TV-2238 Integraal Huisvestingsplan Basisonderwijs
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Onderwerp
Integraal Huisvestingsplan Basisonderwijs
Datum
28 november 2022
Nummer
TV-2238
Steller vraag
Coen van Horen
Fractie
DeurneNU
Portefeuillehouder
Willy van den Berg
Datum afdoening
1 december 2022
Vraag en antwoord Onder 'motivering en achtergronden', Punt 2. 'Planvorming op korte termijn' staat: 'De eerste drie aanvragen worden in het eerste kwartaal tegelijk met de vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan Basisonderwijs (IHP) ter besluitvorming aan de raad aangeboden. Het gaat bij deze drie scholen om een investering van circa € 9,6 miljoen (exclusief sloopkosten). Hiermee is in de Begroting 2023 rekening gehouden. In de voorbereiding op de begroting (zie presentatie Begroting 2023 van 13 oktober 2023, voorbereidingsavond begroting) werd juist aangegeven dat het IHP nog een 'dossier in besluitvorming' was en werden de (mogelijke) incidentele en structurele lasten genoemd, zonder dat deze waren meegenomen in de begroting 2023. 1. Zit het IHP (of de investeringen die voortvloeien uit het IHP) nu wél, niet of deels in de begroting? En zijn de sloopkosten daar dan in meegenomen of niet? Het IHP is in de begroting genoemd bij de financiële ontwikkelingen. Financiële ontwikkeling | Begroting 2023 (begroting-2023.nl). Het is opgenomen als “een dossier in besluitvorming” met een aanzienlijke vraag naar middelen. Het IHP is nog niet vastgesteld, maar wel al zo concreet dat de financiële bandbreedtes bekend zijn en zijn meegenomen. De gegevens zijn opgenomen in de begroting om u een beeld te geven van waartoe besluitvorming op dit dossier financieel kan leiden.
Als de gemeenteraad het IHP in 2023 vaststelt, wordt gelijk een besluit genomen over het beschikbaar stellen van middelen voor de eerste drie scholen. Dit gaat om een bedrag van 9,6 miljoen (exclusief sloopkosten). 2. Ten aanzien van discussiepunt 1. In het stuk staat: ‘Dit terwijl de gemeente slechts de wettelijke taak heeft om te handhaven op de kwaliteit van de kinderopvang.’ Wie is er (wettelijk gezien) verantwoordelijk voor dát er kinderopvang bestaat in iedere gemeente en wie is wettelijk verantwoordelijk voor een degelijke huisvesting voor kinderopvang? Volgens de Wet Kinderopvang heeft de gemeente slechts een taak op het handhaven op de kwaliteit van de kinderopvang. Een andere verantwoordelijkheid die de gemeente heeft, is het registreren van een kinderopvangvoorziening in het landelijk register. Dat er kinderopvang is, wordt aan de ‘markt’ overgelaten. Wel zijn er aan kinderopvang én aan de locaties criteria verbonden. Daarbij kunt u denken aan het pedagogisch beleid met betrekking tot verantwoorde kinderopvang, de opleidingseisen van beroepskrachten binnen de kinderopvang alsmede aan eisen met betrekking tot de ruimte. De houder van een kindcentrum is verantwoordelijk voor het voldoen aan voornoemde criteria.
1
3. Ten aanzien van discussiepunt 2. Hoe ver gaat het bouwbesluit momenteel? En wat zijn voorbeelden van zaken waarmee je nog verder kan gaan op het gebied van duurzaamheid? Zit hier altijd een combinatie in met financiële baten? In het bouwbesluit (2012) is vastgelegd dat ieder nieuw gebouw tenminste “bijna energieneutraal” (BENG) dient te zijn. Indien een gebouw “Energie Neutraal” (ENG) wordt gebouwd, is het gebouwgebonden energiegebruik op jaarbasis nul. De extra duurzaamheidsinvesteringen hiervoor leiden tot hogere investeringskosten. In de gebruiksfase leiden ze daarentegen tot een verlaging van de exploitatielasten. Denk aan lagere NUTS-kosten, onderhoud en schoonmaak. Voorbeelden van zaken waarmee een school nog extra kan verduurzamen: • hergebruik van regenwater; • vergroenen en onttegelen van schoolpleinen; • aanleg groen dak met bijvoorbeeld mos sedum; • biobased bouwen.
2