2021-182 Redactiestatuut Omroep
Tekst van het document
Model redactiestatuut publieke lokale media-instelling Inleiding
Programma’s maken (de Mediawet spreekt van media-aanbod verzorgen) voor een lokale omroep betekent meer dan het correct opstellen van een draaiboek, het hanteren van de juiste cameratechniek of een goede presentatie. Het in de praktijk goed functioneren van de lokale omroep hangt ook af van de wijze waarop de verantwoordelijkheden zijn geregeld en vastgelegd van onderscheidenlijk de redactie (dit zijn de redactieleden, programmamedewerkers en programmamakers tezamen) en het bestuur (ook wel aangeduid als de directie) met betrekking tot de totstandkoming en de inhoud van het media-aanbod. Aan wie is de redactie verantwoording verschuldigd en op welke waarborgen kunnen zij bij de uitoefening van hun werkzaamheden aanspraak maken? Het voorhanden hebben van een redactiestatuut is niet alleen voor het beantwoorden van deze vragen een vereiste, maar is bovenal een door de Mediawet opgelegde verplichting. De lokale omroep is op grond van artikel 2.88 van die wet verplicht een redactiestatuut tot stand te brengen waarin de redactionele onafhankelijkheid van de redactie is vastgelegd. Ofschoon de Mediawet alleen rept van werknemers, geldt het redactiestatuut ook voor leden van de redactie zonder arbeidscontract en/of personen die onbezoldigd redactiewerkzaamheden verrichten.
Artikel 2.88 Mediawet In het eerste lid van dit artikel is opgenomen dat de publieke media-instellingen, dit zijn de landelijke, regionale én de lokale omroepen, de vorm en de inhoud van het door hen verzorgde media-aanbod bepalen en daarvoor verantwoordelijk zijn. Vervolgens is in het tweede lid van dit artikel voorgeschreven dat zij in overeenstemming met hun werknemers die zijn belast met de verzorging en de samenstelling van het media-aanbod (dit is de redactie) een redactiestatuut tot stand brengen. Op grond van het derde lid van dit artikel bevat het redactiestatuut de journalistieke rechten en plichten van de werknemers, waaronder in elk geval - waarborgen dat normen inzake journalistieke deontologie en kwaliteit worden gehanteerd en - waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders, sponsors en anderen die bijdragen hebben verstrekt voor de totstandkoming van het media-aanbod.
Met journalistieke deontologie wordt min of meer bedoeld de geschreven en ongeschreven fatsoensregels die binnen de journalistiek worden geaccepteerd. Rechtspositie redactieleden Redactieleden bij een lokale omroep hebben ten opzichte van hun bestuur een vergelijkbare positie als werknemers ten opzichte van hun werkgever. In het geval een redactielid betaald wordt, is dit zelfs nog meer het geval. In de regel heeft men evenwel bij een lokale omroep te doen met vrijwilligers. Vrijwilligers genieten geen wettelijk geregelde rechtspositie zoals werknemers met een arbeidsovereenkomst. De vrijwilligers hebben bijvoorbeeld geen ontslagregeling en zij kunnen geen aanspraak maken op salaris of sociale voorzieningen. Daar staat tegenover dat het bestuur in beginsel geen afdwingbare afspraken met en aanspraken op de vrijwillige medewerker kan maken. Om enigszins tegemoet te komen aan deze onzekerheden voor zowel de vrijwilliger als het bestuur van de lokale omroep heeft de NLPO een model van een medewerker-overeenkomst opgesteld. www.stichtingnlpo.nl
1
Daarenboven is voor medewerkers die belast zijn met de verzorging en de samenstelling van het media-aanbod, de redactie, niet alleen hun rechtspositie van belang maar ook hun redactionele onafhankelijkheid. Scheiding van verantwoordelijkheden Voor een goede gang van de dagelijkse werkzaamheden binnen de lokale omroep is de scheiding van de bestuurlijke verantwoordelijkheden en de verantwoordelijkheden voor de vorm en de inhoud van het media-aanbod onontbeerlijk. De scheiding van deze verantwoordelijkheden is zoals gezegd neergelegd in het redactiestatuut. Op grond van het redactiestatuut zijn de programmatische taken en verantwoordelijkheden binnen toebedeeld aan de redactie. Het bestuur delegeert zijn programmatische taken en verantwoordelijkheden aldus aan de redactie. Deze delegatie houdt in dat het bestuur niet zelf de bevoegdheid heeft om op te treden met betrekking tot de vorm en de inhoud van het media-aanbod. Maar het bestuur is wel verantwoordelijk voor het functioneren van zijn medewerkers, dus ook voor het functioneren van de leden van de redactie. Deze verantwoordelijkheid, die zich uit in de regels die het bestuur in acht moet nemen met betrekking tot de benoeming en het ontslag, is neergelegd in de statuten van de lokale omroep.
Het bestuur kan dus achteraf optreden tegen redactieleden die in strijd hebben gehandeld met de regels die gelden voor de gedelegeerde bevoegdheid. De gescheiden verantwoordelijkheden en de daarmee gepaard gaande nader omschreven bevoegdheden, betekenen voor de redactieleden een begrenzing van de vrijheid van handelen. Deze vrijheid is begrensd door het door het programmabeleid bepalende orgaan (pbo) vastgestelde programmabeleid en de, bijvoorbeeld door de hoofdredacteur vastgestelde, regels met betrekking tot de uitvoering daarvan. Voor het bestuur is, zoals gezegd, in deze geen rol weggelegd. Vermijden van belangenconflicten Artikel 2.1, tweede lid, van de Mediawet bepaalt onder meer dat het media-aanbod van de publieke media-instellingen, dus ook van de lokale omroep, onafhankelijk is van commerciële en overheidsinvloeden. Het tot stand brengen van een redactiestatuut staat mede hiermee in verband. De redactie houdt bij het samenstellen van het media-aanbod rekening met het door het pbo vastgestelde programmabeleid en de door de hoofdredacteur vastgestelde kaders van de programmering. Daarnaast kunnen er belangen van derden een rol spelen. Te denken valt aan adverteerders, sponsors, (lokale) overheden en andere derden die een financiële bijdrage leveren aan de productiekosten van het programma.
In deze gevallen bestaat het gevaar dat een redactielid klem komt te zitten tussen het bestuur dat verantwoordelijk is voor de financiële basis van de lokale omroep en de redactionele onafhankelijkheid. Het redactiestatuut biedt hierin uitkomst. Vaststelling van het redactiestatuut In overeenstemming met de werknemers die zijn belast met de verzorging en samenstelling van het media-aanbod brengt de lokale omroep een redactiestatuut tot stand, aldus de Mediawet. Het redactiestatuut wordt vastgesteld door het bestuur van de lokale omroep. In de statuten kan zijn bepaald dat die vaststelling eerst plaatsvindt in overleg met, na overleg met of na goedkeuring van het pbo. Totstandkoming en gebruik modelredactiestatuut Deze publicatie is met zorg samengesteld. Bij de opstelling van het model is het voorbeeld van het Redactiestatuut Omroep en de Checklist programmastatuut Omroep, beide van de www.stichtingnlpo.nl
2
NVJ, als richtsnoer gebruikt. Niettemin kan de NLPO geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele gevolgen van het gebruik van het modelredactiestatuut. Graag verneemt de NLPO uw opmerkingen naar aanleiding van het modelredactiestatuut, zodat het statuut, wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan worden aangepast. (DO/06-11-2017)
www.stichtingnlpo.nl
3
Model redactiestatuut Artikel 1. Doel redactiestatuut Dit redactiestatuut heeft tot doel de onafhankelijkheid van de redactie van de lokale omroep te waarborgen bij het uitoefenen van haar journalistieke taak. Het regelt voorts de rechten en plichten van de medewerkers in relatie tot de journalistieke functie van de lokale omroep. Artikel 2. Doelstelling lokale omroep/uitgangspunten media-aanbod 2.1 De lokale omroep stelt zich uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel het op lokaal niveau uitvoeren van de publieke media-opdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een gemeente waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen. 2.2 De lokale omroep heeft een orgaan, het programmabeleid bepalende orgaan (pbo), dat het media-aanbodbeleid bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de gemeente(n) waarop de instelling zich richt voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. 2.3 De lokale omroep bepaalt, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Mediawet, vorm en inhoud van het door hem verzorgde media-aanbod en is daar verantwoordelijk voor.
2.4 De lokale omroep onderscheidt zich van landelijke publieke omroep doordat zijn mediaaanbod op radio, tv en internet in het bijzonder betrekking heeft op een bepaalde gemeente of gemeenten en doordat de inhoud van het media-aanbod cultureel en maatschappelijk van betekenis is voor de luisteraars en/of kijkers in dat verzorgingsgebied. 2.5 De uitgangspunten die betrekking hebben op het samenstellen van het media-aanbod van de lokale omroep zijn neergelegd in de statuten van de lokale omroep en in het door het pbo vastgestelde programmabeleid, alsmede in de hieruit voortvloeiende regelingen. Artikel 3. Bij redactiestatuut betrokken organen 3.1. Redactie/programmamedewerkers/programmamakers De redactie wordt gevormd door de programmamedewerkers en programmamakers die blijkens een schriftelijke medewerker/vrijwilliger of arbeidsovereenkomst – ongeacht de aard en de duur van het dienstverband – als journalist door de lokale omroep zijn aangesteld en/of anderszins onder directe verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren in het kader van de samenstelling van het media-aanbod; de redactie adviseert de hoofdredacteur omtrent de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid; de redactieleden worden benoemd en ontslagen door het bestuur, op voordracht van de www.stichtingnlpo.nl
4
hoofdredactie; de uitgangspunten voor het daaraan ten grondslag liggende beleid zijn neergelegd in de statuten van de lokale omroep. 3.2. Hoofdredactie De hoofdredactie wordt gevormd door de hoofdredacteur; aan hem is de samenstelling van het media-aanbod gedelegeerd; hij is verantwoordelijk voor de inhoud en de vorm van het media-aanbod op welk medium dan ook (de reclameboodschappen uitgezonderd), ongeacht of daadwerkelijke uitzending heeft plaatsgevonden; hij heeft de leiding over de redactie; de hoofdredacteur maakt deel uit van de redactie; de hoofdredacteur ziet er op toe dat in de berichtgeving de vereiste journalistieke zorgvuldigheid is betracht en dat openbaarmaking van het media-aanbod of onderdelen daarvan niet in strijd zijn met de wet. 3.3 Gekozen redactieraad De gekozen redactieraad bestaat uit een door de redactie uit hun midden aangewezen vertegenwoordiging van ten minste 3 personen, zodanig dat deze een redelijke afspiegeling vormt van de diverse bij de samenstelling van het media-aanbod betrokken geledingen van de redactie. 3.4 Directie/bestuur De directie/het bestuur is verantwoordelijk voor het zakelijk beleid van de omroep en is verantwoordelijk voor de inhoud van de reclame-uitzendingen (reclameboodschappen). Artikel 4.
Begripsbepalingen 4.1 Nieuwsbulletins Tot de nieuwsbulletins worden gerekend het media-aanbod, of delen daarvan, dat primair bedoeld is te informeren over actuele gebeurtenissen, ontwikkelingen en achtergronden bij die actualiteit. 4.2 Overig media-aanbod Tot het overige media-aanbod wordt het media-aanbod gerekend dat niet primair gekoppeld is of behoeft te zijn aan actuele gebeurtenissen en dat veelal een onderhoudend informatief karakter heeft. 4.3 Gesponsord media-aanbod Dit media-aanbod of onderdelen daarvan komt tot stand door medefinanciering en/of zakelijke ondersteuning door derden, zonder afbreuk te doen aan de journalistieke onafhankelijkheid. 4.4 Reclameboodschappen Reclameboodschappen zijn alle uitingen van bedrijven en/of instellingen – al dan niet betaald – die erop zijn gericht het publiek te bewegen tot het kopen van een bepaald product of het gebruikt maken van een bepaalde dienstverlening.
www.stichtingnlpo.nl
5
Artikel 5. Journalistieke onafhankelijkheid 5.1 De redactie oefent de haar opgedragen programmatische journalistieke taken uit zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, van buitenaf, noch van binnenuit, anders dan op de wijze zoals in dit redactiestatuut is geregeld. 5.2 De redactie heeft geen binding met enige politieke of levensbeschouwelijke groepering of met belangengroepen. 5.3 De redactie hecht aan fundamentele waarden en grondrechten, als de vrijheid van meningsuiting, het handhaven van de rechtsstaat en eerbiediging van de menselijke persoonlijkheid, ongeacht afkomst, ras, geslacht of seksuele geaardheid. 5.4 De redactie streeft bij de uitvoering van haar werk steeds objectiviteit en onpartijdigheid na, zowel in berichtgeving als analyse; zij laat zich leiden door de uitgangspunten van journalistieke zorgvuldigheid en evenwichtigheid. Artikel 6.
Hoofdredacteur en bestuur 6.1 Het bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van het door het pbo vastgestelde mediaaanbodbeleid en is verantwoordelijk voor de vorm en de inhoud van het door de lokale omroep verzorgde media-aanbod; het bestuur delegeert de voorbereiding en samenstelling van het media-aanbod aan de hoofdredacteur; het bestuur oefent achteraf en met terughoudendheid toezicht uit op de naleving van de statuten, het media-aanbodbeleid en de uit de statuten en het media-aanbodbeleid voortvloeiende regelingen. 6.2 De hoofdredacteur is belast met de voorbereiding, uitvoering, evaluatie en ontwikkeling van het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid van de lokale omroep; hij is met betrekking tot het media-aanbod verantwoordelijk voor de naleving van hetgeen daarover is opgenomen in de statuten en voor de naleving van de door het bestuur vastgestelde richtlijnen; hij heeft de dagelijkse leiding over de redactie; hij wijst menskracht en budget toe aan het media-aanbod. 6.3 Het bestuur waarborgt de journalistieke onafhankelijkheid van de redactie. 6.4 Het bestuur is verantwoordelijk voor het verwerven, accepteren en verzorgen (uitzenden) van reclameboodschappen; de directie/het bestuur vrijwaart te allen tijde de redactie van verantwoordelijkheid voor inhoud en programmering van reclameboodschappen.
6.5 De directie/het bestuur ziet erop toe dat nieuwsbulletins niet zijn gefinancierd door een of www.stichtingnlpo.nl
6
meer opdrachtgevers; het bestuur zal de redactie op generlei wijze verplichten tot het leggen van verbanden tussen de nieuwsberichtgeving en mogelijke belangen van opdrachtgevers, ten gunste noch ten nadele van die laatsten. 6.6 In alle gevallen dat het bestuur weet of redelijkerwijs moet weten dat een directionele beslissing direct of indirect invloed heeft op objectiviteit, geloofwaardigheid, kwaliteit of karakter van het media-aanbod of een onderdeel daarvan, pleegt zij vooraf overleg met de hoofdredacteur. 6.7 De vergaderingen van het bestuur worden bijgewoond door de hoofdredacteur; de hoofdredacteur heeft geen stemrecht in de bestuursvergadering.
Artikel 7. Hoofdredactie/hoofdredacteur en redactie 7.1 De hoofdredacteur zal zich bij de uitoefening van zijn taak laten leiden door de bepalingen in dit redactiestatuut. 7.2 De hoofdredacteur draagt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud en de vorm van de uitgezonden reclameboodschappen. 7.3 Het bestuur zal niet overgaan tot ontslag van een lid van de redactie dan na overleg met de hoofdredacteur. 7.4 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.2 van dit redactiestatuut, belegt de hoofdredacteur ten minste tweemaal per jaar een plenaire redactievergadering waarin hij uitleg geeft over het redactionele beleid, waaronder begrepen de journalistieke uitgangspunten, de programmatische plannen en de besteding van het redactiebudget. 7.5 Leden van de redactie zullen, zonder schriftelijke toestemming van het bestuur en de hoofdredacteur, geen contacten onderhouden met bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen, gericht op het tot stand komen van enige zakelijke of persoonlijke samenwerking met genoemde bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen. 7.6 Leden van de redactie dragen hun eventuele politieke en/of levensbeschouwelijke overtuiging niet zodanig uit, dat hun journalistieke onpartijdigheid en die van de lokale www.stichtingnlpo.nl
7
omroep in het gedrang komt. 7.7 Het gebruik van de naam van de lokale omroep, van de naam van afzonderlijk media-aanbod of onderdelen hiervan, voor eigen gewin van redactieleden, is strikt verboden zonder schriftelijke toestemming van het bestuur en de hoofdredacteur. Artikel 8. Overleg en advies 8.1 De partijen die aan dit redactiestatuut gebonden zijn, verklaren het hoogste belang te hechten aan goede werkverhoudingen tussen de redactieleden en de overige medewerkers, alsmede tussen de redactieleden onderling; zij erkennen het belang van onderling overleg in situaties die daar om vragen. 8.2 De hoofdredacteur overlegt tenminste twee keer per jaar met de redactie over de hoofdlijnen van het door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid, de redactionele formatie en het redactionele budget. 8.3 Tot de redactievergadering worden allen toegelaten die op grond van een vrijwilliger/medewerker of arbeidsovereenkomst onder verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren.
8.4 Over besluiten die van invloed (kunnen) zijn op het redactionele beleid van de lokale omroep en van wezenlijk belang (kunnen) zijn voor de werkzaamheden van de redactie zal het bestuur en de hoofdredacteur tijdig voorafgaand advies vragen aan de redactie; het betreft onder meer plannen tot wijziging van de beginselen en uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het redactionele beleid, het media-aanbodbeleid of de positie van de redactie en de hoofdredacteur; ook reorganisatieplannen, redactionele samenwerkingsverbanden, fusies c.q. andere eigendomsverhoudingen van de organisatie vallen hieronder. 8.5 Indien het bestuur en de hoofdredacteur van het in het vorige lid bedoelde advies afwijken, brengen zij schriftelijk en gemotiveerd de redenen die hiertoe hebben geleid ter kennis van de redactie; de uitvoering van dit besluit heeft, tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten, niet eerder plaats dan 14 dagen na de dagtekening van deze motivering en in het geval binnen die termijn door de gekozen redactieraad een kortgeding aanhangig is gemaakt over de toepassing van de procedure- voorschriften, niet eerder dan nadat in die zaak uitspraak is gedaan door de president van de rechtbank; geschillen over toepassing van de procedurevoorschriften kunnen ook bij de rechtbank aanhangig worden gemaakt, doch in dat geval geldt voornoemd opschortingsrecht niet.
www.stichtingnlpo.nl
8
8.6 Over zaken die verband houden met het bepaalde in dit redactiestatuut, zal de hoofdredacteur in geen geval overleg met de redactie ontwijken of weigeren. 8.7 Over zaken die verband houden met het bepaalde in dit redactiestatuut, zal het bestuur in geen geval overleg met de hoofdredacteur ontwijken of weigeren. Artikel 9. De gekozen redactieraad 9.1 Er is een gekozen redactieraad, die wordt gevormd door ten minste 3 vertegenwoordigers gekozen door de redactie uit de leden van de redactie; de gekozen redactieraad kiest uit haar midden een voorzitter en een secretaris; lidmaatschap van de ondernemingsraad en de gekozen redactieraad zijn onverenigbaar; de gekozen redactieraad komt periodiek bijeen, doch ten minste twee maal per jaar om met de hoofdredacteur onder meer de hoofdlijnen van de programmering te bespreken. 9.2 De voorzitter roept de gekozen redactieraad bijeen; hij doet zulks in elk geval op verzoek van een meerderheid van de leden van de gekozen redactieraad en in het geval dat inzake de persoonlijke verantwoordelijkheid van een redactielid of meer redactieleden deze zich tot de gekozen redactieraad wendt of wenden; de gekozen redactieraad spreekt zich uit bij gewone meerderheid van stemmen van de leden; van de vergadering wordt een verslag gemaakt, dat in de eerstvolgende vergadering wordt vastgesteld.
9.3 De gekozen redactieraad is verantwoording schuldig aan de redactie. 9.4 Indien de redactie, in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering, het oordeel uitspreekt dat de redactie door de zittende gekozen redactieraad niet meer naar behoren wordt vertegenwoordigd, treedt de gekozen redactieraad af; voor het nemen van rechtsgeldige besluiten door een redactie is de aanwezigheid vereist van twee-derde van de leden; indien de redactie een uitspraak wil doen is daarvoor een meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Artikel 10. Rechten van de leden van de redactie 10.1 Een lid van de redactie die ernstige gewetensbezwaren heeft tegen een aan hem/haar verstrekte opdracht, dan wel de opdracht in strijd acht met de journalistieke grondbeginselen, zoals omschreven in artikel 5 van dit statuut, kan deze opdracht weigeren; indien hij/zij zich niet kan neerleggen bij een door de www.stichtingnlpo.nl
9
hoofdredacteur ter zake te nemen of genomen beslissing, kan hij/zij zich wenden tot de gekozen redactieraad om een uitspraak. 10.2 Wanneer de hoofdredacteur besluit ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een programma, dan dient het betrokken lid van de redactie daarvan tijdig in kennis gesteld te zijn; het betrokken lid van de redactie kan verlangen dat het programma niet wordt uitgezonden; indien de hoofdredacteur niettemin tot uitzending besluit, zal het programma niet van de naam van het betrokken lid van de redactie worden voorzien; als het betrokken lid van de redactie het niet met de genomen beslissing eens is, kan hij/zij zich wenden tot de gekozen redactieraad met het verzoek om een uitspraak. 10.3 Wanneer de hoofdredacteur besluit om een programma niet uit te zenden, dan kan het betrokken lid van de redactie zich voor een uitspraak wenden tot de gekozen redactieraad.
10.4 Wanneer de hoofdredacteur besluit tot het heruitzenden van een programma of toestemming verleent aan een derde partij tot heruitzending of openbaarmaking op welk medium dan ook, dan dient aan het betrokken lid van de redactie om toestemming gevraagd te worden; deze toestemming zal hij/zij slecht kunnen weigeren om redenen van principiële aard, verband houdende met het journalistieke karakter, de aard of richting van het publiciteitsorgaan van die derde partij; van dit toestemmingsvereiste kan slechts worden afgeweken, indien de actualiteitswaarde het voorafgaande toestemmingsverzoek niet toelaat; in dat geval zal het betrokken lid van de redactie zo spoedig mogelijk in kennis gesteld worden van de heruitzending of openbaarmaking; indien de hoofdredacteur zich niet houdt aan deze procedure dan kan het betrokken lid van de redactie zich voor een uitspraak wenden tot de gekozen redactieraad. 10.5 Wanneer de hoofdredacteur meent een uitspraak van de gekozen redactieraad niet te kunnen aanvaarden maakt hij zijn standpunt gemotiveerd kenbaar aan de gekozen redactieraad. Artikel 11. Benoeming en ontslag van de hoofdredacteur 11.1 De hoofdredacteur van de lokale omroep wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur; de uitgangspunten voor het beleid bij benoeming en ontslag van de hoofdredacteur zijn vastgelegd in de statuten van de lokale omroep.
11.2 Het bestuur zal geen beslissing tot benoeming nemen voordat de gekozen redactieraad en het pbo in de gelegenheid zijn gesteld over de voorgenomen benoeming advies uit te brengen; het advies van de gekozen redactieraad heeft een zwaarwegend karakter; het negeren ervan dient het bestuur schriftelijk te motiveren. www.stichtingnlpo.nl
10
11.3 Bij een voorgenomen schorsing of ontslag van de hoofdredacteur om programmatische redenen, moet door het bestuur voorafgaand overleg gevoerd worden met de gekozen redactieraad; de gekozen redactieraad heeft het recht tot voordracht voor schorsing of ontslag van de hoofdredacteur. Artikel 12. De begroting 12.1 De begroting wordt, na overleg met de hoofdredacteur, vastgesteld door de het bestuur. 12.2 Voordat de begroting wordt vastgesteld legt het bestuur deze, voor wat betreft de begrotingsposten die rechtstreeks betrekking hebben op het media-aanbod, tijdig ter advisering voor aan de gekozen redactieraad. Artikel 13. Samenwerking, fusie, overdracht en overname 13.1 Omtrent het voornemen van het samengaan van de lokale omroep met een andere lokale omroep of enige andere onderneming of organisatie zal het bestuur de hoofdredacteur en de redactie op een zo vroeg mogelijk tijdstip informeren en zal de gekozen redactieraad voorafgaand om advies worden gevraagd (zie artikel 8.5). 13.2 Het bestuur zal alles doen om de werking van dit statuut te garanderen, ook indien zich situaties voordoen als in het vorige lid bedoeld. Artikel 14.
Geschillen 14.1 Bij geschillen die direct samenhangen met de bepalingen van dit redactiestatuut of die naar aanleiding van het redactioneel beleid mochten ontstaan, kunnen betrokkenen een bindend oordeel vragen aan een geschillencommissie; deze commissie bestaat uit een lid aangewezen door de directie/het bestuur, een lid aangewezen door de gekozen redactieraad en een door het bestuur en de gekozen redactieraad aan te wijzen voorzitter. 14.2 De in het vorige lid bedoelde procedure heeft geen schorsende werking ten aanzien van een bestuursbesluit, tenzij anders is overeenkomen. Artikel 15. Slotbepaling 15.1 Dit redactiestatuut treedt in werking na overeenstemming tussen het bestuur, de hoofdredacteur en twee-derde meerderheid van de gekozen redactieraad.
www.stichtingnlpo.nl
11
15.2 Dit statuut maakt deel uit van de medewerker/vrijwilliger en arbeidsovereenkomst die tussen het bestuur en elk lid van de redactie is gesloten. 15.3 Wijziging van dit redactiestatuut kan slechts met instemming van het bestuur en de gekozen redactieraad; instemming van de gekozen redactieraad vereist een twee-derde meerderheid; indien geen overeenstemming is bereikt, dan zal het bestuur aan de NVJ een zwaarwegend advies vragen. 15.4 Dit redactiestatuut laat onverlet hetgeen het bestuur en elk lid van de redactie bindt krachtens de regels van het arbeidsrecht. 15.5 De werkwijze van de gekozen redactieraad kan nader worden geregeld in een huishoudelijk reglement.
Toelichting algemeen Inleiding Een redactiestatuut dient in ieder geval de volgende elementen te bevatten. 1. Omschrijving van de doelstelling en de identiteit. Hierin worden de uitgangspunten van het media-aanbodbeleid omschreven. Het model redactiestatuut vangt aan met de omschrijving van de doelstelling van een lokale omroepinstelling. Deze doelstelling is opgenomen in de Mediawet en is een van de in de statuten op te nemen eisen om in aanmerking te komen voor een aanwijzing van het Commissariaat voor de Media als lokale omroep. Hiermee dienen derhalve alle organen en geledingen van de lokale omroep rekening te houden. De andere eis waaraan een lokale omroep moet voldoen om in aanmerking te komen voor een aanwijzing is dat het media-aanbodbeleid wordt vastgesteld door het programmabeleid bepalend orgaan (pbo). Ook met dit door het pbo vastgestelde media-aanbodbeleid dienen alle bij de lokale omroep betrokkenen rekening te houden. Er zij nadrukkelijk op gewezen dat dit media-aanbodbeleid de algemene beleidslijnen met betrekking tot de programmering dient te bevatten.
Het Commissariaat licht toe dat het media-aanbodbeleid in elk geval de vraag beantwoordt welke media-/omroepdiensten (radio, televisie en/of teksttelevisie, internet) de lokale omroep inzet, welke programma’s en/of welke soort programma’s de lokale omroep uitzendt op grond van welk programmaaanbodschema en van welke programma’s de lokale omroep de verzorging uitbesteedt. Het media-aanbodbeleid geeft volgens het Commissariaat ook aan tot welke categorieën (informatie, cultuur en educatie) de individuele programma’s behoren. 2. Journalistieke onafhankelijkheid De kern van het redactiestatuut is de omschrijving van de rechten en de plichten van de www.stichtingnlpo.nl
12
redactieleden, programmamedewerkers en programmamakers, die tezamen de redactie vormen. Alleen het redactiestatuut kan beperkingen opleggen aan de onafhankelijkheid van de redactie. Bovendien onderscheidt het redactiestatuut de programma-inhoudelijke activiteiten van de reclame- en sponsoractiviteiten. Voorts omschrijft het redactiestatuut de in acht te nemen algemene journalistieke normen, als hoor- en wederhoor, scheiding van gegevens en interpretatie en zorgvuldige verificatie. 3. Journalistieke eindverantwoordelijkheid en bevoegdheden In het redactiestatuut zijn de diverse organen en hun bevoegdheden beschreven. Het model definieert achtereenvolgens: hoofdredactie/hoofdredacteur, redactie/programmamedewerkers/programmamakers, gekozen redactieraad en directie/bestuur. Voorop staat en zonder twijfel is dat het bestuur verantwoordelijk is voor de vorm en inhoud van het media-aanbod van de lokale omroep. Het redactiestatuut verzekert evenwel dat de samenstelling van het media-aanbod gedelegeerd is aan de hoofdredacteur. De hoofdredacteur is de eerstverantwoordelijke voor de vorm en de inhoud van het mediaaanbod, en wel als rechtstreeks gedelegeerde van het bestuur. Hij is de intermediair tussen het bestuur en de redactie. Hij moet gevrijwaard zijn van politieke (gemeentelijke) druk en commerciële belangen.
De taken van de hoofdredacteur dienen dan ook onderscheiden te worden van die van het bestuur, de zakelijk eindverantwoordelijke. Het bestuur kan slechts achteraf en met terughoudendheid toezicht uitoefenen, conform hetgeen daaromtrent in de statuten is geregeld. De redactie bestaat uit programmamedewerkers, programmamakers en allen die met redactionele en programma-inhoudelijke taken zijn belast. Om een zo ruim mogelijk bescherming te bieden is niet gekozen voor een functiecriterium maar voor een taakinhoudelijke afbakening. De hoofdredacteur heeft bij de concretisering van het redactionele beleid de steun van de gekozen redactieraad, een vertegenwoordiging uit de redactie. 4. Medezeggenschap redactieleden Om een goede verstandhouding tussen het bestuur en de redactie te verzekeren is communicatie in de vorm van overleg noodzakelijk. Wanneer er door het bestuur of de hoofdredacteur beslissingen worden genomen die van wezenlijk belang zijn voor het functioneren van de redactie, dan moet hierover gesproken worden met de redactieraad. Hierbij kan gedacht worden aan het ontslag en de benoeming van de hoofdredacteur, een wijziging van de journalistieke koers of identiteit, een ingrijpende verandering van het budget of een besluit tot fusie.
Bij een beperkte omvang van de redactie kan hiertoe een plenaire redactievergadering worden gehouden, bij een grotere omvang kan de gekozen redactieraad de medezeggenschapstaak op zich nemen. 5. Rechten en plichten redactieleden Ten slotte komt aan de orde de persoonlijke verantwoordelijkheid van een redactielid. Hij/zij onderschrijft de uitgangspunten van de lokale omroep. Hij/zij heeft immers zelf gekozen voor de identiteit die de lokale omroep in haar redactiestatuut heeft omschreven. Daarbij neemt het redactielid ook een aantal journalistieke grondbeginselen in acht, zoals het betrachten van zorgvuldigheid en onpartijdigheid, objectiviteit en evenwichtigheid in de berichtgeving. Dezelfde journalistieke grondbeginselen verschaffen het redactielid ook een aantal rechten. www.stichtingnlpo.nl
13
Wat kan hij/zij doen indien de hoofdredacteur een beslissing neemt inzake een door hem/haar gemaakt programma waar hij het niet mee eens is? En welke procedure moet worden gevolgd bij ernstige klachten over een programma? In het redactiestatuut worden deze vragen beantwoord. Geschillenregeling Geschillen, die ontstaan naar aanleiding van het redactiestatuut of een andere regeling met programmatische implicaties, worden voorgelegd aan een geschillencommissie van drie leden, waarvan één benoemd door het bestuur, één door de redactieraad en één door beide gezamenlijk. Interne redactionele organisatie Over de feitelijke interne vormgeving van de redactionele organisatie is in het model geen bepaling opgenomen omdat die afhankelijk is van een veelvoud van factoren en voorkeuren. Indelingen in redactiestaven, werk- en projectgroepen zijn te sterk individueel bepaald om in een model op te nemen. Slotopmerkingen Het is de bedoeling dat het model redactiestatuut voor de lokale omroep een richtsnoer is bij het opstellen van een definitief redactiestatuut. Het is geen maatkostuum en men zal er dan ook niet aan ontkomen om door middel van aanpassingen het zo geschikt mogelijk te maken voor de eigen lokale omroep. Voorts is het voorhanden zijn van een redactiestatuut geen wondermiddel.
Minstens zo belangrijk is het dat de lokale omroep een media-aanbodbeleid heeft waarmee alle medewerkers uit de voeten kunnen. Hier ligt een voorname taak voor het pbo. Het mediaaanbodbeleid behoort voldoende vertrouwen te stellen in de medewerkers. Regels, en met name een redactiestatuut, zijn er niet om dat vertrouwen te scheppen maar om vertrouwen te bevestigen en te stroomlijnen.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Het doel van het redactiestatuut verwoordt de in artikel 2.88, tweede lid van de Mediawet opgenomen aan een lokale omroep opgelegde verplichting een reactiestatuut tot stand te brengen. Artikel 2.1 Het doel van een lokale omroep is opgenomen in artikel 2.61, tweede lid, onder b van de Mediawet. Deze doelomschrijving moet zijn opgenomen in de statuten van de lokale omroep. Artikel 2.2 Een lokale omroep heeft een orgaan dat het media-aanbodbeleid bepaalt. Deze verplichting is opgenomen in artikel 2.61, tweede lid, onder c van de Mediawet. Artikel 2.3 Het voorschrift dat de lokale omroep vorm en inhoud van zijn programma bepaalt is opgenomen in artikel 2.88, eerste lid van de Mediawet. Artikel 2.4 Naast de publieke lokale omroep voorziet de Mediawet ook in een publieke landelijke en een publieke regionale omroep. Zowel de publieke lokale omroepen als de publieke regionale en publieke landelijke omroepen moeten een redactiestatuut tot stand brengen. Artikel 3.1 www.stichtingnlpo.nl
14
In het redactiestatuut wordt uitgegaan van het bestaan van arbeidsovereenkomsten en medewerkers-overeenkomsten met programmamedewerkers/programmamakers. De programmamedewerkers en programmamakers vormen tezamen de redactie. De uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid zijn niet de uitgangspunten van het media-aanbodbeleid. Immers, het media-aanbodbeleid wordt vastgesteld door het programmabeleid bepalende orgaan (pbo). De uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid betreft de wijze waarop de hoofdredacteur zijn verantwoordelijkheid inzake de samenstelling van het media-aanbod van de lokale omroep invult. Artikel 3.3 De gekozen redactieraad is met name verantwoordelijk voor de concrete totstandkoming van het media-aanbod. In dit verband ondersteunt deze redactieraad de hoofdredacteur bij de vormgeving van de uitgangspunten van het te voeren redactioneel beleid. Daarbij ware onder meer te denken aan de coördinatie en de technische kwaliteit van het media-aanbod en de bewaking van de interne en externe communicatie. Elke geleding moet, om te kunnen meebeslissen over de programmering, vertegenwoordigd zijn in de redactieraad. Bij geledingen moet worden gedacht aan redactiestaven, productiegroepen, etc.
Artikel 5.1 De programmamedewerkers en programmamakers (tezamen de redactie) kunnen hun taken alleen dan onafhankelijk uitoefenen wanneer zij niet blootgesteld zijn aan druk van binnen of buiten de lokale omroep. Het redactiestatuut bepaalt dat niet het bestuur maar de redactie, in het bijzonder de hoofdredacteur, de eerst verantwoordelijke is voor de inhoud van het media-aanbod. Behoudens de afwegingen die binnen de redactie worden gemaakt is er geen preventieve censuur, en daarmee is onafhankelijkheid gewaarborgd. In het geval dat het misgaat en er komen klachten, dan kan het bestuur zich beroepen op het ontbreken van de mogelijkheid vooraf in te grijpen. Het bestuur kan hem/haar achteraf aanspreken op zijn/haar gedrag en al dan niet maatregelen nemen. Artikel 6.1 De in dit artikel genoemde delegatie impliceert dat niet meer het bestuur kan beslissen over de samenstelling van het media-aanbod, maar alleen de hoofdredacteur. Het bestuur kan de delegatie wijzigen of intrekken; dit alles uiteraard binnen de daarvoor geldende regelingen en op basis van redelijkheid en billijkheid. Artikel 6.7 Het bestuur, de gekozen redactieraad en de hoofdredacteur stellen in gezamenlijkheid het media-aanbod vast met inachtneming van het beschikbare budget. De hoofdredacteur wijst vervolgens menskracht, zendtijd en budget toe.
Artikel 8.4 Besluiten van het bestuur en/of de hoofdredacteur die in belangrijke mate de redactie raken, behoren tenminste onderwerp van overleg te zijn. Een aantal onderwerpen die tenminste overleg behoeven zijn met name genoemd. Besluiten van het bestuur en/of de hoofdredacteur die in belangrijke mate de redactie raken, behoren tenminste onderwerp van overleg te zijn. Artikel 9.1 In de gekozen redactieraad kunnen ook anderen dan leden van de redactie zitting hebben. Het is evenwel aan de gekozen redactieraad zelf overgelaten om te beoordelen of het wenselijk is dat bijvoorbeeld en technische medewerkers en/of medewerker van de huishoudelijke dienst (geheel of slecht voor de duur van hun betrokkenheid bij een www.stichtingnlpo.nl
15
programma) deelnemen aan de vergaderingen van de gekozen redactieraad. Artikel 9.2 Een besluitenlijst moet als minimumvorm van verslaglegging van de vergaderingen van de gekozen redactieraad voldoende worden geacht. Grotendeels zijn de besluiten immers van feitelijke aard. Artikel 10 De individuele verantwoordelijkheid van de redactieleden is reeds benadrukt. Het bepaalde in dit artikel geeft aan hoe met deze individuele verantwoordelijkheid in probleemgevallen om te gaan. Artikel 11.1 Het orgaan dat de hoofdredacteur benoemt kan deze vanzelfsprekend ook schorsen of ontslaan. Artikel 11.2 Het bestuur zal in de regel niet van de voordracht van de gekozen redactieraad willen afwijken zonder zorgvuldige motivatie. De statuten van de lokale omroep bevatten hieromtrent meestentijds nadere regelingen. Artikel 11.3 Een redactie die niet overweg kan met de hoofdredacteur, zal niet goed functioneren en moet dit via de gekozen redactieraad aan het bestuur duidelijk kunnen maken. Artikel 12.2 Omdat de financiële mogelijkheden van de lokale omroep onlosmakelijk verbonden zijn met de mogelijkheid media-aanbod te verzorgen is, om het belang hiervan te benadrukken, een aparte bepaling opgenomen. Artikel 14.1 Deze geschillenregeling is opgenomen omdat op een aantal punten die het redactiestatuut aan de orde stelt, hardnekkige meningsverschillen mogelijk blijven.
Een geschillencommissie biedt uitkomst en voorkomt een te snelle gang naar de het bestuur of de rechter.
www.stichtingnlpo.nl
16