CConstaterende datDeurne
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscodes en de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers - Raadsvoorstel

Vergadering gemeenteraad 23 november 2021, gemeente DeurneBij agendapunt: Gedragscodes en Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers9.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD Onderwerp:

Gedragscodes en de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers

Registratienummer:

1297102

Op voorstel presidium d.d.:

27 oktober 2021

Datum vergadering:

23 november 2021

Portefeuillehouder:

Greet Buter

Rol gemeenteraad:

Kaderstellend

Voorstel in het kort Voorgesteld wordt vast te stellen: • de Gedragscode Integriteit voor raads- en burgercommissieleden; • de Gedragscode Integriteit voor burgemeester en wethouders en; • de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers. Samenvatting De raad en later het presidium heeft de burgemeester gevraagd om de huidige gedragscodes en het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen te actualiseren. Dit mede op basis van de opgedane ervaringen deze raadsperiode. Het presidium heeft gewacht met het aanbieden van de nieuwe gedragscodes en Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers, om de nieuwe burgemeester de gelegenheid te bieden hieraan input te geven. Tijdens een raadsbijeenkomst op 11 oktober hebben alle raadsleden met de burgemeester en griffier gesproken over integriteit en de betekenis daarvan. Hier zijn ook de conceptgedragscodes gepresenteerd. Bijlagen 1. Commissieadvies

1

Deurne, 27 oktober 2021

Nr. 62 / 1297102

AAN DE RAAD, 1.

Inleiding

De raad en later het presidium heeft de burgemeester gevraagd de huidige gedragscodes en het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen te actualiseren. Dit mede op basis van de opgedane ervaringen van de afgelopen raadsperiode. Het presidium heeft gewacht met het aanbieden van de gedragscodes en Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers, om de nieuwe burgemeester de gelegenheid te bieden hieraan input te geven. Tijdens een raadsbijeenkomst op 11 oktober hebben alle raadsleden met de burgemeester gesproken over integriteit en de betekenis daarvan. Hier zijn ook de conceptgedragscodes de Verordening gepresenteerd. 2.

Voorstel

1. De Gedragscodes voor raadsleden, burgemeester en wethouders gemeente Deurne 2017 en het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door leden van raad of college in te trekken; 2. de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders 2021 vast te stellen; 3. de Gedragscode integriteit voor raads- en burgercommissieleden 2021 vast te stellen; 4. de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers vast te stellen. 3.

Beoogd effect

Met het vaststellen van de nieuwe gedragscodes wordt voldaan aan de wettelijke verplichting om voor de politieke ambtsdragers een gedragscode vast te stellen. Omdat burgercommissieleden in Deurne ook een politiek ambtsdrager zijn, geldt de gedragscode ook voor hen. De nieuwe gedragscodes voldoen aan de laatste algemene en Deurnese inzichten met betrekking tot integriteit in het openbaar bestuur. 4.

Argumenten

Deze gedragscode heeft als doel de politieke ambtsdrager weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden, wethouders en de burgemeester beschermd zijn tegen onbedoelde misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen.

2

Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: • ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; • stelt de norm; • maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. Hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de afspraken uit deze gedragscode is apart vastgelegd in de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers gemeente Deurne. Op drie plekken is de code strenger dan de wet: • deze code draagt raadsleden op hun financiële belangen bekend te maken; • deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken; • deze code onderstreept het belang van correcte onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur. 5.

Kanttekeningen

Integriteit in algemene zin staat en valt door het handelen van individuele personen (bestuurders). Het hebben van een gedragscode biedt geen garanties, maar geeft wel aan op welke wijze wordt verwacht dat politiek ambtsdragers zich opstellen in relatie tot hun functie. De gedragscodes zijn een hulpmiddel om met elkaar het gesprek over integriteit te voeren en kwesties op dit gebied bespreekbaar te maken en zo mogelijk te voorkomen. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscodes bevatten gedragsnormen en regels over procedures. Dit zorgt bij het handelen van politieke ambtsdragers voor meer transparantie in de besluitvorming en vergroot de naleving van de normen. De gedragscode is een beoordelingskader en een leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet-naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Er is sprake van zelfbinding. De politieke ambtsdragers bepalen zelf de regels. De gedragscode is echter niet vrijblijvend. De bestuurders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het nietnaleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben. Permanente werkgroep integriteit (PWI) Er wordt voorgesteld om niet te werken met een PWI.

Bij de uitwerking hiervan is vast komen te staan dat voor zover bekend slechts één gemeente in Nederland (Roermond) hiermee werkt. Een PWI roept met name vragen op bij de uitvoering van de diverse processtappen: wat is de rol van de PWI bij de diverse processtappen (een melding, een eerste screening, het feitenonderzoek)? Verder is het niet duidelijk wat het profiel van de leden zou moeten zijn, welke competenties moeten ze wel/niet hebben? Moeten de leden wel of juist niet bekend zijn met Deurne? Het is onduidelijk hoeveel werk een PWI zou hebben. Als de PWI een werkgroep op afroepbasis is, wat doe je dan met de vergoeding? Per maand, vergadering? Van belang is dat het feitenonderzoek door daartoe gekwalificeerde, onafhankelijke onderzoekers gebeurt. De Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers voorziet daar in. 6.

Financiën

Er zijn geen financiële consequenties verbonden aan dit voorstel. 3

7.

Juridische aspecten

De bevoegdheid van de raad komt voort uit de volgende wet- en/of regelgeving: • op grond van artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet dient de raad een gedragscode voor zijn leden vast te stellen; • op grond van artikel 41c, lid 2 van de Gemeentewet dient de raad eveneens een gedragscode voor de wethouders vast te stellen; • op grond van artikel 62, lid 2 van de Gemeentewet dient de raad tenslotte een gedragscode voor de burgemeester vast te stellen. Er is geen juridische grondslag voor de Verordening processtappen integriteitsmeldingen. 8.

Communicatie

De Gedragscodes en Verordening processtappen integriteitsmeldingen ambtsdragers worden na vaststelling op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. 9.

politieke

Vervolg en evaluatie

Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad of het presidium de gedragscode voor de raadsleden op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd. Verder krijgt het onderwerp integriteit een plek in het introductieprogramma nieuwe raad en worden hier regelmatig sessies aan gewijd. Het presidium van Deurne, De griffier, De burgemeester, R.J.C.M. Rutten

G.T. Buter

4

Nr. 62a

DE RAAD DER GEMEENTE DEURNE gelet op de artikelen 15, lid 3; 41c, lid 2 en 62, lid2 van de Gemeentewet; gezien het voorstel van het presidium van 27 oktober 2021, nr. 62; gehoord het advies van de commissie Samenleving en Bestuur van 11 november 2021;

BESLUIT 1. 2. 3. 4.

De Gedragscodes voor raadsleden, burgemeester en wethouders gemeente Deurne 2017 en het Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door leden van raad of college in te trekken; de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders 2021 vast te stellen; de Gedragscode integriteit voor raads- en burgercommissieleden 2021 vast te stellen; de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers vast te stellen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 23 november 2021. De griffier,

De voorzitter,

(R.J.C.M. Rutten)

(G.T. Buter)

1

Nr. 62b

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOOR BURGEMEESTER EN WETHOUDERS GEMEENTE DEURNE 2021 DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE gezien het voorstel van het presidium van 27 oktober 2021, nr. 62; gelet op artikel 15, derde lid van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Bestuur en Samenleving van 11 november 2021;

BESLUIT

1. 2. 3.

De ‘Gedragscode voor de burgemeester van de gemeente Deurne 2017’ in trekken. de ‘Gedragscode voor wethouders van de gemeente Deurne 2017’ in te trekken; de Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders gemeente Deurne 2021 vast te stellen;

1

INLEIDING Voor het goed functioneren van de overheid zijn gezaghebbende politieke ambtsdragers noodzakelijk. Dat geldt ook voor alle politieke ambtsdragers binnen de gemeente Deurne, zoals raadsleden, wethouders en de burgemeester. Correct en adequaat handelen van het individu draagt bij aan het vertrouwen in en de kwaliteit van het lokaal bestuur. De integriteit van politieke ambtsdragers kan onder druk komen te staan, als gevolg van hun eigen handelen of door externe factoren. Het is daarom van belang om gedragscodes vast te stellen die in de praktijk houvast bieden. Een gedragscode dient dan ook om duidelijkheid geven over wat er gevraagd wordt van politieke ambtsdragers en beoogt in eerste instantie te beschermen tegen onnodige misstappen. Doel gedragscode Deze gedragscode heeft als doel de politieke ambtsdrager weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden, wethouders en de burgemeester beschermd zijn tegen onbedoelde misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen.

Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: • ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; • stelt de norm; • maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. Hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de afspraken uit deze gedragscode is apart vastgelegd in de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers gemeente Deurne. De voorliggende gedragscode is bestemd voor de burgemeester en de wethouders. Deze gedragscode Op vier plekken is de code strenger dan de wet: • deze code draagt collegeleden op hun financiële belangen bekend te maken; • deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken; • in deze code is een regel ter voorkoming van draaideurconstructies opgenomen; • deze code onderstreept het belang van correcte onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur.

2

HOOFDSTUK 1

REGELS RONDOM HET VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING

Wettelijk kader Artikel 41b, 67 (nevenfuncties) Artikel 36b, 68 Gemeentewet (onverenigbare functies) Artikel 41c, 69, 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten) Artikel 28 Gemeentewet (deelname aan beraadslaging en stemming)

Artikel 1:1 Kernbepaling Een collegelid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of andere organisatie waarmee hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Een collegelid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan. Artikel 1:2 Onthouden deelname beraadslaging en stemming 1. Een collegelid onthoudt zich alleen van deelname aan de (voorbereiding op de) beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt. 2. Als een collegelid ingevolge het eerste lid niet deelneemt aan de beraadslaging en de stemming, meldt het collegelid dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt en vermeldt hij op welke wijze de besluitvorming hem in het bijzonder aangaat. Het collegelid onthoudt zich ook van beïnvloeding in andere fases van de besluitvorming. 3. Onthouding van deelname aan de beraadslaging en stemming wordt aangetekend in de notulen. Artikel 1:3 Melden van nevenfuncties 1. Het collegelid levert de secretaris de informatie aan over de functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het collegelidmaatschap. Als gaande het collegelidmaatschap nieuwe functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de secretaris. 2.

De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de functie; b. de organisatie voor wie de functie wordt verricht; c. of het al dan niet een functie betreft uit hoofde van het collegelidmaatschap; en d. of de functie bezoldigd of onbezoldigd is. 3. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 1:4 Ongewenste nevenfuncties Het collegelid vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn burgemeesterschap of wethouderschap. Een voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt hij kenbaar aan de raad. Bij aanvaarding van de nevenfunctie maakt hij deze openbaar. Artikel 1:5 Melden van financiële belangen 1. Een collegelid doet bij de secretaris opgaaf van zijn financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden. 2. De informatie betreft in ieder geval: a. een omschrijving van het belang (aard en omvang); 3

b. de organisatie waarin het financiële belang bestaat. 3. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is niet openbaar en uitsluitend voor politieke ambtsdragers in te zien. Artikel 1:6 Afspraken bij verboden handelingen en verboden overeenkomsten 1. Een collegelid dat voornemens is een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 41c/69 juncto 15 lid 1 Gemeentewet, bespreekt dit voornemen in het college. 2. In het geval dat wordt besloten ontheffing te vragen als bedoeld in artikel 41c/69 juncto 15 lid 2 Gemeentewet, ondersteunt de secretaris bij het aanvragen van de ontheffing. Artikel 1:7 Tegengaan van draaideurconstructie Voormalig collegeleden mogen gedurende een jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor of ten behoeve van de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap.

Toelichting De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college van B&W om ervoor te waken dat persoonlijke belangen of gecombineerde verantwoordelijkheden van collegeleden de besluitvorming niet oneigenlijk beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Openheid en transparantie over de wijze waarop een collegelid betrokken is bij besluitvorming en in de fase daarvoor kunnen voorkomen dat de schijn van belangenverstrengeling ontstaat. Hier ligt een opdracht voor de collegeleden, om ook bij te dragen aan het vertrouwen van de raad en van de inwoners dat het college zuiver tot besluiten komt. De wetgever eist van burgemeester en wethouders dat zij alle nevenfuncties openbaar maken die zij vervullen. Op die manier wordt het binnen het college mogelijk een collegelid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt en kan verantwoording afgelegd worden aan de raad. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. In deze gedragscode is vanuit de gewenste openheid ook verordonneerd dat collegeleden tevens al hun substantiële financiële belangen melden bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente. Verder heeft de wetgever een aantal handelingen en overeenkomsten voor collegeleden expliciet verboden.

Het gaat dan om aangelegenheden waarbij de zuiverheid van de verhouding tussen collegelid en gemeente in het geding kan zijn. In sommige gevallen biedt de wet een ontheffingsmogelijkheid. In deze gedragscode zijn bepalingen opgenomen om te bewerkstelligen dat voornemens hiertoe worden besproken in het college, zodat intercollegiaal kan worden geadviseerd over de wenselijkheid. Tot slot is een regel geschreven met het oog op het voorkomen van een draaideurconstructie. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel kennis op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode gaan ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente Deurne, kan er dankzij hun informatievoorsprong oneerlijke concurrentie optreden ten aanzien van andere ondernemers. Voormalig bestuurders profiteren daardoor van hun politieke functie. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling. Deze regel is ook van toepassing op verbonden partijen waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.

4

HOOFDSTUK 2 REGELS RONDOM OMKOPING EN DE OMGANG MET GESCHENKEN EN UITNODIGINGEN Wettelijk kader Artikel 41a, 65 Gemeentewet (eed of belofte) Artikel 2:1 Kernbepaling Een collegelid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 2:2 Omgang met geschenken, faciliteiten en diensten Een collegelid neemt van derden geen geschenken aan en accepteert geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie als collegelid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50. Artikel 2:3 Uitnodigingen 1. Een collegelid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen, waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie als collegelid worden aangeboden en die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als dat behoort tot de uitoefening van het collegewerk en/of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2.

Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met de functie van bestuurder en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, meldt het collegelid bij de secretaris binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook gemeld gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen. Melding kan ook achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.

Toelichting Omkoping leidt tot gecorrumpeerde collegeleden en is strafbaar. Geschenken kunnen een sluiproute naar corruptie zijn. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. Uitgangspunt bij de regels omtrent geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen is dat het om kleine attenties mag gaan, of dat een functioneel doel wordt gediend.

5

HOOFDSTUK 3

REGELS RONDOM HET GEBRUIK VAN GEMEENTELIJKE FACILITEITEN EN FINANCIËLE MIDDELEN

Artikel 3:1 Kernbepaling Een collegelid gaat op prudente wijze om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor zover deze hem ter beschikking staan en gebruikt deze alleen waarvoor ze bedoeld zijn. Artikel 3:2 Gebruik interne voorzieningen Een collegelid houdt zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderruimte, de leeskamer, en dergelijke. Artikel 3:3 Onkostenvergoedingen en declaraties Een collegelid houdt zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.

Toelichting Collegeleden kunnen bij hun bestuurswerk gebruikmaken van een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Collegeleden in Deurne beschikken over een werkkamer, laptop, tablet en dergelijke die primair voor hun bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan tenzij het betreft de bruikleen van voorzieningen zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke verordeningen, die mede voor privédoeleinden mogen worden gebruikt.

6

HOOFDSTUK 4

REGELS RONDOM DE OMGANG MET INFORMATIE

Wettelijk kader Artikel 23, 24, 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (beslotenheid en geheimhouding) Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht) Artikel 4:1 Kernbepaling Een collegelid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de gemeenteraad beschikt. Artikel 4:2 Transparantie Een collegelid is open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Een collegelid handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid van bestuur. Artikel 4:3 Geheimhoudingsplicht 1. Een collegelid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of nietopenbare karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht. 2. Geheime en vertrouwelijke informatie wordt door het collegelid veilig beheerd en bewaard. Artikel 4:4 Gebruik informatie te eigen bate of ander gebruik Een collegelid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. Artikel 4:5 Gebruik (sociale) media In uitlatingen op (sociale) media houdt een collegelid de eer en het aanzien van het openbaar bestuur hoog. Een collegelid geeft niet opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken over gebeurtenissen in en rond de gemeente.

Toelichting Het handelen van de overheid en de regels die zij maakt hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de inwoner er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De inwoner heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor de ambtelijke organisatie, het college van B&W en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van inwoners, tot het onterecht toebrengen van schade aan inwoners en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient terughoudend om te gaan met het geheim verklaren van stukken en deze steeds zorgvuldig beredeneren. En de raad moet hierop toezien. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’.

Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop collegeleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar burgers niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een besloten vergadering is besproken. Collegeleden zorgen ervoor dat zij dergelijke

7

informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn. De raad heeft het recht op informatie. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is. Daar moeten politieke ambtsdragers samen uitkomen.

8

HOOFDSTUK 5

REGELS RONDOM DE OMGANG IN HET ALGEMEEN EN DE GANG VAN ZAKEN TIJDENS VERGADERINGEN

Wettelijk kader Artikel 41a, 65 Gemeentewet (eed of belofte) Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde) Artikel 5:1 Kernbepaling Collegeleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze met elkaar, andere politieke ambtsdragers, ambtenaren en inwoners om. Een collegelid onthoudt zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van het openbaar bestuur. Artikel 5:2 Bejegening Collegeleden bejegenen elkaar, de raads- en burgercommissieleden, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (social) media. Artikel 5:3 Houden aan regels en aanwijzingen Collegeleden houden zich tijdens de vergaderingen van het college en van de raad aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. Toelichting Elk collega-bestuurder, elk raadslid en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Een correcte bejegening tussen politiek ambtsdragers en ambtenaren is van belang. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen de democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente.

Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.

9

HOOFDSTUK 6

OVERIGE ASPECTEN

Artikel 6:1 Eenduidige interpretatie Gemeenteraad en college bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien zij daarin. Artikel 6:2 Toezicht op naleving De raad ziet erop toe dat burgemeester en wethouders de gedragscode van het college naleven. Artikel 6:3 Handelingsperspectieven bij twijfels 1. Als een collegelid twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een normovertreding kan opleveren, wint hij hierover vooraf advies in bij de burgemeester en/of het college. 2. Als een collegelid twijfelt of een handeling die een ander collegelid wil verrichten of nalaten een normovertreding kan opleveren, bespreekt hij dit in eerste instantie zoveel mogelijk met het betreffende collegelid zelf. Artikel 6:4 Vastelling verordening processtappen integriteitschending De raad stelt met het oog op mogelijke integriteitsschendingen een verordening vast waarin rollen, verantwoordelijkheden en processtappen staan beschreven.

Toelichting Op gezette tijden wordt de tekst van de gedragscodes van Deurne – voor raads- en burgercommissieleden, respectievelijk voor collegeleden – tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar zeker ook van het college en bovendien een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van college en raad en de secretaris.

10

HOOFDSTUK 7

SLOTBEPALINGEN

Artikel 7:1 Intrekking De ‘Gedragscode voor de burgemeester van de gemeente Deurne 2017’ en de ‘Gedragscode voor wethouders van de gemeente Deurne 2017’ Deurne (zoals vastgesteld op 7 februari 2017) worden ingetrokken. Artikel 7:2 Inwerkingtreding Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking. Artikel 7:3 Evaluatie Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad of het presidium de gedragscode voor de raadsleden op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd. Artikel 7:4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Gedragscode integriteit voor burgemeester en wethouders gemeente Deurne 2021’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 november 2021. De griffier,

De voorzitter,

(R.J.C.M. Rutten)

(G.T. Buter)

11

Nr. 62c

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT VOOR RAADS- EN BURGERCOMMISSIELEDEN GEMEENTE DEURNE 2021 DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE gezien het voorstel van het presidium van 27 oktober 2021, nr. 62; gelet op artikel 15, derde lid van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Bestuur en Samenleving van 11 november 2021;

BESLUIT

1. 2.

De ‘gedragscode voor raads- en burgercommissieleden van de gemeente Deurne 2017’ in te trekken; de ‘Gedragscode integriteit voor raads- en burgercommissieleden gemeente Deurne 2021’ vast te stellen;

1

INLEIDING Voor het goed functioneren van de overheid zijn gezaghebbende politieke ambtsdragers noodzakelijk. Dat geldt ook voor alle politieke ambtsdragers binnen de gemeente Deurne, zoals raadsleden, wethouders en de burgemeester. Correct en adequaat handelen van het individu draagt bij aan het vertrouwen in en de kwaliteit van het lokaal bestuur. De integriteit van politieke ambtsdragers kan onder druk komen te staan, als gevolg van hun eigen handelen of door externe factoren. Het is daarom van belang om gedragscodes vast te stellen die in de praktijk houvast bieden. Een gedragscode dient dan ook om duidelijkheid geven over wat er gevraagd wordt van politieke ambtsdragers en beoogt in eerste instantie te beschermen tegen onnodige misstappen. Doel gedragscode Deze gedragscode heeft als doel de politieke ambtsdrager weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden, wethouders en de burgemeester beschermd zijn tegen onbedoelde misstappen. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen.

Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: • ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; • stelt de norm; • maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. Hoe te handelen in geval van een vermoeden van een schending van de afspraken uit deze gedragscode is apart vastgelegd in de Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers gemeente Deurne. De voorliggende gedragscode is bestemd voor de raadsleden en de burgercommissieleden. Tenzij expliciet anders aangegeven gelden de bepalingen ook voor burgercommissieleden. Deze gedragscode Op drie plekken is de code strenger dan de wet: • deze code draagt raadsleden op hun financiële belangen bekend te maken; • deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken; • deze code onderstreept het belang van correcte onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur.

2

HOOFDSTUK 1

REGELS RONDOM HET VOORKOMEN VAN BELANGENVERSTRENGELING

Wettelijk kader Artikel 12 Gemeentewet (functies naast het raadlidmaatschap) Artikel 13 Gemeentewet (onverenigbare functies) Artikel 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten) Artikel 28 Gemeentewet (deelname aan beraadslaging en stemming) Artikel 1:1 Kernbepaling Een raadslid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of andere organisatie waarmee hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Een raadslid moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan. Artikel 1:2 Onthouden deelname beraadslaging en stemming 1. Een raadslid onthoudt zich alleen van deelname aan de (voorbereiding op de) beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt. 2. Als een raadslid ingevolge het eerste lid niet deelneemt aan de beraadslaging en de stemming, meldt het raadslid dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt en vermeldt hij op welke wijze de besluitvorming hem in het bijzonder aangaat. Het raadslid onthoudt zich ook van beïnvloeding in andere fases van de besluitvorming. 3. Onthouding van deelname aan de beraadslaging en stemming wordt aangetekend in de notulen. Artikel 1:3 Melden van functies naast het raadslidmaatschap 1.

Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als gaande het raadslidmaatschap nieuwe functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de griffier. 2. De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de functie; b. de organisatie voor wie de functie wordt verricht; c. of het al dan niet een functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap; en d. of de functie bezoldigd of onbezoldigd is. 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel 1:4 Melden van financiële belangen 1. Een raadslid doet bij de griffier opgaaf van zijn financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden. 2. De informatie betreft in ieder geval: a. een omschrijving van het belang (aard en omvang); b. de organisatie waarin het financiële belang bestaat. 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is niet openbaar en uitsluitend voor politieke ambtsdragers in te zien.

3

Artikel 1:5 Afspraken bij verboden handelingen en verboden overeenkomsten 1. Een raadslid dat voornemens is een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 15 lid 1 Gemeentewet, informeert daarover de griffier en de burgemeester. 2. In het geval dat wordt besloten ontheffing te vragen als bedoeld in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, ondersteunt de griffier bij het aanvragen van de ontheffing. 3. Artikel 15 lid 1 en lid 2 Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de burgercommissieleden, met dien verstande dat de ontheffing als bedoeld in lid 2 van artikel 15 wordt gevraagd van de burgemeester. Toelichting De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen of gecombineerde verantwoordelijkheden van gemeenteraadsleden de besluitvorming niet oneigenlijk beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Vroeg of laat kan in de raad besluitvorming aan de orde zijn die raakt aan eigen belangen van een raadslid of aan de belangen van een organisatie die door een raadslid wordt vertegenwoordigd. Daarbij geldt in het algemeen dat hoe meer generiek de besluitvorming van aard is, des te minder snel belangenverstrengeling optreedt.

Openheid en transparantie over de wijze waarop een raadslid betrokken is bij besluitvorming en in de fase daarvoor kunnen voorkomen dat de schijn van belangenverstrengeling ontstaat. Hier ligt een opdracht voor raadsleden, om ook bij te dragen aan het vertrouwen van inwoners dat de gemeente zuiver tot besluiten komt. De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap. Op die manier wordt het voor andere raadsleden, de burgemeester en de griffier mogelijk een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. In deze gedragscode is vanuit de gewenste openheid ook verordonneerd dat raadsleden tevens al hun substantiële financiële belangen melden bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente. Tot slot heeft de wetgever een aantal handelingen en overeenkomsten voor raadsleden expliciet verboden. Het gaat dan om aangelegenheden waarbij de zuiverheid van de verhouding tussen raadslid en gemeente in het geding kan zijn. In sommige gevallen biedt de wet een ontheffingsmogelijkheid. In deze gedragscode zijn bepalingen opgenomen om te bewerkstelligen dat de griffier en de burgemeester tijdig in kennis worden gesteld en kunnen adviseren over de wenselijkheid.

Voor burgercommissieleden geldt de burgemeester als het gremium waar ontheffing kan worden gevraagd.

4

HOOFDSTUK 2 REGELS RONDOM OMKOPING EN DE OMGANG MET GESCHENKEN EN UITNODIGINGEN Wettelijk kader Artikel 14 Gemeentewet (eed of belofte) Artikel 2:1 Kernbepaling Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 2:2 Omgang met geschenken, faciliteiten en diensten Een raadslid neemt van derden geen geschenken aan en accepteert geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie als raadslid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50. Artikel 2:3 Uitnodigingen 1. Een raadslid accepteert lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen, waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie als raadslid worden aangeboden en die door anderen betaald of georganiseerd worden, alleen als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en/of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2.

Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met het raadswerk en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, meldt het raadslid bij de griffier binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook gemeld gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen. Melding kan ook achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.

Toelichting Omkoping leidt tot gecorrumpeerde raadsleden en is strafbaar. Geschenken kunnen een sluiproute naar corruptie zijn. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. Uitgangspunt bij de regels omtrent geschenken, faciliteiten, diensten en uitnodigingen is dat het om kleine attenties mag gaan, of dat een functioneel doel wordt gediend.

5

HOOFDSTUK 3

REGELS RONDOM HET GEBRUIK VAN GEMEENTELIJKE FACILITEITEN EN FINANCIËLE MIDDELEN

Artikel 3:1 Kernbepaling Een raadslid gaat op prudente wijze om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor zover deze hem ter beschikking staan en gebruikt deze alleen waarvoor ze bedoeld zijn. Artikel 3:2 Gebruik interne voorzieningen Een raadslid houdt zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderruimte, de leeskamer, en dergelijke. Artikel 3:3 Onkostenvergoedingen en declaraties Een raadslid houdt zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.

Toelichting Raadsfracties in Deurne kunnen de commissie- en raadsvergaderingen voorbereiden in de vergaderruimtes van het gemeentehuis. Deze ruimtes kunnen via de griffie worden gereserveerd. Raadsleden beschikken niet over financiële middelen van de gemeente (fractievergoeding) of over (een tegemoetkoming voor) ICT-faciliteiten. Het is niet toegestaan door de gemeente beschikbaar gestelde faciliteiten te gebruiken voor privéof partijdoeleinden.

6

HOOFDSTUK 4

REGELS RONDOM DE OMGANG MET INFORMATIE

Wettelijk kader Artikel 23, 24, 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (beslotenheid en geheimhouding) Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht) Artikel 4:1 Kernbepaling Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de gemeenteraad beschikt. Artikel 4:2 Geheimhoudingsplicht 1. Een raadslid dat de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of nietopenbare karakter kent of redelijkerwijs kan vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht. 2. Geheime en vertrouwelijke informatie wordt door het raadslid veilig beheerd en bewaard. Artikel 4:3 Gebruik informatie te eigen bate of ander gebruik Een raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. Artikel 4:4 Gebruik (sociale) media In uitlatingen op (sociale) media houdt een raadslid de eer en het aanzien van het openbaar bestuur hoog. Een raadslid geeft niet opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken over gebeurtenissen in en rond de gemeente. Toelichting Het handelen van de overheid en de regels die zij maakt hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de inwoner er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden.

De inwoner heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar opgeteld schept een verplichting voor de ambtelijke organisatie, het college van B&W en de raad om de inwoner nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van inwoners, tot het onterecht toebrengen van schade aan inwoners en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college dient terughoudend om te gaan met het geheim verklaren van stukken en deze steeds zorgvuldig beredeneren. En de raad moet hierop toezien. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’. Een ander aandachtspunt betreft de wijze waarop raadsleden omgaan met niet geheim verklaarde informatie waarover zij wel, maar burgers niet beschikken omdat deze informatie (nog) niet publiek is. Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een besloten vergadering is besproken.

Raadsleden zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn. Richting (sociale) media wordt een beroep op raadsleden gedaan om zich te realiseren dat zij onderdeel zijn van het openbaar bestuur en aldus de verantwoordelijkheid dragen om de eer en het aanzien daarvan, hoog te houden. 7

De raad heeft het recht op informatie. Het college verstrekt de raad alle inlichtingen die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is. Daar moeten politieke ambtsdragers samen uitkomen.

8

HOOFDSTUK 5

REGELS RONDOM DE OMGANG IN HET ALGEMEEN EN DE GANG VAN ZAKEN TIJDENS VERGADERINGEN

Wettelijk kader Artikel 14 Gemeentewet (eed of belofte) Artikel 16 Gemeentewet (reglement van orde) Artikel 5:1 Kernbepaling Raadsleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze met elkaar, andere politieke ambtsdragers, ambtenaren en inwoners om. Een raadslid onthoudt zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van het openbaar bestuur. Artikel 5:2 Bejegening Raadsleden bejegenen elkaar, de collegeleden, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (social) media. Artikel 5:3 Houden aan regels en aanwijzingen Raadsleden houden zich tijdens de commissie- en raadsvergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. Toelichting Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Een correcte bejegening tussen politiek ambtsdragers en ambtenaren is van belang. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen de democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen.

Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.

9

HOOFDSTUK 6

OVERIGE ASPECTEN

Artikel 6:1 Eenduidige interpretatie De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet hij daarin. Artikel 6:2 Toezicht op naleving De raad ziet erop toe dat de raadsleden de gedragscode van de raad naleven. Artikel 6:3 Handelingsperspectieven bij twijfels 1. Als een raadslid twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een normovertreding kan opleveren, wint hij hierover vooraf advies in bij achtereenvolgens zijn fractie, de griffier en de burgemeester. 2. Als een raadslid twijfelt of een handeling die een ander raadslid wil verrichten of nalaten een normovertreding kan opleveren, bespreekt hij dit in eerste instantie zoveel mogelijk met het betreffende raadslid zelf. Artikel 6:4 Vastelling verordening processtappen integriteitschending De raad stelt met het oog op mogelijke integriteitsschendingen een verordening vast waarin rollen, verantwoordelijkheden en processtappen staan beschreven.

Toelichting Op gezette tijden wordt de tekst van de gedragscodes van Deurne – voor raads- en burgercommissieleden respectievelijk burgemeester en wethouders– tegen het licht te houden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Op die manier blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van college en raad, de fractievoorzitters, de raadsgriffier en de partij c.q. de afdelingsbesturen.

10

HOOFDSTUK 7

SLOTBEPALINGEN

Artikel 7:1 Intrekking De Gedragscode voor raads- en burgercommissieleden van de gemeente Deurne (zoals vastgesteld op 7 februari 2017) wordt ingetrokken. Artikel 7:2 Inwerkingtreding Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking. Artikel 7:3 Evaluatie Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad of het presidium de gedragscode voor de raadsleden op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd. Artikel 7:4 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Gedragscode burgercommissieleden gemeente Deurne 2021’.

integriteit

voor

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 23 november 2021. De griffier,

De voorzitter,

(R.J.C.M. Rutten)

(G.T. Buter)

11

raads-

en

Nr. 62d

Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers gemeente Deurne DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE gezien het voorstel van het presidium van 27 oktober 2021, nr. 62; gezien het advies van de commissie Bestuur en Samenleving van 11 november 2021;

BESLUIT 1. 2.

Het ‘Protocol voor mogelijke integriteitsschendingen door leden van raad of college’ in te trekken; de ‘Verordening processtappen integriteitsmeldingen politieke ambtsdragers gemeente Deurne’ vast te stellen;

Algemene bepalingen Begrippen en kader Artikel 1 1. Onder politiek ambtsdragers wordt verstaan: de burgemeester, de leden van het college, de raadsleden en commissieleden, niet zijnde raadslid. 2. Onder integriteitscoördinator wordt verstaan: de hiervoor aangewezen functionaris die binnen de gemeente Deurne ambtelijke ondersteuning biedt rondom het thema integriteit. 3. In gevallen waarin dit stappenplan niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt op initiatief van de burgemeester bespreking plaats in het presidium. 4. Deze verordening is openbaar en door derden te raadplegen. 5. De burgemeester, de leden van het college, de raadsleden en de commissieleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van dit stappenplan. 6. Bij het gebruik van deze verordening wordt het normatieve kader gevormd door de weten regelgeving en de “Gedragscode integriteit voor raads- en burgercommissieleden gemeente Deurne” respectievelijk de “Gedragscode integriteit voor burgemeester en wethouders gemeente Deurne”. Leidende beginselen Artikel 2 1. Drie beginselen liggen ten grondslag aan de omgang met twijfels of vermoedens van vermeend niet-integer handelen: a.

Onpartijdige handhaving: handhaving van integriteitsnormen geschiedt op een objectieve, navolgbare wijze, om recht te doen aan personen en om bij te dragen aan de legitimiteit en het gezag van de gemeente Deurne als geheel. Vermeden wordt dat de omgang met twijfels of vermoedens van vermeend niet-integer handelen wordt gekleurd door partijpolitieke belangen of andere vormen van vooringenomenheid. b. Zorgvuldigheid tegenover melder en betrokken politiek ambtsdrager: de melder die te goeder trouw een melding doet en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding is gericht, verdienen een zorgvuldige behandeling. Vermeden wordt dat de melder

1

die te goeder trouw meldt benadeling ondervindt en dat de politiek ambtsdrager tegen wie de melding is gericht onnodig beschadigd raakt buiten eigen toedoen. c. Terughoudendheid met publiciteit: vermeend niet-integer handelen kan leiden tot media-aandacht. Vermeden wordt dat onnodige beschadiging optreedt van personen die bij de omgang met twijfels of vermoedens betrokken zijn. Rollen en taken Artikel 3 1. De burgemeester: a. signaleert en bespreekt gedragingen van raadsleden, (burger)commissieleden en collegeleden bij twijfel over voorgenomen of reeds uitgevoerde handelingen. b. is bewaker en begeleider van het proces van onderzoek bij vermoedens van nietinteger handelen. c. laat vooronderzoek (eerste screening) doen om na te gaan of een vermoeden van integriteitsschending feitelijke grondslag lijkt te hebben. d. stelt, indien vooronderzoek hiertoe aanleiding geeft, het presidium in kennis van het vermoeden van integriteitsschending. e. legt de resultaten van het vooronderzoek voor aan het presidium en van eventueel nader onderzoek voor aan de raad, na consultatie van het presidium. f. draagt zorg voor de interne en externe communicatie. g. doet zo nodig aangifte. 2. De griffier en de gemeentesecretaris: a. vervullen de rol van adviseur voor de raad en de raadsleden, respectievelijk voor het college en de collegeleden. b.

zijn vraagbaak en geven advies aan raadsleden respectievelijk collegeleden over de vraag of een handeling een vermoeden van een integriteitsschending oplevert. c. ondersteunen de burgemeester, de raad en individuele raadsleden respectievelijk het college en de wethouders bij de uitvoering van hun rol. d. de griffier is ontvanger van een melding over de burgemeester. 3. Het presidium: a. vormt het klankbord voor de burgemeester, waarmee deze tussentijds kan overleggen over trajecten rond vermeende schendingen. b. vraagt de plaatsvervangend voorzitter of een van de andere leden de rol van de burgemeester over te nemen als de melding de burgemeester zelf betreft. c. geeft op voorstel van de burgemeester, opdracht aan de burgemeester voor het instellen van een onafhankelijk integriteitsonderzoek, tenzij verdeeldheid bestaat, in welk geval de burgemeester beslist. 4. De raad: a. is ontvanger van de onderzoeksrapportage bij feitenonderzoek. b. beoordeelt of en welke maatregelen aan de orde zijn. 5. De fractievoorzitter: a. steunt het raadslid dat twijfelt, dat melding doet (of wil doen) of waarvan vermoed wordt dat hij/zij integriteit schendt/dreigt te schenden met raad en advies. b. waarschuwt raadsleden voor mogelijke integriteitsrisico’s. c. doet zo nodig een voorstel aan de fractie en aan de partij(afdeling) voor een op te leggen maatregel na onderzoek. Communicatie Artikel 4 1.

De burgemeester draagt zorg voor de interne en externe communicatie. De overige in artikel 1 genoemde personen of gremia onthouden zich van openbaar commentaar gedurende de uitvoering van (voor)onderzoek en verwijzen zo nodig naar de burgemeester. 2. Voor de interne en externe communicatie worden de verschillende belangen, voornamelijk het belang van het onderzoek, het belang van het beschermen van de

2

persoonlijke levenssfeer van de in het onderzoek betrokken personen en het belang van transparant bestuur, nauwkeurig afgewogen. Aangifte bij vermoedens van een misdrijf Artikel 5 1. Als er in enige fase van de behandeling van de melding een vermoeden is van een misdrijf kan de burgemeester, na overleg met het presidium, aangifte doen bij de politie. Overleg met het presidium hoeft niet plaats te vinden als de raad na behandeling van een onderzoeksrapport besluit dat aangifte wordt gedaan. 2. Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.

3

Processtappen rondom meldingen Het indienen van een melding Artikel 6 1. Iedereen kan bij vermoeden van integriteitsschending door een politiek ambtsdrager een schriftelijke melding doen bij de burgemeester. 2. De melding dient aan de volgende vereisten te voldoen: a. de melding bevat een dagtekening; b. de melding bevat een onderbouwde omschrijving van de vermoedelijke integriteitsschending; c. de melding vermeldt de naam en contactgegevens van de melder en de naam van de politieke ambtsdrager tegen wie de melding zich richt. 3. Vanaf het moment dat de melding is gedaan tot en met het doorlopen van de benodigde stappen uit deze verordening, wordt ambtelijke ondersteuning geboden door de integriteitscoördinator aan de burgemeester. 4. De identiteit van de melder wordt niet bekend gemaakt bij degene die de melding betreft of anderen anders dan de personen die de eerste screening uitvoeren, zonder daaraan vooraf schriftelijk akkoord te hebben gevraagd aan en verkregen van de melder. 5. Melder ontvangt binnen vijf werkdagen na zijn melding een formele, schriftelijke ontvangstbevestiging waarin de melder ook wordt gevraagd niet de publiciteit te zoeken m.b.t. de melding om de persoonlijk levenssfeer van de betrokken politiek ambtsdrager te beschermen in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. 6.

Meldingen over de burgemeester worden via de griffier schriftelijk gedaan bij het presidium. Het presidium vraagt de plaatsvervangend voorzitter of een van de andere leden de rol van de burgemeester over te nemen als de melding de burgemeester zelf betreft. 7. De burgemeester kan ook door eigen waarneming of door berichtgeving van buitenaf kennis nemen van een vermeende integriteitsschending. In die gevallen kan de burgemeester op eigen initiatief een melding opstellen, gebaseerd op zijn waarneming of op de berichtgeving van buitenaf. In de melding beschrijft de burgemeester wat de aanleiding is om een eerste screening uit te voeren. Ontvankelijkheidstoets Artikel 7 1. De burgemeester beoordeelt of de melding voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 5 lid 2 en beoordeelt daarnaast of de melding a) voldoende concreet is, b) binnen vier jaar na de vermeende feiten is ingediend en c) of de vermeende integriteitsschending een voldoende ernstig karakter heeft. Is dit het geval, dan besluit de burgemeester een vooronderzoek (eerste screening) in te stellen. 2. Wordt niet voldaan aan de eisen in het vorige lid, dan besluit de burgemeester de behandeling van de melding niet verder voort te zetten. Van deze beslissing worden de melder en de politiek ambtsdrager over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld.

4

Uitvoering van een eerste screening Doel en uitvoering Artikel 8 1. Indien een melding ontvankelijk is als bedoeld in artikel 6 doet de burgemeester zo spoedig mogelijk een eerste screening. Het vooronderzoek (screening) is bedoeld als een eerste beoordeling van de vraag of het geuite vermoeden van integriteitsschending feitelijke grondslag lijkt te hebben. 2. Alvorens de bij de melding betrokken personen te informeren, gaat de burgemeester na of (digitale) gegevens dienen te worden veiliggesteld. 3. Tijdens de eerste screening worden de melder en de politiek ambtsdrager tegen wie de melding gericht is, gehoord. Bij de uitnodiging aan de politiek ambtsdrager verstrekt de burgemeester in ieder geval een korte omschrijving van de aard van de melding. De integrale melding wordt niet vooraf verstrekt. Van de gesprekken in de eerste screening wordt vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en navolgbaarheid een verslag gemaakt. Dit verslag wordt voor een akkoord voorgelegd aan de gesproken personen. De gespreksverslagen worden opgenomen in het onderzoeksdossier. Uitkomst van de eerste screening Artikel 9 1. Als de burgemeester na de eerste screening concludeert dat geen feitenonderzoek nodig is, stelt de burgemeester een screeningsverslag op.

Feitenonderzoek blijft achterwege als uit de eerste screening blijkt dat het geuite vermoeden van een integriteitsschending onvoldoende feitelijke grondslag lijkt te hebben of als met de eerste screening alle relevante feiten al in beeld zijn gebracht. 2. Als de burgemeester na de eerste screening concludeert dat een feitenonderzoek nodig is, stelt de burgemeester een screeningsverslag op, dat de burgemeester gezamenlijk met een concept onderzoeksopdracht voorlegt aan het presidium. 3. In de eerstvolgende vergadering van het presidium worden het screeningsverslag en de concept onderzoeksopdracht voorgelegd en besproken. De melder, met uitzondering van de situatie waarin de burgemeester zelf melder is, en de betrokken politiek ambtsdrager maken geen deel uit van deze vergadering en worden zo nodig vervangen. 4. Het presidium treedt op als klankbord voor de burgemeester ten aanzien van de opportuniteit van nader onderzoek en de onderzoeksopdracht. Het presidium beslist over de concept onderzoeksopdracht en in het geval dat alle relevante feiten met de eerste screening al in beeld zijn gebracht, over het informeren van de raad . Indien de burgemeester verdeeldheid constateert, beslist de burgemeester. 5. De betrokken politiek ambtsdrager wordt over het doen van de eerste screening en van de uitkomst daarvan zo spoedig mogelijk geïnformeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Deurne&id=50c66406-d811-4f91-8907-5d215f10fd58