2021-1926 Routekaart 4 Voorzieningen
Tekst van het document
Routekaart voor Voorzieningen
Datum, 26 juni 2021
1
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Ambitie .................................................................................................................................................... 4 Opgaven .................................................................................................................................................. 5 Groen en openbare ruimte .................................................................................................................. 5 Economie en vrijetijdsaanbod ............................................................................................................. 6 Culturele voorzieningen ....................................................................................................................... 7 Sociale voorzieningen ......................................................................................................................... 8 Sport .................................................................................................................................................... 9 Onderwijs en jeugd ............................................................................................................................
10 Mobiliteit en bereikbaarheid............................................................................................................... 11 Jongeren: extra inzet nodig! .................................................................................................................. 11 Strategie ................................................................................................................................................ 12
2
Inleiding In november 2018 heeft de raad de motie ‘Toekomstige uitbreiding woningaanbod Deventer’ aangenomen. Vervolgens leidde dit tot een Plan van Aanpak Toekomst woningaanbod Deventer in april 2019.Op basis van gesprekken met maatschappelijke en economische partners in de stad zijn in januari 2021 5 groeistrategieën ter consultatie voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft gevraagd voor groeistrategie 4 ‘arbeidsmarkt versterken….én verjongen’ de bijbehorende routekaart uit te werken. Dit gebeurt vanuit de 4 sporen ‘wonen en ruimte’, ‘voorzieningen’, ‘arbeidsmarkt’ en ‘verjongen’. In deze routekaart wordt beschreven wat er voor het spoor voorzieningen nodig is om de groeiambitie van Deventer te realiseren.
Wat vinden onze partners? Deze routekaart is gebaseerd op interviews met een groot aantal gesprekspartners vanuit de verschillende domeinen. Aan hen is gevraagd wat er vanuit de groeiambitie nodig is: uitbreiding of aanpassing van voorzieningen in Deventer of helpt de groei om bestaande voorzieningen in stand te kunnen houden of te versterken? Het kan gaan om stedelijke voorzieningen, zoals het winkelaanbod en horeca in de binnenstad, een museum of een hogeschool. Het kan ook gaan om buurtvoorzieningen die nodig zijn om wijken en dorpen sociaal, vitaal en leefbaar te houden. In dit stuk kijken we dus naar de effecten van de groei van de stad op de voorzieningen (en andersom): mogelijke exploitatietekorten of vervangingsinvesteringen zijn buiten beschouwing gebleven. Aan de partners is gevraagd wie vanuit welke rol verantwoordelijk is voor het in stand houden, versterken of aanpassen van het voorzieningenniveau. Voor een deel ligt die verantwoordelijkheid bij de gemeente, maar zeker ook bij onze partners, ondernemers, instellingen en vooral onze inwoners. Wij kunnen niet zonder hen. Wat heeft Deventer te bieden, waar moeten wij extra op inzetten, waarin gaan we vooral nog beter samenwerken en hoe kunnen we onze inwoners beter betrekken? Op al deze vragen zijn antwoorden of aanbevelingen gekomen, die bijdragen aan een routekaart voor de voorzieningen van Deventer.
Veel van deze aanbevelingen is al werk in uitvoering. En tegelijkertijd hebben we nog niet alle antwoorden en zullen we het gaandeweg samen moeten ontdekken. Ook zullen we een gemeentelijke afweging moeten maken over de wenselijkheid van bepaalde ideeën en voorstellen voor de voorzieningen van onze partners. Zoals hierboven geschetst is bekeken wat het effect is van de ambitie “arbeidsmarkt versterken… en verjongen!” op de voorzieningen. En deze vraag kan ook andersom gesteld worden: welke stappen moeten gezet worden in de voorzieningen om de ambitie gerealiseerd te krijgen.
Regionale en stedelijke voorzieningen Over het algemeen kan gesteld worden dat Deventer haar regionale en stedelijke voorzieningen (bijv. ziekenhuis, schouwburg, ijsbaan, binnenstad, onderwijs) op orde heeft om een extra groei van de bevolking op te vangen. Die extra groei betekent meer deelnemers, meer klanten en meer vrijwilligers. Een uitzondering is er voor het onderdeel van de ambitie Verjongen waar Deventer te weinig voorzieningen heeft om deze groep specifiek aan te spreken. De onderwijsinstellingen zijn wel op orde voor deze groep, maar op het gebied van aansluiting op de arbeidsmarkt, op het gebied van vermaak en vertier is het nodig om hier stappen te zetten om de ambitie te verwezenlijken. Daarbij gaat het niet alleen over een poppodium, maar zeker ook over de programmering van andere voorzieningen die zich nog weinig richten jongeren. Hierboven staat vermeld dat de Deventer voorzieningen op orde zijn om de extra groei op te vangen. Het is de moeite waard hierbij nog even stil te staan. Voor de regionale voorzieningen is de groei van de bevolking in % niet zo groot. Het ziekenhuis, de schouwburg, de ijsbaan en anderen hebben een verzorgingsgebied waarbij een stijging met ongeveer 15.000 inwoners overzichtelijk is. Belangrijker dan deze groei in aantallen van de bevolking zijn de kwaliteit van de voorziening en de regelgeving in een bepaald domein.
Zo zijn veranderende regelgeving in het zorgstelsel van grotere invloed op de hoeveelheid woonzorg voorzieningen dan de groei van de hoeveelheid inwoners. Ook de kwaliteit van de programmering is essentieel voor de hoeveelheid deelnemers en/of klanten. Ook hier een voorbeeld (fictief0: indien de programmering van een culturele instelling weinig aanspreekt zullen bezoekers naar elders uitwijken. Andersom ook: indien de programmering erg aanslaat zal dit extra bezoek uit de regio trekken. De kwaliteit van de programmering werkt harder door in het aantal 3
bezoekers dan de groei met 15000 inwoners. Hetzelfde verhaal is te houden voor de kwaliteit van de binnenstad, of de kwaliteit van andere stedelijke en/of regionale voorzieningen.
Buurt en wijkvoorzieningen Voor de buurt- en wijkvoorzieningen ligt dit anders. Over het algemeen zullen deze proportioneel en organisch kunnen meegroeien met het aantal inwoners. Zo betekent meer inwoners ook meer groen, meer basisscholen, meer gymzalen, meer sportvelden en meer sociale buurtvoorzieningen. Maar ook hier is maatwerk belangrijk. In dat maatwerk kan namelijk gekeken worden naar demografische veranderingen door de stad heen. Vergrijzing in de ene wijk zal leiden tot een overtal aan klaslokalen, terwijl in wijken waar een deel van de jonge bevolking gaat landen er een tekort is. Dit vergt precisie in oplossingen om zo effectief als mogelijk de middelen in te zitten. Dat gaat te ver voor deze routekaart voorzieningen, de gemeente gebruikt daarvoor andere instrumenten als meerjarenhuisvestingsprogramma’s voor onderwijs, meedoen en sport. Die MHP’s houden nu ook rekening met demografische ontwikkelingen, dat zullen ze blijven doen indien de ambitie wordt gerealiseerd. Ten aanzien van de buurt- en wijkvoorzieningen ligt er een stevige relatie met andere trajecten zoals de preventie in het sociale domein.
Aanbevelingen en acties De routekaart voor voorzieningen bevat aanbevelingen van gesprekspartners om de stad op deze groei te kunnen inrichten. Het is in die zin een andere routekaart dan voor bijvoorbeeld wonen waarin we planbare, concrete stappen zetten die moeten leiden tot extra woningen. Over sommige aanbevelingen moet nog een gemeentelijke afweging worden gemaakt of besluiten worden genomen. Concrete acties die we wel vanuit de routekaart oppakken, zijn: • We houden in onze zoektocht naar woningbouwlocaties rekening met (het behoud van) de kwaliteit van het groen en de openbare ruimte in de stad en in wijken/ dorpen. • We verkennen of we in de stad ruimte voor vermaak en vertier voor jongeren kunnen maken, waarbij festivals en (kleinschalige) evenementen mogelijk worden gemaakt. • We zetten extra in op het trekken van jongeren en nemen dit op in de routekaart Verjongen.
1.
Ambitie
In het spoor Voorzieningen staat centraal wat er nodig is aan voorzieningen als het aantal inwoners substantieel groeit. Wat is er extra nodig voor de voorzieningen om de groeiambitie van Deventer te realiseren? Wat betekent dit voor commerciële voorzieningen en voor dagelijkse boodschappen, voor mobiliteit en bereikbaarheid, voor de culturele voorzieningen, de openbare ruimte, voor sport, welzijn en onderwijs. En daarnaast is antwoord nodig op de vraag wat deze voorzieningen kunnen bijdragen aan de ambitie om te verjongen. Uit de gesprekken blijkt ook dat we het al best goed doen in Deventer, en dat er geen trendbreuk nodig is. Sommige voorzieningen kunnen organisch meegroeien, voor sommige voorzieningen betekent het dat ze beter kunnen draaien doordat er meer klanten, deelnemers of vrijwilligers zijn. Er is wel sprake van een belangrijke wisselwerking tussen de 4 sporen. Als er niet genoeg woningen zijn, heeft dat invloed op de voorzieningen. Voorzieningen hebben mensen nodig en andersom. Nieuwe inwoners worden getrokken door een betaalbaar en prettig woonklimaat. Anderen vinden hier een baan. Voor jongeren zijn betaalbare woningen een randvoorwaarde en in dat opzicht doet Deventer het nu nog goed vergeleken met grote steden.
Het is belangrijk om in gebiedsontwikkelingen goed te kijken naar deze wisselwerking en hier regie op te houden en stap voor stap keuzes te maken zodat er tijd en ruimte is voor bijsturing. De groeiambitie kan Deventer alleen samen realiseren: met partners, ondernemers en instellingen en vooral samen met onze inwoners. De groeiambitie wordt door de meeste partners gedeeld, maar er is ook zorg over het behoud van de kwaliteit van de stad. Groei betekent immers druk op groen en ruimte. De aantrekkingskracht van Deventer is het groen in en om de stad en in het buitengebied, de ligging aan de IJssel en de
4
cultuurhistorie. Wij kunnen er samen voor zorgen dat we deze kwaliteiten behouden en versterken, bijv. met de keuze voor locaties om woningen toe te voegen. Zodoende maken we Deventer nog aantrekkelijker voor onze bestaande en nieuwe inwoners.
2.
Opgaven
Er is waardering voor de wijze waarop de gemeente Deventer samen met haar partners inzet op gebiedsontwikkelingen, zoals De Kien, de Lebuinuspleinen en de Stadshof, mede omdat deze bijdragen aan de geschetste ambitie. Er is tegelijkertijd ook zorg dat er nog weinig regie is op deze ontwikkelingen met als gevolg dat het vastgoedbelang het teveel dreigt te ‘winnen’ van andere (maatschappelijke) belangen. Daarom is de aanbeveling om in gebiedsontwikkelingen meer tussentijds te kunnen bijsturen. Door te zorgen voor een goed samenspel tussen wonen en voorzieningen blijven we een aantrekkelijke stad. Bij elke opgave wordt de route beschreven hoe te komen bij goede voorzieningen voor de stad en de wijken en dorpen. Dit zal in samenwerking met onze partners en inwoners worden gerealiseerd, waarbij de gemeente soms een coördinerende of regierol heeft en soms faciliterend of stimulerend is.
2.1
Groen en openbare ruimte
Een van de grootste ambities waar Deventer op moet blijven inzetten is het behoud van parken en andere groenvoorzieningen: het is het goud van de stad, het nodigt uit en het is duurzaam. We zouden hier nog steviger op kunnen inzetten. Een groene stad met ruimte voor water draagt bij aan onze klimaatdoelstellingen en bereidt ons voor op extra weersomstandigheden (hitte, droogte en wateroverlast). De openbare ruimte heeft een belangrijke aantrekkingskracht voor ontspanning en recreatie, maar ook als verblijfs- en ontmoetingsfunctie. Het draagt bij aan de leefbaarheid in de wijken. In de Visie Leefomgeving wordt beleving ook als belangrijk speerpunt genoemd. Het geeft aan dat inwoners en ondernemers er veel waarde aan hechten dat de inrichting van de openbare ruimte aantrekkelijk, mooi en interessant moet blijven. Dat is meer dan alleen schoon, heel en veilig. Als we de kwaliteit in de leefomgeving willen versterken kan dat betekenen dat er extra middelen nodig zijn naast de middelen die we nu in het meerjarenonderhoudsplanning reserveren en die proportioneel meegroeien met het aantal inwoners. Verblijfplekken waar je functies kan mengen (ontspannen, ontmoeten, recreëren, werken) zijn belangrijk. Een verblijfplek kan een park zijn, maar ook pleinen of gebouwen en het gebied er omheen.
Een verblijfplek ontstaat soms vanzelf, maar in de stad is het vaak nodig om daarop te sturen, bijvoorbeeld in de openbare ruimte of door functiemenging van publieke gebouwen. De verwachting is dat de (commerciële) voorzieningen dan vanzelf volgen. De Brink of de IJssel is zo’n verblijfplek, maar zo’n plek kan ook ontstaan in en om gebouwen, zoals de schouwburg. Niet alleen in de binnenstad, maar ook in de de wijken heeft de openbare ruimte een belangrijke functie. Omdat we steeds meer doen en verwachten van de openbare ruimte is het belangrijk dat deze voldoende omvang en samenhang heeft. Zo is het belangrijk dat fiets-, sport, speel- en wandelroutes logisch op elkaar aansluiten. Voor waterhuishouding, klimaat, ecologie en duurzaamheid is die structuur hard nodig. Uiteraard heeft dit gevolgen voor wonen en hoe we omgaan met inbreiding en verdichting van de stad. We zullen daarin het belang van de openbare ruimte en het groen in het bijzonder moeten meenemen. Daardoor kunnen dilemma’s ontstaan in de zoektocht naar woningbouwlocaties, waarbij soms ook groene ‘reststroken’ (die geen natuurwaarde of recreatiefunctie hebben) in de stad en in het buitengebied moeten wijken.
Meer mensen betekent meer druk op de openbare ruimte en dat vraagt om investeringen in divers voorzieningen, zoals wandel- en fietsroutes, verblijf en zitplekken, speelplekken, waterelementen, in verlichting, maar ook in bijzondere verharding en beplanting. Als we gezondheid, spelen en bewegen willen stimuleren in de openbare ruimte vraagt dat om (slimme combinaties van) voorzieningen en het kan soms ten koste gaan van kwetsbaar groen en biodiversiteit. Ook daar moeten we oog voor houden. De IJssel is een belangrijk visitekaartje van Deventer en is ook een belangrijke verblijfplek, onder andere voor jongeren. We zouden het gebied om de IJssel beter kunnen benutten als we het verkeer op een andere manier afwikkelen, waarbij we rekening houden met het groen en de 5
ecologische waarden van het gebied, maar ook met de omwonenden (De Worp/ Welle). Dit is ook meegenomen in de Omgevingsvisie. Een andere manier van verkeersafwikkeling vraagt wel om een flinke investering in de infrastructuur.
Aanbevelingen: • •
2.2
Behoud en versterk de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen in en om de stad en investeer in het versterken van de samenhang in de groenblauwe structuur. Waar de druk op de ruimte te groot wordt zal dit vertaald worden naar extra middelen in het MJOP. Neem de kwaliteit van de openbare ruimte en het groen in de stad en in wijken/ dorpen mee in het onderzoek naar verdichtingsmogelijkheden voor wonen. Kijk goed naar waar we wel of niet kunnen bouwen met behoud van deze kwaliteit.
Economie en vrijetijdsaanbod
Deventer wordt gewaardeerd voor de gebiedsontwikkelingen die de arbeidsmarkt en bedrijvigheid kunnen versterken en daarmee ruimte geven aan de economie. Deventer zetten we met onze partners in op diversificatie en het aanjagen van economische ruimte bij De Kien, de Gasfabriek, Topicus en de Technicampus. In het samenwerkingsverband Deventer Economisch Perspectief (DEP) werken we samen aan Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TBBT) in Havenkwartier, Bergweide, A1 Bedrijvenpark en Kloosterlanden. Toekomstbestendig betekent veilig, duurzaam en aantrekkelijk, passend bij de bedrijven die zich daar vestigen. Hierbij spelen herstructurering en openbare ruimte (fietspaden en wandelroutes) een belangrijke rol, bijvoorbeeld in het stimuleren van werknemers om op de fiets naar het werk te gaan en te pauzeren in een groene werkomgeving. Daarnaast geven we ruimte voor combinaties van wonen en werken in gebieden zoals in het Roto gebied, Sluiskwartier en het Havenkwartier. Deze investeringen in de economie zijn van belang voor de werkgelegenheid voor nieuwe inwoners. Banen ontstaan immers niet automatisch door de groei van de bevolking. We zetten ook nu al actief in op het behouden van bestaande bedrijven voor Deventer en op het trekken van (jonge) ondernemers naar Deventer. Groei betekent meer draagkracht voor ondernemers en commerciële voorzieningen.
Vooral de detailhandel in de binnenstad en andere stedelijke commerciële voorzieningen zullen profiteren van deze groei. De groei kan (een deel van) de huidige trend van minder bestedingen in de binnenstad compenseren. Voor de dagelijkse boodschappen zullen er meer supermarkten, bakkers, en dergelijke nodig zijn, óf de huidige voorzieningen krijgen een impuls. Hoe en waar deze impuls voor bestaande of nieuwe (extra) commerciële voorzieningen voor de dagelijkse boodschappen zal uitpakken is nu nog niet te voorzien. Belangrijk daarbij is de keuze voor de nieuwe woningbouwlocaties. Voor de economie is een goed vrijetijdsaanbod essentieel om mensen naar de stad te trekken zoals een schouwburg, musea, horeca en winkels. Dat geldt ook voor voorzieningen in de dorpen, waar mensen genieten van het mooie buitengebied en van de voorzieningen (horeca en campings). Dit nodigt uit voor een langere verblijf en om Deventer en haar buitengebied beter te leren kennen. In de binnenstad zijn wensen om in sommige straten een mix van ondernemen en wonen te realiseren. Dit kan betekenen dat het karakter van de stad (deels) verandert. Er is veel leegstand, vooral op bovenverdiepingen. Vastgoedeigenaren zijn bereid om deze panden om te zetten naar woningen. Dat gebeurt nu al (bijv. Keizerstraat), maar er kan nog meer op worden ingezet.
Binnenstadbewoners zijn soms kritisch op deze ontwikkeling en vragen om rust en veiligheid, waardoor wrijving kan ontstaan. In de Omgevingsvisie is opgenomen hoe we omgaan met dit dilemma. De binnenstadbewoners hebben ook voorzieningen nodig, zoals winkels voor dagelijkse boodschappen (meer vers winkels, zoals bakkers), maar ook parkeerplekken voor de fiets. Die kunnen zij vaak niet in of bij de woning kwijt. Voor de auto kunnen we dit niet altijd in de binnenstad realiseren en maken we hiervoor ruimte vrij in de centrumschil, zoals bij De Kien, in het Sluiskwartier of in het Roto gebied. Bewoners en ondernemers laten we graag meedenken over creatieve oplossingen. Een uitdaging is hoe we de binnenstad aantrekkelijk houden voor ouder publiek, maar ook voor jongeren. Het ouder publiek wordt vaak gezien als onmisbaar om voorzieningen in stand te houden 6
omdat ze meer kunnen besteden. Als we meer jongeren willen trekken, hebben we ook daar voorzieningen voor nodig. Dit kan in de centrumschil, waarbij het Havenkwartier gezien wordt als een aantrekkelijk gebied voor jongeren: goed bereikbaar en waar nog ruimte is voor reuring (geluid). We hebben deze plekken nodig om jonge makers en creatieve stedelingen te trekken. De ruimte in de 1e Havenarm is onder druk komen te staan, omdat dit gebied meer veranderd is in een woonomgeving. Haveneiland biedt mogelijkheden voor zo’n beleefplek. Met het gebiedsprogramma centrumschil zetten we in op het versterken van de centrumschil. Dit betekent dat we het centrum groter zien dan alleen de historische binnenstad. Er kunnen nieuwe aantrekkelijke verblijfplekken ontstaan aan de randen. Het gebiedsprogramma centrumschil en de (provinciale) middelen die hiervoor beschikbaar zijn gesteld, kunnen hieraan bijdragen. Het is belangrijk om de regie te houden bij grote gebiedsontwikkelingen, waarbij goede afspraken worden gemaakt met projectontwikkelaars en vastgoedeigenaren op basis van een integrale visie op het betreffende gebied. Vastgoed kan nog beter worden ingezet door menging van functies of door ze in te richten als (tijdelijke) verblijfplekken. Functiemenging kan ook in samenwerking met bedrijfsleven en onderwijs, zoals in de Gasfabriek.
Hier kan ook in de wijken en dorpen meer op worden ingezet (pop-up) in samenwerking met bewoners, ondernemers, woningcorporaties en andere vastgoedeigenaren. Uit bewonersinitiatieven blijkt dat er veel creatieve oplossingen mogelijk zijn.
Aanbevelingen: • • • •
2.3
Blijf aanjagen en partner zijn bij het creëren van ruimte voor nieuwe vormen van economie om innovatie en diversiteit van de arbeidsmarkt te blijven vergroten. Maak ruimte voor winkels voor dagelijks boodschappen voor bewoners in de binnenstad. Zorg voor het beter benutten van vastgoed door functiemenging in en om gebouwen en voor aantrekkelijke verblijfplekken en een beleefplek voor jongeren. Houd er bij (de planning van) stedelijke herontwikkeling rekening mee dat er in de stad voldoende aanbod bestaat voor maatschappelijke opgaven, starters en jonge makers.
Culturele voorzieningen
Voor culturele voorzieningen kan groei betekenen dat zij meer bezoekers ontvangen, waardoor zij (nog) beter kunnen draaien. Niet alleen voor commerciële voorzieningen (winkels, horeca), maar ook voor culturele voorzieningen geldt dat zij soms moeten concurreren met de regio voor het trekken van bezoekers. Voor de stadsschouwburg geldt dat zij als podiumfunctie goed loopt, maar moeite heeft om haar ruimtes te benutten voor commercieel gebruik (congressen, zakelijke markt etc.). Daarom zijn er plannen om de stadsschouwburg om te zetten naar een plek in de openbare ruimte voor menging van functies en ontmoeting. Als er meer geïnvesteerd wordt in de ruimte in en om de gebouwen worden dit aantrekkelijke plekken om te verblijven. Samen met onze partners zijn we hier ook in programmering mee bezig bij Mimik, de stadsbibliotheek, De Kien en de Lebuinuspleinen. Over de ontwikkeling van de stadsschouwburg/ De Nieuwe Keizer moet de raad nog een besluit nemen. In de centrumschil en in het bijzonder in het Havenkwartier is meer ruimte mogelijk voor reuring voor jongeren. Dit blijkt ook uit het Ontwikkelbeeld voor het Havenkwartier. Het hoeft niet gelikt te zijn en mag gaandeweg ontstaan in een grotere gebiedsontwikkeling.
Een (nieuw) poppodium kan een katalysator zijn voor andere ontwikkelingen en bedrijvigheid in het gebied, waaronder, naast muziek, creativiteit, ontspanning en urban sporten (van skateboarden tot vissen). Ook hier is het belangrijk dat de gemeente de regie houdt, bijvoorbeeld door op deze plek geen ruimte te bieden voor wonen. Hierbij is sprake van een wisselwerking tussen wonen en voorzieningen en kan concurrentie ontstaan in de zoektocht naar ruimte. Niet alle functiecombinaties gaan namelijk goed samen. En er is ruimte nodig om werkateliers betaalbaar te houden voor creatieve stedelingen en kunstenaars. Daarbij kunnen we jonge makers en kunstenaars meer betrekken bij gebiedsontwikkelingen. In Deventer zit het productiehuis De Nieuwe Oost dat jonge makers van popmuziek uit heel Nederland naar Deventer en een netwerk vormt met andere creatieve stedelingen rond het havengebied. Een eruit springende fysieke voorziening die door veel gesprekspartners wordt gemist, is een modern (industrieel) poppodium. Deventer is op achterstand met omliggende steden die relatief nieuwe poppodia hebben, zoals Hedon in Zwolle en Gigant in Apeldoorn. Deventer kan zich onderscheiden met een poppodium met een industriële uitstraling op een plek waar meer kan. Wil Deventer een 7
aantrekkelijke stad zijn voor jongeren, dan heb je festivals en een poppodium nodig. Niet alleen voor de muziek en evenementen, maar ook voor het stimuleren van jonge ondernemers en talentonwikkeling van jonge mensen. Dat gebeurt binnen Young Deventer: een programmalijn binnen de podiumkunsten, waarbij het Burgerweeshuis samen met Saxion en Aventus werkt aan educatie en talentontwikkeling. Bijvoorbeeld door het samen organiseren van introductieweken voor nieuwe studenten en door stage en werkplekken te creëren voor jongeren die zelf een café willen runnen, festivals en evenementen willen organiseren, etc.
Aanbevelingen: • • •
2.4
Kijk of je culturele voorzieningen (schouwburg, bibliotheek) nog meer kan mengen met andere functies, zodat het aantrekkelijke verblijfplekken worden voor de stad. Maak in de stad meer ruimte voor reuring en (kleinschalige) evenementen, waardoor het een aantrekkelijke beleefplek voor jongeren kan worden; houd hierop regie. Zorg voor betaalbare werkplekken voor jonge makers en kunstenaars, in aansluiting op de gewenste ruimte voor reuring.
Sociale voorzieningen
Buurtvoorzieningen zijn de sociale infrastructuur van de wijk. Denk aan buurthuizen, bibliotheken en scholen. Zij zullen mee moeten groeien met het aantal inwoners, waarbij maatwerk per wijk of dorp nodig is, afhankelijk van behoeften en wensen en van de achtergrond van haar inwoners. Waar we extra aandacht voor moeten houden zijn de buurten/ wijken die minder stevig zijn. Daar hebben we buurtvoorzieningen en instellingen nodig ten behoeve van de draagkracht van wijken en hun bewoners. Behoud van bestaande buurthuizen is van belang, maar vraagt nieuwe ideeën en creativiteit voor gezamenlijk gebruik en invulling van deze voorzieningen. Daarnaast zijn er ook andere manieren om een sociale infrastructuur te versterken en moeten we rekening houden met de ‘verkleuring’ van wijken. Nieuwe wijken worden vaak door jonge mensen bewoond, waar de voorzieningen ook op zijn ingericht. Door de jaren heen verkleurt zo’n wijk: mensen worden ouder en hebben behoefte aan andere voorzieningen. Hoe zorgen we ervoor dat de voorzieningen in de wijk meegroeien? Tijdelijke oplossingen bieden ruimte voor verandering. Een mix van tijdelijk en bestaand in vernieuwde vorm is wenselijk. Succesfactoren zijn: een goede beheerder, een divers programma en het samenbrengen van verschillende bewonersgroepen. Voorbeelden zijn de Fontein in Colmschate, halte Z in Zandweerd en Braakhekke in Bathmen.
Afhankelijk van wijk en behoefte, kan een buurtvoorziening ook tijdelijk zijn. Een eerste stap is anders kijken naar gebouwen en creatief zijn met gebouweigenaren. Daarnaast blijft investeren in maatschappelijk vastgoed nodig: toenemende druk op de ruimte, hoge vastgoed kosten en druk op de woningbouw maken het steeds moeilijker. Kwetsbare bewoners maken ook onderdeel uit van de stad. Als de ruimte er niet is, zullen kleinschalige wijkinitiatieven ook verdwijnen. Vrijwilligers kunnen dat niet zelf opbrengen. Investeringen in de sociale infrastructuur dragen bij aan het welbevinden van mensen en leiden tot minder gebruik van (dure) zorgvoorzieningen. Door te investeren in preventie krijgen mensen met (zorg)problemen een alternatief. Zorg- en welzijnsprofessionals en bewoners zouden nog wel dichterbij elkaar kunnen worden gebracht. Bibliotheken zijn plekken waar jongeren en zzp’ers studeren en werken, niet alleen in het centrum. Bewoners komen bij een bibliotheek terecht met een vraag (bijv. over de digitale overheid), waardoor de bibliotheek een signaalfunctie krijgt. Als er meer functies in een gebouw ondergebracht zijn, kan een signaal (schulden, taalachterstand etc.) sneller bij de juiste mensen en instellingen terechtkomen.
Vergrijzing en ouderen die langer zelfstandig wonen (dementie) vragen om nieuwe eisen aan voorzieningen, zoals laagdrempelige ontmoeting en vrijwilligers die hulp kunnen bieden. Een buurtconciërge, een bibliotheekmedewerker of een vrijwilliger kunnen allemaal signaalfuncties hebben. Zij moeten dan wel weten waar zij terecht kunnen met hun signaal en als alles in één gebouw zit, maakt dit het voor instanties (sociale teams) gemakkelijker om elkaar te vinden. In Keizerslanden zitten verschillende organisaties bij elkaar in de bibliotheek en dat werkt heel goed. De groei van Deventer zal voor een groot deel van nieuwkomers komen: diversiteit en inclusie zijn daarbij heel belangrijk. Dit geldt ook voor onze huidige inwoners of om jongeren die moeite hebben om aan een stage- of werkplek te komen. Bij groei vraagt het nog meer om nog breder te kijken en
8
met elkaar in gesprek te gaan. Een uitdaging voor voorzieningen: hoe inclusief en toegankelijk zijn de voorzieningen? Belangrijk is de focus op talenten, niet op verschillen. Naast bovengenoemde wijkvoorzieningen heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor (stedelijke) voorzieningen voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Ook deze voorzieningen vragen ruimte en investeringen in maatschappelijk vastgoed. Met de groei van de stad kan ook de vraag naar deze voorzieningen, vaak gelegen in of nabij het centrum, toenemen.
Aanbevelingen: • • • •
2.5
Laat buurtvoorzieningen organisch meegroeien met de groei van het aantal inwoners, op basis van maatwerk en met focus op preventie zodat wijken en dorpen vitaal blijven. Laat bewoners/ jongeren en vastgoedeigenaren meedenken met het vinden van creatieve oplossingen voor maatschappelijke functies, zoals ontmoeting en activering. Zorg ervoor dat door clustering van voorzieningen bewoners, vrijwilligers en professionals (welzijn en zorg) elkaar makkelijk kunnen vinden en signalen kunnen worden opgepakt. Houd bij (de planning van) stedelijke herontwikkeling en in wijken en dorpen ruimte voor maatschappelijke (woon/zorg) voorzieningen.
Sport
In het sportbeleid ‘Samen sporten maakt sterk’ is het uitgangspunt dat sportaccommodaties toegankelijk zijn voor iedereen, voor alle inkomens en ook voor mensen met een beperking. Sportverenigingen zijn de spil in de samenleving en spelen hierin een belangrijke rol. In 2020 heeft de raad een besluit genomen over het uitwerken van het scenario waarbij uiteindelijk alle accommodaties voor binnen- en buitensport op een aantal locaties worden gecentraliseerd. Dit biedt ook kansen voor woningbouw. Belangrijk bij deze centralisatie is wel dat een sporthal op 15 minuten (veilige) fietsafstand van huis ligt, vooral voor kinderen/ jongeren (o.a. studenten) die relatief nog meer sporten en er met de fiets naartoe moeten kunnen. Maar ook het grasveldje om de hoek is belangrijk en kan aanzetten tot sporten. Deventer heeft genoeg sportvelden, ook om de groei op te vangen, maar de kwaliteit van de sporthallen kan beter: een mooie sporthal heeft een aantrekkende werking om te gaan sporten. Er zijn in Deventer relatief veel verouderde sporthallen. Als een sporthal vernieuwd wordt, neemt sport een vlucht. Ontwikkelingen rond sport gaan soms hard en zijn moeilijk voorspelbaar. Ons sportaanbod moet daarom flexibel inzetbaar zijn en kunnen inspelen op ontwikkelingen. Dit geldt ook voor bewegen en spelen. Begin daarom klein: als de kans of een initiatief zich voordoet (bijv.
vanuit sportverenigingen) kan de gemeente dit stimuleren en investeren in een gevarieerd sportpark. Het Sportbedrijf kan samen met de gemeente nadenken over nieuwe manieren van sportbeheer, zoals het openstellen van sportgebouwen voor de wijk. Het sportaccommodatiebeleid gaat ook uit van de ‘open club gedachte’ en het openstellen van sportvoorzieningen voor de wijk. Het Sportakkoord sluit hier op aan. Landelijk gezien zit Deventer vrij hoog in de sportparticipatie: 60-65% (landelijk 45-50%) is lid van een sportvereniging. Een belangrijke trend is professionalisering van de sport: bijv. betaalde professionele voetbaltrainers voor de jeugd (in plaats van vrijwillige ouders). Dit kan groei betekenen, maar ook dat het duurder wordt. Stichting Leergeld en het Sportbedrijf werken met elkaar samen om sporten betaalbaar te maken. Met Saxion wordt gewerkt aan een studentenpas.
Aanbevelingen: • • •
Zet in op kwaliteit van sporthallen en een gevarieerd sportaanbod, zo dichtbij mogelijk, en begin vanuit kansen en sportinitiatieven vanuit de samenleving. Stel sportgebouwen open voor de wijk en haar bewoners, van jong tot oud, zodat spelen en bewegen, en ontmoeten mogelijk wordt gemaakt. Laat het Sportbedrijf samen met instellingen werk maken van het betaalbaar maken van sport voor o.a. studenten en kinderen uit een lage sociaaleconomische situatie (SES)
9
2.6
Onderwijs en jeugd
Op dit moment is er nog sprake van krimp in het basisonderwijs. Groei betekent meer leerlingen voor de bestaande onderwijsinstellingen. Kwaliteit kan leiden tot groei. Dat geldt ook voor het onderwijs. Die kwaliteit zit ook in kleinschaligheid. Dit maakt Deventer aantrekkelijk en zou beter ontwikkeld kunnen worden, ook in het onderwijs. De onderwijspartners en de gemeente kennen elkaar en zitten goed in de netwerken. Door in te zetten op een goed opleidingsaanbod kan de lichte groei die nu zichtbaar is in het hoger onderwijs worden voortgezet. Onderwijs heeft een maatschappelijke rol om studenten voor te bereiden op de arbeidsmarkt of een vervolgopleiding. De opgave voor voortgezet onderwijs ligt in verbreding en diversiteit. Er is nu sprake van een lichte stijging van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs. Groei betekent een steviger draagvlak en dat er meer onderwijslokalen nodig zijn (zowel voor PO als VO). Deventer kan meer excelleren door goed en gevarieerd onderwijs. Deventer heeft bijvoorbeeld nauwelijks speciaal voortgezet onderwijs. Dit is wel nodig om passend onderwijs te kunnen bieden en de aanbeveling is om deze mogelijkheid te verkennen. Onze leerlingen die van het (speciaal) basisonderwijs komen, moeten hiervoor nu uitwijken naar omringende steden.
In het basisonderwijs betekent groei op lange termijn meer onderwijs- en gymlokalen (onderdeel onderwijshuisvesting). De ontwikkeling van integrale kindcentra (doorgaande lijn 0 – 13) vraagt in sommige wijken om alles onder 1 dak onder te brengen. Het onderwijshuisvestingsbeleid en de (rijks)financiering is hier echter nog niet op berekend, want kijkt alleen naar het aantal leslokalen. De gemeente kan samen met de scholen onderzoeken welke mogelijkheden er zijn binnen onderwijshuisvestingsbeleid, maar hier zal ook landelijk beleid op aangepast moeten worden. De basisschool is de spil in de wijk en kan ook signaleren als er problemen zijn met kinderen en gezinnen. Openbare schoolpleinen zijn belangrijk voor de wijk. Schoolpleinen en (kleinere) speelplekken dichtbij waar de kinderen wonen, bereiken meer kinderen. In Deventer is het gewoon leuk opgroeien, spelen, leren en bewegen. Wel mist de jeugd plekken in de wijk en in de stad waar ze zichzelf kunnen zijn en even kunnen chillen. Die behoefte zal proportioneel meegroeien met het aantal jonge inwoners. Dit hoeft niet per se een jongerencentrum te zijn, maar wel een plek waar ze terecht kunnen. Buitenruimte is er genoeg, maar jeugd (12-18 jaar) wordt snel ervaren als overlast gevend (geluid en afval). Goed overleg met o.a. de bewoners over de inrichting en de locaties is daarbij essentieel.
Contact met jongerenwerkers en sociale controle in de wijk kunnen de ervaringen van overlast verminderen, maar ook het simpelweg plaatsen van meer afvalbakken. In Deventer stroomt 60% van de middelbare school door naar het VMBO (landelijk is dit 50%). Zij wonen al in de stad en zijn onze kernbewoners. We kunnen onze mbo-jongeren beter inzetten, bijvoorbeeld bij evenementen (voetbalwedstrijden) en recepties en hierin samen optrekken met Aventus en het bedrijfsleven. Saxion werkt samen met partners aan het verbeteren van het studentenklimaat door o.a. een studentencultuur (vereniging) en studentensport te stimuleren. Om meer studenten uit de regio te trekken wordt gewerkt aan een gevarieerd opleidingsaanbod. Deventer is Kennisstad (met grote ingenieursbureaus) én (van oudsher) Maakstad: kijk of je tot nieuwe onderwijsnetwerken kan komen, wellicht uitbreiden naar universiteit en bedrijfsleven. Wellicht is het mogelijk om hier ook afstudeerrichtingen te vestigen, bijv. in samenwerking met UT onderzoek gekoppeld aan wat hier al bestaat: ICT of maakindustrie/ bedrijfsleven. Deventer is goed in netwerken en het is belangrijk om in het netwerk actief te zijn en de schaal van Deventer te benutten. We weten elkaar makkelijk te vinden en de lijnen zijn kort. De charme van Deventer is dat je elkaar kent.
Voor jonge inwoners kan ‘ons kent ons’ overigens ook een nadeel zijn als ze nieuw in de stad komen wonen. De stad blijkt niet altijd toegankelijk te zijn en laat zich niet goed kennen. Daar zou de gemeente samen met haar partners meer op moeten inzetten, vooral bij jonge nieuwkomers en studenten, door Deventer (ook als studentenstad) beter te promoten. Jongeren moeten meer invloed krijgen op wat voor hun aantrekkelijke buurten zijn. Doe meer met studenten (Saxion en Aventus): laat jongeren meedenken over wat voor hun een prettige wijk is. Het onderwerp staat goed op de agenda: er is een grote bereidheid om mee te denken vanuit de profilering van Deventer als studentenstad en door dit mee te nemen in de planvorming (Saxion in landelijk netwerk, studentenhuisvesting, De Kien en Gasfabriek), samenwerking met bedrijven/ 10
ondernemers en in marketing en activiteiten, internationale inzet (masteropleidingen) etc. Onze jongeren zijn vaak praktisch ingesteld: “doeners met denkkracht”. Maak de combinatie van Kennisstad en Maakstad. Als er evenementen zijn (ook voetbalwedstrijden of zakelijk), zet je mbostudenten in.
Aanbevelingen: • • • • • • • •
2.7
Kijk naar de ontwikkeling van integrale kindcentra en verken samen met de scholen wat er mogelijk is binnen het integrale onderwijshuisvestingsbeleid. Maak basisscholen en middelbare scholen nog meer onderdeel van de wijk en stel de scholen waar mogelijk beschikbaar voor wijkactiviteiten. Verken de mogelijkheden voor speciaal voortgezet onderwijs in Deventer. Stimuleer onderwijsnetwerken om nog beter gebruik te maken van de Deventer schaal, het netwerk uit te breiden naar o.a. bedrijfsleven en zo mogelijk naar de UT. Werkgevers en gemeente: zet i.s.m. Aventus onze jongeren in bij evenementen, etc. Promoot de combinatie Deventer Kennisstad en Maakstad. Laat studenten meedenken en -participeren bij de ontwikkeling van de stad. Betrek jongeren bij het aantrekkelijk maken van buurten en het vinden van creatieve oplossingen voor (tijdelijke) chillplekken samen met instellingen en vastgoedeigenaren.
Mobiliteit en bereikbaarheid
Bereikbaarheid ondersteunt de ruimtelijke ontwikkelingen. We moeten daarbij goed kijken naar de bestaande infrastructuur en wijken daarop aansluiten. Bij nieuwe locaties is dat een lastiger opgave. Het knelpunt ontstaat richting de stad (op de radialen). Fietsinfrastructuur wordt nog belangrijker bij groei; in het centrum, maar ook in de wijken moet beter worden nagedacht over nieuwe vervoerconcepten (speedpedelecs), fietsparkeren en fietslaadpalen. Voor het bestaande stadsnetwerk (en parkeren) betekent groei nog meer een verschuiving van auto naar fiets. Verkeer dat niet uit Deventer komt, wordt zo ver mogelijk om de stad heen geleid. Het is geen onmogelijke opgave om de IJssel meer bij de stad te betrekken en het verkeer om te leiden. In de binnenstad is meer aandacht nodig voor fietsparkeren en fietsenstallingen en zeker bij inbreiding. Dat geldt ook voor fietsparkeren bij voorzieningen, zoals bij Mimik en de bibliotheek waar dit te laat is meegenomen. Bij gebrek aan stalling zetten bewoners van de binnenstad hun fiets op straat met alle nadelige gevolgen voor veiligheid en leefbaarheid. Bij meer wonen in de binnenstad, van vooral jongeren, wordt dit nog belangrijker. Als je in de stad woont (zoals veel studenten) wil je met je fiets dichtbij school of kantoor (Topicus, De Kien) kunnen parkeren.
Uiteraard is ook autoparkeren voor bewoners van de binnenstad een knelpunt, waarvoor geldt dat de gemeente dit niet altijd zal faciliteren in de nabijheid van de woningen. Voor het OV en OV-vervoersconcepten (bijv. buurtbus) zijn vrijwilligers nodig en zij zijn steeds moeilijker te vinden. Dat betekent dat bij groei de voorzieningen nog meer naar de dorpen en wijken moet worden gebracht, zodat verkeersbewegingen niet teveel toenemen.
Aanbevelingen: • •
3.
Promoot Deventer Fietsstad en zorg voor integraal Fietsbeleid om dit te verankeren. Zet nog steviger in op goede fietsvoorzieningen, zoals fietsparkeren en fietsenstallingen en maak hiervoor middelen vrij in het MJOP.
Jongeren: extra inzet nodig!
Uit vrijwel alle gesprekken blijkt dat de grootste opgave ligt bij het trekken van jongeren! Verjonging betekent een trendbreuk voor Deventer, waar we extra op moeten inzetten. We denken niet alleen aan studenten, maar ook aan starters / jonge huishoudens (18-35 jaar) die we willen behouden en aantrekken. In vrijwel alle sectoren is inzet nodig om Deventer een aantrekkelijke stad voor jongeren te maken. En uit vrijwel alle gesprekken blijkt dat er meer culturele voorzieningen voor jongeren nodig 11
zijn, zoals een poppodium. Daarnaast kan Deventer zichzelf, de stad en haar voorzieningen beter promoten, ook als studentenstad. Jongeren willen graag meedenken en meepraten met de stad en over wat voor hun aantrekkelijk is. Zij maken nog te weinig onderdeel uit van de stad. Uit de gesprekken met jongeren (starters) blijkt dat Deventer niet goed genoeg op de kaart staat. Je weet niet wat er in de stad te vinden is, dat geldt voor voorzieningen maar ook voor de arbeidsmarkt. De gemeente, onderwijsinstellingen en bedrijven zouden Deventer beter kunnen promoten. Voor jonge inwoners zou de gemeente netwerkborrels kunnen organiseren, waar bedrijven en instellingen zichzelf aanbieden. Ontmoeting is een heel belangrijk thema voor jongeren. Dat kan de stad zelf organiseren met events, maar ook in de stad zelf zijn ontmoetingsplekken nodig. Plekken waar je elkaar vindt en waar je graag werkt en studeert, lunchafspraken hebt en andere jongeren tegenkomt. Ook in het uitgaansleven is er niet veel aanbod voor jongeren. Je hebt plekken in de stad nodig waar meer kan, waar je evenementen kan organiseren en waar je elkaar weet te vinden op basis van gedeelde interesses. Randvoorwaarde voor jonge starters om naar Deventer te verhuizen is toch vooral het vinden van een betaalbare woning op een goede locatie.
In Deventer is de woningmarkt voor starters nu nog best goed vergeleken met grote steden, maar het kan beter. Voor studenten is er studentenhuisvesting, maar als je afgestudeerd bent moet je het als starter zelf maar uitzoeken. In de routekaart Verjongen wordt ingegaan op hoe we Deventer kunnen laten verjongen en hoe we jongeren meer kunnen laten meedenken en -doen.
4.
Strategie
Voor voorzieningen is geen trendbreuk nodig, uitgezonderd voor de jongeren. De voorwaarde voor groei is behoud van de kwaliteit van de stad, het groen, de cultuurhistorie en de sociale voorzieningen in wijken en dorpen. Deze kwaliteiten zullen we behouden en versterken. Daarbij willen we onze huidige inwoners niet uit het oog verliezen: ook zij maken gebruik van onze voorzieningen en ook zij moeten Deventer ervaren als een fijne stad om te wonen, werken en verblijven. Zorg voor organische groei van stad en wijken: voorzieningen hebben mensen (woningen) nodig en andersom. Dat geldt zowel voor stedelijke voorzieningen als voor voorzieningen in wijken en dorpen. In stedelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat het weloverwogen gebeurt, stap voor stap: met een regierol van de gemeente en ruimte voor bijsturing. Er is een wisselwerking tussen de 4 sporen, waardoor regie nodig is op gebiedsontwikkelingen (keuzes maken tussen 4 sporen). Verder is het nodig om een onderscheid te maken tussen stedelijke voorzieningen (hoger onderwijs, culturele voorzieningen, etc.) en voorzieningen die op wijken en dorpen niveau nodig zijn. Stedelijke voorzieningen (musea, schouwburg, binnenstad ondernemers, hoger onderwijs) zijn afhankelijk van bezoekers en kunnen ook te maken hebben met concurrentie van andere steden.
Voor wijken en dorpen geldt natuurlijk ook dat voorzieningen afhankelijk zijn van mensen (woningen), bijvoorbeeld om een supermarkt of school in stand te kunnen houden in een klein dorp. Voor sociale voorzieningen zoals buurthuizen en bibliotheken kan dit meer maatwerk zijn, afhankelijk van behoefte en wensen van bewoners, en van de draagkracht van wijken. Daarvoor geldt dat inclusie en diversiteit (jong en oud, arm en rijk, onafhankelijk van achtergrond) belangrijk zijn om de draagkracht van wijken en dorpen te versterken. Voor wijken en dorpen geldt ook: koester en versterk groen, sport- en ontmoetingsplekken en buurtvoorzieningen. Betrek bewoners en jongeren bij het vinden van creatieve/ tijdelijke oplossingen, bijvoorbeeld voor ontmoeting. Dat kan ook samen met vastgoedeigenaren. Voldoende woningen voor jongeren zijn zowel in de stad als in de wijken prioriteit 1. Maar daarover meer in de Routekaart voor Wonen.
Instrumenten Naast de route die per domein is geschetst kunnen we instrumenten inzetten om onze ambitie voor voorzieningen als onderdeel van onze groeiambitie te realiseren. We zijn ons ervan bewust dat er sprake kan zijn van een kip-ei situatie: voorzieningen hebben (mensen) woningen nodig en 12
andersom. We zullen in beide moeten investeren (in geld en in aandacht) om te kunnen groeien. En er is meer nodig om onze arbeidsmarkt te versterken en om te verjongen. Daarover gaan de separate Routekaarten voor de Arbeidsmarkt en voor Jong! Algemene instrumenten om voorzieningen te laten ‘meegroeien’ met de stad zijn: • Gebiedsontwikkeling samen met de stad: regierol gemeente en betrek bewoners. • Organische groei en ruimte voor bijsturing door wisselwerking van de 4 sporen. • Meer inzetten op netwerken en samenwerking met instellingen en ondernemers. • Bewonersparticipatie: bewoners laten meedenken aan de ontwikkelingen in de buurt. • Jongerenparticipatie: jonge doeners met denkkracht inzetten en laten meedenken/ praten.
13