CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-1490 VRIJ advies robuust basisnet Deventer 6-5-2021

Raadsvergadering 1 december 2021, gemeente DeventerBij agendapunt: Ontwikkelperspectief de KIEN (Raadzaal)2.026 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Veiligheidsregio IJsselland Postbus 1453 8001 BL Zwolle

Gemeente Deventer college van burgemeester en wethouders rc.konig@deventer.nl m.udink@deventer.nl i.a.a. h.bisseling@deventer.nl

Datum: Kenmerk: Doorkiesnummer: Onderwerp:

6 mei 2021, Zwolle V21.000584 DI 088 – 119 7937 Advies externe veiligheid robuust basisnet Deventer

Geacht college, Op 22 maart 2021 heeft u mij om advies gevraagd over de ontwikkelingen in Deventer rondom het robuust basisnet spoor en dan met name over de stalen spoorbrug over de Brinkgreverweg. Hierbij ontvangt u mijn reactie. Deze is gebaseerd op: • artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • en artikel 10 Wet veiligheidsregio’s (Wvr). Advies stalen spoorbrug Bij het aanpassen van de stalen spoorbrug over de Brinkgreverweg adviseer ik u om: • in overleg met de veiligheidsregio te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de bereikbaarheid van het spoor te verbeteren. Vooral aan de noordkant is het spoor niet overal goed bereikbaar voor de hulpdiensten. Aan de zuidkant is in de huidige situatie een voetgangersbrug aanwezig. Deze verbinding loopt tussen het spoor en de gebouwen op de kop van de Handelskade. De kop van de Handelskade wordt herontwikkeld. Hierbij is het belangrijk dat het spoor in de nieuwe situatie goed bereikbaar is voor de hulpdiensten; • te (laten) onderzoeken wat de gevolgen van een plasbrand onder de stalen spoorbrug zijn. Welke gevolgen heeft dit bijvoorbeeld voor de sterkte van de brug en wat betekent dat voor het spoorverkeer, wordt het (vervuilde) bluswater opgevangen enz. Advies andere ontwikkelingen langs het spoor Daarnaast spelen er de nodige ontwikkelingen langs het spoor.

Zo zijn er onder andere plannen voor woningbouw op het bestaande volkstuinencomplex en op de voormalige locatie van PostNL/Van Gend en Loos (beide aan de noordkant van het spoor) en is er een plan voor uitbreiding van het ROC. Bij dit soort ontwikkelingen adviseer ik u om: • bij nieuwe ontwikkelingen functies voor kwetsbare groepen in een strook van 200 meter langs het spoor zo veel mogelijk te beperken. Wanneer dit niet mogelijk is

V21.000584 DI

•

•

• •

• • •

•

•

•

adviseer ik u om deze functies zo ver mogelijk van het spoor af te plaatsen. Denk hierbij aan zorgwoningen, basisscholen, kinderopvang enz.; te zorgen voor vluchtroutes die van het spoor af zijn gericht. Bij nieuwe woonwijken kan dit bijvoorbeeld door een ontsluiting van de wijk zo ver mogelijk van het spoor af te maken; te zorgen voor afscherming tussen het spoor en de nieuwe ontwikkeling, bijvoorbeeld door een aarden wal. Dit kan de effecten van een incident op het spoor beperken. Ook kan een afscherming voordelen hebben voor de geluidsoverlast van het spoor; een droge greppel aan te (laten) leggen langs het spoor. Dit beperkt de effecten van een plasbrand; bij de indeling van gebouwen langs het spoor zoveel mogelijk rekening te houden met de mogelijke scenario’s op het spoor. Denk bijvoorbeeld aan de oriëntatie van ingangen/vluchtroutes, kwetsbare functies binnen het gebouw zo ver mogelijk van het spoor af situeren en/of beschermen door minder kwetsbare functies (bijvoorbeeld door technische ruimtes aan de kant van het spoor te plaatsen) en de kopgevel parallel aan het spoor i.p.v. de langsgevel; het glasoppervlak in de gevels aan de kant van het spoor te beperken. Dit geldt alleen voor het gebied waar een BLEVE een relevant scenario is; de gevels en het dak uit te (laten) voeren van brandwerend materiaal.

Ook dit geldt alleen voor het gebied waar een BLEVE een relevant scenario is; binnen een kilometer van het spoor alle gebouwen te (laten) voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie. Zo kunnen de aanwezigen bij een incident op het spoor waar een giftige wolk bij vrijkomt veilig binnen schuilen. In de nieuwe Omgevingswet wordt zo’n ventilatie verplicht; in overleg met ProRail en de veiligheidsregio(‘s) te zorgen voor hetzelfde type blusschuim. Bij incidenten bij het spoor met brandbare en/of giftige vloeistoffen kan schuim worden ingezet om de vloeistofplas af te dekken. Bij het emplacement in Deventer is blusschuim aanwezig. Bij grotere incidenten is het mogelijk dat deze hoeveelheid onvoldoende is en er van andere locaties extra blusschuim wordt aangevoerd. Niet alle typen schuim zijn met elkaar te combineren. Daarom is het belangrijk dat afstemming plaats vindt tussen de verschillende partijen die bij een incident blusschuim kunnen leveren. Daarbij is het belangrijk dat het gebruik van blusschuim met PFAS vanaf 2025 niet meer is toegestaan; slimme combinaties te maken voor het spoor en de ontwikkelingen naast het spoor. Wanneer er bij de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk bluswatervoorzieningen nodig zijn dan is het goed om deze zo te ontwikkelen dat ze ook geschikt zijn voor het bestrijden van een incident op het spoor.

Dit speelt onder andere bij de geplande ontwikkeling van een woonwijk op het huidige volkstuinencomplex. Deze locatie grenst aan het doorgaande spoor en het emplacement. Dit deel van het emplacement wordt niet gedekt door een blusput zoals dit meer naar het oosten van het emplacement wel het geval is. Aan de westkant van het emplacement is de kans op een incident namelijk kleiner dan aan de oostkant van het emplacement. Wanneer er een woonwijk wordt ontwikkeld, neemt de kans niet toe maar het effect wordt wel groter en daarmee ook het risico. Daarom adviseer ik u om bij deze ontwikkeling een bluswatervoorziening aan te leggen die zowel bij een incident op het spoor als bij een incident in (een deel van) de woonwijk te gebruiken is; bij nieuwe ontwikkelingen langs het spoor ook advies te vragen aan de GGD.

V21.000584 DI Planomschrijving Landelijk loopt er een project ‘Robuust basisnet’. Binnen dit project is Deventer, en dan vooral de stalen spoorbruggen in Deventer, een aandachtspunt. Deze stalen bruggen veroorzaken veel geluidsoverlast. Er wordt gezocht naar mogelijke oplossingen. Daarbij wordt ook gekeken of de oplossingen zo uitgevoerd kunnen worden dat dit ook gunstig is voor de veiligheid op en langs het spoor. Bijvoorbeeld door de bereikbaarheid van het spoor voor de hulpdiensten te verbeteren. Risicobronnen Het spoor in Deventer maakt deel uit van het basisnet spoor. Over het spoor worden verschillende soorten gevaarlijke stoffen vervoerd. Scenario’s Over het spoor wordt onder andere LPG vervoerd. Daardoor kan bij een incident op het spoor waarbij brand ontstaat een ketelwagen met LPG worden aangestraald. Hierdoor lopen de temperatuur en de druk van de ketel op. De ketel bezwijkt en het vrijkomende LPG ontsteekt. Daarbij ontstaat een drukgolf en een grote vuurbal; een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion). De effecten hiervan zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. De gevolgen in de direct omgeving zijn (dodelijke) slachtoffers, schade en brand in de omgeving. Het meest relevante scenario voor het spoor is een plasbrand bij het vervoer van brandbare vloeistoffen. Bij een incident stroomt een groot deel van deze vloeistof in korte tijd uit.

De brandbare vloeistof vormt een plas en ontsteekt direct. De effecten hiervan zijn hittestraling en rook. De gevolgen zijn (dodelijke) slachtoffers, schade en brand in de omgeving. Een verdere uitwerking van dit scenario vindt u in de bijlage. Voor dit advies heb ik mij beperkt tot de zaken die relevant zijn voor de (externe) veiligheid. Dit advies heb ik afgestemd met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en de Politie Oost Nederland, district IJsselland. Ik ontvang graag een reactie op dit advies en adviseer u en/of initiatiefnemer graag in de verdere procedure(s). Een afschrift van deze brief stuur ik naar de heer Hans Bisseling, adviseur milieu en duurzaamheid.

V21.000584 DI

Afsluiting Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Voor vragen en opmerkingen kunt u contact opnemen met mevrouw Ellen Kilian, bereikbaar op 088 – 119 7937 of via email op risicobeheersing@vrijsselland.nl. Ook uw volgende adviesaanvragen kunt u sturen naar risicobeheersing@vrijsselland.nl. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur, drs. A.D.J. Mengerink, directeur veiligheidsregio/commandant brandweer Voor deze,

drs. S.H.Th.M. Weitenberg, teamleider Risicobeheersing

Bijlage: scenario plasbrand bij het spoor

V21.000584 DI Scenario plasbrand bij het spoor Algemene beschrijving Door een incident op het spoor met een ketelwagen met brandbare vloeistoffen stroomt een groot deel van deze vloeistof in korte tijd uit. De brandbare vloeistof vormt een plas en ontsteekt direct. De brand is kort en hevig en kan secundaire branden in de omgeving veroorzaken. Kans van optreden De kans op een plasbrand als gevolg van zo’n incident is klein (2 x 10-8 per wagenkilometer per jaar). Factoren die de kans op een incident verkleinen zijn het verlagen van de baanvaksnelheid, het verminderen van het aantal transportbewegingen en het optimaliseren van de inrichting van het spoor (bijvoorbeeld door het aantal wissels te beperken). Effecten De effecten van een plasbrand zijn hittestraling en rook. Hierdoor kunnen slachtoffers, schade en brand in de omgeving ontstaan. Hittestraling is in combinatie met de blootstellingduur bepalend voor het slachtoffer- en schadebeeld. In de tabel hieronder zijn de effecten weergegeven. Afhankelijk van de afstand tot het ongeval en de bescherming van bijvoorbeeld gebouwen komen mensen te overlijden (†) of raken gewond: van zeer zwaar gewond (T1) tot lichtgewond (T3). Het type trauma is brandwonden over een groot deel van het lichaam. De schade aan objecten varieert van lichte tot onherstelbare schade. De effectafstanden zijn berekend vanaf de ketelwagen.

V21.000584 DI Afstand

Hittestraling †

Mensen buiten T1 T2

Objecten T3

1e ring 99% letaal

≤20 m

≥40 kW/m2

99 100%

0-1%

0-1%

0-1%

Onherstelbare schade: alle brandbare materialen gaan branden

2e ring 1% letaal

20 – 40 m

40 - 10 kW/m2

1-99%

199%

199%

199%

Schade: brandhaarden, vervorming van hout / kunststof

3e ring 1% 1e grd brw

40 – 60 m

0-1%

?

?

?

10 - 4 kW/m2

Lichte schade: geen branden, afbladderen verf en ernstige verkleuring

Bestrijdbaarheid (optreden brandweer) Mogelijkheden voor bronbestrijding bij plasbrand zijn niet van toepassing, aangezien de brandweer na het ontstaan van de plasbrand ter plaatse komt. Brandweer processen en taken zijn primair gericht op: (1) Redden, (2) Uitbreiding voorkomen en (3) Blussen. 1e ring: 2e ring: 3e ring:

Mogelijkheden tot effectief optreden worden ernstig beperkt Inzet gericht op redden, uitbreiding voorkomen en blussen Lichte schade: Geen directe inzet nodig

Benodigdheden bronbestrijding plasbrand: • Spoor en emplacement tweezijdig toegankelijk vanuit verschillende windrichtingen; • Geschikte opstelplaats(en); • Effectieve (grootschalige) bluswatervoorziening; • Passende (grootschalige) slagkracht brandweer (denk bijvoorbeeld aan de mogelijkheden voor schuimblussing van een plas van 700 m²). Zelfredzaamheid De plasbrand is zichtbaar en de hittestraling is duidelijk voelbaar voor aanwezigen. De effectieve strategie voor zelfredzaamheid kan door aanwezigen juist worden ingeschat: zij moeten de 1e, 2e en 3e ring ontvluchten (of schuilen achter bijvoorbeeld een muur). Aanwezigen binnen de vloeistofplas hebben geen mogelijkheden om zichzelf te redden. Aanwezigen binnen de 1e ring hebben nauwelijks mogelijkheden om zichzelf te redden vanwege de grote hittestraling. Maatregelen Maatregelen om de effecten te beperken: Planologische mogelijkheden: • Alternatieve locaties onderzoeken; • Alternatieve indeling gebied onderzoeken; • Vergroten afstand spoor en nieuw te bouwen objecten (vooral bij functies voor verminderd zelfredzamen); • Alternatieve indeling van nieuw te bouwen objecten onderzoeken;

V21.000584 DI •

Personendichtheden beperken.

Ontwerpmogelijkheden: • Brandoverslag naar nieuw te bouwen objecten voorkomen: • Maximale omvang plas beperken; • Brandwerende materialen en gevel tot en met de 3e ring. Randvoorwaarden voor de hulpverlening: • Bereikbaarheid nieuw te ontwikkelen locaties langs het spoor borgen; • Bereikbaarheid van het betreffende deel van het spoor en het emplacement borgen; • Bluswatervoorzieningen voor en opstelplaats(en) bij nieuw te ontwikkelen locaties en het spoor/emplacement borgen. Randvoorwaarden voor zelfredzaamheid • Rekening houden met verminderd zelfredzame personen tot en met de 3e ring; • (Nood)uitgang en vluchtroute van nieuw te ontwikkelen objecten van het spoor af richten tot en met de 3e ring; • Voor zover aanwezig; bedrijfsnoodplan en BHV van nieuw te ontwikkelen objecten inrichten en oefenen met scenario plasbrand; • Verzamelplaats kiezen en inrichten op scenario plasbrand. Restrisico De maatregelen zijn gericht op het voorkomen en/of beheersen van een incident met gevaarlijke stoffen. Na uitvoering van de geadviseerde maatregelen blijft een restrisico over. Referenties 1. Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland) 2. Maatregelen zelfredzaamheid, 12 juli 2005 (NIBRA) 3. Bouwkundige maatregelen externe veiligheid, revisie 5.3, januari 2010 (Oranjewoud) 4. Handreiking Brandweeradvisering Wet Milieubeheer, februari 2010 (NVBR) 5.

Verantwoorde brandweeradvisering externe veiligheid, maart 2010 (IPO, VNG en NVBR) 6. Scenarioboek Externe Veiligheid (http://www.scenarioboekev.nl/) 7. Handreiking Bouwen binnen een veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied, februari 2015 (Anteagroup)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10816905/1