CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

2017-10-04 2141365 Handreiking Integriteit Deventer

Informatieve bijeenkomst 23 april 2022, gemeente Deventer6.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HANDREIKING INTEGRITEIT VOOR RAADSLEDEN

betrouwbaarheid zorgvuldigheid terughoudendheid openheid dienstbaarheid onafhankelijkheid

Media en publieke opinie

SPIEGELVRAGEN 1. 2.

3. 4. 5.

Is het volgens de beginselen van goed raadslidmaatschap? Doe ik recht aan de rechten, belangen en het welzijn van alle belanghebbenden? Vinden anderen mij een integer raadslid? Kan ik mijzelf in de spiegel blijven aankijken? Kan ik mijzelf verantwoorden als anderen om een toelichting vragen bij mijn handelen?

In opspraak? Hoe voorkom je dat dit 1

Handreiking Integriteit

versie 20 september 2017

1. Wat is integriteit integriteit is een moreel oordeel over het eigen gedrag: “doing the right thing even when no one is watching” (C.S. Lewis).

Integriteit als juridische toets De wetgever heeft normen gesteld in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. De raad heeft deze aangevuld en geconcretiseerd in een eigen gedragscode voor het bestuur. Daarnaast zijn er verschillende ongeschreven regels en afspraken (omgangsvormen etc), waarvan wij vinden dat we ons daaraan houden. Uiteindelijk is integriteit de maatvoering voor rechtschapenheid: een betrouwbaar, onkreukbaar en onomkoopbaar gemeentebestuur.

Integriteit als oordeel van buiten Of raadsleden integer zijn, is echter niet alleen aan de eigen beoordeling , maar evenzeer is van belang dat anderen het beeld hebben dat dat zo is. Van een integer raadslid kun je op aan. Je kunt hem of haar vertrouwen. Hij is bovendien bereid de verantwoordelijkheid die bij zijn functie hoort te nemen, en om verantwoording af te leggen over zijn handelen.

Integriteit als een moreel oordeel De morele invalshoek is het meest lastig te definiëren. Het gaat om een persoonlijke toetsing van het eigen gedrag. Integriteit betekent dan dat niet het eigenbelang, maar het hogere (algemeen of politiek) belang bepalend is bij keuzes die een raads- of collegelid maakt.

2. Waarom is integriteit voor gemeentebestuurders zo belangrijk Integriteit heeft alles te maken met de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur.

Raadsleden lopen het risico op rolvermenging Raadsleden vervullen meerdere functies. Als volksvertegenwoordiger stellen ze zich in dienst van de samenleving. Daarnaast hebben raadsleden, net als iedereen, nog andere functies en posities in die samenleving. Anders dan bij anderen lopen raadsleden daarmee het risico op rolvermenging. En bij rolvermenging ligt integriteitsschending of de schijn daarvan op de loer. Je staat als raadslid in de schijnwerpers. Je hebt er zelf voor gekozen, maar dat vraagt wel wat van je.

Integriteit bepaalt de kwaliteit van het openbaar bestuur De overheid werkt met publieke middelen en heeft op veel terreinen een monopoliepositie. Deze

positie stelt hoge eisen aan de kwaliteit van het openbaar bestuur en aan degenen die daarin functioneren. Integriteit is daarvan een essentieel onderdeel. Integriteit kan het vertrouwen in de overheid maken of breken. De vraag is hoe je daarmee omgaat.

De buitenwacht oordeelt mee De rol van de ‘buitenwacht’ valt niet te onderschatten. Het oordeel van die buitenwacht, versterkt door de media , kan desastreuze gevolgen hebben. De maatschappij kijkt nu eenmaal kritischer, en soms minder genuanceerd en objectief, naar mogelijke integriteitsschendingen dan voorheen. Raads- en collegeleden moeten behoorlijk alert zijn. Niet alleen integriteitsschendingen als belangenverstrengeling of dubieuze giften moeten worden vermeden, maar ook de schijn ervan.

2

3. Waarom een handreiking Integriteit is een dynamisch begrip. Dat vraagt om verschillende instrumenten om die integriteit te borgen. De handreiking bundelt een aantal van die instrumenten. Dat instrumentarium werken we hieronder uit.

Integriteit is een werkwoord Het gaat er om hoe je als raadslid je positie bepaalt. Om het gesprek hierover gemakkelijk te maken spreken we liever over integer handelen in plaats van integer zijn. De reden hiervoor is dat integriteit vaak geen kwestie is van goed of fout, zwart of wit. Het gaat om dilemma’s waarmee je als raadslid geconfronteerd wordt. En bij dilemma’s maak je een keuze uit een of meer alternatieven die allemaal even (on)aantrekkelijk zijn. In deze handreiking lees je een aantal van die dilemma’s. Ze kunnen je helpen bij het praten en denken over integriteit.

Het dilemmagesprek als hulpmiddel Als handig hulpmiddel hanteren we in Deventer het dilemmagesprek. Vanuit de gedachte dat de keuze om een handeling of gedraging te doen of na te laten veelal geen zwart-wit keuze is, is het goed om gestructureerd in beeld te krijgen welke argumenten te wegen zijn. In het dilemmagesprek doe je dit. Het dilemmagesprek is een werkvorm die bruikbaar is voor iedereen die met een integriteitsvraag rond loopt: het raadslid, een collegelid of een medewerker van de griffie. Een dilemmagesprek kan zowel een tweegesprek zijn als een gesprek binnen de fractie of binnen het college. Het dilemmagesprek Bij een dilemmagesprek bespreek je met anderen of een handeling of gedraging wel of niet kan. Je brengt eerst in beeld waarom je het WEL zou doen, vervolgens waarom NIET. De gekozen argumenten voor en tegen kwalificeer je vervolgens als “non-argument”, “beginsel-argument” of “gevolg-argument”. De uiteindelijke afweging vindt vervolgens plaats op basis van het gewicht dat je verbindt aan de “principe-argumenten”.

Afspraken geven houvast Integriteit kun je niet los zien van een aantal regels en procedures. Die afspraken geven handen en voeten aan het integriteitsbeleid. De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad, om voor zichzelf en voor hun bestuurders, een gedragscode vast te stellen. Deze moet de integriteit van politieke ambtsdragers helpen waarborgen. De gedachte is dat gedragsregels helpen om de discussie over integriteit te voeren. Daarom laten we ook een aantal (wettelijke) regels deel uitmaken van deze handreiking. De gemeenteraad kan overigens zelf bepalen hoe die afspraken er uit zien.

Continue aandacht is nodig Integer handelen leer je niet in een training. Integriteit is ook meer dan je handtekening zetten onder een set afspraken. Integriteit is een persoonlijke afweging die je als raadslid maakt, afhankelijk van tijd en context. De omstandigheden zijn nooit gelijk. Maar alleen op je eigen kompas kun je niet varen. Misschien zie je iets over het hoofd of schat je een risico anders in. Iemand anders kan heel anders denken over jouw dilemma. Daarom is het belangrijk om samen met fractieleden, collegaraadsleden, de griffier of de burgemeester het gesprek over integriteit te blijven voeren. Maar ook mensen buiten de raad kunnen je een goede spiegel voorhouden. Zo kun je je morele kompas ijken. En niet te vergeten: collega raadsleden lopen ook tegen dilemma’s aan. Samen sta je sterker en maak je betere keuzes. In de handreiking lees je een aantal tips over de manier waarop je het gesprek gaande houdt.

3

4. Wet, eed en gedragscode Integriteit heeft vooral te maken met normen en waarden, moraal en fatsoen. Wettelijke regels en eigen afspraken hierover bieden houvast. De wet Volgens artikel 15 lid 3 Gemeentewet stelt elke gemeenteraad voor zijn leden een gedragscode vast. Ook in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en overige wetgeving zijn de bevoegdheden en regels waarbinnen je als raadslid handelt, vastgelegd. In bijlage 1 is de wetgeving die primair voor integriteit van belang is, bijgevoegd.

De eed of belofte De eed of de belofte is de basis van het handelen van elk raadslid. Ieder raadslid legt aan het begin van zijn raadsperiode de eed of de belofte af . Bij een eed zweer je op de bijbel en bij God. De belofte is de niet-religieuze variant daarvan. In beide gevallen zweer of beloof je getrouw te zijn aan de Grondwet, de wetten na te komen en de plichten als lid van de gemeenteraad naar eer en geweten te vervullen. Artikel 14 Gemeentewet Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!" (Dat verklaar en beloof ik!).

De gedragscode Waar normen concrete, algemeen aanvaarde gedragsregels zijn, zijn waarden de opvatting over wat wenselijk is. Waarden zijn motieven die gedeeld worden door een groep mensen. Vanuit die visie kun je waarden leggen op ‘goed raadslidmaatschap’. Elke gemeente, ook Deventer, legt die waarden vast in een gedragscode. Raadsleden ontvangen die gedragscode bij hun installatie. De gedragscode is het belangrijkste praktische houvast. De gedragscode geeft duidelijkheid over wat wij in Deventer verwachten. De waarden die het uitgangspunt vormden voor de gedragscode staan hieronder. De gedragscode is opgenomen als bijlage 2. Dienstbaarheid Het raadslid is loyaal aan de gemeente en haar inwoners. Dat betekent dat hij zich inzet voor de belangen van de gemeente en van burgers. Onafhankelijkheid Het raadslid vermijdt belangenverstrengeling. Het raadslid gaat situaties waarin bepaalde belangen door elkaar lopen uit de weg. Het raadslid probeert zoveel mogelijk de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Openheid Het raadslid is transparant over nevenfuncties en handelingsredenen. Terughoudendheid Het raadslid is zich ervan bewust dat hij een voorbeeldfunctie heeft. Hij vermijdt situaties en uitlatingen in het openbaar die als onbezonnen geïnterpreteerd kunnen worden.

4

Betrouwbaarheid Het raadslid gaat vertrouwelijk om met kennis en informatie voor raadsleden. Hij gebruikt die informatie niet voor andere belangen dan die van de gemeente. Zorgvuldigheid Het raadslid respecteert alle individuen en instanties en behandelt hen gelijk in gelijke gevallen.

5. Kompas Het Kompas helpt je om je koers scherp en zuiver te houden. Als je met je antwoord steeds op ‘ja’ uitkomt, stuur je aan op een integere keuze. Maar wees alert: enkele graden afwijken kan al de verkeerde kant op leiden. Blijf er dus over in gesprek en denk niet te snel dat het jou niet overkomt. Is het volgens de beginselen van goed raadslidmaatschap? Je maakt een rationele afweging: kan ik dit doen op basis van de wet, de eed of de gedragscode. Doe ik recht aan de rechten, belangen en het welzijn van alle belanghebbenden? Je toetst of je zorgvuldig omgaat met de kennis en informatie waarover je beschikt: lopen er geen belangen door elkaar? Denk bij belanghebbenden heel ruim; extern en intern, direct en indirect betrokkenen. Vinden anderen me een integer raadslid? Je maakt je een voorstelling van de reactie van anderen. Loop je het risico dat zij jouw integriteit ter discussie gaan stellen? Kan ik met mezelf in de spiegel blijven aankijken? Je verantwoordt je keuze voor jezelf. Geeft het me een goed gevoel en kan ik mezelf uitleggen waarom ik deze keuze maak? Kan ik mijn keuze verantwoorden voor anderen? Je verantwoordt je keuze voor anderen. Welke waarden hanteer ik en hoe steekt mijn afweging in elkaar? Is mijn keuze consistent en consequent?

6. Stappen bij integriteitsprobleem Een raadslid, wethouder of burgemeester in opspraak! Wat nu? In elk geval kan gesteld worden dat geen enkele situatie hetzelfde is, er zal altijd maatwerk nodig zijn. De procedure kan niet meer gewicht hebben dan een richtsnoer dat enige houvast biedt in een periode van hectiek en onzekerheid. Uitgangspunt is een centrale rol van de burgemeester als voorzitter van de raad c.q. voorzitter van het college of (bij afwezigheid) diens vervanger. Wanneer de burgemeester in opspraak is ligt de centrale rol bij de plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad in samenspraak met de Commissaris van de Koning. Ingeval de integriteit van een raadslid of wethouder aan de orde is, stelt de burgemeester onmiddellijk een onderzoeksteam samen. Dit team bestaat in elk geval uit de gemeentesecretaris, de griffier, een P&O/juridisch-adviseur en een communicatie-adviseur. Zoveel mogelijk wordt de gemeentelijk richtlijn voor integriteitsonderzoek gevolgd (bijlage 3), waarbij expliciet aandacht is voor een pro-actieve communicatiehouding.

5

7. Agenda Integriteit heeft aandacht nodig, ook als er geen sprake is van een misstand

Integriteit regelmatig op de agenda Dat integriteitsnormen zijn vastgelegd is goed, maar niet voldoende. Integriteit is vooral een mentaliteitskwestie en moet ´tussen de oren zitten`. Regelmatige aandacht voor integriteit haalt de beladenheid ervan af. Juist op de momenten dat er geen sprake is van een misstand. In Deventer zetten we integriteit regelmatig actief op de agenda. Los van de waan van de dag gaan we met elkaar in gesprek over integriteit. De raad en het college, maar natuurlijk ook fracties kunnen verschillende aandachtsmomenten voor integriteit plannen. In elk geval twee maal per raadsperiode besteden we met elkaar aandacht aan integriteit. Twee maal per raadsperiode bespreken we integriteit met raad en college samen De gedragscode is een beginpunt voor integriteit. Geen eindbestemming. Is de gedragscode nog actueel? Passen de afspraken nog in de huidige context? Welke ervaringen hebben we de afgelopen tijd opgedaan en is het waardevol die te delen? Ook oefenen we het dilemmagesprek. Organiseer een dilemmasessie Bespreek integriteit aan de hand van concrete cases. Welke belangen speelden er mee, welke argumenten waren belangrijk? Door samen dilemma’s te bespreken en af te wegen, praat je met elkaar over integriteit zonder direct te veroordelen. Bovendien biedt het de kans om afwegingen te toetsen aan die van de collega-raadsleden.

Een dilemmagesprek kun je ook binnen de fractie regelmatig doen. Zet integriteit op de agenda van de fractie Komen er nieuwe onderwerpen op je af? In de fractie bespreek je ongetwijfeld hoe je daarmee omgaat. Denk dan als raadslid en fractie ook eens na over de mogelijke integriteitskwesties die dat nieuwe onderwerp mogelijk met zich meebrengt. Zo zorg je ervoor dat je ook die risico’s in beeld hebt.

6

Bijlage 1: Wettelijke regels Gemeentewet artikel 12 Openbaarmaking andere functies dan raadslid 1. De leden van de raad maken openbaar welke andere functies dan het lidmaatschap van de raad zij vervullen. 2. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op het gemeentehuis. artikel 13 Onverenigbare functies 1. Een lid van de raad is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. burgemeester; l. wethouder; m. lid van de rekenkamer; n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; o. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b.

aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder o, kan een lid van de raad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs. artikel 14 Eed en verklaring en belofte Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!) ".

7

artikel 15 Verboden handelingen en Gedragscode 1. Een lid van de raad mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d; 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente. 2. Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen. 3. De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast. artikel 28 Deelnemen aan stemmingen 1.

Een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort. 2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje. 3. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. 4. Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden. artikel 170 De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente 1. De burgemeester ziet toe op: a. een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken; b. een goede samenwerking van de gemeente met andere gemeenten en andere overheden; c. de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie; d. een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften; e. een zorgvuldige behandeling van klachten door het gemeentebestuur. 2.

De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente. 3. De burgemeester bevordert overigens een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden.

Provinciewet artikel 182 De Commissaris van de Koning is als Rijksorgaan belast met het adviseren en bemiddelen als de bestuurlijke integriteit in een gemeente in het geding is.

8

Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4 Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid 1. Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid. 2. Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Artikel 2:5 Vertrouwelijke informatie 1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. 2. Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.

9

Bijlage 2: Gedragscode voor raadsleden gemeente Deventer 1.

Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Deze gedragscode geldt voor de leden van de raad en voor de beëdigde raadsopvolgers. Onder het raadslid wordt waar dat van toepassing is, ook verstaan de raadsopvolger. Artikel 1.2 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het presidium. Artikel 1.3 De code is openbaar en door derden te raadplegen. Artikel 1.4 De leden van de raad en de raadsopvolgers worden bij hun aantreden geattendeerd op de Handreiking integriteit en de Gedragscode.

2.

Belangenverstrengeling

Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een raadslid. Hierdoor is een zuiver besluiten of handelen in het publiek belang niet meer gewaarborgd. Raadsleden vermijden niet alleen feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn ervan. Artikel 2.1 Een raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie bij wie hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Artikel 2.2 Een raadslid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling en de schijn daarvan tegengaan. Artikel 2.3 Een raadslid onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling aan de orde is; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een (direct) persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Artikel 2.4 Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling aan de orde is, niet alleen van stemming (zie art. 2.3) maar ook van de beïnvloeding van de meningvorming en besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces.

Artikel 2.5 Betaalde en onbetaalde functies die een raadslid vervult naast het raadslidmaatschap worden openbaar gemaakt via de website van de gemeente. Artikel 2.6 Een raadslid doet er opgaaf van dat hij substantiële financiële belangen heeft – bijvoorbeeld aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient opgegeven te worden.

10

3. Omgaan met informatie Raadsleden beschikken over veel informatie. Daar gaan zij zorgvuldig mee om. Anders wordt de geloofwaardigheid van zowel henzelf als van de gemeente aangetast. Daarom geldt een aantal basisregels voor hoe een integer raadslid met informatie moet omgaan. Artikel 3.1 De raad ziet er op toe dat het college van burgemeester en wethouders respectievelijk de burgemeester de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad dan wel individuele raadsleden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. Artikel 3.2 Er is een Protocol transparant bestuur, waarin raad en college afspraken over geheimhouding hebben vastgelegd. Collegeleden, de burgemeester en raadsleden handelen naar dit protocol. Artikel 3.3 Een raadslid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht. Artikel 3.4 Een raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander, gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Artikel 3.5 Een raadslid maakt brieven niet openbaar en stuurt e-mails niet door zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar.

4.

Aannemen van geschenken en uitnodigingen

Als zij de ambtseed of belofte afleggen, verklaren raadsleden dat zij geen giften of gunsten hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd. Ook beloven ze dat ze geen geschenken zullen aannemen of beloften zullen doen in ruil voor een tegenprestatie. Artikel 4.1 Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 4.2 Geschenken en giften die een raadslid uit hoofde van zijn of haar functie ontvangt, worden gemeld. De griffier zorgt voor de registratie van deze giften en hun gemeentelijke bestemming. Artikel 4.3 Indien een raadslid geschenken of giften ontvangt die een waarde van minder dan € 50,-- vertegenwoordigen, kunnen deze in afwijking van artikel 4.2 worden behouden en behoeven ze niet te worden gemeld en geregistreerd. Het gaat in deze situatie om incidentele, kleine attenties, waarbij de schijn van corruptie minimaal is. 5

11

Artikel 4.4 Een raadslid accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie worden aangeboden, tenzij het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk zou maken, én de schijn van corruptie minimaal is. Artikel 4.5 Een raadslid gebruikt faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de raadsfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden. Artikel 4.6 Een raadslid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel, én tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

5.

Gebruiken van voorzieningen

Raadsleden bevinden zich als het gaat over ‘vergoeding van kosten’ of ‘gebruik maken van voorzieningen’ in een glazen huis. Ze moeten zich voortdurend bewust zijn van het feit dat ze niet alleen verantwoord met publieke middelen omgaan, maar ook helder zijn over de hoogte van de kosten die zij maken. Hiermee voorkomen raadsleden dat ze in een kwetsbare positie terecht komen. Artikel 5.1 Een raadslid gebruikt geen gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel 5.2 Een raadslid houdt zich aan het beleid dat is vastgesteld voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderfaciliteiten, computerapparatuur met toebehoren, voorzieningen in de Fractiekamer en dergelijke. Artikel 5.3 Een raadslid houdt zich aan de regelgeving en het beleid dat is vastgesteld met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties (o.g.v. ministeriële circulaires en de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden).

6.

Onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen

Elk raadslid, elke bestuurder, elke griffiemedewerker, elke ambtenaar verdient respect. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop men in de raad met elkaar omgaat van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Representativiteit als vertegenwoordiger van het openbaar bestuur staat daarom hoog in het vaandel. Artikel 6.1 Raadsleden gaan respectvol met elkaar en met collegeleden, ambtenaren en burgers om. Artikel 6.2 Raadsleden bejegenen elkaar, de griffie en andere ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift. Artikel 6.3 Raadsleden houden zich tijdens de raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. 12

Artikel 6.4 Raadsleden onthouden zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief social media, van persoonlijke aanvallen op individuele ambtenaren in raadsvergaderingen en in het openbaar. Artikel 6.5 Raadsleden gedragen en tonen zich representatief als vertegenwoordiger van de gemeente Deventer.

7.

Naleving van de gedragscode

Naast het vaststellen van een is het van groot belang dat er op wordt toegezien dat de Gedragscode ook daadwerkelijk wordt nageleefd. In de code zijn immers de regels en waarden vast waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen. Als raadsleden zich niet aan deze regels houden, komen zij daarmee als het ware onder het morele minimum dat zij met elkaar hebben afgesproken. Artikel 7.1 De raad ziet er in het bijzonder op toe dat de raad, de fracties en de individuele raadsleden de eigen gedragscode van de raad naleven. Artikel 7.2 Een raadslid dat twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de code zou kunnen zijn, wint hierover advies in bij de griffier. Artikel 7.3 Als een raadslid vermoedt dat een regel van de gedragscode wordt overtreden door een ander raadslid of een wethouder, dan rust op hem de verplichting om hiervan melding te doen bij de burgemeester. Als het vermoeden zich richt op de burgemeester doet het raadslid de melding bij de plaatsvervangend raadsvoorzitter. Artikel 7.4 In het geval er een concreet vermoeden is dat een raadslid, een wethouder of de burgemeester een regel van de Gedragscode heeft overtreden, kan de burgemeester na overleg met de fractievoorzitters besluiten een onderzoek hiernaar te doen verrichten.

13

Bijlage 3: Richtlijnen integriteitonderzoek (vastgesteld door college 27 april 2010) 1. Elke integriteitschending wordt formeel gemeld aan het college van B&W en meer specifiek aan de burgemeester en bij afwezigheid de loco-burgemeester. 2. De burgemeester geeft de melding ter registratie door aan de VPI en ter onderzoek door aan de gemeentesecretaris. 3. De gemeentesecretaris stelt een intern onderzoeksteam samen dat onderzoek doet naar de integriteitschending. Afhankelijk van de soort melding kan dit onderzoeksteam verschillen van samenstelling. Degene, die bevoegd is om te beslissen wat er met de uitkomst van het integriteitonderzoek wordt gedaan, maakt geen deel uit van het onderzoeksteam. In elk geval maakt een jurist van het team P&O deel uit van het onderzoeksteam als de integriteitschending vermoedelijk is gepleegd door een ambtenaar, lid van de griffie, of lid van het college van b&w, en de clustermanager/directeur van de vermoedelijke pleger. De griffier maakt deel uit van het onderzoeksteam als de integriteitschending vermoedelijk is gepleegd door een raadslid of de raad als bestuursorgaan. Indien de vermoedelijke integriteitschending mogelijk ook strafrechtelijke aspecten heeft, wordt de senior sociale recherche aan het onderzoeksteam toegevoegd.

Afhankelijk van de aard van de integriteitschending kan ook een externe partij (forensisch accountant of particulier recherchebureau) aan het onderzoeksteam worden toegevoegd. 4. Het onderzoeksteam bekijkt of er eerst een vooronderzoek plaatsvindt alvorens eventueel te besluiten tot een feitenonderzoek. Met een vooronderzoek (feitenmateriaal onderzoek + evt. horen van direct-leidinggevende) kan worden ondervangen dat de melding gebaseerd blijkt te zijn op niet ware geruchten. Na een vooronderzoek wordt besloten tot het instellen van een feitenonderzoek en/of aangifte of wordt besloten dat geen verder onderzoek noodzakelijk is. Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt. Worden er geen vervolgacties ingesteld dan wordt betrokkene toch binnen 5 werkdagen op de hoogte gesteld van het feit dat er een vooronderzoek naar hem heeft plaatsgevonden en van de uitkomst van het vooronderzoek. B&W delen aan de melder mee als geen feitenonderzoek zal worden ingesteld. Bestaat het vermoeden dat de melder opzettelijk een valse beschuldiging heeft gedaan, dan kan B&W hiertegen actie ondernemen (feitenonderzoek jegens melder), dat kan leiden tot rechtspositioneel optreden. 5. Het onderzoeksteam stelt alvorens te starten met het feitenonderzoek betrokkene (de vermoedelijke pleger) schriftelijk op de hoogte dat er een feitenonderzoek naar zijn gedragingen plaatsvindt.

Meestal is het wenselijk om die brief in persoon uit te reiken. Deze brief kan vergezeld gaan met een ordemaatregel zoals bijv. schorsing in belang van de dienst. In de brief wordt betrokkene ook gewezen op mogelijke bijstand door een raadsman. Wanneer het onderzoeksbelang dit meebrengt, kan bijv. ter voorkoming van vernietiging van bewijsmateriaal deze schriftelijke kennisgeving worden opgeschort. 6. Het onderzoeksteam onderzoekt bij het feitenonderzoek de melding op de volgende criteria: A. aard van het feit: voldoende concrete gedraging, formeel strafbaar feit of niet, soort integriteitschending B. ontvankelijkheid: gedraging functionaris onder verantwoordelijkheid van organisatie, waar en wanneer onder verantwoordelijkheid van organisatie, mag organisatie een oordeel geven/onderzoek doen, is er een specifieke procedure aangewezen die eerst gevolgd moet worden bv. een gerechtelijke procedure, of arbeidsconflictprocedure C. ernst van zaak: wordt bepaald door feit op zich, context, functie van vermoedelijke pleger, mogelijk gevaar/maatschappelijke of politieke gevoeligheid D. valideerbaarheid: zijn er relevante feite en omstandigheden genoemd die controleerbaar zijn. Zijn er onderzoeksmogelijkheden. Waar moet informatie vandaan komen. (niet alles uit dezelfde bron) E.

positie of persoon van de melder: hoeveel zicht heeft melder op gebeurde, hoeveel kennis en meer informatie en hoe betrouwbaar is melder. F. Positie of persoon van vermoedelijke pleger: is pleger in staat geweest om gebeurde te plegen. (werkplek, periode van afwezigheid, persoonlijke omstandigheden) G. Geloofwaardigheid/waarschijnlijkheid: logisch verband tussen feiten van melding en feiten en omstandigheden bekend bij gemeente. 7. Als de inschatting is dat er vermoedelijk een misdrijf heeft plaatsgevonden, dient aangifte te worden gedaan. Het onderzoeksteam overlegt hierover met B&W/burgemeester, die de gegevens aan de politie voorlegt. Alle op dat moment bekende informatie wordt aan de politie ter beschikking gesteld. Een strafrechtelijk onderzoek staat los van een onderzoek of de gedraging ook plichtsverzuim oplevert, het zijn afzonderlijke trajecten, dus er kan ook een feitenonderzoek worden ingesteld. In dit feitenonderzoek mogen bijv. opgemaakte proces-verbalen van het strafrechtelijk onderzoek worden gebruikt (op te vragen bij de Officier van Justitie).

14

8. Bij het feitenonderzoek zal het onderzoeksteam in elk geval betrokkene horen en ook eventuele getuigen. Het onderzoek moet zorgvuldig gebeuren, waarbij er sprake is van een redelijke verhouding tussen de onderzoeksmethode en de persoonlijke belangen van betrokkene zodanig dat zo min mogelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkene. Het onderzoek moet in elk geval schriftelijk worden vastgelegd. Bekeken moet worden of het onderzoeksdoel ook bereikt kan worden met een voor betrokkene minder belastende onderzoeksmethode. Tijdens het horen mag geen gebruik worden gemaakt van psychische of fysieke druk of dwang. Betrokkene hoeft niet mee te werken aan een onderzoek of een verklaring af te leggen, maar hij riskeert daarmee wel dat hem plichtsverzuim kan worden verweten omdat hij nalaat om opheldering te verschaffen of omdat hij een gerechtvaardigde en ernstige twijfel niet heeft kunnen of willen wegnemen. Niet willen meewerken door een getuige levert altijd als zodanig al plichtsverzuim op. Een anonieme verklaring kan maar is alleen toelaatbaar in combinatie met ander verifieerbaar bewijsmateriaal en alleen als het handhaven van de anonimiteit berust op zeer zwaarwegende gronden. Het onderzoeksteam kan de fysieke en digitale werkomgeving onderzoeken, bij voorkeur in aanwezigheid van betrokkene.

Dat betekent dat je hem op de hoogte stelt van het onderzoek (dag en tijd). Komt betrokkene niet dan kan tot het doorzoeken worden overgegaan. Soms is het nodig om betrokkene te observeren, dat kan een dynamische observatie zijn (daadwerkelijk volgen) of statische observatie (met een camera, al dan niet verborgen op de werkplek. Aan het gebruik van een camera zijn voorwaarden verbonden.) 9. Het onderzoeksteam moet zich bewust zijn van de communicatie rondom het onderzoek, ten eerste aan betrokkene zelf, maar ook intern naar andere medewerkers van de organisatie (tegengaan geruchtenvorming) en evt. extern (media). Communicatie dient nooit het feitenonderzoek zelf te frustreren, of betrokkene schade te berokkenen. 10. Van alle onderzoekshandelingen wordt afzonderlijk verslag opgemaakt. 11. De onderzoeksfase eindigt met het aanbieden van het onderzoeksrapport door het onderzoeksteam aan de gemeentesecretaris, zodat die een oordeel kan vormen over het vermoeden van een integriteitschending. Betrokkene krijgt een afschrift van dit rapport. Het onderzoeksrapport kent geen aanbevelingen over welke consequenties moeten worden verbonden aan de door hen onderzochte feiten. 12.

De gemeentesecretaris overlegt met de burgemeester over het feit of de uitkomst van het onderzoek wordt gekwalificeerd als plichtsverzuim en aanleiding geeft voor een disciplinair traject of een andere rechtspositionele maatregel. Deze uitkomst wordt ter registratie doorgegeven aan de VPI. De melder wordt op de hoogte gesteld van de conclusie naar aanleiding van het onderzoeksrapport. 13. Als er sprake is van plichtsverzuim wordt voor het starten van een disciplinair traject de kwestie doorverwezen naar de leidinggevende die dit traject dan opstart. Het resultaat wordt ter registratie doorgegeven aan de VPI. 14. De gemeentesecretaris neemt in het directiebulletin op dat een integriteitschending zich heeft voorgedaan, wat de aard van de schending is en dat er is overgegaan tot aangifte of strafoplegging.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11427216/1