2021-05-19 Evaluatie Minimabeleid en schuldhulpverlening 2017-2020
Tekst van het document
Evaluatie beleidskader “Minimabeleid en Schuldhulpverlening 2017-2020”
Een analyse van data, ontwikkelingen en gesprekken met focusgroepen. Om enerzijds een beeld te krijgen over de afgelopen beleidsperiode en anderzijds het gesprek te voeren over o.a. de visie en doelstellingen van de aankomende beleidsperiode.
Inhoudsopgave Inleiding ..................................................................................................................................................3 1. Zeven uitgangspunten huidig beleid ...................................................................................................9 2.Minimabeleid......................................................................................................................................11 2.1 Data-analyse ...............................................................................................................................11 2.2 Analyse van de minimaregelingen ..............................................................................................13 2.2.1 Bijzondere bijstand ...............................................................................................................13 2.2.2 Collectieve Aanvullende zorgverzekering / Gemeentepolis Salland ....................................17 2.2.3 Rechtop! Financiële regeling & Beweging............................................................................18 2.2.4 Samenwerking banken .........................................................................................................19 2.3 Gesprekken met betrokkenen .....................................................................................................20 2.4 Financiën
minimabeleid ..............................................................................................................23 2.5 Conclusie Minimabeleid ..............................................................................................................23 3. Kansen voor Kinderen ......................................................................................................................25 3.1 Ontwikkeling doelgroep...............................................................................................................25 3.2 Klijnsma-gelden...........................................................................................................................25 3.3 Projecten / Subsidies ..................................................................................................................26 3.3.1 Stichting Leergeld.................................................................................................................26 3.3.2 Voedselbank Fruitproject......................................................................................................27 3.3.3 Talent OntwikkelingsFonds (TOF)........................................................................................28 3.3.4 IMC Basis, IMC On Tour & Zomerschool .............................................................................28 3.3.5
KinderResto..........................................................................................................................29 3.3.6 Zomerpretpakket Kinderhulp ................................................................................................29 3.3.7 Jeugd Educatie Fonds..........................................................................................................30 3.3.8 Deventer Fitkids....................................................................................................................30 3.3.9 Project Raster “Iedereen kan Meedoen” ..............................................................................31 3.3.10 Pilot Kinderkamers opknappen...........................................................................................32 3.3.11 Speaking Minds ..................................................................................................................33 3.4 Financiën Kansen voor Kinderen ................................................................................................34 3.5 Conclusie Kansen voor Kinderen................................................................................................35 4.
Schuldhulpverlening .........................................................................................................................36 4.1 Data-analyse ...............................................................................................................................36 4.2 Aanbod en dienstverlening..........................................................................................................37 4.3 Vroegsignalering & Preventie......................................................................................................41 4.3.1 Geldfit Spreekuur..................................................................................................................41 4.3.2 Moedige Dialoog Salland......................................................................................................42 4.3.3 Team FIT en DeltaView........................................................................................................42 4.4 Gesprekken met betrokkenen .....................................................................................................45 4.5 Conclusie Schuldhulpverlening ...................................................................................................47
2
Inleiding Voor inwoners met een laag inkomen en/of financiële problemen is het vaak niet goed mogelijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Niet alleen door een gebrek aan geld, maar in veel gevallen ook door de langdurige zorgen die dit met zich mee kan brengen. Armoede heeft daarnaast een negatieve invloed op de andere leefgebieden, iemands zelfredzaamheid en kosten voor de maatschappij. Ook eventuele kinderen krijgen hierdoor minder kansen om zich te ontwikkelen en hebben een grotere kans om later zelf ook geldzorgen te krijgen. In de gemeente Deventer gaat het om meer dan 5.000 huishoudens (bijna 12% van het totaal) die een laag inkomen hebben; een inkomen dat lager is dan 110% van het minimum inkomen. Daarvan hebben meer dan 1.000 huishoudens (minderjarige) kinderen. Aan bijna 1.800 huishoudens wordt vanuit het BAD ondersteuning geboden (cijfers 2020). Eind 2016 heeft de gemeenteraad van Deventer het beleidsplan ‘’Minimabeleid en schuldhulpverlening in Deventer, 2017-2020’’ vastgesteld, dat is gericht op de ondersteuning van deze doelgroep. De ambitie is, dat ook inwoners met een laag inkomen en/of financiële problemen, maximaal mee kunnen doen in de samenleving. In aanloop van een nieuwe beleidsperiode, is het van belang om het huidige beleid en de bijbehorende doelstellingen te evalueren en na te gaan hoe het huidige aanbod en de dienstverlening ervaren wordt.
Bij deze evaluatie wordt ook het uitvoeringsplan ‘’Focus op financiële versterking’’ meegenomen. De evaluatie stelt ons in staat om te leren en de bevindingen mee te nemen in de vormgeving van in het toekomstige beleid. Het evaluatierapport bestaat, naast de inleiding en inhoudsopgave, uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk is een samenvatting, waarin bevindingen uit de evaluatie worden samengevat en er een beeld wordt geschetst van de resultaten op de verschillende beleidsdoelstellingen. Hoofdstuk 2 en 3 richten zich op het minimabeleid, waarbij hoofdstuk 2 in gaat op de verschillende minimaregelingen en de algemene ervaringen met het beleid en hoofdstuk 3 terugkijkt op de verschillende voorzieningen voor kinderen. Hoofdstuk 4 is gericht op schuldhulpverlening. In alle hoofdstukken is gebruik gemaakt van bevindingen die zijn opgedaan uit focusgroepen met betrokkenen en rapportages van de verschillende regelingen en projecten. Om ook gebruik te maken van de inzichten die data geven, heeft Team Kennis & Verkenning (K&V) een onderzoek gedaan naar bereik en gebruik van de minimaregelingen en schuldhulpverlening. Delen van dit onderzoek zijn verwerkt in dit rapport.(*) We hebben er voor gekozen om in deze evaluatie, in tegenstelling tot eerdere jaren, uitgebreid terug te kijken.
Zo wordt er niet alleen ingegaan op de resultaten van de beleidsdoelstellingen, maar ook op alle verschillende regelingen, projecten en vormen van dienstverlening. Hiermee doen we enerzijds recht aan alle projecten en iedereen die zich daar voor inzet en levert het anderzijds input om het gesprek te voeren over hoe nu verder. Al met al is het een uitvoerig rapport geworden. We nodigen de lezer uit om in ieder geval de samenvatting te lezen, een blik te werpen op de verschillende projecten en zich, met behulp van de inhoudsopgave, gericht te verdiepen in andere bevindingen.
Deventer, april 2021 Programma Werk & Inkomen Karen Smit en Debbie Jonker
(*) Bij deze data-analyse moet een kanttekening gemaakt worden. Waar gebruikt gemaakt moest worden van CBS-informatie is deze helaas nooit actueel; de meest recente data (over bijvoorbeeld inkomensgrenzen i.r.t. huishoudtypen) is die van 2018.
3
Samenvatting Deze samenvatting is opgebouwd aan de hand van de doelstellingen van het huidige beleidsplan ‘’Minimabeleid en schuldhulpverlening in Deventer, 2017-2020’’. 1. Minimabeleid Doelstelling: We maken meedoen mogelijk en bevorderen maatschappelijke participatie. Om meedoen mogelijk te maken voor inwoners rond moeten komen van een laag inkomen, heeft de gemeente Deventer verschillende regelingen in het leven geroepen. Er zijn inkomensondersteunende regelingen, die deze doelgroep tegemoet kunnen komen in de kosten voor basisbehoeftes, en regelingen die hen stimuleren om te participeren (de zogenoemde participatiebevorderende regelingen) De inkomensondersteunende regelingen worden veelvuldig gebruikt. Zo wordt er jaarlijks door bijna 3.000 huishoudens gebruik gemaakt van de bijzondere bijstand. Met name bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en de individuele inkomenstoeslag worden veel verstrekt. Het hoge aantal aanvragen laat de meerwaarde zien van de regelingen. Wanneer inwoners met een laag inkomen, zich minder zorgen hoeven te maken over het betalen van medische behandelingen of andere noodzakelijke kosten, volgt er meer ruimte om mee te kunnen doen in de maatschappij. De inkomensondersteunende regelingen sluiten op deze manier indirect aan op de doelstelling om meedoen mogelijk te maken.
Uit de gesprekken met de betrokkenen hierover komt het volgende naar voren: Er is tevredenheid over de gemeentepolis. Met name de mogelijkheid om het eigen risico mee te verzekeren, wordt als positief ervaren. Er zijn in 2020 meer dan 3.300 inwoners die hier gebruik van maken. De bijzondere bijstand wordt ervaren als een ingewikkeld aan te vragen regeling. Daarnaast is het voor aanvragers en betrokkenen vaak niet helder wanneer er recht is, waardoor het afhankelijk lijkt te zijn van de consulent en zijn/haar beoordeling van ‘’noodzaak’’. Het is voor de klant lastig om bij verschillende uitvoeringsinstanties, op verschillende manieren, de regelingen aan te vragen. Hieruit volgt dat de klant ook meerdere malen zijn financiën op tafel moet leggen; dit werkt drempelverhogend. De participatiebevorderende regelingen sluiten direct aan op de doelstelling van het minimabeleid om maatschappelijke participatie te bevorderen. De Rechtop! Beweging organiseert wekelijks 25 tot 30 activiteiten, zoals wandelen en samen koken, waaraan wekelijks ruim 300 deelnemers meedoen. Inkomen speelt bij deze activiteiten geen rol. Om de activiteiten te kunnen organiseren worden deelnemers gevraagd om zich in te zetten als vrijwilliger. Het aantal vrijwilligers schommelt rond de 90 per week.
De Rechtop! Financiële regeling biedt inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid om, door middel van een voucher, deel te nemen aan een activiteit op het gebied van sport, cultuur of educatie. De financiële drempel om te participeren wordt hiermee verlaagd. In 2018 werd er geconstateerd dat 8% van de verstrekte coupons niet werd verzilverd, doordat men er niet meer aan gedacht had of geen keuze kon maken. Sinds Stichting Rechtop! inwoners na belt, om hen te attenderen of te begeleiden, is het niet-gebruik van de coupons verminderd. In 2019 werden er 1230 coupons verstrekt. De meeste coupons worden ingezet voor sportactiviteiten, met de Scheg en Fit for Free al jaren in de top 5. Uit de gesprekken met de betrokkenen hierover komt het volgende naar voren:
4
Er wordt waardering uitgesproken over de activiteiten van de Rechtop! Beweging. Er wordt hier regelmatig naar doorverwezen, waarna over het algemeen een positieve terugkoppeling op volgt. Mensen voelen zich er veilig en vertrouwd, met gelijkgestemden onder elkaar, en stimuleren elkaar om de eigen visie te verbreden. Om de voortgang van projecten met goede resultaten te waarborgen (zoals Rechtop en Geldfit spreekuur), zou het goed zijn om dergelijke projecten als gemeenten goed en structureel te faciliteren en financieel te ondersteunen.
Doelstelling: We maken meedoen mogelijk en daarbij valt niemand tussen wal en schip. Naast de doelstelling om meedoen voor inwoners met een laag inkomen mogelijk te maken, is het ook van belang dat hierbij niemand tussen wal en schip valt. Het is lastig om te bepalen in welke mate dit doel bereikt wordt. Indicaties hiervan komen naar voren uit de data-analyse en gesprekken met de betrokkenen. Ten aanzien van de bekendheid met de regelingen laat het tweejaarlijkse bewonersonderzoek zien dat zo’n 60 tot 70% van de bevraagde inwoners bekend is met de bijzondere bijstand en de regelingen van Rechtop!. De gemeentepolis is onder 60% van de ondervraagden bekend en Individuele Inkomenstoeslag bij 40%. We gaan er vanuit dat de bekendheid met de minimaregelingen onder de doelgroep zelf enigszins hoger zal zijn. Echter, wanneer de laatste drie onderzoeken (2016, 2018 en 2020) met elkaar vergeleken worden, is te zien dat de bekendheid van nagenoeg alle regelingen de afgelopen twee jaar is afgenomen. Het bereik van de doelgroep is voor een deel ook te herleiden uit het gebruik van de regelingen. Voor wat betreft de bijzondere bijstand, worden de meeste aanvragen toegekend aan eenpersoonshuishoudens, dit is ook de grootste groep van het totaal aan huishoudens met een inkomen onder de 110%.
In verhouding met de leeftijdsgroepen 25-44 jaar en 45-64 jaar, zijn er daarentegen weinig inwoners boven de 65 jaar die gebruik maken van bijzondere bijstand, terwijl deze groep vrij groot is in het totaal van de huishoudens onder de 110%. Dit zou erop kunnen wijzen dat de groep van 65 jaar en ouder minder bereikt wordt. Uit de gesprekken met de betrokkenen komt hierover het volgende naar voren: Ondanks de huidige informatievoorziening, is het moeilijk om de doelgroep te bereiken. Er wordt extra aandacht gevraagd voor de ouders van jonge kinderen, jongeren tussen de 18 en 23 jaar, nieuwe Nederlanders, Zzp’ers, werkende armen en inwoners uit buurten met veel sociale huurwoningen of minder onderlinge verbindingen. Mensen in de schuldhulpverlening met een inkomen hebben boven de 110%, hebben in Deventer geen recht op bijvoorbeeld de financiële regeling van Rechtop! Maar hoewel op papier het inkomen boven de 110% is, in de praktijk houdt een inwoner weinig tot niets over, gezien de aflossing aan de schuldeisers. Het zou goed zijn als er meer naar het besteedbaar inkomen wordt gekeken, in plaats van naar het inkomen op papier. De samenwerking tussen de verschillende organisaties verloopt goed. Men kent elkaars regelingen en na een doorverwijzing vindt er een check plaats of de overdracht goed is verlopen.
De huidige inrichting van de beleidsregels maakt het lastig om maatwerk te bieden. Ondanks het voornemen om meer ruimte te pakken, blijkt dit in de praktijk lastig. Hieruit volgt dat op dit moment nog niet iedereen voldoende wordt bereikt en er meer voorwaarden geschept kunnen worden om er voor te zorgen dat niemand tussen wal en schip valt.
5
2. Kansen voor Kinderen Doelstelling: We zorgen er voor dat alle kinderen in Deventer gelijke kansen krijgen om hun talenten te ontplooien, ongeacht het inkomen in het gezin. In de gemeente Deventer groeit (in 2018) 10,6% van de minderjarigen op in een gezin met een inkomen tot 120%. Zij hebben daardoor vaak minder mogelijkheden om zich te ontwikkelen dan kinderen die opgroeien in gezinnen met een hoger inkomen. Er zijn daarom in de gemeente Deventer diverse regelingen en projecten specifiek gericht op deze groep kinderen. Regelingen die medemogelijk gemaakt worden door structureel extra budget vanuit het Rijk. De zogenaamde “Klijnsmagelden” ofwel “Kansen voor Kinderen’’. Dat er op het gebied van Kansen voor Kinderen heel veel gebeurd, komt voor het overgrote deel door de inzet van de organisaties in Deventer. Op alle thema’s waar we als gemeente in 2017 van gesteld hebben op in te willen zetten, waaronder gezondheid, onderwijs en participatie, zijn projecten en organisaties actief en worden stappen gezet. We bieden aan de ene kant ondersteuning in praktische zin, zoals ondersteuning om mee te kunnen doen met sport of er voor te zorgen dat er ook voor kinderen die afhankelijk zijn van de Voedselbank voldoende fruit is. Aan de andere kant gaat “Kansen voor Kinderen” ook over kansen op school en je wereldbeeld verbreden. En ook op dat gebied lopen verschillende initiatieven.
Sommige projecten bereiken vele kinderen; zo zijn er in 2020 aan 370 kinderen zomerpretpakketten verstrekt en maken 1.669 kinderen gebruik van Stichting Leergeld, om deelname aan sport, school en computers te kunnen bekostigen. Anderen projecten lijken misschien een druppel op de gloeiende plaat, maar hebben op het niveau van het individuele kind wel degelijk een enorme impact, zoals het opknappen van een kinderkamer door het Klussenteam van Rechtop. Ook onze partners in de stad geven dit terug. Een aantal opmerkingen die zij meegeven: Er zijn al veel regelingen, put de bestaande uit in plaats van nieuwe te ontwikkelen. De projecten van o.a. St. Leergeld, het Jeugdeducatiefonds en de Zomerschool worden de gesproken betrokkenen zeer gewaardeerd. De stap om een regeling aan te vragen kan groot zijn en begeleiding daarbij is gewenst. Soms zijn er andere praktische bezwaren voor deelname, bijvoorbeeld dat een ouder zijn kind wel op voetbal wil laten gaan, maar niet weet hoe hem/haar daar dan heen te brengen Er wordt geadviseerd om de ouders met een laag inkomen al vroegtijdig te bereiken via partners, zoals de GGD, Vve en scholen. Voor de continuïteit van projecten zou het ook goed zijn als aan projecten een meerjarige subsidie wordt toegekend. 3.
Schuldhulpverlening Doelstelling: Met schuldhulpverlening voorkomen we dat inwoners van Deventer in financiële problemen raken. Zoals onder andere is terug te zien in wetswijzigingen binnen het schuldendomein, is er landelijk steeds meer aandacht voor de vroegsignalering van schulden. Vanuit het BAD is gestart met het preventieteam Team FIT (Financieel in topvorm) en de pilot DeltaView. Er wordt hierbij ingezet op het vroegtijdig bereiken van mensen met financiële problemen via communicatie campagnes, een laagdrempelig en breed gedeeld (Whatsapp) nummer en het laagdrempelig benaderen van inwoners met betalingsachterstanden om hen op maat te ondersteunen. Hoewel de coronamaatregelen de beoogde aanpak belemmerde, is er het afgelopen jaar al veel geleerd. Daarnaast zijn er in Deventer verschillende andere initiatieven gericht op vroegsignalering, de bevordering van (financiële) zelfredzaamheid en het voorkomen van schulden, denk hierbij aan het
6
Geldfit spreekuur, de Moedige Dialoog Salland, de budgetcoaches van Carinova en het Meester Geertshuis en de samenwerking tussen het BAD en anders partners. Het BAD is zich steeds meer aan het profileren als een partij, die niet alleen schuldhulpverlening en budgetbeheer aanbiedt, maar ook een die inwoners kan adviseren en ondersteunen, al voordat er sprake is van schulden. Gesproken betrokkenen geven het volgende aan: De recent gestarte werkwijze, vanuit het beleidskader ‘Inzet op maat’, zorgt voor een betere samenwerking tussen het BAD en de afdeling inkomensondersteuning. Ook zorgt het daarnaast voor meer verwijzingen door hulpverleners. Het Geldfit spreekuur wordt als laagdrempelig en zeer waardevol ervaren. Er wordt geadviseerd om dit ook naar andere wijken uit te breiden. Er zijn meer kansen om de financiële ondersteuning nog laagdrempeliger te maken, zoals het organiseren van themasessies, het aanbieden van financiële checks en campagnes om het taboe te doorbreken. Doelstelling: Met schuldhulpverlening lossen we financiële problemen structureel op of maken we ze beheersbaar. Het BAD is een expert op het gebied van het oplossen of beheersbaar maken van financiële problemen. Er zijn mogelijkheden via een schuldregeling, maar ook budgetbeheer en bewindvoering kan een mogelijkheid zijn.
Nazorg om recidive te voorkomen is hierbij van belang, gezien op dit moment 12% van de mensen met een afgeronde schuldregeling, binnen 10 jaar een nieuwe aanvraag doet. Het aantal aanvragen schuldhulpverlening is de afgelopen jaren blijven dalen, van 745 aanvragen in 2017, naar 565 in 2020. Zowel het slagingspercentage als het oplossingspercentage blijft hoog: boven de 80%. De afgelopen jaren waren de doorlooptijden van een schuldregeling een punt van discussie. Door middel van diverse aanpassingen in de werkprocessen is gewerkt om deze doorlooptijden terug te brengen. Dat heeft goed uitgepakt; sinds 2017 is een dalende lijn ingezet. Hoewel de doorlooptijden wel degelijk naar beneden gaan, zou dit nog sneller kunnen. De betrokken medewerkers van de uitvoering geven aan dat aan dat het uitgangspunt is dat na de aanvraag iedereen binnen 2-3 dagen gesproken wordt. Deze twee factoren (sneller helpen en hoog slagingspercentage) draagt enorm bij aan het welzijn van inwoners met geldzorgen. Geldzorgen belemmeren mensen in hun leven en hoe eerder deze opgelost worden, hoe eerder er weer ruimte ontstaat en stress vermindert wordt. Daar waar nodig wordt ook inkomensbeheer ingezet, waarvan het grootste gedeelte van tijdelijke aard is (via budgetbeheer). In 45% van de gevallen dat inkomensbeheer nodig is, wordt de vorm budgetbeheer gekozen. In 2020 was dit voor 533 huishoudens.
Wanneer er sprake is van psychische problematiek of problematische schulden/verkwisting waardoor een inwoner voor langere periode niet zelfstandig zijn financiën kan beheren, kan middels de Rechtbank beschermingsbewind uitgesproken worden. Zoals in het beleid van 2017-2020 is voorgenomen, benadert het BAD de klanten, wanneer passend, op een stress sensitieve wijze. De eerste stappen zijn hierin gezet. Hoewel de ontwikkeling per consulent zal verschillen wordt er ervaren dat het stress sensitief werken in de gespreksvoering al goed lukt. Wat er volgens de teammanager nog beter kan is het opknippen van het proces in tussendoelen en de persoonlijke benadering, door nog meer met de klant samen te kijken naar wat hij zelf wil. Ook sluit de fysieke omgeving niet helemaal aan op het stress sensitief werken.
Gesproken betrokkenen geven het volgende aan:
7
Er bestaat een positief beeld over het BAD. Er wordt ervaren dat het BAD beter (en minder chaotisch) werkt. De wachttijd om bij het BAD te komen is lang. Als een klant al de stap heeft durven zetten om hulp te zoeken en in de actiestand staat, zou hij snel geholpen moet worden. In het eerste gesprek wordt er in korte tijd erg veel informatie gegeven. Voorgesteld wordt om bij het eerste gesprek met de klant ook de belangenbehartiger uit te nodigen, als steuntje in de rug. In sommige gevallen kan het voorkomen dat gesprekken stroef lopen, omdat er geen klik is met de hulpverlener. Het zou kunnen bijdragen door in die gevallen de klant met een andere hulpverlener te ‘matchen’. De informatievoorziening over het traject schuldhulpverlening lijkt niet altijd toereikend te zijn. Er wordt geadviseerd om in het plan van aanpak duidelijk(er) te maken hoeveel er afbetaald moet worden, wat eventuele bijkomende kosten zijn (bijv. rente) en wanneer de klant klaar is.
4. Conclusie Op basis van data en gesprekken met diverse personen, kan er gesteld worden dat er goede stappen gezet worden in zowel het minimabeleid als de schuldhulpverlening. Er zijn veel regelingen en inwoners maken daar ook veel gebruik van. Door partners wordt beaamt dat er veel voorzieningen zijn en er niet direct iets gemist wordt. Kansen voor verbetering zijn het vergroten van het bereik, de toegang tot regelingen zo laagdrempelig mogelijk maken en de dienstverlening efficiënt en effectief in richten. We zien dat het gebruik van regelingen (mede ook door het goede economische klimaat tot 2019) terugloopt, evenals de bekendheid van regelingen. Met name de doelgroep ouderen lijkt de laatste jaren steeds minder een beroep te doen op voorzieningen. De oproep wordt gedaan om meer maatwerk te bieden en ook voor mensen in de schuldhulpverlening toegang tot minimaregelingen mogelijk te maken. Ten aanzien van schuldhulpverlening blijft het slagingspercentage hoog en lopen de doorlooptijden terug. Op het gebied van vroegsignalering en preventie wordt al veel ondernomen, ook in samenwerking met partners (bijvoorbeeld via Geldfit en Moedige Dialoog Salland). Met de verwachte toename van hulpvragen (door corona) en de wetwijziging waarmee vroegsignalering een wettelijke taak wordt voor de gemeente, wordt het belang en het slimme gebruik van data (via DeltaView) nog belangrijker.
8
1. Zeven uitgangspunten huidig beleid Het Minimabeleid en schuldhulpverlening in Deventer, 2017-2020 is gebaseerd op een zevental belangrijke uitgangspunten. Dit hoofdstuk bestaat uit een korte terugblik op deze uitgangspunten, en is daarmee een voorproefje op de rest van de evaluatie. 1. Samen beperken van financiële zorgen. Om samen financiële zorgen te beperken is er onder andere een laagdrempelige toegang nodig en een grote groep opgeleide vrijwilligers. Hoewel het spreekuur van Geldfit een goed voorbeeld is van een laagdrempelige toegang, zijn er op andere vlakken nog verbeteringen mogelijk. Denk hierbij aan de verschillende plekken om regelingen aan te vragen en de soms ingewikkelde aanvraagprocedures (paragraaf 2.3). Voor wat betreft de vrijwilligers, zijn er de afgelopen jaren veel stappen gezet. De door ons opgeleide vrijwilligers bij Carinova en het Meester Geertshuis worden steeds vaker ingezet. 2-3 Financiële problemen effectiever aanpakken door over de grenzen van beleidsterreinen heen te kijken + Direct starten met een integrale aanpak De laatste jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor het feit dat geldproblemen niet op zichzelf staan. In veel gevallen is er daarnaast sprake van problematiek op andere leefgebieden. Steeds vaker speelt de gemeente Deventer hier op in.
Zo is er bij afdelingen, zoals inkomensondersteuning, meer aandacht voor alle leefgebieden van een klant, en meer bewustzijn over wat de stress, die gepaard gaat met geldproblemen, met je kan doen. Daarnaast zijn er steeds meer minimaprojecten die samengaan met andere terrein, zoals de verbinding met gezondheid bij Fitkids (paragraaf 3.3.8) en de verbinding met onderwijs bij de vormgeving van huiswerkbegeleiding van Stichting Leergeld (paragraaf 3.3.1). 4. Vanuit maatwerk maken we minimabeleid effectiever De problematiek die samenhangt met een laag inkomen laat zich niet vangen in een definitie van de doelgroep. Er zullen altijd schrijnende gevallen buiten de boot vallen, die vragen om maatwerk en individuele afwegingen. Het bieden van maatwerk binnen het huidige beleid wordt als lastig ervaring, zoals naar voren komt in paragraaf 2.3. Er wordt nog veel gekeken naar welke regelingen er zijn, in plaats van wat er echt nodig is. Partnerorganisaties zien kansen in het werken met een apart budget dat hen de ruimte geeft om mensen op maat te ondersteunen, zoals een noodfonds of een maatwerkbudget, waar enkele organisaties op dit moment al in voorzien worden. 5. Ondersteuning op maat bij schuldhulpverlening Bij schuldhulpverlening is een schuldregeling niet altijd het uitgangspunt.
Door beter en sneller te voldoen aan de specifieke individuele vraag, worden de financiële zorgen van de client eerder weggenomen. Sinds er gestart is met het werken volgens de principes van stress sensitieve dienstverlening wordt er in de dienstverlening van het BAD steeds meer gekeken naar de situatie vanuit de klant. Met het Geldfit spreekuur (paragraaf 4.3.1) en de inzet van het team FIT (paragraaf 4.3.3), is er meer aandacht voor vragen aan de voorkant. Hoewel veruit de meeste inwoners alsnog bij het BAD komen voor een schuldregeling, wordt het steeds bekender dat het BAD ook ondersteuning kan bieden in het geven van advies. 6. Blijven innoveren We zien allerlei mogelijkheden om financiële problemen te voorkomen en schulden sneller op te lossen of beheersbaar te maken. Door te experimenteren, kunnen we zien wat werkt. De afgelopen jaren zijn er verschillende vormen van innovatie langsgekomen. Voorbeelden zijn onder andere het werken volgens de principes van stress sensitieve dienstverlening en de toepassing van de scrummethodiek. Een ander voorbeeld is de pilot DeltaView, waarin er verkend wordt hoe data op een goede manier ingezet kan worden (paragraaf 4.3.3). 7. Inzetten van ervaringsdeskundigen bij de ontwikkeling van beleid en uitvoering
9
Door ervaringsdeskundigen te betrekken bij het ontwikkelen van beleid en uitvoering kunnen we de dienstverlening aanpassen op waar behoefte aan is. Het betrekken van ervaringsdeskundigen is op dit moment nog steeds geen standaard onderdeel van beleidsontwikkeling. Desondanks worden hier wel al stappen in gemaakt. Bij de armoedeconferentie, waarover gesproken wordt in paragraaf 3.2, waren er ervaringsdeskundigen aanwezig en ook bij het vormgeven van het nieuwe beleid hebben ervaringsdeskundigen een rol.
10
2.Minimabeleid Voor het minimabeleid is in het huidige beleidsplan de volgende doelstelling geformuleerd: Het gemeentelijke minimabeleid bevordert de maatschappelijke participatie van de inwoners van Deventer die leven van een laag inkomen en draagt er aan bij dat alle kinderen in Deventer gelijke kansen krijgen om hun talenten te ontplooien, ongeacht het inkomen in het gezin Daarbij hangen ook twee doelstellingen vanuit het beleidskader Meedoen 2015-2019 samen, namelijk: “Meedoen mogelijk maken” en “Niemand valt tussen wal en schip”. Vanuit het uitvoeringsplan ‘Focus op financiële versterking’ zijn nog een aantal speer/aandachtspunten aangegeven: Meer maatwerk mogelijk maken Goede samenwerking met netwerk in de stad Minder loketten en contactpersonen, aanvragen voor de inwoner zo makkelijk mogelijk maken Eenvoudige informatie over regelingen Het minimabeleid bestaat uit de volgende instrumenten: Inkomensondersteunende regelingen • Individuele inkomenstoeslag (>5 jaar, 100%) • Bijzondere bijstand • Collectieve zorgverzekering (110%) • Individuele studietoeslag
Participatiebevorderende regelingen • Rechtop! Financiële regeling (110%) • Rechtop! Beweging
Een deel van de regelingen, waaronder de bijzondere bijstand en de studietoeslag, wordt door de gemeente zelf uitgevoerd. Andere regelingen, waaronder de collectieve zorgverzekering en de participatie bevorderende regelingen worden door andere partijen in de stad uitgevoerd; zoals Rechtop en Salland Verzekeringen. Met deze partijen zijn afspraken gemaakt en is een nauwe samenwerking, zodat de gemeente de regeling weliswaar niet zelf uitvoert, maar wel betrokken is en blijft. Daarnaast zijn er verschillende regelingen en voorzieningen specifiek voor kinderen, die in hoofdstuk 2 apart worden toegelicht. Aan de hand van een (data-)analyse van de minimaregelingen en gesprekken met betrokkenen, bekijken we in hoeverre de doelstellingen zijn bereikt en wat de uitwerking van het beleid is geweest. 2.1 Data-analyse In de data-analyse staan we stil bij de kenmerken en ontwikkeling van de doelgroep, en de bekendheid van de minimaregelingen. Data die specifiek gericht is op een van de minimaregelingen zijn betrokken bij de analyse van de afzonderlijke regelingen in paragraaf 1.3. 2.1.1 Ontwikkeling van de doelgroep Voor minimaregelingen voor volwassen is qua inkomen, 110% van het geldende bijstandsniveau het uitgangspunt. Voor bijzondere bijstand geldt dan, dat boven deze grens sprake is van (gedeeltelijke) draagkracht.
Voor regelingen zoals de gemeentepolis is boven deze grens van 110%, geen recht. In de onderstaande tabel is aangegeven voor hoeveel huishoudens er sprake is van deze inkomensgrens.
11
Jaar 2016 2017 2018
Totaal aantal huishoudens Deventer 42.685 43.311 43.726
Percentage huishoudens tot inkomen 110% 12,2% 12,2% 11,9%
Aantal huishoudens tot inkomen 110% 5.208 5.284 5.204
Onderstaande afbeeldingen geven de ontwikkeling van de verschillende huishoudtypen weer tot deze inkomensgrens. Het grootste gedeelte van de huishoudens met een laag inkomen heeft een eenpersoonshuishouden of is een eenoudergezin. Wat hierbij opvalt is dat alleen deze twee groepen huishoudtypen procentueel gezien kleiner worden. De overige huishoudtypes blijven procentueel gezien gelijk.
Ook qua leeftijdscategorieën is de ontwikkeling over de jaren 2016-2018 weergegeven. Hieruit is op te maken dat alleen in de leeftijden tot 44 jaar en de groep boven de 65 jaar, het percentage tot een inkomen van 110% is gedaald. In de leeftijdscategorie 45-64 jaar, is het percentage gelijk gebleven. Ten opzichte van de totale leeftijdsgroep, heeft 20% van de jongeren in 2018 een inkomen onder de 110%. Voor ouderen boven de 65 jaar is dit 12% van de totale leeftijdsgroep.
2.1.2 Bekendheid met de minimaregelingen Elke twee jaar wordt er breed een bewonersonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek worden inwoners ook bevraagd over de bekendheid van minimaregelingen. In de onderstaande afbeelding staan de resultaten van 2016, 2018 en 2020 weergegeven.
De resultaten laten zien dat:
12
zo’n 60 tot 70% van de inwoners bekend is met de bijzondere bijstand en de regelingen van Rechtop!. De collectieve zorgverzekering is onder 60% van de ondervraagden bekend en individuele inkomenstoeslag bij 40%. wanneer de jaren met elkaar vergeleken worden is te zien dat de bekendheid van alle regelingen, op de individuele Inkomenstoeslag na, de afgelopen twee jaar is afgenomen. Tussen 2016 en 2018 nam de bekendheid voor de meeste regelingen wel toe. de bekendheid van de IST is het laagste, wat verklaarbaar is, omdat de regeling slechts voor een kleine groep van toepassing is. Anderzijds past het bij het beeld dat de regeling niet volledig wordt benut, waarover later meer.
NB. Er dient rekening gehouden te worden met het feit dat het bewonersonderzoek ook wordt afgenomen bij mensen met een hoger inkomen dan 110%, waardoor het ‘logisch’ kan zijn dat regelingen niet bij 100% van de bevraagden bekend is. 2.2 Analyse van de minimaregelingen 2.2.1 Bijzondere bijstand Met de inzet van bijzondere bijstand is het mogelijk om, wanneer een inwoner niet beschikt over de benodigde financiële middelen, kosten te vergoeden wanneer het gaat om “uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan”. Er wordt bij de beoordeling van een aanvraag altijd gekeken naar noodzakelijkheid, persoonlijke omstandigheden en of er een voorliggende voorziening is waar iemand gebruik van kan maken. Voorbeelden van dergelijke kosten zijn de kosten van beschermingsbewind, inrichtingskosten, zorgkosten, maaltijdvoorziening en kosten CAK. Als de kosten vervolgens in aanmerking komen voor bijzondere bijstand, wordt er bekeken of de aanvrager beschikt over draagkracht uit inkomen of vermogen. Is dat niet het geval, dan wordt er bijzondere bijstand verstrekt. Bij de beoordeling van de draagkracht uit inkomen is het uitgangspunt dat er tot een inkomen van 110% van de bijstand geen draagkracht is.
Om een beeld te krijgen van de verschillende categorieën en hun aandeel in het totaal, zijn de kostensoorten over het jaar 2020 hieronder in een cirkeldiagram weergegeven. De grootste kostenpost binnen de bijzondere bijstand is al jaren de post bewindvoeringskosten, gevolgd door de aanvullende bijstand onder de 21 jaar, de individuele Inkomenstoeslag (IIT) en de individuele studietoeslag (IST). Deze vier posten worden in de volgende paragrafen nader toegelicht en uitgewerkt.
Als we kijken naar de uitgaven van de bijzondere bijstand over de periode 2017-2020 is daar overall een dalende lijn in te zien. Een aantal kostenposten hebben een stijgende lijn, zoals de bewindvoeringskosten, IIT en IST. De bijzondere bijstand levensonderhoud onder de 21 jaar is echter in dezelfde periode gehalveerd.
13
Vervolgens kan verder ingezoomd worden aan welk type huishoudens de bijzondere bijstand is toegekend en in welke leeftijdscategorieën. Uit onderstaande afbeeldingen valt op te maken dat de meeste bijzondere bijstand (in aantallen) wordt toegekend aan eenpersoonshuishoudens, dit is ook de grootste groep van het totaal aan huishoudens met een inkomen onder de 110%. In verhouding met de leeftijdsgroepen 25-44 jaar en 45-64 jaar, zijn er weinig cliënten boven de 65 jaar. Dit laat ten opzichte van 2016 ook een dalende lijn zien, terwijl deze groep vrij groot is in het totaal van de huishoudens onder de 110%. Ook vanuit de uitvoering en de externe partners wordt het signaal afgegeven dat er steeds minder ouderen in beeld zijn. Dit zou mede komen door het wegvallen van Focus/Ouderenwerk, die veelal ondersteuning bood bij het aanvragen van regelingen. Huishoudtypen:
Leeftijden
Het bereik van de bijzondere bijstand is niet met 100% juistheid vast te stellen. Immers, alleen in bepaalde gevallen wordt er bijzondere bijstand verstrekt. Zoals eerder aangegeven, alleen wanneer de kosten noodzakelijk zijn voor het individu en vanwege bijzondere omstandigheden en er geen voorliggende voorziening of (voldoende) draagkracht is. Weliswaar wordt niet de gehele doelgroep bereikt met de bijzondere bijstand, maar daar is niet de conclusie uit te trekken dat de resterende doelgroep ‘gemist’ wordt; we weten immers niet of zij a) geen kosten maken waarvoor bijzondere bijstand voor verstrekt zou kunnen/moeten worden of dat zij b) weldegelijk deze kosten maken, maar niet weten dat zij daarvoor bijzondere bijstand kunnen aanvragen.
Bewindvoeringskosten De grootste kostensoort binnen de bijzondere bijstand, is die voor de kosten van beschermingsbewind. Deze kostensoort is door de Rechtbank beoordeeld als noodzakelijke kosten voor het individu, wat inhoudt dat als de inwoner geen/niet voldoende draagkracht heeft, de gemeente de verplichting heeft voor deze kosten bijzondere bijstand te verstrekken. Zoals in onderstaande tabel is te zien is, laten deze kosten een stijgende lijn zien, al vlakt deze lijn wel af.
14
Totaal bedrag
2017 € 1.409.060
2018 € 1.412.294
2019 € 1.373.540
2020 € 1.382.146
Eerdere analyse liet zien dat een groot deel van de mensen die in 2019 geen recht meer had op bijzondere bijstand bewindvoering, ook geen recht meer had op algemene bijstand. De bewindvoering zelf was daarmee niet beëindigd, maar er was voldoende inkomen om de kosten er voor uit eigen middelen te bekostigen. Voor 2019 was dit, met een aantrekkende economie ook verklaarbaar. Daarin zit een risico dat deze groep of een deel er van, wanneer we de economische effecten van corona gaan merken, weer een beroep zal moeten doen op de bijzondere bijstand. Op dit moment wordt er met een aantal bewindvoerders gewerkt aan een convenant, gericht op kwaliteit, doorstroom en uitstroom. Beoogd wordt om daarmee ook de kosten van de bijzondere bijstand meer beheersbaar te maken. Aanvullende bijstand levensonderhoud, onder de 21 jaar Jongeren van 18 t/m 20 jaar die niet in een inrichting verblijven, hebben in beginsel recht op algemene bijstand. Maar aangezien van deze groep verwacht wordt dat ze een beroep kunnen doen op hun ouders zijn de normen van de algemene bijstand afgestemd op de niveaus van de Algemene Kinderbijslagwet. Wanneer een jongere geen beroep kan doen op zijn ouders, kan het College aanvullende bijzondere bijstand verstrekken. Dit hebben we de afgelopen jaren veelal gezien bij jonge statushouders, zie zonder ouders naar Nederland zijn gekomen.
Onderstaande tabel laat zien dat we over de periode van 2017-2020, de helft minder aan bijzondere bijstand voor deze kostenpost hebben uitgegeven. Dat is ook kloppend bij het beeld dat we minder instroom van jonge statushouders hebben. Daarnaast is een deel van de jonge statushouders inmiddels boven de 21 jaar, waardoor zij recht op een hogere norm van de algemene bijstand. Aanvulling vanuit de bijzondere bijstand is dan niet meer nodig. Totaal bedrag
2017 € 243.874
2018 € 235.228
2019 € 130.230
2020 € 114.795
Individuele inkomenstoeslag Het uitgangspunt van de algemene bijstand is dat met de van toepassing zijnde bijstandsnorm kan worden voorzien in de algemene kosten van het bestaan. Er wordt gesteld dat er zelfs een kleine reserveringsruimte is. Toch is de reserveringsruimte te krap voor iemand die langdurig moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. De Individuele inkomenstoeslag (IIT) is er om dit reserveringsgebrek te compenseren. De IIT is een vorm van bijzondere bijstand, maar niet bestemd voor bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende toeslag, die voor de ontvanger vrij besteedbaar is. De gemeente moet in een verordening vastleggen wat de hoogte van de individuele inkomenstoeslag is en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. In Deventer is daar over het volgende vastgelegd: - Inkomen is maximaal 100% van de toepasselijke bijstandsnorm - Referteperiode is 60 maanden - Maximale bedragen (deze worden geïndexeerd): € 340,- voor een alleenstaande; € 433,- voor een alleenstaande met kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar; € 484,- voor gehuwden De ontwikkeling van het aantal afgewezen en toegekende IIT over de periode 2017-2020 is weergegeven in de onderstaande tabel. Het aantal IIT blijft jaarlijks iets toenemen.
Echter is uit eerdere analyse gebleken dat niet iedereen die er recht op heeft, ook de aanvraag doet. De actie om
15
een aanvraag te doen ligt (conform het huidige beleid) bij de klant zelf. Consulenten zijn hier wel over geïnformeerd, om er scherper op te handelen. Er wordt tevens onderzocht of we dit proces kunnen automatiseren, zodat een klant zodra hij recht heeft, het ook automatisch toegekend krijgt. Afwijzingen Toekenningen Totaal bedrag IIT
2017 158 1.147 € 389.820
2018 138 1.160 € 398.249
2019 131 1.203 € 418.684
2020 n.n.b. 1.224 € 453.393
Vergeleken met omliggende gemeenten is de gemeente Deventer strenger als het gaat om de referteperiode. Waar Deventer voor 60 maanden (5 jaar) kiest, kiezen Olst-Wijhe, Zwolle en Apeldoorn voor een referteperiode van 36 maanden (3 jaar). Qua bedragen wijken we daarentegen niet heel erg af van de regio. De bekendheid van de regeling is in 2020, ten opzichte van eerdere jaren toegenomen. Individuele studietoeslag De individuele studietoeslag (IST) is een inkomensondersteunende maatregel voor studenten en leerlingen, die door een medische beperking naast hun studie niet structureel kunnen bijverdienen. Voor deze mensen is het moeilijk om een bijbaan te hebben naast hun studie of opleiding. Ook is de drempel om te lenen een stuk hoger dan studenten en leerlingen zonder arbeidshandicap, omdat de kans op een baan kleiner is. De IST is net als bij de IIT, een vorm van bijzondere bijstand en ook bij de IST legt de gemeente in een verordening vast wat de geldende regels zijn. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op de hoogte van de individuele studietoeslag en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag. In Deventer wordt de hoogte van de studietoeslag gekoppeld aan de leeftijd van de aanvrager en bedraagt 25% van het maandelijkse bedrag van het minimumloon, met een maximum van € 300 per maand.
Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van het aantal afgewezen en toegekende IST over de periode 2017-2020. Uit de tabel blijkt dat het gebruik van de IST vanaf 2017 stijgt, zeker vanaf 2019. Enerzijds is er vanaf die periode ook landelijk meer aandacht gekomen voor de IST (zie ook de aanpassing wetgeving hieronder), anderzijds worden leerlingen die vanuit het RMC in beeld zijn en mogelijk in aanmerking komen hiervoor, actief benadert door de consulenten van het Jongerenloket. Hoewel we dit niet met cijfers kunnen bouwen is het landelijk beeld, dat er meer leerlingen recht zouden hebben op deze regeling, maar niet in beeld zijn bij gemeenten. Afwijzingen Toekenningen Totaal bedrag IST
2017 2 29 € 48.329
2018 5 30 € 55.534
2019 3 54 € 84.672
2020 n.n.b. 67 € 131.845
Vanwege grote verschillen in de uitvoering en hoogte van de IST in gemeenten en de onderbesteding in het gebruik ervan, heeft het Rijk besloten om de regelgeving rondom de IST aan te passen. Deze wetgeving zou per januari 2021 in gaan treden, maar is vanwege corona en het demissionaire kabinet, uitgesteld tot in ieder geval juli 2021. 2.2.2 Collectieve Aanvullende zorgverzekering / Gemeentepolis Salland De gemeente heeft de bevoegdheid een collectieve aanvullende zorgverzekering (CAV) aan te bieden aan haar inwoners, dit is een vorm van bijzondere bijstand. Voor inwoners van Deventer met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum (en welke voldoen aan de vermogensgrens) is het mogelijk deze zogenoemde gemeentepolis via Salland Zorgverzekeringen af te sluiten.
16
Inwoners hebben de keuze uit twee pakketten: de Extra en de Plus. Het grote verschilt tussen deze twee is het herverzekeren van het eigen risico, wat bij de Plus variant mogelijk is. Veel van de klanten binnen de doelgroep van de gemeentepolis hebben te maken met het geheel of gedeeltelijk verbruiken van het eigen risico. Door deze mee te verzekeren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat men voor onverwacht hoge kosten te komen staan of dat mensen vanwege het eigen risico weerhouden worden naar de arts te gaan. Qua vergoedingen, is de Plus iets uitgebreider dan de Extra. Met name die extra zorgkosten waar de doelgroep veel gebruik van maakt; zoals de fysio, vergoeding van de bril en de kosten van de tandarts, worden vergoed. Voor verzekerden die een volledige gebitsprothese hebben wordt de premie van de aanvullende verzekeringen lager, zodat zij niet voor tandzorg betalen waar zij geen gebruik van gaan maken. De gemeente betaalt een bijdrage per verzekering. De hoogte is afhankelijk van het gekozen pakket. In 2020 was de bijdrage voor de Extra € 9,15 per maand en voor de Plus € 24,15 per maand. Daarnaast wordt er vanuit Salland een korting verwerkt in de aanvullende verzekering.
Effecten van een gemeentepolis: Inwoners met een laag inkomen toegang bieden tot goede en betaalbare zorg Voorkomen dat inwoners zorg mijden en/of schulden maken Toegang bieden tot belangrijke onderdelen van de zorg, ongeacht gezondheid (een inwoner wordt toegelaten tot de gemeentepolis op basis van inkomen, er is geen gezondheidscheck) Er is recentelijk door Rebel Group in opdracht van BS&F (die gemeente adviseert op het gebied van gemeentepolis een tevens de portal gezondverzekerd.nl faciliteren via waar inwoners de polis aan kunnen vragen) landelijk een MKBA uitgevoerd naar de kosten en baten van de gemeentepolis. De uitkomsten op hoofdlijnen staan weergegeven in onderstaande afbeelding.
De onderstaande tabel laat zien dat er tot 2019 een stijging van het aantal verzekerden in de gemeentepolis is en voor 2020 een daling. Dit kan er enerzijds mee te maken hebben dat het economisch klimaat in 2019, waardoor men op de peildatum van eind december 2019 geen recht hadden op de gemeentepolis. Anderzijds heeft de keuze van inwoners voor een verzekering ook te maken met de voorwaarden/premies van andere verzekeringsmaatschappijen. Een reden voor een daling in het aantal kan ook zitten in het feit dat een andere maatschappij/verzekering voor de inwoners passender was. Jaar Aantal verzekerden
2016 2.412
2017 3.164
2018 3.449
2019 3.532
2020 3.306
17
Een aandachtspunt is dat Salland Verzekeringen heeft aangegeven dat de gemeentepolis voor hen een verlieslijdende polis is. Voor 2021 zijn er daarom (qua bijdrage vanuit de gemeente) een aantal wijzigingen doorgevoerd, om met name de balans tussen de Extra en Plus te verbeteren. Salland heeft aangegeven de effecten daarvan te gebruiken in hun afweging of en in welke vorm zij vervolg willen geven aan de gemeentepolis. Deventer trekt hierin samen op met de regiogemeenten OlstWijhe, Raalte en Voorst en wordt ondersteund/geadviseerd door BS&F. Er worden tevens ook alternatieve opties onderzocht, mocht Salland geen vervolg willen geven of tegen voorwaarden waar de gemeenten niet aan kunnen/willen voldoen. 2.2.3 Rechtop! Financiële regeling & Beweging Rechtop onderscheidt twee poten binnen hun organisatie; de Beweging en de Financiële regeling. De beweging richt zich vooral op meedoen en sociale armoede. Rechtop! Beweging Middels de Beweging organiseert Rechtop! allerlei activiteiten, veelal op basis van waar de deelnemers behoefte aan hebben. Dit zijn projecten zoals het wandelen met ouderen, het klussenteam, het naaiatelier en samen koken. Het aantal activiteiten per week is ongeveer 25-30, waar per week ruim 300 deelnemers aan meedoen. Dit in alle leeftijdsgroepen (in 2019 was de jongste 23 jaar en de oudste 70 jaar) en met 18 verschillende nationaliteiten.
Het uitgangspunt bij Rechtop! is dan ook dat iedereen welkom is, ongeacht leeftijd of nationaliteit. Bij de Beweging speelt het inkomen ook geen rol. Om de activiteiten te organiseren worden deelnemers ingezet als ‘Rechtop!-vrijwilliger’. Het aantal vrijwilligers schommelt zo rond de 90 per week. Rechtop bevordert ook de doorstroom, waarin zij de samenwerking zoeken met Deventer WerkTalent. In 2019 zijn er 30 vrijwilligers uitgestroomd, waarvan 10 naar een betaalde baan en 20 naar andersoortig vrijwilligerswerk of opleiding. Voor de groep vrijwilligers organiseert Rechtop elk jaar een uitje. Rechtop! Financiële regeling Voor inwoners van Deventer die actief willen worden e/o mee willen doen, maar over te weinig financiële middelen beschikken is er de kortingsregeling. Tot een inkomen van 110% van de bijstandsnorm kan van deze regeling gebruik gemaakt worden. Er wordt dan (maximaal) € 150 per jaar vergoed voor deelname aan sport, cultuur of educatie. Een inwoner kan bij Rechtop! op locatie een aanvraag doen, daar is ook eventuele hulp bij het invullen van het formulier aanwezig. Er zijn ruim 175 aanbieders waar inwoners de kortingsregeling in kunnen leveren.
Om als deelnemer geregistreerd te zijn, zijn er een aantal voorwaarden, waaronder: de activiteiten sluiten aan bij de doelstelling van Rechtop! om meedoen mogelijk te maken het zijn activiteiten op het gebied van sport, cultuur of educatie een inwoner kan minimaal 10 keer deelnemen. De Top-10 van de aanbieders is al jaren nagenoeg hetzelfde, waarbij de Bibliotheek, De Scheg, Fit for Free en Go Ahead Eagles standaard in terug te vinden zijn. In 2019 is extra (onderzoek) ingezet om het niet gebruik van de kortingsregeling terug te dringen. Er werd door de organisatie gesignaleerd dat een deel van de gebruikers de coupon wel hadden aangevraagd en ook hadden opgehaald, maar deze vervolgens niet verzilverden. In 2018 was dat een percentage van 8%. Rechtop! belt nu standaard de inwoners na als zij na een bepaalde periode de bon nog niet verzilverd hebben. Soms zijn mensen het vergeten of weten ze toch niet goed wat ze zouden willen. In andere gevallen vinden mensen de drempel om de coupon in te leveren hoog. Rechtop! biedt, daar waar mogelijk, daarin ondersteuning. Zij zien dat dit effect heeft, al is het aantal niet-verzilverde coupons nog niet teruggebracht naar 0%.
18
In bovenstaande grafieken laten zien dat: Het grootste aandeel van de coupons wordt ingezet voor sportactiviteiten Minder coupons worden ingezet voor de bibliotheek, terwijl steeds meer ingezet wordt voor activiteiten gericht op educatie. Culturele activiteiten hebben in 2017 en 2018 een opleving gehad, maar zitten in 2019 weer op het niveau van 2016. Het totaal aantal coupons is in de loop van de jaren teruggelopen. 2.2.4 Samenwerking banken De ruimte waar de Voedselbank (VB) nu samen met het Regionaal Distributie Centrum (RDC) is gehuisvest, wordt te klein. Zo is het op de huidige locatie niet mogelijk om meerdaags pakketten uit te geven. Dit is een grote wens van de Voedselbank en haar gebruikers. Anderzijds zijn de Kledingbank en de Speelgoedbank nu gehuisvest bij Keizerskracht, die locatie krijgt een andere bestemming waardoor zij een andere ruimte nodig hebben. Er wordt nu gewerkt aan een samenwerking waarbij de drie banken samen een hal gaan vullen op het terrein waar de Voedselbank nu al zit. Dit vanuit de gedachtegang dat dit het bereik kan vergroten, doordat inwoners die gebruik maken van de Voedselbank zo ook in aanraking komen met de Speelgoedbank en de drempel dan lager is. Anderzijds zitten ook partijen als St. Leergeld, Geldfit, het BAD en Rechtop! aan tafel om te bekijken hoe zij vanuit hun eigen organisatie een bijdrage kunnen leveren.
Bijvoorbeeld door een spreekuur te houden op die locatie. De plannen worden nu uitgewerkt en moeten in 2021 meer vorm en uitvoering krijgen. 2.3 Gesprekken met betrokkenen Om een beter beeld te verkrijgen van de uitwerking van het beleid en ervaringen met het aanbod en de dienstverlening voor minima, zijn er verschillende focusgroepen georganiseerd. Zo zijn we in gesprek gegaan met: Uitvoerende medewerkers, van de afdeling inkomensondersteuning (IO), publiekscontacten zorg (PU-zorg) en Budget Adviesbureau Deventer (BAD). De inkomensconsulenten en medewerkers van PU-zorg beoordelen de aanvragen van de minimaregelingen. Het BAD zorg voor preventie, advies en ondersteuning in geval van financiële problemen. Cliëntenraad, als vertegenwoordiging van de inwoners en tevens als helpdesk voor inwoners met vragen over financiën.
19
Samenwerkingspartners, zoals wijkmanagers en medewerkers van de GGD, Raster, het Geldfit spreekuur en twee kind centra. Daarnaast hebben ook Stichting Rechtop, het Meester Geertshuis, de Voedselbank en speelgoedbank, de Moedige Dialoog en het Talent Ontwikkelings Fonds deelgenomen. Deze partners zijn betrokken bij de ondersteuning van de doelgroep, bijvoorbeeld als subsidiepartner. Teammanagers, van zowel Pu-Zorg, Inkomensondersteuning als het BAD
Al deze partners hebben ons vanuit hun perspectief en op basis van hun ervaringen met het beleid en het (soms) frequente contact dat zij hebben met de doelgroep, een beeld geven van de huidige situatie. Dit beeld wordt hieronder per thema omschreven. Opvallend was dat de gesprekken constructief van aard waren waarbij de deelnemers met name met ons meedachten over verbetermogelijkheden. Het aanbod Zoals is weergegeven en toegelicht in de vorige hoofdstukken, zijn er op dit moment diverse regelingen die meedoen mogelijk kunnen maken. De samenwerkingspartners noemen verschillende voorbeelden van regelingen en voorzieningen die zij als succesvol ervaren, waaronder het Jeugdeducatiefonds, de Zomerschool en initiatieven in de wijk. Men voelt zich daar veilig en vertrouwd, met gelijkgestemden onder elkaar, en stimuleert elkaar om de eigen visie te verbreden. Ook de Cliëntenraad spreekt waardering uit voor de regelingen, waaronder de projecten van Stichting Leergeld en Rechtop!. Ze verwijzen er regelmatig naar door en krijgen hier over het algemeen een positieve terugkoppeling van klanten van terug. De samenwerkingspartners geven aan dat het goed zou zijn om dergelijke projecten met positieve resultaten als gemeente goed te faciliteren en financieel in stand te houden. Dat vraagt om structurele keuzes om de continuïteit te waarborgen.
Een subsidiestop kan in veel gevallen de continuïteit belemmeren en toekenningen voor een jaar kunnen er voor zorgen dat er niet op de lange termijn gedacht kan worden. Overall is het beeld van de Cliëntenraad dat we het in Deventer goed doen. Er is uiteraard ruimte voor verbetering, maar veel gaat al steeds beter. Een van de regelingen waar de Cliëntenraad met name over te spreken is, is de gemeentepolis. Zeker de optie om het eigen risico mee te verzekeringen, wordt als positief ervaren. Daarentegen wordt de bijzondere bijstand als ‘wazig’ ervaren. Het is niet helder wanneer iemand recht heeft en wanneer niet. “Alsof je niet mag weten waarvoor het gebruikt kan worden” en “het lijkt afhankelijk te zijn van de consulent”.
De bekendheid en het bereik van het aanbod Om er voor te zorgen dat de doelstelling gehaald worden, is het van belang om zo veel mogelijk mensen uit de doelgroep te bereiken met het aanbod van regelingen. Dit vraagt enerzijds om bekendheid over het aanbod bij de doelgroep en potentiele verwijzers, en anderzijds om een integrale benadering met aandacht voor maatwerk en een laagdrempelig aanbod. Ten aanzien van de bekendheid over het aanbod is er over het algemeen een goede informatievoorziening van wat er allemaal is, via de website, nieuwsbrieven en flyers. De uitvoerende medewerkers zien daarbij graag dat er (weer) een boekje komt waarin alle minimaregelingen staan, om mee te geven aan inwoners. Ook een website waar je je inkomen kan invullen, zodat je ziet waar je recht op hebt, zou een mooie aanvulling zijn. Ondanks de huidige informatievoorziening blijkt het volgens de samenwerkingspartners moeilijk om de doelgroep te bereiken. De mogelijkheid om gebruik te maken van allerlei regelingen is niet bij iedere inwoner bekend. Persoonlijk contact lijkt het meeste effect te hebben. Sleutelfiguren in de wijk en mond-tot-mondreclame zijn momenteel dan ook de meest gangbare informatiebronnen volgens de samenwerkingspartners. Hier ligt tevens een rol voor professionals, van o.a. de Toegang, de Sociale Teams, Konnected en het BAD, om tijdens
20
gesprekken met de inwoners aandacht te geven aan de financiële situatie van inwoners en hen te wijzen op de minimaregelingen. Om een groter bereik te krijgen kun je, volgens de samenwerkingspartners en uitvoerende medewerkers, de signalering van de doelgroep en de toeleiding naar het aanbod verbreden door hiervoor ook aandacht te vragen van partners, huisartsen, de GGD, Vve, scholen, werkgevers, wijkmanagers, buurtwerkers en sportverenigingen. Dit sluit aan op de groepen waarvoor de samenwerkingspartners extra aandacht vragen, namelijk de ouders van jonge kinderen, jongeren tussen de 18 en 23 jaar, nieuwe Nederlanders, werkende armen en inwoners uit buurten met veel sociale huurwoningen of minder onderlinge verbindingen. Samenwerking Gemeente Deventer beschrijft in de uitgangspunten van het beleid dat ze gezamenlijk financiële zorgen van inwoners wil beperken. Door samenwerking, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie en zowel binnen het eigen beleidsterrein als over de grenzen heen, kunnen er meer inwoners bereikt worden en integrale ondersteuning geboden worden. De Cliëntenraad geeft aan het gevoel te hebben dat de gemeente meer openstaat voor de ideeën van de Cliëntenraad en andere organisaties. De samenwerkingspartners geven aan dat ook de samenwerking tussen andere partners en vrijwillige partners goed verloopt.
Men kent elkaars regelingen en na een doorverwijzing vindt er een check plaats of de overdracht goed is gegaan. Ook intern is de samenwerking naar tevredenheid. Er zijn op dit moment verschillende beleidsterreinen betrokken bij dit thema om te zorgen voor een integraal pakket. Volgens de uitvoerende medewerkers is de samenwerking tussen het BAD, IO en Team belastingen goed. Er zijn korte lijnen. De onderlinge contacten met de consulenten is prima en men weet elkaar te vinden, maar de betrokkenheid en informatievoorziening vanuit de afdelingen IO en BAD zelf wordt gemist. Andere verbetermogelijkheden zijn er als het gaat om verbinding tussen de beide afdelingen die zich bezighouden met de aanvragen van de minimaregelingen, namelijk IO en PU zorg. De teammanager geeft aan dat er intern gewerkt gaat worden aan de samenwerking tussen de afdeling IO en PU zorg. Maatwerk Een ander uitgangspunt van het beleid gaat in op het bieden van maatwerk om het minimabeleid effectiever te maken. Hiermee wordt er onder andere bedoeld dat het streven is om verder te kijken dan de inkomensgrens. De uitvoerende medewerkers geven aan dat de huidige inrichting het lastig maakt om maatwerk te bieden. De beleidsregels bepalen en men kan hier alleen in uitzonderlijke gevallen van afwijken. De teammanager geeft aan dat er ondanks het voornemen om meer ruimte te pakken t.a.v.