2021-11-10 Raadsbesluit Verordening Marktprecariobelasting 2022
Tekst van het document
gemeente
Deventer
RAADSBESLUIT Onderwerp Voorstelnummer Raadstafel d.d. Raadsvergadering
Verordening Marktprecariobelasting 2022 2021- 2508 10 november 2021
De raad van de gemeente Deventer, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 september 2021, nummer 2021-2508 Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; BESLUIT Vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van Marktprecariobelasting 2022.
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: markt: de door het college ingestelde warenmarkt, als bedoeld in de vigerende Marktverordening / Verordening fysieke leefomgeving van de gemeente Deventer en de overige markten in de gemeente Deventer; de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen standplaats: van de markthandel; vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder; vergunninghouder degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of een gedeelte daarvan; week: periode van zeven achtereenvolgende dagen, beginnende met de maandag. maand: kalendermaand. kalenderjaar. jaar: Artikel 2. Aard van de hefting en belastbaar feit Onder de naam Marktprecariobelasting wordt een belasting geheven ter zake van het, in verband met het innemen van een standplaats op de markt, hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond op de dag, de plaats en gedurende de tijd dat ter plaatse een markt wordt gehouden. Artikel 3.
Belastingplicht 1 De belasting wordt geheven van degene van wie of ten behoeve van wie de in artikel 2 bedoelde voorwerpen aanwezig zijn. 2. Ter zake van een vaste plaats wordt als belastingplichtige, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt de vergunninghouder.
Artikel 4: Tarieven. 1. De belasting voor het hebben van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor de dinsdag -, woensdag- of donderdagmarkt in Deventer of de zaterdagmarkt in Bath men per m 2 1, voor een dag of een gedeelte van een dag € 1,07 doch met een minimum van € 8,57 bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer verleend, 2 voor elk jaar. € 42,68 2 De belasting voor het hebben van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor de vrijdag - of zaterdagmarkt op de Brink per m2 1. voor een dag of een gedeelte van een dag € 1,49 doch met een minimum van € 11,98 2 bij een vergunning zonder tijdsbepaling of voor een jaar of langer verleend, voor elk jaar. € 58,65 De belasting voor het hebben van voorwerpen als bedoeld in artikel 2 bedraagt voor de 3 jaarlijkse Goede vrijdagmarkt, en de Kerstmarkt, per m2 1. voor een dag of een gedeelte van een dag € 1,54 doch met een minimum van €12,43
Artikel 5. Meetvoorschrift 1.
2.
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, wordt de som van de oppervlakte van de voorwerpen in aanmerking genomen, ongeacht of een voorwerp zich in, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevindt. De oppervlakte van ieder voorwerp wordt bepaald op tenminste 0,5 m2. De som van de oppervlakte van de voorwerpen wordt bepaald op ten hoogste de oppervlakte van de standplaats, waarbij een deel van een eenheid als een voile eenheid wordt aangemerkt.
Artikel 6. Tussentijdse aanvang van de belastingplicht lndien de belastingplicht voor een vaste plaats in de loop van het jaar aanvangt, wordt in het geval dat de belastingplichtige kiest voor de belastingheffing per jaar, de belasting berekend over het aantal voile weken van het jaar dat resteert bij aanvang van de belastingplicht
Artikel 7. Ontstaan van de belastingplicht De belasting is verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht.
Artikel 8. Ontheffing lndien de belasting wordt geheven per jaar, wordt over het aantal dagen dat van de vaste standplaats geen gebruik is gemaakt, ontheffing verleend indien: a. de aan de belastingplichtige verleende vergunning is ingetrokken; b. de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van ziekte gedurende een aaneengesloten periode van tenminste een maand de vaste standplaats niet heeft kunnen innemen; c. de belastingplichtige is geschorst.
Artikel 9. Heffingstijdvak en wijze van hefting 1.
2.
De hefting van de belasting vindt plaats: a. bij wege van aanslag indien het betreft een vaste standplaats; b. bij wege van schriftelijke gedagtekende kennisgeving in de overige gevallen. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nag voile kalendermaanden overblijven.
2
Artikel 10. Termijnen van betaling 1a In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de gevorderde bedragen warden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 1b. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen warden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2a. In afwijking van het eerste lid, letter a en b, geldt, wanneer het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat en het bedrag daarvan is, vanaf de€ 30 en tot de € 5000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen warden afgeschreven, dat de aanslagen moeten warden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nag maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen warden opgelegd over blijven. Het aantal termijnen moet ten minste drie en ten hoogste tien bedragen. De eerste termijn vervalt op de 25° dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later. 2b.
In afwijking van het eerste lid, letter a en b, geldt, wanneer het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat en het bedrag daarvan is minder dan € 30 en meer dan € 5000,-, kan op verzoek de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso worden afgeschreven. Het aantal incasso termijnen is gemaximeerd op drie termijnen. De eerste termiin vervalt op de 25° dag van de maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11. Kwijtschelding Van de be lasting wordt geen kwijtschelding als bedoeld in artikel 26 van de I nvorderingswet 1990 verleend.
Artikel 12. lnwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1.
De Verordening Marktprecariobelasting 2021 vastgesteld door de raad van Deventer op 11 november 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de hefting, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt 1 dag na de dag van de bekendmaking in werking. De datum van ingang van de hefting is 1 januari 2022. Deze verordening wordt aangehaald als: "Verordening Marktprecariobelasting 2022".
2. 3. 4\
Aldus\ vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 november 2021 \
De raad voornoemd, de griffier, '·
de voorzitter,
.34%
«
.Cc>
Y
R.C. Konig
3