CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

02. OPENBAAR Zienswijze TAM Kolkmansweg 5 Schalkhaar -133828-

Raadsvergadering 28 januari 2026, gemeente DeventerBij agendapunt: Omgevingsplan Kolkmansweg 5, Schalkhaar2.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Benthem Gratama advocaten Nurr.mer Afdel,ng

Aangetekend Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer T.a.v. het team Projecten, Realisatie en Ontwikkeling Postbus 5000 7400 GC Deventer

0 3 JUNI 2025 Ontvangen door Gemeente Deventer

Per aangetekende e-mail vooruit: gemeente@deventer.nl 2 juni 2025 Datum: Onze ref.: Deventer Uw ref.: Ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22j Kolkmansweg 5 Behandelaar: Direct tel. nr.: Tel. secretaresse: E-mailadres:

Betreft: Zienswijze namens xxx

Geachte heer, mevrouw, Voor de locatie gelegen aan de Kolkmansweg 5 te Schalkhaar is het ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22j Kolkmansweg 5 met ingang van 1 mei tot en met 11 juni 2025 voor eenieder ter inzage gelegd. Het ontwerp voorziet in het voornemen een appartementengebouw bestaande uit maximaal 22 appartementen in twee lagen te realiseren. Onze cliënt, xxxx, wonende te (xxxx) Schalkhaar aan de Kolkmansweg xx kan zich niet verenigen met het ter inzage liggende ontwerp TAM-Omgevingsplan {hierna: het omgevingsplan). Door deze en derhalve tijdig dien ik namens cliënt een zienswijze in tegen het omgevingsplan. Zienswijze

1. Op het adres Kolkmansweg 5 te Schalkhaar bevond zich voorheen de gemeentewerf van Schalkhaar. Het gebouw is inmiddels gesloopt. Het omgevingsplan voorziet in het voornemen om op de locatie een appartementsgebouw met maximaal 22 appartementen te realiseren. Het thans geldende omgevingsplan staat een dergelijke functie niet toe. 2. In de visie van cliënt kan het omgevingsplan in de huidige vorm niet worden vastgesteld. Allereerst is het omgevingsplan niet in lijn met de Omgevingsvisie Deventer. Daarnaast is met beperkt tot het bedrag dat 1r 'IOork ,mende gevallen onde ez v r worden aanvaard en uitgevoerd overeenkoms,,g de Algem �e V orw Voorwaarden z11n tevens afgedrukt op cfe achterz1Jde van dit bnefpapu

8ef"1them uratama Advocatel"' t1. �

Burg. van Ro1Jensongel 2

8011

es Zwolle

i 1

.. et,

r.,

nspr.3Ke I Kn

Postbus 1036

8001 BA Zwolle

avocaren ... .. t" d o,,,. u , .,prakel1Jkhe•a worot ng v or uott:.etlllng n aanmerking komt Alle �pdrathte

n var, Benthem Gratama Advocaten B.V Deze Algemene

j

KvK-nr.: 66383730

T: 038 428 00 77

-*

netlaw

info@benthemgratama.nl

www benthemgratama.nl

-1

&

Benthem Gratama advocaten

het vaststellen van het omgevingsplan geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bovendien is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer (hierna: het college) niet bevoegd om het Omgevingsplan vast te stellen. Een en ander wordt hieronder nader toegelicht. Omqevinqsvisie 3.

Op 18 december 2019 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Deventer (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Hierin staat het volgende opgenomen: "De historische lijnen zijn nog duidelijk herkenbaar in het huidige dorp: Spanjaardsdijk/Konin gin Wilhelmina/aan en Oerdijk, maar ook de Pastoorsdijk, de Smidsweg en Ko/kmansweg met hun aanliggende historische bebouwing en/of laanbep/anting. Aan vrijwel alle zijden heeft Schaikhaar scherpe overgangen met het omliggende landschap. Dit maakt het tot een herkenbare entiteit: een lommerrijk dorp waar bewoners met veel plezier wonen, werken en recreëren en onderling een grote betrokkenheid kennen."

4.

Uit de Omgevingsvisie volgt dat de historische lijnen op de Kolkmansweg nog goed zichtbaar zijn. Dit heeft vooral te maken met de kenmerkende lintbebouwing in het gebied. Met het vaststellen

van

het omgevingsplan

zullen deze

historische

lijnen verdwijnen.

Uit de

onderliggende documenten van het omgevingsplan kan immers worden opgemaakt dat met het plan geen lintbebouwing wordt mogelijk gemaakt en dat daarmee wordt afgeweken van de herkenbare entiteit. Dit wijkt af van hetgeen hierover in de Omgevingsvisie is vermeld. 5.

In paragraaf 4.4.1 van de toelichting op het omgevingsplan is ingegaan op de Omgevingsvisie. Door het college is echter ten onrechte niet geconstateerd dat strijd bestaat met de Omgevingsvisie. Bovendien is niet gemotiveerd waarom is afgeweken van de Omgevingsvisie. In zoverre brengt dit ook een motiveringsgebrek met zich mee. Evenwichtiqe toedelinq van functies aan locaties

6.

Op grond van artikel 1.3 Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van 'een goede omgevingskwaliteit' één van de doelstellingen van de Omgevingswet. Bestuursorganen moeten de omgevingskwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan.'

1

Het gaat daarbij om zowel de menselijke beleving van de

ArtikeL 2.4 en 4.2 Omgevingswet. 2

Benthem Gratama advocaten

fysieke leefomgeving als de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van de gebieden. 7.

Het college heeft bij het aanwijzen van functies aan locaties een grote mate van beleidsruimte. Wel dient het college te motiveren waarom met de in het omgevingsplan gekozen systematiek een evenwichtige toedeling van functies aan locaties plaatsvindt. In de visie van cliënt is onvoldoende gemotiveerd dat met het vaststellen van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties plaatsvindt.

8.

In de toelichting op het omgevingsplan is aangegeven hoe het omgevingsplan op welstand is getoetst. In paragraaf 5.2 van de toelichting wordt hierover het volgende aangegeven: "Binnen het stedenbouwkundig ontwerp is gekeken naar de criteria die gelden binnen het gebied 'Stedenbouw

-

lintbebouwing'. Oorspronkelijk was sprake van de ontwikkeling van een

woonzorgcomplex, waardoor het derde aandachtsstreepje onder het kopje 'Algemeen' aangehaald is, namelijk: "Voor gebouwen met een andere functie dan wonen en/of winkel, zoals

scholen,

zorgcomplexen,

sportvoorzieningen

kan

afgeweken

worden

van

de

gebiedscriteria. In dat geval zal de Adviesraad Welstand aan de hand van de Algemene criteria uit hoofdstuk 6 het bouwplan beoordelen." Daarom is de ontwikkeling getoetst en akkoord bevonden aan de Algemene criteria uit hoofdstuk 6van de welstandsnota. Inmiddels is besloten om ter plaatse geen woonzorg mogelijk te maken, maar een regulier wooncomplex. Echter is de uitstraling van het gebouw identiek gebleven. Gezien het feit dat het plan aan strengere eisen is getoetst dan in het geval van een wooncomplex en er sprake is van een hogere kwaliteit van de architectuur, wordt geacht dat de toetsing aan de 'algemene criteria' van hoofdstuk 6 van de welstandsnota in dit geval voldoende is." 9.

Uit voornoemde toelichting volgt dat het college is afgeweken van de criteria die eigenlijk gelden binnen het gebied, namelijk: 'Stedenbouw—lintbebouwing'. De motivering die hiervoor wordt gegeven kan de toets der kritiek niet doorstaan. Zoals door het college zelf al wordt aangegeven, zal een regulier wooncomplex worden gerealiseerd en geen zorgcomplex. Het college heeft derhalve het plan ten onrechte getoetst aan hoofdstuk 6van de welstandsnota. Het standpunt van het college dat het plan juist aan strengere eisen is getoetst, kan niet worden gevolgd. Vanuit het oogpunt van cliënt zijn de vereisten uit hoofdstuk namelijk veel minder dan streng dan de eisen die gelden voor het gebied 'Stedenbouw

-

lintbebouwing'.

10. Het omgevingsplan is om voornoemde reden dan ook niet voorzien van een goede omgevingskwaliteit. De stedenbouwkundige structuur van de beoogde ontwikkeling sluit immers niet aan bij het van toepassing zijnde welstandsbeleid. Hoewel welstandseisen pas bij 3

Benthem Gratama advocaten

het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden beoordeeld, kan op voorhand al wel worden getoetst of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarvan is geen sprake, nu het plan stedenbouwkundig gebreken vertoont en derhalve geen goede omgevingskwaliteit wordt verkregen. 11. Cliënt wenst overigens te benadrukken dat geen bezwaren bestaan tegen het bouwen van nieuwe woningen. Cliënt realiseert zich ook dat

-

mede gelet op het landelijk woningtekort

-

de behoefte bestaat om woningen te bouwen. Echter, cliënt heeft wel bezwaren tegen de wijze waarop de woningen worden gerealiseerd. Het college heeft onvoldoende oog gehad voor de omgeving waar het plan zich in bevindt. De voorgenomen ontwikkeling is qua schaal en maat totaal niet passend binnen de stedenbouwkundige structuur van de Koikmansweg. Ook het plaatsen van het pand achter op het perceel en het realiseren van het parkeren aan de voorzijde is niet passend.' Nergens in de omgeving is een dergelijke indeling terug te vinden. In de wijk is immers grotendeels sprake van lintbebouwing en zijn huizen zo veel mogelijk aan de weg gelegen. Het is dan ook onbegrijpelijk waarom het college van deze uitgangspunten wenst af te wijken. Een goede onderbouwing hiervoor wordt niet gegeven. Ook zijn eventuele alternatieven niet onderzocht. Bevoegdheid

12. Op grond van artikel

2.4 van de Omgevingswet is de gemeenteraad

bevoegd een

omgevingsplan vast te stellen. Ingevolge artikel 2.8 van de Omgevingswet kan deze bevoegdheid worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. 13. Uit het omgevingsplan en uit de publicatie hiervan volgt dat het college voornemens is om het omgevingsplan vast te stellen. Door de raad van de gemeente Deventer is op 20 december 2023 het Delegatiebesluit Omgevingsplan Deventer (hierna: het delegatiebesluit) genomen. In het delegatiebesluit is door de gemeenteraad aangegeven in welke gevallen de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het Omgevingsplan Deventer gedelegeerd is aan het college. Eén van de gevallen betreft:

"Het wijzigen van het Omgevingsplan om zo nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken die geen onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor het adviesrecht geldt (adviesrecht zoals vastgesteld op 6juli 2022 en diens rechtsopvolger(s))."

In een eerder advies over het ontwerp is dit reeds naar voren gebracht. Zie het advies van De Carrousel. d.d. 30 augustus 2022.

2

4

Benthem Gr'atama advocaten

14. In de visie van het college is op grond van het delegatiebesluit de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan gedelegeerd aan het college op grond van bovengenoemde bepaling. Volgens het college is-namelijk geen sprake van een categorie waarvoor het adviesrecht geldt. Het college heeft echter ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat strijd bestaat met de Omgevingsvisie, zoals naar voren is gebracht in randnummers 3tot en met 5. Op grond van de Categorieënlijst Bindend Adviesrecht dient namelijk in dergelijke gevallen advies te worden gevraagd bij de gemeenteraad:

"Alle categorieën activiteiten die in strijd zijn met de Omgevingsvisie gaan altijd voor adviesrecht naar de raad."

15. Voorts is het delegeren van de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen niet

mogelijk

indien

de

aangevraagde

activiteiten

politiek

gevoelig

liggen

en/of

maatschappelijke onrust kunnen veroorzaken:

"Het college vraagt ook om bindend advies bij

-

naar haar oordeel

-

aangevraagde activiteiten

die politiek gevoelig liggen en/of maatschappelijke onrust kunnen veroorzaken." 16. In de toelichting op het omgevingsplan is niet gemotiveerd waarom in het onderhavige geval geen sprake is van activiteiten die politiek gevoelig liggen en/of maatschappelijke onrust veroorzaken. Dit brengt reeds een motiveringsgebrek met zich mee.

17. Daarnaast is voornoemde bepaling onvoldoende concreet en objectief. In de uitspraak van 17 augustus 2022 is de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) ingegaan op gevallen waarin de bevoegdheid van de raad om delen van het omgevingsplan vast te stellen kan worden gedelegeerd .3 Daarin is de Afdeling alsmede ingegaan op de conclusie van advocaat-generaal Nijmeijer d.d. 14 april 2O22.

Nijmeijer geeft in zijn conclusie

aan dat de gemeenteraad beleidsruimte kan worden toegekend bij het delegeren van de bevoegdheid om delen van het omgevingsplan vast te stellen. Kenbaarheid en rechtszekerheid vereisen volgens Nijmeijer echter wel dat het delegatiebesluit de grenzen van de gedelegeerde bevoegdheid zo concreet en nauwkeurig mogelijk begrenst.'

18. In de uitspraak van de Afdeling wordt de conclusie van Nijmeijer onderschreven. Ook volgens de Afdeling moet de gemeenteraad in het delegatiebesluit de bevoegdheid van het college

3Afdeting Bestuursrechtspraak Raad van State,

17 augustus 2022, ECLI:N L:RVS:2022:2394. 14april2022, ECLI:NL:RVS:2022:1109. i A-G Nijmeijer, 14april2022, ECLI:NL:RVS:2022:1109, no. 8.9.

4 ConcLusie A-G Nijmeijer, 5

5

Benthem Gratama advocaten voldoende concreet en objectief begrenzen.6 Daarvan is volgens cliënt in het onderhavige geval geen sprake. Uit het oogpunt van rechtszekerheid moet het voor eenieder duidelijk en kenbaar zijn wanneer het college bevoegd is om delen van het omgevingsplan vast te stellen. Of sprake is van activiteiten die naar het oordeel van het college politiek gevoelig liggen en/of maatschappelijke onrust kunnen veroorzaken is onvoldoende concreet en objectief. Het is derhalve niet mogelijk om de bevoegdheid te delegeren om delen van het omgevingsplan vast te stellen. Het college heeft hier ten onrechte geen oog voor gehad.

Conclusie

Indachtig het vorenstaande kleven er gebreken aan het omgevingsplan. In de visie van cliënt zijn de gebreken dusdanig dat het omgevingsplan ook niet gewijzigd kan worden vastgesteld. Namens cliënt verzoek ik u dan ook om de zienswijze over te nemen en het omgevingsplan niet vast te stellen. iendelijke groet, 1

xxx

6

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, 17 augustus 2022, ECLl:NL:RVS:2022:2394, r.o. 13.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16472317/1