CConstaterende datDeurne
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Toelichting bij bestemmingsplan

Vergadering gemeenteraad 1 juli 2025, gemeente DeurneBij agendapunt: Bestemmingsplan Kanaalstraat 8, Liessel18.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan Kanaalstraat 8 te Liessel

Kadastrale gegevens

Opgesteld door Referentie

Gemeente Sectie Nummer

: : : : :

Deurne U 6 Arvalis B.V. 190209-003

Inhoudsopgave 1.

2.

Beschrijving bestaande situatie ......................................................................... 6 1.1.

Aanleiding en doel ..................................................................................... 6

1.2.

Ligging en begrenzing ................................................................................ 6

1.3.

Vigerend bestemmingsplan ......................................................................... 7

1.4.

Leeswijzer ................................................................................................ 8

Planbeschrijving .............................................................................................. 9 2.1.

Huidige situatie ......................................................................................... 9

2.2.

Beoogde situatie ....................................................................................... 9

2.2.1. 2.3. 3.

Mogelijkheden vigerend bestemmingsplan ...................................................15

Beleidskader ..................................................................................................17 3.1.

Inleiding..................................................................................................17

3.2.

Rijksbeleid ...............................................................................................17

3.2.1.

Nationale omgevingsvisie ....................................................................17

3.2.2.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .........................................17

3.2.1.

Ladder duurzame verstedelijking ..........................................................18

3.2.2.

Besluit m.e.r. .....................................................................................19

3.3.

Provinciaal beleid .....................................................................................19

3.3.1.

Brabantse Omgevingsvisie ...................................................................19

3.3.2.

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant .......................................20

3.3.2.1.

Inleiding ........................................................................................20

3.3.2.2.

Beleidskader ...................................................................................20

3.4.

4.

Planbeschrijving .................................................................................. 9

Gemeentelijk beleid ..................................................................................25

3.4.1.

Structuurvisie Deurne 2030 .................................................................25

3.4.2.

Ruimte voor Dynamiek .......................................................................26

3.4.3.

Gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap .....................27

3.4.4.

Visie Vrijetijdseconomie Deurne 2030 ...................................................28

Omgevingsaspecten ........................................................................................29 4.1.

Bodem ....................................................................................................29

4.2.

Bedrijven en milieuzonering .......................................................................30

4.3.

Geur .......................................................................................................32

4.4.

Luchtkwaliteit ..........................................................................................35

4.5.

Gezondheid .............................................................................................37

4.6.

Geluid .....................................................................................................38

4.7.

Externe veiligheid .....................................................................................39

4.8.

Cultuurhistorie en archeologie ....................................................................40

4.8.1.

Cultuurhistorie ...................................................................................40

4.8.2.

Archeologie .......................................................................................41

4.9.

Flora en Fauna .........................................................................................42

4.9.1.

Gebiedsbescherming ...........................................................................42

4.9.2.

Soortenbescherming ...........................................................................43

4.10.

Landschappelijke inpassing .....................................................................45

4.11.

Waterparagraaf .....................................................................................46

4.11.1.

Waterrelevant beleid .......................................................................46

4.11.2.

Waterbeheerplan.............................................................................47

4.11.3.

Inleiding watertoets.........................................................................47

4.11.4.

Waterparagraaf ...............................................................................51

4.12.

5.

Mobiliteit en parkeren ............................................................................52

4.12.1.

Ontsluiting plangebied .....................................................................52

4.12.2.

Verkeersgeneratie ...........................................................................52

4.12.3.

Parkeerbehoefte ..............................................................................52

Uitvoerbaarheid en procedure ..........................................................................54 5.1.

Economische haalbaarheid.........................................................................54

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...............................................................54

5.2.1.

6.

Omgevingsdialoog ..............................................................................54

5.3.

Procedure ................................................................................................54

5.4.

Vooroverleg en inzage ..............................................................................54

Juridische planopzet .......................................................................................57 6.1.

Inleiding..................................................................................................57

6.2.

Toelichting op de verbeelding ....................................................................57

6.3.

Toelichting op de regels ............................................................................57

Bijlagen ...............................................................................................................58

Bijlage(n) Bijlage 1 Situatietekening Bijlage 2 Bodemonderzoeken Bijlage 3 Geurberekeningen Bijlage 4 Akoestisch onderzoek Bijlage 5 RBMII berekening Bijlage 6 Archeologisch onderzoek Bijlage 7 Onderbouwing stikstof Bijlage 7.1 Aeriusberekening realisatiefase Bijlage 7.2 Aeriusberekening gebruikersfase Bijlage 8 QuickScan flora fauna Bijlage 9 Landschappelijke inpassingsplan Bijlage 10 Omgevingsdialoog Bijlage 11 Onderbouwing airsoft impact kogels Bijlage 12 Aanvullend dassenonderzoek

1. Beschrijving bestaande situatie 1.1.

Aanleiding en doel

Op 2 juni 2023 is een tijdelijke vergunning verleend voor het tijdelijk toestaan van het recreatieve gebruik van het plangebied. Het voornemen bestaat om het tijdelijke toegestane recreatieve gebruik van het agrarische perceel met de aanwezige bedrijfsgebouwen aan Kanaalstraat 8 te Liessel (hierna: plangebied) permanent toe te staan. Hiertoe dient de bestemming gewijzigd te worden ten behoeve van de recreatieve activiteiten en de bebouwing binnen het plangebied. Binnen de bestemmingsherziening wordt het aanbod aan activiteiten daarnaast gewijzigd ten opzichte van de tijdelijke vergunning. Zo zijn de initiatiefnemers voornemens binnen het plangebied een airsoft-terrein te realiseren. Met deze activiteit wordt het gehele plangebied economisch meer rendabel. Daarnaast zullen naast de airsoft-activiteiten de reeds bestaande activiteiten en enkele nieuwe activiteiten blijvend plaatsvinden. Voor een nadere planbeschrijving wordt verwezen naar hoofdstuk 2.

1.2.

Ligging en begrenzing

Het plangebied aan Kanaalstraat 8 te Liessel is gelegen in het buitengebied van gemeente Deurne. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Deurne, sectie U, nummer 6. In afbeelding 1 geeft de topografische ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 1 Topografische kaart

Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Kanaalstraat, aan de overzijde van deze weg is een intensieve veehouderij gelegen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een bosperceel en Heitrak. Aan de Zuid- en westzijde zijn bossen gelegen en ten westen ligt een woning. Daarnaast is ten zuiden van het plangebied Rijksweg A67 gelegen.

6

1.3.

Vigerend bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het vigerende bestemmingsplan en de relatie hiervan met het te nemen besluit. Het actuele gemeentelijke beleid is opgenomen in paragraaf 3.4. De gemeenteraad van gemeente Deurne heeft op 5 juli 2022 het ‘Herstelbestemmingsplan Buitengebied Deurne 2021’ vastgesteld. Het plangebied betreft een agrarische locatie met de volgende bestemmingen, zie afbeelding 2: • Enkelbestemming: Agrarisch; • Dubbelbestemming: Waarde- Archeologie 3; • Dubbelbestemming: Waarde- Attentiegebied NNB; • Bouwvlak; • Functieaanduiding: Specifieke vorm van agrarisch – overige veehouderij; • Gebiedsaanduiding: wetgevingzone- omgevingsvegunning bosovergangsgebied.

Afbeelding 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan

7

1.4.

Leeswijzer

Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de benodigde motivering van het planvoornemen, in de vorm van een toelichting. Aan bod komen de volgende aspecten: • plan- en gebiedsbeschrijving, hoofdstuk 2; • het actuele beleid met betrekking tot de milieuwetgeving en ruimtelijke ordening met toetsing aan het ruimtelijke beleid, hoofdstuk 3; • Toetsing aan milieuwetgeving met betrekking tot bestaande of potentiële belemmeringen in de omgeving van het plangebied (milieuaspecten, ruimtelijke aspecten, flora en fauna, landschappelijke inpassing en waterparagraaf), hoofdstuk 4; • Uitvoerbaarheid en procedure, met een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken (voor zover relevant), hoofdstuk 5; • Juridische planopzet, hoofdstuk 6; • De bij het plan behorende bijlagen.

8

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk is de beschrijving van het plangebied weergegeven. Zowel voor de huidige als de beoogde situatie. Vervolgens zijn de mogelijkheden in het bestemmingsplan beschreven voor de beoogde ontwikkeling.

2.1.

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan Kanaalstraat 8 te Liessel. Op 2 juni 2023 is een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het tijdelijk toestaan van het gebruiken van een agrarisch perceel voor recreatieve activiteiten. Binnen het plangebied zijn twee bedrijfsgebouwen aanwezig en is het terrein ingericht als spelterrein voor dagrecreatieve activiteiten.

Afbeelding 3 Huidige situatie

2.2.

Beoogde situatie

2.2.1. Planbeschrijving Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende bestemming voor het plangebied en de doorontwikkeling van de onderneming. Hierbij wordt voorzien in toevoeging van enige bedrijfsbebouwing in combinatie met een ruimtelijke kwaliteitsverbetering, waarbij de agrarische activiteiten definitief worden beëindigd. De activiteiten binnen het plangebied worden op dit moment door middel van een tijdelijke omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. Door de ontwikkeling van de onderneming en het groeiende aantal bezoekers is het wenselijk om het plangebied verder door te ontwikkelen. Bij deze ontwikkeling staat het aanbod op het totaalarrangement centraal en zal er gestart worden met airsoft. Dit om de bezoekers in 9

hun wensen te voldoen en op een passende wijze te ontvangen en blijven te bedienen. Door de gemeente is geconstateerd dat er op dit moment op luchtfoto’s lijkt dat de airsoftactiviteiten op een andere plaats gaan gebeuren binnen het plangebied, echter betreft dit slechts een tijdelijke stalling van de verplaatsbare attributen. De airsoft activiteiten zullen plaatsvinden zoals weergegeven in deze onderbouwing. De vigerende planologische situatie en vergunningen bieden hiervoor echter niet voldoende ruimte. Om de gewenste ontwikkeling te kunnen realiseren dient Playground X als hoofdactiviteit te worden gevestigd op het plangebied. De onderneming richt zich met name op kinderfeestjes, bedrijfsuitjes en familie-/vriendendagen. De recreatieve activiteiten zullen voornamelijk seizoensgebonden zijn. Zo zullen in de lente- en zomermaanden de meeste bezoekers worden verwacht. Het spelterrein zal voornamelijk tijdens weekenddagen en vakantieperioden zijn geopend, waarbij maximaal 2 groepen van circa 50 personen op de locatie aanwezig zullen zijn. Om een totaalarrangement te bieden wensen de initiatiefnemers ten opzichte van de tijdelijke vergunning de openingstijden te verruimen tot 22.00 uur (de sluitingstijd van de horeca is 21.30 uur, het terrein wordt om 22.00 uur gesloten).

De activiteiten op het spelterrein zullen om 19.00 uur worden gestaakt om eventuele overlast naar de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Na 19.00 uur zullen er nog indoor spelactiviteiten worden aangeboden en zal er nog sprake zijn van ondergeschikte horeca voor de aanwezige groepen na afloop van de door hen afgenomen recreatieactiviteiten, als sluitingstijd hiervan wordt als tijdstip 21.30 uur gewenst. Zo kunnen de toekomstige gasten aansluitend op de geplande outdoor spelactiviteiten genieten van een barbecue of buffet en hebben ze voldoende tijd om later op de middag nog te starten met een activiteit in combinatie met de eetmogelijkheden. Tevens wordt hiermee de mogelijkheid geboden om na een outdoor arrangement nog een indoor spelactiviteit te boeken. De locatie wordt hierdoor interessanter voor breder publiek dan in de huidige (tijdelijk vergunde) situatie het geval is. Immers is het nu niet mogelijk (gezien de beschikbare tijd) om na werktijd nog een programma op locatie aan te bieden. De ondergeschikte horeca zal alleen worden gebruikt als er een totaalarrangement wordt afgenomen. Een arrangement bestaat altijd uit minimaal een spelactiviteit. Om tot een totaalarrangement te komen kan de spelactiviteit uitgebreid worden met een eet/drinkarrangement en/of een vergaderarrangement/teambuilding.

Om dit te realiseren ziet het plan in de volgende ontwikkelingen: • Het ontwikkelen van een kinderspeeltuin voor de kleinsten; • Het ontwikkelen van een spelterrein, met daarin wisselende thema’s met de sluitingstijd van 19.00 uur; • Het ontwikkelen van airsoft-terrein met bijbehorende schuilgelegenheden van natuurlijke materialen met de sluitingstijd van 19.00 uur; • Het ontwikkelen van indooractiviteiten met sluitingstijd van 21.30 uur; • Het ontwikkelen van bijbehorende ondergeschikte horeca met een sluitingstijd van 21.30 uur; • Het uitbreiden van het bestaande opslaggebouw (bedrijfsgebouw 1 weergegeven in afbeelding 4) voor opslag van attributen. In afbeelding 4 is een situatieschets weergegeven van de beoogde situatie. De activiteiten worden vervolgens puntsgewijs toegelicht.

10

Afbeelding 4 Situatieschets beoogde situatie

Kinderspeeltuin Aan de voorzijde van het plangebied is een kinderspeeltuin voorzien voor de allerkleinsten. Het is een locatie met één enkele in- en uitgang vanaf het terras. Dit zorgt voor een situatie waarbij kinderen kunnen spelen en altijd op dezelfde plaats de speeltuin betreden en verlaten. De speeltuin is voor de veiligheid met een hekwerk omgeven. Voor deze kinderen wordt kinderanimatie verzorgt. Zo kunnen de oudere kinderen en volwassen deelnemen aan de andere activiteiten op het terrein terwijl de jongsten in de gaten worden gehouden en worden vermaakt. In de speeltuin zijn de ‘bij een kinderspeeltuin behorende attributen’ aanwezig zoals schommels, een zandbak, speelhuisje, opblaasbaar springkussen en een glijbaan.

11

Afbeelding 5 Impressie kinderspeeltuin

Spelterrein Het buitenterrein (spelterrein) is ingericht ten behoeve van de recreatieve activiteiten die hier plaatsvinden. Deze activiteiten vinden voornamelijk plaats aan de oostzijde van het grootste bedrijfsgebouw, op zo groot mogelijke afstand van omliggende woningen. Naast het grootste bedrijfsgebouw is, middels het aanbrengen van een extra grondlaag, een zandstrand gerealiseerd, waarop een aantal strandspellen gespeeld kan worden. Er zijn kleine vaste onderdelen, zoals een boogschietbaan en een airmountain, maar de meerderheid van de spellen wordt per seizoen bedacht en opgebouwd. De bouwwerken hebben grotendeels een demontabel en/of verplaatsbaar karakter waardoor ingespeeld kan worden op het buitenseizoen van de recreatie. Een uitzondering hierop is de bestaande overkapping van het handboog- en kruisboogschieten. Wanneer het seizoen over is worden de demontabele bouwwerken verwijderd en opgeslagen in de bedrijfsgebouwen op de locatie. Het terrein is flexibel inzetbaar met verplaatsbare functies. Hierbij met gedacht worden aan themaspellen als ‘Olympische Spelen’, voetgolf, ‘marble mania’, zeskamp en daarmee vergelijkbare spellen en thema’s. Per seizoen wordt een nieuw hoofdthema bedacht deze sluiten aan bij de actualiteiten bijvoorbeeld ‘WK-voetbal’ of ‘Olympische Spelen’. De spellen passende bij het thema worden opgebouwd.

Er worden verschillende spellen opgebouwd, dit is verdeeld over het veld. Dit zorgt er enerzijds voor dat er ruimte is voor meerdere verschillende spellen, anderzijds zorgt het ervoor dat deelnemers van de verschillende spellen geen ongemak van elkaar hebben. Het spelterrein is in lijn met de huidige tijdelijke vergunning op locatie. Er kan in het voorliggende plan tot maximaal 19:00 uur op het spelterrein gespeelt worden.

12

Afbeelding 6 Impressie spelterrein (1)

Afbeelding 7 Impressie spelterrein (2)

Airsoft Initiatiefnemer wil in samenwerking met het bedrijf ATCX Experience een airsoft-terrein opstarten. Dit bedrijf heeft reeds een inpandige airsoft-locatie in Helenaveen. Om jaarrond deze activiteit aan te bieden in de omgeving, willen de initiatiefnemer en ATCX Experience een samenwerking opzetten waarbij met goed weer binnen het plangebied 13

gebruik gemaakt kan worden van het airsoft-terrein en met slecht weer kunnen de bezoekers terecht op de locatie in Helenaveen. Uit gesprekken tussen initiatiefnemer en ATCX Experience blijkt dat er veel vraag is naar airsoften in de openlucht. Airsoft zal enkel in de zomerperiode plaatsvinden aan de zuidzijde van het plangebied. Er worden obstakels geplaatst als een uitkijktoren, houten schuttingen en houten huisjes (binnen de kaders die mogelijk zijn voor bouwwerken geen gebouw zijnde). Deze zijn noodzakelijk voor de deelnemers om zich te kunnen beschutten tijdens het spelen van airsoft. Een impressie hiervan is zichtbaar op de navolgende figuur. Echter zal de exacte indeling van het airsoft-terrein per seizoen kunnen verschillen. De huisjes zijn demontabel, zodat per seizoen een nieuw speelveld gecreëerd kan worden. In het laagseizoen worden de attributen opgeslagen in de bedrijfsgebouwen. Airsoft is een recreatieve activiteiten die in de ogen van de initiatiefnemer passend is binnen het begrip dagrecreatie van het vigerend bestemmingsplan. Het schieten zal gebeuren met biologisch afbreekbare kogeltjes welke snel afbreken in het milieu en afbreekbaar en/of composteerbaar zijn. Op het plangebied zal enkel in het gebied zoals aangegeven in afbeelding 4 airsoft worden gespeeld, dit zodat de activiteit een grotere afstand heeft tot de naast gelegen woning.

Airsoft is een spel waarbij het spelgeluid het menselijk geluid niet overstemd en is daarmee qua intensiteit gelijk te stellen aan het spelterrein. De piekgeluiden zijn niet hoog en zijn niet of nauwelijks hoorbaar bij de omliggende woningen. Het geluid van airsoft zal worden meegenomen in het uit te voeren akoestisch onderzoek (zie ook paragraaf 4.6). Er kan in het voorliggende plan tot maximaal 19:00 uur buiten airsoft gespeelt worden.

Afbeelding 8 Impressie airsoft-terrein

14

Indooractiviteiten In bedrijfsgebouw 2 zijn twee recreatieruimtes aanwezig, in deze ruimtes kunnen verschillende spellen worden opgezet en worden gespeeld. Voorbeelden van spellen die opgezet kunnen worden zijn oudhollandse spellen, quizzen en spelshows gebaseerd op tv-programma’s. Bij slecht weer zullen de recreatieruimtes gebruikt worden als slechtweervoorziening. Daarnaast is er een mogelijkheid om de recreatieruimtes om te vormen naar een vergaderzaal. Dit is echter alleen mogelijk bij afname van een totaalarrangement als onderdeel van. Er kan in het voorliggende plan tot maximaal 21:30 uur gebruik worden gemaakt van de indooractiviteiten. Ondergeschikte horeca De ondergeschikte horeca richt zich op de bezoekers van de recreatieactiviteiten en niet op passanten. De horeca vindt inpandig plaats in bedrijfsgebouw 2 (450m 2), buiten op bij de beachterrein (300m2) aan de zuidzijde van het bedrijfsgebouw en op het terras (605m2) aan de voorzijde van het bedrijfsgebouw. Bezoekers kunnen gebruik maken van het horecagedeelte bij afname van een totaalarrangement. De bezoekers kunnen na de recreatieactiviteiten genieten van een hapje en drankje. Hierbij kan gedacht worden aan een borrelarrangement, barbecue of buffet. Er kan in het voorliggende plan tot maximaal 21:30 uur gebruik worden gemaakt van de ondergeschikte horeca.

Opslag attributen/kantoor/kantine Voor de opslag van de spellen en attributen is een meer ruimte nodig. Doordat er ieder seizoen een nieuw thema wordt gekozen voor het spelterrein zijn er veel verschillende spellen en attributen aanwezig. De spellen en attributen die niet worden gebruikt, worden verhuurd of opgeslagen in bedrijfsgebouw 1. Daarnaast worden kleinere attributen die worden gebruikt op het spelterrein iedere avond opgeslagen in het bedrijfsgebouw 1. Na het hoogseizoen zullen de grote spelattributen worden afgebroken en worden opgeslagen in de loods. Voor het behoud van materialen zullen ook delen van het horecagedeelte worden afgebroken en worden opgeslagen in dit bedrijfsgebouw. Daarnaast zal er in bedrijfsgebouw 1 een kantoor en kantine worden gevestigd. Voor de beoogde activiteiten is er onvoldoende ruimte in bedrijfsgebouw 1. In de beoogde situatie wordt bedrijfsgebouw 1 uitgebreid naar 450m2. Door deze uitbreiding kunnen de spellen en attributen worden opgeslagen, het kantoor en de kantine worden gerealiseerd. Totaal zal hiermee de aanwezig oppervlakte aan gebouwen worden uitgebreid tot 900m². Bedrijfswoning Binnen het planvoornemen is geen bedrijfswoning voorzien. Een bedrijfswoning is in de toekomstige situatie niet toegestaan. In de planregels zijn geen mogelijkheden opgenomen om een bedrijfswoning te realiseren.

2.3.

Mogelijkheden vigerend bestemmingsplan

Ter plekke van de bestemming ‘Agrarisch’ zijn de gronden bestemd voor de ontwikkeling van een in hoofdzaak agrarische economie, de uitoefening van het agrarisch bedrijf en/of agrarisch grondgebruik. Het bestemmingsplan voorziet concreet in het herbestemmen van ‘Agrarisch’ naar ‘Recreatie’ voor dagrecreatie met bijbehorende horeca ten behoeve van: • 900 m2 bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak, ten behoeve van: o In het bestaande bedrijfsgebouw 2 (450m2) een multifunctionele ruimte met slechtweer voorziening, toiletten en bijbehorende horeca. o In het bestaande bedrijfsgebouw 1 met verlenging (450m 2) voor opslag van spelattributen, kantoor en kantine; 15

• • •

2.300 m2 als kinderspeeltuin; 21.000 m2 als spelterrein waarvan 7.000m2 als airsoft-terrein; 1.350 m2 als ondergeschikte horeca (bedrijfsgebouw 2 (450m2)), beachterrein (300m2) en terras (600m2)); • Spellen en spelattributen buiten het bouwvlak binnen het spelterrein; • Uitbreiding en herinrichting van de parkeervoorziening; • Ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen. Om medewerking te kunnen verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

16

3. Beleidskader 3.1.

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het ruimtelijke relevante beleid voor het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied op Europees, nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Het vastgelegde beleid vormt het kader voor dit bestemmingsplan en geeft de bandbreedte weer waarbinnen de gemeentelijke gebiedsvisie ontwikkeld kan worden.

3.2.

Rijksbeleid

3.2.1. Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; • Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; • Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.2.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Naast de Structuurvisie kent de Rijksoverheid ook het ‘Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2011’. De eerste tranche van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is vastgesteld op 22 augustus 2011 en op 30 december 2011 in werking getreden.

Dit Barro is ontstaan bij het ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk heeft hierin vastgelegd dat voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gelden, dit is immers een

17

bevoegdheid van het Rijk. Het gaat hierbij om het beschermen van de nationale belangen. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van bestemmingsplannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening. In Noord-Brabant is de EHS vastgelegd in het Natuur Netwerk Brabant. In paragraaf 3.2.3 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt de begrenzing van de Natuur Netwerk Brabant bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro.

3.2.1. Ladder duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient een toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens vaste rechtspraak dat, in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op het door ontwikkelen van een recreatieve functie op een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Daarnaast is het voornemen om het bouwvlak te verkleinen en een de bestemming van functie te veranderen naar recreatie. Het plan heeft betrekking op een bestaand bouwperceel en door de beperking in omvang en gebruiksmogelijkheden. Op basis van jurisprudentie kan worden gesteld dat een functiewijziging zonder dat er sprake is van toename van ruimtebeslag in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt (zie ECLI:NL: RVS: 2016:1075). In 18

deze toelichting zal worden toegelicht dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Gezien het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ behoeft niet te worden doorlopen. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is derhalve niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan. 3.2.2. Besluit m.e.r. De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r. “) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is.

Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. In de Dlijst van het Besluit milieueffectrapportage is de ontwikkeling van recreatie aangemerkt als ‘D9 een landinrichtingsproject dan wel wijziging of uitbreiding daarvan’. Een m.e.rbeoordelingsplicht geldt in de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: • Een oppervlaktevlakte van 125 hectare of meer; Het beoogde initiatief voor het plangebied is aanzienlijk kleiner dan 125 hectare. Daarnaast zijn vanuit milieutechnische en planologische aspecten geen bezwaren gebleken, waaruit geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Wel heeft er een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieutechnische aspecten zijn getoetst en er geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling.

3.3.

Provinciaal beleid

3.3.1. Brabantse Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2050. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaat-proof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt hiervoor een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant.

19

2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moet er minder energie worden gebruikt en meer duurzame energie worden opgewekt. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop men zich verplaatst verandert en dit stelt andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering is er sprake van meer extremen in temperatuur en neerslag. Hier moet mee worden omgegaan. 5. Concurrerende, duurzame economie: Noord-Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. De Brabantse Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vindt een vertaalslag van de hoofdopgaven in concreet bindende regels plaats. De ontwikkeling wordt in navolgende paragraaf getoetst aan deze verordening. 3.3.2. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3.2.1. Inleiding Op 15 april 2022 is de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) vastgesteld. Op termijn treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving.

De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de voormalige Verordening ruimte. 3.3.2.2. Beleidskader De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Interim omgevingsverordening zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die eerder waren opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Ook zijn hier regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen.

20

Afbeelding 9. Uitsnede plangebied IOV

Gemengd landelijk gebied De locatie maakt onderdeel uit van het gemengd landelijk gebied. Dit betreft agrarische gronden, gelegen buiten de groenblauwe structuur. Het gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, water, natuur, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn daarbij de grootste ruimtegebruikers. In het gebied worden verschillende functies in samenhang met elkaar uitgevoerd. Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied In blauw cursief de toetsing aan de verschillende randvoorwaarden. Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; De ontwikkeling van een niet-agrarisch bedrijf binnen het plangebied is passend bij de omgeving. Zo kenmerkt de omgeving zich als een gemengd landelijk gebied waar verschillende functies als wonen, recreatie, natuur en (agrarische) bedrijvigheid naast en met elkaar acteren.

Een dergelijk gebied leent zich, zoals de gemeente aangeeft in de structuurvisie, voor de doorontwikkeling van toeristische en recreatieve activiteiten. 2. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het toekennen van een permanente recreatieve economische drager binnen het plangebied. Hierdoor wordt leegstand van agrarische bebouwing op termijn voorkomen, wat verloedering van het buitengebied tegengaat. De ligging van het plangebied is geschikt voor de beoogde ontwikkeling. Zo is de locatie op circa twee kilometer van de op/afrit van de snelweg A67 gesitueerd, wat bijdraagt aan een goede bereikbaarheid van het plangebied. Parkeren zal daarnaast geschieden op eigen terrein waardoor de omgeving hiervan geen negatief effect kan ondervinden. Tevens wordt de locatie landschappelijk ingepast en herontwikkelt wat een kwaliteitsimpuls geeft aan de omgeving. 21

3. Hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied. De beoogde ontwikkeling versterkt de omgevingskwaliteit door een landschappelijke inpassing van het plangebied. Daarnaast krijgt de bedrijfsbebouwing een passende blijvende bestemming, dit voorkomt eventuele toekomstige verloedering van het buitengebied. Er is geen sprake van overtollige bebouwing in de beoogde situatie waardoor sloop niet aan de orde is. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; De beoogde situatie voorziet geen splitsing van bouwpercelen. In de beoogde situatie blijft één bouwperceel voorzien. c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; De beoogde ontwikkeling versterkt de omgevingskwaliteit door een landschappelijke inpassing van het plangebied. Daarnaast krijgt de bedrijfsbebouwing een passende blijvende bestemming, dit voorkomt eventuele toekomstige verloedering van het buitengebied. Er is geen sprake van overtollige bebouwing in de beoogde situatie waardoor sloop niet aan de orde is. d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. Een kantoor met baliefunctie; 2. Lawaaisport; 3. Mestbewerking. De beoogde situatie voorziet niet in de vestiging van een van bovenstaande functies.

Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; Het planvoornemen bestaat uit een bestemmingsvlak recreatie van 32.030 m 2. Binnen dit bestemmingsvlak is een maximum van 900m2 aan bedrijfsbebouwing en maximaal 5% van de oppervlakte van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – spelterrein’ aan mobiele attributen toegestaan, welke in de planregels worden geborgd. In hoofdstuk 4 worden de omgevingseffecten inclusief de verkeersgeneratie beschreven waaruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling passend is binnen de omgeving. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In artikel 3.1 van de planregels van dit bestemmingsplan is opgenomen welke specifieke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan ter plaatse van het plangebied. c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; De beoogde situatie voorziet geen buitenopslag, de bouwwerken welke worden geplaatst binnen het terrein zijn in gebruik en zijn niet aan te merken als opslag. De opslag van deze materialen wordt, wanneer het niet gebruikt wordt, voorzien in de bedrijfsbebouwing binnen het plangebied. d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.

Indien de initiatiefnemer de beoogde situatie fysiek wil uitbreiden wordt gekeken om te verplaatsen naar een passende locatie mits geen goede ruimtelijke ordening kan worden gewaarborgd op de voorliggende locatie. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; De beoogde situatie voorziet in een recreatieve functie. b. een detailhandel voorziening, een omvang van het verkoopoppervlak van ten hoogste 200m2; De beoogde situatie voorziet geen detailhandel voorziening. 22

c. een voorziening ten dienste van vrijetijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. De beoogde situatie voorziet minder dan 1 ha bebouwing ten behoeve van vrijetijdsvoorzieningen. De IOV wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de IOV aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse Omgevingsvisie en worden mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de IOV in plaats van middelvoorschriften, doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een ‘ja, mits – benadering’. Daarnaast dient het beoogde voornemen te voldoen aan paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierbij dient rekening gehouden te worden met: Artikel 3.5: Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; Artikel 3.6: Zorgvuldig ruimtegebruik; Artikel 3.7: Toepassing van de lagenbenadering; Artikel 3.8: Meerwaardecreatie; Artikel 3.9: Kwaliteitsverbetering landschap. Hieronder wordt nader ingegaan op enkele verschillende aspecten. Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Ten behoeve van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit is in de IOV de ‘zorgplicht’ opgenomen. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit.

Er moet in ieder geval sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagen de lagen benadering en meerwaardecreatie.

Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik is een compacte opzet met een concentratie van bebouwing en gebruik van bestaande bebouwing. Dit betekent dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van bestaande bouwpercelen. Uitbreiding is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het huidige toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de maat en schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving. In de beoogde situatie wordt een bestaand agrarisch bouwvlak (13.125m2) en agrarisch perceel herbestemt naar een bestemmingsvlak ‘Recreatie’ met een bouwvlak van (13.125m2) en de functieaanduidingen: parkeerterrein, specifiek vorm van recreatie – horeca, specifieke vorm van recreatie – speeltuin, specifieke vorm van recreatie – spelterrein en specifieke vorm van recreatie - airsoft. Binnen de functieaanduiding parkeerterrein worden 40 parkeerplaatsen gerealiseerd. In de specifieke vorm van recreatie - horeca heeft een oppervlakte van 1.705m2 waarvan 450m2 bedrijfsbebouwing, 600m2 terras en 300m2 beachterrein. In de specifieke vorm van recreatie – spelterrein met een oppervlakte van 20.472m2 binnen deze aanduiding is de specifieke vorm van recreatie – airsoft met een oppervlakte van 6.666m2.

Binnen de specifieke vorm van recreatie- airsoft wordt enkel gebruikt voor de spelactiviteit airsoft. Binnen de aanduiding specifieke vorm van recreatie – spelterrein is maximum van 5% van de oppervlakte van de aanduiding aan mobiele attributen toegestaan. De ruimte van het spelterrein is noodzakelijk voor voldoende afstand tussen verschillende mobile attributen. Binnen het bouwvlak worden de permanente speeltoestellen ten behoeve van de speeltuin en de bedrijfsbebouwing met een maximum van 900m2 gerealiseerd. In de planregels is in artikel 3.2 Bouwregels geborgd dat de maximale bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 900m 2. De impact 23

op de omgeving is nader beschreven in hoofdstuk 4. Door het inzichtelijk maken van de impact op de omgeving, de afkadering van het gebruik en functies binnen het bouwvlak en functieaanduidingen, is er sprake van zorgvuldig ruimte gebruik. Artikel 3.7 Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op drie verschillende lagen: 1. De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; 2. De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. 3. De bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Daarnaast speelt de factor tijd een belangrijke rol. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on-)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toepassing van de lagenbenadering is verwerkt in hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk komen de verschillende aspecten uit de lagenbenadering aanbod.

Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat daarnaast een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling betrokken zijn. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat. Tevens kan de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Door het herbestemmen van naar een recreatiebedrijf wordt een nieuwe economische drager in het buitengebied toegevoegd, wat verpaupering van bedrijfsgebouwen binnen het plangebied tegengaat. Daarnaast zal het plangebied landschappelijk worden ingepast. Door de combinatie van de bedrijfsontwikkeling en een goede landschappelijke inpassing wordt er meerwaarde gecreëerd. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Naast de zorgplicht is in de IOV tevens het beleidsvoornemen opgenomen met betrekking tot ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’. De vereiste kwaliteitsverbetering koppelt ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied aan een concrete tegenprestatie gericht op een verbetering van de kwaliteit van het landschap. In het bestemmingsplan kan ontwikkelingsruimte worden geboden aan functies, mits dit gepaard gaat met maatregelen die het landschap versterken.

Dit kan onder andere door landschapselementen aan te leggen maar ook door behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en/of sloop van overtollige bebouwing. De regio Zuidoost-Brabant heeft geen nadere regionale afspraken gemaakt. Voor de doorwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de gemeente Deurne derhalve een eigen gemeentelijk beleidskader ontwikkeld, waarin is beschreven, nader uitgewerkt en vastgelegd op welke wijze de gemeente de kwaliteitsverbetering van het buitengebied wenst vorm te geven als tegenprestatie voor het kunnen bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor functies in het buitengebied in het bestemmingsplan. Onderhavig initiatief heeft betrekking op de omschakeling van een agrarische bestemming naar een bestemming recreatie. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Daarnaast worden in hoofdstuk 4 de verschillende ruimtelijke en milieuaspecten toegelicht welke bij de verschillende lagen van de lagenbenadering horen. Middels de toets aan het relevante beleidskader wordt 24

inzicht gegeven in de meerwaardecreatie van onderhavige initiatief. Dit sluit aan bij de randvoorwaarden zoals opgenomen in het provinciaal (en gemeentelijk) beleid. Het planvoornemen past binnen de kaders van de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant.

3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Structuurvisie Deurne 2030 Op 13 maart 2018 is de structuurvisie voor Deurne vastgesteld. De structuurvisie is de integrale langetermijnvisie van de gemeente over de noodzakelijke en gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en kwaliteiten van Deurne. De visie is opgeteld tegen de achtergrond van een aantal brede maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken en opgaven. Dit zijn de transitie van het landelijk gebied, de klimaataanpassing, de energietransitie, het vormgeven van een nieuwe (circulaire) economie en de ontwikkeling van de Metropoolregio Eindhoven als Mainport voor de nationale economie. De structuurvisie geeft inzicht in de bestaande ruimtelijke kwaliteiten van Deurne, en geeft antwoord op de vraag wat de gemeenschappelijke meerwaarde is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daarvoor zijn in deze structuurvisie kaders en uitgangspunten opgenomen. De structuurvisie is een uitnodiging aan inwoners, organisaties en ondernemers om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan de ontwikkeling van Deurne en het vergroten van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In de structuurvisie staat dat het landelijk gebied van Deurne de komende jaren ingrijpend verandert. Door strengere wet- en regelgeving voor de veehouderij, gebrek aan opvolging en de situatie in de markt stoppen steeds meer veehouderijen: de marges zijn klein, de risico’s groot.

Dit resulteert in grootschalige leegstand van agrarische bedrijven in het buitengebied. De bedrijven die blijven bestaan zetten in op schaalvergroting of andere product-marktcombinaties. In het landelijk gebied levert de structuurvisie een ruimtelijke zonering op van het landelijk gebied van de gemeente Deurne in twee gebieden: 1. Primair agrarisch gebied (primag); 2. Gebied met een gemengde plattelandseconomie. Daarnaast zijn er gebieden aangewezen als glastuinbouwontwikkelingsgebieden.

Afbeelding 10 Uitsnede plangebied Structuurvisie gemeente Deurne

Het plangebied is gelegen in een gebied met een gemengde plattelandseconomie. Het is een gemengd gebied zonder uitgesproken dominante functie, hoewel de agrarische functie voorop staat. Door het verdwijnen van vele tientallen veehouderijen de komende jaren zal de bebouwing in het landschap sterk veranderen. Het platteland is niet langer 25

alleen van de boer. Door ruimte te bieden aan andere functies ontstaat een nieuwe dynamiek. De woon- en recreatieve functies vragen om een gezond en aantrekkelijk verblijfslandschap, waarin water, groen en lokaal georiënteerde infrastructuur belangrijke dragers zijn. Voor omschakelingen heeft de gemeente een specifiek omschakelbeleid vastgesteld (Ruimte voor Dynamiek). Als er een functiewijziging plaatsvindt (er wordt omgeschakeld van bijvoorbeeld een agrarische bestemming naar een woonbestemming), dan moet de overtollige bebouwing gesloopt worden. Met dit beleid worden zowel sloop van overtollige agrarische opstallen als de verdere ontwikkeling van de buitengebied gebonden bedrijvigheid gestimuleerd. Binnen deze systematiek is tevens een kader ontwikkeld, waarbinnen intensief ruimtegebruik, ook via een buitenplanse procedure, verantwoord tot ontwikkeling kan komen. Als een belangrijke wegingsfactor bij het toetsen van buitengebied gebonden initiatieven geldt of de voorgenomen ontwikkeling maatschappelijk (1), economisch (2) en landschappelijk (3) passend is in het buitengebied. Tenslotte biedt het gebied met een gemengde plattelandseconomie ruimte voor experimenten en innovatie van zowel duurzame en veilige agrarische als niet-agrarische activiteiten.

Het streven hierbij is om eraan bij te dragen dat vernieuwende en gewenste ontwikkelingen ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. Voor de toetsing aan het Ruimte voor Dynamiek-beleid wordt verwezen naar paragraaf 3.4.2. 3.4.2. Ruimte voor Dynamiek De systematiek van Ruimte voor Dynamiek is een onderdeel van de ‘Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied’. Kern van dit RvD-beleid is dat sloop van voormalige agrarische bebouwing wordt gestimuleerd aan de hand van de provinciale autonome sloopplicht. Aanvullend aan de keuze om de autonome zorgplicht te stimuleren, heeft het college ook besloten om meer in te zetten op buitengebied gebonden ontwikkeling. Zij hechten er dan ook aan om ruim baan te geven aan nieuwe buitengebied gebonden ontwikkelingen. Het omschakelen naar een nieuwe hoofdfunctie staat in het RvD-beleid beschreven. De beoogde ontwikkelingen, de realisatie van een recreatiebedrijf sluit het beste aan bij de hoofdfunctie ‘recreatieve activiteiten’. De maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing bedraagt binnen deze hoofdfunctie 500 m2 (aangezien de locatie buiten een ontwikkelingscluster is gelegen). De beoogde locatie is echter groter dan deze maatvoering zoals is aangegeven in paragraaf 2.2.1. Mede om deze reden dient gebruik gemaakt te worden van een buitenplanse afwijking.

Buiten de regels van het bestemmingsplan om, middels een omgevingsvergunning of een bestemmingsplanherziening kan door de gemeente Deurne meegewerkt worden aan de ontwikkeling van de beoogde situatie. Evident is dat niet alle mogelijke vormen van buitengebied gebonden activiteiten kunnen worden gevangen in de regels van het bestemmingsplan. Soms is er behoefte aan een groter (her-)gebruik van opstallen dan toegestaan, soms is specifiek een ander gebruik gewenst dan geregeld. Dit is in het voorliggend geval aan de orde. Om de totale beoogde oppervlakte voor de activiteiten te ontwikkelen, stelt het college zorgvuldig ruimtegebruik voor, dat tot uitdrukking komt in de volgende kaders: a. Landschappelijke inpassing; b. Maatschappelijke inpassing; c. Economische inpassing; Zie voor de landschappelijke inpassing paragraaf 4.10. Door herontwikkeling van het plangebied worden agrarische activiteiten binnen het plangebied niet meer mogelijk. De nieuwe economische dragers voor de in toekomst potentieel vrijkomende agrarische bebouwing, voorkomt verloedering van het landschap. 26

In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten toegelicht waarin de leefbaarheid aanbod komt. De nieuwe invulling van het plangebied draagt daarnaast bij aan de veiligheid in het buitengebied, omdat er sprake is van een nieuwe functie voor vrijkomende agrarische bebouwing. Hierdoor wordt leegstand in het buitengebied voorkomen. Dit initiatief betreft een herontwikkeling van een (voormalige) agrarische bedrijfslocatie, zoals hierboven is genoemd. De aanwezige voorzieningen worden deels hergebruikt waardoor (economisch) kapitaal niet verloren gaat. Daarnaast wordt mogelijke toekomstige verpaupering van het buitengebied voorkomen door herontwikkeling van een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De eerdergenoemde landschappelijke inpassing draagt bij aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. De beoogde vestiging van het recreatiebedrijf zorgt tevens voor meer arbeidsplaatsen, recreanten en toeristen binnen de gemeente Deurne. Dit draagt bij aan de lokale Deurnsche economie en is het recreatiebedrijf van toevoeging van het aanbod in recreatieve-activiteiten in Deurne. Daarnaast sluit de ontwikkeling van een recreatiebedrijf gericht op dag- en avondrecreatie aan op de SWOT-analyse behorende bij de VTE-visie van de gemeente Deurne, zie paragraaf 3.4.4. 3.4.3.

Gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap De gemeenteraad van de gemeente Deurne heeft op 13 maart 2018 de ‘Nota Kostenverhaal 2018’ vastgesteld. Ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied, die een bepaalde impact hebben, moeten gepaard gaan met een extra kwaliteitsverbetering van het landschap. In de ‘Nota Kostenverhaal 2018’, is geregeld hoe de omvang van die verbetering bepaald wordt. De gemeente vereist conform de gestelde voorwaarden uit de provinciale Verordening Ruimte, dat elke ruimtelijke ontwikkeling die een wezenlijk ruimtelijk effect heeft op de omgeving gepaard moet gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiertoe zijn drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen (met bijbehorend kwaliteitsverbetering) opgenomen: • Categorie 1: ontwikkelingen met een zeer geringe impact; hiervoor wordt geen (extra) ruimtelijke kwaliteitsverbetering gevraagd, geen tegenprestatie. • Categorie 2: ontwikkelingen met een beperkte impact. Dit betreft kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen waarvan het ruimtelijk effect veelal beperkt blijft tot het eigen erf en waarbij slechts in een aantal gevallen een beperkt visueelruimtelijk effect is op de directe omgeving. • Categorie 3: ontwikkelingen met een aanzienlijke impact. Dit betreft ruimtelijke ontwikkelingen waarvan de ontwikkelingen omvangrijker zijn en/of meer ruimtelijke gevolgen hebben.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen in categorie 1 mag de initiatiefnemer op vrijwillige basismaatregelen treffen ter plaatse van het plangebied. Bij voorkeur sluiten deze maatregelen aan bij de (kwaliteits)criteria van het gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap. Initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen in categorie 2 passen maatregelen voor de kwaliteitsverbetering van het landschap toe volgens de (kwaliteits-)criteria van het gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap, op de locatie zelf of op direct aan de ontwikkeling grenzende gronden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in categorie 3 is er een aanzienlijke impact op het landschap. Hiervoor gelden naast kwaliteitseisen in het kader van de algemene zorgplicht en een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan een extra kwaliteitsverbetering voor het landschap (basisinspanning-plus). Het voorliggende ruimtelijke ontwikkeling betreft een categorie 3 ontwikkeling. De initiatiefnemer past maatregelen voor de kwaliteitsverbetering van het landschap toe volgens de (kwaliteits-) criteria van het gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap, op de locatie zelf of op direct aan de ontwikkeling grenzende gronden. In paragraaf 4.10 wordt dit nader uitgewerkt in een landschappelijk inpassingsplan. 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Deurne&id=6976e5c7-255f-4dec-8611-1680cb60e47d