr 9u-19u

Minuten

€ 557

Tarief

nvt

€ 6,50

Uur

€ 10

24 uur of gedeelte daarvan

Tarief

€ 25

48

Uur

€1

Tarief

Dagkaart Jaarkaart betaald parkeren beperkt Jaarkaart betaaldparkeren onbeperkt

26

Minuten

Tarief

€1

22

€1

Minuten

Tarief

Minuten

Tarief

Tarief

€ 25

€ 20

24 uur of gedeelte daarvan

€1

48

€1

48

€1

24 uur of gedeelte daarvan

nvt

nvt

€ 6,50

€ 6,50

Ma-Vr 9u-18u

nvt

nvt

€ 172

Ma-Vr 9u-18u

€ 172

Ma-Vr 9u-18u

nvt

Ma-Zo 9u-20u

nvt

nvt

€ 258

Ma-Za 9u-20u

€ 258

Ma-Za 9u-20u

nvt

nvt

Bijlage: behorende bij Verordening Parkeerbelastingen 2022 Kosten naheffingsaanslag betaald parkeren (artikel 2 Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen) 2022 Perceptiekosten - Kapitaallasten handhavingapparatuur - Onderhoud parkeon

€ € €

25.200 25.200

Personeelskosten - Kosten toezicht, excl.overhead en overwerk - Algemene overhead - Overwerk - Belastingen (opleggen aanslagen, inning) subtotaal

€ € € € €

562.575 140.644 46.881 43.944 794.044

TOTAAL KOSTEN

€

819.244

Aantal naheffingaanslagen Kosten per naheffing Vastgesteld tarief

Behoort bij raadsbesluit van 3 november 2021. De griffier,

A. Kerver

11.000 € €

74,48 66,50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10728460/1