CConstaterende datDeurne
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting (met bijlagen)

Raadscommissie Omgeving 6 april 2021, gemeente DeurneBij agendapunt: Bestemmingsplan Vuurlinie 14 - 16, Neerkant26.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Vuurlinie 14 en 16, Neerkant Gemeente Deurne

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Vuurlinie 14 en 16, Neerkant Gemeente Deurne

IDN-nummer:

NL.IMRO.0762.BP202012-B001

Status:

ontwerp

Datum:

21 januari 2021

Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen

Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught

024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 6 6 7

Aanleiding en doelstelling Plangebied Aanpak Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Plangebied

9

2.1 2.2 2.3

9 10 10

Ontstaansgeschiedenis Ruimtelijke structuur Huidige situatie

Hoofdstuk 3 Planvoornemen

13

3.1 3.2 3.3

13 15 18

Ontwikkeling toeristisch-recreatieve activiteiten Landschappelijke inrichting Afwijking vigerend bestemmingsplan

Hoofdstuk 4 Beleidskaders

19

4.1 4.2 4.3

19 20 26

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten

31

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

31 32 34 35 35 36 37 38 40 42 42 43 45 50

Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Bodem Geluid Geur Luchtkwaliteit Gezondheid in relatie tot veehouderijen Natuur Mobiliteit Leidingen Archeologie Cultuurhistorie Waterhuishouding Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Hoofdstuk 6 Juridische regeling

53

6.1

53

Algemeen

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

3

6.2 6.3 6.4 6.5

Opbouw regels Bestemmingen Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels

54 54 54 54

Hoofdstuk 7 Economische haalbaarheid

55

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak

57

8.1 8.2 8.3

57 57 57

Omgevingsdialoog Vooroverleg Ontwerpbestemmingsplan

Toelichting

4

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

Aanleiding voor het opstellen van het voorliggend bestemmingsplan is het voornemen van initiatiefnemer om op de locatie Vuurlinie 14 en 16 te Neerkant om te schakelen naar een volwaardig recreatief bedrijf. Het voornemen bestaat uit de definitieve beëindiging van de bestaande varkenshouderij en het doorontwikkelen van de bestaande recreatieve nevenactiviteiten tot hoofdactiviteit. Vanwege de ligging in de natuurrijke omgeving, nabij natuurgebieden 't Molentje en 't Zinkske, is de initiatiefnemer in 2017 gestart met het verhuren van één van de agrarische opstallen als groespaccommodatie onder de naam 'Peelheide'. Inmiddels is de groepsaccommodatie volop in verhuur en bestaat de wens om de recreatieve activiteiten uit te breiden. De initiatiefnemer beschikt op de planlocatie over een agrarische veehouderijlocatie voor het houden van varkens, met een milieutoestemming voor onder andere 5.429 biggen. Het plan heeft tot doel om de varkenshouderij te beëindigen, de overtollige agrarische bedrijfsgebouwen te slopen en de locatie te herinrichten ten behoeve van de recreatieve functie. Na de herontwikkeling bestaan de activiteiten uit de verhuur van twee groepsaccommodaties voor het verblijf van in totaal 60 personen en de dagrecreatieve verhuur van (elektrische) fietsen en elektrische scooters.

Het plan leidt, vanwege de definitieve beëindiging van de varkenshouderij, tot een aanzienlijke milieuwinst voor de omgeving. De beëindiging wordt gerealiseerd door deelname aan de Saneringsregeling varkenshouderij (Srv). Eén van de voorwaarden voor de Srv is de planologische herbestemming van de locatie, zodat hervestiging van een veehouderij in de toekomst niet meer mogelijk is. Dit bestemmingsplan voorziet in deze voorwaarde. De gemeente Deurne ziet aanknopingspunten in het ruimtelijk beleid om de locatie te herbestemmen van agrarische veehouderijlocatie naar een volwaardig recreatief bedrijf voor groepsaccommodaties en dagrecreatief verhuur van fietsen en elektrische scooters. Het college van B&W heeft per brief aangegeven in principe medewerking te verlenen aan het plan door middel van een bestemmingsplanherziening.

1.2

Plangebied

De planlocatie ligt ten zuidoosten van Neerkant in het buitengebied van de gemeente Deurne. Het plangebied is kadastraal bekend als Deurne, sectie U, nummer 349. Binnen het plangebied liggen de adressen Vuurlinie 14 en Vuurlinie 16. Het plangebied heeft een oppervlak van 10.927 m2 (1,1 ha).

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

5

Globale ligging van het plangebied

1.3

Aanpak

De voorgenomen locatieontwikkeling wordt mogelijk gemaakt met een herziening van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan 'Vuurlinie 14 en 16, Neerkant' volgt de systematiek van de gemeente Deurne door aan te sluiten bij het geldend bestemmingsplan 'Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied'. Deze toelichting vormt de onderbouwing van het initiatief.

1.4

Geldend bestemmingsplan

De planologische situatie is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied' (eerste vaststelling, 19 december 2017; meest recente vaststelling, 7 juli 2020). In dit bestemmingsplan is de locatie bestemd als 'Agrarisch met waarden'. De locatie is grotendeels voorzien van een bouwvlak met de functieaanduiding 'intensieve veehouderij'. Ter bescherming van archeologische waarden is voor een gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming gelden bepalingen voor bodemverstorende werken en werkzaamheden om te voorkomen dat deze leiden tot verstoring van archeologisch materiaal in de bodem. Ter bescherming van de nabijgelegen natte natuurparel is de dubbelbestemming 'Waarde - Attenttiegebied NNB' opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming gelden bepalingen voor werken en werkzaamheden, om te voorkomen dat directe of indirecte gevolgen daarvan de waterhuishoudkundige situatie binnen het Natuurnetwerk aantasten. Verder gelden voor het gehele plangebied de gebiedsaanduidingen 'wetgevingzone - omgevingsvergunning bufferzone bestaande bebouwing (peildatum 1 juli 2008)' en 'wetgevingzone – groenblauwe mantel'. De bestaande groepsaccommodatie als niet-agrarische nevenactiviteit is niet vastgelegd in het geldend

6

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

bestemmingsplan, maar is eerder mogelijk gemaakt door middel van een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan.

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Derde herziening bestemmingsplan buitengebied' met ligging planlocatie

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 het plangebied beschreven. Het planvoornemen is omschreven in Hoofdstuk 3. In Hoofdstuk 4 wordt het planvoornemen getoetst aan de beleidskaders van de verschillende overheidslagen. De relevante milieu- en omgevingsaspecten worden behandeld in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 vormt de juridische toelichting. In Hoofdstuk 7 worden de economische uitvoerbaarheid behandeld. Tot slot wordt overleg en inspraak behandeld in Hoofdstuk 8.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

7

8

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

Hoofdstuk 2 2.1

Plangebied

Ontstaansgeschiedenis

Regio de Peel ligt in de provincies Noord-Brabant en Limburg en beslaat zowel het veengebied als het omliggende zandlandschap. De Peel bestaat uit een kern waar vroeger een meer dan 100.000 hectare groot veenmoeras lag, dat nog tot in de 19e eeuw vrijwel niet werd gebruikt voor bewoning of landbouw. Hieromheen ligt een ring van dorpen op hogere zandgronden, die historisch gezien een nauwe relatie met het veen hadden. Neerkant is ontstaan op een smalle dekzandrug in het veenlandschap. Op deze zandrug zijn onder andere ook de gehuchten Heitrak, Schans en Moostdijk ontstaan. Het gebied is tegenwoordig overwegend agrarisch van karakter, maar er liggen ook enkele grotere plaatsen in de Peelrand: Deurne, Weert, Venray, Uden en Gemert. Het huidige landschap is het resultaat van een proces van agrarisch gebruik, turfwinning en naoorlogse ruilverkavelingen. De Peel staat tegenwoordig bekend als gebied met veel intensieve veehouderijen. De visueel-ruimtelijke verschillen tussen de oude bouwlanden en het grasland verdween na de Tweede Wereldoorlog. De bossen hebben voor de recreatie betekenis. Restanten van het veengebied die niet zijn vergraven, worden momenteel beheerd als Natura 2000- gebied, waaronder Nationaal Park de Groote Peel en de Deurnsche & Mariapeel.

De planlocatie ligt nabij de Peel-Raamstelling; de verdedigingslinie van Grave naar Weert, die in 1939 werd aangelegd dwars door de Peel. Bij de aanleg van de stelling werd gebruik gemaakt van de natuurlijke bescherming van drassige hoogveenmoerassen. Rondom de verdedigingslinie werd in de Tweede Wereldoorlog gevochten. De naam Vuurlinie herinnert aan het oorlogsverleden.

Topografische kaart van de omgeving van de planlocatie omstreeks 1920 (bron: topotijdreis.nl)

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

9

Topografische kaart van de omgeving van de planlocatie omstreeks 1970 (bron: topotijdreis.nl)

2.2

Ruimtelijke structuur

De planlocatie ligt op ongeveer 750 meter ten westen van natuurgebied 't Zinkske, dat onderdeel is van Natura2000-gebied 'Deurnsche Peel & Mariapeel'. Dit natuurgebied vormt een waardevol gebied op de grens tussen Noord-Brabant en Limburg en behelst bijzondere natuurtypen die maar op een paar plekken in Nederland voorkomen. De gronden rondom 't Zinkske bestaan uit veenontginningen waarin het slagenlandschap nog goed zichtbaar is. Onder andere het gebied 't Molentje maakt deel uit van deze veenontginningen. 't Molentje ligt tussen de planlocatie en 't Zinkske en is als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) gedeeltelijk grotendeels bestemd als 'Natuur'. De planlocatie Vuurlinie 14 en 16 ligt in de overgangszone tussen het natuurgebied en het overwegend agrarische landschap met (intensieve) veehouderijen. De gronden ten oosten van de Vuurlinie maken deel uit van het NNB. Ten westen van de Vuurlinie liggen meerdere intensieve veehouderijen, waaronder de intensieve veehouderij 'Varkenshouderij Sonnemans' op de planlocatie. Het plangebied is geörienteerd op de Vuurlinie en wordt aan de west- en zuidzijde begrensd door een watergang van het Waterschap Aa en Maas. Aan de noord- en zuidzijde liggen gronden van een wildkwekerij met onder andere fazanten en eenden.

Tussen de veehouderijen liggen een aantal verspreide burgerwoningen, waaronder direct grenzend aan het plangebied de woning Vuurlinie 12.

2.3

Huidige situatie

Op planlocatie Vuurlinie 14 en 16 exploiteert de initiatiefnemer momenteel een intensieve varkenshouderij. Als nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf wordt sinds 2017 de groepsaccommodatie 'Peelheide' verhuurd.

10

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

2.3.1 Varkenshouderij De bestaande varkenshouderij bestaat uit zes stallen voor in totaal 5.429 biggen. Hiervan zijn 4.900 biggen gehuisvest onder een gecombineerd luchtwassysteem. De overige 529 dieren zijn traditioneel gehuisvest. Een gedeelte van de gebouwen is bedekt met asbestdaken. De stallen die niet voorzien zijn van een luchtwassysteem, voldoen niet aan de vernieuwde emissieëisen van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (aangepaste emissieeisen op stalniveau per 1 januari 2024). Ten behoeve van opslag (gedeeltelijk statische opslag) bij het agrarisch bedrijf is in 2010 een vergunning verleend voor een agrarisch bedrijfsgebouw. De bouw van dit bedrijfsgebouw is reeds gestart, maar ligt momenteel stil in afwachting van de voorgestelde bestemmingsplanprocedure en de voorgenomen bedrijfsbeëindiging. 2.3.2 Recreatieve nevenactiviteit In 2017 is een vergunning verleend voor het exploiteren van een groepsaccommodatie op het adres Vuurlinie 16 (kenmerk HZ-2017-0082). Deze groepsaccommodatie wordt verhuurd aan onder andere families en vriendengroepen, die voor een weekend, week of midweek kunnen recreëren in en om de natuurgebieden in het buitengebied van Deurne. De accommodatie betreft een voormalige stal, die vóór 2017 gedurende enige tijd als tijdelijke tweede woning bij de veehouderij heeft gefungeerd.

De groepsaccommodatie is in eerste instantie opgericht in het voorste gedeelte van de voormalige stal. Inmiddels is ook het achterste gedeelte van de stal bij de groepsaccommodatie betrokken. Voor deze inpandige uitbreiding is tevens een vergunning verleend. Het terrein rondom de accommodatie is ingericht als terras en speelweide. Inmiddels is de groepsaccommodatie al enkele jaren volop in verhuur. Met de groepsaccommodatie als nevenactiviteit is een start gemaakt met de recreatieve activiteiten. 2.3.3 Overzicht Concreet bestaat de locatie uit een agrarisch bouwvlak van 9.521 m² voor een intensieve veehouderij (varkenshouderij) met daarop aanwezig: Agrarische bedrijfsbebouwing ten behoeve van de varkenshouderij, bestaande uit: 1. Circa 2.340 m2 stallen met gecombineerde luchtwassystemen; 2. Circa 590 m2 stallen, die niet voldoen aan de vernieuwde emissieëisen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant; 3. een agrarisch bedrijfsgebouw in aanbouw van 1.200 m2 , waarvan de bouw is stilgelegd; 4. bijbehorende verhardingen en mestsilo's; een groepsaccommodatie van 450 m2 voor 26 personen; een bedrijfswoning met twee bestaande bijgebouwen.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

11

Luchtfoto van het plangebied in de huidige situatie

12

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

Hoofdstuk 3 3.1

Planvoornemen

Ontwikkeling toeristisch-recreatieve activiteiten

Initiatiefnemer is voornemens om de varkenshouderij definitief te beëindigen en de bestaande recreatieve activiteiten verder te ontplooien. Daarbij zullen alle overtollige agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt en zal de locatie heringericht worden ten behoeve van een recreatieve functie als hoofdactiviteit. De toeristisch-recreatieve ontwikkeling bestaat onder andere uit de realisatie van een tweede groepsaccommodatie voor verblijfsrecreatie en het verhuren van (elektrische) fietsen en elektrische scooters als dagrecreatieve functie. Met een herbestemming naar een recreatieve functie wordt hervestiging van een intensieve veehouderij onmogelijk gemaakt en wordt milieuwinst gerealiseerd voor de directe omwonenden en de nabijgelegen Natura2000-gebieden. 3.1.1 Verblijfsrecreatieve verhuur van groepsaccommodaties De wens bestaat om een nieuwe groepsaccommodatie van 750 m2 op te richten voor 34 personen. Samen met de bestaande groepsaccommodatie voor 26 personen bestaat de heringerichte locatie uit een verblijfslocatie met 60 slaapplaatsen. Eén van de belangrijkste uitgangspunten voor de inrichting van de locatie is het creëren van twee afzonderlijk verhuurbare groepsaccommodaties met van elkaar afgezonderde buitenruimtes, die ook aan één grote groep verhuurd kunnen worden, wanneer daar behoefte aan is.

De twee groepsaccommodaties kunnen tezamen worden verhuurd aan één groep of separaat aan twee groepen. De nieuwe groepsaccommodatie wordt voorzien van een grote gemeenschappelijke ruimte en een grote keuken, die geschikt is voor groepen van 60 personen. Daardoor kan de groep verblijven in één gemeeschappelijke ruimte, wanneer zij beide accommodaties huren. Wanneer de locatie wordt verhuurd aan twee groepen, kunnen de groepen afgescheiden van elkaar verblijven op de locatie. Daardoor is de locatie geschikt voor de verhuur aan twee groepen van maximaal 26 en 34 personen of één groep van maximaal 60 personen. De nieuwe accommodatie bestaat uit een gezamenlijke woonkamer, keuken en lounge op de begane grond. Op de eerste verdieping wordt een spellenruimte ingericht. Om een verdiepingsvloer toe te kunnen passen wordt een gebouw opgericht met een dakhelling van 30 tot 40 graden, een goothoogte van 3,5 m en een nokhoogte van 9,0 m. Opslag van materialen: Voor de groepsaccommodatie worden materialen opgeslagen in een opslaggebouw op eigen terrein. Het gaat daarbij om onder andere om (tuin)stoelen, parasols, bedden, een waswagen en groepsspellen voor de verblijfsrecreatieve functie. Voor deze opslag is circa 150 m² opslagruimte beoogd.

3.1.2 Dagreactieve verhuur van fietsen De locatie Vuurlinie 14-16 is een goede uitvalsbasis voor het ondernemen van dagrecreatieve fiets- en scootertochten in en om De Peel. Naast de verhuur van de groepsaccommodaties voor recreatief verblijf, is de initiatiefnemer daarom van plan fietsen, elektrische fietsen en elektrische scooters te verhuren aan dagrecreanten en aan huurders van de groepsaccommodatie. De fietsen worden verhuurd voor recreatieve dagtochten in de omgeving. Het fietsroutenetwerk ligt op korte afstand en is dus gemakkelijk te bereiken (zie ook paragraaf 5.9.1). Ontvangstgebouw met ondergeschikte horecafunctie: Aan de straatzijde langs de Vuurlinie wordt een gebouw van circa 200 m2 opgericht, dat zal functioneren als centraal ontvangstgebouw voor de dagrecreatieve bezoekers. Het entreegebouw wordt opgericht in de vorm van een paviljoen, zodat de recreatieve locatie vanaf

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

13

de Vuurlinie een gastvrije uitstraling heeft. De groepen met fietsers verzamelen zich in het ontvangstgebouw en worden gastvrij ontvangen met koffie, vlaai en streekproducten. Bij het paviljoen wordt een kleinschalige terrasvoorziening gerealiseerd, zodat de gasten bij goed weer buiten kunnen worden ontvangen. Het paviljoen functioneert voornamelijk als vertrek-, aankomst- en rustpunt voor fietstochten in de omgeving. Opslag en onderhoud van materieel: De fietsen zullen worden opgeslagen en onderhouden in een opslaggebouw op eigen terrein. Deze inpandige fietsenstalling voor fietsen, elektrische fietsen en elektrische scooters krijgt een oppervlakte van circa 350 m2 . Daarnaast wordt in hetzelfde gebouw een werkplaats van circa 100 m2 ingericht voor het onderhoud aan het materieel (o.a. fietsreparaties). 3.1.3 Gebouw voor opslag en onderhoud van materiaal en materieel Naast de groepsaccommodatie en het ontvangstgebouw wordt een nieuw gebouw opgericht voor opslag en onderhoud van materiaal en materieel. Dit gebouw dient voor de opslag en onderhoud van materieel en materieel ten behoeve van de verblijfs- en dagrecreatieve functie, zoals beschreven in de voorgaande paragrafen (3.1.1 en 3.1.2). Daarnaast wordt een gedeelte van het gebouw gebruikt voor de opslag van materiaal en materieel voor het terreinonderhoud.

Het gaat daarbij onder andere om een hogedrukreiniger, bosmaaier, grasmaaier, tuingereedschap, bloter, verticulator, veegmachine en transportbak. Voor de opslag van dit materieel is een ruimte van circa 150 m2 beoogd. Tezamen met de opslag- en onderhoudsruimten ten behoeve van de verblijfs- en dagrecreatie ontstaat één gebouw van 750 m2 . Op de planlocatie zijn reeds bouwmaterialen aanwezig voor het bouwen van het gebouw. Deze materialen (o.a. spanten) waren voorzien voor de bouw van een agrarische loods. De bouw van deze loods is stopgezet in afwachting van het voorliggend bestemmingsplan en wordt niet meer voortgezet na het beëindigen van de agrarische functie. Het gebouw wordt duurzaam opgericht door gebruik te maken van deze materialen. Bij hergebruik van de huidige spanten ontstaat een gebouw met een goothoogte van 3,0 m en een nokhoogte van 8,0 m. 3.1.4 Totaalontwikkeling Concreet bestaat de locatie in de nieuwe situatie uit de ontwikkeling van een recreatieve locatie, bestaande uit: verblijfsrecreatieve verhuur van twee groepsaccommodaties voor het verblijf van in totaal 60 personen, bestaande uit: 1. de bestaande groepsaccommodatie van circa 450 m2 voor 26 personen; 2.

een nieuwe groepsaccommodatie van circa 750 m² voor 34 personen; dagrecreatieve verhuur van fietsen, elektrische fietsen en elektrische scooters, als vertrekpunt voor fietstochten in de omgeving, vanuit een ontvangstgebouw van circa 200 m² met kleinschalige terrasvoorziening, in de vorm van een paviljoen met ondergeschikte horecafunctie; De opslag van en het onderhoud aan materiaal en materieel in een gebouw van circa 750 m2 met daarbinnen: 1. opslag van materialen ten behoeve van de verblijfsrecreatieve functie (ca. 150 m2 ); 2. opslag van materieel ten behoeve van de dagrecreatieve functie (fietsenstalling van ca. 350 m2 ); 3. ruimte voor het verrichten van onderhoudswerkzaamheden (o.a. fietsreparaties, ca. 100 m2 ); 4. opslag van materiaal en materieel voor het beheer en onderhoud van de planlocatie en omliggende percelen (ca. 150 m2 ); Bedrijfswoning Vuurlinie 14 met bijbehorende bijgebouwen; Landschappelijke inrichting van de gehele locatie.

14

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

3.2

Landschappelijke inrichting

De omschakeling van een agrarische bedrijfslocatie naar een (verblijfs)recreatieve locatie wordt voorzien van een landschappelijke inpassing en moet daarnaast voldoen aan de provinciale en gemeentelijke beleidskaders voor ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling van een locatie in het buitengebied dient uiteindelijk te leiden tot een verbeterde ruimtelijke kwaliteit. Maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit zijn divers en kunnen zowel gericht zijn op een afname van het bebouwingsoppervlak, landschappelijke en natuurlijke maatregelen ter inpassing, vergroening, versterking van natuurlijke netwerken en/of slopen van bebouwing. De eerste paragraaf gaat in op de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. De kwaliteitsverbetering wordt hiervoor eerst berekend op basis van de investeringsregeling 'Nota Kostenverhaal 2018' van de gemeente Deurne. In de tweede paragraaf wordt weergegeven hoe deze bijdrage wordt gerealiseerd. 3.2.1 Berekening kwaliteitsbijdrage In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant zijn de principes van zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap verwoord.

Op basis van artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening geldt specifiek voor een plan dat een ruimtelijke ontwikkeling in Landelijk gebied mogelijk maakt, dat deze ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting of onderbouwing bij dat plan dient daaromtrent een verantwoording te bevatten. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de Nota Kostenverhaal 2018 van de gemeente Deurne. Op basis van het gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap (zie paragraaf 4.3.4) wordt de voorliggende ontwikkeling ingeschaald als categorie-3-ontwikkeling, waarbij op basis van normbedragen ten minste 20% van de bestemmingswinst geïnvesteerd moet worden in landschapsverbetering. Op basis van de Nota Kostenverhaal kan kwantitatief de minimale omvang worden bepaald van de investering die gedaan moet worden ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap. In de Nota Kostenverhaal 2018 is daarvoor de methodiek gekozen, waarbij gewerkt wordt met gestandaardiseerde normbedragen (forfaitaire bedragen) per ruimtelijke ontwikkeling. Hierbij wort de ontwikkeling omgerekend naar euro's. Eerst wordt de waardestijging van de planologische wijziging bepaald.

Vervolgens wordt op basis van een percentage de minimale investering in euro's in de kwaliteit van het landschap bepaald. Dit percentage bedraagt, op grond van de provinciale Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap, ten minste 20% van de waardestijging. Onderstaande tabel geeft de berekening van de minimale kwaliteitsverbetering voor de herbestemming van de Vuurlinie 14-16 naar 'Recreatie' weer:

Berekening kwaliteitsbijdrage Bovenstaande berekening is gebaseerd op de totale oppervlakte van het plangebied van 10.927 m². Momenteel is het grootste gedeelte daarvan voorzien van een agrarisch bouwvlak. Binnen het agrarisch

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

15

bouwvlak is 700 m2 toegekend aan de bedrijfswoning. Op basis van het bovenstaande bedraagt de bestemmingswaarde in de huidige situatie € 198.860,-. In de nieuwe situatie is sprake van een recreatieve bestemming van 9.238 m2 . De overige gronden met een oppervlak van 1.689 m2 worden bestemd als 'Groen'. Binnen het recreatief bouwvlak is, net als in de huidige situatie, 700 m2 toegekend aan de bedrijfswoning en ingedeeld onder 'Recreatie bebouwd'. Daarnaast is bekeken hoeveel bebouwing mogelijk wordt gemaakt in de regels van het bestemmingsplan. Het gaat om twee groepsaccommodaties met een oppervlakte van 1.200 m2 (450 m2 + 750 m2 ), een opslaggebouw van 750 m2 en een entreegebouw van 200 m2 . Naast de bedrijfswoning is sprake van 2.150 m2 aan recreatieve bedrijfsbebouwing. Daarom is in de nieuwe situatie gerekend met 2.850 m2 'Recreatie bebouwd'. Op basis van het bovenstaande bedraagt de bestemmingswaarde in de toekomstige situatie € 195.539,-. Het verschil tussen de toekomstige bestemmingswaarde en de huidige bestemmingswaarde geeft de waardestijging als gevolg van de herziening van het bestemmingsplan. Op basis van de bovenstaande berekening wordt geconcludeerd dat sprake is van een (fictieve) waardedaling van de locatie € 3.321,-. Daarom is op basis van de gemeentelijke Nota Kostenverhaal voor de voorliggende bestemmingswijziging geen kwaliteitsverbetering noodzakelijk.

Het is niet noodzakelijk om op eigen terrein te investeren en/of een bijdrage te leveren aan het gemeentelijk kwaliteitsfonds. Wel wordt op eigen terrein aanvullend geïnvesteerd in het landschap (zie volgende paragraaf). 3.2.2 Landschapsplan Het voorliggend plan bestaat uit de herbestemming van een agrarische locatie naar recreatie. Daarnaast worden de randen van het plangebied bestemd als groen. De kwaliteitsbijdrage vindt plaats door middel van de voorgestelde beplanting, zoals opgenomen in het bijgevoegde landschapsplan. Het plan voorziet in een landschappelijke inpassing en tegelijkertijd in een duurzaam hergebruik van de locatie. De locatie wordt, naast de bestaande landschappelijke inpassing, flink geïnvesteerd in het landschap. Het landschapsplan (zie navolgende afbeelding) is als Bijlage 1 toegevoegd aan de toelichting. De maatregelen die noodzakelijk zijn voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing (zorgplicht) zijn juridisch geborgd in dit bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting (artikel 4.4.3 van de regels). Deze maatregelen zijn weergegeven in Bijlage 1 bij de regels.

16

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

Uitsnede van het landschapsplan (zie Bijlage 1) De landschapsinvestering die met het uitvoeren van het landschapsplan wordt gerealiseerd staat gelijk aan een waarde van € 6.464,23. In de tabel die is opgenomen in het beplantingsplan is de waardering van de landschappelijke maatregelen weergegeven, waarbij normen zijn gebruikt volgens het provinciaal stimuleringskader (StiKa, versie 2016). Dit bedrag wordt aanvullend geïnvesteerd en is niet noodzakelijk vanuit een vereiste kwaliteitsverbetering. Het is eveneens niet nodig om een bijdrage te leveren aan het gemeentelijk kwaliteitsfonds. Hiermee wordt voldaan aan de zorgplicht voor een goede inpassing in het landschap.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

17

3.3

Afwijking vigerend bestemmingsplan

Ter plekke van de bestemming 'Agrarisch met waarden' zijn gronden bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf inclusief bedrijfswoning. Recreatieve activiteiten zijn alleen mogelijk in de vorm van nevenactiviteiten. De geldende bestemming maakt het niet mogelijk om de locatie te gebruiken voor toeristisch-recreatief gebruik als hoofdactiviteit. Om het agrarisch bedrijf definitief planologisch te beëindigen en de voorgenomen (verblijfs)recreatie mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

18

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskaders

Rijksbeleid

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt tevens enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In de SVIR schetst het Rijk haar ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Deze ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het rijk een nationaal belang heeft aangewezen.

De SVIR heeft daarom geen consequenties voor voorliggend plan. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen met het oog op een goede ruimtelijke ordening. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit betreft onder meer het Nationale Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur) en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Deze ontwikkeling is niet gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een ander nationaal belang heeft aangewezen. Het Barro heeft daarom geen consequenties voor voorliggend plan. 4.1.3 Bro: motivering duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de ‘motivering duurzame verstedelijking’ (voormalige ladder) opgenomen. Dit stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Per 1 juli 2017 zijn een aantal wijzigingen op de eerdere ladder van kracht geworden.

Op basis van deze gewijzigde tekst geldt in het geval dat het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dat de toelichting een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte tevens een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Het begrip stedelijke ontwikkeling is als volgt gedefinieerd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

19

Het planvoornemen leidt tot de beëindiging van een intensieve veehouderij en een forse afname van het bebouwd oppervlak in het buitengebied. Het voorliggend bestemmingsplan leidt tot een afname van bebouwing met 2.430 m2 . Een bestaande bedrijfslocatie wordt hergebruikt voor een nieuwe ontwikkeling. Daarmee is geen sprake van stedelijke ontwikkeling. Een nadere toets aan de motivering duurzame verstedelijking is niet nodig.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Anticiperend op de inwerkingtreding van de nationale Omgevingswet hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Noord-Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma's en een provinciale omgevingsverordening. In delen van Brabant is sprake van een toenemende leegstand (met name agrarisch vastgoed) en bevolkingskrimp.

Dat leidt tot economische en sociaal-culturele schade. In die delen van het landelijk gebied is speciale aandacht nodig voor een steeds verder toenemende leegstand doordat boeren stoppen, de leegkomende gebouwen verpauperen of een bron voor criminaliteit zijn. De sociale cohesie komt in het gedrang. Het voornemen voorziet in het wegbestemmen van een agrarisch bedrijf dat niet meer als zodanig wordt gebruikt en het mogelijk maken van hergebruik van de locatie als recreatieve locatie. Met het bestemmen van de Vuurlinie 14 en 16 tot recreatieve locatie wordt een nieuwe economische drager toegevoegd aan het buitengebied van Deurne. Het voornemen past daarmee binnen de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 4.2.2 Provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 - partiële herziening 2014 Op 7 februari 2014 hebben Gedeputeerde Staten de Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014 vastgesteld, die op 19 maart 2014 in werking is getreden. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid weer tot 2025. In de structuurvisie is het landelijk gebied opgedeeld in vier ruimtelijke structuren.

Dit zijn: de groenblauwe structuur het landelijk gebied de stedelijke structuur de infrastructuur De zonering is bepaald voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de diverse functies in het buitengebied zoals landbouw, natuur en recreatie, voor zover deze het provinciaal belang aangaan.

20

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

Uitsnede structurenkaart met ligging planlocatie rood omlijnd De planlocatie ligt binnen de groenblauwe structuur en maakt onderdeel uit van de zogenaamde 'groenblauwe mantel'. De provincie kiest hier voor functieontwikkeling gecombineerd met de ontwikkeling van een robuust raamwerk met landschappelijke kwaliteit, bestaande uit (bestaande) natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Deze structuur is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering. De structuur bestaat voornamelijk uit bos- en natuurgebieden, beken en andere waterlopen. Binnen de groenblauwe structuur liggen ook gebieden met een andere functie (zoals een agrarisch of recreatieve), met name wanneer deze gebieden van belang zijn voor de natuur- en waterfuncties. Ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel dienen qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor het gebied te passen en dienen rekening te houden met omliggende (natuur)waarden. Bovendien heeft de structuurvisie voor deze ontwikkelingen een zorgplicht opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit. De gebieden in de groenblauwe structuur zijn belangrijk vanuit economische en sociaal–culturele belangen. De provincie wil de samenhang daartussen verbeteren en de mogelijkheden voor gebruik en beleving van deze gebieden verbeteren.

Dit biedt ook kansen om het toeristisch-recreatieve product in Noord-Brabant te versterken. In de groenblauwe mantel biedt de provincie ruimte aan de groeiende vraag naar 'diensten' die het landelijke gebied aan de samenleving kan bieden. Recreatieve ontwikkelingen, met name op bestaande locaties (bijvoorbeeld vrijkomende agrarische bedrijfslocaties) zijn mogelijk, zeker als daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de versterking van natuur, water en landschap.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

21

Het voornemen tot de herontwikkeling van de Vuurlinie 14 en 16 betreft een toeristisch-recreatieve ontwikkeling op een bestaande (vrijkomende) agrarische locatie. Bovendien leidt het voornemen tot een versterking van natuur en landschap, de verbetering van de toegankelijkheid van het omliggende landschap en een stimulans van de beleving en het gebruik van het landelijk gebied door een breder publiek. Gebiedspaspoort: Een ander onderdeel van de Structuurvisie zijn de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Deze gebiedspaspoorten bevatten de landschapskenmerken die bepalend zijn voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype en laten zien hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud en versterking daarvan. De planlocatie ligt binnen het gebiedspaspoort 'Peelkern'. Niet alle opgestelde ambities voor de Peelkern zijn relevant voor het plangebied. Onderstaand een selectie van ambities die relevant zijn: 1.

De ontwikkeling van De Peel benaderen als een samenhangende gebiedsopgave waarin de mogelijkheden voor intensieve vormen van landbouw, natuur, landschap, leefbaarheid en water worden verbeterd en waarbij de milieudruk afneemt. Dit kan onder andere worden verwezenlijkt door: a. robuuste erfbeplanting bij zowel bestaande erven, uitbreiding van bebouwing als nieuwvestiging; b. de cultuurhistorische waarde van de Peelontginning te gebruiken bij het vormgeven van nieuwe ontwikkelingen; c. verbetering van recreatieve ontsluiting, gekoppeld aan behoud van zandwegen; 2. De cultuurhistorische waarden van de Peelkern in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de Peel-Raamstelling en de cultuurhistorische landschappen “Griendtsveen-Helenaveen” en “Landgoederen bij Gemert” (Grote Slink-Bunthorst, Stippelberg, Cleefs Wit-De Sijp, Princepeel). 3. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op de ontwikkeling van hooilanden en vochtige graslanden en op het behouden of ontwikkelen van kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van open akker- en graslandgebied (bijv.

de wulp, gele kwikstaart, ganzen en zwanen), het halfopen landschap met bomenlanen (das, korenbloem), sloot-, greppelkanten en perceelranden (blauwborst, heikikker) en sloten en vaarten goede indicatoren zijn. Daarnaast draagt het voornemen bij aan de recreatieve ontsluiting van het gebied, mede door de verhuur van fietsen en elektrische scooters. De samenhang tussen landbouw, natuur en landschap worden vergroot en de milieudruk op het landschap neemt met de realisatie van het voornemen af. In het opgestelde landschapsplan (zie Bijlage 1 Landschapsplan) is de landschappelijke inrichting weergegeven, waarmee het voornemen bijdraagt aan de landschappelijke kwaliteit en ecologische waarden van het gebied. Het voornemen draagt daarmee bij aan de gebiedsambities voor de Peelkern. Gelet op het bovenstaande past het voornemen binnen de groenblauwe structuur en draagt het bij aan de ambities voor het landschap, die door de provincie zijn opgesteld in het gebiedspaspoort 'Peelkern'. Daarmee past het voornemen binnen de Provinciale Structuurvisie Ruiimtelijke Ordening. 4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 heeft Provinciale Staten de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld.

In deze planologische verordening zijn regels opgenomen voor verschillende ruimtelijke en planologische onderwerpen, waar de gemeenten rekening mee moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. De voor de ontwikkeling relevante onderwerpen, die worden geregeld zijn: Ontwikkelingsmogelijkheden van land- en tuinbouw; Bescherming van de landschappelijke en natuurwaarden; Bescherming van cultuurhistorische en aardkundige waarden; Waterbeleid; Nieuwe economische dragers in het buitengebied; Zorgplicht en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. De Interim Omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal

22

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits - benadering'.

Uitsnede kaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met ligging planlocatie De locatie ligt onder andere in het werkingsgebied 'Landelijk gebied' als onderdeel van de groenblauwe mantel. Landelijk gebied (groenblauwe mantel): De locatie maakt onderdeel uit van het landelijk gebied en de groenblauwe mantel. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen, zoals het 'Wijstverschijnsel' (het opstuwen van grondwater) op de Peelrandbreuk in Oost-Brabant, in de beekdalen en op de overgangen van zand/veen naar klei in de 'Naad van Brabant'.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

23

Binnen de groenblauwe mantel is volop ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie, of concentratiegebieden voor intensieve landbouwfuncties) passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel soms aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies. Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarisch functie in het Landelijk gebied: Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a.

de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; In het landelijk gebied van de gemeente Deurne is plaats voor onder andere land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme. De gemeente Deurne geeft in haar Structuurvisie Deurne 2030 tevens aan dat een gemengd gebruik van het landelijk gebied hier gewenst is (zie paragraaf 4.3.1). De recreatieve functie past als zodanig bij het multifunctioneel gebruik van het buitengebied van de gemeente Deurne. De locatie dient bovendien als recreatieve ontsluiting van de Deursche Peel en past in het landschap van de kleinschalige zandontginningen. 2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; De herontwikkeling tot toeristisch-recreatieve locatie draagt bij aan de vitaliteit en leefbaarheid van het landelijk gebied en vormt geen belemmering voor agrarische ontwikkelingen in de omgeving. Er wordt gebruik gemaakt van de (voormalige) agrarische locatie Vuurlinie 14-16. De ontwikkeling draagt bij aan de problematiek rondom leegstaande agrarische bedrijfsbebouwing. Hetvestiging van een intensieve veehouderij wordt planologisch onmogelijk gemaakt, waarmee de milieubelasting op de omgeving aanzienlijk verminderd. Door de aard van de toekomstige bedrijfsactiviteiten past het bedrijf in de omgeving.

3.

hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de bebouwing van de bestaande veehouderij Vuurlinie 14 gesloopt, waardoor leegstand op de locatie wordt voorkomen. Het bebouwd oppervlak neemt met de voorliggende ontwikkeling af. De huidige oppervlakte bedrijfsbebouwing bedraagt circa 4.550 m2 (bestaand en/of vergund), exclusief bedrijfswoning. Bovendien worden de bestaande mestsilo's ook verwijderd. De toekomstige oppervlakte bedrijfsbebouwing bedraagt circa 2.150 m2 (zie paragraaf 3.1.4). Dat betekent een afname aan bebouwing van circa 2.400 m2 . Daarnaast vindt landschappelijke inpassing plaats en wordt een gedeelte van het perceel bestemd als 'Groen'.

b.

er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; er is sprake van één recreatief bedrijf.

a.

overtollige bebouwing wordt gesloopt; De bedrijfsgebouwen bij de varkenshouderij worden gesloopt. Er is geen sprake van overtollige bebouwing.

b.

de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Er is geen sprake van een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking.

24

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

Lid 2. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a.

over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; De recreatieve voorzieningen passen in het landschap van de kleinschalige zandontginningen. De recreatieve voorzieningen hebben een beperkte publieksaantrekkende werking, die past bij het buitengebied. De toegestane activiteiten zijn vastgelegd in Artikel 4 Recreatie van de regels van dit bestemmingsplan.

b.

welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In artikel 4.4 van de regels van dit bestemmingsplan is opgenomen welke specifieke gebruiksactiviteiten zijn toegestaan'.

c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Er is geen sprake van buitenopslag; opslag en stalling vindt plaats in het bedrijfsgebouw ter plaatse van de aanduiding 'opslag'.

d.

dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Het voorliggend bestemmingsplan wordt opgesteld, zodat het toeristisch-recreatief bedrijf zich kan ontwikkelen richting een duurzame exploitatie naar de toekomst op de planlocatie. Het bestemmingsplan voorziet in de toekomstige wensen van initiatiefnemer. De maximaal toegestane omvang, zoals opgenomen in artikel 4.2 Bouwregels van de regels van dit bestemmingsplan, is toereikend voor het toekomstperspectief gedurende de planperiode.

Lid 3. Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a.

bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; Er is geen sprake van bedrijvigheid, die qua aard thuishoort op een bedrijventerrein. Verblijfsrecreatieve activiteiten zijn passend in het buitengebied.

b.

een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; Er is geen sprake van detailhandel.

c.

een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Er is sprake van een vrije-tijdsvoorziening, waarbij sprake is van maximaal toegestane bebouwing van 2.150 m2 ten behoeve van de recreatieve functie. Daarmee wordt voldaan aan het maximum oppervlakte bebouwing van 1 hectare.

Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen past binnen artikel 3.73 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap: Ten behoeve van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de 'zorgplicht' opgenomen. Dit betekent dat ieder plan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied dient bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast is in de Interim Omgevingsverordening het beleidsvoornemen opgenomen met betrekking tot 'kwaliteitsverbetering van het landschap'. De vereiste kwaliteitsverbetering koppelt ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied aan een concrete tegenprestatie gericht op een verbetering van de kwaliteit van het landschap. In paragraaf 3.2 is toegelicht dat geen tegenprestatie noodzakelijk is. Wel moet worden voldaan aan de zorgplicht voor landschappelijke inpassing. De landschapsverbeterende maatregelen zijn opgenomen in Bijlage 1 bij de toelichting.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

25

Conclusie: De locatie is niet gelegen in de ecologische hoofdstructuur, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone danwel een aardkundig of cultuurhistorisch waardevol vlak. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de gestelde randvoorwaarden voor herbestemming van de locatie naar recreatie binnen de groenblauwe mantel en de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het voornemen past binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie Deurne 2030 De gemeenteraad van de gemeente Deurne heeft op 13 maart 2018 de Structuurvisie Deurne 2030 vastgesteld. Hierin is aangegeven welke grote maatschappelijke opgaven de komende jaren voor Deurne van belang zijn. In de structuurvisie is aangegeven dat thema's als het landelijk gebied, landschap, natuur en recreatie allen aanknopingspunten bieden voor nieuwe initiatieven.

Uitsnede Structuurvisie Deurne 2030 met ligging planlocatie In de Structuurvisie Deurne 2030 is de planlocatie aangewezen als een gebied met een gemengde plattelandseconomie. De gemeente geeft aan in dit gebied ruimte te bieden aan niet-agrarische functies, waaronder wonen en recreatie. De gemeente stimuleert investeringen in kwaliteitsverbetering, verbreding en versterking van het toeristisch recreatieve aanbod en het benutten en versterken van de kwaliteiten en uitstraling van Deurne wat betreft natuur, landschap, cultuurhistorie. De gemeente streeft naar het versterken van de aantrekkingskracht van Deurne, met het groen en landelijke karakter als een belangrijke toeristische kwaliteit. De vestiging van een toeristische trekker die zorgt voor spin-off is hierbij een streven. In de structuurvisie wordt onderkend dat Deurne onlosmakelijk is verbonden

26

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

met de Peel. Het peellandschap en diverse monumenten lenen zich uitstekend voor vrijetijdsbesteding en natuurbeleving, zeker nabij het Natuurnetwerk Brabant. De ontwikkeling van een verblijfsaccommodatie met toeristisch-recreatieve activiteiten, waaronder de verhuur van fietsen, past binnen deze visie en kan een onderdeel vormen van de recreatieve ontsluiting van het gebied. Het verzoek past dan ook binnen het streven van de gemeente Deurne zoals omschreven in de Structuurvisie Deurne 2030. 4.3.2 Transitie buitengebied Deurne 'Ruimte voor kansen' De gemeenteraad van de gemeente Deurne heeft op 17 december 2019 het transitieprogramma voor het buitengebied vastgesteld. Vanuit het transitieprogramma buitengebied Deurne 'Ruimte voor kansen' zijn bouwstenen uitgewerkt. De bouwstenen beogen een stimulering van omschakeling en sloop van voormalige agrarische bebouwing, met als doel een verbetering van de kwaliteit van het landschap. De bouwstenen voorzien niet in deze specifieke ontwikkeling aan de Vuurlinie 14 en 16, maar het initiatief past wel binnen de bredere gedachte van de transitie van het buitengebied. Het aantal agrarische bedrijven gaat steeds verder omlaag. Weliswaar zullen de blijvers groter worden, maar per saldo zal de sector krimpen.

De werkgelegenheid in de veehouderijsector zal in de loop der tijd meer krimpen, omdat de blijvers efficiencyslagen maken met behulp van technologie. Daardoor zijn minder mensen nodig voor hetzelfde werk. Het buitengebied heeft echter economische dragers nodig voor werkgelegenheid en leefbaarheid. Door nieuwe perspectieven te creëren ontstaat een nieuwe dynamiek in het buitengebied. Op dit perceel wordt maatwerk geleverd waardoor een kwaliteitsslag gemaakt kan worden. Het agrarisch bedrijf wordt beëindigd, alle agrarische bedrijfsgebouwen worden gesloopt en de het perceel wordt landschappelijk ingepast. De recreatieve functie past goed bij de ligging in het gemengd agrarisch gebied, zeker gezien het feit dat de locatie direct tegenover het Natuurnetwerk Brabant en op korte afstand van Natura2000-gebied ligt. Daarmee past het initiatief binnen de gewenste transitie van het buitengebied. 4.3.3 Groenstructuurplan en groene parels Groenstructuurplan: De gemeente Deurne heeft op 16 december 2009 het groenstructuurplan vastgesteld. Het groenstructuurplan geeft een integrale- en langetermijnvisie op hoofdlijnen aan voor de looptijd van 10 tot 20 jaar. Het groenstructuurplan is uitgesplitst in een groenstructuurplan voor de kernen en een groenstructuurplan voor het buitengebied.

In het groenstructuurplan is aangegeven dat de laanstructuren bepalend zijn voor het landschapsbeeld in het buitengebied. Deze bomenlanen moeten daarom behouden worden en zullen waar nodig moeten worden versterkt. Het casco van laanstructuren biedt voor dit gebied een redelijke landschappelijke inpassing van de agrarische bedrijfslocaties en activiteiten, maar de aanwezigheid van erfbeplanting is, naast deze laanstructuren, een vereiste. Verder zijn belangrijke waterelementen aangegeven in het plan.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

27

Uitsnede kaart groenstructuurplan met planlocatie omlijnd De bomenlaan langs de Vuurlinie is aangemerkt als waardevolle bomenlaan. De bomenlaan blijft met het planvoornemen behouden. Direct westen van de planlocatie bevindt zich de Heitrakse Loop; een gekanaliseerde beek, die uitmondt in de Astense Aa. De gronden aan de overzijde van de Vuurlinie maken onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant en zijn in het groenstructuurplan ook aangewezen als natuurgebied. Verder wordt de locatie landschappelijk ingepast, zie ook paragraaf 3.2 Landschappelijke inrichting en Bijlage 1 Landschapsplan. Groene parels: Naast het groenstructuurplan is er specifiek beleid opgesteld voor groene waardevolle elementen, de zogenaamde 'groene parels'. Deze groene parels zijn op een kaart vastgelegd en mogen niet gekapt worden sinds vaststelling van de gewijzigde Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Kappen is pas mogelijk als een omgevingsvergunning is verleend. Binnen de planlocatie liggen geen groene parels. De laanbeplanting langs de Vuurlinie wordt wel als waardevol beschouwd. Deze laanbeplanting ligt buiten het plangebied en blijft met het planvoornemen behouden. Conclusie: Voorliggend plan heeft geen gevolgen voor de gemeentelijke groenstructuur. De bestaande laanbeplantingen worden met dit initiatief niet aangetast.

4.3.4 Gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap De gemeente vereist conform de gestelde voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, dat elke ruimtelijke ontwikkeling die een wezenlijk ruimtelijk effect heeft op de omgeving gepaard moet gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Functieverandering van een (voormalige) agrarische bedrijfslocatie wordt beschouwd als een zogenoemde 'categorie 3 ontwikkeling'. Dit betreft ontwikkelingen met een aanzienlijke ruimtelijke impact, die als maatwerk beoordeeld dienen te worden. Voor dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen wordt bovenop de basisinspanning (zijnde algemene kwaliteitseisen in het kader van de algemene zorgplicht alsmede een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan) een extra ruimtelijke kwaliteitstoevoeging

28

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

vereist, de basisinpassing-plus. Er kan op meerdere wijze geïnvesteerd worden in extra ruimtelijke kwaliteitstoevoeging. Dit kan onder meer door een extra robuuste landschappelijke inpassing van bebouwing en bestemmingsvlakken en/of de aanleg c.q. herstel van natuur- en landschapselementen (zoals akkerranden, poelen, hakhoutwallen, etc.) alsmede sloop van overtollige bebouwing ter versterking van de landschapsstructuur. De gemeente heeft als uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen dat maatregelen voor de kwaliteitsverbetering van het landschap in ieder geval ook op de planlocatie zelf of op direct aangrenzende gronden dient plaats te vinden. De nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient in samenhang met de bestaande situatie en rekening houdend met de ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de omgeving, landschappelijk verantwoord ingepast te worden met erfbeplanting. Landschappelijke inpassing vindt plaats op of direct aansluitend aan het bouwvlak c.q. bestemmingsvlak. Op basis van het Gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap ligt de planlocatie in het landschap van kleinschalige zandontginningen (zie navolgende kaart).

Uitsnede kaart Gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap met ligging planlocatie Op basis van het Gemeentelijk beleidskader kwaliteitsverbetering landschap ligt de planlocatie in het landschap van de kleinschalige zandontginningen. Door verschillende soorten landschapselementen en kleinschalige boscomplexen is er een gevarieerd kleinschalig landschap ontstaan. Het landschap van de kleinschalige zandontginning wordt eveneens gekenmerkt door diverse landschapselementen. De verkaveling in dit type vertoont een onregelmatig en gevarieerd beeld waarbij landbouwgronden, houtwallen en bosjes elkaar afwisselen.

bestemmingsplan Vuurlinie 14 en 16, Neerkant

29

De bebouwing is op logische wijze (rooilijn) en veelal verspreid langs de weg gesitueerd. De bouwblokken zijn vaak onregelmatig gevormd en voegen zich naar de situatie, waarbij wordt ingespeeld op bestaande landschapselementen in de directe omgeving. Een overheersende nokrichting is niet aan de orde. Erfgrenzen worden ingeplant met een houtsingel of bomenrij. Bij de landschappelijke inpassing erfbeplanting wordt gebruik gemaakt van streekeigen soorten, zoals Berk, Eik, Es, Linde, Els en Meidoorn. Voor het bepalen van de hoogte van de vereiste extra kwaliteitstoevoeging voor categorie 3 ontwikkelingen heeft de gemeente Deurne in haar Nota Kostenverhaal 2018, onderdeel van de Structuurvisie Deurne 2030, gekozen voor het aanhouden van forfaitaire bedragen. Voor onderhavige ontwikkeling is als invulling van de verplichte kwaliteitsverbetering van het landschap een landschapsplan opgesteld, zie ook paragraaf 3.2 Landschappelijke inrichting en Bijlage 1. Het gemeentelijk beleidskader heeft als uitgangspunt gediend voor de ruimtelijke kwaliteitsverbetering en het opgestelde landschapsplan. Met de realisatie van dit plan wordt voldaan aan de gemeentelijke uitgangspunten. De totale investering in ruimtelijke kwaliteit voldoet aan het gemeentelijk beleidskader Kwaliteitsverbetering landschap.

De landschappelijke maatregelen zijn juridisch geborgd in dit bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting. 4.3.5 Toeristisch-recreatief beleid Deurne De gemeente Deurne heeft als ambitie om de potenties op toeristisch-recreatief gebied te verzilveren, zowel voor de grootschalige als voor de kleinschalige initiatieven, en de toeristisch-recreatieve sector als geheel te versterken. De gemeente wil ondernemers stimuleren, ondersteunen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Ontwikkeling van nieuwe concepten, investeringen in kwaliteitsverbetering, verbreding en versterking van het bestaande lokale toeristisch-recreatieve aanbod staan hierbij centraal. Bij kleinschalige toeristisch-recreatieve initiatieven hanteert de gemeente de volgende criteria: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Deurne&id=3c9ebc1e-6299-4449-add6-3055043f862f