2019-08-17 Tauw - Bodem en asbestonderzoek stortplaats Rielerweg dd 2019-08-27
Tekst van het document
Bodem- en asbestonderzoek voormalige stortplaats Rielerweg en Tjoenerstraat te Deventer 27 augustus 2019
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Verantwoording Titel
Bodem- en asbestonderzoek voormalige stortplaats Rielerweg en Tjoenerstraat te Deventer
Opdrachtgever
Gemeente Deventer
Projectleider
Erik Vonkeman
Auteur(s)
Margo van Deursen
Tweede lezer
Teun Nijenkamp
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Jan (J.M.A.) Bouwmeester, Pascal (P.) Rijmers en Jos (J.) Marsman (certificaatnummer K54913)
Projectnummer
1270517
Aantal pagina’s
26
Datum
27 augustus 2019
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 911 E info.deventer@tauw.com
2/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 5
3
4
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 5
2.2
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties................................................ 6
2.3
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 7
2.4
Verdachte locaties.............................................................................................................. 7
2.5
Verontreinigingssituatie ...................................................................................................... 8
2.6
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................. 10
2.7
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen ............................................................. 11
2.8
Terreinverkenning ............................................................................................................ 11
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 12 3.1
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 12
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 13
3.3
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 13
Resultaten ............................................................................................................................... 14 4.1
Maaiveldinspectie............................................................................................................. 14
4.2
Zintuiglijke waarnemingen................................................................................................ 14
4.3
Veldmetingen grondwater ................................................................................................ 16
4.4
Resultaten grond .............................................................................................................. 16
4.5
Resultaten grondwater ..................................................................................................... 19
4.6
Resultaten asbest ............................................................................................................ 19
5
Beantwoording onderzoeksvragen .......................................................................................... 19
6
Interpretatie verontreinigingssituatie........................................................................................ 24
7
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 26
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart situering monsternemingspunten
Bijlage 3
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Toetsingskader
3/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 7
Analysecertificaten
Bijlage 8
Veldwerkformulieren asbest
Bijlage 9
Foto’s van de onderzoekslocatie
4/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
1 Inleiding In opdracht van gemeente Deventer heeft Tauw een bodemonderzoek volgens NEN 5740 1 en een verkennend onderzoek naar asbest in de bodem volgens NEN 5707 2 uitgevoerd aan de Rielerweg en Tjoenerstraat in Deventer. De aanleiding voor het bodemonderzoek betreft de voorgenomen verkoop van het perceel. De gemeente Deventer is voornemens het perceel te verkopen aan een projectontwikkelaar. Bij de selectieprocedure van een projectontwikkelaar wil de gemeente inzicht geven in de actuele bodemkwaliteit. Daarnaast dient het bodemonderzoek op een dusdanig detailniveau te worden uitgevoerd dat de gemeente een goed overzicht heeft van de eventuele risico’s van de bodemverontreiniging bij de toekomstige werkzaamheden. De gemeente heeft als uitgangspunt gesteld dat ze in het onderzoek alleen de kwaliteit van de deklaag willen actualiseren. Het stortmateriaal maakt geen onderdeel uit van het onderzoek evenals het bepalen van de dikte van het stortpakket.
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 3 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding A uit de NEN 5725. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie gegeven. De ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in figuur 2.1. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Rielerweg en Tjoenerstraat Deventer
Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)
Gemeente Deventer, sectie B, nummers 14571, 14572, 14573, 14574, 15147, 15887 en 16570
RD-coördinaten (X/Y)
X: 208.945, Y: 474889
Oppervlakte (m2)
Circa 11.000
2
Verharding (m )
Circa 500 (klinkers)
Bebouwing
Onbebouwd
Voormalig gebruik
Stortplaats, speeltuin en wonen (appartementencomplex)
Huidig gebruik
Braakliggend
Toekomstig gebruik
Wonen met tuin
1
NEN 5740:2009+A1:2016: Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 NEN 5707+C2:2017: Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017 3 NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 2
5/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Bodemfunctieklasse*
Wonen
Bodemkwaliteitsklasse*
Bovengrond: Wonen Ondergrond: Landbouw
Archeologie**
Lage verwachting
Explosieven***
Onbekend
* Bron: Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart gemeente Deventer ** Bron: Archeologische waarden- en verwachtingskaart voor de gemeente Deventer *** Bron: VEO bommenkaart
Figuur 2.1 Ligging onderzoekslocatie (zwart omkaderd), met de lichte zwarte stippellijn is de eerder vastgestelde verontreinigingscontour weergegeven
2.2
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • • •
Door de opdrachtgever aangeleverde informatie Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Tauw Luchtfoto’s en streetview van StreetSmart by Cyclomedia
6/26
Kenmerk
2.3
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
In tabel 2.2 zijn de regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw gegeven. Lokale omstandigheden zoals waterlopen, drainagesystemen, (lekke) rioleringen en dergelijke kunnen de regionale stromingsrichting van het freatisch grondwater beïnvloeden. Tabel 2.2 Regionale geohydrologische gegevens en bodemopbouw Naam
Waarde
Fysisch Geografische Regio1 Plaats
2
Onbekend Deventer
Bodemgebruik Hoofdgroep3 3
Bebouwd
Bodemgebruik deeltype
Woongebied
Maaiveld Hoogte4
6,61 m tov NAP 5
GHG (1998 - 2006)
2,3 m tov MV
GLG (1998 - 2006)6
2,86 m tov MV
7
GVG (1998 - 2006)
2,47 m tov MV
1)
Nationaal Geo Register
3)
CBS Bestand Bodemgebruik 2012 4) Esri Nederland Hoogtebestand AHN2
5)
Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GHG van de periode 1998 - 2006
6)
Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GLG van de periode 1998 - 2006
7)
Nederlands Hydrologisch Instrumentarium - GVG van de periode 1998 - 2006
2.4
2)
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).
Verdachte locaties
De onderzoekslocatie ligt net buiten het centrum van Deventer, de locatie ligt momenteel braak. De locatie is op te delen in twee deellocaties; ten noorden van de fietstunnel en ten zuiden van de fietstunnel. Op de onderzoekslocatie ligt een voormalige stortplaats die is afgedekt met een deklaag. De ligging van de stortcontouren op de locatie is opgenomen in figuur 2.2. Op het noordelijke deel van de stort heeft een flatgebouw gestaan, deze flat is in 2009 gesloopt. De kelder van de flat is achtergebleven op de locatie, aangezien de kans aanwezig was dat met het verwijderen van de kelder het stortmateriaal zou verplaatsen. Om deze risico’s te voorkomen is de kelder daarom niet verwijderd. Op het zuidelijke deel van de stort heeft een buurtgebouw gestaan. Dit buurtgebouw is in 2018 gesloopt. Na de sloop is de fundering nog deels achtergebleven. Vorig jaar is het zuidelijke deel van de locatie opgeschoond, hierbij is de beplanting verwijderd. Om contactrisico’s met de bodemverontreiniging te voorkomen is het deel van de locatie wat in gebruik is als speeltuin afgedekt met graszoden. Vorig jaar zomer is het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie illegaal gebruikt als crossterrein. Om de locatie ontoegankelijk te maken is een greppel op de locatie gegraven. Van het vrijkomende materiaal is een grondwal achter de greppel aangelegd.
7/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Figuur 2.2 Luchtfoto uit 2008 met ligging stortcontouren binnen de onderzoekslocaties (rood omlijnd). Daarnaast is de bekende verontreiniging op het zuidelijke perceel aangegeven (roze gearceerd vlak)
2.5
Verontreinigingssituatie
Op de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: • Verkennend bodemonderzoek Tjoenerstraat 21-23 Deventer, BOOT organiserend • • •
ingenieursbureau, M05134-53-Rapportage, d.d. 27 juni 2005 Nader onderzoek voormalige stortplaats Rielerweg te Deventer, Tauw, R001-4641580PAL-baw-V01, d.d. 20 juli 2009 Verkennend bodemonderzoek Tjoenerstraat 25 Deventer, Acorius Advies, 1022017/rl, d.d. 2 juni 2010 Indicatief bodemonderzoek Tjoenerstraat te Deventer, Enviso Ingenieursbureau, 110626, d.d. 26 augustus 2011
Bij het beschrijven van de verontreinigingssituatie is onderscheid gemaakt tussen het noordelijke en het zuidelijk deel. Voor het zuidelijk deel wordt eveneens onderscheid gemaakt tussen het noordelijke en het zuidelijk deel. Hiervoor is gekozen omdat deze qua verontreinigingssituatie verschillen. Wanneer we het over de noordzijde van het zuidelijk deel hebben gaat het dus om het deel dat direct ten zuiden van de fietstunnel ligt.
8/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Verontreinigingssituatie noordelijk deel Uit de eerder uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de deklaag op het noordelijke deel van de stort een gemiddelde dikte heeft van minimaal 1,0 meter. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de deklaag zintuiglijk verontreinigd is met puin en kooldeeltjes. In een mengmonster van de deklaag zijn PAK en zware metalen boven de achtergrondwaarde gemeten. Het stortmateriaal is aanwezig tot een diepte van circa 2,5 m -mv, in de stortlaag zijn onder andere bijmengingen met puin, kooldeeltjes en dakleer aangetroffen. Het stortmateriaal is verontreinigd met barium, koper, lood, nikkel, zink en PAK boven de interventiewaarde en arseen, cadmium, kobalt, kwik en minerale olie boven de achtergrondwaarde. De grond onder de stortlaag is licht verontreinigd (boven achtergrondwaarde) met koper.
Figuur 2.3 Verontreinigingssituatie op het noordelijk terreindeel, met rood is de interventiewaarde contour in het stortmateriaal weergegeven
Verontreinigingssituatie zuidelijk deel Uit het onderzoek van Tauw uit 2011 blijkt dat de deklaag op het noordelijke deel van de locatie een dikte heeft van 0,3 tot 0,9 m. Op het zuidelijke deel is de deklaag minimaal 1 meter dik. In de deklaag zijn plaatselijk bijmengingen met puin, kooldeeltjes, plastic en metaal waargenomen.
9/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Op het noordoostelijke deel van de locatie is in de gehele deklaag een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) met barium, cadmium, koper en zink gemeten. Op basis van het onderzoek werd geconcludeerd dat de grond over een oppervlakte van 1.000 m2 sterk verontreinigd is. Echter blijkt uit het onderzoek dat de kwaliteit van de deklaag over korte afstanden verschilt, het kan daarom niet uitgesloten worden dat de totale oppervlakte waarover de sterke verontreinigingen voorkomen groter is. Aan de noordwestkant van de locatie is in de onderste laag van de deklaag een gehalte barium boven de interventiewaarde gemeten. In de bovenkant van de deklaag zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen aangetroffen. Aan de zuidkant zijn in de deklaag maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen gemeten. Op het zuidelijke deel is de kwaliteit en de diepte van het stortmateriaal in de voorgaande onderzoeken niet vastgesteld. In figuur 2.4 is de kwaliteit van de deklaag op kaart weergegeven.
Figuur 2.4 Verontreinigingssituatie van de deklaag op het zuidelijk deel. Links is de kwaliteit van 0-0,4 m -mv gegeven en rechts de kwaliteit van 0,4-1,0 m-mv. Groen < Aw, geel > Aw, oranje > T, rood > I en paars > 10*I
In het grondwater op het noordelijk en zuidelijke deel zijn arseen en molybdeen boven de streefwaarde gemeten.
2.6
Asbestverdachtheid van de bodem
Volgens de asbestkansenkaart van de provincie Overijssel geldt voor de onderzoekslocatie een kleine tot gemiddelde kans op het aantreffen van asbest in grond. Deze kans is gebaseerd op de ouderdom van de omliggende gebouwen. Voor zover bekend heeft zowel op het noordelijke als het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie geen onderzoek conform NEN 5707 (asbest in grond) plaatsgevonden.
10/26
Kenmerk
2.7
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen
Uit het vooronderzoek komt naar voren dat op de onderzoekslocatie een voormalige stortplaats ligt. Uit voorgaande onderzoeken blijkt dat het stortmateriaal verontreinigd is met zware metalen en PAK boven de interventiewaarde. De stort is op te delen in twee delen, noord en zuid. Op het noordelijke deel is een deklaag met een minimale dikte van een meter aanwezig. In de deklaag zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen gemeten. Op het zuidelijk deel is de deklaag aan de noordzijde dunner dan 1 meter en varieert van 0,3 tot 0,8 m dik. Op het noordelijke deel zijn in de deklaag interventiewaarde overschrijdingen gemeten voor barium, cadmium, koper en zink. Aan de zuidkant van het zuidelijk deel is de deklaag wel 1 meter dik en zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen gemeten. In het grondwater is voor enkele zware metalen een concentratie boven de streefwaarde aangetoond. Naar aanleiding van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek zijn onderstaande onderzoeksvragen opgesteld: 1. 2.
Is de deklaag verdacht op het voorkomen van asbest? Wat is de actuele milieuhygiënische kwaliteit en dikte van de deklaag op het noordelijke terrein?
3.
Wat is de actuele milieuhygiënische kwaliteit en dikte van de deklaag op het zuidelijke terrein en hebben de uitgevoerde graafwerkzaamheden (greppel en wal) invloed gehad? Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het gesloopte buurthuis?
4. 5. 6.
2.8
Wat is de actuele contour van de verontreiniging met zware metalen op het noordoostelijke deel van het zuidelijke terrein? Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater?
Terreinverkenning
Direct voorafgaand aan het veldwerk is door de veldmedewerker een terreinverkenning uitgevoerd. Met de terreinverkenning is het vooronderzoek afgerond. Op het noordelijk deel van het terrein is de klinkerverharding van de voormalige parkeerplaats nog aangetroffen. Daarnaast is op het noordelijke terrein een betonnen verharding met een stroomhuisje en een betonnen wand aanwezig. De fundering van het voormalige buurtgebouw is niet aangetroffen op het zuidelijke deel.
11/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
In de onderstaande paragrafen staat per deelonderzoek de onderzoeksstrategie beschreven. Vaststellen asbestverdachtheid van de deklaag (onderzoeksvraag 1) Voor het vaststellen van de asbestverdachtheid van de deklaag is de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE) uit de NEN 5707 gehanteerd. Aangezien alleen de kwaliteit van de deklaag vastgesteld dient te worden, heeft het onderzoek zich beperkt tot de bovenste halve meter. Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit van de deklaag (onderzoeksvragen 2 en 3) Voor het actualiseren van de kwaliteit van de deklaag is de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE) uit de NEN 5740 gehanteerd. In afwijking op de onderzoeksstrategie zijn alle boringen tot 1,0 m -mv doorgezet om de dikte van de deklaag vast te kunnen stellen. Voor het analytisch onderzoek is de bovenste 0,5 m -mv geanalyseerd. Om vast te stellen wat de kwaliteit van de bovengrond is in de recent gegraven greppel op de locatie zijn in de greppel vijf boringen tot 0,5 m -mv geplaatst. Van de boringen is een mengmonster samengesteld voor analyse op het standaardpakket. Aangezien de grondwal dezelfde kwaliteit heeft als de toplaag op de locatie wordt deze niet nader onderzocht.
Vaststellen milieuhygiënische kwaliteit bodem bij gesloopte buurthuis (onderzoeksvraag 4) Ter plaatse van het gesloopte buurthuis zijn drie boringen tot 1,0 m -mv geplaatst. Van de bovengrond is een mengmonster samengesteld en geanalyseerd op het standaardpakket. Actualiseren verontreinigingscontour (onderzoeksvraag 5) Het veldwerk voor de actualisatie van de grondverontreiniging in de noordoosthoek van het zuidelijke terreindeel is in twee fasen uitgevoerd. In de eerste fase zijn twee raaien boringen tot 1,0 m -mv geplaatst. De eerste raai is op de grens van de eerder vastgestelde verontreinigingscontour geplaatst. De tweede raai is geplaatst op vijf meter afstand van de eerste raai. Van de eerste raai is de bovengrond geanalyseerd op zware metalen. Uit de resultaten na fase1 bleek dat verspreid over het hele perceel interventiewaardeoverschrijdingen voorkwamen. Omdat het mengmonsters waren kan niet met zekerheid uitgesloten worden of het echt de hele locatie betreft of dat het een plaatselijk karakter heeft. Om dit vast te stellen zijn alle mengmonsters uitgesplitst. En zijn binnen de eerder vastgestelde verontreinigingscontour vijf boringen tot 1,0 m -mv geplaatst. Van deze boringen zijn mengmonsters samengesteld van de boven- en ondergrond. De mengmonsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket.
12/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Actualiseren grondwaterkwaliteit (onderzoeksvraag 6) Voor de actualisatie van de grondwaterkwaliteit is op de onderzoekslocatie een peilbuis geplaatst. Het grondwater is geanalyseerd op het standaardpakket.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd op 13, 14 en 17 juni 2019 door Jan Bouwmeester en op 18 juli 2019 door Pascal Rijmers. Het grondwater is bemonsterd op 24 juni 2019 door Jos Marsman. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. De monsterpunten zijn weergegeven op kaartmateriaal in bijlage 2. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Omschrijving
Noordelijk terrein
Boring tot circa 0,5 m -mv Boring tot circa 1,0 m -mv
Zuidelijk terrein
Buurtgebouw
Contour
3 (1 t/m 3)
11 (40 t/m 49,
5 (5 t/m 9) 9 (25 t/m 29, 31 t/m
8 (12 t/m 19)
34) Boring met peilbuis tot circa
400 t/m 404)
1 (110)
3,5 m -mv Gestaakte boring
2 (23, 24, 30, 241 en
5 (20, 21, 22, 111
242)
en 112)
4 (40 t/m 43)
Asbestgat (0,3 * 0,3 * 0,5 m)
12 (23 t/m 34)
11 (12 t/m 22)
Analyses
Aantal
Aantal
Aantal
Aantal
Standaard stoffenpakket
2
3
1
3
grond1 Zware metalen in grond
5
Zware metalen en PAK in
8
grond Lood in grond Standaard stoffenpakket
3 1
grondwater2 Asbest in grond 1)
2
2
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),
PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof 2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
minerale olie (GC)
3.3
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is wel afgeweken van de vigerende protocollen. Door de bedekking van het noordelijke deel met klinkers was de inspectie-efficiëntie zeer laag. Aangezien zintuiglijk en analytisch in de grond geen asbest is aangetoond wordt het risico van deze afwijking als laag beoordeeld. Voor een volledige beschrijving van de consequenties van de afwijkingen wordt verwezen naar bijlage 3.
13/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
4 Resultaten 4.1
Maaiveldinspectie
Ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek heeft een maaiveldinspectie conform protocol 2018 plaatsgevonden. De inspectie-efficiëntie is afhankelijk van de weersomstandigheden, conditie van het maaiveld en het type maaiveld. Het maaiveld was grotendeels bedekt met gras. De inspectie-efficiëntie is bepaald op 50 tot 75 %. Op het noordelijke deel was een deel van het maaiveld verhard met klinkers en beton. De inspectie-efficiëntie was hier slechts 0 tot 10 %. De lage inspectie-efficiëntie is een afwijking van protocol 2018, de consequenties staan beschreven in bijlage 3.
4.2
Zintuiglijke waarnemingen
In deze paragraaf worden de zintuiglijk waarnemingen besproken. Er is onderscheid gemaakt tussen het noordelijk en het zuidelijk terrein. Een kaart met hierop de weergave is opgenomen in figuur 4.1. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4.
Figuur 4.1 Overzicht zintuiglijke waarnemingen voor de bodemlaag 0 tot 1 m -mv. (mate van bijmenging is als volgt weergegeven; groen: geen, wit: zeer licht, geel: licht, oranje: matig)
14/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Noordelijk terrein •
•
Fundatie voormalige flat: Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de boringen 23, 24 en 30 op circa 0,4 m -mv gestaakt op een betonlaag. Als naar oude luchtfoto’s gekeken wordt dan blijkt dat deze boringen ter plaatse van het oude flatgebouw geplaatst zijn, de boringen zijn gestaakt op de oude fundering van het flatgebouw Overig terrein: Zintuiglijk zijn plaatselijk in de bovengrond op het noordelijke deel zeer lichte tot lichte bijmengingen met baksteen, puin, metselpuin en/of kooldeeltjes waargenomen. In boring 27 is op een diepte van 0,9 m -mv het stortmateriaal waargenomen. In de ondergrond van boring 28 is een zeer lichte bijmenging met baksteen waargenomen. In de ondergrond van boring 29 zijn in zeer lichte mate olieplaatjes waargenomen. Voor boring 110 is in de laag van 0,5 tot 1,0 m -mv een zeer lichte bijmenging met glas en kooldeeltjes aangetroffen
Zuidelijk terrein •
Verontreinigingscontour: De boringen 40 tot en met 44 die rondom de eerder vastgestelde verontreinigingscontour zijn geplaatst zijn variërend van 30 tot 90 cm -mv gestaakt op het stortmateriaal. In de bovengrond van de boringen 40, 41, 42, 44, 46, 47, 48, 400, 401 en 403 zijn zeer lichte tot lichte bijmengingen met baksteen, betonpuin en/of kooldeeltjes waargenomen. In de ondergrond van de boringen 45, 46, 47, 400, 402 en 403 zijn zeer lichte tot matige bijmengingen met baksteen en/ of kooldeeltjes waargenomen. In de boringen 401,
•
403 en 404 is in de laag van 0,35 tot 0,6 m -mv een zeer lichte tot lichte bijmenging met slakken aangetroffen Greppel: In de boringen 5, 8 en 9 die op het zuidelijke deel in de greppel zijn geplaatst is een
•
zeer lichte tot matige bijmenging met baksteen, kooldeeltjes en/of glas waargenomen. In de boringen 6 en 7 die in de greppel zijn geplaatst is geen bodemvreemd materiaal aangetroffen Overig terrein: Op het zuidelijk deel zijn tijdens de veldwerkzaamheden verspreid over het terrein zeer lichte tot lichte bijmengingen met baksteen, metselpuin, kooldeeltjes, metaal, plastic en/ of glas waargenomen in de bovengrond. In de ondergrond van de boringen 12, 13, 14 en 19 is een zeer lichte tot lichte bijmenging met baksteen en/of kooldeeltjes waargenomen. De boringen 20, 21 en 22 zijn op circa 70 cm -mv gestaakt, in de ondergrond van deze boringen werd een matige bijmenging met metselpuin waargenomen. Vermoedelijk zijn de boringen gestaakt op het stortmateriaal
•
Voormalige buurtgebouw: In de boringen 1, 2 en 3 die ter plaatse van het voormalige buurtgebouw zijn geplaatst is in de bovengrond geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. In de ondergrond zijn zeer lichte tot lichte bijmengingen met baksteen, kooldeeltjes en/of glas waargenomen
Asbestonderzoek Voor het asbestonderzoek zijn vier mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest. In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de samengestelde mengmonsters.
15/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Tabel 4.1 Overzicht samengestelde mengmonsters Mengmonster
Deelmonsters
Traject (m -mv)
Bijmengingen
Noordelijk terrein M3A
23, 27, 28, 29 en 34
0,0 – 0,5
Puin, metselpuin, baksteen, kooldeeltjes
M4A
24, 25, 26, 30 t/m 33
0,0 – 0,5
Baksteen
M1A
12 t/m 16
0,0 – 0,5
Baksteen, metselpuin, kooldeeltjes, metaal
M2A
17 t/m 22
0,0 – 0,5
Metselpuin, kooldeeltjes, baksteen
Zuidelijk terrein
4.3
Veldmetingen grondwater
De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.2 Veldmetingen Peilbuis
Filterdiepte
Datum
(m -mv) 110
2,60
3,60
24.06.2019
GWS
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(-)
(μS/cm)
(ntu)
2,39
7,09
336
15
De gemeten waarden voor de pH en EC worden als normaal beschouwd. In het grondwater is een verhoogde troebelheid gemeten (> 10 ntu).
4.4
Resultaten grond
In tabel 4.3 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten voor grond. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.3 Samenvatting analyseresultaten grond (Meng)-
Deel-
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
> AW
>T
>I
BBK#
Veiligheidsklasse*
Noordelijk terrein (onderzoeksvraag 2) bg 23, 24,
23-1,
27, 29
24-1,
0-0,6
fijn zand, puin 1, baksteen 2,
27-1,
baksteen 1
-
-
-
AT
Geen Klasse
29-1 bg 28, 30,
28-1,
32, 34
30-1,
0-0,5
fijn zand, kooldeeltjes 1,
32-1,
baksteen 1,
34-1
baksteen 2,
-
-
-
AT
Geen Klasse
metselpuin 2 Zuidelijk terrein (onderzoeksvraag 3) bg 15 t/m 18
15-1, 16-1,
0-0,5
fijn zand, glas 1,
Cd, Cu,
Pb,
metselpuin 1,
Hg, Zn,
PAK
-
IND
Geen Klasse
16/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
(Meng)-
Deel-
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
bg 19 t/m 22
> AW
kooldeeltjes 1,
PCB,
18-1
metaal 1, baksteen
minerale
1
olie
0-0,5
>I
BBK#
Veiligheidsklasse*
17-1,
19-2,
>T
fijn zand, plastic 1,
Cd, Cu,
20-2,
baksteen 1,
Hg, Pb,
21-1,
kooldeeltjes 2,
PAK
22-1
baksteen 2,
Zn
-
IND
Geen Klasse
metselpuin 3, matig grof zand bg greppel
5-1, 8-1,
5, 8, 9
9-1
0-0,5
fijn zand, baksteen
Cd, Cu,
2, kooldeeltjes 1,
Hg, Pb,
matig grof zand,
Zn, PAK
-
-
IND
Geen Klasse
glas 2, baksteen 3 Uitsplitsing op zware metalen en PAK 15 (0-0,5)
15-1
0-0,5
fijn zand, glas 1,
Cd, Cu,
metselpuin 1
Hg, Pb,
PAK
-
IND
Geen Klasse
Zn 16 (0-0,5)
17 (0-0,5)
16-1
17-1
0-0,5
0-0,5
fijn zand,
Cd, Cu,
kooldeeltjes 1,
Hg, Pb,
metaal 1, glas 1
Zn, PAK
fijn zand,
Cd, Hg,
kooldeeltjes 1,
Pb
-
-
IND
Geen Klasse
-
-
WO
Geen Klasse
metselpuin 1 18 (0-0,5)
18-1
0-0,5
19 (0,2-0,5)
19-2
0,2-0,5
20 (0,2-0,5)
20-2
0,2-0,5
fijn zand, glas 1,
Cu, Hg,
baksteen 1
Pb
fijn zand, plastic 1,
Cu, Hg,
baksteen 1
Pb, Zn
fijn zand,
Cd, Cu,
kooldeeltjes 2,
Hg, Pb,
plastic 1, baksteen
PAK
-
-
IND
Geen Klasse
-
-
WO
-
Zn
NT
Geen Klasse Geen Klasse
2, metselpuin 3 21 (0-0,3)
21-1
0-0,3
matig grof zand,
Cd, Hg,
baksteen 2
Pb, Zn,
-
Cu
NT
Geen Klasse
PAK 22 (0-0,5)
22-1
0-0,5
matig grof zand,
Cd, Hg,
baksteen 1
Pb, Zn,
-
-
IND
Geen Klasse
PAK Buurtgebouw (onderzoeksvraag 4) bg
1-1, 2-1,
buurtgebouw
3-1
0-0,5
fijn zand
Cd, Hg, Zn, PAK,
Pb
-
IND
Geen Klasse
1 t/m 3
17/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
(Meng)-
Deel-
Diepte
Textuur en
monster
monster
(m -mv)
bijzonderheden ##
> AW
>T
>I
BBK#
Veiligheidsklasse*
minerale olie Uitsplitsing op lood 1 (0-0,5)
1-1
0-0,5
fijn zand
Pb
-
-
WO
Geen Klasse
2 (0-0,4)
2-1
0-0,4
fijn zand
-
-
-
AT
3 (0-0,5)
3-1
0-0,5
fijn zand
Pb
-
-
WO
Geen Klasse Geen Klasse
Contour (onderzoeksvraag 5) 40 (0-0,3)
42 (0-0,5)
40-1
42-1
0-0,3
0-0,5
fijn zand, baksteen
Cd, Co,
Pb,
Cu,
1
Hg
Zn
Ni
fijn zand, baksteen
Cd, Co,
Ni
-
1
Cu, Hg,
NT
Geen Klasse
IND
Geen Klasse
Pb, Zn 44 (0-0,5)
44-1
0-0,5
fijn zand,
Cd, Hg,
kooldeeltjes 1,
Pb, Zn
-
-
IND
Geen Klasse
baksteen 1 46 (0-0,5)
46-1
0-0,5
48 (0-0,5)
48-1
0-0,5
fijn zand,
Cu, Hg,
kooldeeltjes 1
Pb
fijn zand, baksteen
Cd, Cu,
1
Hg, Pb,
-
Cd,
NT
Zn -
-
Geen Klasse
IND
Geen Klasse
Zn bg 400, 401,
400-1,
fijn zand,
Cd, Cu,
403 (0-0,4)
401-1,
0-0,4
kooldeeltjes 2,
Hg, Pb,
403-1
baksteen 2,
minerale
betonpuin 1,
olie
Zn
PAK
NT
Geen Klasse
baksteen 1 bg 401, 403,
401-2,
fijn zand, slakken 2,
Cd, Cu,
404 (0,35-
403-2,
0,35-0,6
baksteen 2, slakken
Hg, Pb,
0,6)
404-2
1, glas 1
PAK,
Zn
-
NT
Geen Klasse
PCB og 400, 403
400-3,
(0,5-1,0)
403-3
0,5-1
fijn zand, geroerd,
Cd, Hg,
Cu,
baksteen 3,
Pb, PAK
Zn
-
IND
Geen Klasse
baksteen 1 #
Indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit, AT = Altijd Toepasbaar, WO = Toepasbaar als Klasse Wonen, IND = Toepasbaar als Klasse Industrie, NT = Niet Toepasbaar
## De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3) -
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
*
De veiligheidsklassen in dit rapport zijn gebaseerd op de CROW 400, tweede gewijzigde druk, 20 december 2017. De veiligheidsklassen zijn gebaseerd op de SRC-waarden zoals deze golden op 3 juli 2019
18/26
Kenmerk
4.5
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Resultaten grondwater
In tabel 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten voor grondwater. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.4 Samenvatting analyseresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelli
>S
>T
>I
-
-
-
ng (cm-mv) Pb 110 -
260-360
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
4.6
Resultaten asbest
Voor het toetsen van het asbestgehalte in de bodem is het gehalte serpentijn asbest vermeerderd met 10 x het gehalte aan amfibool asbest. In tabel 4.5 zijn de resultaten van de asbestanalyses gegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Het formulier voor het asbestonderzoek is opgenomen in bijlage 8 en de foto’s zijn opgenomen in bijlage 9. Tabel 4.5 Overzicht resultaten asbest Monstercode
Traject
Totale gewogen indicatief
(m -mv)
gehalte asbest
Toetsing norm
(mg/kg d.s.) Noordelijk terrein M3A
0,0 – 0,5
<1
-
M4A
0,0 – 0,5
<1
-
M1A
0,0 – 0,5
<1
-
M2A
0,0 – 0,5
<1
-
Zuidelijk terrein
- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden
5 Beantwoording onderzoeksvragen Voorafgaand aan het onderzoek hebben we in samenspraak met de gemeente Deventer de onderstaande onderzoeksvragen gesteld. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de onderzoekvragen. Een interpretatie van de verontreinigingssituatie is opgenomen in hoofdstuk 6. 1. 2.
Is de deklaag verdacht op het voorkomen van asbest? Wat is de actuele milieuhygiënische kwaliteit en dikte van de deklaag op het noordelijke
3.
terrein? Wat is de actuele milieuhygiënische kwaliteit en dikte van de deklaag op het zuidelijke terrein en hebben de uitgevoerde graafwerkzaamheden (greppel en wal) invloed gehad?
4.
Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het gesloopte buurthuis?
19/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
5.
Wat is de actuele contour van de verontreiniging met zware metalen op het noordoostelijke
6.
deel van het zuidelijke terrein? Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater?
Vraag 1. Is de deklaag verdacht op het voorkomen van asbest? Op het noordelijke en zuidelijke terrein zijn in de bovengrond plaatselijk bijmengingen met baksteen, puin, metselpuin, kooldeeltjes, metaal, plastic en/of glas aangetroffen. Van de bovengrond op het noordelijk terrein zijn de mengmonsters M3A en M4A samengesteld. Op het zuidelijk terrein zijn van de bovengrond de mengmonsters M1A en M2A samengesteld. Uit de analyses volgt dat in de bovengrond geen asbest voorkomt. De deklaag is dan ook niet verdacht op het voorkomen van asbest in een concentratie groter dan 100 mg/kg.ds. Vraag 2. Wat is de actuele milieuhygiënische kwaliteit en dikte van de deklaag op het noordelijke terrein? Op het noordelijke deel zijn in de bovenste meter bijmengingen met baksteen, puin, metselpuin en/of kooldeeltjes waargenomen. De boringen 23, 24 en 30 zijn op circa 0,4 m -mv gestaakt op een betonlaag. Op basis van oude luchtfoto’s wordt geconcludeerd dat de boringen gestaakt zijn op de oude fundering van het flatgebouw. In boring 27 is op circa 0,9 m -mv het stortmateriaal aangetroffen. In alle andere boringen is het stortmateriaal niet waargenomen, geconcludeerd wordt dat de deklaag op het noordelijke terrein minimaal 1 meter dik is. Van de bovenste halve meter zijn mengmonsters samengesteld voor analyse op het standaard pakket.
Uit de analyses volgt dat geen van de geanalyseerde parameters verhoogd is ten opzichte van de achtergrondwaarde. De resultaten zijn op kaart opgenomen in figuur 5.1.
20/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Figuur 5.1 Resultaten analyses bovengrond (0 - 0,6 m -mv). Groen is kleiner dan achtergrondwaarde. Met rood is de globale ligging van de stort weergegeven.
Vraag 3. Wat is de actuele milieuhygiënische kwaliteit en dikte van de deklaag op het zuidelijke terrein en hebben de uitgevoerde graafwerkzaamheden (greppel en wal) invloed gehad? Voor het beantwoorden van deze vraag is gebruik gemaakt van de kaart zoals weergegeven in figuur 5.2.
21/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Figuur 5.2 Resultaten analyse deklaag (0 – 1,0 m -mv) (mate van verontreiniging is als volgt weergegeven; geel > Aw, oranje > T, rood > I).
Deklaag In de bovenste meter op het zuidelijke terrein zijn bijmengingen met baksteen, metselpuin, kooldeeltjes, metaal, plastic en/of glas aangetroffen. In de boringen 401, 403 en 404 is in de laag van 0,35 tot 0,6 m -mv een zeer lichte tot lichte bijmenging met slakken aangetroffen. De boringen 20, 21, 22, 40, 41, 42, 43 en 44 zijn variërend van 30 tot 90 cm -mv gestaakt op het stortmateriaal. Uit de veldresultaten volgt dat het stortpakket op het zuidelijk deel zich dieper dan 1,0 m -mv bevindt, op het noordelijk deel is de deklaag plaatselijk dunner dan 1,0 meter. Milieuhygiënische kwaliteit De bovenste halve meter van de gehele locatie is geanalyseerd op het standaardpakket. In het mengmonster ’bg 15 tot en met 18’ zijn lood en PAK boven de tussenwaarde en cadmium, koper, kwik, zink, PCB en minerale olie boven de achtergrondwaarde gemeten. Na uitsplitsing van het mengmonster op zware metalen en PAK blijkt dat in de bovengrond van boring 15 PAK boven de tussenwaarde aanwezig is en dat cadmium, koper, kwik, lood en zink boven de achtergrondwaarde aanwezig zijn. In de bovengrond van de boringen 16, 17 en 18 zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen voor zware metalen en PAK gemeten. In het mengmonster ‘bg 19 tot en met 22’ is zink boven de tussenwaarde gemeten en zijn cadmium, koper, kwik, lood en PAK boven de achtergrondwaarde gemeten.
Dit mengmonster is eveneens uitgesplitst op de zware metalen en PAK. In de bovengrond van boring 20 is zink boven de interventiewaarde en zijn cadmium, koper, kwik, lood en PAK boven de achtergrondwaarde gemeten.
22/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
In de bovengrond van boring 21 is koper boven de interventiewaarde gemeten en zijn cadmium, kwik, lood, zink en PAK boven de achtergrondwaarde gemeten. In de boringen 19 en 22 zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen voor zware metalen en PAK gemeten. Greppel Op het zuidelijke terrein zijn een vijftal boringen in de vorig jaar gegraven greppel geplaatst. Zintuiglijk zijn in de grond zeer lichte tot matige bijmenging met baksteen, kooldeeltjes en/of glas waargenomen. In het mengmonster dat van de bovengrond in de greppel is samengesteld zijn cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK boven de achtergrondwaarde gemeten. De kwaliteit van de grond in de greppel is vergelijkbaar met de kwaliteit voor de rest van het terrein. Daarom wordt geconcludeerd dat de graafwerkzaamheden geen nadelige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse. Vraag 4. Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het gesloopte buurthuis? Ter plaatse van het gesloopte buurthuis zijn de boringen 1, 2 en 3 geplaatst. In de bovengrond zijn geen bodemvreemd materiaal aangetroffen. In de ondergrond zijn zeer lichte tot lichte bijmengingen met baksteen, kooldeeltjes en/ of glas waargenomen. In het mengmonster dat is samengesteld van de bovengrond is lood boven de tussenwaarde en zijn cadmium, kwik, zink, PAK en minerale olie boven de achtergrondwaarde gemeten.
Na uitsplitsing van het mengmonster zijn nog maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen voor lood aangetoond. Vraag 5. Wat is de actuele contour van de verontreiniging met zware metalen op het noordoostelijke deel van het zuidelijke terrein? Op de rand van de eerder vastgestelde verontreinigingscontour in de noordoosthoek zijn vijf boringen geplaatst. Van deze boringen is de bovengrond geanalyseerd op zware metalen. In boring 40 zijn koper en nikkel boven de interventiewaarde, lood en zink boven de tussenwaarde en cadmium, kobalt en kwik boven de achtergrondwaarde gemeten. In boring 42 is nikkel boven de tussenwaarde en zijn cadmium, kobalt, koper, kwik, lood en zink boven de achtergrondwaarde gemeten. In boring 46 zijn cadmium en zink boven de interventiewaarde en koper, kwik en lood boven de achtergrondwaarde gemeten. In de boringen 44 en 48 zijn maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen voor zware metalen gemeten. Binnen de voormalige verontreinigingscontour zijn vijf boringen gezet. Van deze boringen zijn de bovengrond (0 tot 0,4 m -mv), de tussenlaag met een lichte bijmenging met slakken (0,35 tot 0,6 m -mv) en de ondergrond (0,5 tot 1,0 m -mv) geanalyseerd op het standaardpakket.
Uit de analyses volgt dat de bovengrond verontreinigd is met PAK boven de interventiewaarde, zink boven de tussenwaarde en cadmium, koper, kwik, lood en minerale olie boven de achtergrondwaarde. In de tussenlaag is zink boven de tussenwaarde gemeten en zijn cadmium, koper, kwik, lood, PAK en PCB boven de achtergrondwaarde gemeten. Daarnaast is barium in de tussenlaag boven de voormalige interventiewaarde gemeten. De ondergrond blijkt verontreinigd met koper en zink boven de tussenwaarde en cadmium, kwik, lood en PAK boven de achtergrondwaarde.
23/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Vraag 6. Wat is de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater? Op het noordelijk deel is peilbuis 110 geplaatst voor de actualisatie van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater is geen van de geanalyseerde parameters verhoogd gemeten.
6 Interpretatie verontreinigingssituatie In dit hoofdstuk wordt een interpretatie van de verontreinigingssituatie gegeven. Hiervoor zijn de resultaten van het onderzoek samengevat in een conceptueel model. Hiervoor is gebruik gemaakt van de resultaten van het huidige onderzoek aangevuld met de resultaten uit eerdere onderzoeken. In figuur 6.1 is een schematische dwarsdoorsnede van de locatie opgenomen. Het conceptueel model wordt aan de hand van deze figuur beschreven.
Figuur 6.1 Dwarsdoorsnede onderzoekslocatie van noord naar zuid
Noordelijk terrein Op het noordelijk terrein hebben in het verleden stortactiviteiten plaatsgevonden. De start van deze activiteiten is niet bekend. In 1937-1938 is het stortmateriaal afgedekt met een laag zand van circa 1,0 meter. Het stortmateriaal bestond uit bedrijfsafval. Uit de resultaten blijkt dat de stort is afgedekt met een leeflaag met een minimale dikte van 1 meter. De deklaag is zintuiglijk verontreinigd met baksteen, puin en kooldeeltjes. De fundering van de voormalige flat is niet verwijderd en nog steeds in de grond aanwezig. Analytisch worden in de deklaag maximaal achtergrondwaarde overschrijdingen aan zware metalen gemeten. Uit het verkennend asbestonderzoek blijkt dat de deklaag niet verdacht is op het voorkomen van een verontreiniging met asbest in een gehalte groter dan 100 mg/kg.ds. Onder de deklaag is een stortlaag aanwezig met bijmengingen met onder andere puin, kooldeeltjes en dakleer. Formeel betreft de stort geen bodem (meer dan 50% bijmengingen met bodemvreemd materiaal). Het stortmateriaal is indicatief geanalyseerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat voor PAK en diverse zware metalen de interventiewaarde wordt overschreden. Het stortpakket heeft een omvang van circa 2.750 m3 en is zowel verticaal als horizontaal afgeperkt. De dikte van het stortpakket bedraagt 1,5 m.
24/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Onder het stortmateriaal bevindt zich een zintuiglijk schone zandlaag. In deze laag is maximaal een gehalte aan koper groter dan de achtergrondwaarde gemeten. In het grondwater is maximaal een streefwaarde overschrijding aan zware metalen gemeten. Dit duidt erop dat er geen significante uitloging van het stortmateriaal naar het grondwater heeft plaatsgevonden. Zuidelijk terrein Op het zuidelijk terrein hebben in het verleden stortactiviteiten plaatsgevonden. De start van deze activiteiten is niet bekend. In 1937-1938 is het stortmateriaal afgedekt met een laag zand van circa 1,0 meter. Het stortmateriaal bestond uit bedrijfsafval. Uit de resultaten blijkt dat de stort is afgedekt met een leeflaag welke op het noordelijk deel varieert in dikte van 0,3 à 0,9 meter. Op het zuidelijk deel heeft de deklaag een dikte van minimaal één meter. De deklaag is zintuiglijk verontreinigd met baksteen, kooldeeltjes en slakken. Hoewel zintuiglijk geen onderscheid te maken is tussen de samenstelling van de deklaag op het noordelijk deel en het zuidelijk deel zijn deze analytisch niet vergelijkbaar. Op het noordelijk deel worden analytisch (aangetoond tijdens meerdere onderzoeken) interventiewaarde-overschrijdingen aan zware metalen en PAK gemeten. De verontreiniging is zowel verticaal als horizontaal afgeperkt en heeft een omvang van circa 1.400 m3.
Op het zuidelijk deel worden analytisch maximaal achtergrondwaarde aan zware metalen en PAK gemeten. Uit het verkennend asbestonderzoek blijkt dat de deklaag niet verdacht is op het voorkomen van een verontreiniging met asbest in een gehalte groter dan 100 mg/kg.ds. Zowel de locatie van het voormalige buurthuis en de onlangs gegraven greppel zijn vergelijkbaar met de rest van de onderzoeksresultaten. Vandaar dat hier geen aparte deellocaties van zijn gemaakt. De fundering van het voormalige buurthuis is tijdens het huidige onderzoek niet waargenomen. Onder de deklaag is een stortlaag aanwezig met puin, kooldeeltjes, glas en metaal. Formeel betreft de stort geen bodem (meer dan 50 % bijmengingen met bodemvreemd materiaal). Het stortmateriaal is niet geanalyseerd. Het stortmateriaal beslaat een oppervlakte van circa 6.460 m2. De stortlaag is verticaal niet afgeperkt. In de stortlaag worden incidenteel witte brokjes aangetroffen. Het is niet duidelijk wat voor een materiaal dit betreft. Analyses hebben uitgewezen dat het geen HCH is. Onder het stortmateriaal bevindt zich een zintuiglijk schone zandlaag. In deze laag is maximaal een gehalte aan koper groter de achtergrondwaarde gemeten. In het grondwater is maximaal een streefwaarde overschrijding aan zware metalen gemeten.
Dit duidt erop dat er geen significante uitloging van het stortmateriaal naar het grondwater heeft plaatsgevonden.
25/26
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
7 Conclusies en aanbevelingen Met het onderhavige bodem- en asbestonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater bij de voormalige stortlocaties aan de Rielerweg en Tjoenerstraat in Deventer geactualiseerd. Uit het onderzoek blijkt dat de voormalige stort nog steeds op de locatie aanwezig is. Een deel van de deklaag op het zuidelijke deel van de locatie is sterk verontreinigd met zware metalen en PAK. Bij de herontwikkeling op de locatie dient rekening gehouden te worden met de aangetoonde verontreinigingssituatie.
26/26
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Regionale ligging onderzoekslocatie
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Kaart situering monsternemingspunten
" S
" S
" S
32
33
" S
34
" S
31
30 " S
28
S
26 " S
25
"
" S
29
" S
110
" S
27
242 24
BS " B 241
23
112
" S
9
22
" S
" S
B 111 B
21
401
40
400
41
42
44
43
8
403
402
404 46
45
17
20 " S
19
" S
18
2
48
47
" S
1
" S
5 " S
" S
49 15
7 " S
6 3
S "
16
14
13
12
0 Legenda " S
AsbestGatBoring Boring
B
Boring gestaakt
Boring tot 0,5 meter
Peilbuis
Locatiegrens
25
´
50 m
Opdrachtgever
Schaal
Gemeente Deventer
Status
1:1000
DEFINITIEF
Project
Formaat
Projectnummer
Onderdeel
Datum 01-07-19
Tekeningnummer
Bodemonderzoek Rielerweg ong. te Deventer Boorpuntenkaart
A3
Get.
Gec.
SSR
MDX
1270517
2
Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors 1270517_10002D.MXD
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. Tauw bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Tauw bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • •
Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters
•
Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem
Tauw verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een KLICmelding. Consequenties afwijking van protocol 2018: • • • •
•
De onderdelen die niet volgens de eisen uit het certificaatschema zijn uitgevoerd: Uitvoeren van een maaiveldinspectie ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek De aard van de afwijkingen: Door de bedekking van het maaiveld met klinkers en beton was de inspectie-efficiëntie zeer laag De motivatie voor deze afwijkingen: Door de bedekking van het maaiveld was het niet mogelijk een maaiveldinspectie volgens het protocol uit te voeren De inschatting van de consequentie die het afwijken van de eisen heeft op de interpretatie van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van de onderzoeksgegevens in de vervolgfase van het bodemonderzoek: Door een lage inspectie-efficiëntie kan asbest gelegen op het maaiveld gemist zijn De inschatting van de risico’s die dit met zich meebrengt: Het risico van deze afwijking wordt als laag beoordeeld, omdat zintuiglijk en analytisch in de grond geen asbest is aangetoond
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Boorprofielen
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Bijlage 5
Toetsingskader
B5.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen): • •
De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering 4 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 5
Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B5.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B5.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof
Weergave in tabellen
Omschrijving in de tekst
≤ AW/S-waarde (of < rapportagegrens)
-
-
> AW/S-waarde ≤ T-waarde
+
Licht verhoogd/verontreinigd
> T-waarde ≤ I-waarde
++
Matig verhoogd/verontreinigd
> I-waarde
+++
Sterk verhoogd/verontreinigd
Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G 6 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum. Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa 7-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd.
4
(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 6 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 7 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 5
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
B5.2 Toetsingswaarden Grond Lutum
25%
Organisch stof
10% SRC arbo gr
gAW
T
I
barium (Ba)
4050
-
463
925
cadmium (Cd)
101
0,6
6,8
13
kobalt (Co)
285
15
103
190
koper (Cu)
28500
40
115
190
kwik (Hg)
405
0,15
18,1
36
lood (Pb)
735
50
290
530
molybdeen (Mo)
2030
1,5
95,8
190
nikkel (Ni)
10100
35
67,5
100
zink (Zn)
101498
140
430
720
-
1,5
20,8
40
-
0,02
0,51
1
-
190
2595
5000
naftaleen
870
-
20
40
fenantreen
8030
-
-
-
antraceen
8030
-
-
-
fluorantheen
10000
-
-
-
chryseen
10000
-
-
-
benzo(a)antraceen
1000
-
-
-
benzo(a)pyreen
100
-
-
-
benzo(k)fluorantheen
1000
-
-
-
indeno(1,2,3cd)pyreen
1000
-
-
-
benzo(ghi)peryleen
6030
-
-
-
PCB-28
2,3
-
-
-
PCB-52
2,3
-
-
-
PCB-101
2,3
-
-
-
PCB-118
2,3
-
-
-
METALEN
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)
Niet in STI-lijst van de Wbb
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Lutum
25%
PCB-138
2,3
-
-
-
PCB-153
2,3
-
-
-
PCB-180
2,3
-
-
-
SRC gr:
Serious Risk Concentration voor grond
gAW:
Achtergrondwaarden [mg/kg ds]
T:
Tussenwaarden grond [mg/kg ds]
I:
Interventiewaarden grond [mg/kg ds]
Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675) Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247
Grondwater So
To
Io
barium (Ba)
50
337,5
625
cadmium (Cd)
0,4
3,2
6
kobalt (Co)
20
60
100
koper (Cu)
15
45
75
kwik (Hg)
0,05
0,18
0,3
lood (Pb)
15
45
75
molybdeen (Mo)
5
153
300
nikkel (Ni)
15
45
75
zink (Zn)
65
432,5
800
benzeen
0,2
15,1
30
ethylbenzeen
4
77
150
tolueen
7
504
1000
xylenen (som)
0,2
35,1
70
styreen (vinylbenzeen)
6
153
300
0,01
35,01
70
0,01
2,51
5
METALEN
AROMATISCHE VERBINDINGEN
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
So
To
Io
dichloormethaan
0,01
500,01
1000
1,1-dichloorethaan
7
454
900
1,2-dichloorethaan
7
204
400
1,1-dichlooretheen
0,01
5,01
10
dichloorethenen (som)
0,01
10,01
20
1,2-dichl.etheen (c+t)
-
-
-
dichloorpropanen (som)
0,8
40,4
80
trichloormethaan (chloroform)
6
203
400
1,1,1-trichloorethaan
0,01
150,01
300
1,1,2-trichloorethaan
0,01
65,01
130
trichlooretheen (tri)
24
262
500
tetrachloormethaan (tetra)
0,01
5,01
10
Tetrachlooretheen (per)
0,01
20,01
40
minerale olie (C10-C40)
50
325
600
tribroommethaan (bromoform)
-
315
630
OVERIGE STOFFEN
So:
Streefwaardenwaarden grondwater [ug/l]
To:
Tussenwaarden grondwater [ug/l]
Io:
Interventie grondwater [ug/l]
Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675) Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247
B5.3 Toetsingskader asbest De toetsing van asbest is beschreven in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Er is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, indien asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (gehalte serpentijn asbest + 10x gehalte amfibool asbest). Indien deze norm op een plaats wordt overschreden, dan is sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging. In het verkennend onderzoek is het analyseresultaat indicatief. Wanneer het indicatieve gehalte lager is dan 0,5 * de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) is statistisch onderbouwd dat de kans gering is dat asbest in een nader onderzoek boven de interventiewaarde wordt aangetroffen. Een nader onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 is niet noodzakelijk.
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
B6.1 Grond Monsteromschrijving
bg greppel 5,
bg
bg 15 t/m 18
8, 9
buurtgebouw
bg 19 t/m 22
bg 23, 24, 27, 29
1 t/m 3 Diepte (m -mv)
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0-0,6
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
barium (Ba)
816
99,6
229
218
81,4
cadmium (Cd)
0,893
METALEN
+
1,71
+
0,816
+
2,79
+
<
-
0,241 kobalt (Co)
11,2
-
< 7,07
-
12,4
-
< 6,79
-
< 7,38
-
koper (Cu)
72,8
+
38,8
-
52,3
+
58,8
+
11,2
-
kwik (Hg)
0,307
+
0,157
+
0,266
+
0,324
+
0,0862
-
lood (Pb)
181
+
484
++
471
++
136
+
37,8
-
molybdeen (Mo)
< 1,05
-
< 1,05
-
< 1,05
-
< 1,05
-
< 1,05
-
nikkel (Ni)
22,8
-
17,2
-
20,2
-
18,6
-
16,9
-
zink (Zn)
325
+
326
+
241
+
470
++
116
-
+
21,7
++
1,69
+
0,928
-
-
0,0236
+
<
-
<
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
3,59
+
7,33
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
<
-
0,0175
< 0,0245
0,0175
0,0245
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)
< 87,5
-
215
+
357
+
< 87,5
-
< 123
-
Conclusie Bbk
Toepasbaar
Toepasbaar
Toepasbaar
Toepasbaar
Altijd
partijkeuring
als klasse
als klasse
als klasse
als klasse
toepasbaar
indicatief (BoToVa)
Industrie
Industrie
Industrie
Industrie
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Monsteromschrijving
bg 28, 30, 32,
40
42
44
46
34 Diepte (m -mv)
0-0,5
0-0,3
0-0,5
0-0,5
0-0,5
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
barium (Ba)
105
613
372
274
556
cadmium (Cd)
<
METALEN
-
2,35
+
0,988
+
1,27
+
13,4
+++
0,231 kobalt (Co)
< 7,38
-
19,5
+
28,8
+
8,63
-
10
-
koper (Cu)
22,1
-
357
+++
85,2
+
35,5
-
64,7
+
kwik (Hg)
0,114
-
0,905
+
1,22
+
0,179
+
0,268
+
lood (Pb)
44,9
-
299
++
195
+
77,4
+
130
+
molybdeen (Mo)
< 1,05
-
<
-
<
-
<
-
<
-
1,05
1,05
1,05
1,05
nikkel (Ni)
23,6
-
123
+++
77,5
++
18
-
20,7
-
zink (Zn)
71,9
-
711
++
233
+
229
+
1081
+++
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
0,622
-
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
<
-
0,0169
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)
< 84,5
Conclusie Bbk
Altijd
Niet
Toepasbaar
Toepasbaar
Niet
partijkeuring indicatief
toepasbaar
toepasbaar
als klasse
als klasse
toepasbaar
Industrie
Industrie
(BoToVa)
-
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Monsteromschrijving
48
1
2
3
15
Diepte (m -mv)
0-0,5
0-0,5
0-0,4
0-0,5
0-0,5
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
METALEN barium (Ba)
235
cadmium (Cd)
0,984
+
164 1,08
+
kobalt (Co)
< 5,9
-
9,41
-
koper (Cu)
50,6
+
56,3
+
kwik (Hg)
0,262
+
0,21
+
lood (Pb)
124
+
138
+
molybdeen (Mo)
<
-
<
-
80,3
+
< 11
-
93,9
+
1,05
1,05
nikkel (Ni)
15,9
-
19,2
-
zink (Zn)
314
+
265
+
33,6
++
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
Conclusie Bbk
Toepasbaar
Toepasbaar
Altijd
Toepasbaar
Toepasbaar
partijkeuring indicatief
als klasse
als klasse
toepasbaar
als klasse
als klasse
(BoToVa)
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Monsteromschrijving
16
17
18
19
20
Diepte (m -mv)
0-0,5
0-0,5
0-0,5
0,2-0,5
0,2-0,5
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
barium (Ba)
246
116
173
121
167
cadmium (Cd)
0,823
+
0,689
+
0,496
-
0,518
-
5,21
+
kobalt (Co)
8,32
-
12
-
9,19
-
<
-
11,1
-
METALEN
6,06 koper (Cu)
54,4
+
27,5
-
64,2
+
47,3
+
79,1
+
kwik (Hg)
0,376
+
0,154
+
0,409
+
0,277
+
0,378
+
lood (Pb)
141
+
59,6
+
147
+
79,5
+
144
+
molybdeen (Mo)
<
-
<
-
<
-
<
-
<
-
1,05
1,05
1,05
1,05
1,05
nikkel (Ni)
18,2
-
17
-
18,5
-
16,5
-
20,5
-
zink (Zn)
233
+
110
-
127
-
153
+
1114
+++
0,655
-
1,4
-
3,39
+
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
3,81
+
0,883
-
Conclusie Bbk
Toepasbaar
Toepasbaar
Toepasbaar
Toepasbaar
Niet
partijkeuring indicatief
als klasse
als klasse
als klasse
als klasse
toepasbaar
(BoToVa)
Industrie
Wonen
Industrie
Wonen
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Monsteromschrijving
21
22
bg 400, 401,
bg 401, 403,
403
404
og 400, 403
Diepte (m -mv)
0-0,3
0-0,5
0-0,4
0,35-0,6
0,5-1
Lutum (%)
25
25
25
25
25
Organisch stof (%)
10
10
10
10
10
Eenheid
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
mg/kg Ds
barium (Ba)
176
197
549
2126
(38)
677
cadmium (Cd)
1,06
+
1,93
+
3,28
+
6,27
+
2,55
+
kobalt (Co)
<
-
<
-
8,98
-
10,2
-
< 6,86
-
METALEN
6,65
5,85
koper (Cu)
1169
+++
35,5
-
111
+
104
+
133
++
kwik (Hg)
0,239
+
0,234
+
0,345
+
0,261
+
0,213
+
lood (Pb)
99
+
135
+
267
+
138
+
124
+
molybdeen (Mo)
<
-
<
-
< 1,05
-
<
-
< 1,05
-
1,05
1,05
1,05
nikkel (Ni)
18,6
-
15,3
-
22,4
-
29
-
21,5
-
zink (Zn)
215
+
250
+
528
++
663
++
527
++
71,9
+++
4,02
+
6,48
+
0,0178
-
0,023
+
<
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)
1,81
+
2,41
+
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
0,0245
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)
649
+
<
-
< 123
-
90,7
Conclusie Bbk
Niet
Toepasbaar
Niet
Niet
Toepasbaar
partijkeuring indicatief
toepasbaar
als klasse
toepasbaar
toepasbaar
als klasse
(BoToVa) (38):
Industrie Bij antropogene bron: > voormalige interventiewaarde
Industrie
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
B6.2 Grondwater Peilbuis
Pb 110
Filterdiepte (m -mv)
2,6-3,6
Eenheid
ug/l
METALEN barium (Ba)
< 20
-
cadmium (Cd)
< 0,2
-
kobalt (Co)
<2
-
koper (Cu)
<2
-
kwik (Hg)
< 0,05
-
lood (Pb)
<2
-
molybdeen (Mo)
2,1
-
nikkel (Ni)
<3
-
zink (Zn)
< 10
-
AROMATISCHE VERBINDINGEN benzeen
< 0,2
-
ethylbenzeen
< 0,2
-
tolueen
< 0,2
-
xylenen (som)
0,21
-
styreen (vinylbenzeen)
< 0,2
-
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
< 0,02
-
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN vinylchloride
< 0,2
-
dichloormethaan
< 0,2
-
1,1-dichloorethaan
< 0,2
-
1,2-dichloorethaan
< 0,2
-
1,1-dichlooretheen
< 0,1
-
1,2-dichl.etheen (c+t)
0,21
-
dichloorpropanen (som)
0,42
-
trichloormethaan
< 0,2
-
1,1,1-trichloorethaan
< 0,1
-
1,1,2-trichloorethaan
< 0,1
-
trichlooretheen (tri)
< 0,2
-
tetrachloormethaan (tetra)
< 0,1
-
Tetrachlooretheen (per)
< 0,1
-
(chloroform)
Kenmerk
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Peilbuis
Pb 110
OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)
< 50
tribroommethaan
< 0,2
(bromoform) (14):
Streefwaarde ontbreekt
(14)
Kenmerk
Bijlage 7
R001-1270517MDX-V02-rlk-NL
Analysecertificaten
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Tauw Nederland B.V. Margo van Deursen POSTBUS 133 7400 AC DEVENTER
De in dit rapport vermelde analyses zijn geaccrediteerd volgens ISO/IEC 17025:2005, tenzij bij de analyse het symbool " * " staat vermeld.
DOC-13-12839527-NL-P1
Datum Relatienr Opdrachtnr.
21.06.2019 35003840 860994
ANALYSERAPPORT Opdracht 860994 Bodem / Eluaat Opdrachtgever
35003840 Tauw Nederland B.V. 1270517 Deventer, Rielerweg en Tjoenerstraat 410659
Uw referentie
14.06.19
Opdrachtacceptatie Monsternemer
Opdrachtgever
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en uitgevoerd overeenkomstig de onderzoeksmethoden die worden genoemd in de meest actuele versie van onze verrichtingenlijst van de Raad voor Accreditatie, accreditatienummer L005. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Indien u gegevens wenst over de meetonzekerheden van een methode, kunnen wij u deze op verzoek verstrekken. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,