CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2020-1981 bijlage d overzicht wijzigingen statuten van OPOD

Raadsvergadering 26 mei 2021, gemeente DeventerBij agendapunt: Statutenwijziging Stichting Openbaar Primair Onderwijs Deventer (OPOD)5.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Statuten Tekst van de statuten zoals die op dit moment luiden, met daarin zichtbaar de wijzigingen die noodzakelijk zijn om de Stichting te kunnen omvormen tot een Stichting ex art. 17 WPO. Naam Artikel 1 De Stichting draagt de naam: Stichting Openbaar Primair Onderwijs Deventer en MontessoriOnderwijs Deventer - Almelo. Begripsbepalingen Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a. Gemeente: de Gemeente Deventer; b. Gemeenteraad: de Gemeenteraad van Deventer; c. College van Burgemeester en Wethouders: het College van Burgemeester en Wethouders van Deventer; d. Bestuur: het orgaan van de Stichting dat belast is met het bestuur en beheer van de Stichting; e. Raad van Toezicht: het orgaan van de Stichting dat toezicht houdt op het bestuur als bedoeld in artikel 17a van de wet; e.f. Stichting: de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Deventer en Montessori-Onderwijs DeventerAlmelo; f.g. Scholen: de scholen welke door de Stichting in stand worden gehouden en staan vermeld op een aan deze akte te hechten bijlage; g.h. Wet: de Wet op het Primair Onderwijs Zetel en tijdsduur Artikel 3 1. De Stichting is gevestigd in de gemeente Deventer. 2. De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat de Stichting in ieder geval in stand wordt gehouden voor een periode van vijf jaartot 1 januari 2026. Doel Artikel 4 1.

Het doel van de Stichting is het in standhouden van openbaar primair onderwijs en het doen geven van onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 46 van de wet. 2. Het doel van de Stichting is voorts de instandhouding van algemeen bijzonder primair onderwijs en het doen geven van onderwijs aan de betreffende scholen die onder haar gezag vallen naar de beginselen en werkwijze van Maria Montessori 2.3. Om het doel te verwezenlijken kan de Stichting gebruikmaken van alle wettige middelen die daaraan dienstbaar zijn. 3.4. De Stichting schept een goed onderwijs- en begeleidingsklimaat voor de leerlingen en een goed werkklimaat voor de medewerkers van de Stichting. 4.5. De Stichting beoogt niet het maken van winst. Organen Artikel 5 1. De Stichting kant de volgende organen a. Het bestuur. b. De Raad van Toezicht. 2. Alleen natuurlijke personen kunnen lid zijn van deze organen.

Over het bestuur Artikel 6 1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal personen. Indien het bestuur bestaat uit één persoon voert deze de titel van ‘bestuur’. Indien het bestuur uit meerdere personen bestaat, stelt de Raad van Toezicht vast wie binnen het bestuur de titel ‘voorzitter van het College van Bestuur’ voert. In geval van een vacature behoudt het bestuur zijn bevoegdheden. 2. De bestuursleden worden benoemd, geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht. 3. De benoeming van een bestuurslid geschiedt met inachtneming van een door de Raad van Toezicht opgestelde profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de bestuursleden zijn beschreven. De profielschets wordt vooraf openbaar gemaakt. Bij het ontstaan van een vacature kan de profielschets door de Raad van Toezicht nader worden ingevuld. 4. Een bestuurslid wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd benoemd. De vaststelling van het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van een bestuurslid geschiedt door de Raad van Toezicht. 5. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 6. Bij ontstentenis of belet van één of meer bestuursleden, berust het bestuur tijdelijk bij het overblijvende bestuurslid/de overblijvende bestuursleden.

Ingeval van ontstentenis of belet van alle bestuursleden of het enige bestuurslid berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de Raad van Toezicht -al dan niet uit zijn midden - aan te wijzen personen. Gaat de Raad van Toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank van het arrondissement waar de Stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 7. Een bestuurslid defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn onder curatele stelling alsmede door een rechterlijke beslissing waarbij als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand een bewind over één of meer van zijn goederen wordt ingesteld; c. door het eindigen van de benoemingsduur; d. door zijn vrijwillige ontslag; e. door zijn ontslag verleend door de Raad van Toezicht; f. door zijn ontslag door de rechtbank; g. door het verkrijgen van een onverenigbare betrekking of hoedanigheid als bedoeld in artikel 13 van deze statuten. 8. De Raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een bestuurslid te schorsen. De schorsing van het bestuurslid vervalt indien de Raad van Toezicht niet binnen of drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing.

Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van schorsing werd genomen. Het bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 9. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd een bestuurslid te ontslaan, ook wanneer hij voor bepaalde tijd is benoemd. Het bestuurslid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin het ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Taak en bevoegdheden bestuur Artikel 7 1. Het bestuur is belast met het besturen van de Stichting. 2. De Stichting oefent, met inachtneming van het bepaalde in het derde lid van dit artikel, alle taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet aan het bevoegd gezag van scholen toekomen.

2

3. Ingeval van een meerhoofdig bestuur stelt het bestuur een taakverdeling voor de leden van het bestuur vast na voorafgaande goedkeuring door de Raad van Toezicht. 4. Het bestuur heeft voorafgaande goedkeuring casu quo instemming van de Raad van Toezicht en gemeenteraad nodig voor besluiten tot a. het wijzigen van de statuten van de Stichting; b. het ontbinden van de Stichting; c. het opheffen van een openbare school en het overdragen van een openbare school aan een ander bevoegd gezag als bedoeld in artikel 48 lid 5 van de wetvan scholen voor openbaar onderwijs. 5. Het bestuur heeft voorts voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor besluiten tot: a. het opheffen van een bijzondere school en het overdragen van een bijzondere school aan een ander bevoegd gezag van scholen voor bijzonder onderwijs. a.b. de vaststelling van de begroting; b.c. de vaststelling van de jaarrekening en het jaarverslag; c.d. de vaststelling van het strategisch beleidsplan; d.e. het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, alsmede tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt; e.f.

het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de Raad van Toezicht vast te stellen en aan het bestuur mee te delen bedrag; f.g. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; g.h. een ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting; h.i. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; i.j. de opheffing of afsplitsing van (een deel van) door de Stichting in stand gehouden scholen; j.k. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden scholen; k.l. de vaststelling of wijziging van het bestuursreglement als bedoeld in artikel 8 van de statuten. De Raad van Toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan in lid 4 en lid 5 van dit artikel zijn genoemd aan zijn goedkeuring, advies of consultatie vooraf te onderwerpen. Die andere besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan het bestuur te worden medegedeeld. Het ontbreken van de goedkeuring van de Raad van Toezicht laat onverlet de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur. 6.

Het bestuur kan al dan niet uit zijn midden commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van het bestuur belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het bestuur behoren. Een commissie is verantwoording verschuldigd aan het bestuur. 7. De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren In strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholende maatregelen te treffen die hij nodig acht om de continuïteit van het openbaar onderwijs te waarborgen. Werkwijze bestuur Artikel 8 In geval van een meerhoofdig bestuur wordt de werkwijze van het bestuur nader geregeld in een door het bestuur vast te stellen bestuursreglement. De vaststelling van dit reglement behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht.

3

Vertegenwoordiging Artikel 9 1. Het bestuur vertegenwoordigt de Stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. 2. De voorzitter van de Raad van Toezicht vertegenwoordigt -na overleg met het bestuur- de Stichting In gevallen waarin naar zijn oordeel sprake is van een tegenstrijdig belang tussen een lid of meerdere leden van het bestuur en de Stichting of kan daartoe een persoon aanwijzen. 3. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Over de Raad van Toezicht Artikel 10 1. De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal van vijf of zeven personen. 2. De leden van de Raad van Toezicht worden, op voordracht vanuit de Raad van Toezicht, benoemd door de gemeenteraadRaad van Toezicht, onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid. 3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt één lid van de Raad van Toezicht benoemd door de gemeenteraad van Deventer, op bindende voordracht van de Raad van Toezicht. 4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt voorts één lid van de Raad van Toezicht benoemd door de Raad van Toezicht, op bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting. 2.5. De benoeming geschiedt op bindende voordracht van de Raad van Toezicht.

De Raad van Toezicht stelt de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid een bindende voordracht te doen voor twee leden. In geval de Raad van Toezicht bestaat uit zeven personen bedraagt het aantal door de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor te dragen leden drie. Wanneer de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad geen gebruik maakt van dit recht is de Raad van Toezicht bevoegd een bindende voordracht te doen. De oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt geacht geen gebruik te maken van dit recht wanneer deze oudergeleding verklaart van dit recht geen gebruik te maken of wanneer deze oudergeleding niet binnen drie maanden na daartoe uitgenodigd te zijn tot een voordracht komt. Benoeming van alle leden van de Raad van Toezicht geschiedt met inachtneming van een door de Raad van Toezicht opgestelde profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de Raad van Toezicht en de afzonderlijke leden van de Raad van Toezicht worden beschreven. De proflelschets wordt vooraf openbaar gemaakt. Bij het ontstaan van een vacature kan de profielschets door de Raad van Toezicht nader worden ingevuld. 3.6. Leden van de Raad van Toezicht treden uiterlijk vier jaar na hun benoeming af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden.

Een volgens rooster aftredend lid van de Raad van Toezicht is terstond herbenoembaar. Herbenoeming is slechts tweemaal mogelijk, met dien verstande dat de maximale zittingsduur van een lid van de Raad van toezicht acht jaar is. De in een tussentijdse vacature benoemde neemt op het rooster de plaats in van degene In wiens vacature hij werd benoemd. 4.7. De Raad van Toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vice-voorzitter aan. Onverminderd de collectieve verantwoordelijkheid kan de Raad van Toezicht besluiten tot een onderlinge verdeling van taken en bevoegdheden. De Raad van Toezicht treedt als eenheid naar buiten. 5.8. In geval van vacatures behoudt de Raad van Toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijld maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 6.9. Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn onder curatele stelling alsmede door een rechterlijke beslissing waarbij als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand een bewind over één of meer zijn van goederen wordt ingesteld;

4

c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); e. door zijn ontslag verleend door de Raad van toezicht; e.f. onverminderd het bepaalde in sub e. van dit artikellid: door zijn ontslag door de gemeenteraad indien het betreft het lid van de Raad van Toezicht dat is benoemd door de gemeenteraad; f.g. door het verkrijgen van een onverenigbare betrekking of hoedanigheid als bedoeld in artikel 13 van deze statuten. 7.10. Een lid van de Raad van Toezicht kan te allen tijde worden geschorst en/of ontslagen door de gemeenteraad, al dan niet op verzoek van de Raad van Toezicht. Een Het lid van de Raad van Toezicht dat is benoemd door de gemeenteraad kan voorts worden geschorst door de Raad van Toezichtgemeenteraad. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de Raad van Toezicht, dan wel van de gemeenteraad, waarin schorsing aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. De schorsing van het betrokken lid vervalt, Indien de gemeenteraad Raad van Toezicht dan wel de gemeenteraad casu quo Raad van Toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing.

Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. 8.11. Een lid van de Raad van Toezicht kan worden ontslagen wegens onder meer: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet van de Stichting kan worden verlangd. Taak en bevoegdheden Raad van Toezicht Artikel 11 1. De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op (het beleid van) het bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting. De Raad van Toezicht staat het bestuur met raad en advies terzijde. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. leder lid van de Raad van Toezicht is daarbij tegenover de Stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. 3. Naast hetgeen overigens in deze statuten ten aanzien van de Raad van Toezicht is bepaald, is de Raad van Toezicht tenminste belast met: a. het benoemen, schorsen en/of ontslaan van leden van het bestuur; b. het goedkeuren van de begroting, het jaarverslag en het strategisch beleidsplan; c.

het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur en eventuele afwijkingen van die code; d. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scholen verkregen op grond van de Wet op het primair onderwijs; e. het aanwijzen van de accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de Raad van Toezicht; f. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder sub b tot en met e van dit lid, in het jaarverslag. 4. Het bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de Raad van Toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze uit hoofde van zijn functie als lid van de Raad van Toezicht, dan wel de binnen de Raad van Toezicht geldende verdeling van taken en bevoegdheden, mocht verlangen. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en

5

te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting indien en voor zover de Raad van Toezicht gemotiveerd oordeelt dat dit van belang is voor de uitoefening van zijn taak en dit voorts op grond van andere regelgeving is toegestaan; het door de Raad van Toezicht aangewezen lid van de Raad van Toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. Indien de Raad van Toezicht dit geboden acht kan de Raad van Toezicht informatie inwinnen van functionarissen en externe adviseurs van de Stichting, mits het bestuur daar toestemming voor heeft verleend. De Raad van Toezicht kan verlangen dat bepaalde functionarissen en externe adviseurs bij zijn vergaderingen aanwezig zijn. De interne controller van de Stichting heeft rechtstreeks toegang tot de voorzitter van de Raad van Toezicht wanneer dat naar het oordeel van de interne controller noodzakelijk ishij een vermoeden van een misstand heeft. als bedoeld in de Wet Huis voor klokkenluiders, voor zover die vermoede misstand betrekking heeft op zijn taak als interne controller. 5. De Raad van Toezicht en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Deventer komen bijeen indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de Raad van Toezicht of het college van Burgemeester en Wethouders. 6.5.

De Raad van Toezicht is bevoegd een besluit of maatregel van het bestuur, directeuren of derden te schorsen wegens strijd met enig geldende regeling en/of wegens mogelijke schade aan de belangen van de Stichting, dan wel diens scholen. Een besluit tot schorsing wordt genomen uiterlijk acht dagen nadat dit besluit aan de voorzitter van de Raad van Toezicht ter kennis is gebracht. Van een besluit tot schorsing wordt terstond mededeling gedaan aan het bestuur, dat daarna mitsdien geen uitvoering zal geven aan het geschorste besluit. Uiterlijk veertien dagen nadat een besluit tot schorsing is genomen moet het bestuur schriftelijk aan de Raad van Toezicht laten weten of het geschorste besluit zal worden vernietigdingetrokken. Indien zwaarwegende belangen in het geding zijn, is de Raad van Toezicht bevoegd de termijn van veertien dagen éénmalig met veertien dagen te verlengen. 7.6. Bestuursleden worden periodiek beoordeeld door de Raad van Toezicht. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, kan worden uitgewerkt in een door de Raad van Toezicht vast te stellen reglement. 8.7. De Raad van Toezicht kan zich, na overleg met het bestuur, voor rekening van de Stichting, in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 9.8. De Raad van Toezicht is bevoegd om uit zijn midden commissies in te stellen en, indien gewenst, op te heffen.

De Raad van Toezicht kan voor deze commissies separate reglementen vaststellen, welke reglementen ook door de Raad van Toezicht kunnen worden gewijzigd en Ingetrokken. 10.9. De leden van de Raad van Toezicht ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Wel hebben de leden van de Raad van Toezicht recht op een vergoeding. De hoogte hiervan wordt vastgesteld door de Raad van Toezicht. De hoogte en omvang van de vergoedingen worden in het jaarverslag opgenomen. Werkwijze Raad van Toezicht Artikel 12 1. In de vergaderingen van de Raad van Toezicht heeft leder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. De Raad van Toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3. Vergaderingen van de Raad van Toezicht worden tenminste zes maal per jaar gehouden en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee van zijn leden dat verlangen. 4.

De bijeenroeping van de vergaderingen van de Raad van Toezicht geschiedt door middel van een brief of een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht op een

6

termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur, De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in de gemeente Deventer, te bepalen door degene die de vergadering bijeen riep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de Raad van Toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 5. Een lid van de Raad van Toezicht kan zich door een ander lid van de Raad van Toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de Raad van Toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn openbaar tenzij en voor zover de Raad van Toezicht besluit dat het belang van de Stichting, de door de Stichting in standgehouden scholen of de privacy van betrokkenen zich daartegen verzet. Een vergadering waarin het eigen functioneren van de Raad van Toezicht en het functioneren van het bestuur worden besproken zal in ieder geval besloten zijn.

Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de Raad van Toezicht anders beslist. 7. De voorzitter leidt de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij zijn afwezigheid treedt de vicevoorzitter in zijn plaats. De Raad van Toezicht benoemt uit of buiten zijn midden een notulist, die de notulen van de vergadering houdt. De Raad van Toezicht stelt de notulen in zijn eerstvolgende vergadering vast. 8. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 9. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 10. De leden van het bestuur zijn, indien zij daartoe worden uitgenodigd, verplicht de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij te wonen. 11. De Raad van Toezicht kan zijn werkwijze nader regelen bij een door de Raad van Toezicht zelf vast te stellen reglement. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd dit reglement te wijzigen of in te trekken. Onverenigbare functies en hoedanigheden, tegenstrijdig belang Artikel 13 1.

Geen lid van het bestuur of de Raad van Toezicht kunnen zijn personen die: a. zitting hebben in een organisatie van ouders en / of de medezeggenschapsraad verbonden aan een van de door de Stichting in standgehouden scholen; b. als bestuurslid verbonden zijn aan of in dienst van een organisatie welke pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers; c. voor wat betreft het lidmaatschap van de Raad van Toezicht, lid zijn van het bestuur van de Stichting, en voor wat betreft het lidmaatschap van het bestuur, personen die lid zijn van de Raad van Toezicht van de Stichting; d. zitting hebben in een college van Burgemeester en Wethouders of lid zijn van de gemeenteraad van de gemeente waarin de Stichting openbare scholen in standhoudt; of e. een zodanige andere functie bekleden dat het lidmaatschap van het bestuur of de Raad van Toezicht kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de Stichting dan wel tot ongewenste verstrengeling van belangen. 2. Personen en hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad die (ex-)werknemer zijn van de Stichting kunnen niet binnen twee jaar na het einde van het dienstverband lid zijn van de Raad van Toezicht, tenzij de Raad van Toezicht anders oordeelt. 3.

Leden van het bestuur of de Raad van Toezicht evenals hun bloed- en aanverwanten tot de tweede graad mogen geen enkel rechtstreeks of zijdelings persoonlijk voordeel genieten uit leveringen

7

aan of overeenkomsten met de Stichting, tenzij de Raad van Toezicht anders oordeelt. Leden van het bestuur of de Raad van Toezicht melden hun functies en nevenfuncties aan de voorzitter van de Raad van Toezicht. 4. Indien en voor zover tussen een bestuurslid of een lid van de Raad van Toezicht enerzijds en de Stichting anderzijds een tegenstrijdig belang bestaat of een daarop uitlopende ontwikkeling aannemelijk is, onthoudt het betrokken lid zich van de beraadslaging en besluitvorming terzake. Financiële middelen Artikel 14 1. Het vermogen van de Stichting wordt gevormd door: a. het aanwezige afgezonderde vermogen van de Stichting; b. verkrijgingen krachtens erfstellingen, schenkingen of legaten; c. al hetgeen anderszins mag worden toegevoegd. Erfstellingen mogen alleen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving. 2. De inkomsten van de Stichting bestaan uit: a. rijksbijdragen en andere subsidies; b. vrijwillige ouder en andere bijdragen; c. de baten van de exploitatie; d. al hetgeen op wettige wijze wordt verkregen. 3. Het geldelijke vermogen van de Stichting mag alleen belegd worden overeenkomstig het door het bestuur vast te stellen treasurybeleid. Boekjaar, jaarstukken Artikel 15 1. Het boekjaar van de Stichting valt samen met het kalenderjaar. 2.

Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de Stichting zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting, maakt het bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het bestuur rekening met het bepaalde in artikel 4 (doelstellingen) en legt schenkt het bestuur aandacht aan verantwoording af over de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs als bedoeld in artikel 17 48 lid 68 van de wet. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het bestuur rekening met het bepaalde in artikel 11 lid 9 (vergoedingen leden Raad van Toezicht). 4. Het bestuur overlegt met de gemeenteraad over de jaarrekening. Dit overleg vindt plaats voordat de jaarrekening ter goedkeuring aan de Raad van Toezicht wordt gezonden. De gemeenteraad kan dit overleg delegeren aan het College van burgemeester en wethouders. 3. 4.5. De jaarrekening behoeft de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Na de goedkeuring door de Raad van Toezicht gaat het bestuur over tot de vaststelling van de jaarrekening. 5.6. De jaarrekening wordt ondertekend door alle leden van het bestuur en de voorzitter van de Raad van Toezicht.

Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 6.7. De Raad van Toezicht draagt het bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de Raad van Toezicht aan te wijzen certificerend accountant. De accountant brengt gelijkelijk aan het bestuur en de Raad van Toezicht verslag uit betreffende zijn bevindingen. De Raad van Toezicht is te allen tijde bevoegd om een andere certificerend accountant aan te wijzen. 8. Het bestuur is verplicht om binnen drie maanden na vaststelling het jaarverslag en de begroting ter kennisgeving aan het college van Burgemeester en Wethouders ter beschikking te stellenopenbaar te maken. 7.9. Het bestuur stelt tijdig voor aanvang van het volgende boekjaar een begroting op en legt die ter goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht. Het bepaalde in het vierde lid van dit artikel is hierbij van overeenkomstige toepassing.

8

8. De Raad van Toezicht stelt het college van Burgemeester en Wethouders tenminste tweemaal per jaar in de gelegenheid de jaarrekening en de begroting met hem te bespreken. Het bestuur is hierbij aanwezig. Het door de gemeenteraad vastgestelde toetsingskader kan als leidraad bij dit overleg worden gebruikt. 9.10. Het bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende tenminste de wettelijke termijn te bewaren. 10. Indien vóór één februari van het jaar waarvoor de begroting geldt de begroting niet is goedgekeurd, neemt de gemeenteraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen. Vrijwaring en vrijtekening Artikel 16 1. Het bestuur zal, in samenspraak met de Raad van Toezicht, een verzekering op redelijke voorwaarden afsluiten van de aansprakelijkheid van leden van het bestuur en de Raad van Toezicht. Voorts geldt het hierna in dit artikel bepaalde. 2.

De Stichting stelt iedere persoon die, vanwege het feit dat hij lid van het bestuur of van de Raad van Toezicht van de Stichting is of was, als partij betrokken was of is of als partij betrokken dreigt te worden bij een op handen zijnde, aanhangige of beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de Stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij te goeder trouw (zo ruim uitgelegd als juridisch van tijd tot tijd mogelijk) en op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of niet tegen de belangen van de Stichting te zijn, heeft gehandeld. 3. Een schadeloosstelling door de Stichting bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat het lid van het bestuur of van de Raad van Toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid. Deze vaststelling geschiedt door de Raad van Toezicht in een voltallige vergadering. 4.

Kosten gemaakt voor het voeren van verweer in een actie of procedure kunnen door de Stichting worden voorgeschoten in afwachting van de einduitspraak in de actie of procedure en wel krachtens besluit van de Raad van Toezicht met betrekking tot het desbetreffende geval, na ontvangst van een schriftelijke toezegging door of namens het lid van het bestuur dan wel van de Raad van Toezicht om dit bedrag terug te betalen, tenzij uiteindelijk vastgesteld wordt dat hij het recht heeft door de Stichting schadeloos gesteld te worden zoals in dit artikel bepaald. 5. De schadeloosstelling voorzien in dit artikel wordt niet geacht enig recht uit te sluiten dat degene die schadeloosstelling tracht te verkrijgen zou kunnen toekomen krachtens een reglement, overeenkomst of van de niet belanghebbende bestuursleden of anderszins, zowel met betrekking tot handelingen in hoedanigheid als met betrekking tot handelingen in een andere hoedanigheid, terwijl hij een voornoemde hoedanigheid bekleedt, en zal blijven gelden voor een persoon die geen lid meer van het bestuur of van de Raad van Toezicht is en zal ook ten goede komen aan de erfgenamen of legatarissen. Statutenwijziging Artikel 17 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht.

Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad, waarbij de gemeenteraad haar goedkeuring hieraan slechts kan onthouden indien de overheersende invloed van de overheid niet is verzekerd in het bestuur voor zover het openbaar onderwijs betreft. 2. Het besluit van de Raad van Toezicht tot het verlenen van goedkeuring behoeft twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Zijn in een vergadering waarin een voorstel als bedoeld in dit lid aan de orde wordt gesteld, niet alle in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht aanwezig of ver-

9

tegenwoordigd, dan zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin alsdan, mits tenminste meer dan de helft van het aantal in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht aanwezig is, met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 3. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. leder lid van het bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 4. Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden Handelsregister. 5. Mutatis mutandis geldt het bepaalde in dit artikel voor het besluit tot juridische fusie of juridische splitsing. Ontbinding en vereffening Artikel 18 1. Het bestuur is bevoegd de Stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad, met dien verstande dat in de regeling tot ontbinding een overheersende invloed van de overheid verzekerd moet zijn voor wat betreft het openbaar onderwijs. 2.

Op besluiten omtrent ontbinding van de Stichting is het bepaalde in de ledenlid 2 en 3 van het voorgaande artikel van overeenkomstige toepassing. 3. Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren In strijd met de wet als bedoeld in artikel 48 lid 11 van de wet, bevoegd zonodig de Stichting te ontbinden. 4.3. Tenzij de Raad van Toezicht anders besluit, is het bestuur met de vereffening belast. 5.4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden Handelsregister. 6.5. De Raad van Toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. 7.6. Na de ontbinding blijft de Stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig Is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de Stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 8.7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden Stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn berusten bij de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 5 van dit artikel vermelde register.

Geheimhouding van stukken Artikel 19 1. De Raad van Toezicht kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen. 2. De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat de Raad van Toezicht de geheimhouding opheft. 3. De voorzitter kan omtrent de inhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door de Raad van Toezicht wordt bekrachtigd. Slotbepalingen Artikel 20

10

In gevallen waarin door de statuten noch door het reglement van de Raad van Toezicht als bedoeld in artikel 12 lid 11 van de statuten wordt voorzien, beslist het bestuur, na de Raad van Toezicht gehoord hebbende.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10131594/1